Omega 6 vetzuren echt niet zo goed

Zonnebloemolie (linolzuur) waarschuwing

Zonnebloemolie, dat veel linolzuur (omega-6 vetzuur) bevat, blijkt volgens de laatste wetenschapimagepelijke inzichten het risico op hart- en vaatziekten te verhogen. Het is daarom vreemd dat het Voedingscentrum zonnebloemolie nog steeds in de schijf van 5 heeft opgenomen. Gelukkig bestaan er voldoende andere vetten die wel goed zijn voor onze gezondheid
Help anderen met hun gezondheid en deel deze informatie

Zonnebloemolie (omega-6 = linolzuur) verhoogt het risico op hart- en vaatziekten
Zonnebloemolie verhoogt het risico op hart- en vaatziekten

Meervoudige onverzadigde omega-6 vetzuren blijken ongezond
In 2013 komt de NOS met een werkelijk schokkend bericht: “Omega-6 mogelijk ongezond”1. Maar hoe kan dat nu omega-6 is toch een meervoudig onverzadigd vet? Dat was toch, volgens het Voedingscentrum, erg gezond? De NOS schrijft echter: “Een nieuwe analyse van oude data laat zien dat hartpatiënten die verzadigde (dierlijke) vetten door plantaardige onverzadigde vetten met omega-6-vetzuur vervangen een grotere kans hebben om te sterven aan hart- en vaatziekten“,
De NOS besluit dit artikel over omega-6 met: “Volgens de onderzoekers kan deze conclusie grote gevolgen hebben voor dieetadviezen en gezondheidsaanbevelingen wereldwijd.”
De NOS baseert deze uitspraken op een meta-analyse waarin opnieuw gekeken werd naar de gegevens die verzameld waren in de Sydney Diet Heart Study, waarbij in een periode van zeven jaar in totaal 458 deelnemers betrokken waren. In dit onderzoek werd ontdekt dat deelnemers die verzadigd vet door onverzadigd omega-6 vet (linolzuur) vervingen een grotere kans hadden om aan een hart- of vaatziekte te overlijden2. Dat is vreemd want het Voedingscentrum beweert toch al 40 jaar het omgekeerde: “verzadigd vet is verkeerd en onverzadigd vet is oke“.
De reactie van het Voedingscentrum op het bericht van de NOS
Het Voedingscentrum reageert als volgt op de berichtgeving van de NOS: “Omega-6-vetzuren in halvarine, zoals linolzuur, kan je gewoon op brood eten. Een laagje halvarine is juist goed voor je“3. Ze staan dus totaal niet open voor dit nieuwe onderzoek en melden ook: “Eén onderzoek is geen onderzoek“. Het Voedingscentrum “vergeet” hier echter te melden dat er nog een ander groot onderzoek beschikbaar is waarbij meer dan 11.000 personen betrokken waren. In dit onderzoek wordt ook melding gemaakt van de schadelijke effecten van omega-6 op onze gezondheid4.
Zonnebloemolie bestaat voor meer dan 60% uit omega-6 = linolzuur
Zonnebloemolie is opgenomen in de schijf van vijf De meta-analyse die door het Voedingscentrum niet wordt genoemd meldt dat proefpersonen die overschakelden naar omega-6 vetzuren een 13 % hogere kans hadden om ten gevolge van een hart- of vaatziekte te overlijden4. Dit is slecht nieuws voor de Nederlandse bevolking want het meest gegeten meervoudige onverzadigde vet, zonnebloemolie, bevat meer dan 60% omega-6 (linolzuur)5.
Als een geneesmiddel 13% meer doden zou veroorzaken dan zou het uit de handel genomen worden. Dus je zou verwachten dat het Voedingscentrum op zijn minst vraagtekens zet achter producten met zonnebloemolie maar het omgekeerde gebeurt. Omega-6 wordt als gezond aangeprezen en zonnebloemolie wordt zelfs opgenomen in de schrijf van vijf6.
Bovendien geeft het Voedingscentrum Becel Omega3plus het “Ik Kies Bewust logo” terwijl dit product 16 x meer ongezonde omega-6 (zonnebloemolie) bevat dan gezonde omega-37. De naam van dit product is dan ook zeer misleidend.
De gezondheidsraad schrijft over het Ik Kies Bewust logo: “Bij de criteria die voor het Ik Kies Bewust logo worden toegepast vormt het bestaande productassortiment het belangrijkste uitgangspunt* en niet – zoals bij de voedingsvoorlichting – het huidige voedingspatroon in Nederland en de gewenste verbeteringen daarin”8. Met andere woorden het “ik kies bewust logo” wordt gebruikt om de verkoop van een bestaand product te stimuleren en niet, zoals het Voedingscentrum ons doet geloven, de Nederlander gezondere keuzes te laten maken.
Verzadigd vet blijkt het risico op hart- en vaatziekten niet te verhogen

Dus als je verzadigd vet vervangt door onverzadigde omega-6 vetzuren, zoals in zonnebloemolie, dan wordt het risico om te sterven ten gevolge van een hart- en vaatziekte groter. Maar hoe zit het dan met het advies van het Voedingscentrum “Onverzadigd vet = Oké en Verzadigd vet = Verkeerd” dat al decennia lang wordt gegeven?9,10. Het antwoord hierop is zeer onthutsend. Dit advies blijkt verkeerd te zijn. Onderzoek geeft namelijk aan da er geen relatie is tussen de inname van verzadigd vet en hart- en vaatziekten.
Drie grote meta-analyses waarbij 1,3 miljoen personen betrokken waren concluderen dat verzadigd vet de kans op hart- en vaatziekten niet vergroot11-13. Dus als u het advies van het Voedingscentrum volgt en denkt dat verzadigd vet slecht is en onverzadigd vet goed dan maakt u de verkeerde voedingskeuzes en heeft u een hoger risico op hart- en vaatziekten.
Omega-6 / omega-3 ratio is belangrijk als het om uw gezondheid gaat

Oergenetisch gezien is een optimale verhouding 1 : 1
Hoe kan het op het gebied van voedingsadvies zo fout gaan in Nederland? Een onderzoek uit 2010 laat heel goed zien hoe dat komt4. De conclusie van het onderzoek is dat de kans op een hart- en vaatziekten:
met 22% OMLAAG ging in de groep die zowel omega-3 als omega-6 gebruikten
en met 13% OMHOOG ging in de groep die alleen omega-6 gebruikten

Essential Fats That May Help Regulate Inflammation

The Omega Balance: : Getting Smart about Inflammation
Omega-3 en omega-6 zijn beide essentiële vetzuren. Het lichaam kan deze vetten dus niet zelf maken maar moeten uit voeding verkregen worden. We hebben deze vetzuren beide nodig maar wel in een de juiste verhouding. Dus als je onbewust voedingskeuzes maakt waardoor je voornamelijk omega-6 binnen krijgt gaat het fout.
Genetisch lijken we nog heel erg op de oermens14. We zijn daardoor eigenlijk nog steeds niet aangepast op het huidige westerse voedingspatroon15. En dat betekent dat een omega-6 / omega-3 ratio oergenetisch gezien 1:1 optimaal voor ons zou zijn16,17. Helaas is de verhouding omega-6 / omega-3 in onze voeding opgelopen tot een ongezonde 16 : 116. Sommige onderzoeken spreken zelfs over een verhouding van 25 : 117 Dat is slecht nieuws want een hoge omega-6 / omega-3 ratio verhoogt het risico op ernstige ziekten zoals hart- en vaatziekten en botontkalking18.
Misschien denkt u, ik eet gezond dus mijn omega ratio zal goed zijn. Maar zelfs als u de zonnebloemolie heeft weg gegooid kunt u toch nog veel omega-6 binnen krijgen. Bijvoorbeeld via brood. De omega-6 inname is door verschillende oorzaken de laatste jaren drie keer zo groot geworden19.
Omega-3 remt ontsteking, omega-6 bevordert ontsteking
Hoe kan het dat een hoge omega-6 / omega-3 ratio zo slecht voor ons is? Het zijn tenslotte beide essentiële vetzuren, we hebben ze toch nodig! Dat komt omdat omega-3 vetzuren ontstekingsreacties in het lichaam remt en omega-6 de ontstekingsreacties bevordert20-24. Een hoge omega-6 / omega-3 ratio kan zelfs een laaggradige systemische ontsteking in het lichaam op gang brengen waardoor het risico op bijvoorbeeld diabetes type 2 toeneemt24,25. Het zal u misschien niet verbazen dat door een hoge inname van linolzuur (omega-6) in zonnebloemolie het risico op atherosclerose, een ziekte die wordt veroorzaakt door een laaggradige ontsteking, wordt verhoogd26-32. Atherosclerose is de oorzaak van vele vormen van hart- en vaatziekten.
Gezonde voedingskeuzen

Gebruik geen zonnebloemolie
Gebruik meer olijfolie

Zonnebloemolie bevat veel te veel linolzuur dat het risico op hart- en vaatziekten verhoogt. Daarom is het beter om olijfolie te gebruiken. Olijfolie is een onderdeel van de mediterrane voeding. Er zijn heel veel wetenschappelijke publicaties beschikbaar die aantonen dat het gebruik van olijfolie het risico op hart- en vaatziekten vermindert36-41. Het is niet verstandig om olijfolie sterk te verhitten. U moet ruim onder de rookgrens blijven. Als u met een hogere temperatuur wilt bakken kunt u beter roomboter of kokosvet gebruiken.
Gebruik ook kokosvet

Er zijn verschillende onderzoeken die aangeven dat kokosvet het risico op een hart- vaatziekten verlaagt44-46. Kokosvet is een Medium Chain Triglyceride (MCT). Het is dus geen verzadigd vet maar ook geen onverzadigd vet. Kokosvet zit er eigenlijk tussen in46. Het Voedingscentrum geeft over kokosvet het verkeerde advies. Ze schrijven: “Kokosvet bevat het meeste verzadigd vet van alle vet- en oliesoorten. Verzadigd vet staat erom bekend niet goed te zijn voor de gezondheid. Het verhoogt het risico op hart- en vaatziekten“49. Met deze uitspraak maakt het Voedingscentrum twee fouten: (1) verzadigd vet verhoogt het risico op hart- en vaatziekten niet en (2) kokosvet is geen verzadigd vet maar een MCT50.
Natuurlijke behandeling van (chronische) ziekten: Becel omega-3 plus is erg ongezond
Bevat 16 x meer ongezonde omega-6 dan gezonde omega-3
Ook als je wilt afvallen is kokosvet een goede keuze. Het verhoogt de verbranding waardoor u per dag meer calorieën verbrandt47,48. Kokosvet kan, net als roomboter, bij het bakken en braden gebruikt worden. Kokosvet blijft ook bij hoge temperaturen stabiel. Kokosvet kan met en zonder kokossmaak worden gekocht.
Gebruik geen margarine maar roomboter
Margarines worden van zonnebloemolie (linolzuur, omega-6) gemaakt door middel van hydroginering34. Een hoge inname van zonnebloemolie verhoogt, zoals u heeft kunnen lezen, het risico op hart- en vaatziekten. Margarines bevatten ook transvetten. Deze schadelijke vetten ontstaan als er van een olie een smeerbare margarine wordt gemaakt33. Transvetten zijn zeer schadelijk voor onze gezondheid en zouden mogelijk het risico op hart- en vaatziekten en diabetes type 2 kunnen verhogen36,37. Een grote meta-analyse geeft dan ook aan dat transvetten het best vermeden kunnen worden door margarines te laten staan35.
Er blijkt geen relatie te bestaan tussen verzadigd vet en hart- en vaatziekten. Gebruik daarom geen margarine maar roomboter voor uw boterham en gebruik ook roomboter voor het bakken en braden. Roomboter is een verzadigd vet dat zeer stabiel blijft, ook bij hoge temperaturen.
Eet meer omega-3 vetten en minder omega-6
Er zijn twee belangrijke groepen omega-3 vetzuren, de plantaardige alfa linoleenzuur (ALA) en de visvetten eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA)51. De plantaardige ALA komt voor in vlaszaadolie en in groene bladgroente zoals spinazie, maar ook in walnoten. ALA moet in het lichaam worden omgezet in EPA en DHA voordat het nuttig gebruikt kan worden. Gemiddelde omzettingspercentages liggen rond 6% voor de omzetting van ALA naar EPA en 3.8% voor de omzetting naar DHA. Bij een hoge omega-6 vetzuurinname dalen deze gemiddelde percentages met 40-50%51. Plantaardige omega-3 is dus niet echt effectief bij het verlagen van de omega-6 / omega-3 ratio. U kunt beter kiezen voor visvetten.
Eet minder brood: alle granen, dus ook brood, bevatten veel omega-6 vetzuren. Als u uw vetzuren in balans wilt brengen is het daarom verstandig om minder brood te eten.
De visvetten EPA en DHA verlagen het risico op hart- en vaatziekten52-56. 2 – 3 maal vette vis per week is aan te bevelen. Als u geen vis lust dan is het verstandig om een visoliesupplement te gebruiken. Want ook van visoliesupplementen is bewezen dat het het risico op hart- en vaatziekten verlaagd56.
Overweeg mediterrane of paleontische voeding
Over mediterrane voeding zijn vele wetenschappelijke publicaties beschikbaar die melden dat deze voedingswijze zeer gezond is57-63. De mediterrane voedingswijze blijkt bijvoorbeeld het risico op een hart- en vaatziekten te verlagen57-60. Maar dat is niet het enige gezonde aspect van de mediterrane voedingswijze, het blijkt ook het risico op het metabole syndroom en diabetes type 2 te verlagen61,62. Het metabole syndroom wordt gezien als het voorstadium van diabetes type 2.
Overweeg de mediterrane voeding
Mediterrane voeding is rijk aan groenten, fruit, granen, peulvruchten, vis en olijfolie en bevat weinig vlees en zuivelproducten
De Universiteit van Wageningen schrijft over de mediterrane voeding het volgende “Ouderen die zgn. Mediterrane voeding gebruiken, leven gemiddeld langer dan generatiegenoten die een ‘gewoon’ voedingspatroon hebben“63. Dus het is beslist niet “te laat” als u besluit op deze manier te gaan eten.
Boerenkool met worst: Er zijn geen onderzoeken beschikbaar die melden dat de typische Nederlandse voeding gezond is. Er zijn wel onderzoeken die aangeven dat bewerkt vlees zoals rookworst, het risico op darmkanker vergroot. De NOS meldt in 2015: “Volgens de WHO verhoogt het dagelijks eten van 50 gram bewerkt vlees de kans op het ontwikkelen van darmkanker met 18 procent ten opzichte van mensen die niet zo veel bewerkt vlees eten”. Het is maar dat u het weet66,67.
U kunt ook een paleontische voedingswijze adopteren. Dan eet u in harmonie met uw (oer)genen. Tenslotte lijken we als mens genetisch nog steeds als twee druppels water op de oermens. Een paleontische voedingswijze verlaagt ook het risico op hart- en vaatziekten65
PubMed wordt gebruikt als bron voor het onderzoek
Wetenschappelijk onderzoek over zonnebloemolie

Alle beweringen in dit artikel worden met wetenschappelijk onderzoek onderbouwd. De kleine cijfertjes op deze pagina geven aan welk onderzoek gebruikt werd. U kunt dit onderzoek online nalezen op de pagina wetenschappelijk onderzoek.

bron: pilliewillie

Krillolie Orthomoleculaire therapie

Inleiding

Krillolie wordt geproduceerd uit krill. Dit is het zoöplankton dat bestaat uit kleine garnaalachtige schaaldiertjes (Euphasia Superba) die een gemiddelde lengte hebben van 16 mm. Ze leven in grote aantallen in de koude poolwateren. Afbeelding

Doordat krill laag in de voedselketen staat en geoogst wordt in de zuivere oceaan rondom Antarctica is de olie van nature arm aan zware metalen, PCB’s en andere contaminanten. Krillolie wordt het best gewonnen zonder dat de olie blootgesteld wordt aan hoge temperaturen. Hierdoor blijven de belangrijke fosfolipiden in de olie volledig intact; er treedt geen vetzuurperoxidatie op. Krillolie bevat de meervoudig onverzadigde vetzuren EPA en DHA in een zeer hoogwaardige kwaliteit. De hoge antioxidatieve eigenschappen van deze olie dragen bij aan stabiliteit van krillolie.

Krillolie is een uniek voedingssupplement doordat drie belangrijke nutriëntengroepen zijn verenigd:

  • omega-3-vetzuren (EPA , DHA en alfalinoleenzuur)
  • fosfolipiden antioxidanten,
  • met name astaxanthine

Omega-3-vetzuren Krillolie bevat ongeveer 15 keer meer omega-3-vetzuren dan omega-6-vetzuren en bestaat voor minimaal 30% uit omega-3- vetzuren. Belangrijk verschil met visolie is dat deze vetzuren in krillolie in de fosfolipidenvorm voorkomen. Visolie kenmerkt zich namelijk door EPA en DHA in de vorm van triglyceriden. Fosfolipiden beschermen alle celstructuren en zijn het medium waarin receptoren, transporteiwitten, ionkanalen en andere belangrijke celproteïnes functioneren. Belangrijke groepen fosfolipiden zijn fosfatidylcholine, fosfatidylserine, fosfatidylinositol en fosfatidylethanolamine. Al deze groepen zijn vertegenwoordigd in krillolie en gebonden aan EPA en DHA. Dit in tegenstelling tot plantaardige fosfolipiden, die uitsluitend gebonden zijn aan de vetzuren linolzuur en alfalinoleenzuur.

De fosfolipiden vorm in krill komt overeen met onze lichaamseigen vorm. Dit is zeer belangrijk voor de bouw, functie en bescherming van onze celmembranen in het algemeen en onze zenuw- en hersencellen in het bijzonder. De hersenen zijn namelijk het meest fosfolipidenrijke weefsel van het lichaam en bevatten veel fosfatidylcholine, fosfatidylserine en DHA.
Krillolie bevat ook (circa 10%) sfingomyeline, de belangrijkste component van de myelineschede rondom zenuwen.

In fosfolipiden zijn essentiële vetzuren, choline en een fosfaatgroep gebonden aan een glycerolmolecule. In deze vorm heeft het molecule een hydrofiele kop en een hydrofobe staart (bestaande uit twee vetzuurmoleculen). De kop heeft een voorliefde voor een waterig milieu en de staart voor een vettig milieu. In het lichaam gaan fosfolipiden daarom met hun staarten naar elkaar toe zitten, en vormen zo een dubbele laag; de celmembraan. Alle celmembranen van alle cellen in het lichaam, maar ook die van diverse organellen in de cel, zoals het mitochondrium, liposomen en het endoplasmatisch reticulum bestaan allemaal voor het overgrote deel uit fosfolipiden.

Antioxidatieve eigenschappen Krillolie bezit krachtige antioxidatieve eigenschappen, mede door de grote biologische beschikbaarheid van de aan fosfolipiden gebonden antioxidanten. De belangrijke antioxidanten zijn vitamine E, bètacaroteen en carotenoïden als canthaxanthine en astaxanthine. Beide laatste stoffen zijn beter (ongeveer 50% effectiever) dan bètacaroteen, luteïne en lycopeen in het voorkomen van vetzuurperoxidatie. Astaxanthine is het belangrijkste rode pigment in zeedieren. Het geeft onder andere zalm en garnalen hun roze kleur. Astaxanthine beschermt de vetzuren in de celmembraan tegen het singlet-zuurstofradicaal en remt tevens de productie van diverse proïnflammatoire substanties zoals iNOS (induceerbaarbaar stikstofoxidesynthase), PgE2 en TNF-alfa. Astaxanthine kan de bloed- hersenbarrière passeren en is daarom mogelijk ook een belangrijk antioxidant in hersenweefsel. Naast deze carotenoïden bevat krillolie een kleine hoeveelheid vitamine A van maximaal 70 microgram per gram krillolie en een nieuw ontdekt flavonoïde met een molecuulstructuur die lijkt op die van luteoline.

Inname en biologische beschikbaarheid Door hun speciale structuur (vetoplosbare kant en wateroplosbare kant) vormen fosfolipiden in oplossing

gemakkelijk emulsies. Daardoor is de absorptie van de krillolievetzuren in het darmkanaal makkelijk. Na inname van krillolie vindt men in de lymfe een aanzienlijk hogere EPA- en DHA-waarde in vergelijking met een vergelijkbare hoeveelheid visolie. Vanwege de fosfolipidenstructuur worden deze vetzuren ook gemakkelijker ingebouwd in de celmembraan en de membranen van andere celonderdelen. Een bijkomend voordeel is dat krillolie in het algemeen na inname niet opboert en geen vervelende nasmaak geeft.

INDICATIES In principe kan krillolie worden ingezet bij alle indicaties waar visolie wordt ingezet. Krillolie is veelbelovend en blijkt tot dusver een therapeutische meerwaarde te hebben in vergelijking met visolie. Krillolie kan worden ingezet bij PMS (premenstrueel syndroom) en alle chronische inflammatoire aandoeningen kenmerkend voor beschavingsziekten zoals het metabole syndroom, diabetes-type-2, hart- en vaatziekten, osteoartritis en reuma. Gezien het hoge gehalte aan belangrijke fosfolipiden zou krillolie bijzonder geschikt kunnen zijn wanneer de behandeling zich richt op neurologische en mentale functies.

Er zijn reeds een aantal studies gedaan waar specifiek krillolie is onderzocht.

● Een randomised clinical trial onder 70 vrouwen verminderde in drie maanden tijd alle emotionele symptomen

van PMS, zoals onrust, stress, geïrriteerdheid en depressie. De eerste maand kreeg de krillolie-groep dagelijks 2 gram krillolie. De volgende twee maanden werd de dosering gedurende 10 aansluitende dagen per maand ingenomen; 8 dagen vóór en 2 dagen tijdens de menstruatie. Dagelijks 2 gram standaard visolie bleek niet effectief [5].

● Een 12-weken-durende randomised clinical trial liet zien dat een dosering van 1 gram krillolie per dag resulteerde in een daling van het totaal cholesterol (13%), LDL-cholesterol (32%) en triglycerides (11%). Het HDL- cholesterol steeg met 44%. Inname van 500 mg per dag in de periode daarna bleek in staat deze parameters binnen gezonde grenzen te houden. Het effect van de krillolie overtrof ruim dat van visolie [6].

● Krillolie (300 mg per dag) bleek in een 30 dagen durende randomised clinical trial onder 90 patiënten met een cardiovasculaire aandoening en/of reuma en/of osteoartritis de CRP-waarde al na 14 dagen met 29,7% te laten dalen terwijl deze in de placebogroep met 30% steeg. De conclusie luidde dat 300 mg krillolie al na 7 dagen significant ontstekingen remt en pijn reduceert met 28,9%, stijfheid met 20,3% en functiebeperking met 22,8% [7].

● In-vivo en in-vitro onderzoek wijst op het potentieel gunstige effect van krillolie op het beheersen van serumlipiden bij diverse aandoeningen, maar ook op het proliferatieremmende effect in een kweek van darmkankercellen [8].

● Krillolie (2 gram per dag) verhoogt bij mannen en vrouwen met overgewicht en obesitas significant de plasmaconcentraties van EPA en DHA zonder ongemakken, bijwerkingen of negatieve effecten op stofwisselingsparameters [9].

● Bij muizen op een vetrijk dieet verminderde krilloliesuppletie significant de hepatomegalie (levergrootte) en hepatosteatosis (leververvetting) als gevolg van een dosisafhankelijke reductie van levertriglyceriden en cholesterol. Serumcholesterol en het bloedglucose daalde aanzienlijk terwijl het anti-inflammatoire adiponectine steeg. Krillolie kan van therapeutische waarde zijn voor patiënten met het metabool syndroom en/of een niet-alcoholische leververvetting [10].

● Bij muizen bleek een positieve associatie tussen verhoogde endocannabinoïden-concentraties en het metabool syndroom. Stijging van endocannabinoïden gaat samen met een stijging van arachidonzuur in membraanfosfolipiden. Krilloliesuppletie leidde evenals visoliesuppletie tot een verlaging van levertriglyceriden en een lagere respons van peritoneale macrofagen op een inflammatoire stimulus. Krillolie had bijkomend ook een daling van harttriglyceriden tot gevolg. Deze effecten gingen samen met lagere endocannabinoïden-concentraties in het viscerale vet, de lever en het hart. Dit is geassocieerd met een lagere dichtheid van arachidonzuur in de celmembraanfosfolipiden [11].

Meer weten neem dan contact met me op

CONTRA-INDICATIES Krillolie wordt afgeraden indien er sprake is van een allergie voor schaaldieren. BIJWERKINGEN Er zijn geen bijwerkingen bekend
INTERACTIES Interacties kunnen optreden met bloedverdunnende medicatie
DOSERING Dagelijks 500 tot 1000 mg tijdens of vlak na de maaltijd innemen.

REFERENTIES 1. Scientific Opinion of the Panel on Dietetic Products Nutrition and Allergies on a request from the European
Commission on the safety of ‘Lipid extract from Euphasia superba’ as food ingredient. The EFSA Journal (2009)938, 1-16 2. Logan AC. Neurobehavioral Aspects of Omega-3 Fatty Acids: Possible Mechanisms and Therapeutic Value in
Major Depression. Alternative Medicine Review. 2003;(8)4:410-25 3. Kidd PM. Omega-3 DHA and EPA for Cognition, Behavior, and Mood: Clinical Findings and Structural-
Functional Synergies with Cell Membrane Phospholipids. Alternative Medicine Review. 2007;(12)3:207-227 4. Kidd PM. Integrated Brain Restoration after Ischemic Stroke – Medical Management, Risk Factors, Nutrients, and other Interventions for Managing Inflammation and Enhancing Brain Plasticity. Alternative Medicine Review. 2009;(14)1:14-35 5. Sampalis F, Bunea R, Pelland MF, et al. Evaluation of the Effects of Neptune Krill OilTM on the Management of
Premenstrual Syndrome and Dysmenorrhea. Alternative Medicine Review. 2003;(8)2:173-79 6. Bunea R, El Farrah K, Deutsch L. Evaluation of the Effects of Neptune Krill Oil on the Clinical Course of
Hyperlipidemia. Altern Med Rev. 2004 Dec;9(4):420-8 7. Deutsch L. Evaluation of the effectsof Neptune Krill Oil on Chronic Inflammation and Arthritic symptoms. J of
the American College of Nutrition, 2007;(26)1:39-48 8. Jia-Jin Zhu, Jia-Hui Shi, Wen-Bin Qian, et al.Effects of Krill Oil on serum lipids of hyperlipidemic rats and human
SW480 cells. Lipids in Health and Disease 2008;7:30 9. Maki KC, Reeves MS, Farmer M, et al. Krill oil supplementation increases plasma concentrations of eicosapentaenoic and docosahexaenoic acids in overweight and obese men and women. Nutr Res. 2009
Sep;29(9):609-15 10. Tandy S, Chung RW, Wat E, et al. Dietary krill oil supplementation reduces hepatic steatosis, glycemia, and hypercholesterolemia in high-fat-fed-mice. J Agric Food Chem. 2009 Oct 14;57(19):9339-45 11. Batetta B, Griinari M, Carta G, et al. Endocabinoids may mediate the abilty of (n-3) fatty acids to reduce ectopic fat and inflammatory mediators in obese Zucker rats. J Nutr. 2009 Aug;139(8):1495-501.

Statines, fibraten of omega-3 vetzuren bij te hoog cholesterol

Regelmatig eten van vis en noten zijn goed voor hart en bloedvaten,
(het immuunsysteem en de hersenen).
Fibraten zijn reguliere cholesterol verlagers; LDL (slechte) daalt en HDL stijgt. Maar hebben ook bijwerkingen;
spierpijnen,
erectiestoornissen,
lever en galstoornissen en
ze verhogen de homocysteine spiegels.
Homocysteine zorgt weer voor verhoging voor hart en vaatziekten.

Statines verlagen de mortaliteit bij hart patiënten maar hebben ook bijwerkingen;
spierafbraak,
leverstoornissen,
slaap en geheugen stoornissen   of
erectiestoornissen en
remmen de aanmaak van cholesterol.
Cholesterol is een belangrijk onderdeel van de celwanden van al onze cellen, ze maken de celwand

0001Tu

soepeler, maar vooral in spiercellen en zenuwcellen.  Statines zorgen dus voor starre celwanden, dus zwakte en krachtsverlies, geheugenproblemen en zenuwpijnen. Maw ouderdomskwaaltjes. Sporten verergert dit dus alleen maar.

Omega 3 vetzuren zijn goed voor hart en bloedvaten (DHA EPA) , kun je hypertriglyceridemie mee behandelen, komen het beste uit het onderzoek heeft geen bijwerkingen hebben eerder een meer voedend effect op vooral de cellen.
Samenvatting van een artikel van pubmed: en andere artikelen 

Olie

De meervoudig onverzadigde vetzuren kunnen worden onderverdeeld in twee grote families: de omega-3 familie (alfa-linoleenzuurgroep) en de omega-6 familie (linolzuurgroep). Omdat het lichaam deze vetzuren niet zelf kan aanmaken moeten omega-3 en omega-6 vetzuren via de voeding worden binnengekregen. Deze essentiële vetzuren werden vroeger ook wel vitamine F genoemd.
In de twintigste eeuw is de verhouding tussen omega-3 en omega-6 vetzuren in de voeding sterk opgeschoven in de richting van omega-6 vetzuren. Het toenemend gebruik van plantaardige oliën en vetten, die rijk zijn aan omega-6 vetzuren, stimuleert de vorming van arachidonzuur, ten koste van EPA en DHA. Arachidonzuur zelf is in de westerse voeding overvloedig aanwezig door het vleesgebruik. Geschat wordt dat de verhouding tussen omega-6 en omega-3 vetzuren in de westerse voeding ongeveer 20-25:1 is. Onderzoekers stellen dat een verhouding van ongeveer 5:1 wenselijker is. Evolutionair gezien heeft de mens (en zijn voorlopers) miljoenen jaren omega-6 en omega-3 in een verhouding van (waarschijnlijk) 1:1 geconsumeerd.
Het enzym delta-6-desaturase reguleert zowel de omzetting van linolzuur naar DGLA als de omzetting van ALA naar (uiteindelijk) EPA. Bij een overmaat van linolzuur heeft dat tot gevolg dat ALA het enzym nauwelijks meer kan gebruiken, en er dus nauwelijks meer EPA en DHA wordt gevormd. Dit enzym is sowieso al de langzaamste stap in de keten en de werking van dit enzym wordt ook nog eens geremd door vele factoren in de voeding (o.a. transvetzuren, verzadigde vetten, tekorten aan zink, magnesium en/of vitamine B6, alcohol) en metabole factoren (anticonceptiepil, hypercholesterolemie, diabetes, bepaalde medicijnen). Dit heeft tot gevolg dat in onze westerse samenleving veel mensen zelf nauwelijks meer GLA en EPA kunnen vormen, en dat deze vetzuren dus via de voeding moeten worden aangevoerd.
De indicatiegebieden van de omega-3 drinkolie zijn gelijk aan die van de DHA Forte en de EPA Forte. Omdat essentiële vetzuren vaak hoog gedoseerd moeten worden (tot meerdere grammen EPA + DHA per dag) is het nemen van de omega-3 drinkolie vaak een meer praktische toedieningsvorm dan vele capsules per dag. Naarmate de nadruk in de therapie op EPA, DHA dan wel GLA ligt, kan het gebruik van de drinkolie worden aangevuld door het nemen van repectievelijk EPA Forte, DHA Forte of Prim Omega.

Online kunnen deze middelen worden bestelt