Oorzaken van auto-immuniteit (reuma)

De belangrijkste factoren bij reumatoĆÆde artritis zijn auto-immuniteit en daarmee gepaard gaande inflammatie. Bij de preventie en de behandeling moeten in de eerste plaats de oorzaken van auto-immuniteit aangepakt worden.

  • verstoorde darmflora: wijzigt de werking van het immuunsysteem
  • lekke darm, verhoogde doorlaatbaarheid van de darmwand: bij een beschadigde darmwand komen stoffen in het bloed terecht die normaal in de darm moeten blijven en die een immuunreactie uitlokken
  • voedselallergie: antilichamen tegen eiwitten in de voeding kunnen ook eiwitten in het lichaam aanvallen en weefsels en organen beschadigen
  • slechte spijsvertering, gebrek aan maagzuur en spijsverteringsenzymen: eiwitten worden niet goed verteerd, onverteerde eiwitten lokken een immuunreactie uit
  • een hoge bloedsuikerspiegel: eiwitten worden geglycosyleerd en van vorm veranderd, ze worden door het immuunsysteem als lichaamsvreemd beschouwd
  • chronische weefselschade: beschadigd weefsel moet door het immuunsysteem opgeruimd worden
  • oxidatieve stress, vrije radicalen, toxines, gebrek aan antioxidanten
  • chronische inflammatie
  • gebrek aan omega-3
  • te veel omega-6 in verhouding tot omega-3
  • ongezond voedingspatroon: te veel dierlijke eiwitten en vetten, te veel (geraffineerde) koolhydraten en suikers, te weinig groenten, fruit, vezels, polyfenolen en flavonoĆÆden
  • gebrek aan vitamine D, te weinig blootstelling aan zonlicht
  • gebrek aan vitamine C, vitamine E, B-vitaminen, magnesium, zink, flavonoĆÆden (inflammatie)
  • chronische stress, verstoorde stressrespons
  • gebrek aan cortisol, cortisolresistentie
  • gebrek aan beweging

Alie WoudaĀ  Ā 

Natuurpraktijk AuroraĀ Vreedepeelweg 4
5986 NW Beringe

Rosacea

Rosacea is een chronische ontstekingsziekte van de huid, die vooral voorkomt in het gezicht. Het wordt gekenmerkt door blozen, tijdelijke of permanente rode huid, puistjes of bultjes en verwijde bloedvaten die zichtbaar zijn in de huid. De huid kan op sommige plaatsen verdikt zijn, door vergroting van de talgklieren en de vorming van te veel bindweefsel (fibrose). Dat kan onregelmatige rode zwellingen (phyma) veroorzaken op de neus, de kin, het voorhoofd, de oren en de ogen. Een rode, bultige neus (rhinophyma) bij rosacea wordt vaak verward met een ā€˜alcoholneusā€™. Men kan jeuk of een stekende of brandende pijn in de aangetaste huid ervaren.

Rosacea kan ook de ogen aantasten en uiteenlopende oogklachten veroorzaken, van milde irritatie of het gevoel dat er iets in je oog zit tot ernstige ontsteking, zowel van de oogleden als van het oog zelf.

Rosacea wordt onderverdeeld in verschillende vormen, afhankelijk van welke symptomen overheersen (roodheid, puistjes, phyma of oogontsteking). Meestal komen alle symptomen gelijk voor, maar niet allemaal in dezelfde mate.

Overdreven immuunrespons

Rosacea is een heel complexe huidaandoening, waarvan de oorzaken nog niet helemaal begrepen worden. De belangrijkste factor is een verstoord immuunsysteem in de huid, een overmatige reactie van de bloedvaten, het zenuwstelsel, lymfevaten, immuuncellen en talgklieren op bepaalde omgevingsfactoren of uitwendige en inwendige triggers (Buddenkotte J, 2018).

Mensen met rosacea hebben vaak hoge concentraties cathelicidine in het bloed en in de huid. Cathelicidine is de antimicrobiƫle peptide die aangemaakt wordt in respons op micro-organismen, onder andere met behulp van vitamine D (Park BW, 2018).

Beschadiging of infectie van de huid verhoogt de aanmaak van actief vitamine D in de huid, dat de aanmaak van cathelicidine stimuleert. Cathelicidine activeert verschillende ontstekingsfactoren om de huid te herstellen. In normale omstandigheden wordt cathelicidine afgebroken tot kleinere peptiden die een sterkere antimicrobiƫle werking hebben en minder ontsteking veroorzaken. Bij rosacea worden andere vormen van cathelicidine aangemaakt, die meer ontsteking veroorzaken, de bloedvaten verwijden en de opstapeling van bindweefsel verhogen (Yamasaki K, 2007).

De verhoogde aanmaak van cathelicidine bij rosacea is gelinkt aan een verhoogde activiteit van mastcellen. Dat zijn immuuncellen die verantwoordelijk zijn voor een verhoogde stressrespons in de huid, activatie van het zenuwstelsel, het verwijden van de bloedvaten, zwelling, rood worden van de huid en een verhoogde aanmaak van bindweefsel. Het afremmen of stabiliseren van mastellen wordt beschouwd als een belangrijke factor voor het verbeteren van rosacea (Muto Y, 2014; Wang L, 2020).

Natuurlijke mastcel stabilisatoren

  • vitamine C, vitamine D, vitamine E

Auto-immuniteit

Rosacea is sterk gelinkt aan auto-immuniteit. Mensen met rosacea hebben heel vaak auto-immuunziekten zoals diabetes type 1, multiple sclerose, coeliakie (glutenintolerantie), reumatoĆÆde artritis en auto-immune schildklierontsteking (Egeberg A, 2016; Berksoy Hayta S, 2018).

Mensen met rosacea hebben vaak varianten van bepaalde genen die ook bij auto-immuunziekten gezien worden, zoals HLA-DRB1, HLA-DQB1 en HLA-DQA1 (Chang ALS, 2015).

Een van de belangrijkste oorzaken van auto-immuniteit is een verstoorde darmflora en een gebrek aan ontstekingsremmende nutriƫnten.

Ook een verhoogde activiteit van mastcellen is betrokken bij het ontstaan en het in stand houden van auto-immuniteit (Xu Y, 2015).

Mogelijke oorzaken van rosacea & factoren die het risico verhogen

  • genetische factoren (HLA-DRB1, HLA-DQB1 en HLA-DQA1)
  • verstoorde darmflora, verstoord microbieel evenwicht in de huid
  • verhoogde activiteit van mastcellen
  • auto-immuniteit
  • insulineresistentie, hoge bloedsuikerspiegel
  • infectie met demodex folliculorum mijten

Factoren die rosacea verergeren (triggers)

  • hitte, koude
  • ultraviolet straling
  • intensieve inspanningen
  • emotionele stress
  • cosmetica, formaldehyde
  • medicijnen
  • alcohol, wijn, sterke drank
  • hete dranken
  • capsaĆÆcine (pepers, pikant voedsel)
  • cinnamaldehyde bevattende voeding: tomaten, citrusvruchten, chocolade, kaneel

Rosacea | symptomen, behandelen en tips | Drs Leenarts | Dermatoloog

De belangrijkste wapens tegen toekomstige pandemieƫn

Voeding & leefstijl voor gezondheid op lange termijn

Tijdens een pandemie is het belangrijk om maatregelen te nemen om jezelf op korte termijn te beschermen. Gezond eten, voedingstekorten aanvullen, voldoende beweging, voldoende tijd doorbrengen in de natuur, stress verminderen, ā€¦ zijn allemaal dingen die bijdragen aan een betere afweer tegen het SARS-CoV-2 en alle andere virussen. Extra vitamine D, vitamine C, zink en andere natuurlijke antivirale of immuunmodulerende middelen kunnen ervoor zorgen dat je minder ernstig ziek wordt en minder kans op complicaties hebt. Het zijn echter geen wondermiddelen die de gevolgen van een jarenlange ongezonde leefstijl volledig kunnen tenietdoen. De enige manier om jezelf te wapenen tegen toekomstige pandemieĆ«n is je gezondheid optimaliseren of herstellen door een gezonde leefstijl en een gezond voedingspatroon.

Alie WoudaĀ  Ā van Natuurpraktijk Aurora Vreedepeelweg 4
5986 NW Beringe

Vaccin tegen virussen

Lessen uit het verleden

Het ontwikkelen van een vaccin tegen virussen is een proces van lange duur. Voor verschillende virussen heeft men na tientallen jaren zoeken nog steeds geen geschikt vaccin. Dat is ook het geval bij coronavirussen. Sinds de uitbraken van SARS en MERS ā€“ de eerste ondertussen bijna twintig jaar geleden ā€“ heeft men enorm veel onderzoek gedaan om een vaccin tegen deze coronavirussen te vinden, maar dat is tot nog toe niet gelukt. Een van redenen daarvoor is dat de onderzochte vaccins niet veilig waren en de ziekte waartegen ze moesten beschermen juist erger konden maken. Verschillende onderzoekers en deskundigen op het vlak van vaccinatie en infectieziekten waarschuwen voor het sneltempo waarmee men nu een vaccin tegen COVID-19 wil klaarstomen. Ze wijzen op de lessen uit het verleden, die aantonen dat de veiligheid niet gegarandeerd kan worden op zoā€™n korte termijn. De hele wereldbevolking blootstellen aan een vaccin waarvan men niet weet wat de mogelijke gevolgen op lange termijn zijn, is onverantwoord.

Langdurig proces

Het ontwikkelen van een vaccin tegen virussen is in het gunstigste geval een proces van jaren. Het eerste vaccin tegen het Ebolavirus werd door de FDA (Food and Drug Administration) pas 43 jaar na de ontdekking van het virus goedgekeurd. Ondanks enorme investeringen en inspanningen is er nog maar weinig vooruitgang geboekt in het vinden van een vaccin tegen het humaan immunodeficiĆ«ntie virus (HIV) of het veelvoorkomende luchtwegvirus respiratoir syncytieel virus (RSV). Er is ook nooit een geschikt vaccin gevonden tegen de twee coronavirussen die in 2002 SARS en in 2012 MERS veroorzaakten. Als er wel een geschikt vaccin gevonden wordt tegen een virus, dan duurt het gemiddeld tien jaar voor het goedgekeurd en beschikbaar is. Maar nu verwacht men ā€“ of eist men zelfs ā€“ dat het vaccin tegen SARS-CoV-2 in een sneltempo klaar zal zijn (Mullard A, 2020). Men spreekt zelfs van ā€˜operation warp speedā€™.

Hoewel de meeste experts op het gebied van infecties en vaccins het erover eens zijn dat zelfs 18 maanden een heel agressief schema is voor het klaarstomen van een vaccin, wil men ten laatste in het voorjaar van 2021 honderden miljoenen doses beschikbaar hebben om heel de wereld te voorzien.

In Belgiƫ en Nederland zijn alvast miljoenen doses besteld van het zogenaamde Oxfordvaccin van AstraZeneca, op een moment dat de werking noch de veiligheid ervan aangetoond was. Ook de vaccins van Janssen Pharmaceutica en Pfizer worden door de Belgische overheid gereserveerd. Dat is de stand van zaken op het moment van schrijven (november 2020), mogelijk is dit ondertussen gewijzigd.

De vaccins van AstraZeneca en Janssen Pharmaceutica zijn virale dragervaccins, dat van Pfizer is een mRNA-vaccin (zie verder).

Verschillende kandidaatvaccins

Om immuniteit tegen een bepaald virus op te wekken, wordt het volledige virus of een deel ervan (bepaalde eiwitten) in het lichaam geĆÆnjecteerd. Een volledig virus wordt afgezwakt of geĆÆnactiveerd zodat het minder schadelijk wordt of zich niet meer kan vermenigvuldigen, zodat het in principe geen infectieziekte kan veroorzaken.

De laatste decennia heeft men nieuwe technologieƫn ontwikkelt voor nieuwe vormen van vaccinatie. Vooral vaccins met een dragervirus en ingekapselde stukjes genetisch materiaal (DNA en RNA) worden beschouwd als een sterke vooruitgang in de zoektocht naar betere vaccins tegen virussen en een manier om in de toekomst veel sneller vaccins klaar te krijgen in noodsituaties.

Er zijn verschillende soorten vaccins in ontwikkeling tegen COVID-19, die elk hun voordelen en nadelen hebben (zie kader). De vaccins waar de meeste hoop op gevestigd is, de mRNA-vaccins en DNA-vaccins, zijn nooit eerder goedgekeurd voor gebruik bij mensen (Mullard A, 2020; Kaur SP, 2020; Jeyanathan M, 2020).

De bedoeling van vaccinatie is dat het immuunsysteem een geheugen ontwikkelt voor het virus of voor bepaalde onderdelen ervan en bij een volgende blootstelling sneller en efficiƫnter reageert. Dat is heel mooi in theorie, maar in de praktijk draait het vaak anders uit

Ā 

Genetisch gemanipuleerd verkoudheidsvirus

Het Oxfordvaccin van AstraZeneca, dat door Belgiƫ en Nederland werd aangekocht, is een genetisch aangepaste versie van een adenovirus van chimpansees. Het adenovirus is een virus dat bij de mens verkoudheid veroorzaakt. Het is een ideaal dragervirus omdat het alle soorten cellen kan infecteren, zodat het via verschillende wegen een immuunreactie kan opwekken. Het adenovirus is echter een veelvoorkomend virus en de meeste mensen hebben er al immuniteit tegen ontwikkeld. Om ervoor te zorgen dat het een stevige immuunreactie veroorzaakt, gebruikt men een chimpanseevirus, waar mensen (normaal) nog niet mee in aanraking geweest zijn.

Omdat het virus wel cellen moet infecteren, maar geen ziekte mag veroorzaken, wordt het genetisch gewijzigd zodat het zich niet meer kan vermenigvuldigen. Dit afgezwakte virus is door recombinatie samengevoegd met genetisch materiaal van het spike-eiwit van het SARS-CoV-2.

De bedoeling is dat het immuunsysteem een immuunreactie op gang brengt tegen het adenovirus dat in het lichaam geĆÆnjecteerd wordt. Immuuncellen kunnen het virus opnemen en verteren en de erin aanwezige antigenen aan andere immuuncellen presenteren, zodat er meer T-cellen en B-cellen geactiveerd worden. Omdat het virus spike-eiwitten van het SARS-CoV-2 bevat, zullen de geactiveerde T-cellen en B-cellen het virus later herkennen en kunnen er ook antilichamen tegen deze eiwitten aangemaakt worden. Als later het Ć©chte virus het lichaam binnenkomt, zal het dus in theorie snel herkend en verwijderd worden.

In China werd in 2017 een adenovirus dragervaccin tegen ebola goedgekeurd, maar alleen voor noodgevallen en om een stock aan te leggen. Er is niet aangetoond dat het vaccin ebola voorkomt, alleen dat het tijdelijk de aanmaak van antilichamen verhoogt (Zhu FC, 2017).

Vreemd genetisch materiaal in de cellen

Het dragervirus kan na injectie in verschillende soorten cellen binnendringen en de cellen infecteren, maar omdat het zich niet kan vermenigvuldigen kan het volgens de gangbare redenering geen ziekte veroorzaken.

De geĆÆnfecteerde cellen moeten wel door het immuunsysteem vernietigd worden. Bij een verstoord immuunsysteem kan dat ofwel niet goed genoeg gebeuren of juist gepaard gaan met een overdreven ontstekingsreactie.

Wanneer de cellen niet efficiƫnt vernietigd worden, kunnen gemuteerde cellen ontstaan. Het dragervirus deponeert namelijk stukjes genetisch materiaal van het SARS-CoV-2 in de cel. Dit genetisch materiaal kan ingebouwd worden in het genetisch materiaal van de cel. Dat kan aanleiding geven tot genetische mutaties en de ontwikkeling van kankercellen (Kaur SP, 2020).

DNA- en RNA-vaccins

Bij DNA- en RNA-vaccins wordt genetisch materiaal van het SARS-CoV-2 geĆÆnjecteerd, zodat het door de cellen opgenomen kan worden. Bij DNA-vaccins is dat DNA van stukjes eiwitten van het virus. Het DNA moet na injectie doorheen de celmembraan en in de celkern geraken, wat niet zo eenvoudig is. Er is speciale apparatuur voor nodig dat elektrische shocks via de huid toedient op het moment van vaccinatie. Dat maakt het een duur vaccin, dat niet geschikt is voor wereldwijd gebruik.

Bij RNA-vaccins wordt een stukje mRNA van het virus verpakt in een lipide nanopartikel (een capsule van vetzuren) dat na injectie kan versmelten met de celmembraan en gemakkelijk in cellen opgenomen wordt. Men kan nanopartikels aanpassen zodat ze vooral door een bepaald soort cellen worden opgenomen, bijvoorbeeld door immuuncellen.

In de cel geeft de genetische code van het stukje virus instructies voor de aanmaak van virale eiwitten. De cel wordt dus een viruseiwit-aanmakende machine. Het maakt geen volledige virussen aan, maar slechts stukjes virus, die op zich geen enkele functie hebben, maar wel een immuunreactie opwekken.

Bij DNA-vaccins kan het DNA ingebouwd worden in het genetisch materiaal van de cel, waardoor de cel andere genetische eigenschappen krijgt, met als mogelijk gevolg gemuteerde cellen of kankercellen. Bij RNA-vaccins is dat gevaar minder, omdat RNA niet naar de celkern gaat, maar het RNA kan in theorie wel combineren met het genetisch materiaal van andere virussen die een cel binnenkomen of al in de cel zitten. Het RNA kan ook eiwitten van retrovirussen gebruiken om omgezet te worden in DNA en kan op die manier wel in de celkern geraken en ingebouwd worden in het genetisch materiaal van de cel (Liu MA, 2019).

Vorming van nieuwe virussen

Afgezwakte of inactieve virussen kunnen in de gastheer opnieuw geactiveerd worden. Levende afgezwakte virussen, geĆÆnactiveerde virussen en genetisch gewijzigde dragervirussen uit vaccins kunnen door recombinatie met andere virussen (wilde circulerende virussen of virussen uit andere vaccins) nieuwe virussen vormen die mogelijk schadelijker zijn.

Gevaccineerde dieren (en mensen) vormen een reservoir van onnatuurlijke, potentieel schadelijke virussen. Dat kan een nog groter probleem worden als men ook mensen op grote schaal gaat vaccineren met genetisch gewijzigde dragervirussen (Condit RC, 2016).

Lessen uit het verleden

Er is een reden waarom er nog altijd geen vaccin is tegen coronavirussen. In het verleden is er even ijverig gezocht naar een vaccin tegen SARS-CoV en MERS-CoV, maar die vaccins waren niet veilig, omdat ze de ziekte waartegen ze moesten beschermen bij gevaccineerde proefdieren juist konden verergeren. Na infectie met het virus waartegen de proefdieren gevaccineerd waren, reageerde het immuunsysteem met een overdreven ontstekingsreactie, met als gevolg zware longschade en acute ademnood. De vaccins konden dus veroorzaken wat ze moesten voorkomen (Lambert PH, 2020; Su S, 2020).

Dat gebeurde ook al eerder, met het eerste vaccin tegen het respiratoir syncytieel virus in de jaren 1960. In de klinische studie werd het vaccin goed verdragen en wekte het geen overdreven immuunrespons op. Maar later, toen gevaccineerde babyā€™s op een natuurlijke manier blootgesteld werden aan het virus, moesten zestien van de twintig babyā€™s in het ziekenhuis opgenomen worden. Twee babyā€™s stierven. Bij de niet-gevaccineerde babyā€™s werd slechts Ć©Ć©n baby in het ziekenhuis opgenomen (Kim HW, 1969). Pas in 2019 werd een vaccin tegen RSV door de FDA goedgekeurd voor nieuwe klinische testen.

De zoektocht naar een vaccin tegen het denguevirus kent hetzelfde verloop. Pas 77 jaar na de eerste testen bij mensen werd een vaccin opnieuw bij mensen getest en pas na bijna honderd jaar werd het eerste vaccin goedgekeurd. Het vaccin mag echter niet toegediend worden aan mensen die nog nooit geĆÆnfecteerd zijn met het denguevirus, omdat zij veel meer kans hebben op een heel ernstige (dodelijke) infectie, in vergelijking met niet-gevaccineerde personen. Dit ongewenste effect kwam pas drie jaar na vaccinatie met de eerste dosis aan het licht. Het vaccin biedt ook alleen maar bescherming tegen ernstige infectie bij mensen die al denguekoorts gehad hebben (Sridhar S, 2018). Dat betekent dus dat natuurlijke infectie beter beschermt tegen een volgende infectie dan het vaccin.

Werking & veiligheid kunnen niet worden gegarandeerd

Volgens verschillende onderzoekers is het geen goed idee om snel een vaccin goed te keuren als men niet kan garanderen dat het bij niemand een verergerd ziektebeeld veroorzaakt. Dit ongewenste effect van vaccinatie treedt pas op wanneer men op een natuurlijke manier in contact komt met het virus, vooral op een moment dat het aantal antilichamen in het bloed al sterk afgenomen is. Het kan dus een hele tijd duren voor dit aan het licht komt.

Het SARS-CoV-2 is sowieso al een virus dat bij mensen met een verstoord immuunsysteem een heel ernstige immuunreactie opwekt. Bij deze risicopatiƫnten is de kans ook groot dat ze na vaccinatie heftiger reageren op natuurlijke infectie met het virus, maar dat komt niet aan het licht tijdens de korte testperiode (Lambert PH, 2020; Su S, 2020; Khuroo MS, 2020).

Voor een vaccin tegen een virus met een hoge besmettingsgraad en een laag sterftecijfer, zoals het SARS-CoV-2, moet de lat voor veiligheid veel hoger liggen dan voor een vaccin tegen een virus met een lage besmettingsgraad maar een hoog sterftecijfer (zoals het ebolavirus), omdat er ook heel veel gezonde mensen gevaccineerd zullen worden.

Het COVID-19 vaccin moet volgens de WHO beschikbaar zijn voor heel de wereldbevolking. Als het vaccin bij 1% van de gevaccineerden ongewenste (ernstige) bijwerkingen heeft, dan worden daar ongeveer 78 miljoen mensen door getroffen als heel de wereldbevolking gevaccineerd wordt. Dat legt de lat voor de veiligheidsgarantie nog een stuk hoger (Su S, 2020).

Die veiligheid kan op dit moment niet gegarandeerd worden. Er wordt gesproken over baanbrekend onderzoek en goede resultaten, maar dat wordt niet gecontroleerd zoals dat normaal gedaan wordt. Er is nog nooit eerder zo snel getest op mensen, zonder langdurig voorafgaand onderzoek naar de veiligheid. De druk om in een recordtempo een vaccin klaar te hebben, kan heel ernstige gevolgen hebben voor iedereen die gevaccineerd wordt (Khuroo MS, 2020).

Het belang van de neusslijmvliezen

Luchtwegvirussen komen normaal binnen via de neus of de mond, dus het eerste contact met het virus vindt plaats in de neuskeelmondholte. De aanwezigheid van een virus zoals het coronavirus in de neusslijmvliezen bereidt de longen al voor op een eventuele virale infectie. Immuuncellen in de neusslijmvliezen (monocyten, macrofagen) nemen stukjes van het virus (antigenen) op en nemen ze via de lymfevaten mee naar de longen, waar ze de immuuncellen voorbereiden op de mogelijke komst van het virus. Ook natural killer cellen worden op die manier geactiveerd om virussen sneller te kunnen vernietigen. Dit versterkt zowel het aangeboren als het verworven immuunsysteem in de longen. Het beschermt de longen tegen infectie met verschillende luchtwegvirussen zoals coronavirussen en griepvirussen en voorkomt longontsteking (Hua X, 2018).

Wanneer een virus via injectie in het lichaam terechtkomt, wordt dit belangrijk onderdeel van het immuunsysteem overgeslagen.

Groepsimmuniteit

Groepsimmuniteit betekent dat 60 tot 70% van de bevolking besmet geweest is met het virus ā€“ met of zonder symptomen ā€“ en bij een volgende blootstelling minder kans heeft om ziek te worden. In de immunologie meent men dat een bepaalde mate van groepsimmuniteit nodig is om een infectieziekte onder controle te krijgen.

Dat gebeurt normaal vanzelf. Wanneer een nieuw virus opduikt wordt de bevolking stapsgewijs besmet. In de natuur zijn een paar besmettingsgolven nodig om de zogenaamde groepsimmuniteit te bereiken. Omdat die golven meestal gepaard gaan met ernstige zieken en omdat verzwakte mensen aan de infectie kunnen sterven, wil men het natuurlijke verloop tegenhouden en door middel van vaccinatie een kunstmatige groepsimmuniteit bereiken.

Paradoxaal genoeg kunnen de drastische maatregelen die genomen worden tijdens de eerste golf ā€“ om de verspreiding van het virus tegen te houden ā€“ een averechts effect hebben tijdens de tweede golf, omdat het grootste deel van de bevolking geen immuniteit heeft ontwikkeld, waardoor de tweede golf van infecties juist veel erger kan worden, zeker in het najaar en de winter wanneer er meerdere luchtwegvirussen actief zijn.

Een tweede golf is een intrinsiek kenmerk van veel virale luchtweginfecties en niet zozeer het gevolg van het versoepelen van de maatregelen (Hussein O, 2020). Bijkomende infectie met andere luchtweginfecties zijn een belangrijke trigger van een tweede of een derde golf van een pandemie (Merler S, 2008).

Toch heeft een groot deel van de wereldbevolking vermoedelijk al immuniteit tegen SARS-CoV-2 door eerdere blootstelling aan andere coronavirussen. Deze immuniteit wordt niet opgewekt door antilichamen, want de antilichamen die aangemaakt worden tegen de coronavirussen 229E, NL63, OC43, en/of HKU1 reageren niet op het SARS-CoV-2. De herkenning gebeurt eerder door het ā€˜geheugenā€™ van T-cellen (Dijkstra JM, 2020).

Het meten van antilichamen in het bloed heeft dus weinig zin om groepsimmuniteit te bepalen.

Er is een groot verschil tussen de immuunreactie die opgewekt wordt door een echte besmetting en infectie en de immuunreactie die opgewekt wordt door een vaccin.

T-cellen zijn belangrijker dan antilichamen

Antilichamen nemen na een infectie geleidelijk af of verdwijnen helemaal, maar dat betekent niet dat men geen immuniteit heeft tegen het virus. Bij een goed werkend immuunsysteem ontwikkelen T-cellen en B-cellen tijdens een infectie een geheugen, zodat ze de volgende keer sneller in actie kunnen treden. Als T-cellen zelf in staat zijn om een virus efficiƫnt te verwijderen of onder controle te houden, dan hoeven B-cellen ook de volgende keer geen antilichamen aan te maken. Als het nodig is, kunnen de B-cellen wel antilichamen aanmaken, en in dat geval veel sneller dan bij een eerste contact.

De immuunrespons tegen de ā€˜gewoneā€™ coronavirussen die verkoudheid veroorzaken is van korte duur. De tijdens een infectie aangemaakte antilichamen nemen heel snel af en zijn na een jaar bijna volledig ā€˜verdwenenā€™. Net als bij andere verkoudheidsvirussen, wordt men regelmatig opnieuw geĆÆnfecteerd door deze coronavirussen.

De antilichamen die aangemaakt worden tegen SARS-CoV en MERS-CoV blijven veel langer verhoogd, op voorwaarde dat men een ernstige infectie doorgemaakt heeft. Bij mensen met een mild ziektebeeld zijn ze na een jaar niet meer detecteerbaar (vergelijkbaar met de gewone verkoudheids-coronavirussen). De T-geheugencellen tegen SARS-CoV en MERS-CoV blijven echter wel heel lang aanwezig (Sariol A, 2020).

Bij mensen met SARS, die geĆÆnfecteerd waren met het eerste SARS-CoV virus, waren zes jaar na het herstel nog specifieke T-geheugencellen tegen het virus aanwezig, terwijl er geen B-geheugencellen of antilichamen tegen het virus meer gevonden werden (Tang F, 2011).

Bij het huidige SARS-CoV-2 virus nemen de antilichamen enkele weken na de infectie al af, vergelijkbaar met de andere verkoudheids-coronavirussen. Mensen met milde of geen symptomen maken veel minder antilichamen aan en de antilichamen nemen bij hen ook veel sneller af (Long QX, 2020).

Wanneer de aangeboren immuniteit in de slijmvliezen goed werkt, hoeven geen antilichamen aangemaakt te worden. Mensen met milde symptomen hebben na een COVID-19 infectie een veel hoger aantal T-geheugencellen in de luchtwegslijmvliezen dan mensen met ernstige symptomen. Deze T-geheugencellen kunnen niet geactiveerd worden door vaccinatie, alleen door een virus dat via de luchtwegen binnenkomt. Besmetting of infectie met andere coronavirussen vormt dus een goede bescherming tegen ā€˜nieuweā€™ coronavirussen (Zhao J, 2016). Bij 40 tot 60% van de mensen die (voor zover men weet) niet besmet geweest zijn met het SARS-CoV-2 virus zijn T-geheugencellen aanwezig die het virus herkennen. Deze T-geheugencellen zijn aangemaakt tijdens besmetting of infectie met andere coronavirussen (Grifoni A, 2020).

Dat wordt ook gezien bij griepinfecties, waar T-geheugencellen die aangemaakt zijn tijdens infectie met een influenzavirus (de seizoensgriep die ieder jaar terugkeert) beschermt tegen plots opduikende nieuwe griepvirussen die een pandemie veroorzaken, zoals H3N2 of H1N1 (Wilkinson TM, 2012). Dat kan niet nagebootst worden door vaccinatie.

De bestaande immuniteit tegen het nieuwe SARS-CoV-2 virus bij een groot deel van de bevolking heeft wel gevolgen voor de klinische studies met de verschillende kandidaatvaccins. Het kan een vertekend beeld geven van de bescherming van vaccinatie (Jeyanathan M, 2020).

Luchtwegvirussen zijn alomtegenwoordig

Luchtwegvirussen zijn alomtegenwoordig en zullen dat altijd blijven. Ze zijn het grootste deel van de tijd aanwezig zonder ziekte te veroorzaken. Ze worden actiever door bepaalde externe omstandigheden (koude, hitte, droge of vochtige lucht, gebrek aan zonlicht, ā€¦) en worden schadelijker onder invloed van interne factoren (beschadigde longen, stress, verzwakte weerstand, onderliggende ziektebeelden, gebrek aan voedingsstoffen, ā€¦).

Verkoudheidsvirussen en griepvirussen kennen elk jaar infectiepieken, waarbij sommige mensen ernstig ziek worden en overlijden, maar de grote meerderheid niet ziek wordt of slechts milde symptomen heeft. Men probeert het aantal ernstige en dodelijke gevallen van griep elk jaar in te perken door het jaarlijks griepvaccin, maar dat is tot nog toe nog niet gelukt. Men sterft niet aan griep omdat het influenzavirus zo schadelijk is (want dan zou iedereen ernstig ziek worden of overlijden) maar omdat het immuunsysteem verstoord is. Geen enkel vaccin is in staat om een verstoord immuunsysteem te herstellen. Elk vaccin verstoort het immuunsysteem nog meer.

Wanneer het immuunsysteem goed werkt, is vaccinatie niet nodig.
Wanneer het immuunsysteem niet goed werkt, haalt vaccinatie weinig uit en geeft het meer kans op ernstige reacties.

Natuurlijke immuniteit versus vaccinatie

Er wordt vaak de indruk gewekt dat de natuurlijke immuniteit inferieur is aan immuniteit door vaccinatie. Er zijn voldoende aanwijzingen van het tegendeel, bijvoorbeeld bij het griepvirus.

Uit experimenten met dieren blijkt dat het doormaken van een of meer infecties met de seizoensgriep beschermde tegen de pandemische griep influenza A/H1N1 van 2009, maar dat vaccinatie tegen de seizoensgriep geen bescherming bood tegen de pandemische griep, zelfs niet bij een hoog aantal antilichamen (Laurie KL, 2010).

Ook in onderzoek bij mensen werd vastgesteld dat wie niet gevaccineerd was, maar een normale, natuurlijke infectie met de seizoensgriep doormaakte, beschermd was tegen de pandemische griep die erop volgde. Diegenen die gevaccineerd waren tegen de seizoensgriep waren niet beschermd tegen de pandemische griep (Kelly H, 2010).

Vaccinatie tegen influenza A/H3N2 virus verlaagt de weerstand tegen het vogelgriepvirus influenza A/H5N1, terwijl natuurlijke infectie met influenza A/H3N2 beschermt tegen infectie met het vogelgriepvirus (Bodewes R, 2012; Bodewes R, 2009).

Het griepvaccin vermindert de weerstand tegen griep in het volgende griepseizoen. Het vermindert ook de effectiviteit van de volgende vaccinatie. Jaarlijkse vaccinatie tegen griep vermindert de weerstand tegen griep en vermindert de werking van vaccinatie. Natuurlijke infectie met het influenzavirus (dus het krijgen van griep) beschermt wel tegen griep in het volgende seizoen (Saito N, 2017).

Vaccinatiefalen

Niet iedereen die gevaccineerd is maakt (voldoende) antistoffen aan in respons op vaccinatie. Bovendien neemt het aantal antilichamen na vaccinatie snel af of zijn sommige mensen toch niet beschermd ondanks de aanwezigheid van antilichamen. Dat verschijnsel is bekend als vaccinatiefalen (Wiedermann U, 2016).

Factoren die de gezondheid en de immuniteit verstoren, verstoren ook de respons op vaccinatie: roken, alcohol, overgewicht, ondervoeding, een gebrek aan vitamine A, D, zink en andere voedingsstoffen, een verstoorde darmflora, diabetes, immuunveroudering, immuunonderdrukkende medicijnen of chemotherapie (Zimmermann P, 2019; Castrucci MR, 2018).

Het microbioom, dat enorm belangrijk is voor de natuurlijke immuniteit, bepaalt ook het effect van vaccinatie (Jamieson AM, 2015). Een verstoorde darmflora vermindert de effectiviteit van vaccinatie (Huda MN, 2014). Een gezonde darmflora of suppletie met probiotica verbetert de respons op vaccinatie en de duur van de bescherming (Zimmerman P, 2017; Harris V, 2017). Daarbij kan de vraag gesteld worden welke factor het grootste effect heeft op de immuniteit, een gezond microbioom of vaccinatie? Suppletie met probiotica is een mogelijk alternatief voor vaccinatie. Het heeft in ieder geval een veel bredere werking dan vaccinatie en het is veel veiliger.

Alie Wouda                                                                                             

Natuurpraktijk Aurora

Vreedepeelweg 4
5986 NW Beringe

Referenties:

  1. Bodewes R, Fraaij PL, Kreijtz JH, et al. Annual influenza vaccination affects the development of heterosubtypic immunity. Vaccine. 2012 Dec 7;30(51):7407-10.
  2. Bodewes R, Kreijtz JH, Baas C, et al. Vaccination against human influenza A/H3N2 virus prevents the induction of heterosubtypic immunity against lethal infection with avian influenza A/H5N1 virus. PLoS One. 2009;4(5):e5538.
  3. Castrucci MR. Factors affecting immune responses to the influenza vaccine. Hum Vaccin Immunother. 2018 Mar 4;14(3):637-646. doi: 10.1080/21645515.2017.1338547. Epub 2017 Jul 21. PMID: 28617077; PMCID: PMC5861809.
  4. Condit RC, Williamson AL, Sheets R, et al; Brighton Collaboration Viral Vector Vaccines Safety Working Group (V3SWG). Unique safety issues associated with virus-vectored vaccines: Potential for and theoretical consequences of recombination with wild type virus strains. Vaccine. 2016 Dec 12;34(51):6610-6616. doi: 10.1016/j.vaccine.2016.04.060. Epub 2016 Jun 23. PMID: 27346303; PMCID: PMC5204448.
  5. Dijkstra JM, Hashimoto K. Expected immune recognition of COVID-19 virus by memory from earlier infections with common coronaviruses in a large part of the world population. F1000Res. 2020 Apr 23;9:285. doi: 10.12688/f1000research.23458.2. PMID: 32595955; PMCID: PMC7309412.
  6. Grifoni A, Weiskopf D, Ramirez SI, et. Targets of T Cell Responses to SARS-CoV-2 Coronavirus in Humans with COVID-19 Disease and Unexposed Individuals. Cell. 2020 Jun 25;181(7):1489-1501.e15. doi: 10.1016/j.cell.2020.05.015. Epub 2020 May 20. PMID: 32473127; PMCID: PMC7237901.
  7. Harris V, Ali A, Fuentes S, et al. Rotavirus Vaccine Response Correlates with the Infant Gut Microbiota Composition in Pakistan. Gut Microbes. 2017 Sep 11:0.
  8. Hua X, Vijay R, Channappanavar R, Athmer J, Meyerholz DK, Pagedar N, Tilley S, Perlman S. Nasal priming by a murine coronavirus provides protective immunity against lethal heterologous virus pneumonia. JCI Insight. 2018 Jun 7;3(11):e99025. doi: 10.1172/jci.insight.99025. PMID: 29875310; PMCID: PMC6124400.
  9. Huda MN, Lewis Z, Kalanetra KM, et al. Stool microbiota and vaccine responses of infants. Pediatrics. 2014 Aug;134(2):e362-72.
  10. Hussein O. Second wave of Covid-19 is determined by immune mechanism. Med Hypotheses. 2020 Nov;144:110238. doi: 10.1016/j.mehy.2020.110238. Epub 2020 Sep 2. PMCID: PMC7467093.
  11. Jamieson AM. Influence of the microbiome on response to vaccination. Hum Vaccin Immunother. 2015;11(9):2329-31.
  12. Jeyanathan M, Afkhami S, Smaill F, Miller MS, Lichty BD, Xing Z. Immunological considerations for COVID-19 vaccine strategies. Nat Rev Immunol. 2020 Oct;20(10):615-632. doi: 10.1038/s41577-020-00434-6. Epub 2020 Sep 4. PMID: 32887954; PMCID: PMC7472682.
  13. Kaur SP, Gupta V. COVID-19 Vaccine: A comprehensive status report. Virus Res. 2020 Oct 15;288:198114. doi: 10.1016/j.virusres.2020.198114. Epub 2020 Aug 13. PMID: 32800805; PMCID: PMC7423510.
  14. Kelly H, Barry S, Laurie K, et al. Seasonal influenza vaccination and the risk of infection with pandemic influenza: a possible illustration of non-specific temporary immunity following infection. Euro Surveill. 2010 Nov 25;15(47). pii: 19722.
  15. Khuroo MS, Khuroo M, Khuroo MS, Sofi AA, Khuroo NS. COVID-19 Vaccines: A Race Against Time in the Middle of Death and Devastation! J Clin Exp Hepatol. 2020 Jun 10. doi: 10.1016/j.jceh.2020.06.003. Epub ahead of print. PMID: 32837093; PMCID: PMC7286271.
  16. Kim HW, Canchola JG, Brandt CD, Pyles G, Chanock RM, Jensen K, Parrott RH. Respiratory syncytial virus disease in infants despite prior administration of antigenic inactivated vaccine. Am J Epidemiol. 1969 Apr;89(4):422-34. doi: 10.1093/oxfordjournals.aje.a120955. PMID: 4305198.
  17. Lambert PH, Ambrosino DM, Andersen SR, et al. Consensus summary report for CEPI/BC March 12-13, 2020 meeting: Assessment of risk of disease enhancement with COVID-19 vaccines. Vaccine. 2020 Jun 26;38(31):4783-4791. doi: 10.1016/j.vaccine.2020.05.064. Epub 2020 May 25. PMID: 32507409; PMCID: PMC7247514.
  18. Laurie KL, Carolan LA, Middleton D, et al. Multiple infections with seasonal influenza A virus induce cross-protective immunity against A(H1N1) pandemic influenza virus in a ferret model. J Infect Dis. 2010 Oct 1;202(7):1011-20.
  19. Liu MA. A Comparison of Plasmid DNA and mRNA as Vaccine Technologies. Vaccines (Basel). 2019 Apr 24;7(2):37. doi: 10.3390/vaccines7020037. PMID: 31022829; PMCID: PMC6631684.
  20. Long QX, Tang XJ, Shi QL, et al. Clinical and immunological assessment of asymptomatic SARS-CoV-2 infections. Nat Med. 2020 Aug;26(8):1200-1204. doi: 10.1038/s41591-020-0965-6. Epub 2020 Jun 18. PMID: 32555424.
  21. Merler S, Poletti P, Ajelli M, Caprile B, Manfredi P. Coinfection can trigger multiple pandemic waves. J Theor Biol. 2008 Sep 21;254(2):499-507. doi: 10.1016/j.jtbi.2008.06.004. Epub 2008 Jun 17. PMID: 18606170; PMCID: PMC7094108.
  22. Mullard A. COVID-19 vaccine development pipeline gears up. Lancet. 2020 Jun 6;395(10239):1751-1752. doi: 10.1016/S0140-6736(20)31252-6. PMID: 32505245; PMCID: PMC7272155.
  23. Pardi N, Hogan MJ, Porter FW, Weissman D. mRNA vaccines – a new era in vaccinology. Nat Rev Drug Discov. 2018 Apr;17(4):261-279. doi: 10.1038/nrd.2017.243. Epub 2018 Jan 12. PMID: 29326426; PMCID: PMC5906799.
  24. Saito N, Komori K, Suzuki M, et al. Negative impact of prior influenza vaccination on current influenza vaccination among people infected and not infected in prior season: A test-negative case-control study in Japan. Vaccine. 2017 Jan 23;35(4):687-693.
  25. Sariol A, Perlman S. Lessons for COVID-19 Immunity from Other Coronavirus Infections. Immunity. 2020 Aug 18;53(2):248-263. doi: 10.1016/j.immuni.2020.07.005. Epub 2020 Jul 14. PMID: 32717182; PMCID: PMC7359787.
  26. Sridhar S, Luedtke A, Langevin E, et al. Effect of Dengue Serostatus on Dengue Vaccine Safety and Efficacy. N Engl J Med. 2018 Jul 26;379(4):327-340. doi: 10.1056/NEJMoa1800820. Epub 2018 Jun 13. PMID: 29897841.
  27. Su S, Du L, Jiang S. Learning from the past: development of safe and effective COVID-19 vaccines. Nat Rev Microbiol. 2020 Oct 16. doi: 10.1038/s41579-020-00462-y. Epub ahead of print. PMID: 33067570.
  28. Tang F, Quan Y, Xin ZT, et al. Lack of peripheral memory B cell responses in recovered patients with severe acute respiratory syndrome: a six-year follow-up study. J Immunol. 2011 Jun 15;186(12):7264-8. doi: 10.4049/jimmunol.0903490. Epub 2011 May 16. PMID: 21576510.
  29. Wiedermann U, Garner-Spitzer E, Wagner A. Primary vaccine failure to routine vaccines: Why and what to do? Hum Vaccin Immunother. 2016;12(1):239-43.
  30. Wilkinson TM, Li CK, Chui CS, et al. Preexisting influenza-specific CD4+ T cells correlate with disease protection against influenza challenge in humans. Nat Med. 2012 Jan 29;18(2):274-80. doi: 10.1038/nm.2612. PMID: 22286307.
  31. Zhao J, Zhao J, Mangalam AK, et al. Airway Memory CD4(+) T Cells Mediate Protective Immunity against Emerging Respiratory Coronaviruses. Immunity. 2016 Jun 21;44(6):1379-91. doi: 10.1016/j.immuni.2016.05.006. Epub 2016 Jun 7. PMID: 27287409; PMCID: PMC4917442.
  32. Zhu FC, Wurie AH, Hou LH,. Safety and immunogenicity of a recombinant adenovirus type-5 vector-based Ebola vaccine in healthy adults in Sierra Leone: a single-centre, randomised, double-blind, placebo-controlled, phase 2 trial. Lancet. 2017 Feb 11;389(10069):621-628. doi: 10.1016/S0140-6736(16)32617-4. Epub 2016 Dec 23. PMID: 28017399.
  33. Zimmermann P, Curtis N. Factors That Influence the Immune Response to Vaccination. Clin Microbiol Rev. 2019 Mar 13;32(2):e00084-18. doi: 10.1128/CMR.00084-18. PMID: 30867162; PMCID: PMC6431125.
  34. Zimmermann P, Curtis N. The influence of probiotics on vaccine responses – A systematic review. Vaccine. 2017 Sep 15. pii: S0264-410X(17)31167-2.

Bron: placebonocebo

Het effect van het voedingspatroon op de gezondheid van de huid

De huid heeft net als alle andere organen voedingsstoffen nodig om gezond te blijven. Wat men eet – of niet eet – heeft een grote invloed op de integriteit van de huidbarriĆØre, het vermogen van de huid om zich te beschermen tegen schadelijke factoren, de immuunreacties, de wondgenezing, het microbieel evenwicht, de zuurgraad, de vochtbalans, de stevigheid en de elasticiteit. Een ongezond voedingspatroon of een gebrek aan bepaalde voedingsstoffen kan de huid sneller doen verouderen en gevoeliger maken voor huidziekten. Voeding is niet alleen een leverancier van voedingsstoffen voor de huid, maar beĆÆnvloedt heel het metabolisme en alle hormonale, neuronale en immunologische signalen die de huid krijgt. Bij een gebrek aan voedingsstoffen zoals vitaminen, mineralen en vetzuren, wordt de huid vaak het eerst getroffen. De huid is dan weer het enige orgaan dat ook rechtstreeks van buitenaf gevoed kan worden.Heb jij huid problemen en wil je weten wat je eraan moet doen? Elke vrijdagochtend is er een inloop spreekuur bij Cocagne

Of stuur een bericht naar 0641979844

Alie Wouda van Natuurpraktijk Aurora

Acne

Acne vulgaris, ook wel jeugdpuistjes genoemd, is een inflammatoire huidziekte waarbij de talgklieren in de huid ontstoken geraken. Het komt vooral voor in het gezicht, op de rug en de borst. Het ontstaat vaak in de puberteit onder invloed van plotse hormonale wijzigingen, hoewel het ook op volwassen leeftijd kan voorkomen, ook bij mensen die er in hun jeugd weinig of geen last van gehad hebben. Acne die opkomt in de puberteit is in de meeste gevallen niet ernstig en gaat na verloop van tijd vanzelf weg. Bij sommige mensen kan acne echter heel ernstig zijn, langdurig aanhouden en littekens veroorzaken.

Ernstige acne wordt meestal behandeld met antibiotica, anticonceptiva, anti-androgenen en synthetische vitamine A.

Mogelijke oorzaken van acne & factoren die het risico verhogen

ACNE (JEUGDPUISTJES) | Wat kan ik er aan doen? | huidinfo.nl - uitleg van  de dermatoloog
  • te veel insuline en insulineachtige groeifactor (IGF-1)
  • te veel androgenen (mannelijke hormonen), verhoogde activiteit van androgeenreceptoren
  • te veel aanmaak van dihydrotestosteron (DHT) (verhoogde activiteit van 5-alfa-reductase)
  • polycystisch ovariumsyndroom (te veel insuline en mannelijke hormonen bij vrouwen)
  • te veel geraffineerde koolhydraten en suikers, voeding met een hoge glycemische belasting
  • te veel zuivelproducten (bevatten hormonen, verhogen insuline en IGF-1)
  • te veel stresshormonen
  • verstoorde darmflora, verstoord bacterieel evenwicht in de huid
  • oxidatieve stress, gebrek aan antioxidanten
  • medicijnen: corticosteroĆÆden, immuunonderdrukkende medicijnen, chemotherapie, straling, lithium, ā€¦
  • cosmetica: te vette foundation, poeder make-up, antibacteriĆ«le reinigingsproducten, verzorgingsproducten met een hoge pH
  • te veel blootstelling aan ultraviolet straling (en een gebrek aan beschermende factoren in de huid)
  • luchtvervuiling

Talg, geoxideerde vetten & micro-organismen

Tijdens de puberteit wordt onder invloed van androgenen (mannelijke hormonen) meer talg aangemaakt in de huid. Op zich is dat geen probleem, maar wanneer er te veel talg aangemaakt wordt, kunnen de haarzakjes verstopt geraken en kunnen ze uitzetten en openbarsten, wat ontsteking in de huid veroorzaakt. De bacterie Propionibacterium acnes, die zich voedt met talg, wordt overactief in en rond de haarzakjes en talgklieren en kan nog meer ontsteking veroorzaken, vooral wanneer de groei ervan niet onder controle gehouden wordt door antimicrobiƫle factoren, zoals een gezonde huidflora, een gezonde zuurgraad en antimicrobiƫle peptiden.

De bacterie Staphylococcus epidermidis heeft een beschermend effect, omdat het de groei van P. acnes afremt en de ontstekingsreactie tempert. Wanneer S. epidermidis in de huid uitgeroeid wordt (bijvoorbeeld door antibioticazalf), is de huid minder bestand tegen bacteriƫle infecties (Cogen AL, 2008). Orale of uitwendig aangebrachte probiotica op basis van S. epidermidis wordt beschouwd als een mogelijke therapie voor acne (Claudel JP, 2019).

Ook Malassezia schimmels voeden zich met talg en kunnen overactief worden wanneer talg zich opstapelt in de talgklieren en haarzakjes. Dat is een oorzaak van Malassezia folliculitis, een aandoening die sterk op acne lijkt en daarom soms schimmelacne genoemd wordt. De twee huidziekten kunnen ook tegelijk voorkomen (PĆ¼rnak S, 2018).

Een belangrijke bijdragende factor aan ontsteking van de talgklieren en haarzakjes is oxidatieve stress. De vetten in talg en in en rond de talgklieren en haarzakjes zijn gevoelig voor oxidatie (lipidperoxidatie). In normale omstandigheden worden ze daartegen beschermd door antioxidanten zoals vitamine C, vitamine E, carotenoĆÆden, glutathion, zink, selenium, coĆ«nzym Q10, alfa-liponzuur en flavonoĆÆden. Bij een gebrek aan antioxidanten worden de vetten in de talgklieren beschadigd, wat nog meer oxidatieve stress en ontsteking veroorzaakt. De geoxideerde vetten creĆ«ren bovendien een omgeving waarin bacteriĆ«n zoals P. acnes beter kunnen overleven (Bowe WP, 2010).

Te veel mannelijke hormonen & insuline

Testosteron wordt door het enzym 5-alfa-reductase omgezet in dihydrotestosteron (DHT), een vorm van testosteron die de androgeenreceptoren tien keer sterker activeert dan testosteron. DHT activeert de androgeenreceptoren in de talgklieren, waardoor de talgklieren meer talg aanmaken. Dat is belangrijk voor de gezondheid van de huid. Testosteron en DHT kunnen in de talgklieren en zweetklieren zelf aangemaakt worden en dragen bij aan het behoud van de huidbarriĆØre, de wondgenezing en de haargroei (Zouboulis CC, 2007).

Hoewel acne gelinkt wordt aan te veel mannelijke hormonen, gaat het vooral om te veel DHT en een verhoogde activiteit van androgeenreceptoren in de huid, de receptoren die geactiveerd worden door testosteron en DHT (Lai JJ, 2012; Shaw JC, 2002).

Een vorm van metabool syndroom

Een van de belangrijkste oorzaken van te veel DHT, een verhoogde activiteit van androgeenreceptoren en te veel aanmaak van talg, is te veel insuline en insulineachtige groeifactor (IGF-1) (Lai JJ, 2012). Insuline en IGF-1 worden vooral verhoogd door een typisch westers dieet met een hoge inname van geraffineerde koolhydraten, suikers, zuivelproducten en dierlijke vetten en een lage inname van vezelrijke, polyfenolrijke voeding (Melnik BC, 2012).

Het ontstaan en de ernst van acne wordt heel sterk beĆÆnvloed door het voedingspatroon. Acne komt niet voor bij niet-westerse bevolkingsgroepen die nog een traditioneel voedingspatroon hebben, zonder geraffineerde koolhydraten en suikers en met heel weinig zuivelproducten.

Acne wordt beschouwd als het metabool syndroom van de talgklieren en de haarzakjes (Danby FW, 2011; Melnik BC, 2018).

Natuurlijke anti-androgenen

Het remmen van de aanmaak ā€“ en vooral van de activiteit ā€“ van androgenen is een belangrijke factor in de behandeling van acne (Lai JJ, 2012). Farmaceutische anti-androgenen hebben ongewenste effecten, omdat zowel testosteron als DHT heel belangrijk zijn voor veel lichaamsfuncties, ook voor een gezonde huid. Natuurlijke androgeen regulerende stoffen ā€“ zoals omega-3 vetzuren, gamma-linoleenzuur, soja-isoflavonen, groene thee extract (EGCG) en resveratrol ā€“ zijn een veiligere manier om te veel actief testosteron of DHT in de huid af te remmen. Ze hebben bovendien nog andere mechanismen die de gezondheid van de huid ondersteunen (Jung JY, 2014; Riyanto P, 2015; Lu PH, 2016; Fabbrocini G, 2011).

Oorzaken van een verhoogde aanmaak van dihydrotestosteron (verhoogde activiteit van 5-alfa-reductase)

  • insulineresistentie, hyperinsulinemie (te veel insuline in het bloed)
  • te veel insulineachtige groeifactor (IGF-1)
  • een hoge inname van geraffineerde koolhydraten, suikers en zuivel (verhoogt de aanmaak van insuline en IGF-1)
  • een gebrek aan het omega-6 vetzuur gamma-linoleenzuur (GLA)
  • een gebrek aan het omega-3 vetzuur eicosapentaeenzuur (EPA)
  • een gebrek aan polyfenolen en flavonoĆÆden (groenten, fruit, kruiden, specerijen, noten, zaden, thee, ā€¦)

Oorzaak van een ziekte

De oorzaak van een ziekte is hoe je onbewust in het leven staat, hoe je bent geprogrammeerd en van waaruit je handelt. (Met natuurlijke middelen; voeding, orthomoleculaire middelen, kruiden, homeopathie, bioresonantie etc. behandel ik de ziekte, maar deze komt weer terug door een automatisch afspelend programma vanuit je onbewuste brein) Met de training ā€œMaster Your Mindā€ die ik nu ook online geef krijg je toegang tot dit stukje onbewuste brein. Je krijgt hier zicht op, om vervolgens door het toepassen van technieken deze ziekmakende programmaā€™s te herprogrammeren waardoor je blijvend een vrijer en gezonder leven creĆ«ert.

Dit filmpje illustreert hoe dit werkt.

Maak je lichaam weerbaar tegen het Corona virus met de volgende middelen

Kijk eerst voor uitleg het volgende filmpje.

Bestel nu voor 15 % korting

Fotografie: Petra van der Tuin

1. VITAMINE C,
2. MUCOPERM, (Vitamine E (D-alfa-tocoferylacetaat), Vitamine D, Vitamine C, Vitamine B12, Vitamine B9 (foliumzuur), Vitamine B8 (biotine), Vitamine B6, Vitamine B5, Vitamine B3, Vitamine B1, Vitamine A, L-Glutathion, L-cysteĆÆne, L-Glutamine, Enzymcomplex (bromelaĆÆne, papaĆÆne, trypsine, lipase, catalase, rutine, superoxide dismutase (SOD)), Alfaliponzuur, Spirulina, Hydrastis canadensis (Canadese geelwortel), Gamma oryzanol, Silybum marianum (mariadistel), Curcuma longa (kurkuma), OptiMSMĀ® (Methylsulfonylmethaan), Selenomethionine, Mangaanbisglycinaat, Zinkbisglycinaat, Magnesiumbisglycinaat.)
3. PRO STATIDIL, (Magnesiumbisglycinaat, Quercetine, Curcuma longa (kurkuma), OptiMSMĀ® (Methylsulfonylmethaan), Origanum vulgare (wilde marjolein), Filipendula ulmaria (moerasspirea), Urtica dioica (grote brandnetel), Zingiber of cinale (gember), Camellia sinensis (theestruik), Vitis vinifera (wijnstok), L-Glutathion, Vitamine E (D-alfa-tocoferylacetaat), Vitamine D3Ā 
4. LACTOPHAR (probiotica) 5. OMARIN (omega 3 vetzuren) 6. Oleotes (Vit. K2, Magnesiumbisglycinaat, Olea europaea (olijfboom), Taurine, Vitis vinifera (wijnstok), Achillea millefolium (duizendblad), Taraxacum of cinale (paardenbloem), Pinus maritima (zeeden), vit. D3, Co-enzym Q10)


Om je lichaam volledig in balans te brengen, kun je deze middelen
bestellen bij de firma Nutriphyt.

Hoe gaat de bestelling in zijn werk? – ga naar de firma nutriphyt kies bovenin voor Webshop – kies in de linkerkantlijn de producten die u nodig heeft – u ziet dan een foto van het product met daaronder een oranje knop Bestellen – klik dan op die knop Bestellen – indien u meer dan 1 stuk van het product nodig hebt, klik dan op het +-symbool – nadat alle producten in uw Winkelwagen zitten gaat u (voordat u naar Afrekenen gaat) naar de linkerzijde waar u de Zorgverlenercode (kortingscode) kunt ingeven (de code voor 15% korting is NUTRI-776767) – na het ingeven van de code wordt de prijs verlaagd met de korting – klik daarna op Afrekenen – kies bij voorkeur voor Ideaal of PayPal omdat het geld dan direct wordt overgemaakt en de producten ook direct naar u worden toegestuurd. Hartelijke groet,- kies bovenin voor Webshop – kies in de linkerkantlijn de producten die u nodig heeft – u ziet dan een foto van het product met daaronder een oranje knop Bestellen – klik dan op die knop Bestellen – indien u meer dan 1 stuk van het product nodig hebt, klik dan op het +-symbool – nadat alle producten in uw Winkelwagen zitten gaat u (voordat u naar Afrekenen gaat) naar de linkerzijde waar u de Zorgverlenercode (kortingscode) kunt ingeven (de code voor 15% korting is NUTRI-776767) – na het ingeven van de code wordt de prijs verlaagd met de korting – klik daarna op Afrekenen – kies bij voorkeur voor Ideaal of PayPal omdat het geld dan direct wordt overgemaakt en de producten ook direct naar u worden toegestuurd.

En de volgende voeding waar ik in het filmpje over had is?

Alie Wouda                                                                                               Natuurpraktijk Aurora

  • Vreedepeelweg 4
    5986 NW Beringe

Samen staan we sterk

Er moet mij iets van het hart:

Wat raar zit ik in mijn praktijk met een mondkapje šŸ˜· voor (geen foto ivm privacy wetgeving).
Mensen die Corona hebben gehad, de verhalen, de hectiek eromheen, iedereen die zo gigantisch hun best gedaan hebben en nog doen.
Kippenvel krijg ik van de verhalen. Respect voor iedereen in deze tijd!
Laten we dat zeker niet vergeten! šŸ’“

ā€œSamenā€ staan we sterk!

Ik deel berichten op facebook van collegaā€™s, soms sta ik erachter, maar soms ook niet, omdat ik denk dat het vaak niet goed begrepen wordt. Wat zit erachter? We willen ons bewijzen t.o.v. De reguliere geneeskunde en de reguliere geneeskunde schildert “ons” weer af als ā€œkwakzalversā€.

Artsen die zelf iets doen in de complementaire geneeskunde, worden aangepakt door de vereniging van kwakzalverij en blijven levenslang veroordeeld en komen op een site te staan. Bij welk beroep gebeurd zoiets. Daar word ik verdrietig van.

Waarom geen samenwerking i.p.v. elkaar met een boze vinger nawijzen. Laat mensen zelf kiezen waar ze een goed gevoel bij hebben.

Tip:
Denk zelf na, neem de regie in eigen handen. Vaak weten we zelf goed genoeg wat het beste voor ons is.

Kom ik op het volgende, de verschillen tussen

1. Complementair geneeskunde
en
2. Reguliere geneeskunde

1. Oorzaak van het probleem aanpakken
en
2. Onderdrukken van de klacht

1. Herstel inwendige milieu, voorkomen is beter dan genezen.
en
2. Weinig aandacht aan besteed, pas advies als er al een klacht is.

1. Behandelen met natuurlijke middelen (vb. Salix Alba, dat is de wilg en wordt o.a. als pijnstiller ingezet (Salix Alba bevat looistoffen, die een bescherming bieden tegen de inwerking van salicine en heeft dus geen bijwerkingen.
en
2. Behandeling met chemicaliĆ«n tegen pijn, de aspirine. Hoe word deze gemaakt? Salicylzuur word verkregen van salicine uit de wilg en is synthetisch nagemaakt. De werkzame stof word geĆÆsoleerd en synthetisch nagemaakt! (Zo kan ik nog wel honderden voorbeelden benoemen)

1. Het is belangrijk om goede voeding tot je te nemen.
en
2. Weinig advies v.w.b. voeding

1. Aanvulling op de voeding met supplementen. Er zijn bewijzen dat onze groente en fruit te weinig vitaminen en mineralen bevatten. Te korten maakt ziek!
en
2. Word niet naar gekeken, toch in de loop der jaren zie en hoor ik dat ook reguliere huisartsen aan suppletie doen; bijv. Vit D

1. Als het lichaam is verzuurd heb je kans op het ontstaan van ziektes
en
2. Daar word niet over gesproken

1. Heb je zuur branden; zuurgraad weer in balans brengen! De ph van de maag moet 2 zijn. Is het bijv. 4 dan lossen eiwitten niet goed op en krijg je het zuur
en
2. Maagzuur remmers (vaak blijvend)

1. Alles moet Evidence based zijn
en
2. Ervaring’s geneeskunde

Ik ga weer door met het posten van adviezen, die ik geleerd heb en in de praktijk toepas. Niet omdat ik alleen de waarheid in pacht heb, nee er zijn meer wegen die naar Rome leiden.

Samen staan we sterk!
Dus een oproep om samen te werken met de reguliere geneeskunde. Want die hebben we ook zeker nodig!

Alie Wouda van Natuurpraktijk AuroraĀ šŸ™šŸ¼Ā šŸ’“

Breng je lichaam weer in balans

Belangrijk in de strijd tegen virussen is het hebben of opbouwen van een goede weerstand. Het volgende Filmpje gaat hierover

Het kan nog maanden tot jaren duren voordat er een vaccin of geneesmiddel beschikbaar is tegen het coronavirus. Maar dat betekent niet dat we tot die tijd stil moeten zitten. Meer dan 1600 artsen en andere medisch experts roepen Nederlanders op om meer werk te maken van een gezonde leefstijl. Want fit zijn verkleint de kans op ernstige symptomen en vergroot de kans op een spoedig herstel. Kijk naar het bericht van het het NOS van

Hoe breng ik mijn lichaam weer in balans?

In een online training geef ik hier advies over:

1. Voeding met daarbij geleverde recepten
2. Beweging
3. Master your mind
4. Suppletie

Online training breng je lichaam weer in balans met voeding, suppletie, master your mind en beweging

In een online training leer ik 2 1/2 uur tijd het lichaam weer in balans. Wanneer: Maandag 8 juni Tijdstip: 19.00 uur- 21.30

€90,00