Voedingssupplementen onzin?

Heel mooi artikel kwam ik tegen van Juglan zwaan en daar sta ik helemaal achter.

Beste lezer,
De afgelopen week is vitamine D uitgeroepen tot supplement van het jaar. Andere populaire supplementen waren magnesium en kurkuma. Vrijwel direct reageerden experts hierop met een persbericht dat supplementen volstrekt onnodig zouden zijn. Ik ontving hier vele vragen over. Hoe zit dit nu precies?

voedingssuplementenAls we het originele artikel erbij pakken, dan blijken de ‘experts’ te bestaan uit slechts één persoon, namelijk Patricia Schutte van het Voedingscentrum. Ze heeft diëtetiek gestudeerd en geen orthomoleculaire geneeskunde. Als woordvoerster zal ze ongetwijfeld de mening van het Voedingscentrum uitdragen. De Nederlander mag de gezondheid niet te veel in eigen hand nemen en al helemaal niet buiten de gebaande paden treden. Het lijkt erop dat supplementen zwartgemaakt worden als reactie op het feit dat vitamine D even in het zonnetje is gezet.

Het Voedingscentrum zegt dat het beter is om alles uit onze voeding te halen. Ik ben het daar volledig mee eens, maar om nu alle supplementen als onzin te betitelen, vind ik wat ver gaan.

Verkopers van supplementen doen er alles aan om ons te laten geloven dat voeding verarmd is en dat we niet zonder supplementen kunnen. Dat is onjuist. De NEVO-voedingstoffentabel van het RIVM heeft pas nog een update gekregen, hieruit blijkt dat er nog ruim voldoende voedingsstoffen aanwezig zijn in onze voedingsmiddelen. De afname van nutriënten in groenten en fruit ligt de afgelopen 80 jaar ergens tussen de 5% en 40%. Dit komt grotendeels door de verarmde bodem, maar ook door veredeling. Door te kiezen voor biologische voeding, kan dit verlies grotendeels ondervangen worden.

Nederlanders eten gemiddeld 127 gram groente per dag. Veel en veel te weinig. Daar ligt denk ik het hoofdprobleem. Stel dat we de groente-inname verdubbelen, dan kunnen we de achteruitgang in voedingsstoffen makkelijk compenseren. Daar hebben we niet per se een multi voor nodig. Over een multi gesproken, volgens de laatste inzichten doen multi’s op de korte termijn niks, maar verhogen ze op de lange termijn het risico op kanker en cardiovasculaire ziekten.

De meeste multi’s worden synthetisch geproduceerd, waarbij grondstoffen zoals petroleum, koolteer en aceton gebruikt worden. Deze multi’s bevatten vaak verbindingen die in de natuur niet als zodanig voorkomen. Daarbij worden soms extreem hoge dosissen gehanteerd, waarbij ADH’s van 10.000 keer niet worden geschuwd. Veel multi’s bevatten meer hulpstoffen zoals suiker, vulmiddelen en glansmiddelen dan daadwerkelijke vitamines en mineralen.

In studies zijn vaak deze goedkope synthetische multi’s onderzocht. Het is beter om te kiezen voor natuurlijke supplementen die lager gedoseerd zijn. Let wel: naar schatting bevat 93% van de supplementen in de winkels synthetische ingrediënten. Vele zijn natuur-identiek, waarbij de natuur is nagemaakt. Die vitamines en mineralen komen niet uit planten, maar uit een laboratorium.

Op het internet circuleert al jaren het experiment waarbij synthetische en natuurlijke supplementen een kwartier op 150 graden worden ‘gebakken’ in de oven. Met de natuurlijke gebeurt niet veel, maar de synthetische varianten kleuren helemaal zwart:
Boven: gebakken, onder: ongebakken. In de bovenstaande afbeelding is er slechts één supplement natuurlijk.

Als we veel aandacht aan ons dieet zouden schenken, dan kunnen de pillen vaak achterwege blijven. Maar de meeste mensen eten voornamelijk bewerkt voedsel en hebben veel stress. Stress belemmert de opname van vitamine B12 in zeer grote mate. Ook schijnt de zon in ons land het merendeel van de tijd niet krachtig genoeg om vitamine D aan te maken.

De waarheid ligt in het midden
Van een aantal nutriënten weten we zeker dat veel Nederlanders hier een tekort aan hebben. Dat zijn vitamine D, vitamine B12 en omega 3 vetzuren. Het suppleren ervan kan soms levensreddend zijn. Het is mij dan ook een raadsel waarom het Voedingscentrum alle supplementen over één kam scheert.

Supplement van het jaar
Op de Gezondheidsbeurs konden mensen stemmen op hun favoriete supplement. Om dit meteen ‘het supplement van het jaar’ te noemen, vind ik erg voorbarig. Het is slechts een indicatie van wat gezondheidsbeursbezoekers vinden. De verkiezing is een initiatief van supplementinfo.nl, dat weer wordt gefinancierd via het NPN door vele grote supplementenmerken. Deze website heette voorheen kiesvoorietsextra.nl en heeft onder andere als doel het promoten van voedingssupplementen. De uitslag van deze verkiezing wordt door veel verkopers van supplementen dan ook zeker ingezet als marketingtool.

Marketing
We hebben aan de ene kant te maken met slimme marketeers die supplementen aan de man willen brengen, maar aan de andere kant het Voedingscentrum dat zegt dat supplementen totaal overbodig zijn. Het is voor veel mensen erg lastig om door het bos de bomen nog te zien.

Medicijnen wel toegestaan?
Het beste kunnen we onze eigen mening vormen door het gezonde verstand te gebruiken. Verdiep jezelf in de materie. Hoe zit de wereld in elkaar? Ik hoor het Voedingscentrum nooit zeggen dat de medicijnen de deur uit moeten. Dit terwijl arts William Cortvriendt in zijn TV programma Hoe word ik 100? bewees dat de deelnemers, door anders te eten, de meeste medicijnen in het afvalvat konden deponeren. Dus supplementen worden door het Voedingscentrum verboden, maar medicijnen krijgen vrij spel? Supplementen hebben over het algemeen nauwelijks bijwerkingen, iets dat bij medicijnen wel anders is.

In een ideale wereld zou alles uit de voeding en zonlicht gehaald kunnen worden. De realiteit is echter anders: veel mensen eten erg slecht, zien de zon weinig en zijn zeer gestresst. Wanneer het lichaam uit balans is, kunnen supplementen bijdragen aan herstel van de balans. Hierbij kan tijdens de kuur gewerkt worden aan een nieuw evenwicht zonder supplementen. Als er bijvoorbeeld een magnesiumtekort speelt door stress, dan kan het verstandig zijn om voor magnesiumsuppletie te kiezen. Ondertussen kan dan gewerkt worden aan een leven met minder stresserende factoren. Groene bladgroenten zijn zeer rijk aan magnesium, dus ook in het dieet kan gekozen worden voor deze ondersteunende voeding.

Om mensen te helpen de gezondheid van het lichaam te ondersteunen met echte voeding, in plaats van supplementen, werk ik al enkele jaren aan een nieuw boek. Dit nieuwe boek, waarbij de heilzame werking van bijna alle dagelijkse voedingsmiddelen wordt beschreven, kan dan samen met de supplementenwijzer worden gebruikt. Ik verwacht het boek later dit jaar af te hebben…

Gezonde week,
Juglen Zwaan
aHealthylife.nl

40 procent heeft vitaminetekort: ‘Net zo gevaarlijk als 2 pakjes sigaretten’

40 procent heeft vitaminetekort: 'Net zo gevaarlijk als 2 pakjes sigaretten'

Ruim 40 procent van de Nederlanders heeft te weinig vitamine K en loopt daardoor risico op ernstige hart- en vaatziektes. “De schade van het tekort is vergelijkbaar met het roken van twee pakjes sigaretten”, stelt onderzoeker Cees Vermeer.

Vitamine K zit vooral in kaas, kwark en groene groentes. Zo’n 40 procent van de mensen krijgt er te weinig van binnen. Een te laag vitamine K-gehalte leidt er toe dat bloedvaten minder elastisch worden en op den duur verkalken. Ook bij bloedvaten rond het hart kan dat optreden.

Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Maastricht.

Zorgwekkend
Biochemicus Cees Vermeer van de Universiteit van Maastricht stelt dat bij ruim een derde van de mensen de vitamine K-balans zorgwekkend is. Hij vergelijkt de schade van het tekort met het roken van ‘twee pakjes sigaretten per dag.’

Boerenkool
Via ons eten krijgen we de meeste vitamine K binnen. Het zit vooral in groenten en fruit. Met een portie boerenkool ben je er bijvoorbeeld al. De dagelijkse aanbevolen hoeveelheid is twee porties fruit en ongeveer 400 gram groenten te eten. Ook moet je 100 microgram aan vitamine K per dag binnenkrijgen.

Een tekort kan ook met een voedingssupplement of een pilletje worden opgeheven.

Hieronder een tabel:

Vitamine K in voedsel

(hoeveelheid vitamine K in microgram per 100 gram)

  • Boerenkool 817,0
  • Spinazie 387,0
  • Broccoli 156,0
  • Olijfolie 53,7
  • Chocolade 6,6
  • Salami 2,3
  • Makreel 2,2
  • Volle melk 0,5
  • Garnalen 0,1

Wil je getest hebben hoe het zit met jou vitamine/ mineraal huishouding? Maak een afspraak met; Alie Wouda info@natuurpraktijkaurora.nl

Like mijn pagina Natuurpraktijkaurora

Bron

Vit B 6 stapeling

Aan veel supplementen wordt B6 toegevoegd

Inleiding

Hoge doseringen vitamine B6 in voedingssupplementen kunnen op termijn leiden tot neurologische klachten. Dit kan je herkennen aan: tintelingen in handen en voeten, kiespijnen die niet goed zijn te verklaren zijn, pijnlijke voetzolen en/of zenuwscheuten in armen en benen.

Indien je langere tijd vitamine B6 bijslikt of bij wil gaan slikken, let er dan op dat je niet teveel per dag binnenkrijgt. Bedenk dat B6 in veel supplementen aanwezig is (dit is wat hier wordt bedoeld met stapeling), dus ga na wat je totaal dagelijks binnenkrijgt.

Er zijn twee vormen vitamine B6

  • Pyridoxine HCL
  • P5P (Pyridoxal-5-fosfaat)

Pyridoxine HCL is de synthetische (goedkope) vorm, P5P is de natuurlijke actieve vorm.  Van P5P is minder nodig om werkzaam te zijn., het is echter niet duidelijk of het bij dezelfde hoeveelheden als pyridoxine HCL op termijn klachten kan geven. Blijf dus liever aan de lage kant met de totale dosering, ongeacht welke vorm vitamine B6 je slikt. Hoe langer je hogere doseringen B6 gebruikt hoe groter de kans wordt op het ontstaan van klachten.

Indien je merkt dat er klachten ontstaan die kunnen wijzen op een teveel aan B6, stop dan een week of drie met de inname ervan. Verdwijnen vervolgens de klachten, dan lag het zeer waarschijnlijk aan een te hoge B6 suppletie en is er een suppletiepauze nodig, en bij heraanvang een lagere dosering van vitamine B6.

Voor vitamine B6 in de vorm van Pyridioxine HCL adviseren we onderstaande veiligheidsdosering

  • Maximaal 75mg per dag gedurende 1 maand
  • Maximaal 50mg per dag gedurende 2 maanden
  • Maximaal 30mg per dag gedurende 6 maanden
  • Maximaal 20mg per dag gedurende 12+ maanden

Let er ook op dat je een aantal B vitaminen (waaronder B6) binnen krijgt via de normale voeding en via sommige supperfoods, bijvoorbeeld graangrassen zoals tarwegrasblad, havergrasblad, kamutgrasblad en gerstegrasblad.

De aanvaardbare bovengrens van B6 suppletie volgens de Gezondheidsraad is 25 mg per dag. Dat is in lijn met het advies van EFSA. Deze bovengrens geldt echter voor lange termijn inname, jaren achtereen dus. Men heeft de NOAL (No Observed Adverse Effect Level) en UL (Tolerable upper intake level) gesteld op 100 mg per dag. Uit onderzoek bleek dat suppletie van meer dan 50mg per dag, gedurende meer dan zes maanden achtereen klachten kunnen geven. Er zijn echter nogal wat vragen bij dat onderzoek. In de literatuur wordt ook een onderzoek aangehaald waar 40mg als bovengrens genoemd wordt, maar daar zijn nog grotere vraagtekens bij. In de VS geldt 100mg als bovengrens. Dat is ook wat maximaal verkocht mag worden in Nederland.

Media-aandacht

De recente aanzienlijke mediaaandacht voor mogelijke B6 overdosering zou doen vermoeden dat het in de praktijk een groot probleem is. Er is reden daaraan te twijfelen. In de afgelopen jaren zijn er bij Lareb 15 klachten binnengekomen. Tot nu toe, 2 klachten in 2014. De gezondheidsrisico’s van gebruik van geregistreerde geneesmiddelen zijn helaas oneindig veel groter, met gemakkelijk tienduizenden doden per jaar. Zowat de halve Nederlandse bevolking (ongeveer 7,8 miljoen mensen) is chronisch ziek. Het merendeel ervan heeft meerdere chronische ziekten. Er is nog veel werk te verzetten door natuurgeneeskundigen enerzijds, en zieken (verantwoordelijkheid en regie nemen) anderzijds.

Bijzonderheden

  • Vooral bij goedkopere vitamineproducten blijkt er een verschil te zijn tussen de aanwezige en genoemde hoeveelheden.
  • Bij eiwittekorten (in het bijzonder van cysteïne) wordt de toxiciteit van vitamine B6 vergroot.
  • Vitamine B6 heeft, voor een optimale werkzaamheid, ook magnesium en vitamine B2 nodig. Dit zijn de zogenaamde co-factoren voor B6.
  • Bij regelmatige B12 suppletie via injecties zijn er meer B vitaminen nodig, omdat er in die situatie meer B vitaminen ‘verbruikt’ worden door de hoge B12 dosering.

Bron

_____________________________________________________________

Effecten van vitamine B6 metabolisme op oncogenese, tumorprogressie en therapeutische respons

L Galluzzi , E Vacchelli , J Michels , P Garcia , O Kepp , L Senovilla , ik Vitale en G Kroemer

Pyridoxal-5′-fosfaat (PLP), de biologisch actieve vorm van vitamine B6, naar verluidt fungeert als een prosthetische groep> 4 % van geclassificeerde enzymatische activiteiten van de cel. Het is daarom niet verwonderlijk dat veranderingen van vitamine B6 metabolisme zijn geassocieerd met meerdere menselijke ziekten. Als treffend voorbeeld, mutaties in het gen dat codeert voor antiquitin, een evolutionair oude aldehyde dehydrogenase leiden tot pyridoxine-afhankelijke toevallen, vanwege de accumulatie van een metabolisch tussenproduct dat PLP inactiveert. Bovendien is PLP nodig voor de afbraak van homocysteïne door transsulfuratie.Derhalve verminderde circulerende niveaus van B6 vitameren (inclusief PLP en de belangrijkste precursor pyridoxine) vaak gepaard met hyperhomocysteïnemie, een aandoening die is geassocieerd met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten meerdere. Gedurende de afgelopen 30 jaar, heeft een intense golf van klinisch onderzoek geprobeerd om de vermeende banden tussen vitamine B6 en kanker ontleden. Aldus hoge circulerende niveaus van vitamine B6, als zodanig of als ze gereflecteerd verminderde hoeveelheden circulerend homocysteïne zijn geassocieerd met verbeterde overleving hebben bij patiënten waarop uiteenlopende hematologische en solide tumoren.Meer recent is de vaardigheid van vitamine B6 metabolisme aangetoond dat de adaptieve respons van tumorcellen tot een overvloed aan fysische en chemische stresscondities moduleren. Bovendien verhoogde pyridoxal kinase (PDXK), het enzym dat pyridoxine en andere vitamine B6 precursors omzet in PLP, is aangetoond dat een goede, therapie-onafhankelijke prognostische marker bij patiënten die aan niet-kleincellig longcarcinoom vormen (NSCLC) . Hier zullen we de klinische relevantie van vitamine B6 metabolisme bespreken als een prognostische factor bij kankerpatiënten.

Bron

Welke producten bevatten vitamine B 6?
B 6 komt van nature veel voor in eiwitrijke producten  zoals: kip, lever, eidooier, vis, zilvervliesrijst, zaden en noten, avocado, sojabonen. B 6 is belangrijk bij o.a.: cholesterolstofwisseling, omzetting van hormonen, goede werking van het immuunsysteem, celdeling, omzetting van eiwitten, vetten (prostaglandinesynthese), koolhydraten, vochthuishouding, aanmaak van de rode bloedcellen, leverontgiftingsprocessen, etc.

Moerman was de eerste die in zijn diëten werkte met 2 rauwe eidooiers per dag. Zo te zien een geniale vondst, omdat er zoveel goede stoffen tegelijkertijd in voorkomen. Ook bij mensen die van hun kater af willen komen na rijkelijk alcohol gebruik zijn eidooiers met tomatensap een geliefd ‘medicinaal drankje’. Bij hart en vaatziekten met een hoge homocysteïne is het ei ook weer helemaal terug.

Maar ook bij het B 6 verhaal (in eiwitrijke producten) komt het ei weer in beeld. Samen met magnesiumrijke groenten(sap) en zilvervliesrijst een goedkope voedzame maaltijd voor het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel dat in deze moderne tijd met zijn enorme toename aan prikkels best een steuntje in de rug nodig heeft.De verschillen tussen eidooiers en een heel ei (gekookt)

2 Eidooiers
750 KJ
218 Kcal
8 gr eiwit
4 gr verzadigd vet
17 totaal vet
650 cholesterol
75 mg kalium
75 mg calcium
7 mg magnesium
3 mg ijzer
265 mcg vit. A
2,5 mcg vit. D
0,12 mg B1
0,20 mg B2
0,12 mg B6
60 mcg foliumzuur
1,90 mcg B 12
1 Gekookt ei
350 KJ
75 Kcal
6,5 gr eiwit
1,5 gr. verzadigd vet
5,5 totaal vet
165 mg cholesterol
65 mg kalium
25 mg calcium
6,5 mg magnesium
0,9 mg ijzer
99 mcg vit. A
0,9 mcg vit. D
0,02 mg B1
0,24 mg B2
0,03 mg B6
21 mcg foliumzuur
0,55 mcg B12

Aminozuursamenstelling van een eiEiwit-aminozuursamenstelling in een ei (50 gram)
0,46 isoleucine
0,54 leucine
0,52 valine
0,34 methionine
0,15 cystine
0,37 fenylalanine
0,31 tyrosine
0,25 threonine
0,9 tryptofaan
0,34 lysine
0,13 histidine
0,42 arginine
Een ei bevat géén carnitine.

Bron

Therapeutische toepassingen van vitamine B6
Premenstrueel syndroom: premenstrueel syndroom omvat een
clustervariatie van symptomen waaronder vermoeidheid, stemmingswisselingen,
angst, depressie, vermoeidheid, vochtretentie, vergeetachtigheid,
gevoelige borsten, duizeligheid en toename van eetlust,
die rond de ovulatie beginnen en weer verdwijnen aan het begin van
de menstruatie. Een review van gerandomiseerde, dubbelblinde,
placebogecontroleerde studies suggereert dat suppletie met twee
doseringen van 50 mg B6 per dag, zorgt voor verlichting van PMSsymptomen
[11,18]. In Iraans onderzoek waaraan 160 jonge vrouwen
met PMS deelnamen bleken de PMS-klachten significant te verminderen
bij gebruik van 80 mg B6 per dag [19]. Van de symptomen
nam angst het meest in hevigheid af. Vitamine B6 heeft een gunstige
invloed op PMS door een mogelijke verbetering van de beschikbaarheid
van dopamine, serotonine en GABA en via modulatie van de
hormoonafhankelijke genexpressie
Carpaletunnelsyndroom: carpaletunnelsyndroom is een neuropathie
veroorzaakt door compressie van de nervus medianus in de pols.
Het gaat gepaard met pijn, een doof gevoel, zwakte en tintelingen in de
handen. Factoren die kunnen bijdragen aan carpaletunnelsyndroom
zijn onder meer overbelasting (RSI), trauma, zwangerschap, oedeem,
sarcoïdose, diabetes, reuma en hypothyroïdie. Veel mensen met carpaletunnelsyndroom
hebben een lage vitamine-B6-status; daarbij is in
onderzoek een omgekeerd verband gevonden tussen de P5P-spiegel
en de ernst van de pijn, tintelingen en slaapproblemen [2,20,21]. Vitamine
B6 is een kritische cofactor voor de neuronale synthese van
eiwitten, neurotransmitters en sfingolipiden. Mogelijk verhoogt vitamine
B6 hierbij de pijndrempel door de synthese van serotonine en
GABA te stimuleren. Suppletie met 50 tot 200 mg pyridoxine of P5P
per dag, gedurende minimaal 12 weken en dan vooral in combinatie
met 10 mg vitamine B2 per dag, draagt in veel gevallen bij aan verlichting
van de klachten, ook bij mensen zonder vitamine-B6-tekort [20]
Diabetes(complicaties): diabetici hebben een hogere vitamine-B6-
behoefte. In de praktijk hebben veel diabetici een subklinisch vitamine-
B6-tekort wat het ziekteproces negatief beïnvloedt en de kans
op complicaties vergroot. Preklinisch onderzoek heeft uitgewezen
dat een vitamine-B6-tekort gepaard gaat met afwijkingen van de
glucosetolerantie en daling van het insulinegehalte in alvleesklier en
bloed alsmede degeneratieve veranderingen in insulineproducerende
bètacellen van de alvleesklier [4]. Suppletie met pyridoxine kan de
glycemische controle bij type-2 diabetici verbeteren hetgeen zich laat
zien in een daling van het geglycosyleerd hemoglobine. In een proefdiermodel
voor diabetes type 2 zorgde pyridoxine voor significante
verlaging van de bloedglucosespiegel. Bij mensen is verbetering van
de glucosetolerantie door vitamine B6 vooralsnog waargenomen bij
vrouwen met zwangerschapsdiabetes [4].
“B6-deficiëntie gaat gepaard met
afwijkingen in de glucosetolerantie”
Er zijn sterke aanwijzingen dat suppletie met vitamine B6, in de vorm
van zowel pyridoxamine, P5P als pyridoxine, het ontstaan danwel de
progressie remt van diabetische retinopathie, cataract, nefropathie,
(poly)neuropathie, dislipidemie en hart- en vaatziekten [1,4,22-24].
Vooral pyridoxamine remt de glycosylering, een niet-enzymatisch
proces waarbij suikers in aanwezigheid van zuurstof binden aan vrije
NH2-groepen van eiwitten, vetten of nucleïnezuren [23]. Hyperglycemie
en oxidatieve stress bevorderen glycosylering en daarmee de
vorming van AGE’s (advanced glycation endproducts). AGE’s spelen
een prominente rol in de pathogenese van diabetescomplicaties

Misselijkheid en overgeven: sinds de jaren veertig van de vorige
eeuw wordt vitamine B6 voorgeschreven bij misselijkheid en braken
door zwangerschap. In een studie namen vrouwen die last hadden van
ochtendmisselijkheid 3 dagen lang iedere 8 uur 25 mg pyridoxine in. Dit
leidde tot significante vermindering van braken en afname van hevige
misselijkheid [2,11]. Een dosis van 10 mg pyridoxine iedere 8 uur gedurende
10 dagen werkte ook goed [11].
Vitamine B6 in een dosering van 50 tot 200 mg per dag wordt ook
gebruikt om misselijkheid door radiotherapie te verminderen [11].
Autisme: al tientallen jaren wordt de combinatie van magnesium met
100 tot 200 mg B6 per dag ingezet bij kinderen met autisme waarbij
tot 50% van de kinderen vooruitgang toont in gedrag en communicatie
[25]. In een review van de Cochrane Collaboration is echter vastgesteld
dat het wetenschappelijk nog niet vast staat dat suppletie met
vitamine B6 en magnesium leidt tot een significante verbetering van
autisme [26].
Tardieve dyskinesie: tardieve dyskinesie is een bijwerking van neuroleptica
die bij schizofrenie worden voorgeschreven. Vijftien patiënten
met de bewegingsstoornis kregen een vitamine-B6-supplement,
waarbij de dosis in 4 weken geleidelijk werd opgebouwd van 100 naar
400 milligram per dag. Inname van een dagdosis van 300 of 400 mg
resulteerde in significante afname van symptomen van tardieve dyskinesie
[27]. De klachten kwamen weer terug nadat de proefpersonen
waren gestopt met het innemen van vitamine B6.
• Depressie: de synthese van neurotransmitters serotonine en noradrenaline
is P5P-afhankelijk; een vitamine-B6-tekort zou dus theoretisch
kunnen leiden tot depressie. Klinische studies hebben echter niet
kunnen aantonen dat exclusieve suppletie met vitamine B6 helpt bij
depressie [11,28]. Vitamine B6 verlicht mogelijk wel depressies bij
premenopauzale vrouwen [28].
Chineesrestaurantsyndroom: de afbraak van de smaakversterker
monosodiumglutamaat (MSG of Ve-Tsin), die veel wordt gebruikt in de
Chinese keuken, is afhankelijk van vitamine B6. Consumptie van MSG
kan leiden tot tintelingen, jeuk, warmte en hartkloppingen, vooral bij
een relatief vitamine-B6-tekort. Mensen die klachten krijgen na het
eten van MSG kunnen baat hebben bij 50 mg vitamine-B6-suppletie
per dag [29].
Spierkramp in de benen: circa de helft van de zwangere vrouwen
heeft last van spierkramp in de benen, vooral in de tweede helft van
de zwangerschap en ‘s nachts. In een Iraanse studie zorgde suppletie
met een combinatie van 40 mg pyridoxine en 100 mg thiamine per
dag, voor een significante afname van spierkramp [30].
• Dosering, veiligheid en interacties: de aanbevolen dagelijkse
hoeveelheid voor volwassenen is 1,5 mg vitamine B6 per dag (voor
mannen boven 51 jaar 1,8 mg/dag) [3]. Het wateroplosbare vitamine
wordt snel afgebroken en uitgescheiden. In te hoge dosering kan
vitamine B6 perifere neuropathie veroorzaken. In Nederland geldt
een veilige bovengrens van 25 mg B6-inname per dag (Nederlandse
Gezondheidsraad). De Verenigde Staten hanteren een veilige bovengrens
van 100 mg per dag (Amerikaanse Institute of Medicine) [1-3].
Voor therapeutische toepassingen worden meestal dagdoseringen
tussen de 25 en 200 mg voorgeschreven. Er is weinig bewijs voor
toxiciteit van pyridoxine in doseringen tot 200 mg per dag, ook niet
als het vitamine gedurende langere tijd wordt gebruikt [2,11]. Waarschijnlijk
is P5P minder toxisch in hoge doseringen dan pyridoxine [2].
Verschillende medicijnen verlagen de vitamine-B6-status (zie tabel 1).
Vitamine B6 verlaagt de effectiviteit van L-dopa, fenobarbital en fenytoïne,
maar verbetert mogelijk het effect van nortryptiline bij ouderen
[32]. Kalium, vitamine B-complex, vitamine C, magnesium en selenium
verbeteren de vitamine-B6-status. <<
Referenties
1. Spinneker A, Sola R, Lemmen V et al. Vitamin B6 status, deficiency and its consequences-
an overview. Nutr Hosp. 2007;22(1):7-24**
2. Vitamin B6 (pyridoxine and pyridoxal 5’-phosphate) – monograph. Altern Med Rev.
2001;6(1):87-92**
3. G ezondheidsraad. Voedingsnormen: vitamine B6, foliumzuur en vitamine B12. Den
Haag: Gezondheidsraad, 2003; publicatie nr 2003/04
4. Jain SK. Vitamin B6 (pyridoxamine) supplementation and complications of diabetes.
Metabolism. 2007;56(2):168-71**
5. Friso S, Girelli D, Martinelli N, et al. Low plasma vitamin B-6 concentrations and modulation
of coronary artery disease risk. Am J Clin Nutr 2004;79:992-8
6. Chiang EP, Smith DE, Selhub J et al. Inflammation causes tissue-specific depletion of
vitamin B6. Arthritis Res Ther. 2005;7(6):R1254-62
52 Van Nature nr. 7 – 2007Misselijkheid en overgeven: sinds de jaren veertig van de vorige
eeuw wordt vitamine B6 voorgeschreven bij misselijkheid en braken
door zwangerschap. In een studie namen vrouwen die last hadden van
ochtendmisselijkheid 3 dagen lang iedere 8 uur 25 mg pyridoxine in. Dit
leidde tot significante vermindering van braken en afname van hevige
misselijkheid [2,11]. Een dosis van 10 mg pyridoxine iedere 8 uur gedurende
10 dagen werkte ook goed [11].
Vitamine B6 in een dosering van 50 tot 200 mg per dag wordt ook
gebruikt om misselijkheid door radiotherapie te verminderen [11].
• Autisme: al tientallen jaren wordt de combinatie van magnesium met
100 tot 200 mg B6 per dag ingezet bij kinderen met autisme waarbij
tot 50% van de kinderen vooruitgang toont in gedrag en communicatie
[25]. In een review van de Cochrane Collaboration is echter vastgesteld
dat het wetenschappelijk nog niet vast staat dat suppletie met
vitamine B6 en magnesium leidt tot een significante verbetering van
autisme [26].
• Tardieve dyskinesie: tardieve dyskinesie is een bijwerking van neuroleptica
die bij schizofrenie worden voorgeschreven. Vijftien patiënten
met de bewegingsstoornis kregen een vitamine-B6-supplement,
waarbij de dosis in 4 weken geleidelijk werd opgebouwd van 100 naar
400 milligram per dag. Inname van een dagdosis van 300 of 400 mg
resulteerde in significante afname van symptomen van tardieve dyskinesie
[27]. De klachten kwamen weer terug nadat de proefpersonen
waren gestopt met het innemen van vitamine B6.
• Depressie: de synthese van neurotransmitters serotonine en noradrenaline
is P5P-afhankelijk; een vitamine-B6-tekort zou dus theoretisch
kunnen leiden tot depressie. Klinische studies hebben echter niet
kunnen aantonen dat exclusieve suppletie met vitamine B6 helpt bij
depressie [11,28]. Vitamine B6 verlicht mogelijk wel depressies bij
premenopauzale vrouwen [28].
• Chineesrestaurantsyndroom: de afbraak van de smaakversterker
monosodiumglutamaat (MSG of Ve-Tsin), die veel wordt gebruikt in de
Chinese keuken, is afhankelijk van vitamine B6. Consumptie van MSG
kan leiden tot tintelingen, jeuk, warmte en hartkloppingen, vooral bij
een relatief vitamine-B6-tekort. Mensen die klachten krijgen na het
eten van MSG kunnen baat hebben bij 50 mg vitamine-B6-suppletie
per dag [29].
• Spierkramp in de benen: circa de helft van de zwangere vrouwen
heeft last van spierkramp in de benen, vooral in de tweede helft van
de zwangerschap en ‘s nachts. In een Iraanse studie zorgde suppletie
met een combinatie van 40 mg pyridoxine en 100 mg thiamine per
dag, voor een significante afname van spierkramp [30].
• Dosering, veiligheid en interacties: de aanbevolen dagelijkse
hoeveelheid voor volwassenen is 1,5 mg vitamine B6 per dag (voor
mannen boven 51 jaar 1,8 mg/dag) [3]. Het wateroplosbare vitamine
wordt snel afgebroken en uitgescheiden. In te hoge dosering kan
vitamine B6 perifere neuropathie veroorzaken. In Nederland geldt
een veilige bovengrens van 25 mg B6-inname per dag (Nederlandse
Gezondheidsraad). De Verenigde Staten hanteren een veilige bovengrens
van 100 mg per dag (Amerikaanse Institute of Medicine) [1-3].
Voor therapeutische toepassingen worden meestal dagdoseringen
tussen de 25 en 200 mg voorgeschreven. Er is weinig bewijs voor
toxiciteit van pyridoxine in doseringen tot 200 mg per dag, ook niet
als het vitamine gedurende langere tijd wordt gebruikt [2,11]. Waarschijnlijk
is P5P minder toxisch in hoge doseringen dan pyridoxine [2].
Verschillende medicijnen verlagen de vitamine-B6-status (zie tabel 1).
Vitamine B6 verlaagt de effectiviteit van L-dopa, fenobarbital en fenytoïne,
maar verbetert mogelijk het effect van nortryptiline bij ouderen
[32]. Kalium, vitamine B-complex, vitamine C, magnesium en selenium
verbeteren de vitamine-B6-status. <<
Referenties
1. Spinneker A, Sola R, Lemmen V et al. Vitamin B6 status, deficiency and its consequences-
an overview. Nutr Hosp. 2007;22(1):7-24**
2. Vitamin B6 (pyridoxine and pyridoxal 5’-phosphate) – monograph. Altern Med Rev.
2001;6(1):87-92**
3. G ezondheidsraad. Voedingsnormen: vitamine B6, foliumzuur en vitamine B12. Den
Haag: Gezondheidsraad, 2003; publicatie nr 2003/04
4. Jain SK. Vitamin B6 (pyridoxamine) supplementation and complications of diabetes.
Metabolism. 2007;56(2):168-71**
5. Friso S, Girelli D, Martinelli N, et al. Low plasma vitamin B-6 concentrations and modulation
of coronary artery disease risk. Am J Clin Nutr 2004;79:992-8
6. Chiang EP, Smith DE, Selhub J et al. Inflammation causes tissue-specific depletion of
vitamin B6. Arthritis Res Ther. 2005;7(6):R1254-62
52 Van Nature nr. 7 – 2007

De naam homocysteïne is gebaseerd op het feit dat het een homoloog is van cysteïne, het bevat een extra CH2-groep in de keten naar de SH-groep.

Homocysteïne is een zwavelhoudend aminozuur dat in het organisme endogeen wordt gevormd in het metabolisme van andere aminozuren, methionine (dierlijke producten bevatten twee tot drie keer meer methionine) en/of cysteïne.
(het is een normale maar giftige aminozuur metaboliet).
De omzetting gebeurt met behulp van enzymen (o.a. methyleentetrahydrofolaat reductase = MTHFR en enzym cystathion bèta-synthase), maar kan ook op andere manieren, door vitamine B6, B11 en B12. Deze hebben namelijk een functie als coenzym bij de afbraak van methionine.
Bij negen procent van de Nederlandse bevolking en bij twintig procent van de hart- en vaatproblemen werkt één van de enzymen (MTHFR) niet goed door een kleine erfelijke afwijking, een ‘genmutatie’.
Homocysteïne hebben we nodig voor de huishouding van eiwitten in ons lichaam.
Iedereen heeft deze stof. Een te veel aan homocysteïne kan echter schadelijk zijn.

Homocysteïne is een normaal afbraakproduct van de menselijke eiwitstofwisseling, cysteïne.
Een stoornis in deze methylatiecyclus heeft een negatieve invloed op meer dan 100 beschreven biochemische processen: waaronder methylering van DNA, RNA, eiwitten, fosfolipiden, myeline, polysacchariden en cathecholamines.
Als gevolg van dit verstoord afbraakproces ontstaat een opstapeling in het organisme met als gevolg een hyperhomocysteïnemie en hyperhomocysteïnurie. Roken, autoimmune ziekten, diabetes en hypothyroidie kunnen de homocysteïne spiegel doen stijgen.

Een verhoogde homocysteïne spiegel gaat vaak samen met een verlaagde foliumzuur spiegel. Deze combinatie kan ertoe leiden dat de eiwitten in het lichaam onvoldoende worden afgebroken en/of opgestapeld (zoals bijvoorbeeld bij een toxische opioide peptide activiteit). (zie ook hier)
Aminzozuren (eiwitten worden afgebroken in peptiden en zo in aminozuren) zijn de basis bouwstenen van de neurotransmitters.
Een defect in het proteolytisch metabolisme kan leiden tot neurologische stoornissen zoals gezien bij ADD, ADHD, ASS, depressie, vermoeidheid enz…

Homocysteïne wordt omgezet door:

1. Transsulfatie naar het niet giftige cystathion dat vervolgens omgezet kan worden in het aminozuur
cysteïne. Voor deze omzettingen is vitamine B6 (in de vorm van pyridoxaal-5-fosfaat) nodig.
2. Remethylatie naar het aminozuur methionine. Voor deze omzetting zijn foliumzuur en vitamine B12 nodig of
(voornamelijk bij omzetting in de lever) betaïne (ook TMG genoemd).
3. Hydrolyse. Deze omzetting vindt plaats wanneer voldoende van de aminozuren cysteïne en methionine
aanwezig is.

Hoeveel homocysteïne is goed?

Het gehalte homocysteïne in het bloed wordt uitgedrukt in micromol per liter. De meeste gezonde mannen hebben een gehalte van ongeveer 13-14 µmol/liter, gezonde vrouwen van 12-13 µmol/liter.

Er is geen vaste waarde die veilig of niet meer veilig te noemen is. Een gehalte van 15 µmol/liter bij iemand die nuchter is, dus niet heeft gegeten of gedronken, is de grenswaarde.

In Nederland heeft 14% van de mannen en 9% van de vrouwen een hogere waarde.

Welke factoren verhogen de homocysteïne waarde?

–  ‘familiaire’ hyperhomocysteïnemie (10%)
– roken (roken inactiveert B12 en kan zo mond/keelkanker doen ontstaan)
– alcohol, verhoogde cholesterol
– extra suppletie vitamine B3
– terkort aan vitaminen (B6, B11, B12)
– consumeren van teveel eiwitten in voeding (zie verhoogde eiwit inname)
– IAG aanwezigheid
– gluten-overgevoeligheid (hoeft niet noodzakelijk coeliakie te zijn)
– darmproblemen
– Leeftijd en geslacht: Mannen hebben een iets hoger gehalte homocysteïne dan vrouwen. Het gehalte stijgt
met de leeftijd, ongeveer met 10% per 10 jaar. Bij vrouwen na de menopauze is die stijging iets groter.
– andere
– geneesmiddelen: Metformin, L-Dopa, NO-boosters als Viagra, bepaalde kanker geneesmiddelen

Symptomen en mogelijke complicaties bij een verhoogde homocysteïne/verlaagd foliumzuur:

– belangrijke factor in het ontstaan van cardiovasculaire aandoeningen neurale buisdefecten, aandoeningen
van het zenuwstelsel, diabetes, reumatoïde artritis en alcoholisme
– cardiovasculaire aandoeningen (o.a. hartinfarct, atherosclerose) en perifere vasculaire aandoeningen (o.a.
beroerte)
– cognitieve achteruitgang bij ouderen / dementie / Alzheimer
– depressie (vooral bij ouderen)
– bipolaire/manische depressie
– neuropsychiatrische aandoeningen, bv. bij schizofrenie-achtige klachten, organische psychose (50% van de
schizofreniepatiënten hebbe een verhoogd homocysteïne, cfr. Prof. L. Pepplinkhuizen).
– slapeloosheid
– geïrriteerdheid
– vergeetachtigheid
– perifere neuropathie
– myelopathie
– “restless legs”-syndroom
– tandvleesontstekingen (periodontitis, gingivitis)
– jicht (ondersteunend)
– vitiligo
– een te hoog homocysteïne gehalte kan leiden tot het onderdrukken van de  neurotransmitters waaronder:
serotonine, dopamine, secretine, gasprine en melatonine.

Homocysteïne is schadelijk voor het zenuwweefsel en wordt in verband gebracht met verminderd hersenvolume bij ouderen, de ziekte van Alzheimer, ME en CVS..
Je hersenen gaan dus ‘schrompelen’ bij een hoog homocysteïne gehalte (tijdschrift Neurology, 2002).
Naast een sterke associatie met mond/keel/long/darmkanker wordt vaatschade door gebrek aan herstel door een laag B12/hoog homocysteïne verantwoordelijk gehouden voor een deel van zwangerschaps vergiftigingen en miskramen. Vaatschade aan de moederkoek (placenta) is vaak een oorzaak van een miskraam. Alle maatregelen in de Verenigde staten om hart- en vaatziekten terug te dringen hebben relatief weinig effect gehad. Dit is mede een reden waarom de aandacht zich nu richt op homocysteïne.

Verhoogde eiwit inname

Hoewel het lichaam een matige hoeveelheid methionine nodig heeft, kan elk teveel eraan (meestal door een te eiwitrijke voeding) worden omgezet in homocysteïne. Hoge homocysteïne-concentraties in het bloed kunnen ertoe leiden dat cholesterol wordt omgezet in geoxideerd LDL-cholesterol (de zogenaamde “slechte” cholesterol) die schade kan toebrengen aan de slagaders.

Een van de redenen waarom plantaardig eiwit meer en meer beschouwd wordt als veiliger en gezonder dan dierlijk, is omdat het minder zwavelbevattende aminozuren, zoals methionine, bevat. Dierlijke eiwitten, die een hoge concentratie aan zwavelbevattende aminozuren kunnen bevatten, kunnen zorgen voor verzuring van het bloed en zo de botdichtheid aantasten en het immuunsysteem verzwakken.

“Eiwitten zijn zoals bakstenen. Je kan ze gebruiken om een haard mee te bouwen, maar zeker niet als brandstof voor het vuur; ze vragen teveel hitte, en laten teveel resten achter.” (Rudolph Ballentine, M.D.) Wanneer aminozuren worden “verbrand” als brandstof (d.i. wanneer ze gebruikt worden voor de productie van energie), komt ammoniak vrij als residu. Ammoniak is giftig (vooral voor het zenuwstelsel) indien het zich opstapelt in het bloed. Variërende ammoniakniveaus kunnen het functioneren van de hersencellen aantasten. De energie die nodig is om deze ammoniak uit het lichaam te verwijderen, kan ook de calciumafscheiding verhogen. Patiënten met een slecht functionerende lever of nieren wordt aangeraden om hun eiwitinname te beperken, aangezien ze minder efficiënt kunnen omgaan met stikstofresidu’s. Een teveel aan ammoniak zou ook kunnen verantwoordelijk zijn voor de groei van kwaadaardige cellen (tumoren).

Volgens Harper-Collins Biochemistry, zetten putrificerende bacteriën in de dikke darm aminozuren om in polyamines, of giftige nevenproducten van eiwitten, zoals cadaverine (uit lysine), agmatine (uit arginine), tyramine (uit tyrosine), putrescine (uit ornithine) en histamine (uit histidine).

Zelfs al zijn sommige van deze polyamines belangrijke verbindingen die zorgen voor de groei van cellen, toch zijn er bewijzen dat hoge concentraties ervan tot de groei van tumoren kunnen leiden. Andere producten van het proteïnemetabolisme in de darm zijn ammoniak, fenolen, indolen en skatolen (methylindole), waarvan is aangetoond dat ze toxische effecten kunnen hebben.

Gevolgen van een te eiwitrijk dieet zijn:

– De zuurtegraad van het bloed verhoogd, wat mogelijk kan leiden tot bepaalde degeneratieve en auto-immuunziekten, en wat negatieve gevolgen heeft voor de celstofwisseling, zoals een verlaagde energieproductie, vochtophoping en oedemen en een mogelijke verhoging van de productie van vrije radicalen.
– Het opstapelen van toxische residuen in het lichaam. In tegenstelling tot sommige vitamines die ons lichaam kan stockeren voor later gebruik, kan overtollig eiwit (d.w.z. niet goed verteerd eiwit of teveel aan eiwit) niet gestockeerd worden. Het afval dat geproduceerd wordt samen met hun afbraak eist veel van de lever en de nieren. Vermoeidheid, overbelasting van het spijsverteringsstelsel en grotere gevoeligheid voor allergieën zijn mogelijke effecten.
– De accumulatie van urinezuur dat gevormd wordt in de gewrichten, bij het verteren van eiwitten. Dit verhoogt het risico op ontstekingen zoals jicht en artrose.
– Een groter verlies aan mineralen uit het lichaam, zoals magnesium, zink, ijzer en calcium.

Behandeling van een verhoogd homocysteïne:

Verminderen van de dierlijke eiwitten.
Suppleren met foliumzuur en vitamine B12. Eventueel bijkomend vitamine B6 en C.
Het is een meerwaarde als de suppletie van organische oorsprong is. (uitgezonderd foliumzuur: komt niet oorspronkelijk in de natuur voor en is afkomstig van chemische synthese)
Tevens dienen de onderliggende stoornissen genormaliseerd te worden. (mababsorptie, maldigestie, ph-waarde, gluten-overgevoeligheid, darmproblemen enz…)
In het geval suppleren met foliumzuur, vitamine B12-B6 niet werkt, kan TMG (Tri-Methyl-Glycine) overwogen worden. (minimaal 6 gram TMG per dag, verdeeld over de dag in te nemen ). Een andere naam voor TMG is TMG-Betaïne.
Betaïne-HCL (zoutzuur), Lecithine en Choline geven een lichte verlaging.
DMG heeft geen invloed op het homocysteïnegehalte
Ga in elk geval zelf niet experimenteren. Een verhoogde homocysteïne waarde is vaak een gevolg van een onderliggend fysiologisch probleem.
Steeds de vitamine B12 waarde controleren d.m.v. methylmalonyl. (Alleen foliumzuur geven kan een bestaand vitamine B12 tekort vergergeren, wat kan leiden tot bloedarmoede en zenuwschade))
Suppletie met selenium heeft geen invloed op de homocysteïnespiegel van gezonde personen, ondanks dat hun seleniumspiegel laag is.( bron )

Symptomen bij een tekort van foliumzuur:

– Slap gevoel
– Lusteloosheid
– kloofjes in de lippen
– Uitzonderlijke moeheid
– Slapeloosheid
– Prikkelbaarheid
– Dementie
– Mogelijk open ruggetje
– Tandproblemen (*)

Foliumzuur is een belangrijke B-vitamine (vitaminen zijn organische stoffen die geen energie leveren maar die essentieel zijn voor de celfuncties. Ze kunnen niet worden geproduceerd door het menselijk lichaam dus moeten ze worden verkregen uit ons voedsel), die een rol speelt bij de aanmaak van DNA. Ons lichaam maakt dus zelf geen foliumzuur aan, maar is voor deze vitamine afhankelijk van de voeding. Om er dagelijks voldoende van binnen te krijgen zouden we veel meer groente en fruit moeten eten, zoals citrusvruchten, broccoli of spruitjes.
Foliumzuur kan beschouwd worden als een co-factor voor belangrijke enzymen die in het lichaam aktief zijn. Het is bekend dat een tekort aan foliumzuur kan leiden tot schade aan DNA, chromosomen en zelfs hart-en vaatziektes.

(*) Er bestaat een onafhankelijk verband tussen een lage foliumzuurspiegel en paradontale aandoeningen. Dit bleek uit een studie in Taiwan bij oudere personen die hun eigen gebit nog hadden.
De onderzoeksgroep was afkomstig van een bevolkingsonderzoek en bestond uit 844 ouderen met een gemiddelde leeftijd van 70,6 jaar.
Hoe lager de foliumzuurspiegel in het serum was, hoe meer paradontaal verval te zien was. De negatieve relatie tussen de foliumzuurspiegel en paradontale ziekte bleef significant aanwezig als in de statistische analyse rekening werd gehouden met vitamine B12, homocysteïne, chronische ziekten, roken en alcoholconsumptie. De onderzoekers vinden dat in geval van paradontale aandoeningen gekeken moet worden naar de foliumzuurstatus van de patiënt. (bron)

Meer over foliumzuur kan u hier lezen.

Symptomen van een verlaagd vitamine B12 gehalte:

– energieverlies
– tintelingen
– verdovingsverschijnselen
– lagere pijn- of stressgevoeligheid
– wazig zicht
– evenwicht- en coördinatiestoornissen
– pijnlijke tong
– geheugenstoornissen
– verwarring
– hallucinaties
– labiliteit


Schematisch overzicht van de rol van vitamine B12 (cobalamine) in het homocysteïne- en het methylmalonzuurmetabolisme.

Vervolg van vitamine B12: Symptomen van een verlaagd vitamine B12 gehalte

Afspraak maken? info@natuurpraktijkaurora.nl

Voedingssuppletie kan leiden tot zeer hoge besparingen op onze ziektekosten

 

Wetenschappelijke studies – o.a. uitgevoerd door het Dr. Rath Research Instituut in het Amerikaanse California – tonen aan dat door een preventief gebruik van macro- en micronutriënten zeer hoge besparingen op de zorgkosten gerealiseerd kunnen worden. Ook in Nederland uitgevoerde onderzoeken tonen dergelijke positieve resultaten, maar laten eveneens zien dat het grote aantal 65-plussers dat lijdt aan ondervoeding geholpen kan worden door het gebruik van macro- en micronutriënten.

De besparingen die op jaarbasis gerealiseerd kunnen worden bij het gebruik van voedingssupplementen zijn meer dan indrukwekkend. Sterker nog, het blijft ongelooflijk dat wij deze bespshutterstock_76156198aringen zo aan ons voorbij laten gaan. Al weten we allemaal dat de farmaceutische industrie hier een hele dikke vinger in de pap heeft en alles in het werk stelt om het gebruik van preparaten met extra micro- en macronutriënten zo veel mogelijk te voorkomen.

Prognose 2013-2020

Een analyse van het Amerikaanse bureau Frost & Sullivan geeft een prognose omtrent de mogelijke kostenbesparingen in de periode tot 2020 door het toepassen van omega 3-vetzuren en B-vitamines bij hart- en vaatziekten. Een dagelijkse preventieve inname van voldoende omega 3-vetzuren kan een jaarlijkse besparing op de ziekenhuiskosten van gemiddeld twee miljard dollar opleveren. De netto-besparingen op ziekenhuiskosten voor hart- en vaatziekten, minus de kosten voor visoliesuppletie, bedragen in dezelfde periode bijna 4 miljard dollar.

Vitamine B

Het preventieve gebruik van de vitamines B6, B12 en foliumzuur zou leidden tot een jaarlijkse besparing van ongeveer anderhalf miljard dollar op de ziekenhuiskosten. Een  preventief gebruik van een totaal pakket aan vitamines zou in de periode tot 2020 een totale besparing van meer dan 5 miljard dollar opleveren. Alleen al op het gebied van hart- en vaatziekten kan bij een preventief gebruik van voedingssuppletie in de periode tot 2020 netto liefst 9 miljard dollar worden bespaard.

Indrukwekkende besparingen

Deze cijfers tonen nadrukkelijk aan dat bij gebruik van voedingssuppletie in de juiste verhoudingen de ziektekosten aanzienlijk kunnen worden verlaagd. Dat is echter niet de enige winst die wordt geboekt bij het preventief gebruik van voedingssuppletie. Niet alleen wordt de kans op complicaties na medische ingrepen verkleind, ook de opnameduur in een ziekenhuis kan aanzienlijk worden beperkt. Onderzoeken laten zien dat een kostenbesparing van 10% gerealiseerd wordt wanneer de suppletie in een periode van zes maanden vóór, tijdens en nà een medische ingreep wordt toegediend. Tevens werden met voedingssuppletie gunstige klinische effecten gerealiseerd, verbeterde de levenskwaliteit en was de kans op postoperatieve complicaties en infecties kleiner. Ook bij mensen met een verhoogd risico op ondervoeding heeft voedingssuppletie een positief effect.

Wanneer we al deze indrukwekkende besparingen in ogenschouw nemen, is het de allerhoogste tijd ons te beraden over ons huidige zorgstelsel, dat weinig aandacht heeft voor preventie. Maar daarnaast is het aan ons persoonlijk om ons te verdiepen in het verminderen van de gezondheidsrisico´s en optimalisatie van onze levensvreugde bij het gebruik van voedingssuppletie. Begin er vandaag mee!

Bron

Vit B12 (Cobalamine)

VIT B12 TEKORT WAT KUNNEN DE SYMPTOMEN ZIJN?

  • Aantasting van de oogzenuwen
    Daardoor:

    • Vreemde oogtrillingen, lichtflitsen,
    • Optische neuropathie
    • Letsel van de optische oogzenuw,
  • Afname of verlies van gezichtsvermogen
  • Alzheimer
  • Ataxie
  • Duizeligheid
  • Gecombineerde strengziekte,
  • Gehoorproblemen
  • Gewrichtspijn, spierpijn,
  • Heel vaak moeten plassen,
  • Hoofdpijn
  • Hooggevoeligheid,
  • Hyperesthesie, zenuwpijn
  • Krampen, tintelingen
  • Lage rugpijn
  • Loopstoornissen
  • Maag(zuur)klachten
  • Migraine
  • Onverklaarbaar vallen, bot breken
  • Oogproblemen, maculadegeneratie
  • Oorsuizingen
  • Osteoporose
  • Ouderdomsklachten,
  • Parkinson
  • Restless leg syndrome; rusteloze benen
  • Verdoofd gevoel in ledematen,
  • Verlamming
  • Verzwakking
  • Vreemd gevoel in de voeten
  • Vroegtijdige veroudering
Deze info wordt u geboden door

Hart en vaatproblemen en vitamine B 12

Hart en vaatproblemen

Schermafbeelding 2015-01-15 om 21.08.12Een tekort aan vitamine B12 lijdt tot een verhoogde homocysteïnewaarde(*1) (Het normale homocysteïnegehalte in het bloed is voor mannen lager dan 16,4 micromol per liter (µmol/liter) en voor vrouwen lager dan 13,4 µmol/l.). Een verhoogde homocysteïnewaarde is een grote risicofactor voor hart- en vaatziekten (te vergelijken met een hoog cholesterolgehalte).

  • Benauwdheid en pijn op de borst
  • Bloedafwijkingen
  • Bloedproppen
  • Coronaire hartziekte
  • Diep veneuze trombose
  • Duizeligheid,
  • Hartaanval
  • Hart- en vaatproblemen
  • Hartkloppingen
  • Hartritmestoornissen
  • Longziekten; longembolie (bloedprop in longen)
  • Macrocytose (vergrote rode bloedlichaampjes)
  • Orthostatische hypotensie (te lage bloeddruk in staande houding, met flauwvallen als gevolg)
  • Pernicieuze anemie (kwaadaardige bloedarmoede)
  • Schildklierafwijkingen/ziekten
  • TIA, (mini-)beroerte/CVA
  • Vergrote milt of lever
  • Verhoogd homocysteïne-niveau,
  • Verhoogd risico op Cardiovasculaire aandoeningen,

*1 Homocysteïne is normaal gesproken in alle cellen aanwezig, maar slechts in geringe hoeveelheden. In gezonde cellen wordt homocysteïne snel omgezet in andere producten. Voor deze omzetting is actief foliumzuur nodig. Vitamine B12 en andere B vitamines zijn op hun beurt nodig om foliumzuur in zijn actieve vorm te houden.

Om homocysteïne laag te houden zijn foliumzuur, vitamine B12 en andere B-vitaminen noodzakelijk. We nemen deze stoffen op via de voeding (foliumzuur: vooral in groene bladgroente en graanproducten; Vitamine B6: in groente en fruit; Vitamine B12 in vlees, vis en gevogelte).

Homocysteïne is tussenproduct van de transaminering van het aminozuur methionine tot het aminozuur cysteïne. Het is een niet-essentieel aminozuur, doordat het in het menselijk lichaam aangemaakt kan worden uit methionine

(Methionine zit in dierlijke voedingsstoffen zoals: zuivelproducten, vlees, kip, vis, schaal en schelpdieren. Plantaardige voedingsstoffen zoals: tarwekiemen, havervlokken, noten, sesamzaad, linzen, sojabonen, avocado.) 

 Deze info wordt u geboden door

Interactie top 10

Sommige vitamines en mineralen hebben invloed op de opname van andere vitamines en mineralen. Vitamine D bevordert bijvoorbeeld de calciumopname, maar er zijn veel meer wisselwerkingen. Op veler verzoek heeft het Vitamine Informatie Bureau daarom een interactie top-10 gemaakt, met daarin de belangrijkste wisselwerkingen tussen vitamines en mineralen.
Vitamine/Mineraal Vitamine/Mineraal Toelichting
1.       Vitamine C IJzer Vitamine C bevordert de opname van plantaardig (non-heem) ijzer.
Seleen Vitamine C heeft een positieve invloed op opname van seleen.
2.       Vitamine D Calcium Vitamine D bevordert calciumopname.
3.       Seleen Vitamine E Seleen verlaagt de behoefte aan vitamine E en kan een tekort aan vitamine E voorkomen.
4.       Vitamine B2 Vitamine B6 Vitamine B2 is nodig bij de omzetting van de actieve vorm van vitamine B6. Bij een lage inname van B2 en B6, helpt extra vitamine B2 om het B6-gehalte te verhogen.
5.       Vitamine A Vitamine D Vitamine A is een antagonist, oftewel een tegenwerker, van vitamine D.
Vitamine K Een hoge dosis vitamine A kan de vitamine K- opname tegengaan.
Vitamine C Teveel vitamine A kan leiden tot een afname van vitamine C.
6.       Vitamine C Koper Meer dan 1,5 gram vitamine C leidt tot een verlaging van de koperopname. Zink heeft een belemmerde invloed op de opname van koper, maar andersom geldt dit ook. Zink en koper zijn antagonisten van elkaar.
Vitamine B11 Vitamine C bevordert de opname van vitamine B11 (foliumzuur).
7.       Fosfor Zink Fosfor beïnvloedt zinkopname bij meer dan 2,5 gram zink per dag.
Magnesium Magnesium kan zich binden aan fosfor en zo de opname van magnesium belemmeren.
8.       Magnesium Vitamine D Veel magnesium zorgt voor een verhoogde afgifte van een hormoon dat de aanmaak van vitamine D bevordert. Een magnesiumtekort kan op deze manier mogelijk leiden tot verminderde omzetting naar vitamine D.
9. Calcium Fosfor Calcium heeft een belemmerende invloed op de opname van fosfor, magnesium, zink en ijzer (zowel heem als non-heem).
Magnesium
Zink
IJzer
10.   IJzer Zink Het lijkt dat een te hoge ijzerinname de zinkbehoefte doet toenemen.
Vitamine A Bij een ijzertekort neemt de vitamine A- concentratie in het lichaam af.

Vitaminen in het algemeen

Vitaminen zijn stoffen die in geringe hoeveelheden in de voeding voorkomen. Het zijn voedingscomponenten, die in tegenstelling tot de voedingsstoffen (koolhydraten, vetten en eiwitten) geen energie leveren, maar die wel essentieel zijn voor een goed verloop van de stofwisseling. Er zijn twee grote groepen vitaminen te onderscheiden, de vetoplosbare en de wateroplosbare vitaminen. De meeste water oplosbare vitaminen worden in vivo (in een organisme) omgezet in coënzymen die samen met metabolische enzymen samenwerken om hun biochemische functies uit te voeren. Vitaminen kunnen ook werkzaam zijn op bepaalde plaatsen direct in de stofwisseling. Enkele vitaminen krijgen pas in het lichaam hun definitieve vorm, de vorm waarin zij daarvoor voorkomen noemt men pro-vitaminen.
De naam vitamine is een woord dat gevormd is uit het Latijnse vita (wat leven betekend) en amine (een organisch chemische stikstofverbinding). Deze naam werd voor het eerst gebruikt door Kasimir Funk in 1910. Een groot deel van de vitaminen is intussen chemisch onderzocht. Daarbij is gebleken, dat slechts één of enkele van de vitaminen werkelijk een amine is, terwijl alle andere tot andere chemische groepen behoren. De naam vitamine is dus niet juist, maar is nu eenmaal zo ingeburgerd.

Vitaminen tekorten
Terwijl vitaminen in alle levende levensvormen dezelfde rol vervullen, hebben hogere organismen (zoals de mens) hun vermogen om vitamines te maken verloren. Bij gebrek aan een vitamine kunnen ziekten optreden, die te verhelpen zijn door tijdig toedienen van het ontbrekende vitamine. De ziekten die door gebrek aan vitaminen ontstaan, heten gebreksziekten of avitaminosen. De bekendere gebreksziekten zoals beriberi en scheurbuik zijn voorbeelden van gebreksziekten die optreden bij ernstige gebreken aan vitamine B1 en vitamine C. Geringe tekorten van vitaminen kunnen ook mildere klachten veroorzaken.

Een gebrek aan vitaminen kan o.a. optrede door een gebrek ervan in de voeding. Als u bijvoorbeeld geen vlees eet of veganisme bedrijft, kunnen er gemakkelijk vitamine B12 gebreken optreden. Dit omdat vitamine B12 alleen in dierlijke producten voorkomt. Allergieën of intoleranties leiden vaak tot een onbalans in het dieet en kunnen de opname van vitaminen en mineralen verslechteren. Mensen met bepaalde fruit allergieën kunnen zo bijvoorbeeld een gebrek aan vitamine C oplopen. Bij coeliacie patiënten (een intolerantie voor gluten eiwitten uit graan dat voor ontstekingen in de darm zorgt) is het bekend dat er allerlei tekorten aan vitaminen en mineralen optreden. De ontstoken darmwand kan allerlei voedingstoffen slecht uit het voedsel opnemen. Deze ziekte komt bij ongeveer 1% van de bevolking voor. Schattingen geven aan dat nog eens 5% van de bevolking  onopgemerkt deze intolerantie onder de leden heeft, wat ook tot allerlei tekorten aan vitaminen en mineralen kan leiden. De behandeling van coeliacie bestaat uit een glutenvrij dieet. Dit dieet bevat vaak niet alle vitaminen en mineralen waardoor er wederom gebreken en daardoor klachten kunnen optreden. Coeliacie patiënten die een gluten vrij dieet volgen hebben bijvoorbeeld een verhoogde kans op osteoporose. Het nemen van vitaminen supplementen kan in deze gevallen raadzaam zijn.
De opname van specifieke vitaminen kan ook verstoord zijn in bepaalde mensen. Een voorbeeld is vitamine B12 dat door het lichaam via een speciaal mechanisme wordt opgenomen. Bij sommige mensen werk dit mechanisme niet of niet goed waardoor het in de ernstigste gevallen alleen via injecties kan worden opgenomen. Ook kan een gebrek aan het ene vitamine of mineraal de opname van andere vitaminen en/of mineralen belemmeren waardoor er meerdere gebreken ontstaan. Er zijn ook gevallen bekend waarbij allergieën tegen bepaalde vitaminen gezondheidsproblemen veroorzaken.
Ieder mens is uniek en daarom is het belangrijk uw individuele vitaminen en mineralen behoefte te onderzoeken. De gangbare multivitaminen tabletten zijn over het algemeen het veiligst wanneer u uw individuele behoefte niet kent.
Een te veel aan vitaminen (vooral de vetoplosbare) kunnen zich ophopen in het lichaam en dit kan giftig zijn. Wanneer u vitamine supplementen gaat gebruiken is het belangrijk de effecten van, en de hoeveelheden in de supplementen voor uzelf te onderzoeken.

Mineralen

Mineralen zijn belangrijke componenten voor de gezondheid. Zonder de hulp van mineralen kunnen bijvoorbeeld vitaminen niet functioneren in ons lichaam. Mineralen (ijzer) transporteren zuurstof door ons lichaam. Ze spelen ook een belangrijke rol bij de groei, instandhouding en herstel van weefsels. Mineralen zijn ook betrokken bij het samentrekken van spieren, het functioneren van de zenuwen en bij de energie huishouding.
De mineralen zijn onder te verdelen in twee groepen: de micro en de macro mineralen. Macro mineralen of macro elementen zijn de groep mineralen die we met de dagelijkse voeding in een grote hoeveelheid nodig hebben. De micro mineralen worden ook wel sporenelementen genoemd, hiervan hebben we dagelijks maar een kleine hoeveelheid van nodig. Voor het goed functioneren van het lichaam zijn er 20 mineralen noodzakelijk.
Het lichaam kan wel vitamine D maken, maar het kan geen enkel mineraal maken. Praktijk Aurora adviseert iedereen een multi mineraal te slikken omdat we dit via de voeding niet voldoende binnen krijgen.

IJzerdeficiëntie groot probleem onder jonge kinderen

  • Voeding Nu
  • IJzerdeficiëntie groot probleem onder jonge kinderen

 1 november 2012 Vera Kluivers 

Eén op vijf jonge kinderen heeft een ijzerdeficiëntie. Dit stelt drs. Lieke Uijterschout vandaag in haar presentatie op het congres van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde.

Uijterschout is arts-onderzoeker aan het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag. Vandaag presenteerde zij de resultaten van de zogenaamde IROSTAT-studie op het NVK-congres. Uit het onderzoek blijkt dat 18,8% van de onderzochte kinderen een te laag ijzergehalte heeft.

Uijterschout analyseerde van circa 400 gezonde Nederlandse kinderen de ijzerstatus voor de IROSTAT-studie. Deze kinderen kwamen voor een simpele operatie naar het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag of het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam. Ze waren tussen de 6 maanden en drie jaar oud. Bij een hemoglobinegehalte lager dan 6,8 mmol/l en een ferritineniveau lager dan 12 µg/l sprak de onderzoeker van ijzerdeficiëntie.

Opvallend was dat dagopvang negatief gecorreleerd was met een ijzertekort. Kortom, bij kinderen die naar de dagopvang gaan kwam een ijzertekort minder vaak voor. Volgens de onderzoeker is dit mogelijk toe te schrijven aan de structuur op kinderdagverblijven. Kinderen eten op vaste momenten en ook het ‘zien eten doet eten’ zou bij kinderen een positieve uitwerking kunnen hebben.

Jonge kinderen zouden per dag 7 milligram ijzer binnen moeten krijgen. Met een gemiddeld Nederlands voedingspatroon voor een jong kind wordt die aanbeveling van ijzer niet gehaald, blijkt uit de presentatie van Uijterschout.

Volgens de Zweedse gastspreker Dr. Magnus Domellöf helpt met ijzer verrijkte  opvolg- of peutermelk om de aanbevolen hoeveelheid ijzer te halen. Domellöf is Universitair hoofddocent en hoofd van de afdeling kindergeneeskunde aan de Universiteit van Umeå.

Domellöf haalt een nog te publiceren onderzoek aan waaruit blijkt dat er op driejarige leeftijd significant minder gedragsproblemen voorkomen bij kinderen die als baby ijzersuppletie hebben gekregen. Het onderzoek zal in Pediatrics gepubliceerd worden.

Daarom adviseer ik de kinderen die bij mij in de praktijk komen suppletie te slikken,  waaronder multi vital junior: Samenstelling

Bevat per 2 vegetarische capsules
Natuurlijke bètacaroteen 1,0 mg
Gemengde carotenoïden (maximaal) 0,3 mg
Vitamine B1 (als thiamine HCl) 1,5 mg
Vitamine B2 (riboflavine) 1,8 mg
Vitamine B3 (nicotinamide) 10 mg
Vitamine B5 (calciumpantothenaat) 7,6 mg
Vitamine B6 (als pyridoxine HCl) 2,0 mg
Vitamine B12 (cyanocobalamine) 5,0 mcg
Foliumzuur 200 mcg
PABA (para-aminobenzoëzuur) 1000 mcg
D-Biotine 75 mcg
Cholinebitartraat 2 mg
Inositol 2 mg
Vitamine C (als magnesiumascorbaat) 135 mg
Citrusbioflavonoïden (95% hesperidine) 7,6 mg
Vitamine D3 (cholecalciferol, 100 IE) 2,6 mcg
Natuurlijke vitamine E (als D-alfatocoferylsuccinaat, 30 IE) 20 mg
Calcium (als -citraat) 50 mg
Magnesium (als -ascorbaat/citraat) 20 mg
Zink (als -bisglycinaat) 4 mg
IJzer (als -fumaraat) 2,6 mg
Mangaan (als -bisglycinaat) 0,6 mg
Koper (als -lysinecomplex) 1000 mcg
Borium (als -natriumboraat) 150 mcg
Jodium (uit kelp) 25 mcg
Chroom (als – picolinaat) 30 mcg
Selenium (als seleno-L-methionine) 10 mcg