Categorie: Orthomoleculaire therapie

Tips op het gebied van orthomoleculaire therapie

Kankerpatiënt geneest na hoge dosering vitaminen, kurkuma, selenium en hyperthermie


Image
Ds. Tiemen Meijer uit Werkendam kreeg in 2013 dezelfde boodschap als Lanting. Een inwoner van zijn dorp stopte bij hem de publicaties over Martin Lanting in de brievenbus. De predikant reisde af naar Hüls en ook hij genas.

In Hüls werken de artsen met supplementen zoals injecties met vitaminen, kurkumapreparaten, selenium en enzymen. “Wetenschappelijk is bewezen dat ze de weerstand verhogen,” lichtte de chef-arts toe. Ze vindt het vreemd dat deze middelen niet op grote schaal worden toegepast.

Op zijn website stelt het Wereld Kanker Onderzoek Fonds (WKOF): “Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het risico op kanker met een derde verminderd kan worden door gezonde voeding en leefstijl.” Het WKOF is een vijfjarige samenwerking aangegaan met de universiteit vImagean Wageningen en werkt nauw samen met professor Ellen Kampman.

Patiënten doorstaan de vaak loodzware behandelingen beter als hun immuunsysteem optimaal functioneert, aldus freelancejournalist Jan van Klinken. Vitaminen en gezonde voeding zijn goed voor ons afweersysteem. De Tilburgse oncoloog Dorry Boll deed onderzoek naar 30.000 vrouwen met baarmoederkanker. Ze concludeerde dat je de overleving gunstig kunt beïnvloeden door je voeding en leefstijl aan te passen.

Van Klinken heeft veel bewondering voor de ziekenhuisgeneeskunde en de mensen die in deze sector met grote toewijding bezig zijn. Hij vindt het alleen jammer dat er lang niet altijd oog is voor de eigen beperkingen en voor de inzichten buiten eigen muren.

Bron: NineForNews.nl

Orthomoleculaire geneeskunde

Nu ik vakantie heb, neem ik even de tijd om uit te leggen wat nu eigenlijk orthomoleculaire geneeskunde is en waar het vandaag komt.

Het begrip orthomoleculaire geneeswijze is afgeleid van het Griekse woord ‘orthos‘, waarmee wordt verwezen naar ‘optimaal’, ‘juist’ of ‘gezond’; moleculair wil zeggen: ‘de moleculen betreffende’. Onder de orthomoleculaire voedingsleer wordt dan ook verstaan de studie over de werking van de voedingsstoffen in het lichaam ten behoeve van een optimale gezondheid.

Een optimale gezondheid vraagt om voldoende vitaminen, mineralen en andere nutriënten in de juiste verhouding. Daarbij houdt de orthomoleculaire voedingsleer terdege rekening met de veranderende leefomstandigheden van de hedendaagse mens, de verslechterende voedingsgewoonten en de verminderde kwaliteit van de aangeboden voeding door milieuvervuiling en diverse bewerkingsprocessen.
De orthomoleculaire geneeswijze is een geneesmethode, waarbij men beoogt het lichaam te voorzien van de juiste concentraties biologische stoffen: vitaminen, mineralen, vitaalstoffen, sporenelementen en enzymen. Deze worden in doorgaans hoge doseringen toegediend. Vandaar dat weleens wordt gesproken van megavitaminen therapie. Dit betekent overigens niet dat een overmaat aan vitaminen en mineralen goed is voor het lichaam, maar dat er voldoende hoge concentraties van alle voedingsstoffen in de juiste verhouding aan het lichaam worden aangeboden.

 

Geschiedenis van de orthomoleculaire geneeskunde
De naam ‘orthomoleculaire geneeswijze’ is in de late zestiger jaren geïntroduceerd door de Amerikaan Linus Pauling. Hij was chemicus en tweevoudig Nobelprijswinnaar. Hoewel de orthomoleculaire geneeskunde pas enige gestalte kreeg nadat Linus Pauling het had beschreven in een baanbrekend artikel in het tijdschrift “Science”, ligt de oorsprong van deze tak van de geneeskunde al in de twintiger jaren van de vorige eeuw, toen vitaminen en mineralen voor het eerst werden gebruikt om deficiëntieziekten te bestrijden. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw behandelden orthomoleculaire pioniers Abram Hoffer en Humphrey Osmond hun schizofrene patiënten met hoge doseringen niacine (vitamine B3), en ontdekten dat niacine, gecombineerd met andere medische behandelingen, het succespercentage in één jaar tijd kon verdubbelen.
In de loop der jaren werd ontdekt dat een slecht voedingspatroon, vaak gepaard gaande met consumptie van veel geraffineerde voedingsmiddelen en suiker (“lege calorieën”), kon leiden tot lichamelijke en psychiatrische aandoeningen. Het werd duidelijk dat voeding een integraal deel uitmaakt van de gezondheid. De laatste jaren neemt de wetenschappelijke onderbouwing van orthomoleculaire therapieën steeds meer toe en is er ook uit de reguliere hoek steeds vaker serieuze belangstelling voor orthomoleculaire therapieën (b.v. hoge doseringen vitamine E bij hart- en vaatziekten).

Vitaminetekort
Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee verschillende vormen van een vitaminetekort:
Avitaminose: het volkomen vitaminegebrek, zoals deze voorkomt bij scheurbuik en Engelse ziekte. Door aanvulling van de betreffende vitaminen kan de ziekte worden genezen.
Hypovitaminose: een vitaminetekort in het lichaam ondanks een voldoende toevoer ervan via de voeding. De betreffende vitaminen kunnen niet goed worden opgenomen. Door extra grote hoeveelheden van die vitaminen toe te dienen, hoopt men dat er in elk geval een deel wordt opgenomen.
Naast de slechte opname uit de voeding, stelt men tegenwoordig vast dat de hoeveelheden vitaminen en mineralen in de voeding veelal te laag zijn (TNO onderzoek, 1995). De aanbevolen dagelijkse hoeveelheden (de ADH of RDA = recommended dietary allowance), die de reguliere voedingsleer aanhoudt, zijn vaak veel lager dan de hoeveelheden geadviseerd door de voorstanders van de orthomoleculaire voedingsleer. Zo is de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor vitamine C 60 mg per dag terwijl de orthomoleculaire aanbeveling minstens 1000 mg is. De orthomoleculaire voedingsleer onderbouwt haar stellingen over de hoeveelheden voornamelijk met de biochemie, die de grote geheimen van de celstofwisseling heeft ontrafeld.

 

Voedingsstoffen

In de wetenschap worden voedingsstoffen onderverdeeld in zes categorieën:

  • eiwit
  • koolhydraten
  • vet
  • vitaminen
  • mineralen
  • water

Vergeleken met de hoeveelheden eiwit, vet en koolhydraten die de mens binnen krijgt, is de hoeveelheid vitaminen en mineralen heel gering, maar een tekort van één vitamine of mineraal kan de gezondheid al aantasten.

Vitaminen en mineralen vormen onder meer een belangrijk onderdeel van enzymsystemen. De enzymsystemen reguleren de spijsvertering en zijn mede verantwoordelijk voor de chemische reacties binnen de lichaamscellen. Het zijn dus activerende stoffen.

Enzymen bestaan meestal uit lichaamseiwit – dat gewoonlijk in het lichaam aanwezig is – en een zogenaamd co-enzym – meestal een vitamine of een mineraal dat via de voeding wordt verkregen. Bij een gebrek aan co-enzymen kunnen bepaalde chemische reacties in de cel niet verlopen, waardoor stofwisselingsziekten zoals ouderdomsdiabetes, reuma of kanker, maar ook hart- en vaatziekten kunnen ontstaan.

Bovendien treedt er een snellere veroudering van de cellen op, omdat door het gebrek aan co-enzymen defecte celstructuren niet kunnen worden vervangen.

Gezondheidsbevordering in de natuurgeneeswijze betekent dan ook het ondersteunen en reguleren van de stofwisselingsprocessen van het lichaam.

Vitaminen, mineralen en sporenelementen zijn dus essentieel om het leven in stand te houden. Ze zijn noodzakelijk voor het normaal functioneren van het lichaam. Niet alle vitaminen kunnen door het lichaam zelf worden aangemaakt, vitamine C is hiervan een bekend voorbeeld. Wel kunnen de meeste vitaminen en mineralen goed door het lichaam worden opgenomen. Voor een voldoende opname van vitaminen en mineralen is men afhankelijk van de dagelijkse voeding. Dit benadrukt des te meer het belang van supplementeren. Niet alleen bij zieke mensen, maar ook bij gezonde mensen.

 

Vitaminen

Vitaminen werken met elkaar samen en komen vaak samen in voedingsmiddelen voor. Veelal wordt gesproken over vitaminecomplexen, omdat er in de loop der tijd meerdere op elkaar gelijkende stoffen zijn gevonden. Zo is er bijvoorbeeld een groep van 14 stoffen bekend, die allemaal op retinol oftewel vitamine A lijken en elkaar in hun werking ondersteunen. Vitamine C werkt samen met de bioflavonoïden en de B-vitaminen worden eveneens dikwijls gezamenlijk aangeboden. Toch volstaat men met de naam vitamine A of vitamine C.

Als hoeveelheid gebruikt men bij de vitaminen doorgaans gewichtseenheden zoals microgram (µg), milligram (mg) en gram (g). Voor de in vet oplosbare vitaminen gebruikt men ook wel ‘internationale eenheden’ (IE of IU voor international units). De internationale eenheden zijn op grond van de biologische werkzaamheid van de vitaminen vastgesteld.

Vitaminen worden in de regel via de voeding opgenomen. Sommige kunnen ook door bacteriën in de dikke darm worden aangemaakt, zoals vitamine K en een aantal B-vitaminen.

Vitaminen zijn veilig en niet of nauwelijks toxisch. Alleen sommige in vet oplosbare vitaminen kunnen zich ophopen (cumulatie) in het lichaam, de hypervitaminose, waardoor ze stoornissen kunnen veroorzaken.

Na het staken van de toediening zullen deze symptomen weer verdwijnen. Het gevaar van een tekort is groter, dan de dreiging van een ‘overdosis’.

Er bestaan ook zogenaamde provitaminen. Dit zijn de nog onwerkzame voorstadia van de werkzame vitaminen. Door een chemische of fysische inwerking worden deze provitaminen tot werkzame vitaminen omgezet.

Een tweetal voorbeelden: bètacaroteen is een provitamine A. In de lever wordt het enzymatisch omgezet in vitamine A.

Ergosterol is een provitamine D2. De omzetting vindt in de huid plaats onder invloed van UV-licht tot vitamine D2.

 

Mineralen

Mineralen zijn enkelvoudige chemische elementen, die net als de vitaminen een belangrijke rol in de stofwisseling (metabolisme) spelen. De functies van de diverse mineralen in het lichaam lopen uiteen: ze zijn betrokken bij de samenstelling van het lichaamsvocht, de voortgeleiding van zenuwimpulsen, de spiercontracties en bij vele chemische reacties als onderdeel van de enzymen. Verder dienen een aantal mineralen als bouwstoffen voor het bottenstelsel.

Het lichaam bestaat voor zo’n 5% uit mineralen. Ze komen voor in oplossing als ion of zijn gebonden als een zout. Zeer kleine hoeveelheden mineralen, die in het lichaam voorkomen noemt men de sporenelementen. Sporenelementen, die teveel in ons lichaam voorkomen, kunnen schadelijk zijn (aluminium, arseen, nikkel en zware metalen als cadmium, lood en kwik).

Mineralen, die in relatief grote hoeveelheden in het lichaam voorkomen zijn: calcium, magnesium, fosfor, natrium en kalium. De elementen jood, chloor, fluor en broom gaan werkzame verbindingen met mineralen aan.

Minerale zouten komen in de natuur veelvuldig voor, zoals bijvoorbeeld calciumcarbonaat. Dit is echter een zogenaamde anorganische verbinding, die moeilijker in het maag-darmkanaal wordt opgenomen dan een organische verbinding, zoals calciumorotaat. Maar calcium kan ook aan eiwit worden gebonden voor een goede resorptie. In voedingssupplementen komen mineralen in diverse vormen voor. Voor een ‘leek’ is het des te moeilijker het goedkope calciumcarbonaat, dat minder goed wordt opgenomen, te onderscheiden van het kostbare calciumorotaat (aanwezig in o.a. Osteonyl).

In het lichaam komen de mineralen in een bepaalde verhouding voor. Er bestaat een evenwicht. Een tekort van de één kan tot een tekort van de ander leiden. Calcium bijvoorbeeld verlaagt de concentratie magnesium en zink; zink verlaagt ijzer, etc. De onderlinge wisselwerking is bij mineralen kritischer dan bij de vitaminen.

 

Aminozuren

Aminozuren zijn belangrijke bouwstoffen van eiwitten, maar kunnen ook afzonderlijk als zelfstandige eenheden functioneren. Er zijn 22 aminozuren bekend. Acht daarvan kunnen niet door het lichaam worden aangemaakt en zijn dus essentieel. Aminozuren zijn belangrijk voor de opname van mineralen. In de natuur zijn mineralen vaak gekoppeld aan aminozuren, ook wel een chelaat genoemd. Gecheleerde mineralen worden goed opgenomen door de darmen en komen daardoor veel in voedingssupplementen voor (bijvoorbeeld Multi Vital-Forte).

Aminozuren hebben tal van functies in het lichaam. Eén van de belangrijkste functies van een aminozuur is die van neurotransmitter: deel van een stof, die nodig is bij de chemische prikkeloverdracht in het zenuwstelsel. Zo is tryptofaan (L-Tryptofaan) belangrijk bij depressies, slaapstoornissen en migraine. Andere aminozuren zijn weer betrokken bij de ontgifting van het lichaam, zoals glutathion, dat tegen de vrije radicalen optreedt. Het aminozuur carnitine (L-Carnitine) transporteert essentiële vetzuren door de celmembraan, zodat de vetzuren in de cel kunnen worden verbrand. Het wordt vooral in de spieren en het hart teruggevonden.

Juist omdat er in het lichaam ook tekorten aan de aminozuren kunnen ontstaan, zijn deze ook in diverse voedingssupplementen verwerkt. De kwaliteit van de voedingssupplementen is afhankelijk van de zuiverheid van de aminozuren.

Ter voorkoming van aminozuren competitie en voor een optimaal effect, dienen deze op een lege maag te worden ingenomen met vruchtensap of water (géén melk!). Dat wil zeggen een half uur vóór de maaltijd of twee uur na de maaltijd.

 

Vrije radicalen

In het lichaam vinden verbrandingsprocessen plaats, waarbij zuurstof essentieel is. In en buiten de cel vinden met behulp van zuurstof oxidatieprocessen plaats, ondermeer voor de energievoorziening. Bij deze verbrandingsprocessen worden onvermijdelijk vrije radicalen gevormd. Dit zijn zeer kleine chemische deeltjes, die mogelijke schade in het lichaam kunnen aanrichten; van irritatie van de vaatwanden tot ernstige degeneratieve ziekten.

Het oxidatieproces is gelijk aan het verouderingsproces van het lichaam (degeneratie). Er ontstaat immers een kettingreactie van vrije radicalen. Deze vrije radicalen ontstaan echter niet alleen tijdens de energiestofwisseling, maar ook bij immunologische reacties, ontgiftingsreacties en andere organische processen. Het zuurstofradicaal is één van de vele soorten vrije radicalen.

Van de normale zuurstof die wij opnemen is 2-3% radicaal, sommige deskundigen zeggen zelfs 5%. Bij metalen veroorzaakt zuurstof het roesten (oxideren). Door indicatie van stoffen, die de vrije radicalen bestrijden, de zogenaamde antioxidanten, gaat men het verouderingsproces tegen, zodat de gezondheid en de levensverwachting kunnen worden verbeterd. Antioxidanten zoals de vitaminen C en E worden zowel preventief als ter behandeling (curatief) ingezet. Antioxidanten zijn in vele preparaten vertegenwoordigd (o.a. Multi Vital-Forte, Vitamine E 500, Vitamine C-1000, Osteonyl). Daarnaast zijn er specialistische preparaten verkrijgbaar, die uitsluitend hoog gedoseerde antioxidanten bevatten (Santioxan).

Bonusan orthomoleculaire specialité’s

Inmiddels omvat het Bonusan assortiment een breed scala orthomoleculaire specialités: het merendeel daarvan is met name bedoeld om voorgeschreven, dan wel geadviseerd te worden door de orthomoleculaire arts of therapeut. De preparaten vereisen een deskundig advies, hetgeen wij zoveel mogelijk met dit vademecum willen ondersteunen. Daarbij dient echter in acht te worden genomen dat de aangeboden informatie onmogelijk geheel compleet kan zijn.

De orthomoleculaire specialités van Bonusan kenmerken zich onder meer door:

  • hoogwaardige (natuurlijke) ingrediënten met een hoge biologische beschikbaarheid;
  • samenstellingen met een hoge synergistische of complementerende werking;
  • waar nodig, hoog gedoseerde bestanddelen;
  • met als voornaamste eigenschap een hoge mate van werkzaamheid.

Hypo-allergeen

Bij de samenstelling van de orthomoleculaire specialités is maximaal rekening gehouden met mogelijke allergene reacties van bepaalde bestanddelen. Om deze reden bevatten vrijwel alle producten geen: maïs, soja, gist, gluten, lactose, saccharose, gelatine, dierlijke substanties, conserveermiddelen, synthetische kleur-, geur- en smaakstoffen.

ADH

In tegenstelling tot de opvattingen van de reguliere voedingsleer, schrijft de orthomoleculaire geneeswijze veelal hoge doseringen voor ter verkrijging van een therapeutisch effect. Om enig inzicht te krijgen op de kwantitatieve samenstelling, wordt voor een aantal stoffen de zogenaamde ADH (= de dagelijks aanbevolen hoeveelheid) gehanteerd. U vindt deze op het etiket vermeld van elk product waar vitaminen in verwerkt zitten. Het vermelden van de ADH’s op het etiket of de verpakking is overigens wettelijk verplicht.

Weergave hoeveelheden

In vergelijking met het voorgaande vademecum is gekozen voor een uniforme notatiemethode voor de ingrediënten. We kiezen daarbij voor het weergeven van de daadwerkelijke hoeveelheden vitaminen en elementair mineraal. Als op het etiket van een formule bijvoorbeeld staat: “Vitamine B6 (als pyridoxine HCl) 25 mg” dan bevat de formule eigenlijk 30,5 mg pyridoxine HCl. We declareren echter maar 25 mg, omdat vitamine B6 maar 82% van pyridoxine HCl uitmaakt, de resterende 18% is de HCl. Eenzelfde soort verhaal gaat op voor vitamine B1, vitamine C, vitamine E en alle mineralen. Bij het vergelijken met etiketinformatie uit vorige vademecums kan het er daardoor soms (onterecht) op lijken dat de samenstelling is aangepast.

Synergisme

Bij de absorptie en de stofwisseling van voedingsstoffen werken vaak veel andere (voedings)-stoffen synergistisch. In een aantal orthomoleculaire specialités zijn een aantal belangrijkste cofactoren (voorzover niet aanwezig in Multi Vital-Forte) toegevoegd. Niettemin is de beste manier om in die cofactoren te voorzien een goed, breed multipreparaat bovenop een goede basisvoeding. Om daarom een optimale werking van de orthomoleculaire specialités te waarborgen, wordt geadviseerd dagelijks naast een goede basisvoeding een basissuppletie van Multi Vital-Forte en vitamine C voor te schrijven.

Interacties

Orthomoleculaire specialités kunnen, net als alle andere natuurlijke geneesmiddelen, interacteren met reguliere geneesmiddelen, maar ook met fytotherapeutica of bijvoorbeeld gemmotherapeutica. In dergelijke gevallen is het raadzaam te overleggen met een apotheker.

Zwangerschap en lactatieperiode

Tijdens zwangerschap en/of lactatieperiode is het raadzaam voorzichtig te zijn met het gebruik van natuurlijke specialité’s. Niettemin is het gebruik van bepaalde nutriënten tijdens de zwangerschapsvoorbereiding, zwangerschapsperiode en/of lactatieperiode juist erg aan te raden (zie indicatielijst). Bij die orthomoleculaire specialités waarvoor het gebruik tijdens de zwangerschap of lactatieperiode gecontraïndiceerd is, is dat ook aangegeven.

Alie Wouda vd. Tuin
Natuurpraktijk Aurora
                                                                
Email: info@natuurpraktijkaurora.nl

tel: 064197984
web: http://www.natuurpraktijkaurora.com

Adres: Vreedepeelweg 4 Beringe
Ander website:http://aliewoudaspaleotips.com

 

Probiotica

imagesBESCHRIJVING

Het maagdarmkanaal is het belangrijkste immuunorgaan van ons lichaam en staat via het grote oppervlak van de darmwand continu in contact met de buitenwereld (door de ontelbare microvilli). De darminhoud kan behalve voedingsstoffen ook een groot aantal lichaamsvreemde, toxische stoffen en ziekteverwekkende bacteriën bevatten. In het darmkanaal leven ca. 100.000 miljard (10 tot de macht 14) bacteriën. Dit is ongeveer tien keer zoveel als het totaal aantal cellen van het menselijk lichaam. De gezondheid van de darmen is het resultaat van een microscopisch samenspel tussen miljarden gunstige (probiotische) en ongunstige (pathogene) bacteriën. De algehele gezondheid van de mens wordt grotendeels bepaald door de mate van evenwicht van de darmflora. Een gezonde darmflora is daarom absoluut noodzakelijk voor een goede gezondheid.

W E R K I N G

Probiotische bacteriestammen hebben onder meer de volgende effecten:

● Antimicrobiële activiteit tegen pathogenen: probiotische bacteriën gaan de groei van pathogene organismen in het maagdarmkanaal tegen. Ze strijden om het beschikbare voedsel en de beschikbare ruimte (o.a. om zich te kunnen hechten aan de darmwand) en scheiden daarbij substanties uit, zoals melkzuur en andere organische zuren en antibiotisch werkende stoffen die bekend staan onder de naam bacteriocinen. Daardoor ontstaat er een milieu waarin pathogenen zich niet thuis voelen en niet kunnen uitgroeien. Eenmaal gehecht aan de darmwand is er geen plaats meer voor ongunstige bacteriën. Onderzoeken tonen de antagonistische werking aan van probiotica op pathogene microben en het vermogen om darminfecties, veroorzaakt door deze schadelijke organismen, te genezen [1, 2, 3].

● Voedselvertering: probiotische organismen dragen bij aan het verteringsproces, doordat ze enzymen (zoals lactase) bevatten. De vertering van lactose en melkproducten wordt hiermee ondersteund.

● Productie van kortketenige vetzuren: kortketenige vetzuren zoals melkzuur (lactaat), azijnzuur (acetaat), proprionzuur (proprionaat) en boterzuur (butyraat), worden gebruikt als voeding door de darmepitheelcellen en zijn therapeutisch gebruikt bij aandoeningen als IBS (Inflammatory Bowel Syndrome). Het probleem met orale toediening van boterzuur is de onaangename geur, dit probleem heeft men niet bij het boterzuur wat gevormd wordt door probiotische bacteriën.

● Anti schimmel, virus en gist werking: de door de darmflora geproduceerde kortketenige vetzuren voeden het darmepitheel, waardoor een sterke barrière ontstaat tegen ongunstige schimmels en gisten. Hierdoor wordt voorkomen dat schimmels vanuit de darm in de bloedbaan terechtkomen. Virussen kunnen vernietigd of verwijderd worden door absorbtie.

● pH verlaging: kortketenige vetzuren verlagen de pH en houden daardoor de groei van pathogene darmbewoners in toom. Bovendien vergemakkelijkt een lage pH de absorptie van mineralen zoals calcium, magnesium en zink. Probiotica verhogen hiermee de biobeschikbaarheid van mineralen.

● I m m u u n v e r s t e r k i n g : probiotische flora heeft een krachtig effect op het immuunsysteem door het versterken van zowel de cellulaire als de humorale immuunrespons [4].

● Vermindering van voedselallergieën: een niet-evenwichtige darmflora kan bijdragen aan een hyperpermeabele darmwand (verhoogde doorlaatbaarheid), vroeger ook wel het “leaky gut” syndroom genoemd. Deze doorlaatbaarheid wordt in verband gebracht met een groot aantal ziektebeelden, waaronder voedselovergevoeligheden, voedselallergieën en overbelasting van de lever.

● Cholesterolverlaging: probiotische bacteriën converteren cholesterol in een minder absorbeerbare vorm, waardoor de absorptie van cholesterol vanuit het maagdarmkanaal wordt verminderd en het serumcholesterolgehalte daalt.

● Productie van vitaminen: veel enzymen in het lichaam hebben voor hun functioneren B-vitaminen als co- enzym nodig. Bifidobacteriën kunnen sommige van deze vitaminen produceren, waaronder vitamine B1, B6, B12, foliumzuur, biotine en vitamine K, evenals verschillende aminozuren.

● Inwendige reiniging: probiotica helpen bij het herstel van de microbiële flora in de gehele darm. De dikke darm kan gezien worden als een afvalbewaarbak, waarbij een regelmatige stoelgang ophoping van toxines voorkomt. Lactobacillen en bepaalde gisten hebben een stimulerende functie op de darmperistaltiek en bevorderen hiermee een regelmatige stoelgang.

● Preventie en behandeling van diarree [7, 8, 9]: in een gezond darmkanaal heerst een milieu waarin de meeste pathogene bacteriestammen zich niet thuis voelen. De probiotische flora voorkomt door productie van zuren en antibiotisch werkende stoffen, evenals door competitie om voedsel en ruimte, dat grote aantallen pathogenen de darm gaan koloniseren. De mate waarin een darm daartoe in staat is, wordt kolonisatieresistentie genoemd. Bij een dysbiotische flora, bv. na antibioticagebruik of als gevolg van een

infectie met Clostridium difficile, bestaat de kans dat de pathogene stammen, die door hun toxische bijproducten soms de oorzaak zijn (geweest) van de diarree, de probiotische flora gaan overgroeien. Ongeacht wat de oorzaak is, gaan er bij diarree in korte tijd grote aantallen probiotische bacteriën verloren. Het is dan van groot belang de probiotische stammen snel weer aan te voeren, omdat deze de beste bestrijders zijn van deze pathogenen [10, 11].

INDICATIES
Antibioticagebruik: antibiotica kunnen een groot deel van de darmflora doden. Toediening van probiotica vult gunstige bacteriën aan. Probiotica moeten enkele uren voor of na de antibiotica ingenomen worden. Obstipatie: het gebruik van probiotica kan constipatie als gevolg van een slechte darmflora verlichten en hiermee een regelmatige stoelgang bevorderen.

(Reizigers-)diarree: diverse Lactobacillus-stammen werken preventief en therapeutisch bij diarree. Zowel de duur als de intensiteit van diarree-aanvallen kan worden teruggedrongen [9]. Chronische darmontstekingen zoals de ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa. Beiden ziektebeelden gaan gepaard met ontstekingen. Één van de eigenschappen van probiotica is dat ze ontstekingen kunnen verminderen door de weerstand (via het immuunsysteem) te verhogen.

IBS (Inflammatory Bowel Syndrome) ook wel PDS (Prikkelbare Darm Syndroom) genoemd [12]. Hypercholesterolemie: probiotische bacteriën zorgen voor een verhoogde uitscheiding van galzuren, het lichaamscholesterol wordt in hogere mate omgezet in galzuren. Immuunzwakte: de darm is het grootste immuunorgaan van het lichaam. Verbetering van de darmflora in de dunne darm heeft een zeer positief effect op de conditie van het afweersysteem[4].

Infecties van de urinewegen (cystitis), vagina of darmen: bij vaginale infecties (Chlamydia, Trichomonas en Candida) kunnen regelmatige vaginale douches met een probiotica oplossing helpen [13]. Lactobacillus acidophilus kan de duur en incidentie van Candida-infecties (zoals Candida albicans) in de vagina en colon verminderen. Darmparasieten: probiotica, evenals bepaalde gunstige gisten, hechten zich aan de darmwand zodat er geen plaats meer is voor andere organismen. Candidiasis: probiotica kan de kolonisatie en groei van Candida soorten, zoals Candida albicans, remmen. Ook het immuunsysteem kan door toediening van probiotica beter reageren op contact met Candida. Dit geldt voor alle leeftijden, zowel voor te vroeg geborenen als ouderen [14, 15]. Huidaandoeningen als acné, psoriasis en eczeem: de ontstekingsremmende werking van probiotica beperkt zicht niet enkel tot de darm. Uit een studie met jonge kinderen met atopisch eczeem bleek toediening van lactobacillus- en bifidobacteriën na 2 maanden significant de huidaaandoening te verbeteren vergeleken met de placebo groep [16]. Uit een review bleek vooral de Lactobacillus rhamnosus stam effectief te zijn bij (atopisch) eczeem [17]. In een algemene review over probiotica in relatie met de huid wordt de relatie tussen intestinale microflora, het immuunsysteem en de huid gepresenteerd. Uit de diverse onderzoeken opgenomen in de review blijkt probiotica gunstige effecten te hebben bij huidaandoeningen [18]. Allergie: zo’n 80% van de afweer vindt zijn oorsprong in de darm. Een goed afweersysteem voorkomt allergische reacties. bij kinderen met eczeem (atopische dermatitis) veroorzaakt door koemelkallergie kunnen Lactobacillen de symptomen verminderen. De probiotische bacteriën verbeteren de integriteit van de darmwand en gaan ontstekingen aldaar tegen [16]. Voedselallergieën: probiotica kunnen ingezet worden bij het voorkomen en behandelen van voedselallergieën [19]. Bij een voedselallergie verloopt de reactie op de allergenen via het immuunsysteem. Probiotica verhogen de immuniteit van de darm, verbeteren de functie van cytokinen en de darmpermeabiliteit neemt af. Lactose intolerantie: probiotische stammen produceren lactase waardoor lactose afgebroken kan worden. Jicht: probiotica hebben een verlagend effect op urinezuur. Artritis en andere reumatische aandoeningen: omdat probiotica het immuunsysteem opkrikken kan het lichaam ontstekingen beter opruimen. Tandvleesontstekingen: bij tandvleesontstekingen kan de mond regelmatig gespoeld worden met een oplossing van probiotica. Ontstekingen aan het tandvlees gaan vaak samen met bloedend tandvlees tijdens het poetsen. Ook plakvorming komt minder voor als gespoeld wordt met probiotica [20]. Ulcera in maag of duodenum. Vaak blijkt een infectie met de Helicobactor pylori verantwoordelijk te zijn voor het ontstaan van een maagzweer. probiotica helpen bij het bestrijden van deze bacterie [21, 22]. Uit een analyse van 9 humane studies bleken 7 studies een positief effect te laten zien van probiotica bij gastritis (maagontsteking), veroorzaakt de de H. pylori. De hoeveelheid H. pylori kon effectief besteden worden met probiotica. Tevens bleek probiotica een goede ondersteuning te zijn van de behandeling van H. Pylori met antibiotica. Ook werden de bijwerkingen van de antibiotica gereduceerd door de probiotica [23]. Flatulentie: probiotica helpen bij de voedselvertering en dragen bij aan het verteringsproces, doordat ze enzymen (zoals lactase) produceren. Tevens helpen ze bij het verlagen van de pH. Door de verbeterde vertering wordt gisting en de hiermee samengaande gasvorming vermindert of voorkomen. Hepatische encefalopathie (HE): bij dit syndroom spelen diverse factoren een rol, waaronder uit de darm afkomstige toxinen zoals ammoniak en andere stikstof bevattende stoffen [24].

Informatie tot nu interessant en wilt u meer weten? voeg me toe als vriend, dan kunnen we erover discussiëren https://www.facebook.com/natuurpraktijkaurora

CONTRA-INDICATIES Van probiotica zijn geen contra-indicaties bekend, ook niet in hoge doseringen.

BIJWERKINGEN Patiënten die pro- en prebiotica gebruiken, kunnen aanvankelijk een verhoogde gasvorming of krampen bemerken.

Dit is een teken dat de gunstige bacteriën aan het fermenteren zijn en het darmmilieu aan het verzuren is. Na verloop van tijd (meestal een week) past het lichaam zich aan en verminderen of verdwijnen deze neveneffecten. In een dergelijk geval kan het zinvol zijn de aanvangsdosis gedurende de eerste twee weken te verminderen tot de helft van de aanbevolen dosering.

INTERACTIES Probiotica verminderen de bijwerkingen van antibiotica en kunnen diarree veroorzaakt door antibiotica verminderen of voorkomen [25-28]. Interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.

DOSERING Om effectief te kunnen zijn dient een probioticum per dosis toch minstens enkele miljarden bacteriekiemen te bevatten. Dit omdat er altijd een deel van de bacteriën sneuvelt voordat ze in de darm terechtkomen.

Over het beste moment van inname van probiotica bestaan verschillende opvattingen. In principe overleven de meeste bacteriën als ze weinig maagzuur, verteringsenzymen en gal tegenkomen én wanneer ze niet te lang in het maagmilieu moeten verblijven. Het transport door de maag vindt relatief het snelst plaats wanneer de maag leeg is. Van een glas water vermengd met een probioticum dat op lege maag is ingenomen, wordt iedere 10 minuten de helft van de maaginhoud in het darmkanaal geleegd. Na een half uur is dan 87,5% van de ingenomen bacteriestammen al in de darm aanwezig. Maar ook de zuurgraad (pH) van de maagvloeistof bepaalt in sterke mate de overleving van de bacteriestammen in de maag. De pH van de maag is het hoogst ’s ochtends voor het ontbijt, ’s avonds voor het slapen gaan en tijdens de maaltijden (pH >4). Tussen de maaltijden door kan de pH dalen tot beneden de 3.

Inname van probiotica is qua zuurgraad het gunstigst op een lege maag ’s ochtends voor het ontbijt, ’s avonds voor het slapen gaan of bij de maaltijden. Bij de maaltijd is echter de maagpassage een stuk trager en zijn er ook meer gal en verteringsenzymen aanwezig, vooral wanneer de maaltijd veel vet en/of eiwit bevat.

Het is aan te raden probiotica verspreid over de dag in te nemen, vooral in het begin in verband met mogelijke bijwerkingen als gasvorming en kramp. Ieder probioticum heeft zijn eigen specifiek karakter. Afhankelijk van de bacteriestammen in de probiotia is het aan te raden om de probiotica regelmatig te gebruiken om uitspoeling te voorkomen.

Voedingsvezels hebben eveneens een gunstig effect op de darmflora en met name op de Bifidobacteriën in de dikke darm. Het gebruik van een vezelrijke voeding werkt daarom ondersteunend bij het gebruik van probiotica. Probiotica zelf werken synergistisch bij alle orthomoleculaire therapieën, omdat een goede darmflora de absorptie van de orthomoleculaire nutriënten duidelijk verbetert. Omgekeerd kunnen therapeutische hoeveelheden zink de koloniseerbaarheid verbeteren.

bron: naturafoundation
REFERENTIES 1. Gorbach SL. Probiotics and gastrointestinal health. Am J Gastroenterol 2000 Jan;95(1 Suppl):S2-4 2001; 95: S2-4. 2. Guarner F, et al. Gut flora in health and disease. Lancet 2003 Feb 8;361(9356):512-9. 3. Isolauri E, et al. Probiotics: a role in the treatment of intestinal infection and inflammation? Gut 2002 May;50

Suppl 3:III54-9. 4. Alberda C, et al. Effects of probiotic therapy in critically ill patients: a randomized, double-blind, placebo-

controlled trial. Am J Clin Nutr. 2007 Mar;85(3):816-23. 5. Burns AJ, et al. Anti-carcinogenicity of probiotics and prebiotics. Curr Issues Intest Microbiol 2000 Mar;1(1):13-24

Curr Opin Clin Nutr Metab Care 2001 Nov;4(6):571-9. 6. Naito S, et al. Prevention of recurrence with epirubicin and lactobacillus casei after transurethral resection of

bladder cancer. J Urol. 2008 Feb;179(2):485-90. 7. Cremonini F, et al. Meta-analysis: the effect of probiotic administration on antibiotic-associated diarrhoea.

Aliment Pharmacol Ther 2002 Aug;16(8):1461-7. 8. D’Souza AL, et al. Probiotics in prevention of antibiotic associated diarrhoea: meta-analysis. BMJ 2002 Jun 8;324

(7350):1361. 9. Huang JS, et al. Efficacy of probiotic use in acute diarrhea in children: a meta-analysis. Dig Dis Sci 2002 Nov;47

(11):2625-34. 10. Saavedra J. Probiotics and infectious diarrhea. Am J Gastroenterol 2000 Jan;95(1 Suppl):S16-8 2001; 95: S16-S8. 11. Hickson M, et al. Use of probiotic Lactobacillus preparation to prevent diarrhoea associated with antibiotics:

randomised double blind placebo controlled trial. BMJ. 2007 Jul 14;335(7610):80. Epub 2007 Jun 29. 12. Mitsuyama K, et al. Gut microflora: a new target for therapeutic approaches in inflammatory bowel disease.

Expert Opin Ther Targets. 2008 Mar;12(3):301-12. 13. Mijac VD, et al. Hydrogen peroxide producing lactobacilli in women with vaginal infections. Eur J Obstet

Gynecol Reprod Biol. 2006 Nov;129(1):69-76. Epub 2006 Jul 11. 14. K. Hatakka, et al. Probiotics Reduce the Prevalence of Oral Candida in the Elderly-a Randomized Controlled

Trial. J. Dent. Res., Feb 2007; 86: 125 – 130. 15. P Manzoni, et al. Oral supplementation with Lactobacillus casei subspecies rhamnosus prevents enteric

colonization by Candida species in preterm neonates: a randomized study. Clin Infect Dis, June 15, 2006; 42

(12): 1735-42. 16. Isolauri E, et al. Probiotics in the management of atopic eczema. Clin Exp Allergy 2000 Nov;30(11):1604-10 2001;

30: 1604-110. 17. Betsi GI, et al. Probiotics for the treatment or prevention of atopic dermatitis: a review of the evidence from

randomized controlled trials. Am J Clin Dermatol. 2008;9(2):93-103. 18. Caramia G, et al. Probiotics and the skin. Clin Dermatol. 2008 Jan-Feb;26(1):4-11. 19. Jong, L.S. de. Probiotica: een nieuw medicijn tegen voedselallergie? Voedingsmiddelentechnologie [0042-

7934]:2002 Vol:35 Nr:25 Pg:36 -37. 20. Krasse P, et al. Decreased gum bleeding and reduced gingivitis by the probiotic Lactobacillus reuteri. Swed

Dent J. 2006;30(2):55-60. 21. Sheu BS, et al. Pretreatment with Lactobacillus- and Bifidobacterium-containing yogurt can improve the

efficacy of quadruple therapy in eradicating residual Helicobacter pylori infection after failed triple therapy.

Am J Clin Nutr. 2006 Apr;83(4):864-9. 22. Park SK, et al. The effect of probiotics on Helicobacter pylori eradication. Hepatogastroenterology. 2007 Oct-

Nov;54(79):2032-6. 23. Drahoslava Lesbros-Pantoflickova, et al. Helicobacter pylori and Probiotics. J. Nutr. 2007. 137(3 Suppl 2): p.812S-

8S. 24. Malaguarnera M, et al. Bifidobacterium longum with fructo-oligosaccharide (FOS) treatment in minimal

hepatic encephalopathy: a randomized, double-blind, placebo-controlled study. Dig Dis Sci. 2007 Nov;52

(11):3259-65. Epub 2007 Mar 28. 25. D’Souza AL, et al. Probiotics in prevention of antibiotic associated diarrhoea: meta-analysis. BMJ. 2002;324

(7350):1361. 26. Katz JA. Probiotics for the prevention of antibiotic-associated diarrhea and Clostridium difficile diarrhea. J Clin

Gastroenterol 2006;40(3):249-55. 27. McFarland LV. Diarrhoea associated with antibiotic use. BMJ. 2007 Jul 14;335(7610):54-5. 28. Hickson M, et al. Use of probiotic Lactobacillus preparation to prevent diarrhoea associated with antibiotics:

randomised double blind placebo controlled trial. BMJ. 2007 Jul 14;335(7610):80. Epub 2007 Jun 29.

Statines, fibraten of omega-3 vetzuren bij te hoog cholesterol

Regelmatig eten van vis en noten zijn goed voor hart en bloedvaten,
(het immuunsysteem en de hersenen).
Fibraten zijn reguliere cholesterol verlagers; LDL (slechte) daalt en HDL stijgt. Maar hebben ook bijwerkingen;
spierpijnen,
erectiestoornissen,
lever en galstoornissen en
ze verhogen de homocysteine spiegels.
Homocysteine zorgt weer voor verhoging voor hart en vaatziekten.

Statines verlagen de mortaliteit bij hart patiënten maar hebben ook bijwerkingen;
spierafbraak,
leverstoornissen,
slaap en geheugen stoornissen   of
erectiestoornissen en
remmen de aanmaak van cholesterol.
Cholesterol is een belangrijk onderdeel van de celwanden van al onze cellen, ze maken de celwand

0001Tu

soepeler, maar vooral in spiercellen en zenuwcellen.  Statines zorgen dus voor starre celwanden, dus zwakte en krachtsverlies, geheugenproblemen en zenuwpijnen. Maw ouderdomskwaaltjes. Sporten verergert dit dus alleen maar.

Omega 3 vetzuren zijn goed voor hart en bloedvaten (DHA EPA) , kun je hypertriglyceridemie mee behandelen, komen het beste uit het onderzoek heeft geen bijwerkingen hebben eerder een meer voedend effect op vooral de cellen.
Samenvatting van een artikel van pubmed: en andere artikelen 

Chronische ziekten van de westerse beschaving

Er is een groeiend besef dat er ingrijpende veranderingen in de omgeving zijn (bijvoorbeeld in het dieet en andere lifestyle voorwaarden), die begon met de introductie van de landbouw en veeteelt ≈ 10000 jaar geleden gebeurde ook onlangs op een evolutionaire tijdschaal voor het menselijk genoom aan te passen. In combinatie met deze discrepantie tussen onze oude, genetisch bepaald biologie en de voedingswaarde, culturele en activiteitenpatronen van de hedendaagse

Westerse bevolkingsgroepen, hebben veel van de zogenaamde ziekten van de beschaving ontstaan. In het bijzonder, voedsel nietjes en voedselverwerkende procedures die tijdens het Neolithicum en Industrial Periodes zijn fundamenteel veranderd 7 cruciale nutritionele kenmerken van voorouderlijke mensachtige diëten:

 

  1. glycemische lading,
  2. vetzuursamenstelling,
  3. macronutriënten samenstelling,
  4. micronutriëntendichtheid,
  5. zuur-base evenwicht,
  6. natrium-kalium verhouding en
  7. vezelgehalte.

De evolutionaire botsing van onze oude genoom met de voedingswaarde van recent geïntroduceerde voedingsmiddelen kunnen ten grondslag liggen aan veel van de chronische ziekten van de westerse beschaving.

referentieAfbeelding

Gluten gevoeligheid

Hulp nodig bij het repareren Leaky Gut Syndroom, Verbetering van Immune Support, en de vermindering van ontsteking?
Slechte immuunsysteem, ontstekingen, en intestinale permeabiliteit (AKA – lekkende darm) zijn veel voorkomende problemen voor mensen met gluten gevoeligheid. Hoe gluten af te breken het immuunsysteem? Laten we eens kijken naar dit in meer detail. Het onderstaande diagram illustreert drie primaire mechanismen van hoe gluten kan een gezond immuunsysteem beschadigen:

Afbeelding

Leaky Gut en gastro-intestinale schade
Enkele jaren geleden, onderzoekers (waaronder Dr Alessio Fasano) aan de Universiteit van Maryland ontdekten dat gluten direct een fenomeen dat bekend staat als darmpermeabiliteit veroorzaken (AKA – lekkende darm). Dit proces is aangetoond dat leiden tot de ontwikkeling van extra voedselallergieën gevolgd door een overgang naar een hyper reagerend immuunsysteem

Afbeelding

– vervolgens bijdragen aan auto-immuunziekte.
Vlak achter je darmwand is een weefsel genaamd de GALT (Gastro lymfeweefsel). Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 80% van uw immuuncellen hier koesterde. Zodra lekkende darm ontwikkelt, de sluizen letterlijk open te stellen en de GALT wordt gebombardeerd met bacteriën en andere micro-organismen, voedsel eiwitten, en een aantal darm toxines. Na verloop van tijd kan immune aanval  leiden tot inflammatoire schade niet alleen in de darm, maar ook in andere weefsels van het lichaam.

Vitaminen en mineralen tekorten
Gluten is aangetoond dat intestinale absorptie beïnvloeden, maar het is ook aangetoond dat andere organen beschadigen die helpen bij de spijsvertering. De maag, lever, galblaas en alvleesklier alle hulp in de juiste afbraak van voedingsstoffen uit het voedsel dat we eten. Gluten geïnduceerde schade aan deze weefsels kunt zowel vitaminen en mineralen tekorten. Het verlies van de opname van voedingsstoffen en de opname draagt ​​bij aan talloze problemen. Bijvoorbeeld, vitamine B-12-deficiëntie is heel gebruikelijk voor patiënten met gluten gevoeligheid. Deze B-vitamine speelt een belangrijke rol in het herstel en genezing van de darm. U kunt zien dat de vangst 22 dat tekort aan voedingsstoffen speelt. De gluten beschadigd darm behoeften vitaminen en mineralen om te helpen bij het herstel van de schade, maar de bestaande schade wordt voorkomen dat de opname van de voedingsstoffen die nodig zijn om te helpen bij het herstel proces. Tenzij aangepakt, het is een vicieuze cirkel.

Altered Darmbacteriën
Onderzoeken hebben aangetoond dat het gluten kan het type van bacteriën invloed in de darmen. Sommige dier onderzoek wijst erop dat dit vooral het geval van genetisch gemodificeerde variëteiten van graan. Er zijn een aantal ziekten geassocieerd met abnormale darmflora – SIBO, IBS, colitis ulcerosa en ziekte van Crohn een paar te noemen.
Waarom zijn de gezonde bacteriën belangrijk? Ze dienen om u te helpen uw lichaam B-vitaminen en vitamine K. Ze helpen ook uw immuunsysteem te reguleren het vermogen om te communiceren en te reguleren het ontstekingsproces. Bovendien zijn deze gezonde flora helpen pathogene (ziekteverwekkende) micro-organismen zoals H. pylori, gist, parasieten, etc.

Hoe gaat u om al deze problemen?
Ik ontwikkelde UltraImmune IgG al deze problemen. Ik gebruik deze formule al vele jaren in mijn prive-praktijk, en zijn waren overspoeld met verzoeken van mensen over de hele wereld op zoek naar hulp bij herstel na jaren van gluten geïnduceerde schade. Deze formule is een van mijn geheime klinische wapens en tot nu toe, heb ik nog nooit gedeeld met het publiek. Deze gespecialiseerde formule levert de volgende voordelen:
Bindt en neutraliseert lichaamsvreemde microben (bacteriën, parasieten, etc.) in de darm
Levert een bron van natuurlijke antilichamen
Vermindert G.I. ontsteking
Biedt het immuunsysteem ondersteuning via meerdere mechanismen

Ondersteunt spiermassa
In feite studies hebben aangetoond orale immuno-eiwit suppletie herstelt eetlust, ondersteunt het lichaam gezonde reactie op ontstekingen en bevordert verbeterde eiwitmetabolisme onder immunologische stress. Orale suppletie is aangetoond darmwand integriteit en intestinale humorale immuniteit. UltraImmune IgG bevat ook transferrine om en reguleren de hoeveelheid vrij ijzer beschikbaar om de binnendringende vreemde microben. De gehalten van deze formule zijn vergelijkbaar met het niveau en balans in gezonde individuen. Bovendien deze speciale formulering bevat de verbindingen – TGF-ß en IGF-I. Deze eiwitten zijn betrokken bij het herstel van beschadigde cellen in het spijsverteringskanaal. Gezonde niveaus van deze eiwitten zijn geassocieerd met een mager weefselmassa (spieren en om te helpen bij het stimuleren van IgA. *

Meest immuunsysteem stimuleren producten minder effectief voor patiënten met gluten gevoeligheid en autoimmuunziekte omdat het immune systeem in plaats van ondersteunen. Dit is gelijk aan het proberen om energie te stimuleren door middel van een hoog cafeïne. Het eindresultaat leidt tot een overgestimuleerd en overwerkt immuunsysteem.
Veelgestelde vragen
Ik heb meerdere allergieën, wat zijn de ingrediënten in dit product? De enige bestanddelen van dit product zijn serum bovine serum afkomstige eiwitten, vegetarische gelkapje, stearinezuur, microkristallijne cellulose en magnesiumstearaat.
Is dit product veilig voor coeliakiepatiënten? Ja het veilig is voor coeliakie evenals die van niet-coeliakie gluten gevoeligheid.
Hoeveel moet ik nemen? De standaard dosering is 4 capsules per dag. Er zijn geen bekende bijwerkingen.
Heeft dit supplement bevat zuivel? Nee, dit product is volledig zuivel gratis.
Hoe werkt dit product vergelijken met colostrum? Het is veel krachtiger dan colostrum. Het bevat 3 X meer IgG, tweemaal zoveel cysteine ​​en 15 keer transferrine. Daarnaast biest is zuivel gebaseerd en er is de mogelijkheid van gluten kruisbesmetting.
Bevat dit product bevat geen voorkomende allergenen? Bevat geen: tarwe, gluten, maïs, gist, soja, zuivelproducten, vis,
schelpdieren, pinda’s, noten, ei, kunstmatige kleurstoffen, kunstmatige zoetstoffen of conserveringsmiddelen.

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19374741

Referenties:
Ungar, BLP, Ward, DJ, Fayer, R, Quinn, CA. Beëindiging van Cryptosporidiumassociated diarree in een te verwerven immunodefi ciëntie syndroom patiënt na behandeling met hyperimmune bovine colostrum. Gastroenterol. 1990:98: 486
Weiner, C, Pan, Q, Hurtig, M, Boren, T, Boswick, E, Hammarstom, L. Passieve immuniteit tegen humane pathogenen met boviene antilichamen. Clin Exp. Immunol. 116:193-205.
Hammarstrom V, Smith CI, Hammarstrom L. Orale immunoglobulinebehandeling inCampylobacter jejuni enteritis. The Lancet 1993; 341:1036
Korhonen H, Syvaoja EL, Aloha-Luttila H et al.. Bactericide effect van bovinenormal en immuun serum, colostrum en melk tegen Heliobacter pylori. J Appl Bacteriol. 1995; 78:655-662
Tjellstrom B, Stenhannar L, Magnusson KE, Sundqvist T. Orale immunoglobuline behandeling in de ziekte van Crohn. Acta Pediatr 1997; 86:221-3
Antonio J, Sanders MS, Van Gammeren D. De effecten van rundercolostrum suppletie op de lichaamssamenstelling en is prestatie in actieve mannen en vrouwen. Voeding 2001. Mar, 17 (3) :243-7
Jiang R, X Chang, Stoll B, et al.. Dieet plasma-eiwit efficiënter wordt gebruikt dan geëxtrudeerde soja-eiwit voor mager weefsel groei in het begin van gespeende varkens. J Nutr 2000; 130:2016-9
Weaver et al.., De gevolgen van Bovine Ig Isoleer op diarree-predominant prikkelbare darm syndroom in een dubbelblinde, placebo gecontroleerde klinische studie. Niet gepubliceerd. 2005.
* Deze verklaringen zijn niet geëvalueerd door de Food and Drug Administration. Dit product is niet bedoeld voor diagnose, behandeling, genezing of voorkoming van ziekten.

%d bloggers liken dit: