Mindfulness

Mindfulness

Een goede gezondheid betreft het hele individu     Mensen hebben de vreemde neiging om de hele dag na te denken over zaken waar ze vaak toch niets aan kunnen veranderen. Door te veel te denken en teveel in je hoofd te gaan zitten raak je echter steeds meer vervreemd van je gevoel. Vaak houden we rekening met wat anderen van ons denken en wat anderen van ons verwachten. Daardoor zijn we vervreemd geraakt van wie we nu zelf eigenlijk zijn. En vooral van wat we nu zelf eigenlijk  belangrijk vinden. Je hebt het gevoel dat je geleefd wordt en je vraagt je af : Is dit nu alles? of  Wat wil ik nu echt?
We leven het leven op een manier wat van ons wordt verwacht maar maakt dat ons gelukkig? Het antwoord op deze vragen ligt uiteindelijk in onszelf opgesloten. Het vergt aandacht en geduld om erbij te komen. Vaak is het antwoord weggezakt in ons onderbewustzijn. We weten en voelen niet meer bewust wat we zelf nodig hebben om gelukkig te worden.

Test hier je mensbeeld

Wat doet Mindfulness : Mindfulness is niets meer dan het loslaten van al die verwachtingen, oordelen en regels de we onszelf opleggen, zodat we de wereld weer helemaal kunnen ervaren. Met mindfulness leer je om rustiger en weer zelfbewuster te worden. Om weer aandacht te hebben en te genieten van de simpele dingen in het leven. Gewoon door bewust aandachtig te zijn voor wat er NU op dit moment is. Hierdoor ga je ook weer tijdig stressverschijnselen en stress reacties herkennen.
Onder invloed van Stress verandert namelijk je belevingswereld. Je denken, voelen en waarnemen verandert en je reageert hierdoor ook anders. Je voelt namelijk niet meer wat je nodig hebt of wat goed voor je is. Als Life en Mindfulness Coach heb ik geleerd om te vertrouwen op mijn intuïtie en gevoel. Om me niet meer te laten meeslepen in het drama van het leven maar om aanwezig te zijn in het hier-en-nu en me regelmatig af te vragen wat is NU het probleem

Data voor cursussen

Nadelen van DCA

Dichloorazijn werd bij kanker als een alternatief middel aanbevolen door de arts Huppes. Internist dr. Wim Huppes kreeg zijn prostaatkanker stadium IV onder controle met o.a. het toepassen van DCA – Dichloroacetic Acid. Nu, nadat een hele serie patienten dat middel gebruikten, waarschuwt Huppes zelf voor het gebruik ervan op een website over kanker. We citeren zijn recente visie:

Wim Huppes te Hilversum
Slechte resultaten met dichloorazijn therapie bij kanker
Naar aanleiding van mijn eigen, zeer goede ervaring met dichloorazijn bij de behandeling van mijn eigen prostaatkanker, heb ik met ongeveer 80 mensen met kanker verhalen uitgewisseld. Van deze 80 mensen heb ik van zes mensen een medisch helder bericht gehad hoe het hen is vergaan. Zij hebben het dichloorazijn meerdere keren ingenomen in voldoende hoge dosis om een krachtig effect te mogen verwachten.
Helaas had geen van deze mensen de volledige genezingsreactie die ikzelf heb mogen ervaren. Er was bij drie mensen zelfs geen enkele reactie van de kanker. Bij drie andere mensen was er een gedeeltelijke reactie van de kanker.
Dichloorazijn therapie resultaten (met hoge doses dichloorazijn).
Ikzelf
Genezen, sinds 6 maanden geen spoor meer van kanker
Drie andere mensen
Eerst beetje beter, dan weer achteruitgang
Weer drie andere mensen
Geen enkel effect, kanker groeit gewoon door

Ondanks de hogere dosis van 90 mg per kilo (soms 60 mg per kilo) lichaamsgewicht zijn deze resultaten vergelijkbaar met die uit de Verenigde Staten, waar 25 mg per kilo lichaamsgewicht dichloorazijn werd gebruikt. (thedcasite.com)

Overigens is bij niemand plotseling een ernstige bijwerking opgetreden. Bij 1 iemand is de ernstige bijwerking opgetreden van tintelingen in vingers en tenen en spierschokken aan de voeten en onderbenen. Echter, deze bijwerking trad geleidelijk op, bij het steeds weer nemen van dichloorazijn. Wegens de relatief goede reactie van de kanker wilde deze persoon, tegen medisch advies in, toch doorgaan met de dichloorazijn behandeling. De kwaliteit van leven was verder goed, en in het licht van de dood zal eenieder hiervoor begrip moeten hebben.
CONCLUSIE
Deze resultaten met dichloorazijn bij de behandeling van kanker zijn zo slecht dat ik iedereen op het hart moet drukken zo niet verder te gaan.
 
OPINIE
Ook al zijn de resultaten van de meeste cytostatica en bestralingsbehandelingen volgens richtlijnen slechter of vergelijkbaar, is dit in mijn ogen nog geen reden om een therapie uit te proberen die geen kans op genezing biedt. Er zijn talloze middelen tegen kanker nog niet uitgeprobeerd die genezing zouden kunnen geven. Zie ook mijn boek ‘We zijn de klos’ (Veen Magazines).
De website http://dca.web-log.nl/dca_kanker_genezen_met_ch/2008/06/kanker-gaat-alt.html
geeft nog de positieve invalshoek voordat Huppkes zijn visie herriep.

Wat hieruit te leren?

Als het gaat om chemische/farmaceutische middelen die bij kanker werkzaam zouden zijn, is de enige zekere weg om dat te analyseren via de klassieke weg van dieronderzoeken, fase IIa studies, vervolgens fase IIb en fase III studies. Als het kankermiddel geen ernstige bijwerkingen heeft, dan dient ook fase I (gezonde vrijwilligersstudies) doorlopen te worden.

Er is geen shortcut! Dat zien we aan deze casus. Een zwaluw maakt geen lente! Kanker is een grillig proces en bij sommigen zien we zelfs spontane genezingen. Als een spontane genezing plaatsvindt als iemand iets buitennissigs tot zich neemt betekent dat dus helemaal niet dat een genezing bewijzend is voor de werking van dat buitennissige stofje.

Voorts verwijzen we naar de special op deze website over DCA, en de laatste wetenschappelijke gegevens daaromtrent.

Bron

Suiker en Kanker: Is er een verband?

De feiten over suiker en kanker kan verwarrend zijn. Vaak wordt het op zo’n manier gepresenteerd die misleidend en angst inboezemt  bij mensen met kanker. Echter, als je je verdiept in de wetenschap achter de verbanden tussen wat we eten en het risico op kanker, kun je een verstandige voeding’s keuze maken voor een betere gezondheid.

Het gaat er niet om dat dat suiker kanker voedt, suiker voedt elke cel in ons lichaam. Ons lichaam heeft glucose, of eenvoudige suiker nodig voor de energie. Zelfs al zou je  een kleine hoeveelheid aan suiker  uit uw dieet halen, dan zal je lichaam suiker uit andere bronnen, zoals eiwitten en vet te maken.

Dus kankercellen hebben suiker nodig om te groeien, net zoals gezonde cellen dat ook nodig hebben.

Moet ik me zorgen maken over suiker zijn?  Het is een goed idee om de hoeveelheid eenvoudige suikers te beperken,  wanneer je veel suikers eet,  produceert je lichaam veel insuline.

Insuline is een natuurlijke stof die door het lichaam zelf wordt gemaakt. Insuline kan cellen laten groeien. In eenvoudige termen, kan insuline de celgroei bevorderen. Voor gezonde cellen is dit is een goede zaak. Dit komt omdat cellen in je lichaam moeten groeien, delen, sterven en worden vervangen, dit als een onderdeel van het natuurlijke proces van het leven. Echter, kunnen we kankercellen aanmoedigen tot groeien, wanneer ons lichaam te veel insuline krijgt. Conclusie: terwijl een deel van de insuline in het lichaam normaal is, kan overmatige insuline kankercellen stimuleren om te groeien, wat dus geen goede zaak is (1-6).

Samengevat, suiker is niet  het “voer” voor kankercellen. Maar kunnen te veel suiker ons lichaam  te veel insuline laten produceren wat dus niet goed voor de gezondheid.

Moet ik vermijden alle suiker?

Je hoeft niet elke bit van suiker in uw dieet te vermijden. Ook moet je voorkomen dat alle koolhydraten. In feite is de beste bron voor gezonde, complexe koolhydraten zoals groenten, fruit, volle granen en peulvruchten (bonen), zijn de zeer voedingsmiddelen die lijken kanker beste te bestrijden (7-17). Dus als je het niet nodig hebt om alle suiker en andere koolhydraten te vermijden, wat is het antwoord?

Er zijn drie andere dingen in het dieet dat kan helpen bij het verminderen van de hoeveelheid insuline geproduceerd door het lichaam wanneer je eet suiker en koolhydraten. Dit zijn eiwitten, vetten en vezels. Wanneer gegeten samen met zelfs de meest eenvoudige suikers, deze drie punten te helpen het lichaam om minder insuline te maken in reactie op eenvoudige suiker.

Als je suiker eet met wat eiwit, wat vet, of een vezel, zal je lichaam niet produceren zo veel insuline. Het eten van deze andere voedsel helpt je lichaam suiker proces langzamer, en dit betekent dat uw lichaam niet overproductie van insuline. Kortom, eiwitten, vetten, vezels en helpen je lichaam proces suiker in een meer gezonde manier.

Aanbrengen van de informatie voor u werken

Voor een voorbeeld van hoe dit werkt, na te denken over fruit en vruchtensap. De hoeveelheid insuline die uw lichaam maakt na het eten van een stuk fruit is veel lager dan de hoeveelheid insuline geproduceerd wanneer u vruchtensap drinken. Hele vrucht bevat vezels en dat vezels helpt evenwicht uit de suiker in fruit.

Voor een ander voorbeeld, na te denken over het eten van specifieke voedingsmiddelen samen aan een gezondere snack of maaltijd te krijgen. In plaats van twee stuks fruit als snack, probeer dan met een stuk fruit en een klein handvol noten. De noten bevatten eiwit, vet en vezels. Deze drie dingen helpen je lichaam insuline in evenwicht.

The Bottom Line

Het belangrijkste punt is dat suiker zelf is niet slecht. Echter, te veel suiker, zonder voldoende eiwitten, vetten en vezels om het uit evenwicht te brengen, kan ons lichaam veroorzaken te veel insuline aan te maken. Het is niet de suiker, maar de insuline dat problemen voor aansporen kanker celgroei (18-33) zijn. Om dit te voorkomen, moet u de eenvoudige suiker in uw dieet te beperken. Er is geen behoefte aan een streng dieet te volgen en afzweren elk dessert. De sleutel is matiging. Gebruik de volgende tips om jezelf te vinden van een gezond evenwicht met je eten keuzes:

Stick met natuurlijk voorkomende suiker, zoals de suiker die in fruit. Dit is een veel gezondere optie dan verwerkte suiker die wordt gevonden in snoep, gebak, desserts, taart en gebak.
Vermijd geconcentreerde bronnen van suiker, zoals frisdrank en vruchtendranken. Het is OK om 100 procent vruchtensap hebben met mate. Vasthouden aan een 6-ounce portie. Maar vermijd vruchtendranken dat geen echte vruchtensap bevatten.
Beperk uw “traktaties”, zoals dessert, om maar een paar keer per week. Hebben een bescheiden portie.
Focus op geheel, gezonde, onbewerkte voedingsmiddelen, zoals groenten, fruit, volle granen, peulvruchten (bonen, linzen en erwten), noten en zaden.
Wanneer u de wetenschap achter de krantenkoppen te begrijpen, kunt u ontspannen en concentreren op het eten van een gezond, goed uitgebalanceerd dieet dat u kunt genieten en dat zal u op de weg naar wellness.
References

Goodwin PJ, Ennis M, Pritchard KI, Trudeau ME, Koo J, Madarnas Y, Hartwick W, Hoffman B, Hood N. Fasting Insulin and Outcome in Early-Stage Breast Cancer: Results of a Prospective Cohort Study. J Clin Oncol. 2002;20:42-51.
Goodwin PJ, Ennis M, Pritchard KI, Trudeau ME, Koo J, Hartwick W, Hoffman B, Hood N. Insulin-like growth factor binding proteins 1 and 3 and breast cancer outcomes. Breast Cancer Res Treat. 2002;74:65-76.
Sauter ER, Chervoneva I, Diamandis A, Khosravi JM, Litwin S, Diamandis EP. Prostate-specific antigen and insulin-like growth factor binding protein-3 in nipple aspirate fluid are associated with breast cancer. Cancer Detect Prev. 2002;26:149-157.
Baron JA, Weiderpass E, Newcomb PA, Stampfer M, Titus-Ernstoff L, Egan KM, Greenberg ER. Metabolic disorders and breast cancer risk. Cancer Causes Control. 2001;12:875-880.
Augustin LS, Dal Maso L, La Vecchia C, Parpinel M, Negri E, Vaccarella S, Kendall CW, Jenkins DJ, Francesch S. Dietary glycemic index and glycemic load, and breast cancer risk: A case-control study. Ann Oncol. 2001;12:1533-1538.
Toniolo P, Bruning PF, Akhmedkhanov A, Bonfrer JMG, Koenig KL, Lukanova A, Shore RE, Zeleniuch-Jacquotte A. Serum insulin-like growth factor-I and breast cancer. Int J Cancer. 2000;88:828-832.
Food, Nutrition and the Prevention of Cancer: a global perspective. Washington, DC: American Institute for Cancer Research; 1997.
Tamimi RM, Lagiou P, Adami HO, Trichopoulos D. Prospects for chemoprevention of cancer. J Intern Med. 2002;251:286-300.
Seaman DR. The diet-induced proinflammatory state: a cause of chronic pain and other degenerative diseases? J Manipulative Physiol Thera. 2002;25:168-179.
Messina M, Lampe JW, Birt DF, Appel LJ, Pivonka E, Berry B, Jacobs DR Jr. Reductionism and the narrowing nutrition perspective: time for reevaluation and emphasis on food synergy. J Am Diet Assoc. 2001;101:1416-1419.
Heber D, Bowerman S. Applying science to changing dietary patterns. J Nutr. 2001;131:3078S-3081S.
Greenwald P, Clifford CK, Milner JA. Diet and cancer prevention. Eur J Cancer. 2001;37:948-965.
Van Duyn MA, Pivonka E. Overview of the health benefits of fruit and vegetable consumption for the dietetics professional: selected literature. J Am Diet Assoc. 2000;100:1511-1521.
van’t Veer P, Jansen MC, Klerk M, Kok FJ. Fruits and vegetables in the prevention of cancer and cardiovascular disease. Public Health Nutr. 2000;3:103-107.
Weisburger JH. Approaches for chronic disease prevention based on current understanding of underlying mechanisms. Am J Clin Nutr. 2000;71:1710S-1714S.
Slavin JL, Martini MC, Jacobs DR Jr, Marquart L. Plausible mechanisms for the protectiveness of whole grains. Am J Clin Nutr. 1999;70:459S-463S.
Messina MJ. Legumes and soybeans: overview of their nutritional profiles and health effects. Am J Clin Nutr. 1999;70:439S-450S.
Wu Y, Cui K, Miyoshi K, Hennighausen L, Green JE, Setser J, LeRoith D, Yakar S. Reduced circulating insulin-like growth factor I levels delay the onset of chemically and genetically induced mammary tumors.
Cancer Res. 2003;63:4384-4388.
Potischman N, Coates RJ, Swanson CA, Carroll RJ, Daling JR, Brogan DR, Gammon MD, Midthune D, Curtin J, Brinton LA. Increased risk of early-stage breast cancer related to consumption of sweet foods among women less than age 45 in the United States. Cancer Causes Control. 2002;13:937-946.
McCance KL, Jones RE. Estrogen and insulin crosstalk: breast cancer risk implications. Nurse Pract. 2003;28:12-23.
LeRoith D, Roberts CT. The insulin-like growth factor system and cancer. Cancer Lett. 2003;195:127-137.
McCann SE, Freudenheim JL, Marshall JR, Graham S. Dietary glycemic index, glycemic load and ovarian cancer risk: a case-control study in Italy. Ann Oncol. 2003;14:78-84.
DeLellis K, Ingles S, Kolonel L, McKean-Cowdin R, Henderson B, Stanczyk F, Probst-Hensch NM. IGF1 genotype, mean plasma level and breast cancer risk in the Hawaii/Los Angeles multiethnic cohort. Br J Cancer. 2003;88:277-282.
Sinagra D, Amato C, Scarpilta AM, Brigandi M, Amato M, Saura G, Latteri MA, Caimi G. Metabolic syndrome and breast cancer risk. Eur Rev Med Pharmacol Sci. 2002;6:55-59.
Marshman E, Streuli CH. Insulin-like growth factors and insulin-like growth factor binding proteins in mammary gland function. Breast Cancer Res. 2002;4:231-239.
Martin MB, Stoica A. Insulin-like growth factor-I and estrogen interactions in breast cancer. J Nutr. 2002;132:3799S-3801S.
Muti P, Quattrin T, Grant BJ, Krogh V, Micheli A, Schunemann HJ, Ram M, Freudenheim JL, Sieri S, Trevisan M, Berrino F. Fasting glucose is a risk factor for breast cancer: a prospective study. Cancer Epidmiol Biomarkers Prev. 2002;11:1361-1368.
Moschos SJ, Mantzoros CS. The role of the IGF system in cancer: from basic to clinical studies and clinical applications. Oncology. 2002;63:317-332.
Augustin LS, Franceschi S, Jenkins DJ, Kendall CW, La Vecchia C. Glycmic index in chronic disease: a review. Eur J Clin Nutr. 2002;56:1049-1071.
Michaud DS, Liu S, Giovannucci E, Willett WC, Colditz GA, Fuchs CS. Dietary sugar, glycemic load, and pancreatic cancer risk in a prospective study. J Natl Cancer Inst. 2002;94:1293-1300.
Franceschi S, Dal Maso L, Augustin L, Negri E, Parpinel M, Boyle P, Jenkins DJ, La Vecchia C. Dietary glycemic load and colorectal cancer risk. Ann Oncol. 2001;12:173-178.
De Stefani E, Deneo-Pellegrini H, Mendilaharsu M, Ronco A, Carzoglio JC. Dietary sugar and lung cancer: a case-control study in Uruguay. Nutr Cancer. 1998;31:132-137.
Slattery ML, Benson J, Berry TD, Duncan D, Edwards SL, Caan BJ, Potter JD. Dietary sugar and colon cancer. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 1997;6:677-685.

Canadese onderzoekers hebben een eenvoudige remedie gevonden voor kanker

Pas op ook negatieve ervaringen

Canadese onderzoekers hebben een eenvoudige remedie gevonden voor kanker, maar grote farmaceutische bedrijven zijn niet geïnteresseerd.

Onderzoekers van de Universiteit van Alberta in Edmonton, Canada hebben vorige week kanker genezen, maar toch is er een beetje een rimpel in het nieuws of in de TV. Het is een eenvoudige techniek met een zeer basisch geneesmiddel.

De methode maakt gebruik van dichlooracetaat, wat momenteel wordt gebruikt om metabole stoornissen te behandelen. Er is dus geen bezorgdheid voor bijwerkingen of over de lange termijn. Dit medicijn heeft geen patent nodig, dus iedereen kan het gebruiken op grote schaal en is goedkoop in vergelijking met de dure kankermedicijnen geproduceerd door de grote farmaceutische bedrijven.

40764_f520

Canadese wetenschappers hebben dit dichlooracetaat (DCA) getest op cellen van de mens; het doodde long, borst en hersen kankercellen en liet de gezonde cellen met rust. Het werd getest bij ratten met ernstige tumoren; hun cellen krompen toen ze werden gevoed met water aangevuld met DCA. Het geneesmiddel is algemeen beschikbaar en de techniek is eenvoudig te gebruiken, waarom zijn de grote farmaceutische bedrijven niet betrokken? Of de Media die geïnteresseerd zijn in deze ontdekking?

In het menselijk lichaam is een natuurlijke kanker bestrijdende menselijke cel, de mitochondriën, maar deze moeten worden geactiveerd om effectief te zijn. Wetenschappers dachten dat deze mitochondriën cellen werden beschadigd en dus niet effectief waren tegen kanker. En dus richtten ze hun aandacht op  glycolyse, hetgeen minder effectief is in het genezen van kanker en meer verspillend. De fabrikanten van geneesmiddelen zijn gericht op deze glycolyse methode om kanker te bestrijden. DCA aan de andere kant is niet afhankelijk van glycolyse maar van mitochondriën; het activeert de mitochondriën, die op hun beurt de kankercellen bestrijden.

Het neveneffect hiervan is het ook een proces genaamd apoptose reactiveert. Ziet u, de mitochondriën bevatten een zeer belangrijke zelfvernietigingsknop die niet in kankercellen kan worden ingedrukt. Zonder, worden deze tumoren groter dan cellen die weigeren te worden uitgedoofd. Volledig functionerende mitochondriën, kan dankzij DCA, opnieuw sterven. Met glycolyse uitgeschakeld, produceert het lichaam minder melkzuur, zodat de slechte weefsel rond de kankercellen niet afbreekt en nieuwe tumoren voedt.

Farmaceutische bedrijven investeren niet in dit onderzoek, omdat de DCA-methode niet kan worden gepatenteerd, zonder een patent kunnen ze geen geld verdienen, zoals ze nu bijvoorbeeld doen met hun aids Patent. Aangezien de farmaceutische bedrijven dit niet zullen ontwikkelen, zouden volgens het artikel andere onafhankelijke laboratoria moeten beginnen met het produceren van deze drug en meer onderzoek doen om alle bovenstaande bevindingen te bevestigen. Al het grondwerk kan worden gedaan in samenwerking met de universiteiten, die verheugd zullen om zijn om te helpen bij dit onderzoek, en zo kan er een effectief medicijn voor het genezen van kanker worden ontwikkeld.

Hier kunt u het originele onderzoek vinden. Dit artikel heeft tot doel ruchtbaarheid te geven aan deze studie, in de hoop dat sommige zelfstandige bedrijven en kleine startups dit idee oppakken en deze drug gaan produceren, omdat de grote bedrijven het niet zulllen aanraken voor hele een lange tijd.

Deel daarom dit bericht aub waar u kunt!

Zelf heb ik hier geen ervaring mee, maar zou wel graag willen weten wie dat  wel heeft. Dus denk na, voordat je hier iets mee doet. 

De evolutie van ons dieet

Ons eetpatroon, met veel vlees en zuivel, vergt op den duur te veel van onze planeet. Wetenschappers gaan te rade bij indianen, Inuit en Afrikaanse stammen. Moeten we weer gaan eten zoals onze verre voorouders?

Het is etenstijd aan de Amazone in het laagland van Bolivia. Boven een vuurtje op de grond in haar rieten hut roert Ana Cuata Maito in een pap van bakbananen en cassave. Ze luistert of haar man Deonicio Nate al terugkomt uit de jungle met zijn jachthond.

Aan haar borst hangt haar jongste dochtertje; een jongetje van 7 trekt ongedurig aan haar mouw. Ze is moe, hoopt dat haar man vanavond wat vlees zal meebrengen. “De kinderen zijn verdrietig als er geen vlees is”, verzucht een vermoeid ogende Maito via een tolk, terwijl ze de muggen van zich afslaat.

Deonicia Nate is die januariochtend voor dag en dauw op pad gegaan met zijn geweer, zijn kapmes en zijn jachthondje, om na een tocht van twee uur in het oude bos aan te komen. Daar heeft hij in het bladerdak gezocht naar bruine kapucijnaapjes en wasbeerachtige coati’s, terwijl zijn hond op de grond de geur probeerde op te vangen van navelzwijnen of roodbruine capibara’s. Als Nate geluk heeft, vindt hij de beste prooi van het bos: een tapir, die met zijn lange slurf tussen de vochtige varens op zoek is naar knoppen en spruiten.

Maar vanavond komt Nate zonder vlees thuis. Met zijn 39 jaar is hij een energieke man die het niet snel lijkt op te geven: als hij niet aan het jagen of vissen is, of palmbladeren aan het vlechten voor het dak, is hij wel bezig om van een boomstam een kano te maken. Terwijl het gezin aan de pap zit, klaagt hij dat het lastig is om genoeg vlees te bemachtigen voor zijn twee vrouwen (niet ongewoon voor de stam) en twaalf kinderen.

Dat geldt voor alle gezinnen die ik bezoek in Anachere, een dorp van ongeveer negentig leden van de oude indianenstam van de Tsimane. Het is regentijd, de lastigste periode om te jagen of te vissen. Er wonen ruim vijftienduizend Tsimane in zo’n honderd dorpjes langs twee rivieren in het Amazonebekken bij het marktplaatsje San Borja, 360 kilometer van La Paz. Maar Anachere is met een gemotoriseerde boomkano twee dagen varen vanaf San Borja, dus de Tsimane die hier wonen, halen hun voedsel voornamelijk uit het bos, de rivier of hun tuintjes.

Ik reis met Asher Rosinger, een promovendus die, in een team van biologisch antropoloog William Leonard, bij de Tsimane bestudeert hoe een regenwouddieet eruitziet. Ze willen vooral weten wat er met de gezondheid van de indianen gebeurt als die hun traditionele dieet en actieve leven vaarwelzeggen en bosproducten gaan verhandelen voor suiker, zout, rijst, olie en, steeds vaker, gedroogd vlees en sardientjes in blik. Dit is niet alleen maar interessant voor de wetenschap: wat antropologen leren over het dieet van inheemse volken als de Tsimane, kan iets zeggen over ons allemaal.

Rosinger stelt me voor aan dorpsbewoner José Mayer Cunay (78), die met zijn zoon Felipe Mayer Lero (39) de afgelopen dertig jaar een weelderige tuin heeft aangelegd bij de rivier. José leidt ons over een pad langs bomen vol goudkleurige papaja’s en mango’s, bossen groene bakbananen en trossen grapefruits. Felrode snavelheliconia’s en wilde gember groeien als onkruid tussen mais- en suikerrietstengels. “José en zijn gezin hebben het meeste fruit van allemaal”, vertelt Rosinger.

Toch maakt Felipe’s vrouw Catalina in het openluchtverblijf van het gezin dezelfde flauwe soep als de andere gezinnen. Als ik vraag of het voedsel uit de tuin voldoende is om perioden van vleesschaarste te overbruggen, schudt Felipe van nee: “Hiervan kunnen we niet leven. Ik moet jagen en vissen. Mijn lichaam wil niet alleen maar die planten eten.” Vlees is hier brood– en broodnodig.

Met het oog op 2050, als we twee miljard extra monden moeten voeden, wordt de vraag naar het juiste dieet extra prangend. Wat de mensheid de komende decennia zal eten, heeft dramatische consequenties voor de aarde. Simpel gezegd: een dieet van vlees en zuivel, dat wereldwijd steeds populairder wordt, vergt meer van de hulpbronnen dan een dieet waarin niet-geraffineerde granen, noten, fruit en groenten centraal staan.

Vóór de uitvinding van de landbouw, zo’n tienduizend jaar geleden, kwam iedereen aan zijn voedsel door te jagen, te verzamelen en vissen te vangen. De nomadische jager-verzamelaars werden geleidelijk van goede landbouwgrond verdreven. Nu vinden we ze alleen nog op een handvol, geïsoleerde plekken op onze planeet: in de bossen van de Amazone, de savannen van Afrika, enkele eilanden in Zuidoost-Azië en op de Arctische toendra.

Daarom willen wetenschappers alles te weten komen over oeroude diëten en manieren van leven, voordat die helemaal verdwenen zijn. “Jagers-verzamelaars zijn geen levende fossielen”, vertelt Alyssa Crittenden. Zij bestudeert als voedselantropoloog aan de University of Nevada (Las Vegas) het dieet van de Hadza uit Tanzania, een van de laatste groepen echte jager-verzamelaars. “Er zijn er nog maar heel weinig over en de tijd dringt. Als we iets willen weten over hoe het leven van nomaden eruitziet, moeten we hun dieet nu vastleggen.”

Evolutie-van-ons-dieet-laatste-jagers-en-verzamelaars-hadza-tanzania

Studies onder Tsimane, Inuit en Hadza laten zien dat deze volken traditioneel geen last hadden van hoge bloeddruk, aderverkalking of hart- en vaatziekten. “Veel mensen vinden dat er een discrepantie is tussen ons dieet en wat onze voorouders aten”, vertelt paleoantropoloog Peter Ungar van de University of Arkansas. Het idee dat we met ons steentijdlichaam gevangen zitten in een wereld van fastfood ligt ten grondslag aan de huidige rage van paleodiëten. Deze ‘holbewonersdiëten’ danken hun populariteit aan het idee dat de moderne mens is gebouwd om te eten zoals de jager-verzamelaars in de oude steentijd – de periode tussen 2,6 miljoen jaar geleden en het begin van de landbouwrevolutie – en dat onze genen niet genoeg tijd hebben gehad om zich aan te passen aan landbouwproducten.

Een steentijddieet “is het enige dieet dat echt aansluit bij onze genetische eigenschappen”, stelt evolutionair voedingsdeskundige Loren Cordain. Hij onderzocht de diëten van jagers-verzamelaars en concludeerde dat 73 procent van deze samenlevingen meer dan de helft van hun calorieën uit vlees haalden. Zo ontwikkelde hij zijn eigen paleodieet: veel mager vlees en vis, maar geen zuivel, bonen of graanproducten – dingen die we pas zijn gaan eten na de uitvinding van koken en landbouw. Volgens voorstanders van paleodiëten als Cordain kunnen we beschavingskwalen als hartziekten, hoge bloeddruk, suikerziekte en zelfs acne voorkomen als we ons zouden beperken tot het voedsel van onze voorouders.

Dat klinkt mooi. Maar zijn we echt gebouwd om voornamelijk vlees te eten? Volgens paleontologen die de botten van onze voorouders bestuderen en antropologen die de diëten van inheemse volken van nu beschrijven, ligt het in werkelijkheid gecompliceerder. Ungar en anderen wijzen erop dat de populariteit van het paleodieet op een reeks misvattingen berust.

Vlees speelt een hoofdrol in de evolutie van het menselijke dieet. Raymond Dart, die in 1924 in Afrika het eerste fossiel van een menselijke voorouder vond, is verantwoordelijk voor het beeld van vroege voorouders die op de Afrikaanse savanne op wild joegen. In de jaren vijftig omschreef hij hen als “vleesetende wezens die levende prooien vingen en doodsloegen (…) en hun onstilbare dorst lesten met het warme bloed van hun slachtoffers en gretig het nog lillende vlees verslonden”.

Sommige wetenschappers denken dat het eten van vlees essentieel is geweest voor de evolutie van de grotere hersenen bij onze voorouders, zo’n twee miljoen jaar geleden. Door calorierijk vlees en merg te eten in plaats van het laagwaardige plantendieet van mensapen, kreeg onze directe voorouder, Homo erectus, bij elke maaltijd genoeg extra energie binnen om een groter brein te onderhouden. Doordat ze minder plantenvezels hoefden te verteren, krompen hun darmen. De energie die hierdoor vrijkwam, kon worden gebruikt door het brein, denkt Leslie Aiello, die dit idee als eerste opperde. Het brein eist 20 procent van de energie van een mens in rust, tegen 8 procent bij mensapen. Dit betekent dat het menselijk lichaam, sinds de tijd van H. erectus, afhankelijk is geworden van energierijk voedsel.

Een paar miljoen jaar later vond de mens de landbouw uit en veranderde het dieet opnieuw sterk. Door het veredelen van granen als sorghum, gerst, tarwe, mais en rijst ontstond een overvloedige en voorspelbare voedselvoorraad. Hierdoor konden vrouwen van boeren sneller achter elkaar kinderen krijgen: om de 2,5 jaar, tegen om de 3,5 jaar bij jager-verzamelaars. Door deze bevolkingsexplosie waren de boeren al snel in de meerderheid.

De afgelopen tien jaar proberen antropologen meer inzicht te krijgen in deze verschuiving. Is onze gezondheid echt verbeterd door de landbouw? Of hebben we door landbouw en veeteelt het gezonde dieet van de jager-verzamelaars en een sterker lichaam ingeruild voor voedselzekerheid?

Toen de eerste boeren afhankelijk werden van oogsten, zo lijkt het, werd hun dieet veel minder divers. Door elke dag hetzelfde veredelde graan te eten, kregen de eerste boeren gaten in hun tanden en ontstoken tandvlees, wat eerder zelden voorkwam. Toen de boeren ook vee gingen houden, vormden al die koeien, schapen en geiten een bron van melk en vlees, maar ook van parasieten en nieuwe infectieziekten. De boeren leden aan ijzergebrek, liepen een ontwikkelingsachterstand op – en werden steeds kleiner.

Het echte paleodieet bestond echter niet alleen uit vlees en merg. Jager-verzamelaars overal ter wereld hebben een sterke voorkeur voor vlees en halen gewoonlijk zo’n 30 procent van hun calorieën uit dieren. Maar de meesten kennen ook magere tijden. Nieuw onderzoek suggereert dat de groei van het menselijk brein van meer afhankelijk was dan alleen het eten van vlees.

Uit waarnemingen over het jaar blijkt dat jager-verzamelaars vaak bar slechte jachtresultaten behalen. De Hadza en de Kungbosjesmannen in Afrika komen bijvoorbeeld vaker zónder dan mét vlees terug van hun expedities met pijl en boog. Dan moet het voor onze voorouders, die deze wapens niet hadden, nog lastiger zijn geweest. “Mensen denken dat je op de savanne struikelt over de antilopen en dat die staan te wachten tot je ze een klap op hun kop geeft”, vertelt paleoantropoloog Alison Brooks, expert op het gebied van de Dobe Kung in Botswana. Niemand eet zo vaak vlees, behalve op de Noordpool, waar Inuit en andere groepen traditioneel maar liefst 99 procent van hun calorieën uit zeehonden, narwals en vis halen.

Evolutie-van-ons-dieet-inuit-groenland-zeehond-ketchup-mayonaise
Hoe komen jager-verzamelaars dan aan hun energie? “Meneer de jager” wordt gesteund door “mevrouw de verzamelaarster” die, met enige hulp van de kinderen, in zware tijden voor meer calorieën zorgt. Als er weinig vlees, fruit of honing is, vertrouwen verzamelaars op “reservevoedsel”,vertelt Brooks. De Hadza halen bijna 70 procent van hun calorieën uit planten. De Kung vertrouwen traditioneel op knollen en mongongonoten, de Aka- en Bakapygmeeën in het Congobekken op yamswortel, de Tsimane en Yanomami van de Amazone op bakbananen en maniok en de Australische Aboriginals op papyrus en waterkastanjes.

“Er gaat een hardnekkig verhaal dat wij worden gedefinieerd door de jacht en dat vlees ons tot mens heeft gemaakt”, zegt paleobioloog Amanda Henry. “Maar dat is maar de helft van het verhaal. Natuurlijk willen ze vlees, maar ze leven in feite op planten.” Ook vond ze zetmeelkorrels van planten op fossiele tanden en stenen gereedschap, wat suggereert dat de mens al zeker honderdduizend jaar granen en knollen eet – lang genoeg om er tolerantie voor te hebben ontwikkeld.

Het idee dat we sinds de oude steentijd niet meer zijn geëvolueerd, klopt gewoon niet. Tanden, kaak en gezicht zijn kleiner geworden en ons DNA is sinds de uitvinding van de landbouw veranderd.

Een opvallend bewijs is lactosetolerantie. Ieder mens drinkt als baby moedermelk, maar voordat koeien tienduizend jaar geleden werden gedomesticeerd, hoefden oudere kinderen geen melk meer te verteren. Daardoor stopten ze met het aanmaken van het enzym lactase, dat lactose afbreekt tot eenvoudiger suikers. Nadat de mens vee ging houden, werd het een enorm voordeel om melk te verteren, en lactosetolerantie heeft zich onafhankelijk ontwikkeld onder veehouders in Europa, het Midden-Oosten en Afrika. Groepen die niet van vee afhankelijk waren, zoals de Chinezen en de Thai, de Pima-indianen in het zuidwesten van de VS en de Bantoes van West-Afrika, hebben geen lactosetolerantie ontwikkeld.

Mensen verschillen ook in het vermogen om suiker te halen uit het kauwen van zetmeelrijk voedsel, afhankelijk van hoeveel kopieën ze van een bepaald gen hebben geërfd. Groepen die traditioneel meer zetmeelrijk voedsel aten, zoals de Hadza, hebben meer kopieën van het gen dan de vleesetende Jakoeten in Siberië, en hun speeksel helpt bij het afbreken van het zetmeel voordat het voedsel in hun maag komt.

Dit lijkt een variant op “je bent wat je eet”. Maar je bent wat je voorouders aten. Mensen kunnen ongelofelijk veel verschillende dingen eten, afhankelijk van de genen die ze hebben geërfd. Tot de traditionele diëten van nu horen het vegetarische dieet van de Jains in India, het vleesrijke dieet van de Inuit en het voornamelijk uit vis bestaande dieet van de Maleisische Bajau. De Nochmani van de Nicobaren, een eilandengroep voor de kust van India, halen hun eiwitten uit insecten. “Wat ons tot mens maakt, is ons vermogen om in vrijwel elke omgeving voedsel te vinden”, zegt Tsimane-onderzoeker Leonard. Onderzoek suggereert dat inheemse groepen in de problemen komen als ze hun traditionele dieet en hun actieve leven inruilen voor een westers bestaan. Zo was suikerziekte tot de jaren vijftig vrijwel onbekend bij de Maya’s van Midden-Amerika. Sinds die zijn overgeschakeld op een westers dieet met veel suiker, is het aantal gevallen van suikerziekte geëxplodeerd.

Evolutie-van-ons-dieet-bajau-maleisië-voedsel-uit-zee-wonen-op-boot

Siberische nomaden als de rendierhoudende Evenken en de Jakoeten eten naar verhouding duidelijk meer vlees, maar kenden vrijwel geen hartziekten tot na de val van de Sovjet-Unie, toen velen naar steden verhuisden en hun eten gingen kopen. Volgens Leonard heeft op dit moment de helft van de Jakoeten in dorpen overgewicht en bijna een derde een hoge bloeddruk. En Tsimane die hun voedsel kopen, hebben vaker suikerziekte dan anderen die nog steeds jagen en verzamelen.

Voor diegenen onder ons wier voorouders zich hebben aangepast aan plantaardig voedsel – en die bureauwerk doen – zou het slim zijn om niet zo veel vlees te eten als de Jakoeten. Recent onderzoek bevestigt dat het eten van grote hoeveelheden rood vlees, hoewel de mens dat al twee miljoen jaar doet, bij de meeste populaties tot meer aderverkalking en kanker leidt – en dat komt niet alleen door verzadigd vet of cholesterol. Onze darmbacteriën verteren een voedingsstof in vlees die L-carnitine heet. In één studie bij muizen bleek het verteren van L-carnitine tot meer plaque in de aderen (dicht- slibbing) te leiden. Het menselijke immuunsysteem blijkt ook de suiker Neu5Gc in rood vlees aan te vallen, waardoor een ontsteking ontstaat die bij jongeren onschuldig is, maar uiteindelijk kanker kan veroorzaken. Arjit Varki van de University of California (San Diego) en hoofdauteur van de Neu5Gc-studie: “Rood vlees is prima, als je niet onder dan 45 wilt worden.”

Hoewel voorstanders van het moderne paleodieet ongezond, bewerkt voedsel afwijzen, is de grote nadruk op vlees volgens veel paleoantropologen geen afspiegeling van de diversiteit van wat onze voorouders aten, en wordt er geen rekening gehouden met de actieve manier van leven die hen tegen hartziekten en suikerziekte beschermde. “Wat veel paleoantropologen dwars zit, is dat er in feite niet één holenmensdieet was”, zegt Leslie Aiello, voorzitter van de Wenner-Gren Foundation for Anthropological Research in New York City. “Het dieet van de mens gaat ten minste twee miljoen jaar terug. Toen had je een hoop holenmensen.”

Kortom: er bestaat niet één ideaal menselijk dieet. Volgens Aiello en Leonard is het echte wezen van mens-zijn niet onze voorkeur voor vlees, maar ons vermogen om ons aan te passen aan veel leefomgevingen – en om veel verschillende voedingsmiddelen te combineren tot een groot aantal gezonde diëten. Helaas hoort het moderne westerse dieet daar niet bij.

Nog een aanwijzing dat ons moderne dieet ons misschien ziek maakt, komt van primatoloog Richard Wrangham. Volgens hem was de grootste dieetrevolutie niet het overschakelen op vlees, maar het moment dat we leerden koken. Onze voorouders, die ergens tussen 1,8 miljoen en vierhonderdduizend jaar geleden zijn gaan koken, hadden volgens hem waarschijnlijk meer gezonde kinderen. Door voedsel plat te slaan en te verwarmen wordt het “voorverteerd”, waardoor onze darmen minder energie kwijt zijn aan het afbreken dan bij rauw voedsel, meer opnemen en dus meer brandstof voor de hersenen vrijmaken.

Wrangham: “Koken leidt tot zacht, energierijk voedsel”, Volgens hem kunnen we niet meer overleven op enkel rauw, onbewerkt voedsel. De evolutie heeft ons afhankelijk gemaakt van gekookt eten.

Om zijn ideeën te testen voerde Wrangham ratten en muizen met rauw en gekookt voedsel. In zijn lab in Harvard staat een kleine koelkast vol plastic zakjes met vlees en zoete aardappelen, sommige rauw en sommige gekookt. De muizen die gekookt voedsel kregen, werden 15 tot 40 procent zwaarder dan de muizen die alleen rauw voer aten.

Als Wrangham gelijk heeft, leverde koken niet alleen de energie die nodig was voor grotere hersenen, maar haalden onze voorouders ook meer calorieën uit hun eten, zodat ze zwaarder konden worden. De keerzijde van deze hypothese is dat we mogelijk slachtoffer van ons eigen succes zijn. We zijn zo goed geworden in het bewerken van eten dat veel mensen, voor het eerst in de evolutie, meer calorieën binnenkrijgen dan ze in een dag verbranden. “Grof brood heeft plaats gemaakt voor cake en appels voor appelsap”, schrijft hij. “We zouden ons beter moeten realiseren dat we door al dat in hoge mate bewerkt voedsel sneller aankomen.”

Juist deze verschuiving naar bewerkt voedsel, die overal ter wereld plaatsvindt, draagt bij tot de opkomende epidemie van obesitas en aanverwante aandoeningen. Als de meeste mensen meer plaatselijk fruit en groenten zouden eten, met wat vlees, vis en onbewerkte granen (zoals in het veelgeprezen mediterrane dieet) en een uurtje per dag zouden bewegen, zou dat beter zijn voor onze gezondheid en voor de aarde.

Op mijn laatste middag bij de Tsimane in Anachere vertelt Albania (13), een van de dochters van Deonicio Nate, dat haar vader en haar halfbroer Alberto (16) terug zijn van de jacht en dat ze iets hebben gevangen. We lopen met haar mee naar de kookhut en ruiken de die- ren voordat we ze zien: er liggen drie wasbeerachtige coati’s op het vuur, met vacht en al. Als de gestreepte vachten zijn verschroeid, schrapen Albania en haar zusje Emiliana die eraf tot het vlees zichtbaar is. Dan nemen ze de karkassen mee naar een riviertje om ze te wassen en klaar te maken om te roosteren.

Nates vrouwen maken ook twee gordeldieren schoon om in een stoofpot te koken met gesnipperde bakbanaan. Nate zit bij het vuur en ver- telt over de geslaagde jacht. Eerst schoot hij de gordeldieren. Toen vond zijn hond een troep coati’s: hij ging erachteraan en doodde er twee.

Het hele gezin geniet van het feestmaal en ik kijk naar de kleine Alfonso, die de hele week ziek was. Hij danst rond het vuur en kauwt vrolijk op een gekookt stukje coatistaart. Nate lijkt tevreden. Vanavond is er vlees in Anachere, ver weg van het dieetdebat, en dat is goed.

Stelling: ook wij in het Westen kunnen veel leren van de eetgewoonten en het dieet van onze voorouders. Eens of oneens?

Bron

Ik ben een blij mens

Vanaf 1995 zit ik al met mijn praktijk in Beringe, dat is volgend jaar al weer bijna 20 jaar. Ik weet nog dat ik in mijn omgeving sprak over gezonde voeding, over de oorzaak aanpakken van de kwaal ipv het te onderdrukken. Weinig respons kreeg ik, behalve dan van mijn cliënten, ik hield me daarom wat op de achtergrond, tenslotte dacht ik ook: ” wie ben ik”, om dit te zeggen. Maar wat gebeurd er toch om me heen? Wordt iedereen wakker? Ik hoef maar een tijdschrift of krant open te slaan en ik lees, wat ik al jaren loop te verkondigen in mijn praktijk. Ik word hier zo gelukkig van. YES, YES, YES, ik hoef het niet meer alleen te vertellen (zo voelde het ALTIJD). Maar nog wel even een kanttekening, we weten nu welke voeding goed voor ons is en waarom. Maar er is natuurlijk nog wel iets wat ik wil noemen en dat is; zorg dat uw darmen optimaal werken (elke dag mooie worst met een puntje eraan), zorg dat de zuurgraad op peil is, de spijsvertering goed werkt, uw ontgifting’s organen op de juiste manier gifstoffen uit kunnen scheiden, door het toevoegen van de juiste supplementen. Op verantwoorde wijze gaat sporten, voor niet iedereen is het, hetzelfde. (bent u erg gestrest en u sport ook nog heel intensief, gaat dit ten koste van de bijnieren, m.a.g. bijnier uit putting, om maar een voorbeeld te noemen. Dat u een goede nachtrust hebt en vooral weinig stress hebt, lief bent voor uw zelf, blokkades opheft, niet met problemen rondloopt. Etc etc. Maar wie weet over 20 jaar staat dit ook in elke krant of tijdschrift die ik open. En wie weet gaat men dan eerst naar een Orthomoleculair geneeskundige of wie dan ook, want wie ben ik. Wie weet………

Kunnen we het veroudering ’s proces stopzetten?

Kunnen we het veroudering ’s proces tegen gaan? Ja dat kan. Onze genen bestaan uit een soort en met van barcodes, bij elke schade die aangebracht wordt aan het lichaam in de vorm van; stress, ontstekingen, te weinig vitaminen, te weinig lichamelijke beweging, het niet behouden van een gezond gewicht, te veel stress. M.a.w doe een bodycheck bij natuurpraktijk Aurora
We willen toch liever gezond ouder worden, dan chronisch ziek ouder worden toch?

Nog wat achtergrond informatie

Blue Zones

In 2004 deed Dan Buettner samen met een team van The National Geographic onderzoek naar enkele gebieden wablauwe zonear mensen relatief oud worden én een hoge mate van welzijn ervaren. Hij stelde dat wij veel van de inwoners van deze Blue Zones kunnen leren en vatte dat samen in enkele leefregels.
Uit een eerder onderzoek, de ‘Danish Twin Studies’, bleek al dat minder dan 25% van de levensverwachting van een gemiddeld persoon wordt bepaald door de genen. Het grootste gedeelte van de levensverwachting wordt dus bepaald door de omgevingsfactoren. Met andere woorden: jij bepaalt voor een groot gedeelte zelf hoe oud je wordt.

Dan Buettner en zijn team vergeleken de Blue Zones en kwamen er achter dat deze mensen op negen gebieden met elkaar overeen kwamen. Hij noemde dit de ‘Power 9’. Hoewel de Blue Zones ver uit elkaar liggen, hebben deze mensen dus ontzettend veel gemeen. En deze gemene deler leidt tot een gemiddeld tien keer hoger percentage 100-jarigen dan in de Verenigde Staten. De Blue Zones liggen in Okinawa (Japan), Sardinië (Italië), Loma Linda (Californië), Nicoya (Costa Rica) en Icaria (Griekenland).

De Power 9

  1. Beweeg natuurlijk. Hiermee wordt een lichte vorm van lichaamsbeweging bedoeld, zoals het huishouden doen, tuinieren, een wandeling maken etc. Vooral wandelen is een goede manier om aan je dagelijkse beweging te komen.
  2. Ken je doel. Mensen die ’s morgen wakker worden en een duidelijk doel voor ogen hebben tellen al gauw zeven jaar bij hun gemiddelde levensverwachting op. Het is ontzettend belangrijk een doel te hebben, je passie te ontdekken.
  3. Schakel een versnelling terug. Langdurige stress is slecht voor de mens. Schakel daarom een tandje terug en vind tijd om te ontspannen. Bijvoorbeeld door elke dag te mediteren, bidden, een dutje te doen of gewoon iets te doen wat je echt leuk vind.
  4. Verlaag je calorie-inname met 20%. Een goed ontbijt is erg belangrijk. Ook is het belangrijk te genieten van het eten, zodat je tijdig een signaaltje van je hersenen krijgt dat je genoeg hebt gegeten.
  5. Baseer je eetpatroon op plantaardig voedsel. Bonen, noten en groene bladgroente zijn erg gezond. Eet kleinere porties vlees en eet niet vaker dan twee maal per week vlees
  6. Drink twee glazen wijn. In dit geval leeft de wijndrinker langer! Vooral als de wijn tijdens de voornamelijk plantaardige maaltijd wordt genuttigd.
  7. Familie. Tijdens de onderzoeken kwam naar voren dat de familie een belangrijke rol speelt tijdens het ouderwordingsproces. Investeer dus in tijd met je kinderen en ouders. Geen goede band met je familie? Een surrogaatfamilie, zoals een schoonfamilie is ook prima.
  8. Vind jouw gelijkgestemden. Onderdeel uitmaken van een gemeenschap met gelijkgestemden levert je zo wat extra jaren op. Blijkbaar is het belangrijk om je ergens veilig en geborgen te voelen.
  9. Vriendenkring. Ook een goede vriendenkring en voldoende sociale contacten dragen bij aan een extra lange levensverwachting.

Conclusie

Het onderzoek lijkt gedegen uitgevoerd en wordt gestaafd door eerdere en latere onderzoeken. Daarom is het zeker het lezen waard. Voor meer informatie kijk je op de website over de Blue Zones Blue Zones.

Open dag met o.a. Natuurpraktijk Aurora

Hallo geïnteresseerden

Nu in mijn vakantie, al dobberend in ons bootje op de Waddenzee t.h.v. Texel bereid ik me even voor op de open dag van a.s zondag 14 september 2014

Mijn banner heb ik bestelt (klik maar op de link om een beter beeld ervan te krijgen dan die van hieronder). Deze banner heb ik in Dok 6 te Panningen staan, dan weten jullie me in ieder geval te vinden.Schermafbeelding 2014-09-07 om 22.57.47

Wat ik laat zien tijdens de open dag is o.a. hoe de bioresonantie; de Scio werkt. Het computer bestuurd programma, scant het lichaam op tekorten van o.a. vitaminen, mineralen en enzymen etc. Verstoringen in het lichaam spoort het op, bovendien laat “het” zien of het lichaam belast is met microben etc.. Ook  kun je met de Scio  behandelenSchermafbeelding 2014-09-07 om 22.11.01; microben worden dood gezapt, blokkades worden opgeheven, indien nodig wordt een homeopathische middelen energetisch gegeven etc..

Omdat bijna de herfst begint (reiniging ’s tijd),  ligt het accent op hoe je het lichaam het beste kan  reinigen, Vraag mij of ik uw iris bekijk (via iriscopie) en aan de hand daarvan vertel ik wat u moet gaan doen. Ik geef u gratis een advies en aan de hand daarvan, kunt u een middel kopen of bestellen. Meer lezen over reinigen, ontgiften?
Als u vragen heeft over wat nu goede voeding is, vraag het me gerust. Alvast iets lezen?

Hebt u verder nog iets wat u wilt weten?