10 vragen over biofilm in complexe wonden

Stagneert de genezing van een veneus ulcus of een andere gecompliceerde wond? Dan zou er sprake kunnen zijn van biofilm: een verzameling bacteriën en schimmels met een slijmerig laagje van suikers en eiwitten. Tien vragen en antwoorden over dit hardnekkige fenomeen dat de wondheling saboteert.

  1. Wat is een biofilm precies?
    Een biofilm is een slijmlaagje van bacteriën en schimmels. Ze hechten zich stevig aan het wondbed, in een ‘bedje’ van suikers en eiwitten. In het zelfgeproduceerde slijmlaagje zijn de bacteriën en schimmels minder gevoelig voor antibiotica en antiseptica. Een andere term voor de biofilm is extracellulaire polysaccharide matrix (EPS). Het slijmlaagje noemen we ook wel de glycocalyx. Een complexe wond bevat meestal tussen de twaalf en twintig verschillende bacteriestammen, maar de wondheling kan bij vier verschillende bacteriefamilies al stoppen.1 Biofilms komen trouwens niet alleen in
    wonden voor: ze kunnen zich vasthechten op levende én niet-levende oppervlakten. De slijmerige laag op stenen in de zee of een rivier, de tandplak op je tanden als je ze nog niet hebt gepoetst, het plaklaagje in een sifon, de zwanenhals onder de gootsteen: het is allemaal biofilm. Ook kan er biofilm zitten op de binnenkant van sondes en katheters.
  2. Wat doet een biofilm?
    Vooral: zich vermenigvuldigen. Als een biofilm ongestoord zijn gang kan gaan en met rust wordt gelaten, zal die steeds verder in grootte toenemen.Bacteriën en schimmels hebben een biolaag nodig om zich te vermenigvuldigen. Dat is het slijmlaagje, de glycocalyx. Zij gebruiken deze biolaag als een soort kraamkamer. Er begint dan een continu proces. De slijmlaag pikt andere bacteriën op, die zich vermenigvuldigen en voor steeds meer
    groei zorgen. Zoals biofilmvorming de leiding onder je gootsteen kan verstoppen, bouwt ook de biofilm in een complexe wond een beschermend laagje op. De microorganismen worden ongevoeliger voor antibiotica en antibacteriële middelen. Een eigenschap van de biofilm is datdie zich altijd zal proberen te herstellen. Dat gaat snel, denk aan tandplak: als je ’s morgens je tanden hebt gepoetst, is het ’s avonds opnieuw nodig. Zo is het ook bij biofilms in wonden.
    Bij patiënten met veneuze ulcera kan de biofilm zich binnen 72 uur, of zelfs nog eerder, herstellen.  3

    De tandplak op ongepoetste
    tanden is ook een biofilm

  3. Wat zijn de gevolgen van een biofilm?
    De wondgenezing kan erdoor stagneren. De wond wil maar niet helen. Dat kan een decubituswond zijn, een ulcus, een fistel en een andere chronische
    wond. Zo’n gecompliceerde wond die niet heelt, kan ook sneller geïnfecteerd raken als er sprake is van een biofilm.4. Is de wond eenmaal geïnfecteerd,
    dan is er eigenlijk altijd een biofilm aanwezig. In de wondzorg wordt nog vaak gesproken over kritisch gekoloniseerde wonden. Die term werd in 1996 geïntroduceerd om het verschijnsel aan te duiden dat bacteriën een cruciale rol spelen in het falen van de wondgenezing.5 De wond vertoont dan (nog)
    geen infectieverschijnselen, maar wel een vertraagde heling, een verhoogde exsudaatproductie, verandering van kleur, pijn en abnormaal granulatieweefsel
    (rood-livide, of te veel weefsel dat uitsteekt boven het niveau van de omliggende huid). De meeste wondexperts beschouwen de term ‘kritisch gekoloniseerd’ inmiddels als verouderd. Er is feitelijk sprake van een biofilm.
  4. Is een biofilm altijd schadelijk?
    Het hangt er vanaf welke bacteriën en schimmels zich in de glycocalyx hebben genesteld. Sommige bacteriën zijn erg agressief, zoals de Clostridiumbacteriën en bijvoorbeeld de Pseudomonas aeruginosa. De ene biofilm is de andere dus niet. Maar ook de Staphylococcus aureusStaphylococcus epidermis en Streptococcus pyogenes kunnen schade aanrichten, de wondgenezing stagneren en infectie bevorderen.6 Daarnaast speelt de gezondheid van de patiënt een rol bij de mate waarin de biofilm schadelijk is. Immuungecompromitteerde patiënten – zoals hiv-patiënten, mensen die rituximab gebruiken, of kankerpatiënten die chemotherapie moeten ondergaan – zijn extra kwetsbaar. Evenals ouderen met  multimorbiditeit, bijvoorbeeld iemand met diabetes in combinatie met een slechte bloedcirculatie en hartfalen.Door de verminderde afweer kan de infectie als gevolg van biofilm veel ernstiger worden, wat uiteindelijk zelfs kan leiden tot sepsis.8 Actie ondernemen bij het vermoeden van een biofilm blijft belangrijk, bij alle patiëntengroepen, want de wond moet sluiten.
  5. Kun je een biofilm met het blote oog zien?
    Lang niet altijd. Biofilms zijn microscopische structuren. Slijm is een belangrijke aanwijzing voor de aanwezigheid van een biofilm9,10, maar dan is de biofilm al flink gegroeid. In de meeste gevallen is de ‘slijmlaag’ of glycocalyx een flinterdun vliesje waarin de bacteriën en schimmels huizen. Die is dan niet of nauwelijks met het blote oog te zien. Soms kan de biofilm wat glazig ogen en een onregelmatig oppervlak hebben. Sommige bacteriën produceren pigmenten die de aanwezigheid van een biofilm verraden. Berucht is de groene kleur die de Pseudonomas aeruginosa veroorzaakt. Een groene verkleuring van een wond betekent echter niet automatisch dat er een Pseudonomas in de biofilm zit. Ook stafylokokken en streptokokken kunnen ‘vergroenen’, en de gelvorming in sommige hydrocolloïdverbanden is bijvoorbeeld ook geelgroen.

    Biofilms zijn microscopische structuren en
    lang niet altijd met het blote oog te zien

  6. Hoe weet je zeker dat je te maken hebt met een biofilm?
    Dat is alleen met een biopt vast te stellen, maar dat is op dit moment niet gebruikelijk in de wondzorg. Zeker in de thuiszorg gebeurt dat zelden bij een
    verdenking van een biofilm bij een moeilijk helende wond. Een kweek maken heeft in de meeste gevallen weinig zin: een gecompliceerde wond is per definitie gecontamineerd met bacteriën.11 Een indicator voor de aanwezigheid van biofilm blijft dus het niet-genezen van de wond. Een wond die niet geneest, is altijd een teken aan de wand, net zoals het optreden van terugkerende infecties.
  7. Is een biofilm hetzelfde als wondbeslag?
    Nee, maar ze hebben wel een ingewikkelde relatie. Wondbeslag of fibrinebeslag is een wat stroperige crèmekleurige of gele, min of meer ondoorzichtige eiwitlaag op een wondbed. Biofilms op een wondbed zijn meer gelachtig en glimmend.12 Een biofilm kan wel de opstapeling van fibrinebeslag bevorderen.
    De bacteriën en schimmels in de biofilm stimuleren de inflammatie die de doordringbaarheid van de bloedvaten bevordert. Dat proces kan de hoeveelheid
    wondexsudaat doen toenemen en het fibrinebeslag doen opstapelen.13 Daarom kán veel fibrinebeslag duiden op de aanwezigheid van een biofilm, maar dat is geen wet van Meden en Perzen. De precieze link tussen fibrinebeslag en biofilm is nog niet duidelijk.
  8. Moet je een biofilm verwijderen?
    Alle wondexperts zijn het erover eens dat het bestrijden van de biofilm noodzakelijk is.14 De meningen zijn wel verdeeld over de manier van verwijderen
    van de biofilm. Het belangrijkste is dat je de beschermlaag kapot maakt die de micro-organismen minder gevoelig maakt voor antiseptica en antibiotica. In
    het ziekenhuis wordt dit gedaan door de biofilm chirurgisch of mechanisch te debrideren: met een mes, pincet of curette. Dat is een zogenoemd scherp debridement, wat techniek betreft vergelijkbaar met het scherp debrideren van necrose. Alleen bevoegde en bekwame wondverpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en artsen mogen deze gespecialiseerde handeling uitvoeren (in Nursing van april 2012 is een uitgebreid artikel verschenen over dit onderwerp: ‘Do’s and don’ts bij debrideren’). Voor een scherp debridement is inmiddels ook wel wat evidence in de literatuur te vinden.15,16 
    Andere experts vinden een scherp debridement niet per se noodzakelijk. Zij stellen dat een grondige reiniging (bijvoorbeeld met harde waterstralen uit een
    douchekop) de biofilm ook kwetsbaar kan maken, waardoor antiseptische middelen kunnen doordringen om de bacteriën en schimmels te doden.17Het wrijven en schuren met antiseptica (zie ook vraag 9) over de biofilm, binnen de pijngrens van de patiënt, noemen we een ‘zacht’ debridement. Een voordeel is dat alle verpleegkundigen, ook in thuiszorg en verpleeghuis, deze vorm van debridement mogen uitvoeren.

    Een kweek maken heeft in de meeste gevallen
    weinig zin: een gecompliceerde wond is per
    definitie gecontamineerd met bacteriën

  9. Welke antiseptica en verbanden kun je gebruiken voor het ontsmetten van een wond met een biofilm?
    Goed opgezette, gecontroleerde studies naar de effectiviteit van producten die een biofilm kunnen afbreken, zijn er nog niet. Er zijn wel aanwijzingen
    dat het antiseptische wondreinigingsmiddel polyhexanide (Prontosan®) goede resultaten geeft.18 Daarnaast zijn de middelen povidonjodium (zoals
    Iso-Betadine Uniwash®) en chloorhexidine bekende antiseptica. Er zijn ook honingzalven en allerlei antimicrobiële (schuim)verbanden van tal van fabrikanten op de markt, die de biofilm zouden afbreken of de bacteriële kolonisatie zouden remmen. Voor al deze producten ontbreekt nog duidelijk bewijs: echt goed onderzoek voor een evidence-based practice op het gebied van de bestrijding van biofilms is er simpelweg (nog) niet.
  10. Hoe voorkom je dat een biofilm terugkomt?
    Omdat het ontstaan van een biofilm van veel factoren afhankelijk is, is op die vraag geen eenduidig antwoord te geven. In de wondzorg is het belangrijk om een holistische focus te houden. Een biofilm is één aspect van de wond. Ook de onderliggende pathologie, voeding, medicatiegebruik, mobiliteit en therapietrouw van de patiënt zijn factoren die de genezing van een wond kunnen beïnvloeden. Is een biofilm eenmaal verdwenen en de wond gesloten, dan is preventie de belangrijkste opdracht. Als een patiënt met bijvoorbeeld een veneus ulcus tegen het advies in geen compressiekousen draagt, dan kan een nieuwe wond ontstaan. En eventueel een nieuwe biofilm. Blijf dus alert op alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de wondgenezing.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              Met dank aan: Barry Willemsteijn (verpleegkundige en zelfstandig wondzorgdeskundige), Geert Vanwalleghem (clinical nurse specialist Wondzorg,
    decubitus- en valpreventie in AZ Delta vzw in Roeselare, België) en Luc Gryson (verpleegkundige en wondzorgexpert, voorzitter van de CNC Wondvereniging in België).Noten1 European Wound Management Association. Position Document: Wound Bed Preparation in Practice. London: MEP Ltd, 2004.2 Edwards R, Harding KG. Bacteria and wound healing. Current opinion in infectious diseases 2004;17(2) april;91-96.3 James GA, Swogger E, Wolcott, R, et al. Biofilms in chronic wounds. Wound Rep Reg 2008;16:37–44 en Fux CA, Costerton JW, Stewart PS, Stoodley P. Survival strategies of infectious biofilms. Trends Microbiol 2005;13:34–40.4 Percival SL, Bowler PG, 2004. Biofilms and their potential role in wound healing. WOUNDS, 16: 234-240.5 Davis E. Don’t deny the chance to heal! Presented at: 2nd Joint Meeting Wound Healing Society and the European Tissue Repair Society, Boston, Mass; May 15–19, 1996.

    6 Mah T-F, O’Toole GA. Mechanisms of biofilm resistance to antimicrobial agents. Trends in Microbiology 2001;9:34-8.

    7 Lyczak JB, Cannon CL, Pier GB. Establishment of Pseudomonas aeruginosa infection: Lessons from a versatile opportunist. Microbes Infect 2000;2:1051-60.

    8 Galpin JE, Chow AW, Bayer AS, Guze LB. Sepsis associated with decubitus ulcers. Am J Med 1976;61(3):346-50.

    9 Costerton JW, Stewart PS, Greenberg EP. Bacterial biofilms: a common cause of persistent infections. Science 1999:284(5418) :1318-22.

    10 Cutting K, Gilchrist B, Gottrup F et al. Identifying criteria for wound infection. European Wound Management Association (2005): Position document: identifying criteria for wound infection. MEP, London.

    11 Flanagan M. Wound Management: ACE Series. Edinburgh: Churchill Livingstone, 1997.

    12 Hurlow J, Bowler PG. Clinical experience with wound biofilm and management: a case series. Ostomy Wound Manage 2009;55(4): 38-49.

    13 Wolcott RD, Rhoads DD, Dowd SE. Biofilms and chronic wound inflammation. J Wound Care 2008; 17(8): 333-41.

    14 Wolcott RD, Kennedy JP, Dowd SE. Regular debridement is the main tool for maintaining a healthy wound bed in most chronic wounds. J Wound Care 2009; 18(2): 54-56.

    15 Covington S, et al. Frequency of debridements and time to heal: a retrospective cohort study of 312,744 wounds. JAMA Dermatol 2013; DOI: 10.1001/jamadermatol.2013.4960.

    16 Kirsner R, et al. Frequent debridement for healing of chronic wounds. JAMA Dermatol 2013; DOI: 10.1001/jamadermatol.2013.4959.

    17 Vowden KR, Vowden P. Wound debridement, Part 1: non-sharp techniques. J Wound Care 1999; 8(5): 237-40.

    18 Horrocks A. Prontosan wound irrigation and gel: management of chronic wounds. British Journal of Nursing 2006;15(22);1222-1228.

    Dit artikel is in september 2014 verschenen in Nursing (©).

Wat zijn de belangrijkste kenmerken van biofilms?

1. Biofilms zijn complexe, dynamische gemeenschap structuren

Bacteriële biofilms zijn opmerkelijk heterogeen in vrijwel alle parameters die nauwkeurig en reproduceerbaar te meten. Deze heterogeniteiten: structuur, fysiologische, chemische, ecologische, elektrische, etc., zijn geïmpliceerd als de oorzaak van vele verschijnselen karakteristiek van bijgaand-tegenstelling tot de plankton-groeiwijze. Pure culturen zijn vrijwel non-existent in de wereld buiten het laboratorium. Micro-organismen, zoals andere organismen, bestaan in gemeenschappen waar verschillende interacties zijn.
Een voorbeeld van de effecten van microbiële kolonisatie op metaaloppervlakken microbieel Influenced corrosie (MIC). De aanwezigheid van micro-organismen wijzigt depositie oplossnelheden mineralen, en door dit mechanisme, beïnvloedt de elektrochemische eigenschappen van de metalen of legeringen. Putcorrosie, zoals te zien rechts in dit voorbeeld uit een roestvrij stalen oppervlak resultaat van deze activiteit. Putcorrosie van roestvast staal (MSU-CBE)
Putcorrosie op 316S roestvrij staal, een voorbeeld van microbieel beïnvloed corrosie. Beeld, met dank aan Z. Lewandowski en W. Dickinson, MSU-CBE
Biofilms zijn ook dynamisch en reageren op hun omgeving.Bacteriële cellen kunnen losmaken van biofilms individueel of in groepjes. Toen ze los in groepjes, ze behouden de verminderde gevoeligheid voor antimicrobiële stoffen kenmerk van biofilms. Onder de juiste omstandigheden, kunnen biofilms ook migreren over oppervlakken gedurende een tijdsperiode in een verscheidenheid van manieren, zoals hieronder afgebeeld.
Verschillende manieren biofilms kunnen bewegen (MSU-CBE)
Alle materialen hebben bepaalde eigenschappen van elastische vaste stoffen en visceuze vloeistoffen. Biofilms lijken aspecten van zowel vaste stoffen en vloeistoffen-net als slug tonen slijm-en vallen in een categorie genaamd “visco-elastisch.” Echter, zoals biofilms sediment, of worden geschaald met roest of kalkaanslag te verzamelen, worden ze minder vocht en meer als een brosse vaste stof.

2. Genetische expressie verschilt in biofilm bacteriën in vergelijking met
planktonische bacteriën

De dubbele helix structuur van moleculaire DNA (desoxyribonucleïnezuur), in 1953 ontdekt, is inmiddels een vertrouwd beeld geworden. DNA-moleculen, opgebouwd uit eenheden die genen dragen naar de “instructies” dat kenmerken van levende organismen te bepalen en omvatten het genetisch materiaal aan nakomelingen doorgegeven reproductie.De genen die DNA moleculen een belangrijke rol in de cellulaire activiteiten spelen ook. Eenvoudige cellen zoals bacteriën controle over hun interne functies met behulp van verschillende delen van hun genetische code om chemische activiteiten te initiëren. Dus, bijvoorbeeld, de consumptie van voedingsstoffen en het wegwerken van afvalstoffen zijn processen die onder invloed van genetische instructies worden uitgevoerd. Als genen worden geactiveerd om chemische producten (aminozuren en eiwitten) te maken, worden ze naar verluidtopgereguleerd ; wanneer de genen worden gedeactiveerd, worden ze neerwaarts gereguleerd . De eiwitten die door geactiveerde genen vormen ongeveer de helft van het materiaal in een cel, en zijn verantwoordelijk voor talrijke activiteiten die een cel te laten voortbestaan. Genexpressie is verschillend in biofilm cellen (MSU-CBE)
SDS PAGE voorbereiding van de buitenste membraan eiwitten (OMP) vanPseudomonas aeruginosa cellen in planktonische en biofilm staten.Hoffelijkheid, Hongwei Yu
Aangezien niet alle genen in een cel worden geactiveerd om eiwitten hele tijd, kunnen we foto celactiviteit krijgen door onderzoek van de eiwitten geproduceerd door cellen op een bepaald tijdstip. Een manier om dit soort eiwit “snapshot” te krijgen is door een techniek genaamd SDS-PAGE (voor “natriumdodecylsulfaat” en “polyacrylamidegelelektroforese”). Deze techniek kunnen wetenschappers zien grote (dichter geplaatst) en kleine (dichter bij de bodem) cellulaire eiwitten als donkere banden in een reeks van kolommen. In de SDS PAGE gel bovenstaande zien we eiwitten van de buitenmembraan van planktonische (geschetst in blauw, lanen 1-4 en 6) en biofilm (in rood, laan 5) bacteriën, van een stam van Pseudomonas aeruginosa . De banden van eiwitten zijn opvallend verschillend, ons te vertellen dat de planktonische en biofilm vormen van een enkele soort uitdrukken verschillende genen, en daarom het uitvoeren van verschillende activiteiten.Wat zijn de gevolgen van dit verschil in de genetische expressie? Een voorbeeld is de ontwikkeling van antibiotica. Deze drugs zijn traditioneel ontwikkeld om planktonische bacteriën te doden. We weten nu echter dat planktonische bacteriën gevoeliger voor antimicrobiële dan biofilm bacteriën en ook dat veel van de mensen teistert infecties in feite veroorzaakt door bacteriën in de biofilm groeiwijze. Dus traditionele antibiotica zijn gericht op bacteriële cellen in hun relatief onbeschermde toestand. We moeten nieuwe klassen van antibiotica die bacteriën richten ontwikkelen zonder in de biofilm staat. Inzicht in de genetische activiteit van de biofilm bacteriën zal ons helpen om nieuwe manieren om deze cellen te richten en verstoren hun functies te vinden.

3. biofilm cellen kunnen gedrag via intercellulaire “communicatie” te coördineren met behulp van biochemische signaalmoleculen

Eén van de interessante aspecten van bacteriële gemeenschap leven is dat het een omgeving voor bacteriën communiceren via chemische signalen. Er zijn aanwijzingen dat sommige van deze chemische signalen, geproduceerd door cellen en door hun buitenmembraan, worden uitgelegd niet alleen door leden van dezelfde soort, maar andere soorten micro-en misschien zelfs meer complexe organismen in sommige gevallen.
In de cartoon bovenstaande worden verschillende soorten bacteriën vertegenwoordigd door verschillende kleuren. Bacteriën kunnen chemische signalen produceren ( “praten”) en andere bacteriën kunnen reageren op hen ( ‘luisteren’) in een proces bekend als cel-cel communicatie of mobiele-cell signaling. Deze mededeling kan leiden tot een gecoördineerd gedrag van microbiële populaties. Hoffelijkheid, MSU-CBE.
Planktonische populaties worden chemische signalen die door cellen niet voldoende geconcentreerd om veranderingen in de genetische expressie veroorzaken. In biofilms, het matrixmateriaal (EPS) dat cellen dicht houdt maakt concentraties signaalmoleculen op te bouwen in voldoende hoeveelheid om veranderingen in de cellulaire gedrag te bewerkstelligen. Bacteriële populaties sommige genen alleen geactiveerd wanneer zij kunnen waarnemen, via cell signaling, dat hun bevolking talrijk genoeg om het voordelig en / of “safe” te maken om deze genetische activiteit initiëren. Zo zullen sommige bacteriële pathogenen geen toxines produceren totdat ze het gevoel dat er een voldoende populatie is opgericht om afweer van de gastheer overleven. Dit systeem van erkenning bevolking is genoemd “quorum sensing.” Het werd eerst waargenomen in de mariene bacterie Vibrio fischeri , die licht kunnen produceren na een voldoende populatie heeft ontwikkeld.
Diagram van quorum sensing in biofilms (MSU-CBE)
Hoewel plankton cellen scheiden chemische signalen (HsLıs voor homoserine lactonen), is de lage concentratie van signaalmoleculen niet genetische expressie veranderen. Biofilm cellen worden bijeengehouden in dichte populaties, zodat het uitgescheiden HsLıs bereiken hogere concentraties. HSL moleculen vervolgens opnieuw steek de celmembranen en leiden tot veranderingen in de genetische activiteit. Hoffelijkheid, MSU-CBE.
De ontdekking dat eenvoudige cellen in staat zijn om gecoördineerd gedrag heeft ons een nieuwe waardering voor hun overlevingsstrategieën gegeven. Er is ook een goede aanwijzingen dat cell signaling de differentiatie van cellen in subpopulaties dat de verschillende activiteiten binnen een microbiële gemeenschap van een enkele soort uit te voeren kunnen reguleren. In de late jaren 1990 een onderzoek naar het mariene bacterie Pseudoalteromonas onthulde twee fysiologisch verschillende subpopulaties. In feite was er een cellulair taakverdeling: één groep verbleef aan het oppervlak en die nutriënten waarover de tweede groep, die gereproduceerd en vrijgegeven dochtercellen het omringende water.

4. Biofilms maken bacteriën minder gevoelig zijn voor antimicrobiële middelen

Vele studies hebben aangetoond dat de constructie van meercellige biofilms biedt bescherming cellen. Deze bescherming is het gevolg van intrinsieke veranderingen in genetische expressie bij zwevende bacteriële cellen hechten aan oppervlakken en beginnen biofilms te vormen. Een aantal van de veronderstelde mechanismen van bescherming tegen antimicrobiële middelen worden afgebeeld in het onderstaande schema.

A.
Vrij zwevende cel nuttige voedingsstoffen, maar niet voldoende metabole activiteit substraten uit de buurt van de cellen te verminderen. Daarentegen collectieve metabole activiteit van groepen cellen in de biofilm leidt tot concentratie gradiënten en gelokaliseerde chemische microenvironments substraat. verminderde metabolische activiteit kan resulteren in minder gevoeligheid voor antimicrobiële middelen.

B.
Vrij zwevende cellen dragen de genetische code voor een groot aantal beschermende stressreacties. Plankton cellen worden echter gemakkelijk overweldigd door een sterke antimicrobiële uitdaging. Deze cellen sterven voor stressreacties kunnen worden geactiveerd. Daarentegen stressreacties effectief in sommige cellen uitgevoerd in een biofilm ten koste van andere cellen die worden opgeofferd .

nutriëntenbenutting Cellagen tijd voor stressreacties toestaan (MSU-CBE
Antimicrobiële middelen kan niet cellen te bereiken (MSU-CBE) 'Persister' cellen kunnen nieuwe kolonies zaad (MSU-CBE)
C.
Vrij zwevende cellen neutraliseren het antimicrobiële middel.De capaciteit van een eenzame cel echter onvoldoende te stellen langs de antimicrobiële concentratie in de buurt van de cel. In tegenstelling, de collectieve neutraliserende kracht van groepen cellen leidt tot trage of onvolledige penetratie van het antimicrobiële in de biofilm .
D.
Vrij zwevende cellen paaien beschermd persistorcellen. Maar onder permissieve groeiomstandigheden in een plankton cultuur, persisters snel terugkeren naar een vatbare staat. In tegenstelling persistorcellen ophopen in biofilms, omdat ze minder snel terug en worden fysiek bewaard door de biofilm matrix.

Alie Wouda

Afspraak maken?
0641979844 (alleen appen)info@natuurpraktijkaurora.nl (mailen)

http://natuurpraktijkaurora.com
http://aliewoudaspaleotips.com

Natuurlijke pijnstiller

Viburcol zetpil

                                                                                                               Dosering
Viburcol van HeelZuigelingen van 0 tot 1 jaar: 1 maal daags 1 zetpil.
Zo nodig elk uur 1 zetpil, maximaal 2 zetpillen per dag.

Kinderen van 1 tot 6 jaar: 2 maal daags 1 zetpil.
Zo nodig elk uur 1 zetpil, maximaal 4 zetpillen per dag.

Kinderen van 6 tot 12 jaar: 3 maal daags 1 zetpil.
Zo nodig elk uur 1 zetpil, maximaal 6 zetpillen per dag.

Samenstelling
Viburcol bevat per zetpil van 1,1 mg
Chamomilla D4 1,1 mg
Belladonna D4 1,1 mg
Plantago major D4 1,1 mg
Pulsatilla pratensis D4 2,2 mg
Calcarea carbonica ostrearum D8 4,4 mg
Hulpstoffen zetpillen: Novata B.

Uitleg wat de middelen doen
Chamomilla rusteloze, hangerige kinderen. overgevoelig en prikkelbaar (verzachtende werking), dentitie, buikkramp, oorpijn
Belladonna roodheid van ziek weefsel, lokale ontstekingen aan oor, keel en tandvleesontsteking
Plantago major catarrale aandoeningen van de buis van Eustachius en het middenoor, middenoorontsteking, oorpijn, kiespijn
Pulsatilla pratensis ontstekingen van de slijmvliezen van de luchtwegen en het spijsverteringsstelsel
Calcarea carbonica ostreatum ontstekingen, opgezette klieren, lichamelijke en geestelijke uitputting

Waarom bepaalde therapien niet aanslaan

imageBiofilm
In het menselijk darmstelsel bevindt zich een schadelijke slijmlaag welke door schadelijke bacteriën is gevormd. Dit wordt ook wel de biofilm genoemd. Je kunt het vergelijken met het slijmlaagje dat je in een bloemenvaas aantreft als je ze te lang laat staan, alle schadelijke bacteriën maken een slijmlaag om zich te beschermen. In het menselijke darmstelsel wordt dit een hele kolonie waarin vele bacteriën, maar ook virussen, parasieten en schimmels zich kunnen verstoppen. Het vervelende is dat de bacteriën het lichaamseigen materiaal gebruiken om die slijmlaag te maken en omdat het lichaamseigen is, is deze hierdoor lastig op te sporen en te behandelen.
Om die reden is het voor veel specialisten zo moeilijk om bepaalde bacteriën of virussen onder controle te krijgen, denk bijvoorbeeld aan Lyme.
Door de aanwezigheid van de biofilm is de darmwand over het algemeen uitgedroogd en licht tot zwaar ontstoken zodat we een Lekkende Darm Syndroom (Leaky Gut) krijgen. De biofilm hecht zich hierdoor nog makkelijker aan de darmwand.
Nu zijn er enkele producten op de markt die gemaakt zijn om die biofilm op te lossen, maar hierbij blijft er nog altijd een deel van de biofilm achter. Deze groeit hierdoor net zo hard weer aan door de daarin nog aanwezige schadelijke bacteriën. Tevens komen er dan in een keer zo veel bacteriën, virussen en parasieten vrij in de darm dat dit een grote belasting voor de gezondheid van de gebruiker oplevert. Een darmreinigingskuur, verkrijgbaar bij natuurpraktijkaurora; Vreedepeelweg 4 Beringe (0641979844 (appan) pakt op zeer vriendelijke en effectieve wijze deze hele biofilm aan. Dit product bevat een gefermenteerde vezel. imageDeze vezel dringt op zachte wijze door de biofilm heen, zonder deze kapot te maken. Hierdoor wordt de darmwand weer bevochtigd.
Zodra de bevochtiging plaatsvindt kan de biofilm zich niet meer hechten en komt deze er simpelweg uit gegleden, zonder enig ongemak voor de gebruiker.

Alie Wouda info@natuurpraktijkaurora.nl