Silicium verrijkt water en afname van Alzheimer

J Alzheimers Dis. 2006 Sep;10(1):17-24; discussion 29-31.

Non-invasive therapy to reduce the body burden of aluminium in Alzheimer’s disease.

Source

Birchall Centre for Inorganic Chemistry and Materials Science, Keele University, Staffordshire, UK. c.exley@chem.keele.ac.uk

Abstract

There are unexplained links between human exposure to aluminium and the incidence, progression and aetiology of Alzheimer’s disease. The null hypothesis which underlies any link is that there would be no Alzheimer’s disease in the effective absence of a body burden of aluminium. To test this the latter would have to be reduced to and retained at a level that was commensurate with an Alzheimer’s disease-free population. In the absence of recent human interference in the biogeochemical cycle of aluminium the reaction of silicic acid with aluminium has acted as a geochemical control of the biological availability of aluminium. This same mechanism might now be applied to both the removal of aluminium from the body and the reduced entry of aluminium into the body while ensuring that essential metals, such as iron, are unaffected. Based upon the premise that urinary aluminium is the best non-invasive estimate of body burden of aluminium patients with Alzheimer’s disease were asked to drink 1.5 L of a silicic acid-rich mineral water each day for five days and, by comparison of their urinary excretion of aluminium pre-and post this simple procedure, the influence upon their body burden of aluminium was determined. Drinking the mineral water increased significantly (P<0.001) their urinary excretion of silicic acid (34.3 +/- 15.2 to 55.7 +/- 14.2 micromol/mmol creatinine) and concomitantly reduced significantly P=0.037) their urinary excretion of aluminium (86.0 +/- 24.3 to 62.2 +/- 23.2 nmol/mmol creatinine). The latter was achieved without any significant (P>0.05) influence upon the urinary excretion of iron (20.7 +/- 9.5 to 21.7 +/- 13.8 nmol/mmol creatinine). The reduction in urinary aluminium supported the future longer-term use of silicic acid as non-invasive therapy for reducing the body burden of aluminium in Alzheimer’s disease.

Leptine

De vetcellen van ons lichaam maken leptine aan. Leptine heeft als functie om aan te geven of er sprake is van overvloed of schaarste. Het is een hormoon dat relatief recent ontdekt is (1994), maar het geeft ons een interessant inzicht in suikerverbranding tegenover vetverbranding. Ik zal het uitleggen:

Allereerst moeten we helemaal terug in de tijd naar het prille begin van de aarde. De aarde was toen een verstikkende gasmassa en het enige leven dat er was, bestond uit eencellige organismes die zich voedden op basis van fermentatie van glucose. De goede verstaander ziet hier meteen een verband tussen gebrek aan zuurstof en suiker (kanker), maar daarover zo meer.

Complex leven op deze planeet zou niet mogelijk zijn als deze eencellige organismes niet op een bepaald moment hadden besloten samen te clusteren. Het eerste product van deze samenwerking was de planten- en bomenwereld. Deze waren in staat koolstofdioxide uit de atmosfeer in te ademen en zuurstof uit te ademen. Daarna kwamen de dieren, de eerste op zuurstof gebaseerde, complexe organismes. Ten slotte kwam de mens.

Alle op zuurstof gebaseerde organismes hebben met elkaar gemeen dat ze vetzuren gebruiken als brandstof. Ter herinnering: anaerobe, simpele organismes verbranden glucose. Barry Groves legt hier feilloos uit waarom zelfs plantenetende dieren een vetrijk voedingspatroon aanhouden:

http://www.second-opinions.co.uk/should-all-animals-eat-a-high-fat-low-carb-diet.html
http://www.second-opinions.co.uk/should-all-animals-eat-a-high-fat-low-carb-diet-2.html

Geen wonder dus dat wij mensen vetcellen hebben die het hormoon leptine aanmaken. Zoals gezegd, leptine geeft aan of er sprake is van overvloed of van schaarste. Overvloed of schaarste aan wat? Vet natuurlijk! Wij mensen zijn als complexe, aerobe organismes natuurlijke vetverbranders. Dit betekent maar 1 ding: het moderne koolhydraat-, zetmeel- en suikerrijke voedingspatroon behoort niet toe aan complexe, organismes als ons mensen en het bevordert dan ook anaerobe fermentatie van suikers.

Dit is bijzonder ziekmakend en zelfs dodelijk! In 1925 ontdekte de Duitse biochemist Otto Warburg dat kanker anaeroob is en zich voedt d.m.v. fermentatie van glucose uit de bloedstroom. Hij ontdekte tevens dat er helemaal niet zoiets bestaat als een kankercel, maar dat het een gewone cel is die lijdt aan verstikking: bij een zuurstoftekort van 60% of meer verandert deze in wat we een kankercel noemen. In werkelijkheid gaat het evolutionaire geheugen van onze cellen terug naar de prille oertijd, lang voordat er mensen waren en geven ze hun hogere functie van samenwerking op. In feite worden het opnieuw eencellige, primitieve organismes die zich in anaerobe omstandigheden in stand houden d.m.v. melkzuurfermentatie van suiker.

Ik krijg vaak de vraag: hoe komt de moderne mens dan aan dat zuurstoftekort op celniveau? Nu weet je het antwoord: door veel suiker, zetmeel en koolhydraten te eten. Dit wordt allemaal glucose in het bloed en dit gebeurt op basis van vergisting (fermentatie). Een andere inwendige fermentatiebron kan zijn: overmatige consumptie van eiwitten zonder ondersteunende vetten (waardoor het lichaam de eiwitten omzet in glucose) of een gebrekkige eiwitvertering a.g.v. te weinig maagzuur.

Telkens zie je die woorden ‘suiker’, ‘anzeroob’ en ‘fermentatie’ terugkomen. Daartegenover staan ‘vetten’ en ‘aeroob’. Nogmaals: op zuurstof gebaseerde organismes bedienen zich bij voorkeur van vet als brandstof. De celwanden van complexe, aerobe organismes zijn opgebouwd uit vetzuren, die vervolgens een optimale toevoer van zuurstof naar de cellen bevorderen.

Leptine geeft aan of er voldoende gezonde vetten in omloop zijn. Is dit het geval, dan kalmeert en ontspant het systeem, omdat ‘de jacht gunstig is’. Vergeet niet dat we uit de IJstijd stammen als jager-verzamelaars en ons vrijwel uitsluitend voedden met dierlijk leven, vooral dierlijk vet.

Indien er echter onvoldoende vetten in omloop zijn, geeft leptine een krachtig signaal af dat er sprake is van schaarste. Dit is uiteraard het geval bij een modern koolhydraatrijk en vetarm eetpatroon. Leptine spoort dan de alvleesklier aan om insuline af te geven. Insuline duwt vervolgens op agressieve wijze de overtollige glucose in de bloedstroom in de cellen. Dit dient twee functies: de suiker is uit de bloedstroom verwijderd en kan daar geen schade meer aanrichten en de energie uit suiker wordt opgeslagen in de cellen en omgezet in vet, de brandstof waar het lichaam werkelijk om vraagt.

Hierdoor vervetten de cellen en zetten ze uit, waardoor er zoveel vetopslag plaatsvindt dat we overgewicht krijgen. Zelfs mensen met een snelle stofwisseling die mager zijn merken dit, omdat ze ‘zwembandjes’ (‘love handles’) krijgen die er maar niet af te trainen zijn. Je kunt nl. wel suiker verbranden, maar geen insuline. Die vrije insuline (en suiker als je onvoldoende lichaamsbeweging hebt) in het bloed richt veel schade aan aan bloedvaten, organen, gewrichten en andere weefsels. Een eiwitrijk dieet om de bloedsuikerspiegel stabiel te houden helpt evenmin, want zonder consumptie van ondersteunende vetten zal het lichaam de eiwitten gaan omzetten in glucose. De overmatige consumptie van suiker en eiwitten zonder voldoende ondersteunende en afremmende vetten zorgt voor versuikering (glycatie) van eiwitten, waardoor ons bloed dik en stroperig wordt en er zelfs levensgevaarlijke bloedproppen kunnen ontstaan. Er is nog nooit onomstotelijk bewezen dat verzadigd vet en cholesterol verantwoordelijk zouden zijn voor dergelijke bloedproppen.

We moeten eens en voor altijd begrijpen dat ons lichaam zit te wachten op VET als brandstof en niets anders. Geen koolhydraten en geen eiwitten. De mens is een vetverbrander, punt. Dit voorziet zijn cellen van zuurstof. Suiker in de vorm van koolhydraten of omgezette eiwitten berooft menselijke (en trouwens ook dierlijke) cellen van zuurstof. Vandaar dat we meer vetten moeten eten dan eiwitten en meer eiwitten dan koolhydraten, in die volgorde. Met een moeilijk woord heet dit een ketogeen voedingspatroon, verwijzend naar ketonen als brandstof i.p.v. glucose.

Voordat je nu echter de keuken in gaat en ruimschoots margarine of halvarine op je boterham gaat smeren of gaat bakken in ruimschoots zonnebloemolie of maisolie, laat me je dan ook daarin wereldwijs maken: dit zijn zwaar bewerkte, plantaardige ‘plastic’ olien en vetten die het tegenovergestelde effect bereiken en je cellen juist luchtdicht maken en doen verstikken! Bovendien zijn de zuurstofmoleculen in deze bewerkte vetten beschadigd en missen daardoor een elektron, waardoor deze ‘moleculaire misbaksels’ gevaarlijke vrije radicalen vormen en degeneratieve oxidatie veroorzaken. Zie hierover meer in¬†deze tekst. Het eerste wat je zou moeten doen is dus alle bewerkte plantaardige olien en vetten linea recta in de prullenbak mikken en voortaan uitsluitend nog kokosolie, roomboter en olijfolie zowel warm als koud gebruiken. Je hoeft dan niet te kijken op een eetlepeltje meer. Leptine houdt vervolgens in de gaten of er voldoende vet in omloop is en indien dit het geval is wordt de alvleesklier ook niet meer aangespoord om insuline te blijven produceren.

Er komt hierdoor een algehele rust en ontspanning in je totale systeem, want er is geen stress. De bloedsuikerspiegel hoort nl. alleen in tijden van acute stress dramatisch te stijgen. Het lichaam heeft dan geen tijd voor de te langzame, geleidelijke vetverbranding. De bedoeling is om meteen glucose naar de hersenen en spieren te laten gaan, zodat we snel kunnen beslissen of we moeten vechten tegen of vluchten voor het gevaar en bovenmenselijke spierkracht krijgen om vechten of vluchten mogelijk te maken. Je kent het hormoon dat hiermee gepaard gaat wel: adrenaline. Dit is een hormoon dat geproduceerd wordt door de bijnieren, die de lever aansporen zijn glucogeenvoorraad direct af te geven aan het bloed, waar dit wordt omgezet in glucose.

Voortdurend de bloedsuikerspiegel verhogen door overmatige consumptie van koolhydraten en eiwitten zonder ondersteunende vetten werkt dus voortdurende stress in de hand. Leptine stuurt dan insuline aan om de glucose op te slaan als vet, als reactie op schaarste. Suiker = schaarste = stress. Vet = overvloed = ontspanning. Vandaar dat koolhydraten slechts energie op korte termijn verschaffen en er geen rem op de inname ervan lijkt te zitten, terwijl vetten lange termijnenergie verschaffen en je een krachtig verzadigingsgevoel geven, tot op het misselijke af als je er teveel van eet! Ooit iemand gezien die verslaafd is aan biefstuk? Ik niet. Ik zie wel niets dan suikerverslaafden. Dat verzadigingsgevoel is de werking van leptine en overmatige koolhydraatconsumptie gaat dit signaal van leptine tegen, waardoor je maar door blijft eten. Alles begint dus bij vet, precies wat Weston Price ook ontdekte, die naar vetoplosbare vitamines verwees als ‘activators’.

Enne dames: je kunt niet vet worden van vet, als je vet verbrandt. Suikerverbranding, daarentegen, resulteert in vetopslag en, nog veel erger, celverstikking (zuurstoftekort op celniveau), waardoor je risico op kanker, diabetes en hart- en vaatziekte toeneemt, alsmede elke andere denkbare welvaartsziekte. En mager maar gezond? Ik dacht het niet! Ondergewicht is een nog veel groter probleem dan overgewicht, want je hebt dan geen reserves en geen reserves = schaarste. Door de stress die suikerverbranding creeert kan het lichaam te snel (ondergewicht) of te langzaam (overgewicht) gaan draaien, twee kanten van dezelfde medaille. Helaas hoor je bijna nooit iets over ondergewicht, omdat ons verwrongen beeld van een ‘gezond gewicht’ ondergewicht in de hand werkt en dus sociaal geaccepteerd is als zijnde ‘mooi slank’.

Een suikerverbranding kan ook leiden tot leptineresistentie. Leptineresistentie kan weer leiden tot insulineresistentie. De cellen zitten dan overvol en willen geen suiker meer. Het kan ook zijn dat de plastic plantaardige vetten de celwanden dermate verzwakken dat de receptoren op deze celwanden niet of nauwelijks meer functioneren, waardoor er geen goede hormonale communicatie met de cellen meer mogelijk is. Er is maar 1 uitweg: geleidelijk je koolhydraatconsumptie verminderen tot ergens tussen de 50 en 100 gram koolhydraten per dag en je consumptie van vetten vermeerderen. Zolang je ofwel via te veel koolhydraten, ofwel via te veel eiwitten een te hoge insulinespiegel hebt, zul je geen gezonde vetverbrander worden en in de suikerverbranding blijven hangen en de daarbij behorende vetopslag in de cellen.

Als het om vet gaat, zijn er uiteindelijk maar twee keuzes: plantaardig of dierlijk. Planten zijn doorgaans niet rijk aan vet, maar dieren des te meer. We hebben ons het grootste deel van onze evolutie hoofdzakelijk gevoed met dierlijke vetten en eiwitten. De vetzuursamenstelling van dierlijk vet is afhankelijk van wat de dieren eten. De juiste planten horen aan de basis te staan van ons dierlijk voedsel en die planten horen weer te groeien in de juiste bodem, een bodem die mineraalrijk is. Opnieuw bevestigt dit het onderzoek van Price, die concludeerde dat de voeding van gezonde natuurvolkeren rijk was aan dierlijke vetten en aan mineralen. Bovendien is de keus voor dierlijk logisch als je beseft dat de meeste plantaardige vetten zwaar bewerkt zijn en dierlijke vetten niet.

Een gezonde vetverbrander eet onbeperkt dierlijk vet van de allerbeste kwaliteit, niet te veel en niet te weinig eiwitten en zo weinig mogelijk koolhydraten. Het lastigst is de overgang van suikerverbranding naar vetverbranding. Maak niet de fout door te drastisch je inname van koolhydraten te verlagen, want een leven lang glucose verbranden is niet zomaar ongedaan te maken. Streef echter wel naar minimalisering van inname van koolhydraten en maximale vetinname, met eiwitten ergens mooi daartussenin.

 

Laagdrempelige ontsteking

Afbeelding

Een systematische laaggradige ontstekingen is één van de belangrijkste oorzaken die betrokken zijn bij het ontstaan van alle mogelijke ziektebeelden, zoals hart- en vaatziekten, metabool syndroom, diabetes, artritis, hersenaandoeningen en kanker. Op het eerste gezicht klinkt dat wat ongeloofwaardig en te eenvoudig, maar als we kijken naar de achtergrond wordt de logica ineens duidelijk.  Wat is een systemische laaggradige ontsteking, wat veroorzaakt het en wat kunnen we eraan doen?

Immuunsysteem

Een systemische laaggradige ontsteking is een ontsteking die verspreid in het lichaam is en van zeer lage intensiviteit. Het zorgt voor een chronische activatie van het immuunsysteem en verbruikt veel van onze energievoorraad.  Het gaat bij dit soort ontstekingen niet alleen om ontstekingen met de klassieke verschijnselen zoals roodhuid, pijn en zwelling. Vaak worden dergelijke ontstekingen dan ook niet als zodanig herkend en kunnen vele jaren het immuunsysteem van binnen uithollen.

Een ander misverstand waardoor laaggradige ontstekingen moeilijker herkend worden is, dat er vaak vanuit wordt gegaan dat ontstekingen met infecties te maken hebben. Dus dat er een bacterie of een virus bij betrokken zou moeten zijn. Deze is bij een laaggradige ontsteking afwezig, dus  waar komen deze ontstekingen dan vandaan?

Vicieuze cirkel

Ons immuunsysteem is voortdurend aan het speuren in ons lichaam naar stoffen die ons ziek kunnen maken. Wanneer er een indringer wordt gevonden dan gaat ons immuunsysteem direct aan de slag om deze indringers onschadelijk te maken. Wanneer het lichaam voortdurend in aanraking komt met irriterende stoffen moet het voortdurend verdediging en herstelreacties uitvoeren. Een voorbeeld hiervan is rook. Het

immuunsysteem herkent het als lichaamsvreemd en mogelijke bedreiging. Er wordt daarom een ontstekingsreactie gestart. Als u rook in de longen krijgt is het hoesten een eersteafweerreactie. Als de belasting met rook langer duurt of herhaaldelijk voorkomt kan er een laaggradige ontsteking ontstaan die u kunt merken aan meer slijmvorming en hoesten. De rook in de longen is een duidelijk en herkenbaar voorbeeld maar deze reactie kan optreden bij alle niet natuurlijke en lichaamsvreemde stoffen.

Ook overgewicht zorgt voor een laaggradige ontsteking. Vetweefsel is een levend orgaan.Vetcellen zijn oorspronkelijk witte bloedcellen. Door vetopslag verandert de functie van de cel, maar deze blijven wel permanent ontstekingsstoffen produceren.¬† Het goede nieuws is dat matig intensieve beweging voor de maaltijd de ontstekingsreactie voorkomt. Sporten is de goedkoopste en effici√ęntste ontstekingsremmer. Met de fiets naar de winkel of voor het eten een eindje gaan lopen is daarom geen slecht idee.

Een andere bron van een laaggradige ontsteking is een darm die niet goed werkt. Een darm moet natuurlijk voedingsstoffen doorlaten, maar bij sommige mensen laat de darm te grote stukken eiwitten door, waarop het immuunsysteem reageert met een laaggradige ontsteking!

Wanneer het immuunsysteem niet in goede conditie is, door bijvoorbeeld stress of onvolwaardige voeding, kan het soms na een infectie niet goed herstellen. Het gevolg is dat het overschot aan vrije radicalen niet kan worden geneutraliseerd, waardoor de vrije radicalen de cellen van het lichaam aanvallen en beschadigen. De beschadiging wordt door het lichaam opgemerkt en het lichaam start vervolgens weer een afweer/herstelreactie. Hierdoor ontstaanweer vrije radicalen waarvan een deel niet geneutraliseerd kan worden. Op deze wijze kan een chronische ontsteking ontstaan als een soort vicieuze cirkel.

Bewegen, bewegen, bewegen!!!

Wat kun je nu zelf doen om dit te voorkomen? Allereerst is het belangrijk dat je op je gewicht let. Door een actieve levenstijl te cre√ęren heb je minder last van de vrije radicalen. Naast je leefstijl kan¬† je ook je voedingspatroon aanpassen. Het is bekend dat vooral de bioflavono√Įden (bioactieve stoffen die alleen in planten zitten) effectief zijn in het temperen van een ontsteking. Van stoffen zoals quercetine, resveratrol, curcumine, gember¬† is in verschillende onderzoeken aangetoond dat ze een ontstekingsremmende werking hebben. Daarnaast is¬† fytomedicatie natuurlijk een goede bron om de laaggradige ontsteking effectief te bestrijden.

Heb je al last van klachten die kunnen wijzen op een laaggradige ontsteking, zoals artrose, astma, COPD, hart- en vaatziekten, huidproblemen en verschillende darmaandoeningen? Zoek proffesionele hulp van een kPNI-therapeut! Door het bestrijden van deze ontstekingen is er minder sprake van weefselbeschadiging, een verstoorde darmbarrière, gewrichts- en/of andere klachten.

Wil je op de hoogte gehouden worden voeg me dan toe als vriend https://www.facebook.com/aliewouda

Afspraak maken? info@natuurpraktijkaurora.nl

Hoe krijgen we Lekkend Darm Syndroom?

Dr. Otto Warburg3 (Nobelprijswinnaar) heeft in 1920 ontdekt wat alle kankeronderzoekers heden ten dage weten. Het grootste gevaar om kanker te krijgen is fermentatie, namelijk rotten van voeding in de darmen. Fermentatie ontstaat in maag en darmen door voedsel dat maar gedeeltelijk is verteerd door ontbreken van de nodige enzymen om te kunnen verteren of door een kunstmatige toevoeging van suikers in onze voeding. Hierdoor ontstaan minuscule haarscheurtjes in de darmvlokken waardoor half of niet verteerde voedselresten direct in de bloedstroom terecht komen. Een samenvloeiing van rode bloedlichaampjes geeft nog een bijkomende oorzaak waardoor kanker gemakkelijk ontstaat. Onze witte bloedlichaampjes komen niet bij de bron, waar vrije kankercellen rondzwerven, om hen te vernietigen.

Dagelijks horen pati√ęnten hun oncologen zeggen: ‚Äúwe boeken vooruitgang, bij vroege onderkenning kunnen we nog veel ellende voorkomen, dan krijgen we het hele gezwel eruit door een operatie met naderhand bestraling en komt het nog niet goed hebben we nog altijd chemotherapie.‚ÄĚ Na een operatie echter komt de specialist aan uw bed doodleuk vertellen dat u nu direct chemotherapie nodig hebt om alle restanten weg te nemen. Elke kankerpati√ęnt heeft angst om dood te gaan, wie niet, en stemt zonder veel nadenken toe. Zulke praktijken worden al jaren uitgevoerd. Zonder enig resultaat!

bron
http://www.uitdaging.net/gezond/kanker_behandeling_voeding.html 4

http://en.wikipedia.org/wiki/Leaky_gut_syndrome