Categorie: Therapie

Angelica-archangelica

Angelica archangelica
Fytotherapie

Synoniemen
Engelwortel: Angelica.

Beschrijving

angelica2Inleiding
Wie de engelwortel eenmaal heeft gezien, vergeet deze plant nooit meer. Het is een hele grote, forse plant met een stevige stengel en grote bladeren. De bloemen zijn geelgroen en staan in schermen; de wortel heeft een kruidige, aromatische geur en een zeer specifieke smaak. Het Latijnse woord “angelica” komt oorspronkelijk uit het Grieks: “angelos” dat “boodschapper” betekent. Heel vroeger werd deze plant “engelenplant” genoemd omdat men dacht dat de plant hemelse geneeskracht bezat. Volgens een legende zou de geneeskracht van deze plant door een engel aan de mensen zijn getoond. De toevoeging “archangelica” betekent “aartsengel”.
Meestal groeit de engelwortel in een vochtige omgeving, bij voorkeur aan het water. De verse stengel, de vruchten en de wortels bevatten stoffen die de natuurlijke afweer die de huid tegen de zon heeft, teniet doen. Daarom is het aan te raden na elke aanraking met deze plant de handen te wassen of van tevoren handschoenen aan te doen. De gekonfijte stengel van de engelwortel gebruikt men bij het maken van gebak en bij het bereiden van alcoholische dranken, onder andere bij de bereiding van Benedictine. Vroeger pasten geneesheren de gekonfijte stengels toe als een tonicum, teneinde de energie te verhogen en de kans op infecties te verkleinen.

Volksgeneeskunde
Als medicinaal kruid werd de engelwortel pas in de 15e eeuw populair. Nicolas Culpeper schreef in 1653 “vocht dat uit de wortel gedistilleerd is verlicht alle pijnen en kwellingen afkomstig van koude en wind”. Men gebruikte de wortel in die tijd voornamelijk bij hysterie, epilepsie, “duivelse ziekten” en bezetenheid. Aan Angelica schrijft men tal van eigenschappen toe, met name spasmolytische, diuretische, diaphoretische, carminatieve, expectorerende, aromatische en ontstekingsremmende. Deze eigenschappen zijn min of meer afkomstig van de latere toepassingen van de plant. Werd de plant in het begin vooral gebruikt bij de behandeling van psychische aandoeningen, later werd engelwortel veel meer gebruikt om de spijsvertering te versterken, bijvoorbeeld bij maagkrampen, gasvorming, dyspepsie, anorexia nervosa, nerveuze gastritis, zweren. Ook bij een pijnlijke menstruatie en nerveuze slapeloosheid gaf men engelwortel. Men dacht bovendien dat engelwortel een goed diureticum was, wat onderzoek later ook zou bevestigen. Daarnaast adviseerden deskundigen de plant bij ontstekingen van de luchtwegen, astma en reumatische klachten.

Werking

Werkzame bestanddelen:
Etherische oliën (wortel: 0.35%-1%, vrucht: 1.5%) als fellandreen, pineen en cymeen, cumarinen en furocumarinen als (0.08%), bergapteen, xanthotoxine, umbelliprenine, organische zuren, valeriaanzuur, looistoffen, bittere iridoïden, bitterstof, flavonoïden, suikers (glucose, fructose, sucrose), hars, vette olie (in vrucht: 17%).

Werkingsmechanisme
Bitterstoffen zetten de doorbloeding aan en zorgen ook voor een betere opname van voedingsstoffen, etherische oliën werken als aromaticum, carminativum en spasmolyticum; organische zuren hebben een sedatieve en darmregulerende werking. Ook kent men diuretische en ontstekingsremmende eigenschappen aan de plant toe.

In dierstudies is een antibacteriële werking aangetoond tegen onder andere Escherichia coli, Bacillus subtillus, Streptococcus faecalis, Salmonella typhi. De engelwortel heeft daarnaast fungicide (zwam- en schimmeldodende) eigenschappen.

Contra-indicaties
Angelica kan fotosensibele reacties provoceren door de concentratie furocumarinen. Zeer hoge doses kunnen door de cumarinen interfereren met anticoagulantia. Gebruik van Angelica kan de menstruatiecyclus beïnvloeden. Ook een mogelijk abortieve werking wordt bij gebruik van de plant genoemd (bij hoge doses).

Bijwerkingen
Angelica bevat furocumarinen waardoor bij uitwendig contact met de plant huidirritaties en fototoxiciteit kunnen optreden. De huid kan extra gevoelig worden voor UV straling en ontsteken. Langdurig zonnebaden of intensieve UV bestraling (zonnebankkuur) worden bij gebruik van Angelica ontraden. Etherische olie blijkt door stoomdistillatie geen furocumarinen bevatten; de olie -welke uit de vrucht en de wortel wordt bereid- geeft geen huidreacties.

Amerikaanse Vuilboombast

Amerikaanse Vuilboombast

Ook bekend als: Cascada sagrada
Gebruikte delen: Bast

Amerikaanse vuilboombast (Rhamnus purshiana, Cascara sagrada)
De bast van de Amerikaanse vuilboom bevat 1,8-dihydroxyanthraceen-derivaten, welke een laxerend effect hebben door het versterken van de darmperistaltiek en het versnellen van de darmpassage, waardoor minder indikking van de feces plaatsvindt. De hoofdtoepassing is bij (chronische) constipatie. Cascara sagrada wordt daarnaast toegepast bij detoxificatie- en reinigingsprogramma’s. Als bijwerking kan het milde maagdarmkrampen veroorzaken. In dat geval kan de dosis verlaagd worden. Cascara sagrada mag niet worden gebruikt bij darmobstructie, zweren in maag of duodenum, darmontstekingen (ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, appendicitis), tijdens zwangerschap en lactatie en is ongeschikt voor kinderen onder 12 jaar.

Eigenschappen

  • Bevordert darmperistaltiek
  • Laxerende werking
  • Maakt darminhoud zachter en versnelt darmpassage
  • Stimuleert dunne en dikke darm

Toepassingen

  • Bevorderen van een goede stoelgang
  • (Chronische) Obstipatie
  • Reinigingskuur
  • Ontgiftiging

(* niet gebruiken bij zwangerschap, maag- en darmzweer, kinderen < 12 jr.)

Amerikaanse vuilboombastDe plant Rhamnus frangula

Rhamnus frangula L., ook Frangula alnus genoemd, is een tot 6 m hoge heester of kleine boom, die tot de familie der Rhamnaceae behoort en algemeen voorkomt in loofbossen en langs sloten en moerassen in nagenoeg geheel Europa, West- en Centraal-Azië en Noord-Afrika. De takken zijn glad, grijsbruin met witachtige plekjes, zogenaamde lenticellen op de schors. De bladeren staan verspreid en zijn gesteeld, enkelvoudig, elliptisch. De bloemen zijn vijftallig, groenachtig-wit. De vrucht is een steenvrucht, die eerst groen is, daarna rood en tenslotte blauwzwart. Rhamnus frangula bloeit de hele zomer, zodat bloemen en vruchten van verschillend ontwikkelingsstadium gelijktijdig aangetroffen worden.

Aan de groeiplaats worden geen hoge eisen gesteld; wel moet deze voldoende vochtig zijn, beschaduwd en liefst rijk aan humus. Al kan hij ook wel op zeer droge plaatsen, b.v. tegen steile rotswanden, in nauwe, waterarme spleten groeien. De plant is te vermeerderen door stekken van takken, die genomen worden van ongeveer 6 jaar oude planten of door uitzaaien op een zaaibed.

Naam, etymologie van Vuilboom

Rhamnus cathartica L., die in ons land vrij zeldzaam voorkomt in bosachtige streken en in de duinen. Dit voorkomen van doornen, die echter ontbreken bij Rhamnus frangula, schijnt tot de naam Rhamnus geleid te hebben. Het Keltische woord “ram” betekent namelijk doornstruik. Het woord frangula is afgeleid van het Latijnse “frangere, breken en heeft betrekking op de breekbaarheid van het hout. De Nederlandse naam vuilboom houdt verband met de onaangename geur van de verse bast, al wordt er ook wel eens beweerd dat deze naam te maken heeft met het laxerend effect, zeg maar het vuil wordt uitgescheiden.

Gebruikte delen: Rhamni Frangulae (Cortex of de vuilboomschors)

Verschillende soorten van het geslacht Rhamnus zijn gedoornd, zoals de Wegedoorn. In onze Pharmacopee is de Rhamni Frangulae Cortex opgenomen. Hieronder wordt verstaan de bast van stam en takken van Rhamnus frangula L. De vuilboombast is een bekend laxeermiddel, dat wat zijn werking betreft, gelijkwaardig is met de veel gebruikte bast van de in Noord-Amerika groeiende Rhamnus purshiana.

Om de identiteit vast te stellen beschrijft de Pharmacopee een aantal macroscopische, microscopische en chemische kenmerken. De meest karakteristieke macroscopische kenmerken zijn de donkerrode kleur, die zichtbaar wordt na afschrapen van de buitenste kurklagen en het dof roodbruine of oranje inwendige oppervlak De Pharmacopee noemt de volgende organoleptische kenmerken: reuk kenmerkend, smaak een weinig zoet en enigszins bitter.

Merkwaardig is dat in tegenstelling met andere planten, de vuilboombast niet eerder dan 1 jaar na het verzamelen mag worden gebruikt. De bast wordt in het voorjaar ingezameld van 3-4 jarige planten, de bast van stam en takken laat dan het gemakkelijkst los en het gehalte aan antrachinonen is in het voorjaar het hoogst.

Historisch gebruik

Historische gegevens over het gebruik van Rhamnusbast als laxeermiddel zijn nogal schaars. Voor het eerst wordt hierover iets vermeld door Petrus de Crescentiis, omstreeks 1300. De arts-botanicus Hieronymus Bock beschrijft in 1552 de vuilboom zonder iets over de laxerende werking te vermelden. Ook Dodoens geeft andere indicaties ‘Die bladeren van Rhamnus ghenesen dat wildt vier, ende bedwinghen die voorts etende sweeringhen, cleyn ghestooten ende daer op gheleyt’. P.A. Mattioli, de lijfarts van keizer Ferdinand I, kent de laxerende werking wel en schrijft in 1563 aan de “Frangula” nog allerlei andere gunstige eigenschappen toe, zoals versterking van de inwendige organen; ook zou het als middel tegen tandpijn bruikbaar zijn.

Hoewel de Rhamnusbast in de Pharmacopeeën van de meeste landen werd beschreven, bleef de toepassing in de wetenschappelijke geneeskunde beperkt. Tijdelijk, in de 17e en 18e eeuw, werd de vuilboombast gewaardeerd als goedkoop vervangingsmiddel van Rabarberwortel en werd daarom wel “Rhabarbarurn plebejorum”, armelui’s rabarber genoemd. In de volksgeneeskunde wordt dit geneesmiddel echter nog steeds toegepast. De geringe belangstelling van de officiële geneeskunde wordt niet alleen veroorzaakt door de concurrentie van andere plantaardige grondstoffen, die anthraglycosiden bevatten, zoals de reeds genoemde Cortex Rhamni purshianae en verder Aloë, Rhei Radix en Sennae Foliolum, maar vooral door het grote aantal synthetische laxantia, die door de farma-industrie in de handel worden gebracht.

Volgens Kroeber is de werking van de Rhamnus frangula-bast milder dan van de andere anthraglycosiden bevattende planten, zoals Aloë, Rheum en Senna, wat te danken is aan de vorming van een depot van de anthrachinonen in de darm, een langzame splitsing van deze stoffen in het alkalische darmsap en een vertraging van de uitscheiding door de urinewegen. Rhamnus frangula verdient ook de voorkeur boven andere laxeermiddelen, omdat gewenning of mislukken van de werking niet schijnt voor te komen. Bovendien is de werking pijnloos. Frangulabast is dus een goed middel tegen chronische obstipatie.
Onaangename bijwerkingen zijn wel te verwachten, wanneer de bast korter dan een jaar bewaard is. De vrije anthranolen, die dan nog aanwezig zijn, worden in de dunne darm geresorbeerd en geven aanleiding tot braken en buikkrampen.

Volgens Jaretzky werkt een afkooksel van de bast 4-5 maal sterker dan van de bladen. De vruchten werken minstens even sterk als de bast; het hout is weinig werkzaam. In de oudere Nederlandse apothekersboeken werden twee preparaten van Vuilboom opgenomen: Extractum Rhamni Frangulae aquosum siccum en Sirupus Rhamni Frangulae. De bast wordt ook in de vorm van thee gebruikt.

Ander gebruik

Behalve als laxans, wordt Frangula ook toegepast als galdrijvend middel, als anthelminthicum en in bloedzuivering ’s thee. Ook de toepassing van aftreksels tegen huidziekten wordt in de literatuur vermeld. Merkwaardig is dat het volksgeloof de gelijktijdig braak verwekkende en laxerende werking van de verse bast verklaart, door aan te nemen dat de bast van de beneden naar boven geschild braak verwekkend, van boven naar beneden geschild laxerend zou werken. Vroeger vond de vuilboom ook toepassing op een geheel ander terrein. Het hout leverde, dank zij het geringe asgehalte, een prima kwaliteit houtskool, die gebruikt werd voor de bereiding van buskruit. In Duitsland wordt de vuilboom nog wel “Pulverholz” genoemd.

Nog weinig gebruik van antrachinonen

Vele planten met antrachinonen, Aloe, Vuilboom, Russische rabarber en Senna worden hedendaags nog weinig als laxeermiddel gebruikt.

Allium sativum knoflook

Allium sativum extract

Het medicinale gebruik van knoflook is van alle tijden. Niet voor niets wordt knoflook gezien als remedie tegen het verouderen; knoflook gaat ontegenzeglijk hart- en vaatziekten tegen, verbetert de doorbloeding van organen en weefsels, versterkt daarnaast het afweersysteem en beschermt het lichaam tegen toxische stoffen. Bovendien is knoflook een uitstekende remedie bij uiteenlopende infecties met virussen, bacteriën, schimmels en parasieten.

Knoflook is rijk aan unieke zwavelhoudende verbindingen, met als belangrijkste component alliine (S-allyl-L-cysteïnesulfoxide). Het (stabiele) alliine wordt door het enzym alliinase omgezet in allicine (diallylthiosulfinaat) op het moment dat verse knoflook wordt gehakt of gekneusd. Allicine, een zeer instabiele stof, wordt vervolgens snel omgezet in meer dan honderd werkzame metabolieten (thiosulfinaten). Goede knoflookpreparaten bevatten voornamelijk alliine, dat in de ingewanden en elders in het lichaam wordt omgezet in metabolieten met een sterke medicinale werking (allicine e.a).
1 Knoflook beïnvloedt factoren die een beslissende rol spelen in de pathogenese en progressie van atherosclerose. Knoflook zorgt voor afname van de totaal- en LDL-cholesterolspiegel en triglyceridenspiegel, toename van het gunstige HDL-cholesterol, afname van de fibrinogeenspiegel, verlaging van de arteriële bloeddruk, toename van de fibrinolyse, remming van plaatjesaggregatie en afname van de bloedviscositeit. Allicine en S-allylcysteïne beschermen endotheelcellen en LDL-cholesterol tegen oxidatie en remmen atherosclerose mede op basis van de antioxidantprotectie. Daarnaast remt knoflook het atherosclerotische proces rechtstreeks door het tegengaan van de vermeerdering van gladde spiercellen in atherosclerotische plaques en van vetophoping in de vaatwand.
2 Knoflookextract verlaagt de systemische bloeddruk bij hypertensie. Doordat knoflook (in-vivo) het enzym stikstofoxidesynthase in vaatendotheel stimuleert, neemt de productie van het vaatverwijdende stikstofoxide (NO) toe. De bloeddrukverlaging is voorts het gevolg van hyperpolarisatie van de gladde spiercellen in de bloedvaten en/of inhibitie van het openen van calciumkanalen in het spierweefsel. Inhibitie van angiotensine-converting enzyme (ACE), modulatie van de prostaglandinensynthese of beïnvloeding van het atheroscleroseproces speelt misschien ook een rol.
3 Knoflookextract (onder meer allicine, S-allylcysteïne en diallyldisulfide) heeft een sterke antioxidantwerking en biedt bescherming tegen lipidenperoxidatie, gaat de vorming van superoxide-anionradicalen tegen en vangt vrije radicalen weg. Daarnaast leidt inname van knoflook tot verhoging van de antioxidantenzymen catalase en glutathionperoxidase in het serum.
4 Knoflook stimuleert de activiteit van macrofagen, lymfocyten en natural killer cells. Door het remmen van de enzymen lipoxygenase en cyclo-oxygenase vermindert knoflook de ongecontroleerde vorming van ontstekingsbevorderende eicosanoïden (prostaglandines, leukotriënen en tromboxanen).
5 Knoflook heeft een zeer brede antimicrobiële activiteit en is effectief tegen grampositieve en gramnegatieve bacteriën, virussen, parasieten en gisten en schimmels waaronder Candida albicans. De toxineproductie door aanwezige micro-organismen wordt eveneens door knoflook tegengegaan. Eén mg allicine komt wat potentie betreft overeen met circa 15 IU penicilline. Ook tegen darmparasieten is knoflook werkzaam. Zo doodt allicine dysenterieverwekkende amoeben (Entamoeba histolytica) door het blokkeren van cysteïneproteïnasen en alcoholdehydrogenasen in de amoebe.
6 Allicine inactiveert de enzymen van pathogene bacteriën, virussen en schimmels door met de thiolgroep (SH- of sulfhydrylgroep) van het enzym te reageren. Zoogdieren hebben veel minder eiwitten met SH-groepen dan lagere organismen. In het menselijk lichaam beschermt glutathion de thiolgroepen daarom tegen beschadiging. Micro-organismen die gevoelig zijn voor knoflook zijn, door het diep ingrijpende werkingsmechanisme van knoflook, gelukkig niet in staat resistentie tegen knoflook te ontwikkelen.
Uit in-vitro en in-vivo studies is gebleken dat knoflook het immuunsysteem versterkt, mede door de antioxidantwerking van knoflook. Allicine en talloze metabolieten waaronder diallylsulfide (DAS), diallyldisulfide (DADS) en gammaglutamyl-methylselenocysteïne (GGMSC) zijn hiervoor verantwoordelijk.

Di- en trisulfides en allylmercaptaan uit knoflook cheleren bovendien zware metalen zoals kwik, cadmium en lood. Niet onbelangrijk is dat bestanddelen in knoflook enzymen van de fase-II-detoxificatie induceren in de lever en andere organen, waardoor toxines beter worden afgebroken en uitgescheiden, en het lichaam wordt beschermd tegen sterk reactieve metabolieten uit de fase-I-detoxificatie. Knoflook beschermt de lever tegen toxische stoffen zoals aflatoxine, benzopyreen en acetaminophen. De werking van knoflook neemt sterk af wanneer verse knoflook verhit wordt.

Vanuit de volksgeneeskunde is bekend dat knoflook de spijsvertering ondersteunt, dysbiose tegengaat en de eetlust bevordert.

Knoflook kan de bloedglucosespiegel verlagen. Althans dat blijkt uit onderzoek bij dieren. Humane studies zijn minder eenduidig. Mogelijk verbetert knoflook de insuline-afgifte en zorgt het voor een tragere inactivering van insuline.

Indicaties
* Cardiovasculaire aandoeningen (o.a. atherosclerose, coronaire hartziekte, beroerte, trombose, hypertensie).
* Perifere doorbloedingsstoornissen (claudicatio intermittens, ziekte van Raynaud).
* Hyperlipidemie, hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie.
* Bacteriële, virale, schimmelinfecties en parasitaire infecties van de luchtwegen (o.a. bronchitis, astma, verkoudheid, sinusitis, longontsteking, keelontsteking).
* Bacteriële, virale, schimmelinfecties en parasitaire infecties van het maagdarmkanaal (o.a. gastro-enteritis, diarree, dysenterie, candidiasis en parasitaire darminfecties).
* Bacteriële, virale, schimmelinfecties en parasitaire infecties van de urinewegen (o.a. cystitis, candida).
* Dyspepsie.
* Leverdetoxificatie.

Contra-indicaties
Wees voorzichtig met het gebruik van een allium sativum extract voor en vlak na een operatie en bij het gebruik van antistollingsmedicatie (zoals warfarine, indomethacine en aspirine), aangezien knoflook de bloedstolling vertraagt. Allium sativum extract is gecontra-indiceerd bij een overgevoeligheid voor knoflook en bij het gebruik van proteaseremmers tegen het HIV-virus. Knoflook kan de bloedspiegel van proteaseremmers namelijk aanzienlijk verlagen.

Bijwerkingen
Soms leidt het gebruik van Allium sativum extracten (vooral in hoge doseringen) tot misselijkheid, duizeligheid, maagklachten of irritatie van de slijmvliezen in het maagdarmkanaal. Verlaging van de dosis verhelpt dergelijke klachten in de regel. Een allergische reactie is in principe mogelijk, maar is heel zeldzaam.

Interacties
Let op bij het gebruik van bloedglucoseverlagende medicijnen (sulfonylurea), want in combinatie met knoflook kan de bloedglucosespiegel sterker dalen. Ook kan knoflookextract in theorie de werking van statines (cholesterolverlagende medicatie) en ACE-remmers (medicatie tegen hoge bloeddruk) versterken. Gebruik van hoge doses Allium sativum extract wordt bij het gebruik van genoemde medicatie voor de veiligheid afgeraden. Tot slot is bekend dat Allium sativum extract de werking van antibiotica potentieert.

Dosering
Gebruik een dosering allium sativum extract overeenkomend met ongeveer 10 mg alliine. Hogere doses kunnen gedurende kortere perioden (bijvoorbeeld bij infecties) worden toegepast. Het is aan te bevelen allium sativum extract bij de maaltijd in te nemen.

aliumsativaWerking
Knoflook is gezond. Het bevat onder andere de heilzame werkingsstof allicine, een belangrijk zwavelproduct voor ons lichaam. Omdat allicine zeer vluchtig is, gaat bij de bereiding helaas een groot deel van de gezonde kracht verloren. Dankzij een geavanceerd procedé bevat onze Allium sativum extract alle actieve ingrediënten uit knoflook, waaronder een zeer hoge dosering alliine die pas in de darm wordt omgezet in allicine. Daarom draagt dit supplement effectief bij aan een verantwoord cholesterolgehalte en heeft het een gunstige invloed op de bloeddruk. Zo weet u zeker dat uw cliënt optimaal profiteert van de gezonde werkingskracht van knoflook.

Belangrijkste kenmerken Allium sativum extract:
* Goed voor het cholesterolgehalte
* Ook gunstig voor de bloeddruk
* Bevat alleen de meest actieve ingrediënten uit knoflook
* Unieke enzymtechnologie

Contra-indicaties
Wees voorzichtig met het gebruik van Allium sativum extract voor en vlak na een operatie en bij het gebruik van antistollingsmedicatie (zoals warfarine, indomethacine en aspirine), aangezien knoflook de bloedstolling vertraagt. Allium sativum extract is gecontra-indiceerd bij een overgevoeligheid voor knoflook en bij het gebruik van proteaseremmers tegen het HIV-virus. Knoflook kan de bloedspiegel van proteaseremmers namelijk aanzienlijk verlagen.

Bijwerkingen
Soms leidt het gebruik van Allium sativum extract (vooral in hoge doseringen) tot misselijkheid, duizeligheid, maagklachten of irritatie van de slijmvliezen in het maagdarmkanaal. Verlaging van de dosis verhelpt dergelijke klachten in de regel. Een allergische reactie is in principe mogelijk, maar is heel zeldzaam.

Interacties
Eventuele interacties kunt u opzoeken in onze interactiedatabase. Let op bij het gebruik van bloedglucoseverlagende medicijnen (sulfonylurea), want in combinatie met knoflook kan de bloedglucosespiegel sterker dalen. Ook kan knoflookextract in theorie de werking van statines (cholesterolverlagende medicatie) en ACE-remmers (medicatie tegen hoge bloeddruk) versterken. Gebruik van hoge doses Allium sativum extract wordt bij het gebruik van genoemde medicatie voor de veiligheid afgeraden. Tot slot is bekend dat Allium sativum extract de werking van antibiotica potentieert.

Adviesdosering
Dagelijks 1 tablet tijdens of vlak na de maaltijd innemen.
Hogere doses kunnen gedurende kortere perioden worden toegepast.

Synergisme
Supplementen die naast Allium sativum extract, afhankelijk van de indicatie, ingezet kunnen worden zijn onder meer Prim-Omega, Vitamine E-400 complex, Alfa liponzuur 100 mg, antioxidanten (Santioxan), Chlorella en Darmocare Pro.

Aesculus hippocastanum (Paardenkastanje)

Oorsprong
De paardekastanje is een boom die zijn oorsprong vindt in Zuidoost Europa. In de 18e eeuw is de boom als sierboom naar Nederland gekomen. De extracten van kastanjes van deze boom bleken over geneeskrachtige eigenschappen te bezitten. De stof die verantwoordelijk is voor de meest gunstige eigenschappen is aecine.

paardenkastanje

Aesculus hippocastanum (Paardenkastanje)

Werkingsmechanisme
Het gebruik van paardenkastanje-extract is vooral effectief bij spataderen, oedeem in de benen, gezwollen benen en enkels en vermoeide, ‘zware’ benen. Dit zijn de meest kenmerkende symptomen van veneuze insufficiëntie. Veneuze insufficiëntie is een aandoening van de bloedvaten. De bloedvaten zijn hierbij onvoldoende in staat het bloed terug te voeren naar het hart. De oorzaak ligt bij de aderkleppen die het bloed onvoldoende tegenhouden waardoor het in de aderen blijft staan. Vooral in de benen leidt dit tot problemen. De aderen rekken onder invloed van het bloedvolume uit waardoor spataderen kunnen ontstaan. De werking van de bloedvaten neemt hierdoor verder af. Verhoogde druk op de bloedvaatwanden zorgt tevens voor uittreding van vocht in de weefsels wat leidt tot oedemen en zwelling in benen en enkels.

Paardekastanje-extract stimuleert de afgifte van het vasoconstrictieve prostaglandine F2α (PGF-2α) welke zorgt voor vernauwing van bloedvaten door samentrekking van spiertjes in de bloedvaatwanden. Door de vasoconstrictie kan het bloed eenvoudiger teruggestuwd worden naar het hart. Hierdoor verbetert de bloeddoorstroming en vermindert de uittreding van plasma en leukocyten vanuit de bloedbaan in weefsels. Aecine vermindert de histamine- en serotonine-geïnduceerde capillaire hyperpermeabiliteit, waardoor zwelling en oedemen in de benen en enkels verminderen.

Verschillende onderzoeken onderschrijven het gunstige effect van paardekastanje-extract bij deze aandoening. Er zijn 14 Randomised Controlled Trials uitgevoerd waarin het effect van paardekastanje op veneuze insufficiëntie werd bestudeerd. 7 hiervan waren van hoge kwaliteit, waardoor de uitkomsten betrouwbaar en aannemelijk zijn. Alle studies bij elkaar onderschrijven een significant gunstiger effect van paardekastanje dan van placebo en suggereren een vergelijkend effect als het gebruik van steunkousen tegen zwelling en oedeem.
Er traden significante verbeteringen op van onderbeenomtrek, beenvolume en de symptomen van pijn in het been, jeuk en het gevoel van vermoeide en ‘gespannen’ benen bij het gebruik van paardekastanje-extract in vergelijking met placebo. Onderzoeken waarbij paardekastanje-extract wordt vergeleken met rutine, een in Duitsland toegepast middel bij de behandeling van veneuze insufficiëntie, laat aanwijzingen zien dat paardekastanje-extract tot gelijke resultaten kan leiden. Ook in vergelijking met steunkousen, in Nederland veel toegepast bij veneuze insufficiëntie, lijkt paardekastanje-extract dezelfde effecten te hebben.
Geen noemenswaardige bijwerkingen bij het gebruik van paardekastanje zijn gevonden.

Voor een aantal gevallen is bij het gebruik van paardekastanje-extract extra voorzichtigheid geboden. Dit geldt vooral bij kinderen en volwassenen met diabetes. Bij deze groep kan paardekastanje-extract mogelijk de kans een hypoglycemie vergroten. Paardekastanje-extract gaat de normale verhoging van het serumglucoseniveau wanneer glucose wordt ingenomen tegen. Hierdoor kan paardekastanje, theoretisch gezien, het effect van medicijnen die een hypoglycemie kunnen veroorzaken, zoals de diabetesmedicatie insuline of metformine, vergroten. Ook door gelijktijdig gebruik van paardekastanje-extract met kruiden die bloedsuikerverlagende eigenschappen hebben zoals bittermeloen, Panax ginseng en Amerikaanse ginseng, kan de kans op een hypoglycemieën toenemen. Dit effect is echter nog niet bij mensen waargenomen.

Ten slotte zijn er nog enkele andere interacties van paardekastanje-extract met geneesmiddelen bekend. Anti-angiogene geneesmiddelen (middelen gebruikt voor de behandeling van kanker) zijn erop gericht de groei en nieuwvorming van bloedvaten te normaliseren met als doel de uitzaaiing van tumoren tegen te gaan en de voorziening van antikankergeneesmiddelen bij de tumor te vergroten. Omdat paardekastanje-extract ook invloed heeft op de bloedvaten en de vasculaire permeabiliteit vermindert, is gebruik van paardekastanje-extract niet aan te bevelen bij dergelijke kankermedicatie, of anders uitsluitend op advies van een gespecialiseerd en ervaren arts.
Anticoagulantia, antiplatelet medicatie en NSAID’s kunnen, wanneer zij worden gecombineerd met ongezuiverd paardekastanje-extract, het risico op bloedingen verhogen. Klinische onderbouwing van deze aanname ontbreekt. Over het algemeen zijn de extracten van paardekastanje goed gezuiverd waardoor deze interactie niet waarschijnlijk is.

Werking

Aesculus hippocastanum draagt bij aan een normale bloedsomloop en ondersteunt de conditie van de vaatwand.

De zeer strenge kwaliteitscontroles bij Bonusan zijn een garantie voor de hoge kwaliteit, goede opneembaarheid en zuiverheid van dit product.

Contra-indicaties
In de aangegeven dosering zijn van dit middel geen contra-indicaties bekend.

Bijwerkingen
Voor zover bekend zijn bij het gebruik van Aesculus hippocastanum in de aangegeven dosering geen bijwerkingen waargenomen.

Interacties
Interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.

562254_600660303297249_308522499_n.jpgAfspraak maken met Alie Wouda? Stuur een bericht naar  info@natuurpraktijkaurora.nl

%d bloggers liken dit: