59 search results for "Hart en vaatziekten"

Cholesterol en kanker

Overbodig, schadelijk en levensgevaarlijk.

Cholesterolverlagende medicijnen zijn schadelijk

Cholesterolverlagende voedingsmiddelen en medicamenten zijn volgens professor Hartenbach – en andere belangrijke wetenschappers – overbodig, schadelijk en vaak zelfs levensgevaarlijk.

Het gaat hier om een miljardenbusiness van de voedings- en farmaceutische industrie, die de handel levendig houden door misleiding.
Er wordt zelfs gesproken van de cholesterolmaffia.
Gemanipuleerde statistieken, die ten onrechte ‘onderzoeken’ worden genoemd en die als ‘bewijzen’ worden gepresenteerd, zijn in strijd met de feiten.

(Hebt u Facebook en vindt u het interessant wat er in dit blog staat, voeg Alie Wouda dan toe als vriend, om direct op de hoogte gebracht te worden van tips, voeding’s adviezen wetenswaardigheden etc..
https://www.facebook.com/natuurpraktijkaurora)

Onderstaand volgen enkele voorbeelden van niet naar buiten gebrachte, voor de industrie ongunstige, resultaten van enkele onderzoeken:

• De roemruchte Symvastatin Study. Onderzoek op 4444 personen. Conclusie: Een verhoogde cholesterolspiegel heeft géén invloed op de ontwikkeling van arteriosclerose of het hartinfarct. Verlaging van de cholesterolspiegel is zinloos!

Meer hartinfarct en sterfgevallen dan in de controlegroep
• Uit de Finse Multifactorial Study, waarbij de cholesterolspiegel van meer dan 2000 personen werd gemeten, kwam een hartinfarct drie keer zo vaak voor onder de proefpersonen die met cholesterolverlagende middelen waren behandeld.

Verder waren er ruim dertig procent meer sterfgevallen dan in de onbehandelde groep. ( De cholesterolmedicijnen blokkeren niet alleen de productie van cholesterol in de lever, maar ook de productie van Coënzym Q10, een stof, die nodig is voor de werking van het hart)

Meer dodelijke bijwerkingen dan in de controlegroep
• Bij de Helsinki Heart Study (1987; 700 proefpersonen) bleken de dodelijke bijwerkingen van cholesterolverlagende middelen 40 procent hoger te zijn dan in de controlegroep.
In 1993 leverde een tweede onderzoek een percentage van zelfs 50 procent op.

Opvallend veel sterfte door kanker
Opvallend was de toename (43 procent) van de sterfte aan kanker onder invloed van cholesterolverlagende middelen. ( Cholesterol is nodig voor de opbouw van de celwand.
Bij onvoldoende functie van de celwand kan de cel zijn giftige afvalstoffen, die ontstaan  bij de normale verbrandingsprocessen, niet meer kwijt, waardoor de cel zijn functie niet meer kan uitoefenen)

Toename van sterfte door kanker
• Ook bij de Framingham Study met 4500 proefpersonen bleek bij behandeling met cholesterolverlagende middelen een aanzienlijketoename van het aantal sterfgevallen als gevolg van kanker.

• Tijdens de Clofibrat Study, waaraan 1000 proefpersonen meededen, ontdekte men eveneens ‘een schrikbarende stijging van het aantal sterfgevallen door kanker’!

Geen invloed op de ontwikkeling van arteriosclerose of hartinfarct.
• Het Amerikaanse National Heart, Lung and Blood Institute deed een onderzoek van enkele tientallen jaren met 650.000 proefpersonen. Er bleek geen invloed van cholesterol op de ontwikkeling van arteriosclerose of een hartinfarct.

Wél bleek: hoe hoger de cholesterolspiegel, hoe geringer de kans op kanker en hoe kleiner het aantal sterfgevallen als gevolg van andere aandoeningen.

Wijd verbreide misverstanden, die de aandacht vragen:

We krijgen verkeerde informatie over cholesterol

• Er bestaat maar één soort cholesterol.
Er kan niet worden gesproken van ‘goed’ of ‘slecht’ cholesterol.
LDL en HDL zijn géén cholesterol maar eiwitten (proteïnen) die cholesterol vervoeren.

Het zogenoemde HDL-lipoproteïne zorgt voor het transport naar de lever van het met het voedsel opgenomen cholesterol.
Het cholesterol wordt daar gebruikt voor de vorming van de noodzakelijke galzuren.

Het LDL-lipoproteïne brengt het door de lever gemaakte cholesterol (ruim 80% van alle cholesterol) naar de biljarden lichaamscellen, die het nodig hebben voor hun groei en de vele functies.
(dus het LDL cholesterol, dat in de volksmond het “slechte” cholesterol genoemd wordt is juist een belangrijke vitale stof, die nodig is voor herstel van de celwanden, waardoor we bespaard blijven van ernstige ziektes)

• Voeding kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor een stijging van de cholesterolwaarden.
De door voeding bewerkstelligde schommelingen zijn maximaal 5 procent.
Bovendien grijpt de lever bij een verhoogde of verlaagde cholesterolopname ogenblikkelijk in door de eigen productie van cholesterol te verlagen respectievelijk te verhogen.
(we zouden ongeveer 20 eieren per dag moeten eten om aan onze cholesterolbehoefte te komen. Als we één ei per dag eten, maakt de lever gelukkig de cholesterol aan uit de andere voeding, zodat we geen 20 eieren per dag hoeven te eten.

Op het moment dat we een totaal cholesterolvrij dieet volgen wordt de lever geactiveerd om meer cholesterol aan te maken.
Vaak maakt de lever dan juist meer aan dan nodig is.
Om de productie van cholesterol in de lever een beetje te kalmeren is met mate roomboter een goed medicijn.
De cholesterol in de boter brengt de lever tot rust, omdat nu niet alle cholesterol door dit orgaan geleverd hoeft te worden.)

• Een binnen bepaalde families verhoogd cholesterol, gekoppeld aan het veelvuldig voorkomen van hart- en vaatziekten, zoals we zo vaak horen, is volkomen uit de lucht gegrepen.
Cholesterolafzettingen in de bloedvaten ontstaan pas in het eindstadium nadat andere organen zijn verzadigd.
Onzin dus om te veronderstellen en te beweren, dat cholesterol bij zoveel mensen de bloedvaten zou aantasten.
Professor Hartenbach heeft tijdens honderden operaties bovendien vastgesteld, dat het percentage cholesterol in arteriosclerotische plaques (verkalkte lagen) in bloedvaten, slechts 1 procent bedraagt.

• De juiste doorsneewaarde van de cholesterolspiegel voor volwassenen is 250 mg/dl of 6,36 mmol/l. Waarden van 300 – 350 mg/dl of 7,63 – 8,90 mmol/l komen veel voor en kunnen als normaal worden beschouwd omdat het cholesterol, evenals zovele stoffen in het lichaam, aan schommelingen onderhevig is door een grotere behoefte in het lichaam.

Dit wordt merkbaar tijdens het transport via het bloed.
De lever is het productiecentrum van het zo noodzakelijke cholesterol en het orgaan dat de behoefte eraan nauwkeurig reguleert.
Het is gevaarlijk de cholesterolspiegel te willen verlagen en het is onverantwoordelijk om dalingen tot onder 200 mg/dl of 5,09 mmol/l na te streven.
Een verlaging van het cholesterolgehalte leidt tot een bedenkelijke vermindering van de mentale en fysieke prestatievermogens en vergroot de kans op kanker.

De rest van je leven patiënt?
Door het verlagen van de zogenaamde toelaatbare grenswaarde zijn steeds meer mensen, geheel ten onrechte, afhankelijk gemaakt van cholesterolverlagende voedingsmiddelen en/of medicamenten.
Tegelijkertijd zijn daardoor deze, in wezen gezonde, mensen veroordeeld om levenslang als patiënt hun leven te slijten.

De belangrijkste functies van cholesterol:

• Cholesterol is de grondstof voor de steroïde cortisol, het belangrijkste stresshormoon.
Het belang ervan bestaat uit het activeren van de energiestof glucose en het mineraal kalium, twee substanties die al onze mentale en fysieke activiteiten reguleren.
Cortisol is verder werkzaam tegen ontstekingen en allergieën; ook remt het het ontstaan van kanker.

• Cholesterol is de stof waaruit de vrouwelijke en mannelijke geslachtshormonen worden gevormd, substanties die verantwoordelijk zijn voor specifieke vitale functies, voor de opbouw van spieren en botten en voor de regulering van de slaapbehoefte.

• Cholesterol is de grondstof voor galzuren, die de vetverbranding en stoelgang reguleren.

• Cholesterol is de grondstof voor vitamine D, verantwoordelijk voor de gezonde opbouw van botten en gewrichten.

• Cholesterol is de grondstof voor celstructuren waardoor de specifieke functies van alle organen worden gegarandeerd.

Aderverkalking

Het eerste ontstekingseiwit: CRP
Wat echt belangrijk is met betrekking tot aderverkalking en dichtslibben van de bloedvaten is de hoogte van CRP. Als deze waarde chronisch licht verhoogd is, ontstaat er een toestand in de bloedvaten, waarbij normale voedingsstoffen zoals eiwitten en vetten zich gaan afzetten in en aan de bloedvatwand. Niet de vetten en eiwitten zijn de boosdoeners, maar het langdurig verhoogde gehalte van het CRP. Op de eiwit,- vetafzettingen nestelen zich microörganismen, waardoor ontstekingen in de bloedvaten ontstaan.

Een verhoging van het CRP ontstaat door geraffineerde voedingsproducten, toxische stoffen, chemische blokkerende medicijnen, toxische stoffen in vaccinaties, amalgaam- en andere kwikbelastingen, stralingsfactoren, aanhoudende stress. Kortom alle belastende factoren voor ons immuunsysteem, zie de 40 slopers van onze gezondheid.
De optelsom van al deze belastingen moet gezien worden als de oorzaak voor dit probleem.
Geen enkele factor alleen is de schuldige, maar wel het totaal aan belastende factoren, alhoewel de geraffineerde voeding een zeer belangrijk deel voor zijn rekening neemt met de chemische conserveringsmiddelen en derivaten van pesticiden.

Met al deze punten moet rekening gehouden worden bij de behandeling van de bloedvaten. Daarom zou het een goede zaak zijn, als de statines (cholesterolverlagers) niet meer vergoed zouden worden door de ziekenfondsen

Conclusie: indien u statines gebruikt om het cholesterol gehalte te verlagen, zou u zich beter kunnen inlezen op de gevaren van de statines en dit met uw arts moeten bespreken.
Blijft u statines toch gebruiken, wordt uw gezondheid direct beter als u Q10 gaat slikken, want dat wordt in uw lichaam afgebroken door de statines.
Q10 is een stof, die onmisbaar is voor de werking van het hart.

Maak geen gebruik van cholesterolverlagende “boter”. Ten eerste is de boter geen boter en heeft zelfs nooit een koe gezien, maar een vetproduct, wat maar 1 molecuul verwijdert is van plastic.

Eet een avocado.
Wilt u de cholesterol verlagen, eet dan een halve avocado per dag en schraap vooral het hele vruchtvlees er goed uit, want in het groene deel zitten zeer veel natuurlijke salvestrolen. Na een paar weken is uw gehalte weer normaal.

Maak een kopie van dit bericht en stuur dit rond naar vrienden en kennissen, die mogelijk de gevaren van statines niet kennen en ze gewoon jaar in jaar uit gebruiken, zonder enige nacontrole door hun arts.

Oestrogeen

Een verstoorde balans tussen cortisol, progesteron, oestrogeen en insuline ligt aan de basis van veel vrouwenklachten. Oorzaken van deze verstoring zijn met name kunstlicht en het eten van te veel koolhydraten. In dit artikel kijken we in het bijzonder naar de balans tussen oestrogeen en progesteron in relatie met cortisol (stress) en het ritme van de natuur.

Hormoon ontregeling oorzaak veel vrouwenklachten

De meeste specifieke vrouwenklachten, in zowel de vruchtbare als de niet-vruchtbare periode, hebben een zeer duidelijke relatie met de hormonen oestrogeen, progesteron, cortisol en insuline. Het handhaven van de balans tussen deze vier hormonen kan veel vrouwenklachten buiten de deur houden.

Onderverdeling vrouwenklachten
– P.M.S. (pre-menstrueel syndroom)
– Menstruatieklachten
– P.C.O.S.
– Endometriose
– Menopauzeklachten
– Auto-immuunziekten
– Osteoporose
– Hart- en vaatziekten
– Borst- en eierstokkanker

Hormonen en het ritme van de natuur

Het ritme van de natuur in combinatie met ons DNA bepalen hoe onze hormoon balans behoort te functioneren. Duidelijk is dat het gedrag van onze verre-verre voorouders in onze genen is terug te vinden. Daarmee is de optimale hormoonhuishouding bepaald. Deze huishouding hangt sterk samen met het natuurlijke dag-nacht ritme en de invloed van de seizoenen.

Sinds de invoering van het kunstlicht, pas zo’n 125 jaar geleden, kunnen wij als mensen het ritme van licht en donker beïnvloeden. Daarmee verstoren we echter direct het normale hormonale ritme zoals dat in onze genen is vastgelegd. Deze verstoring is een belangrijke oorzaak voor de in deze publicatie besproken onbalans in onze hormoonhuishouding. Meer over de invloed van kunstlicht is te vinden in specifieke artikelen op deze website.

Onze verre-verre voorouders konden alleen in de zomer veel koolhydraten eten omdat er dan fruit en knollen waren (er was toen nog een landbouw!). Door het natuurlijke aantal uren licht in de winter te vergroten met kunstlicht krijgt het lichaam het idee dat het permanent zomer is. Een drang naar koolhydraten in de zomer is genetisch bepaald omdat onze verre voorouders dan juist vet moesten opslaan om de schaarste in de winter te overleven. Kunstlicht in de winter leidt tot een zomergevoel in het hoofd, waardoor ook in de winter meer koolhydraten worden ingenomen en zo meer insuline aangemaakt. Meer insuline betekent meer cortisol, meer oestrogeen, minder progesteron en minder SHBG. Een hoog insuline niveau zorgt bovendien voor de aanmaak van oestrogeen receptoren op de cellen. Zo krijgt oestrogeen door kunstlicht (vooral in de winter) een voorsprong op progesteron. Dit leidt op den duur tot vrouwenklachten.

oestrogeen-progesteron

Hormonale ritmes van de natuur

1. Dag-nacht ritme: 
00.00 – 04.00u: Grootste gedeelte groeihormoonafgifte
06.00 – 08.00u: Hoogste cortisolniveau van de dag, verhoging lichaamstemperatuur
09.00 – 12.00u: Insuline gevoeligheid hoog
20.00 – 24.00u: Verhoging melatonine, daling cortisol, vermindering lichaamstemperatuur
Supplementen advies of Persoonlijk advies

2. Maan(d)ritme (sekshormonen):
Dag 1 – 14: Oestrogeen hoog met een piek rond dag 12 met daarna een sterke daling naar dag 14.
Progesteron is laag en gaat zeer langzaam omhoog rond dag 8 naar dag 14.

Dag 15 – 28: Na ovulatie rond dag 14 sterke stijging progesteron met een piek rond dag 21.
Oestrogeen gaat weer lichtjes omhoog na ovulatie.
Beide hormonen vallen sterk naar beneden van dag 22 naar dag 28.

3. Jaarritme: 
zomer: 
– insuline hoog
– melatonine laag
– oestrogeen-progesteron receptoren hoog

winter:
– insuline laag
– melatonine hoog
– oestrogeen-progesteron receptoren laag.(Insuline hoog betekent niet insulineresistentie)

Oestrogeen en progesteron: de ruggengraat van ons hormoon netwerk

In ons lichaam zijn hormonen de afgevaardigden van de natuur. Hormonen trachten onze gezondheidsbalans (homeostase) te handhaven. Geen enkel hormoon functioneert zonder de hulp van andere hormonen. Ze werken zeer nauw samen in het zogenoemde hormoonnetwerk. Voor vrouwen is de balans van de hormonen oestrogeen en progesteron uitermate belangrijk bij het handhaven van een goede gezondheid, op zowel jongere als oudere leeftijd. Samen met insuline (voeding) en cortisol (stress) vormen oestrogeen en progesteron de ruggengraat van het hormonen netwerk.

Andere hormonen die een rol in het netwerk spelen zijn : melatonine, testosteron, DHEA, schildklierhormonen, groeihormoon, adrenaline, dopamine, serotonine en eicosanoïden.

Belangrijke factoren bij het in stand houden van een goede balans zijn:
– Het ritme van zon en maan (licht en cyclus)
– Het vrij zijn van overmatige en oxidatieve stress
– Goede en volwaardige voeding
– De hoeveelheid voeding
– Het klimaat
– Voldoende slaap en beweging
– De genen van onze voorouders

Oestrogeen zorgt voor groei van de cellen, progesteron verfijnt en stabiliseert deze groei. Progesteron speelt een belangrijke rol bij het reguleren van de genen in de cellen. Hiermee wordt het groeien, differentiëren en afsterven (apoptosis) van de cellen geregeld. Een tumor bijvoorbeeld is niet een te sterke groei van één of andere cel, maar het niet tijdig afsterven (apoptosis) van cellen. De placenta bijvoorbeeld heeft alle elementen in zich om uit te groeien tot een kwaadaardige tumor; door progesteron komt dit echter niet zo ver.

Zo zien we dat een zwangerschap op zeer jonge leeftijd een bescherming biedt tegen o.a. borstkanker doordat progesteron het gen P53 aanzet tot apoptose. Onderzoek laat zien dat kinderen krijgen voor 20e jarige leeftijd de beste bescherming is tegen verschillende vormen van kanker, in het bijzonder borstkanker. Ook tussen 20 en 28 jarige leeftijd is er nog een bescherming. Een vrouw die haar eerste kind op 35 jarige leeftijd krijgt heeft drie maal zoveel kans op borstkanker dan een vrouw die haar eerste kind krijgt op 18-jarige leeftijd. Het aantal kinderen (meer is beter), de leeftijd waarop de moeder haar kinderen krijgt (bij voorkeur beneden de 20), het aantal maanden dat borstvoeding wordt gegeven (langer is beter) en als vrouw zelf borstvoeding hebben gehad (wenselijk) geven de beste bescherming tegen borstkanker en eierstokkanker. Anno 1700 schreef een zekere Bernardina Ramazzine overigens al dat er bijna geen klooster in Italië was waar geen borstkanker onder de nonnen voorkwam.

Oestrogeen

Laten we eerst het misverstand uit de weg ruimen dat oestrogeen één specifiek hormoon is. Oestrogeen is de naam voor een grote groep stoffen met oestrogeenachtige werking. Daar toe behoren: menselijk oestrogeen, dierlijk oestrogeen, synthetisch oestrogeen (niet in de natuur voorkomend), xeno-oestrogeen (milieu oestrogenen, meestal toxines) en plantaardige oestrogeen.

Wat de mens betreft zijn er drie soorten oestrogeen: oestradiol, oestron en oestriol. Oestradiol is veruit het belangrijkste oestrogeen. Oestron is een bijproduct van oestradiol. Oestriol is óók een afvalproduct van oestradiol, maar wordt eigenlijk alleen in grote hoeveelheden geproduceerd in de laatste drie maanden van de zwangerschap. De productie vindt niet door de moeder plaats maar door de bijnieren van de baby.

De oestrogeen productie heeft in de eerste helft van de cyclus van de vrouw plaats. De cycluslengte van de meeste vrouwen bevindt zich tussen 24 en 32 dagen met een ideale lengte rond 28 dagen. Rond 20% van de vrouwen heeft een zeer onregelmatige cyclus.

In de eerste 14 dagen van de cyclus is het oestrogeen niveau het hoogst (het hoogste niveau is rond de 11e dag).
Dan vindt de opbouw van het baarmoederslijmvlies plaats. Na de ovulatie, rond de 14e dag worden nog kleine hoeveelheden door het ‘gele lichaam’ geproduceerd. Oestrogenen worden ook in het vetweefsel aangemaakt. Daarin bevindt zich het enzym aromatose dat testosteron omzet in oestrogeen.

Om de eerste menstruatie te laten beginnen is een bepaalde hoeveelheid vetweefsel nodig. Omdat deze hoeveelheid vetweefsel door ons huidige voedingspatroon eerder wordt bereikt zien we dat de start van de menstruatie tegenwoordig vaak rond het 12e jaar ligt. Ruim 60 jaar geleden lag dit nog rond het 15e levensjaar.

Ná de menopauze wordt bij de vrouw het vetweefsel de belangrijkste bron van oestrogeenproductie. In tegenstelling tot het dalende, lage niveau van oestrogeen en progesteron ná de menopauze, daalt het testosteron niveau veel minder hard. Dit testosteron kan in het vetweefsel ook omgezet kan worden naar oestrogeen.

Een teveel aan vetweefsel (overgewicht) en dus een grotere oestrogeenproductie kan mede leiden tot een onbalans met progesteron.

Mogelijke klachten van laag oestrogeen zijn:
– vaginale droogheid
– nachtzweten
– opvliegers- geheugenproblemen
– urineweginfecties en blaasontstekingen
– depressie
– stemmingswisselingen

Progesteron

Bij de vrouw vindt de productie van progesteron voornamelijk plaats in de eierstokken en dan in het bijzonder na de ovulatie wanneer het corpus luteum (gele lichaam) grote hoeveelheden progesteron produceert. Ook wordt progesteron in kleinere hoeveelheden geproduceerd in de bijnier en in de ‘schwann cellen’ (om myeline, dat de zenuw omhult, te produceren).

Vanaf 35-jarige leeftijd kan de productie van progesteron achteruit gaan omdat er regelmatig anovulatoire periodes ontstaan. Vanaf 40 jaar gaat de productie sneller achteruit. In de perimenopauze hebben veel vrouwen een tekort aan progesteron (oestrogeen dominantie). We kunnen stellen dat de menopauze begint op het moment dat er geen progesteron meer wordt geproduceerd in de eierstokken. Dit is meestal enkele jaren voordat de menstruatie definitief stopt. Het lichaam kan overigens nooit een teveel aan progesteron produceren.

Mogelijke klachten door progesterontekort (zie ook oestrogeendominantie):
(Een menstruatie korter dan 4 dagen duidt vaak op een progesteron tekort.)

– Angst
– P.M.S.
– Vroege miskraam
– Pijnlijke borsten
– Onverklaarbare gewichtstoename
– Vertraagde schildklier
– Onvruchtbaarheid
– Cyclische hoofdpijnen

Transport van oestrogeen en progesteron in het lichaam

Oestrogeen en progesteron worden evenals cortisol en testosteron in het waterige bloed vervoerd, gebonden aan proteïnen: de zogenoemde lipoproteïnen. Oestrogeen is voornamelijk gebonden aan Sex Hormone Binding Gloculin (SHBG) terwijl progesteron vooral gebonden is aan Cortisol Binding Globulin (CBG). Een heel klein gedeelte van het oestrogeen en progesteron is “vrij”, dus niet gebonden (tot 10%). Alleen “vrije” hormonen kunnen door het lichaam gebruikt worden.

Het meten van oestrogeen- en progesteronwaarden in het serumbloed is minder betrouwbaar omdat de “vrije”vorm niet wordt gemeten. Aangezien de “vrije” hormonen wel oplossen in speeksel, is een meting in speeksel wel relevant.

Naast oestrogeen bindt SHBG óók testosteron. CBG bindt naast progesteron ook cortisol. SHBG en CBG worden in de lever geproduceerd zodat een goed functionerende lever hiervoor zeer belangrijk is. Het SHBG niveau is zeer sterk gebonden aan het gewicht en het insulineniveau van de betrokken persoon. Overgewicht en insulineresisitentie verminderen het SHBG zeer sterk. De consequentie hiervan is dat er meer “vrij oestradiol” beschikbaar is voor de weefsels waardoor de kans op oestrogeen-dominantie toeneemt. Corticosteroïden, progestins, groeihormoon, androgenen en een laag niveau aan schildklierhormonen verlagen ook het SHBG niveau.

Oestrogeen-dominantie:

De term oestrogeen-dominantie werd voor het eerst gebruikt door Dr. Lee. Hij geeft hiermee aan dat een vrouw teveel, normaal of zelfs laag oestrogeen kan hebben, maar dat als er geen of te weinig progesteron is, de oestrogeen-progesteron ratio in al die gevallen uit balans is. Het geeft dus niet de hoeveelheid oestrogeen aan maar de balans tussen oestrogeen en progesteron.

Oestrogeen-dominantie bij vrouwen is een zeer veel voorkomende hormonale disbalans, o.a. veroorzaakt door een anovulatoire cyclus. Hierdoor kan er onvoldoende progesteron gevormd worden.

Andere oorzaken van oestrogeenverhoging kunnen zijn:
– Verhoogde aromatisatie; omzetting in vetweefsel van testosteron naar oestrogeen (overgewicht, leverziekte)
– Verminderd SHBG niveau, leidend tot meer vrij oestrogeen.
– Verhoogde androgenenproductie, de voorstof van oestrogeen (stress, leverziekte, endocriene tumoren)
– Verhoogde eierstokproductie van oestrogeen (b.v.eierstokkanker)

Oestrogeen dominantie kan ook de werking van de schildklier tegengaan. Dit kan leiden tot een te langzaam werkende schildklier en het creëren van tekorten aan magnesium zink en de B-vitamines.

Oestrogeen-dominantie klachten zijn voornamelijk dezelfde als bij een progesteron tekort.
– Depressie met angst en irritatie
– P.M.S.
– Auto immuun ziektes zoals Lupus, Hashimoto thyroiditis en Sjörgens syndroom.
– Gevoelige en opgezette borsten
– Cystes in de borsten
– Teveel koper
– Zink tekort
– Overgewicht
– Vermoeidheid
– Stemmingwisselingen
– Magnesiumtekort
– Verminderde werking vit. B6
– Verhoogde aldosteron afgifte (vocht vasthouden)
– Slapeloosheid
– Verhoogd risico miskraam
– Hormonale balans

Duidelijk is dat de balans tussen insuline, cortisol, oestrogeen en progesteron een belangrijke rol speelt om een scala aan vrouwenklachten onder controle te krijgen of te houden. Als deze controle in de vruchtbare periode aanwezig is betekent dit vaak dat er in en na de menopauze minder kans op klachten is.

Natuurlijke hulp om de hormoonbalans te herstellen

Het is zeer zinvol te proberen met planten en kruiden een oestrogeen-progesteron balans te bewerkstelligen in het menselijk lichaam. Planten en kruiden zijn namelijk pharmacologisch en fysiologisch vergelijkbaar met de mens op moleculair niveau en in termen van hun reactie op milieu en omgeving. Planten assimileren informatie, en reageren daarop met een complexe serie van moleculaire reacties zoals ook mensen dat ook doen.

Suiker de sluip moordenaar van deze eeuw

Er zijn veel soorten koolhydraten

1. De snel opnemende en langzaam opnemende Koolhydraten, dus koolhydraten die snel door de darmen worden opgenomen en daardoor snel in het systeem komen. De koolhydraten zijn daardoor ook weer snel uit het lichaam en krijg je weer trek in eten.

Voorbeelden van snel opnemende koolhydraten; brood, pasta ‘s, rijst en aardappelen.

Langzaam opnemende koolhydraten; fruit en groente

Bij elk handje suiker die je in een product verwerkt en niet beweegt  heb je insuline nodig.  Insuline zorgt ervoor dat koolhydraten in de cellen komen en kunnen daar worden verbrandt. Als je teveel koolhydraten eet, ga  je de suikers opslaan. Hoe gebeurd dat? de cel wordt insuline resistent dat wil zeggen dat je weerstand krijgt tegen het hormoon die de alvleesklier maakt waardoor er te weinig insuline aangemaakt wordt. Insuline gaat op vetcellen werken waardoor alle koolhydraten opgeslagen worden in je vetcellen en wordt je dik en raak je ontsteking ’s gevoelig

Eerst bewegen dan eten.

Gemiddeld eet de Nederlander 39 kg suiker per jaar. Suiker is ongezond omdat;

als je veel beweegt verbruik/ verbrand je de suikers,  het beste is om de suiker uit fruit te halen, vanwege de fructose en vanwege de laag glycemische lading (langzame suikers)

Als je de hele dag op een kantoor zit en koffie drinkt, is het een antidiabetes, (voorkomt het suikerziekte), dus het is gezond, maar als je er suiker in doet dan bevorderd het juist suikerziekte. Ben je de hele dag aan het snoepen en beweegt niet, dan kun je de Suikers alleen maar opruimen door de insuline pomp aan te zetten. Dus zodra je Suikers eet en niet verbruikt, moet het lichaam dit kwijt en krijgen de vetcellen veel meer mogelijkheden om suiker om te zetten en in vet op te slaan, dus wordt je er dik van.

Suiker wordt wel de sluip moordenaar van deze eeuw genoemd
( vb. het is niet voor niets dat bij diabetes de doorbloeding sterk vermindert en er op een gegeven moment er soms een voet afgezet moet worden) wondgenezing is er niet meer, hart en vaatziektenkrijg je er van en ontstekingen etc. etc.

Alternatieven voor suiker:
Biologische Honing
GEEN STEVIA

tip
Appel bevat alle vezels die het lichaam nodig heeft, (er zit alles in om goed te kunnen verteren). Drink je alleen de sap van de appel is het heel  rijk aan suiker dus krijg je weer teveel binnen, je gaat als het ware de appel raffineren. Net zo goed als je suikerriet eet, eet je de stengel dan krijg je niet teveel suiker binnen dus kun je ook geen suiker ziekte krijgen.

Je moet dus goed opletten wat je eet

Je moet ook letten wat er op de verpakking staat.
Neem nu de ontbijtgranen; per 100 gram 90 gram koolhydraten, dus allerlei varianten van suiker, vind je het vreemd dat sommige kinderen met Ritalin naar school gaan met nog eens al de E nummers?
Ketchup 100 gram 25 gram suiker
Energie drank, je zou bijna denken dat het is goed, het is niets anders dan suiker water.
Light producten hebben minder vet maar daardoor krijg je meer suikers binnen.

Conclusie:

Dus bewuster met koolhydraten omgaan.

Eet paleo dus geen brood, aardappelen, pasta’s en rijst,
maar wel vlees, vis (wat rent, zwemt en vliegt) groente en fruit, noten en zaden en eieren.

Tips http://www.pinterest.com/praktijkaurora/paleokoekjes/

wil je op de hoogte blijven van alle weetjes omtrent voeding en gezondheid, voeg me dan toe als vriend  op Facebook https://www.facebook.com/aliewouda

Erectieproblemen

Plantaardige testosteronboosters: Muira Puama, Damiana, Ashwagandha, Avena sativa, Tongkat Ali Het is een trend: supplementen die je testosteron verhogen. Ergogenics verzamelde van vijf min of meer ‘hete’ supplementen de beschikbare informatie. Echt enthousiast kunnen we niet zijn. Muira Puama Op websites voor supplementenverkopers circuleert een paper dat Franse sexuologen hebben gepresenteerd op het First International Congress on Ethnopharmacology in Straatsburg, 1990. Daaruit blijkt dat de helft van een groep mannen met erectieproblemen, die twee weken dagelijks 1,5 gram Muira Puama hadden geslikt, bij zichzelf verbetering bespeurde. Dat onderzoek is nooit gepubliceerd. Geen wonder: een controlegroep ontbrak. Toch is het paper voldoende aanleiding voor sommige bedrijven om Muira Puama aan te prijzen als een testosteronbooster. Braziliaanse kruidengenezers gebruiken Muira Puama meestal met drie andere kruiden. Met z’n vieren zijn ze de actieve bestanddelen van het traditionele medicijn Catuama. Daarvan hebben onderzoekers ontdekt dat het bij dieren het corpus cavernosum ontspant. Daardoor kunnen de geslachtsorganen vollopen met bloed. Viagra doet dat ook, door de concentratie van het vaatverwijdende NO te bevorderen. De cocktail werkt echter op een andere manier – de onderzoekers weten nog niet precies welke. Maar van een testosteronverhogend effect is geen sprake, aldus de studies. Damiana

Supplementenbedrijven willen Damiana ofTurnera diffusa nog wel eens aanprijzen als libidoverhogend middel. Helemaal onzin is dat niet: uit dierstudies is wel eens gebleken dat een Damiana-extract bij impotente mannetjesratten de libido herstelde. Daarvoor was een dosering van 1 milligram per kilo lichaamsgewicht nodig.

De dieren klommen vaker op de vrouwtjes. Ze werden lichamelijk niet actiever, zoals bij testosteron of dopamineboosters gebeurt. Effect op hormoonspiegels heeft Damiana niet, al beweren sommige bedrijven dat het de aanwezigheid van vrij testosteron in de hersenen verhoogt. Wel hebben Amerikaanse chemici ontdekt dat stoffen in het kruid kunnen hechten aan progesteronreceptoren. Meer is niet bekend. Ashwagandha

Ashwagandha is ook bekend als Withania somnifera. Een klassieke libido-enhancer, waarnaar, omdat de oude Indiase genezers er vanouds goede resultaten mee hebben geboekt, veel onderzoek is gedaan.

Zo weten we dat extracten van de wortel van de plant de aanmaak van T-cellen stimuleren en daardoor beschermen tegen kanker. Bij proefdieren. Daarnaast bevat Ashwagandha antioxidanten die het DNA beschermen. Ook in proefdieren.

Ashwagandha vermindert ook bijwerkingen van psychofarmaca die de receptoren voor dopamine blokkeren, zoals haloperidol. Net als vitamine E beschermt Ashwagandha de hersens tegen de negatieve gevolgen van geblokkeerde dopaminereceptoren. Die uiten zich onder meer in onwillekeurige bewegingen van de gezichtsspieren. Die beschermende werking bleek ook uit proeven waarin dieren zware biologische stress moesten doorstaan. Aswagandha voorkwam dat de stress hersencellen beschadigde.

Ook als er geen medicijnen in hersenweefsel actief zijn, of stressfactoren op het weefsel inwerken, doet Ashwagandha iets met de hersencellen. Het versnelt het leerproces bij muizen.

Wat de verhoging van de testosteronspiegel betreft: Arabische onderzoekers ontdekten dat extracten van Ashwagandha bij jonge ratten de testes lieten groeien – vooral door de vaten te verwijden – en de zaadproductie op gang hielpen. De testosteronspiegel zakteechter door de behandeling. Volgens de Arabieren was dat omdat het kruid de werking van testosteron imiteert, waardoor de dieren minder hormoon gingen aanmaken.

Dezelfde onderzoekers vonden soortgelijke effecten bij jonge vrouwtjesdieren. Die maakten sneller eitjes aan dan normaal, werden zwaarder en hadden een verhoogde aanmaak van stuurhormonen.

Avena sativa

Extracten van haver – met een duur woord:Avena sativa – zijn op dit moment mischien wel de meest gehypte testosteronboosters in de supplementindustrie. Ze zouden de concentratie vrij testosteron verhogen.

De hype heeft alles te maken met een Japans onderzoeksproject uit de jaren zeventig, waarin wetenschappers werkten aan een methode om een onbekende hormoonbooster uit de bladeren van haver te halen. De methode, blijkt uit de publicatie, werkte. De onderzoekers kregen inderdaad een stof in handen die in ieder geval de aanmaak van LH bevordert. Maar een bewijs dat de haversupplementen de testosteronproductie verhogen is dat natuurlijk niet.

Tongkat Ali

Het is dat praktisch al het onderzoek naar Tongkat Ali door één groep Maleise onderzoekers is gedaan en hun conclusies nog niet door anderen zijn bevestigd. Anders stopten wij met het schrijven van moeilijke stukjes en gingen we op stel en sprong Tongkat Ali kweken. Want afgaande op de studies is Tongkat Ali niets minder dan plantaardig testosteron. Geef het aan gecastreerde ratten en ze gaan vrouwtjes beklimmen. Hun prostaten en geslachtsorganen gaan groeien. Goed, dagelijkse 1njecties van 15 milligram testosteron per kilo lichaamsgewicht werken beter. Maar je kunt niet alles hebben.

Ook de kringspieren van de ratten groeiden. Dat is een klassieke biomerker waarmee onderzoekers de anabole activiteit van steroïden bepalen.

De lokale bevolking in sommige Aziatische regio’s kent Tongkat Ali als een libidoverbeteraar. De onderzoekers konden dat effect bevestigen. Ratten die Tongkat Ali kregen klommen vaker op een elektrische vrouwtjesrat en paarden vaker.

Voor al de effecten geldt dat ze sterker werden naarmate de dosis groter werd. Je kunt Tongkat Ali echter niet onbeperkt gebruiken. De plant bevat giftige stoffen.

1. Gonzales GF, Cordova A, Gonzales C, Chung A, Vega K, Villena A. Lepidium meyenii (Maca) improved semen parameters in adult men. Asian J Androl 2001 Dec;3(4):301-3.[PubMed] 2. Waynberg, J. Aphrodisiacs: Contribution to the clinical validation of the traditional use of Ptychopetalum guyanna.Presentation at the First International Congress on Ethnopharmacology, June 5-9, 1990, Strasbourg, France. Via:Muira Puama . BodyandFitness.com. [Link] Laatst bezocht op 5-8-2002. 3. Antunes E, Gordo WM, de Oliveira JF, Teixeira CE, Hyslop S, De Nucci G. The relaxation of isolated rabbit corpus cavernosum by the herbal medicine Catuama and its constituents. Phytother Res 2001 Aug;15(5):416-21. [PubMed] 4. Arletti R, Benelli A, Cavazzuti E, Scarpetta G, Bertolini A.Stimulating property of Turnera diffusa and Pfaffia paniculata extracts on the sexual-behavior of male rats.Psychopharmacology (Berl) 1999 Mar;143(1):15-9. [PubMed] 5. Zava DT, Dollbaum CM, Blen M. Estrogen and progestin bioactivity of foods, herbs, and spices. Proc Soc Exp Biol Med 1998 Mar;217(3):369-78. [PubMed] 6. Davis L, Kuttan G. Effect of Withania somnifera on CTL activity. J Exp Clin Cancer Res 2002 Mar;21(1):115-8.[PubMed] 7. Prakash J, Gupta SK, Kochupillai V, Singh N, Gupta YK, Joshi S. Chemopreventive activity of Withania somnifera in experimentally induced fibrosarcoma tumours in Swiss albino mice. Phytother Res 2001 May;15(3):240-4. [PubMed] Russo A, Izzo AA, Cardile V, Borrelli F, Vanella A. Indian medicinal plants as antiradicals and DNA cleavage protectors.Phytomedicine 2001 Mar;8(2):125-32. [PubMed] 9. Bhattacharya SK, Bhattacharya D, Sairam K, Ghosal S. Effect of Withania somnifera glycowithanolides on a rat model of tardive dyskinesia. Phytomedicine 2002 Mar;9(2):167-70.[PubMed] 10. Jain S, Shukla SD, Sharma K, Bhatnagar M.Neuroprotective effects of Withania somnifera Dunn. in hippocampal sub-regions of female albino rat. Phytother Res 2001 Sep;15(6):544-8. [PubMed] 11. Dhuley JN. Nootropic-like effect of ashwagandha (Withania somnifera L.) in mice. Phytother Res 2001 Sep;15(6):524-8.[PubMed] 12. Abdel-Magied EM, Abdel-Rahman HA, Harraz FM. The effect of aqueous extracts of Cynomorium coccineum and Withania somnifera on testicular development in immature Wistar rats. J Ethnopharmacol 2001 Apr;75(1):1-4. [PubMed] 13. Al-Qarawi AA, Abdel-Rahman HA, El-Badry AA, Harraz F, Razig NA, Abdel-Magied EM. The effect of extracts of Cynomorium coccineum and Withania somnifera on gonadotrophins and ovarian follicles of immature Wistar rats.Phytother Res 2000 Jun;14(4):288-90. [PubMed] 14. Shultz TD, Howie BJ. Nutr Cancer 1986;8(2):141-7. In vitro binding of steroid hormones by natural and purified fibers.[PubMed] 15. Rose DP, Goldman M, Connolly JM, Strong LE. High-fiber diet reduces serum estrogen concentrations in premenopausal women. Am J Clin Nutr 1991 Sep;54(3):520-5. [PubMed] 16. Fukushima M, Watanabe S, Kushima K. Extraction and purification of a substance with luteinizing hormone releasing activity from the leaves of Avena sativa. Tohoku J Exp Med 1976 Jun;119(2):115-22. [PubMed] 17. Ang HH, Cheang HS, Yusof AP. Effects of Eurycoma longifolia Jack (Tongkat Ali) on the initiation of sexual performance of inexperienced castrated male rats. Exp Anim 2000 Jan;49(1):35-8. [PubMed] 18. Ang HH, Cheang HS. Effects of Eurycoma longifolia jack on laevator ani muscle in both uncastrated and testosterone-stimulated castrated intact male rats. Arch Pharm Res 2001 Oct;24(5):437-40. [PubMed] 19. Ang HH, Ngai TH. Aphrodisiac evaluation in non-copulator male rats after chronic administration of Eurycoma longifolia Jack. Fundam Clin Pharmacol 2001 Aug;15(4):265-8.[PubMed] 20. Ang HH, Ikeda S, Gan EK. Evaluation of the potency activity of aphrodisiac in Eurycoma longifolia Jack. Phytother Res 2001 Aug;15(5):435-6. [PubMed] 21. Ang HH, Sim MK. Eurycoma longifolia increases sexual motivation in sexually naive male rats. Arch Pharm Res 1998 Dec;21(6):779-81. [PubMed] 22. Chan KL, Choo CY. The toxicity of some quassinoids from Eurycoma longifolia. Planta Med 2002 Jul;68(7):662-4.[PubMed] Testosteron en kruiden Anacyclus pyrethrum. In de ayurveda gebruiken genezers extracten van de wortels van die plant als medicijn tegen onvruchtbaarheid en impotentie. In 2010 publiceerden onderzoekers van de Hari Singh Gour University in India een dierstudie waarin Anacyclus pyrethrum het seksuele gedrag van ratten stimuleerde op een manier die deed denken aan testosteron. [Zhong Xi Yi Jie He Xue Bao. 2010 Aug;8(8):767-73.] In obscure wetenschappelijke tijdschriften hebben de onderzoekers al eerder verteld dat Anacyclus pyrethrum de aanmaak van testosteron en zaadcellen door de testes verhoogt, [Sci Pharm. 2009;77:97–110.] maar het artikel dat binnenkort verschijnt staat in een medium dat in de wetenschappelijke gemeenschap hoger staat aangeschreven. De onderzoekers gaven mannelijke ratten niets, injecties met testosteron [TG] of oplopende doses Anacyclus pyrethrum-extract op alcoholbasis [EE]. De onderzoekers dienden de extracten oraal toe gedurende 4 weken. Tijdens de toediening nam het aantal zaadcellen in de testes van de ratten toe. Bovendien werden de cellen beweeglijker en vitaler. De extracten van Anacyclus pyrethrum verhoogden de concentratie testosteron, LH en FSH. De testes en de prostaat van de ratten die Anacyclus pyrethrum kregen werden zwaarder. Het lichaamsgewicht van de dieren nam toe. De onderzoekers analyseerden de extracten, en vonden daarin N-alkylamides. Die stoffen, vermoeden de onderzoekers, veroorzaken de androgene, libidostimulerende en anabole effecten van Anacyclus pyrethrum. De laagste dosis die de onderzoekers gebruikten was 50 mg/kg/dag. Als je die dosis omrekent naar mensen volgens de officiële formule kom je op 8.1 mg/kg/dag. Weeg je 90 kg, dan heb je dagelijks zo’n 730 mg nodig. In een capsule Anabeta van Physique Enhancing Science zit 800 mg, in een dagelijkse dosis 3200 mg. Dat zou kunnen werken. Koninginnegelei Bijenlarven groeien uit tot supervruchtbare en robuuste koninginnenbijen als ze ‘koninginnegelei’ – in het Engels en in de supplementenshop: Royal Jelly – gevoerd krijgen. Op mensen heeft Royal Jelly een enigszins vergelijkbaar effect, aldus studies zoals het Japanse onderzoek dat binnenkort verschijnt in Nutrition Journal. De Japanners gaven Royal Jelly maandenlang aan volwassenen van 42-83 jaar, en zagen dat daardoor hun testosteronspiegel en hun aanmaak van rode bloedcellen toenam. De dosis die de onderzoekers uitprobeerden was aan de hoge kant. Dagelijks dronken de dertig proefpersonen in de experimentele groep 100 ml vloeistof waarin 3 gr Royal Jelly was opgelost [RJ]. Een controlegroep dronk 100 ml van een vloeistof zonder actieve stoffen [Control]. De toediening duurde 6 maanden. De onderzoekers keken om te beginnen naar allergische bijwerkingen. Hoewel de Japanners Royal Jelly blijven beschouwen als a causative allergen, vonden ze die bijwerkingen niet bij hun proefpersonen. Wat de onderzoekers wel vonden was om te beginnen een verhoging van de testosteronspiegel. De Japanners speculeren dat die het gevolg is van een toegenomen omzetting van DHEA in testosteron, maar eerlijk gezegd geloven wij daar niet zo in. In de tweede plaats zagen de onderzoekers een lichte toename van het aantal rode bloedcellen [RBC] in het bloed van de Royal Jelly-gebruikers, en een daarmee samenhangende verhoging van de hematocrietwaarde van het bloed [Ht]. Beide effecten zijn het indirecte gevolg van de verhoogde testosteronspiegel, vermoeden de Japanners. De insulinogenic index [IGI] nam toe door de suppletie. Dat wil zeggen dat de proefpersonen meer insuline aanmaakten als ze glucose toegediend kregen. Hun insulinegevoeligheid werd dus groter. De onderzoekers schrijven ook dat effect toe aan de gestegen testosteronspiegel. Het onderzoek is bekostigd door de Japanse overheid. Bron:Nutr J. 2012 Sep 21;11(1):77. Massularia acuminata Het alternatief voor designer-anabolen? Plantaardige extracten als Massularia acuminata, die traditionele genezers al eeuwenlang gebruiken als medicijn tegen impotentie, seksuele desinteresse en onvruchtbaarheid, en volgens modern onderzoek de testosteronspiegel verhogen. De dierstudie uit 2008 vertelde eigenlijk alleen dat Massularia acuminata de testosteronspiegel verhoogde en de testes liet groeien. De auteurs van die studie, die waren verbonden aan de University of Ilorin in Nigeria, publiceerden daarna nog een aantal dierstudies die aantoonden dat Massularia acuminata in mannelijke ratten het seksuele gedrag stimuleerde. In 2011 publiceerden de Nigerianen bijvoorbeeld een onderzoek in Evidence-Based Complementary and Alternative Medicine, waarin ze mannelijke ratten dagelijks 250, 500 of 1000 mg Massularia acuminata-extract gaven, 5 dagen achtereen. In die periode steeg de testosteronspiegel en nam de seksuele interesse van de ratten toe. Als de onderzoekers hun proefdieren in contact brachten met geslachtsrijpe wijfjes, klommen de mannetjes naarmate de proefperiode verstreek steeds vaker op de wijfjes [Mount frequency]. Bovendien ejaculeerden ze vaker [Ejaculation frequency]. Het effect was sterker naarmate de ratten meer Massularia acuminata kregen. Het ziet er dus naar uit dat Massularia werkt. Je moet daarbij wel bedenken dat alle dierstudies over de werking van Massularia acuminata afkomstig zijn van dezelfde groep Nigerianen. Daar staat tegenover dat de Nigerianen niet worden betaald door een supplementenbedrijf, maar door het IFS. [ifs.se] Als je de gebruikte doses omrekent naar mensen, dan kom je op 40-160 mg per kg lichaamsgewicht per dag. Weeg je 80 kilo, dan zou je dagelijks 3.2 – 12.8 gr Massularia-extract nodig hebben. Als je wat conservatiever methoden hanteert, dan kom je op 2-8 gr extract per dag. Bron: Evid Based Complement Alternat Med. 2011;2011:738103. Verder onderzoek Yakubu MT, et al. Pro-sexual effects of aqueous extracts of Massularia acuminata root in male Wistar rats. Andrologia. (2011) Yakubu MT, et al. Androgenic potentials of aqueous extract of Massularia acuminata (G. Don) Bullock ex Hoyl. stem in male Wistar rats. J Ethnopharmacol. (2008) Yakubu MT, Akanji MA. Effect of Aqueous Extract of Massularia acuminata Stem on Sexual Behaviour of Male Wistar Rats. Evid Based Complement Alternat Med. (2011) Guidance for Industry: Estimating the Maximum Safe Starting Dose in Initial Clinical Trials for Therapeutics in Adult Healthy Volunteers Effects of Aqueous Stem Extract of Massularia Acuminata on Some Liver Function Indices of Male Rats Grote klis / Arctium lappa In de traditionele geneeskunde heeft Grote Klis een keur van toepassingen. Noord-Amerikanse genezers geven de plant aan zwangere vrouwen als die moeten bevallen. Japanse genezers gebruiken Grote Klis tegen huiduitslag, keelpijn en artritis, en de traditionele Chinese geneeskunst kent de wortels van Grote Klis als medicijn tegen impotentie, onvruchtbaarheid en de afwezigheid van seksuele interesse. De onderzoekers wilden die seksuele aspecten toetsen in een dierstudie, waarvoor ze 75 mannelijke jong-volwassen ratten als proefdier gebruikten. De onderzoekers verdeelden de ratten in 5 groepen. Daarvan fungeerden er 2 als controlegroep; de ene kreeg niets [Control], de andere kreeg 15 dagen lang elke dag oraal een dosis sildenafil – de actieve stof in Viagra – toegediend. De 3 experimentele groepen kregen dagelijks 300, 600 en 1200 mg Grote klis-extract op waterbasis toegediend. Als je die dosis omrekent naar een humaan equivalent, dan kom je volgens de simpele en conservatieve methode op 30-120 mg per kg lichaamsgewicht. Gebruik je de officiële en minder conservatieve formule, dan kom je op 49 – 194 mg per kg lichaamsgewicht per dag. Weeg je tachtig kg, dan kom je dan op 3,9 g – 15.6 g per dag. De eerstgenoemde dosis is nog net te doen. De Grote Klissupplementen in drogisterijen en natuurvoedingswinkels bevatten per capsule meestal zo’n 425 mg extract. Of die hoogste dosis veilig is? Wij vragen het ons af. Toen de onderzoekers de proefdieren op dag 3, 7 en 15 bij geslachtsrijpe wijfjes zetten, zagen ze dat Grote Klis het seksueel gedrag van de mannetjes stimuleerde. Ze kregen vaker erecties, klommen vaker op de wijfjes en ejaculeerden vaker. Hoe meer extract de ratten hadden gekregen, des te sterker was het effect. In de experimentele groepen steeg gedurende de toediening de testosteronspiegel met 40, 87 en 126 procent. Hoe hoger de dosering Grote Klis-extract, des te hoger steeg de testosteronspiegel. Toen de onderzoekers het functioneren van de penis bepaalden, zagen ze dat de hogere doses Grote Klis de Total Penile Reflex bijna net zoveel verhoogden als sildenafil. Bron: BMC Complement Altern Med. 2012 Feb 1;12:8. Ocimum sanctum Heilige basilicum of Ocimum sanctum is een kruid dat oorspronkelijk uit India komt. Het laat in dierstudies van Sharma University of Health Sciences de testosteronspiegel hoger stijgen dan onderzoekers kunnen meten. En nee, de onderzoekers gebruikten geen high-tech-extracten, maar gewone verse bladeren. Ocimum sanctum heet in het Engels holy basil, en in India tulsi. Het wordt in de Indiase, Thaise en Surinaamse keuken gebruikt, net als in de ayruveda. Ocimum sanctum bevat stoffen als oleanolic acid, ursolic acid, rosmarinic acid, eugenol, carvacrol, linalool en beta-caryophyllene. De ayurveda beschouwt de plant als een adaptogeen, dat zelfs tegen radioactieve straling [Indian J Exp Biol. 1995 Mar;33(3):205-8.] zou beschermen, en als levensverlenger. Genezers gebruiken het volgens leerboeken tegen verkoudheid, hoofpijn, maagklachten, ontstekingen, hart- en vaatziekten [BMC Complement Altern Med. 2006 Feb 19;6:3.], malaria en vergiftiging door bijvoorbeeld arsenicum [Food Chem Toxicol. 2009 Feb;47(2):490-5.]. De onderzoekers raakten in Ocinum sanctum geïnteresseerd vanwege een minder bekende toepassing: in sommige dorpen gebruiken vrouwen het kruid als voorbehoedsmiddel. De onderzoekers vroegen zich af of ze dat effect in dierstudies konden bevestigen, en gaven mannelijke konijnen van zo’n 2 kilo gedurende 30 dagen elke dag 2 gram verse bladeren. Het extract werkte. Hieronder zie je dat Ocinum sanctum de concentratie zaadcellen in het sperma met 45 procent verminderde. Krachtiger was echter het effect op de testosteronspiegel. Die steeg minstens een factor vijf door de bladeren. De apparatuur van de onderzoekers kon testosteronconcentratie in het bloed van proefdieren meten tot 1500 nanogram per deciliter. Ocinum sanctum liet de spiegel echter tot boven dat punt uitstijgen. De concentratie FSH zakte door het kruid met een factor vijf, die van LH nam zelfs af tot beneden de concentratie die de onderzoekers nog konden aantonen. “A possible hypothesis to explain this pattern of changes in hormone levels could be that Ocinum sanctum leaves probably contain some androgenic analogue, which increased the circulating testosterone levels sufficiently to inhibit LH but not sufficient to accumulate in the testis at the required concentration for normal spermatogenesis”, schrijven de onderzoekers. “However, the decreased LH levels will diminish intratesticular production of testosterone by Leydig cells, which results in reduced levels of spermatogenesis.” Bron: Int J Ayurveda Res. 2010 Oct–Dec; 1(4): 208–210. Tulbaghia violacea Verbindingen in de Zuid-Afrikaanse plant Tulbaghia violacea stimuleren de aanmaak van testosteron. Dat ontdekten onderzoekers van de University of the Western Cape toen ze proeven deden met testescellen van ratten in reageerbuizen. Tulbaghia violacea is een naaste verwant van onze knoflook. In tuincentra kun je Tulbaghia violacea gewoon kopen. De stengels zijn eetbaar, en hebben een sterke knoflooksmaak. Ook de bloemen kun je eten, maar die smaken wat minder uitgesproken. Zoeloes gebruiken Tulbaghia violacea al eeuwenlang als een geneeskrachtige plant. Hoewel overmatige consumptie kan leiden tot ontstekingen, buikpijn en darmklachten zou de plant bij hanteerbare doseringen de libido stimuleren. Vandaar dat de onderzoekers ethanolextracten van de verse stengels en knolletjes lieten inwerken op testescellen in reageerbuizen. Schadelijk voor de testes waren die extracten in ieder geval niet. In samenspel met LH stimuleerden de extracten de aanmaak van testosteron met 33-72 procent. Wat de extracten precies doen in de testes weten de onderzoekers niet. Ze schuiven twee mogelijkheden naar voren. Misschien laat Tulbaghia violacea de LH-receptoren beter werken of versnelt de plant de omzetting van cholesterol in testosteron. Andere onderzoekers stuitten al eerder op testosteronverhogende eigenschappen van familieleden van Tulbaghia violacea. Sap van de gewone ui zorgt in dierstudies voor een forse verhoging van de testosteronspiegel en laten de testes groeien. Japanse onderzoekers, verbonden aan het Riken-concern, stuitten in 2001 op testosteronverhogende eigenschappen van een ander familielid van de Wilde Knoflook. In de Japanse studie verhoogden extracten van de gewone knoflook de aanmaak van testosteron in ratten die veel eiwitten aten. Bron: J Ethnopharmacol. 2010 Aug 17. Salvia haematodes Arabische kruidengenezers gebruiken al eeuwen extracten van een soort veldsalie – wetenschappelijke naam: Salvia haematodes – voor de behandeling van verminderde seksuele belangstelling. Met hun dierproef, die is verschenen in de Journal of Ethnopharmacology, wilden de onderzoekers achterhalen of daarvoor wetenschappelijke grond is. Salvia haematodes is volgens sommige plantenwetenschappers nauw verwant aan Salvia pratensis, een plant die ook in ons land voorkomt. Andere wetenschappers beschouwen Salvia haematodes en Salvia pratensis zelfs als dezelfde plant. De onderzoekers kochten op een lokale markt gedroogde wortels van Salvia haematodes, vermaalden die en mengden het poeder met alcohol. Ze roerden het mengsel 3 dagen lang en lieten de vloeistof toen verdampen bij 40 graden Celsius. Het poeder dat overbleef gaven ze oraal aan ratten, in een dosering van een halve gram per kilogram lichaamsgewicht. Een uur na toediening brachten de onderzoekers de ratten bij geslachtsrijpe vrouwtjes. De ratten klommen vaker op de wijfjes [mount frequency] en ejaculeerden vaker vaker [ejaculation frequency]. Bovendien hadden ze minder tijd nodig om tot paring over te gaan. De onderzoekers weten niet precies hoe de extracten van Salvia haematodes werken. Volgens hun eigen analyses zitten daarin “flavonoids, glycosides, sterols and tannins”. Misschien doen die iets met dopamine, waardoor de seksuele interesse toeneemt. Misschien remmen ze serotonine. Of misschien hebben de stoffen een anti-oxidantwerking en stimuleren ze zo de afgifte van testosteron. Bron: J Ethnopharmacol. 1991 May-Jun;33(1-2):67-72.) Punica granatum Granaatappelsap verhoogt testosteronspiegel en zaadkwaliteit (Clin Nutr. 2008 Jan 25.) Opzij, broccoli. Opzij, tomatenpuree. Er is een nieuwe ster aan het super food-firmament: granaatappelsap. Granaatappelsap zou volgens reageerbuis- en dierstudies artritis en kanker kunnen remmen, en er is zelfs een humaan onderzoekje dat zegt dat granaatappelsap mannen beschermt tegen impotentie. Binnenkort doen onderzoekers van de Turkse Firat University daar nog een schepje bovenop. Als ze een proef publiceren waarin ze aantonen dat granaatappelsap de zaadkwaliteit verbetert en de testosteronspiegel een beetje verhoogt. De Turken zijn vooral geinteresseerd in kunstmatige inseminatie en willen weten of ze via voeding organismen beter sperma kunnen laten produceren. De onderzoekers gaven ratten via een buisje door hun mond zeven weken achtereen dagelijks een beetje granaatappelsap. Een controlegroep kreeg alleen water, drie granaatappelgroepen 0,25 of 0,50 of 1 milliliter granaatappelsap. Die groepen heetten respectievelijk PJ-low, PJ-middle en PJ-high. Hieronder zie je hoe de zevenweekse sapkuur de kwaliteit van het sperma van de ratten verbeterde. In zaadcellen zelf en de cellen die sperma en testosteron maken zitten veel onverzadigde vetzuren. Die zijn kwetsbaar voor oxidatie. Granaatappelsap, ontdekken de onderzoekers, zorgt voor een verhoogde aanmaak van natuurlijke anti-oxidanten in de zaadcellen en het bloed van de ratten. Die beschermen waarschijnlijk de kwetsbare vetzuren tegen oxidatie. In zowel het bloed als de zaadcellen zakt de concentratie malondialdehyde – een merker voor oxidatie van vet – als de ratten granaatappelsap binnenkrijgen. Een natuurlijke anti-oxidant waarvan de concentratie vrij sterk toeneemt door de suppletie is catalase. De beschermende werking tegen oxidatie heeft ook effect op de aanmaak van testosteron

Vrouwenklachten door hormonale disbalans

Vrouwenklachten door hormonale disbalans

leven in het ritme van de natuur

In ons lichaam zijn hormonen de afgevaardigden van de natuur. Hormonen moeten trachten de gezondheidsbalans (homeostase) te handhaven. Zo kunnen ze bijvoorbeeld bewerkstelligen dat genen ‘aan’ of ‘uit’ gezet worden. Hormonen trachten ervoor te zorgen dat alle processen harmonieus verlopen; dat de symfonie geen kakofonie wordt.

Het ritme van de natuur
Al miljoenen jaren is de natuur vooral gericht op overleven’. Niet zozeer van het individu, maar vooral van het soort. Helaas houden de meeste mensen er geen rekening mee dat ze een element zijn van die overlevingscyclus. Zo weten we bijvoorbeeld dat de genen, tot doel hebbend elke cel in ons lichaam te controleren, in 30.000 jaar nauwelijks zijn veranderd (1%). En hoewel wij de laatste eeuw proberen ons levensritme naar eigen hand te zetten kunnen we er niet onder uit dat we rekening moeten houden met levenscyclus van onze verre voorouders.

De laatste 150 jaar zijn onze hersenen en ons lichaam aan verwarring onderhevig door de vooruitgang van de technologie en de landbouw. Deze vooruitgang heeft gevolgen voor het menselijk hormonale systeem door twee belangrijke oorzaken:

* De grote hoeveelheden koolhydraten (suikers) die buiten de zomer worden gegeten.
* Het gebruik van kunstlicht, in het bijzonder in de winter.

Zo waren de zomermaanden in het verleden bij uitstek geschikt voor de conceptie. Voor een goede conceptie is namelijk de aanwezigheid van voldoende insuline belangrijk. En juist de in de zomer aanwezige koolhydraatrijke voeding zorgt voor die verhoogde insulineaanmaak. Insuline stimuleert de oestrogeen receptoren die op hun beurt de progesteron receptoren weer stimuleren. Een ideale situatie voor een vrouw om zwanger te worden. Bovendien is er in de zomer-maanden veel daglicht waardoor weinig melatonine wordt aangemaakt.

Een hoog niveau aan melatonine kan worden gezien als een soort natuurlijke voorbehoedmiddel en gaat de conceptie tegen.

In de westerse wereld is dit ritme van de seizoenen voor een groot gedeelte verdwenen. We consumeren het hele jaar door koolhydraten (suikers) in grote hoeveelheden en ons kunstlicht zorgt er voor dat minder melatonine wordt aangemaakt. Zo is het licht van een computerscherm al voldoende om melatonine aanmaak tegen te gaan. Overigens zien we ook bij dieren dat verandering van het dag-nacht ritme tot problemen leidt. Als in een kippenhok 12 uur extra kunstlicht per dag wordt gegeven, ontwikkelt een groot deel van de kippen eierstokkanker. Als deze hennen borsten zouden hebben zou zich borstkanker hebben ontwikkeld.

We zien dat door een hoog insulineniveau vanwege koolhydraatgebruik, vrouwen niet alleen op jongere leeftijd seksueel rijp zijn, maar ook dat hierdoor bij de celreproductie eerder fouten worden gemaakt.

Vrouwenklachten door hormonale disbalans
De meeste specifieke vrouwenklachten, in zowel de vruchtbare als de niet-vruchtbare periode, hebben een zeer duidelijke relatie met hormonen. Het betreft vooral oestrogeen, progesteron, cortisol en insuline. Het handhaven van de balans tussen deze vier hormonen kan veel vrouwenklachten buiten de deur houden.

In dit artikel kijken we in het bijzonder naar de balans tussen oestrogeen en progesteron in relatie met cortisol (stress) en het ritme van de natuur.

  • Een groot aantal vrouwenklachten kan als volgt worden onderverdeeld:
  • P.M.S. (pre-menstrueel syndroom)
  • P.C.O.S. (polycysteus-ovariumsyndroom)
  • Menopauzeklachten
  • Osteoporose
  • Borst- en eierstokkanker
  • Menstruatieklachten
  • Endometriose
  • Auto-immuunziekten
  • Hart- en vaatziekten

Netwerk van hormonen

Geen hormoon functioneert zonder andere hormonen. Ze werken zeer nauw samen in het zogenoemde hormoon netwerk. Voor vrouwen is de balans van de hormonen oestrogeen en progesteron uitermate belangrijk bij het handhaven van een goede gezondheid, op zowel jongere als oudere leeftijd.

Samen met insuline (voeding) en cortisol (stress) vormen oestrogeen en progesteron de ruggengraat van het hormonen netwerk.
Andere hormonen die een rol in het netwerk spelen zijn : melatonine, testosteron, DHEA, schildklierhormonen, groeihormoon, adrenaline, dopamine serotonine en eicosanoïden.

Belangrijke factoren bij het in stand houden van een goede balans zijn:

  • Het ritme van zon en maan (licht en cyclus)
  • Het vrij zijn van overmatige en oxidatieve stress
  • Goede en volwaardige voeding
  • De hoeveelheid voeding
  • Het klimaat
  • Voldoende slaap en beweging
  • De genen van onze voorouders

Tijdens zwangerschap wordt de productie van oestrogeen en progesteron 10 tot 30 maal zo hoog als in een normale menstruatiecyclus.

Oestrogeen zorgt voor groei van de cellen, progesteron verfijnt en stabiliseert deze groei. Progesteron speelt een belangrijke rol bij het reguleren van de genen in de cellen. Hiermee wordt het groeien, differentiëren en afsterven (apoptosis) van de cellen geregeld. Een tumor bijvoorbeeld is niet een te sterke groei van één of andere cel, maar het niet tijdig afsterven (apoptosis) van cellen.

De placenta bijvoorbeeld heeft alle elementen in zich om uit te groeien tot een kwaadaardige tumor; door progesteron komt dit echter niet zo ver.
Zo zien we dat een zwangerschap op zeer jonge leeftijd een bescherming biedt tegen o.a doordat progesteron het gen P53 aanzet tot apoptose. Onderzoek laat zien dat kinderen krijgen voor 20e jarige leeftijd de beste bescherming is tegen verschillende vormen van kanker, in het bijzonder medium borstkanker. Ook tussen 20 en 28 jarige leeftijd is er nog een bescherming. Een vrouw die haar eerste kind op 35 jarige leeftijd krijgt heeft drie maal zoveel kans op borstkanker dan een vrouw die haar eerste kind krijgt op 18-jarige leeftijd. Het aantal kinderen (meer is beter), de leeftijd waarop de moeder haar kinderen krijgt (bij voorkeur beneden de 20), het aantal maanden dat borstvoeding wordt gegeven (langer is beter) en als vrouw zelf borstvoeding hebben gehad (wenselijk) geven de beste bescherming tegen borstkanker en eierstokkanker. Anno 1700 schreef een zekere Bernardina Ramazzine overigens al dat er bijna geen klooster in Italië was waar geen borstkanker onder de nonnen voorkwam.

Duidelijk is dat het gedrag van onze voorouders in onze genen is terug te vinden, doordat de vrouwen gemiddeld 2 tot 3 maal zoveel kinderen kregen als tegenwoordig, daar zeer vroeg mee begonnen (toen ca.19 jaar nu ca.30 jaar) en lang borstvoeding gaven (per kind 27 maanden, nu: 3 maanden). Volgens onze genen zouden we dus jong, veel kinderen moeten krijgen. Met onze huidige leefwijze werken we onze genen tegen waardoor er sneller dan normaal een ontregeling in het DNA kan ontstaan.

Hormonale ritmes van de natuur
Dag/nacht:
0.00 – 4.00u Grootste gedeelte groeihormoonafgifte
6.00 – 8.00u Hoogste cortisolniveau van de dag

Verhoging lichaamstemperatuur
9.00 – 12.00u Insuline gevoeligheid hoog
20.00 – 24.00u Verhoging melatonine

  • Daling cortisol
  • Vermindering lichaamstemperatuur
  • Maan(d)sekshormonen:

Dag 1 – 14 Oestrogeen hoog met een piek rond dag 12 met daarna een sterke daling naar dag 14.
Progesteron is laag en gaat zeer langzaam omhoog rond dag 8 naar dag 14.
Dag 15 – 28 Na ovulatie rond dag 14 sterke stijging progesteron.
Met een piek rond dag 21. Oestrogeen gaat weer lichtjes omhoog na ovulatie. Beide hormonen vallen sterk naar beneden van dag 22 naar dag 28.

Jaar:
zomer – insuline hoog

– melatonine laag
– oestrogeen-progesteron receptoren hoog

winter – insuline laag

– melatonine hoog
– oestrogeen-progesteron receptoren laag

(Insuline hoog betekent niet insulineresistentie)

Oestrogenen

Laten we eerst het misverstand uit de weg ruimen dat oestrogeen één specifiek hormoon is. Oestrogeen is de naam voor een grote groep stoffen met ostrogeen-achtige werking. Daar toe behoren: menselijke oestrogenen, dierlijke oestrogenen, synthetisch oestrogeen (niet in de natuur voorkomend), xenooestrogenen (milieu oestrogenen, meestal toxines) en plantaardige oestrogenen.

Wat de mens betreft zijn er drie soorten oestrogeen: oestradiol, oestron en oestriol. Oestradiol is veruit het belangrijkste oestrogeen. Oestron is een bijproduct van oestradiol. Oestriol is óók een afvalproduct van oestradiol, maar wordt eigenlijk alleen in grote hoeveelheden geproduceerd in de laatste drie maanden van de zwangerschap. De productie vindt niet door de moeder plaats maar door de bijnieren van de baby.

De oestrogeenproductie heeft in de eerste helft van de cyclus van de vrouw plaats.

De cycluslengte van de meeste vrouwen bevindt zich tussen 24 en 32 dagen met een ideale lengte rond 28 dagen. Rond 20% van de vrouwen heeft een zeer onregelmatige cyclus. In de eerste 14 dagen van de cyclus is het oestrogeen niveau het hoogst (het hoogste niveau is rond de 11e dag). Dan vindt de opbouw van het baarmoederslijmvlies plaats. Na de ovulatie, rond de 14e dag worden nog kleine hoeveelheden door het ‘gele lichaam’ geproduceerd.

Oestrogenen worden ook in het vetweefsel aangemaakt. Daarin bevindt zich het enzym aromatose dat testosteron omzet in oestrogeen.

Om de eerste menstruatie te laten beginnen is een bepaalde hoeveelheid vetweefsel nodig. Omdat deze hoeveelheid vetweefsel door ons huidige voedings-patroon eerder wordt bereikt zien we dat de start van de menstruatie tegenwoordig vaak rond het 12e jaar ligt. Ruim 60 jaar geleden lag dit nog rond het 15e levensjaar.

Ná de menopauze wordt bij de vrouw het vetweefsel de belangrijkste bron van oestrogeen- productie. In tegenstelling tot het dalende, lage niveau van oestrogeen en progesteron ná de menopauze, daalt het testosteron niveau veel minder hard. Dit testosteron kan in het vetweefsel ook omgezet kan worden naar oestrogeen.

Een teveel aan vetweefsel (overgewicht) en dus een grotere oestrogeenproductie kan mede leiden tot een onbalans met progesteron.

Mogelijke klachten van laag oestrogeen zijn:

  • vaginale droogheid- nachtzweten
  • opvliegers
  • geheugenproblemen
  • urineweginfecties en blaasontstekingen
  • depressie
  • stemmingswisselingen

Progesteron
Bij de vrouw vindt de productie van progesteron voornamelijk plaats in de eierstokken en dan in het bijzonder na de ovulatie wanneer het corpus luteum (gele lichaam) grote hoeveelheden progesteron produceert. Ook wordt progesteron in kleinere hoeveelheden geproduceerd in de bijnier en in de ‘schwann cellen’ (om myeline, dat de zenuw omhult, te produceren).

Vanaf 35-jarige leeftijd kan de productie van progesteron achteruit gaan omdat er regelmatig anovulatoire periodes ontstaan. Vanaf 40 jaar gaat de productie sneller achteruit. In de perimenopauze hebben veel vrouwen een tekort aan progesteron (oestrogeen dominantie). We kunnen stellen dat de menopauze begint op het moment dat er geen progesteron meer wordt geproduceerd in de eierstokken.

Dit is meestal enkele jaren voordat de menstruatie definitief stopt. Het lichaam kan overigens nooit een teveel aan progesteron produceren.

Mogelijke klachten door progesterontekort (zie ook oestrogeendominantie):

(Een menstruatie korter dan 4 dagen duidt vaak op een progesteron tekort.)

  • Heftig reageren op stress
  • Angst
  • P.M.S.
  • Vroege miskraam
  • Pijnlijke borsten
  • Onverklaarbare gewichtstoename
  • Vertraagde schildklier
  • Onvruchtbaarheid
  • Cyclische hoofdpijnen

Transport van oestrogenen en progesteron in het lichaam

Oestrogeen en progesteron worden evenals cortisol en testosteron in het waterige bloed vervoerd, gebonden aan proteïnen: de zogenoemde lipoproteïnen.

Oestrogeen is voornamelijk gebonden aan Sex Hormone Binding Gloculin (SHBG) terwijl progesteron vooral gebonden is aan Cortisol Binding Globulin (CBG).
Een heel klein gedeelte van het oestrogeen en progesteron is “vrij”, dus niet gebonden (tot 10%).
Alleen “vrije” hormonen kunnen door het lichaam gebruikt worden.
Het meten van oestrogeen- en progesteron-waarden in het serumbloed is minder betrouwbaar omdat de “vrije” vorm niet wordt gemeten. Aangezien de “vrije” hormonen wel oplossen in speeksel, is een meting in speeksel wel relevant.

Naast oestrogeen bindt SHBG óók testosteron. CBG bindt naast progesteron ook cortisol. SHBG en CBG worden in de lever geproduceerd zodat een goed functionerende lever hiervoor zeer belangrijk is.
Het SHBG niveau is zeer sterk gebonden aan het gewicht en het insulineniveau van de betrokken persoon. Overgewicht en insulineresisitentie verminderen het SHBG zeer sterk. De consequentie hiervan is dat er meer “vrij oestradiol” beschikbaar is voor de weefsels waardoor de kans op oestrogeen-dominantie toeneemt. Corticosteroïden, progestins, groeihormoon, androgenen en een laag niveau aan schildklierhormonen verlagen ook het SHBG niveau.

Receptoren en communicatie

Receptoren op de cel zijn belangrijk voor de communicatie tussen de cellen in het lichaam. Via het sleutel-slot principe geven de meeste hormonen hun boodschap door aan de cel.

Zo zijn er voor oestrogeen in het hele lichaam verspreid receptoren, o.a. in de hersenen, botten, lever, vagina, nieren, borsten, baarmoeder, bijnieren en ogen. Ook progesteron receptoren bevinden zich door het gehele lichaam, o.a. in de hersenen, ogen, neus, keel, longen, borst, lever, bijnieren, baarmoeder en vagina.

Het aantal receptoren per cel kan oplopen tot 20.000 of meer. Het aanmaken van receptoren op de cel is een dynamisch gebeuren dat aan veranderingen onderhevig is.

Zo speelt insuline een zeer belangrijke rol bij het creëren van oestrogeen-receptoren, evenals T3 (het schildklierhormoon). Oestrogeen is weer nodig om progesteron-receptoren aan te maken. Progesteron op haar beurt maakt dan de oestrogeenreceptoren weer gevoeliger.

Nergens is de samenwerking in het hormonennetwerk zo duidelijk als bij het vormen van receptoren. Oestrogeenreceptoren hebben als nadeel dat ze niet alleen in het lichaam geproduceerde oestrogenen toelaten, maar elke stof die een oestrogeenachtige werking laat zien. Dit maakt de weg vrij voor xeno-oestrogenen (toxines) die de receptoren kunnen bezetten en verkeerde boodschappen aan de cel doorgeven. Toch heeft elk nadeel ook zijn voordeel want hierdoor kunnen ook plantoestrogenen op de receptoren aansluiten. Deze hebben een vele malen minder sterke werking op receptoren dan lichaamsoestrogeen of xeno-oestrogenen en kunnen door de milde werking regulerend werken.

Ook kunnen receptoren resistent worden zoals in het geval van insulineresistentie. Dit kan volgens dr. Zava, directeur van het Z.R.T. laboratorium in Portland U.S.A. ook zo zijn bij de schildklierreceptoren, de zogenaamde schildklierhormoonresistentie. Hierdoor kan het zijn dat parameters voor de schildklier in het bloed gemeten normaal zijn, maar dat de symptomen van hypothyroïdie aanwezig zijn.
Een temperatuurmeting als schildklier-functietest is in deze situaties betrouwbaarder.

Hormonen in de hersenen

Ook in de hersenen spelen insuline, cortisol, oestrogeen en progesteron een hoofdrol. In alle hersencellen worden uit cholesterol de hormonen oestrogeen en progesteron geproduceerd. Deze zijn daarom bekend als neurosteroïden.

Hoewel progesteron dus vooral als zwangerschapshormoon wordt gezien valt op te maken dat het relatief veel in de hersenen voorkomt. In de hersenen zijn zeer veel progesteronreceptoren aanwezig; in het bijzonder in het limbisch gebied waar emotie zoals agressiviteit en woede zetelen.

belangrijke hormoon ontregelaars

* stress
– hoog coritsol
– anovulatoire cyclus

* voeding
– hoge calorie-inname
– suiker en geraffineerde zetmelen
– tekorten die in het bijzonder de eierstokken en mitochondria treffen
– lage inname fyto-oestrogenen
– alcohol

* medisch

– de pil
– gebruik van niet-lichaamseigen hormonen

* milieu
– roken
– blootstaan aan xeno-oestrogenen gedurende de embryonale fase
– chronische blootstelling aan xeno-oestrogenen

* algemeen

– oestrogenen toegediend aan dieren (vleesconsumptie)
– slechte leverfunctie
– obstipatie
– candida albicans

Belangrijke vitamines en mineralen voor de vrouw

* vitamine B6-D-E
* Magnesium-Calcium
* Omega-3 (viamine F)

Belangijke kruiden en planten voor de hormonale regulatie van de vrouw

* Maca
* Vitex Agnus Castus
* Zoethout
* Dong Quai
* Rhodiola
* Cimicifuga
* Hop
* Soja
* Rode klaver

Een belangrijke werking van progesteron verloopt via zijn metaboliet alloprognanolone op de receptoren van de neurotransmitter GABA. Deze staat bekend als een rustgevende en kalmerende neurotransmitter. Een hoog progesteron-niveau zoals voor de menstruatie en in de zwangerschap leidt tot meer GABA receptoren. Dit kan leiden tot slaperigheid en vermoeidheid. Een tekort aan progesteron lijdt op deze wijze tot onrust, nervositeit en slaapstoornissen.

De balans tussen progesteron, GABA en serotonine is een voorname voorwaarde voor stabiele stemmingen.

Oestrogeen werkt in de hersenen voornamelijk via een andere route. Samen met insuline reguleert oestrogeen het serotoninemetabolisme. Wanneer insuline de bloed-hersenbarriëre passeert gaat het serotonineniveau in de hersenen omhoog en ontstaan er meer oestrogeenreceptoren. Aangezien oestrogeen nodig is om progesteronreceptoren te vormen speelt dit ook altijd een belangrijke indirecte rol bij het progesteron metabolisme.

Oestrogeen en progesteron hebben een zeer belangrijke invloed op de ‘pathways’ van serotonine, dopamine en noradrenaline. Dit betekent dat oestrogeen en progesteron, naast insuline en cortisol, een belangrijke rol spelen bij de neurotransmissie. Bij veel hersen-geralateerde aandoeningen zoals depressie, angst, nervositeit, emotionele labiliteit, agressiviteit maar ook dementie en de ziekte van Alzheimer moet dan ook rekening worden gehouden met de balans tussen insuline, cortisol, oestrogeen en progesteron.

De relatie tussen stress en de hormoonbalans

Stress is verreweg de belangrijkste oorzaak van de ontregeling van de hormoonbalans. Langdurige stress leidt tot een verhoogde afgifte van cortisol wat weer leidt tot insulineresistentie, het verlies van zenuwcellen(neuronen), onderdrukking van het afweersysteem en een onbalans tussen oestrogeen en progesteron.

Het is onmogelijk je prettig te voelen bij een constant hoog cortisolniveau. Een verhoogd cortisolgehalte gaat vaak ten koste van het progesteron-niveau. Hierdoor ontstaat oestrogeendominantie. Stress geeft ook een verhoogde kans op insulineresistentie, die weer aan de basis staat van de ontwikkeling van cystes in de eierstokken. Zowel een oestrogeen-dominantie alsook cystes in de eierstokken kunnen een anovulatoire cyclus geven waarbij weinig of geen progesteron wordt geproduceerd. In deze situatie is er vaak sprake van een verhoogd prolactineniveau. Prolactine is het hormoon dat aan het einde van de zwangerschap betrokken is bij de melkproductie. In die periode daalt het progesteron- en stijgt het prolactineniveau. Maar ook zonder zwangerschap reageert het lichaam bij een laag progesteronniveau op dezelfde manier.

Een hoog niveau prolactine kan leiden tot amenorrhoe (geen menstruatie), galactorrhea (spontane melkproductie) en het vergroot het de kans op
borstkanker. Het dopamineniveau is altijd verlaagd als het prolactineniveau hoog is.

Stress is een belangrijke reden voor het niet ovuleren. Andere oorzaken hiervoor zijn slechte voeding, zware sportprogramma’s, crash diëten en sommige hormonale anticonceptiemiddelen.

Enkele relaties tussen stress- en sekshormonen:

* Beide hebben de hypothalamus en hypofyse als “dirigenten” van de productieorganen (bijnieren, cortisol, DHEA) en eierstokken (oestrogeen, progesteron).
* Progesteron is de voorstof van cortisol (farmaceutische progestins bv. in de pil kunnen niet als voorstof voor cortisol dienen).
* Verhoogd cortisol blokkeert progesteronreceptoren.
* Cortisol en progesteron worden door dezelfde ‘bootjes’ (lipoproteinen) in het bloed vervoerd, namelijk het CBG (Cortico Binding Globulin).

Typische chronische stressklachten zijn:
Vermoeidheid, hongergevoel, overgewicht, fluctuatie bloedsuikerspiegel, verminderde functie afweersysteem.

Oestrogeen-dominantie

De term oestrogeen-dominantie werd voor het eerst gebruikt door Dr. Lee. Hij geeft hiermee aan dat een vrouw teveel, normaal of zelfs laag oestrogeen kan hebben, maar dat als er geen of te weinig progesteron is, de oestrogeen-progesteron ratio in al die gevallen uit balans is. Het geeft dus niet de hoeveelheid oestrogeen aan maar de balans tussen oestrogeen en progesteron.

Oestrogeen-dominantie bij vrouwen is een zeer veel voorkomende hormonale disbalans, o.a. veroorzaakt door een anovulatoire cyclus. Hierdoor kan er onvoldoende progesteron gevormd worden.

Andere oorzaken van oestrogeenverhoging kunnen zijn:

* Verhoogde aromatisatie; omzetting in vetweefsel van testosteron naar oestrogeen (overgewicht, leverziekte)
* Verminderd SHBG niveau, leidend tot meer vrij oestrogeen.
* Verhoogde androgenenproductie, de voorstof van oestrogeen (stress, leverziekte, endocriene tumoren)
* Verhoogde eierstokproductie van oestrogeen (b.v. eierstokkanker)

Oestrogeen dominantie kan ook de werking van de schildklier tegengaan. Dit kan leiden tot een te langzaam werkende schildklier en het creëren van tekorten aan magnesium zink en de Bvitamines.

Oestrogeen-dominantie klachten zijn voornamelijk dezelfde als bij een progesteron tekort. Enkele voorbeelden zijn:

* Depressie met angst en irritatie
* P.M.S.
* Auto immuun ziektes zoals Lupus, Hashimoto thyroiditis en Sjörgens syndroom.
* Gevoelige en opgezette borsten
* Cystes in de borsten
* Teveel koper
* Zink tekort
* Overgewicht
* Vermoeidheid
* Stemmingwisselingen
* Magnesiumtekort
* Verminderde werking vit. B6
* Verhoogde aldosteron afgifte (vocht vasthouden)
* Slapeloosheid
* Verhoogd risico miskraam

Hormonale balans

Duidelijk is dat de balans tussen insuline, cortisol, oestrogeen en progesteron een belangrijke rol speelt om een scala aan vrouwenklachten onder controle te krijgen of te houden. Als deze controle in de vruchtbare periode aanwezig is betekent dit vaak dat er in en na de menopauze minder kans op klachten is. Het is zeer zinvol te proberen met planten en kruiden een balans te bewerkstelligen in het menselijk lichaam. Planten en kruiden zijn namelijk pharmacologisch en fysiologisch vergelijkbaar met de mens op moleculair niveau en in termen van hun reactie op milieu en omgeving. Planten assimileren informatie, en reageren daarop met een complexe serie van moleculaire reacties zoals ook mensen dat ook doen.

alie woudaMeer weten? maak een afspraak door een bericht te sturen naar info@natuurpraktijkaurora.nl

of appen naar: 0641979844

 

 

 

 

 

Literatuur referentie:

* Natural hormone balance for women, U. Reiss
* Sex, lies and menopauze, T.S. Wiley
* Woman, hormones syndrome, Serverino & Moline
* The estrogen alternative, R. Martin
* Cancer, the evolytionary legacy, M. Greaves

Wat is orthomoleculaire geneeskunde

Orthomoleculaire geneeskunde

 

Inleiding

Het begrip orthomoleculaire geneeswijze is afgeleid van het Griekse woord ‘orthos’, waarmee wordt verwezen naar ‘optimaal’, ‘juist’ of ‘gezond’; moleculair wil zeggen: ‘de moleculen betreffende’. Onder de orthomoleculaire voedingsleer wordt dan ook verstaan de studie over de werking van de voedingsstoffen in het lichaam ten behoeve van een optimale gezondheid.

Een optimale gezondheid vraagt om voldoende vitaminen, mineralen en andere nutriënten in de juiste verhouding. Daarbij houdt de orthomoleculaire voedingsleer terdege rekening met de veranderende leefomstandigheden van de hedendaagse mens, de verslechterende voedingsgewoonten en de verminderde kwaliteit van de aangeboden voeding door milieuvervuiling en diverse bewerkingsprocessen.

De orthomoleculaire geneeswijze is een geneesmethode, waarbij men beoogt het lichaam te voorzien van de juiste concentraties biologische stoffen: vitaminen, mineralen, vitaalstoffen, sporenelementen en enzymen. Deze worden in doorgaans hoge doseringen toegediend. Vandaar dat weleens wordt gesproken van mega-vitaminetherapie. Dit betekent overigens niet dat een overmaat aan vitaminen en mineralen goed is voor het lichaam, maar dat er voldoende hoge concentraties van alle voedingsstoffen in de juiste verhouding aan het lichaam worden aangeboden.

Geschiedenis van de orthomoleculaire geneeskunde

De naam ‘orthomoleculaire geneeswijze’ is in de late zestiger jaren geïntroduceerd door de Amerikaan Linus Pauling. Hij was chemicus en tweevoudig Nobelprijswinnaar. Hoewel de orthomoleculaire geneeskunde pas enige gestalte kreeg nadat Linus Pauling het had beschreven in een baanbrekend artikel in het tijdschrift “Science”, ligt de oorsprong van deze tak van de geneeskunde al in de twintiger jaren van de vorige eeuw, toen vitaminen en mineralen voor het eerst werden gebruikt om deficiëntieziekten te bestrijden. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw behandelden orthomoleculaire pioniers Abram Hoffer en Humphrey Osmond hun schizofrene patiënten met hoge doseringen niacine (vitamine B3), en ontdekten dat niacine, gecombineerd met andere medische behandelingen, het succespercentage in één jaar tijd kon verdubbelen.

In de loop der jaren werd ontdekt dat een slecht voedingspatroon, vaak gepaard gaande met consumptie van veel geraffineerde voedingsmiddelen en suiker (“lege calorieën”), kon leiden tot lichamelijke en psychiatrische aandoeningen. Het werd duidelijk dat voeding een integraal deel uitmaakt van de gezondheid. De laatste jaren neemt de wetenschappelijke onderbouwing van orthomoleculaire therapieën steeds meer toe en is er ook uit de reguliere hoek steeds vaker serieuze belangstelling voor orthomoleculaire therapieën (b.v. hoge doseringen vitamine E bij hart- en vaatziekten).

Vitaminetekort

Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee verschillende vormen van een vitaminetekort:

Avitaminose: het volkomen vitaminegebrek, zoals deze voorkomt bij scheurbuik en Engelse ziekte. Door aanvulling van de betreffende vitaminen kan de ziekte worden genezen.

Hypovitaminose: een vitaminetekort in het lichaam ondanks een voldoende toevoer ervan via de voeding. De betreffende vitaminen kunnen niet goed worden opgenomen. Door extra grote hoeveelheden van die vitaminen toe te dienen, hoopt men dat er in elk geval een deel wordt opgenomen.

Naast de slechte opname uit de voeding, stelt men tegenwoordig vast dat de hoeveelheden vitaminen en mineralen in de voeding veelal te laag zijn (TNO onderzoek, 1995). De aanbevolen dagelijkse hoeveelheden (de ADH of RDA = recommended dietary allowance), die de reguliere voedingsleer aanhoudt, zijn vaak veel lager dan de hoeveelheden geadviseerd door de voorstanders van de orthomoleculaire voedingsleer. Zo is de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor vitamine C 60 mg per dag terwijl de orthomoleculaire aanbeveling minstens 1000 mg is. De orthomoleculaire voedingsleer onderbouwt haar stellingen over de hoeveelheden voornamelijk met de biochemie, die de grote geheimen van de celstofwisseling heeft ontrafeld.

Voedingsstoffen

In de wetenschap worden voedingsstoffen onderverdeeld in zes categorieën:

* eiwit

* koolhydraten

* vet

* vitaminen

* mineralen

* water

Vergeleken met de hoeveelheden eiwit, vet en koolhydraten die de mens binnen krijgt, is de hoeveelheid vitaminen en mineralen heel gering, maar een tekort van één vitamine of mineraal kan de gezondheid al aantasten.

Vitaminen en mineralen vormen onder meer een belangrijk onderdeel van enzymsystemen. De enzymsystemen reguleren de spijsvertering en zijn mede verantwoordelijk voor de chemische reacties binnen de lichaamscellen. Het zijn dus activerende stoffen.

Enzymen bestaan meestal uit lichaamseiwit – dat gewoonlijk in het lichaam aanwezig is – en een zogenaamd co-enzym – meestal een vitamine of een mineraal dat via de voeding wordt verkregen. Bij een gebrek aan co-enzymen kunnen bepaalde chemische reacties in de cel niet verlopen, waardoor stofwisselingsziekten zoals ouderdomsdiabetes, reuma of kanker, maar ook hart- en vaatziekten kunnen ontstaan.

Bovendien treedt er een snellere veroudering van de cellen op, omdat door het gebrek aan co-enzymen defecte celstructuren niet kunnen worden vervangen.

Gezondheidsbevordering in de natuurgeneeswijze betekent dan ook het ondersteunen en reguleren van de stofwisselingsprocessen van het lichaam.

Vitaminen, mineralen en sporenelementen zijn dus essentieel om het leven in stand te houden. Ze zijn noodzakelijk voor het normaal functioneren van het lichaam. Niet alle vitaminen kunnen door het lichaam zelf worden aangemaakt, vitamine C is hiervan een bekend voorbeeld. Wel kunnen de meeste vitaminen en mineralen goed door het lichaam worden opgenomen. Voor een voldoende opname van vitaminen en mineralen is men afhankelijk van de dagelijkse voeding. Dit benadrukt des te meer het belang van supplementeren. Niet alleen bij zieke mensen, maar ook bij gezonde mensen.

Vitaminen

Vitaminen werken met elkaar samen en komen vaak samen in voedingsmiddelen voor. Veelal wordt gesproken over vitamine-complexen, omdat er in de loop der tijd meerdere op elkaar gelijkende stoffen zijn gevonden. Zo is er bijvoorbeeld een groep van 14 stoffen bekend, die allemaal op retinol oftewel vitamine A lijken en elkaar in hun werking ondersteunen. Vitamine C werkt samen met de bioflavonoïden en de B-vitaminen worden eveneens dikwijls gezamenlijk aangeboden. Toch volstaat men met de naam vitamine A of vitamine C.

Als hoeveelheid gebruikt men bij de vitaminen doorgaans gewichtseenheden zoals microgram (µg), milligram (mg) en gram (g). Voor de in vet oplosbare vitaminen gebruikt men ook wel ‘internationale eenheden’ (IE of IU voor international units). De internationale eenheden zijn op grond van de biologische werkzaamheid van de vitaminen vastgesteld.

Vitaminen worden in de regel via de voeding opgenomen. Sommige kunnen ook door bacteriën in de dikke darm worden aangemaakt, zoals vitamine K en een aantal B-vitaminen.

Vitaminen zijn veilig en niet of nauwelijks toxisch. Alleen sommige in vet oplosbare vitaminen kunnen zich ophopen (cumulatie) in het lichaam, de hypervitaminose, waardoor ze stoornissen kunnen veroorzaken.

Na het staken van de toediening zullen deze symptomen weer verdwijnen. Het gevaar van een tekort is groter, dan de dreiging van een ‘overdosis’.

Er bestaan ook zogenaamde provitaminen. Dit zijn de nog onwerkzame voorstadia van de werkzame vitaminen. Door een chemische of fysische inwerking worden deze provitaminen tot werkzame vitaminen omgezet.

Een tweetal voorbeelden: bètacaroteen is een provitamine A. In de lever wordt het enzymatisch omgezet in vitamine A.

Ergosterol is een provitamine D2. De omzetting vindt in de huid plaats onder invloed van UV-licht tot vitamine D2.

Mineralen

Mineralen zijn enkelvoudige chemische elementen, die net als de vitaminen een belangrijke rol in de stofwisseling (metabolisme) spelen. De functies van de diverse mineralen in het lichaam lopen uiteen: ze zijn betrokken bij de samenstelling van het lichaamsvocht, de voortgeleiding van zenuwimpulsen, de spiercontracties en bij vele chemische reacties als onderdeel van de enzymen. Verder dienen een aantal mineralen als bouwstoffen voor het bottenstelsel.

Het lichaam bestaat voor zo’n 5% uit mineralen. Ze komen voor in oplossing als ion of zijn gebonden als een zout. Zeer kleine hoeveelheden mineralen, die in het lichaam voorkomen noemt men de sporenelementen. Sporenelementen, die teveel in ons lichaam voorkomen, kunnen schadelijk zijn (aluminium, arseen, nikkel en zware metalen als cadmium, lood en kwik).

Mineralen, die in relatief grote hoeveelheden in het lichaam voorkomen zijn: calcium, magnesium, fosfor, natrium en kalium. De elementen jood, chloor, fluor en broom gaan werkzame verbindingen met mineralen aan.

Minerale zouten komen in de natuur veelvuldig voor, zoals bijvoorbeeld calciumcarbonaat. Dit is echter een zogenaamde anorganische verbinding, die moeilijker in het maag-darmkanaal wordt opgenomen dan een organische verbinding, zoals calciumorotaat. Maar calcium kan ook aan eiwit worden gebonden voor een goede resorptie. In voedingssupplementen komen mineralen in diverse vormen voor. Voor een ‘leek’ is het des te moeilijker het goedkope calciumcarbonaat, dat minder goed wordt opgenomen, te onderscheiden van het kostbare calciumorotaat (aanwezig in o.a. Osteonyl).

In het lichaam komen de mineralen in een bepaalde verhouding voor. Er bestaat een evenwicht. Een tekort van de één kan tot een tekort van de ander leiden. Calcium bijvoorbeeld verlaagt de concentratie magnesium en zink; zink verlaagt ijzer, etc. De onderlinge wisselwerking is bij mineralen kritischer dan bij de vitaminen.

Aminozuren

Aminozuren zijn belangrijke bouwstoffen van eiwitten, maar kunnen ook afzonderlijk als zelfstandige eenheden functioneren. Er zijn 22 aminozuren bekend. Acht daarvan kunnen niet door het lichaam worden aangemaakt en zijn dus essentieel. Aminozuren zijn belangrijk voor de opname van mineralen. In de natuur zijn mineralen vaak gekoppeld aan aminozuren, ook wel een chelaat genoemd. Gecheleerde mineralen worden goed opgenomen door de darmen en komen daardoor veel in voedingssupplementen voor (bijvoorbeeld Multi Vital-Forte).

Aminozuren hebben tal van functies in het lichaam. Eén van de belangrijkste functies van een aminozuur is die van neurotransmitter: deel van een stof, die nodig is bij de chemische prikkeloverdracht in het zenuwstelsel. Zo is tryptofaan (L-Tryptofaan) belangrijk bij depressies, slaapstoornissen en migraine. Andere aminozuren zijn weer betrokken bij de ontgifting van het lichaam, zoals glutathion, dat tegen de vrije radicalen optreedt. Het aminozuur carnitine (L-Carnitine) transporteert essentiële vetzuren door de celmembraan, zodat de vetzuren in de cel kunnen worden verbrand. Het wordt vooral in de spieren en het hart teruggevonden.

Juist omdat er in het lichaam ook tekorten aan de aminozuren kunnen ontstaan, zijn deze ook in diverse voedingssupplementen verwerkt. De kwaliteit van de voedingssupplementen is afhankelijk van de zuiverheid van de aminozuren.

Ter voorkoming van aminozuren competitie en voor een optimaal effect, dienen deze op een lege maag te worden ingenomen met vruchtensap of water (géén melk!). Dat wil zeggen een half uur vóór de maaltijd of twee uur na de maaltijd.

Vrije radicalen

In het lichaam vinden verbrandingsprocessen plaats, waarbij zuurstof essentieel is. In en buiten de cel vinden met behulp van zuurstof oxidatieprocessen plaats, ondermeer voor de energievoorziening. Bij deze verbrandingsprocessen worden onvermijdelijk vrije radicalen gevormd. Dit zijn zeer kleine chemische deeltjes, die mogelijke schade in het lichaam kunnen aanrichten; van irritatie van de vaatwanden tot ernstige degeneratieve ziekten.

Het oxidatieproces is gelijk aan het verouderingsproces van het lichaam (degeneratie). Er ontstaat immers een kettingreactie van vrije radicalen. Deze vrije radicalen ontstaan echter niet alleen tijdens de energiestofwisseling, maar ook bij immunologische reacties, ontgiftingsreacties en andere organische processen. Het zuurstofradicaal is één van de vele soorten vrije radicalen.

Van de normale zuurstof die wij opnemen is 2-3% radicaal, sommige deskundigen zeggen zelfs 5%. Bij metalen veroorzaakt zuurstof het roesten (oxideren). Door indicatie van stoffen, die de vrije radicalen bestrijden, de zogenaamde antioxidanten, gaat men het verouderingsproces tegen, zodat de gezondheid en de levensverwachting kunnen worden verbeterd. Antioxidanten zoals de vitaminen C en E worden zowel preventief als ter behandeling (curatief) ingezet. Antioxidanten zijn in vele preparaten vertegenwoordigd (o.a. Multi Vital-Forte, Vitamine E 500, Vitamine C-1000, Osteonyl). Daarnaast zijn er specialistische preparaten verkrijgbaar, die uitsluitend hoog gedoseerde antioxidanten bevatten (Santioxan).

Bonusan orthomoleculaire specialité’s

Inmiddels omvat het Bonusan assortiment een breed scala orthomoleculaire specialités: het merendeel daarvan is met name bedoeld om voorgeschreven, dan wel geadviseerd te worden door de orthomoleculaire arts of therapeut. De preparaten vereisen een deskundig advies, hetgeen wij zoveel mogelijk met dit vademecum willen ondersteunen. Daarbij dient echter in acht te worden genomen dat de aangeboden informatie onmogelijk geheel compleet kan zijn.

De orthomoleculaire specialités van Bonusan kenmerken zich onder meer door:

* hoogwaardige (natuurlijke) ingrediënten met een hoge biologische beschikbaarheid;

* samenstellingen met een hoge synergistische of complementerende werking;

* waar nodig, hoog gedoseerde bestanddelen;

* met als voornaamste eigenschap een hoge mate van werkzaamheid.

Hypo-allergeen

Bij de samenstelling van de orthomoleculaire specialités is maximaal rekening gehouden met mogelijke allergene reacties van bepaalde bestanddelen. Om deze reden bevatten vrijwel alle producten geen: maïs, soja, gist, gluten, lactose, saccharose, gelatine, dierlijke substanties, conserveermiddelen, synthetische kleur-, geur- en smaakstoffen.

ADH

In tegenstelling tot de opvattingen van de reguliere voedingsleer, schrijft de orthomoleculaire geneeswijze veelal hoge doseringen voor ter verkrijging van een therapeutisch effect. Om enig inzicht te krijgen op de kwantitatieve samenstelling, wordt voor een aantal stoffen de zogenaamde ADH (= de dagelijks aanbevolen hoeveelheid) gehanteerd. U vindt deze op het etiket vermeld van elk product waar vitaminen in verwerkt zitten. Het vermelden van de ADH’s op het etiket of de verpakking is overigens wettelijk verplicht.

Weergave hoeveelheden

In vergelijking met het voorgaande vademecum is gekozen voor een uniforme notatiemethode voor de ingrediënten. We kiezen daarbij voor het weergeven van de daadwerkelijke hoeveelheden vitaminen en elementair mineraal. Als op het etiket van een formule bijvoorbeeld staat: “Vitamine B6 (als pyridoxine HCl) 25 mg” dan bevat de formule eigenlijk 30,5 mg pyridoxine HCl. We declareren echter maar 25 mg, omdat vitamine B6 maar 82% van pyridoxine HCl uitmaakt, de resterende 18% is de HCl. Eenzelfde soort verhaal gaat op voor vitamine B1, vitamine C, vitamine E en alle mineralen. Bij het vergelijken met etiketinformatie uit vorige vademecums kan het er daardoor soms (onterecht) op lijken dat de samenstelling is aangepast.

Synergisme

Bij de absorptie en de stofwisseling van voedingsstoffen werken vaak veel andere (voedings)-stoffen synergistisch. In een aantal orthomoleculaire specialités zijn een aantal belangrijkste cofactoren (voorzover niet aanwezig in Multi Vital-Forte) toegevoegd. Niettemin is de beste manier om in die cofactoren te voorzien een goed, breed multipreparaat bovenop een goede basisvoeding. Om daarom een optimale werking van de orthomoleculaire specialités te waarborgen, wordt geadviseerd dagelijks naast een goede basisvoeding een basissuppletie van Multi Vital-Forte en vitamine C voor te schrijven.

Interacties

Orthomoleculaire specialités kunnen, net als alle andere natuurlijke geneesmiddelen, interacteren met reguliere geneesmiddelen, maar ook met fytotherapeutica of bijvoorbeeld gemmotherapeutica. In dergelijke gevallen is het raadzaam te overleggen met een apotheker.

Zwangerschap en lactatieperiode

Tijdens zwangerschap en/of lactatieperiode is het raadzaam voorzichtig te zijn met het gebruik van natuurlijke specialité’s. Niettemin is het gebruik van bepaalde nutriënten tijdens de zwangerschapsvoorbereiding, zwangerschapsperiode en/of lactatieperiode juist erg aan te raden (zie indicatielijst). Bij die orthomoleculaire specialités waarvoor het gebruik tijdens de zwangerschap of lactatieperiode gecontraïndiceerd is, is dat ook aangegeven.

Alie Wouda vd Tuin
Vreedepeelweg 4
5986 NW Beringe
 
06-41979844
 
 

Statines, fibraten of omega-3 vetzuren bij te hoog cholesterol

Regelmatig eten van vis en noten zijn goed voor hart en bloedvaten,
(het immuunsysteem en de hersenen).
Fibraten zijn reguliere cholesterol verlagers; LDL (slechte) daalt en HDL stijgt. Maar hebben ook bijwerkingen;
spierpijnen,
erectiestoornissen,
lever en galstoornissen en
ze verhogen de homocysteine spiegels.
Homocysteine zorgt weer voor verhoging voor hart en vaatziekten.

Statines verlagen de mortaliteit bij hart patiënten maar hebben ook bijwerkingen;
spierafbraak,
leverstoornissen,
slaap en geheugen stoornissen   of
erectiestoornissen en
remmen de aanmaak van cholesterol.
Cholesterol is een belangrijk onderdeel van de celwanden van al onze cellen, ze maken de celwand

0001Tu

soepeler, maar vooral in spiercellen en zenuwcellen.  Statines zorgen dus voor starre celwanden, dus zwakte en krachtsverlies, geheugenproblemen en zenuwpijnen. Maw ouderdomskwaaltjes. Sporten verergert dit dus alleen maar.

Omega 3 vetzuren zijn goed voor hart en bloedvaten (DHA EPA) , kun je hypertriglyceridemie mee behandelen, komen het beste uit het onderzoek heeft geen bijwerkingen hebben eerder een meer voedend effect op vooral de cellen.
Samenvatting van een artikel van pubmed: en andere artikelen 

%d bloggers liken dit: