Ontstaan van kanker

Ontstaan van kanker: genetisch? Bad luck? Of vooral epigenetisch? Heel wat wetenschappelijk onderzoek heeft vastgesteld hoe sterk de invloed is van alle mogelijke derivaten uit onze voeding en drinkwater. Om uitgescheiden te worden moeten deze derivaten, na een eerste fase van wateroplosbaarder maken, in de 2de (even noodzakelijke) fase allemaal via hun eigen specifieke detoxificatie-pathway geneutraliseerd worden. De hoofdpathways hiertoe zijn veelal via conjugatie aan glutathion, of via methylatie , of via sulfatie. De mate waarin we al dan niet kunnen omgaan met de toxines die we binnenkrijgen bepaalt voor een groot stuk het effect ervan op ons lichaam en de eruit volgende kans op pathologie. Ook de invloed van stress is inmiddels wetenschappelijk onderzocht en bevestigd. Dit zowel door het roven van de vit B’s uit het lichaam voor de aanmaak van adrenaline als door de cortisolrespons op stress. Zeker op lange termijn, onder chronische stress, zijn er duidelijk vastgestelde fysio-pathologische effecten zoals chronische inflammatie op diverse lichaamssystemen. En wat richt chronische inflammatie dan aan? Indien de celwand beschadigd wordt door de invloed van toxische stoffen maakt het lichaam proinflammatoire cytokines aan, in een poging de ‘aanval’ te bestrijden. Het lichaam gaat nl. om met virussen, bacteriën, schimmels d.m.v. onze immuunrespons, die de celwand van de agressor probeert kapot te maken. Met toxines werkt dit echter niet, en celwandaantasting door toxines kan er dus niet door gestopt worden. Als binnen de cel de mitochondriale celwand ook wordt aangetast, krijgen we een energie probleem. Bij mitochondriale dysfunctie kan de ATP-aanmaak kan nl. niet meer gebeuren via de normale weg met zuurstof (= de oxidatieve fosforylatie). Er is gelukkig een alternatief systeem, nl. ATP-aanmaak via gisting met suiker. Hierbij wordt echter als nevenproduct lactaat gemaakt. Dit systeem is prima voor korte duur, maar als dit blijft duren krijgt men extra verzuring van het lichaam. In een te zuur milieu, met chronische inflammatie, moeten op den duur meer en meer cellen in overlevingsmodus gaan en met dit alternatief systeem hun energie aanmaken.  Zo kunnen kankercellen ontstaan uit cellen die vanuit overlevingsmodus muteren naar cellen die terugkeren naar hun oer-programma, met ATP-aanmaak op basis van suikergisting.

Meer weten? Maak een afspraak met Alie Wouda van Natuurpraktijk Aurora: 0641979844 graag appen of stuur een bericht naar info@natuurpraktijkaurora.nl

Prostaat problemen voorkomen

 

Prostaat
De prostaat maakt onderdeel uit van het mannelijk voortplantingssysteem. De taak van de prostaat is het produceren van een slijmerige vloeistof, die dienst doet als transport- en voedingsvloeistof voor spermacellen. Deze vloeistof smeert de urethra en verbetert de beweeglijkheid van spermacellen. Van het totale volume van het ejaculaat bestaat zo’n 30% uit de prostaatvloeistof, waarin eiwitten (o.a. het prostaatspecifiek antigeen PSA), citroenzuur en met name veel zink voorkomt. Vooral het zink is voor de kwaliteit van het sperma zeer belangrijk.

Prostaatvergroting
Tijdens de puberteit groeit de prostaat door de hormonale veranderingen tot volwassen grootte uit. Vanaf 25 jaar neemt de prostaat heel traag verder in omvang toe. Tegenwoordig wordt bij 10% van de mannen onder 40 jaar al een lichte prostaatvergroting geconstateerd, hetgeen echter zelden tot klachten leidt. Dat prostaathypertrofie steeds vaker op jongere leeftijd voorkomt, heeft mogelijk te maken met het gebruik van onvolwaardige voeding (veel verzadigd vet, gefrituurde voeding, vlees, zuivel en weinig essentiële voedingsstoffen en vezels) en een zittende leefstijl. Boven de 50 jaar heeft ca. 75% van de mannen (goedaardige) prostaathypertrofie (BPH). Bij de helft van de mannen treden klachten op, terwijl bij 10% chirurgisch ingrijpen noodzakelijk is. Boven de 85 jaar blijkt zelfs 95% van de mannen een vergrote prostaat te hebben.

Klachten
Goedaardige prostaatvergroting is een androgeen-afhankelijke conditie en ontstaat meestal in het binnenste gedeelte van de prostaat, dat de urethra omsluit. Accumulatie van DHT (dihydrotestosteron) in de prostaat speelt hierbij een rol. Er zijn aanwijzingen dat DHT betrokken is bij het ontstaan van BPH door verhoging van de IGF-2-activiteit (insulinegroeifactor-2).1 Omdat de prostaat de urethra omsluit wordt bij het groeien van de prostaat de urethra dichtgedrukt, terwijl ook druk op de blaas kan ontstaan. Een sterke vergroting van de zijlobben van de prostaat kan slechts tot milde symptomen aanleiding geven, terwijl een milde vergroting van de middenlob al tot ernstige klachten aanleiding kan geven. Klachten als gevolg van BPH zijn; moeite met (door)plassen, zwakke urinestraal, pijn bij het plassen, frequent ’s nachts urineren (nocturie), nadruppelen, onvolledige blaaslediging, incontinentie en een verhoogde kans op urogenitale infecties.

Oorzaken
Diverse factoren spelen bij het ontstaan van BPH een rol. Met het toenemen van de leeftijd verandert de hormoonhuishouding, waarbij de bloedspiegel van testosteron daalt en die van prolactine en oestradiol stijgen. In de prostaat zelf stijgen de testosteron- en DHT-gehaltes, mede doordat het vermogen van de prostaatcellen om deze hormonen af te breken en uit te scheiden afneemt en prolactine de opname van testosteron in de prostaat en de omzetting in DHT bevordert. Deze verhoogde concentratie van androgene hormonen, met name DHT, zorgt voor prostaathyperplasie. Bier, stress, een gebrek aan zink en vitamine B6 kunnen ook bijdragen aan de prolactinestijging. Ook kan een tekort aan essentiële voedingsstoffen (zoals zink, lycopeen, vitamine B6, aminozuren, selenium) bijdragen aan de ongecontroleerde deling van prostaatcellen. Ook een te lage productie van lokale prostaglandines kan ertoe leiden dat teveel testosteron in de prostaat gebonden wordt

Afwachten
Het verloop van BPH wordt meestal afgewacht, voordat tot een chirurgische behandeling wordt overgegaan. In veel gevallen neemt de prostaatomvang vanzelf enigszins af. In deze periode en ter preventie van prostaathypertrofie en prostaatkanker hebben voedingsstoffen en kruiden, alleen en in combinatie, een gunstige uitwerking.

Uitsluiten prostaatkanker
Het is belangrijk prostaatkanker uit te sluiten. Dit geeft aanleiding in het begin tot dezelfde symptomen en komt in dezelfde leeftijdsgroep voor. Bij vroegtijdige ontdekking is de kans op genezing groter. Ook bij goedaardig gebleken prostaatvergroting blijft de noodzaak van regelmatige controle aanwezig, omdat prostaatkanker over het hoofd kan worden gezien, wanneer het in een later stadium ontstaan is.
De meeste vormen van kanker, waaronder prostaatkanker, ontwikkelen zich gedurende 10-20 jaar voordat ze manifest worden. Dit biedt tijd voor preventieve maatregelen. Er zijn aanwijzingen dat voedingsfactoren bij de preventie van prostaatkanker een belangrijke bijdrage leveren. Een hoge quetelet index en een hoge (verzadigde) vetconsumptie vergroten de kans op hormonale vormen van kanker.32

Regelmate controle PSA-spiegel
Stijging van de PSA (prostaat specifiek antigeen) spiegel in bloed, een stof die normaal door de prostaat wordt gevormd, is een belangrijke marker voor prostaatkanker. Mannen tussen de 40 en 60 jaar, van wie de PSA-spiegel boven de mediaan ligt en binnen de normaalwaarden, hebben 3 tot 6 keer meer kans binnen 25 jaar met prostaatkanker te worden geconfronteerd.3 Regelmatige screening is voor deze risicogroep belangrijk. Mogelijk is de gevoeligheid voor androgene hormonen bij een hogere PSA-spiegel groter. Onderzoekers achten het zinvol mannen reeds op 40 en 45-jarige leeftijd te testen op het PSA-gehalte en vanaf 50 jaar elke 2 jaar opnieuw.3 Een laag PSA-gehalte sluit kanker niet uit (door een relatief lage sensitiviteit), zodat de combinatie van een rectaal toucher en een PSA-test het meest betrouwbaar is. Als één van de twee een suggestie geeft voor kanker (PSA boven 4 ng/ml bloed, gebied van induratie bij toucher), is de volgende stap het nemen van een biopt. Aangezien prostaatkanker in veel gevallen al is uitgezaaid wanneer er klachten ontstaan, is screening middels rectaal toucher en PSA-test belangrijk. Tevens wordt geadviseerd beide testen uit te voeren bij lagere urinewegklachten bij mannen.3

Anti-oestrogene activiteit
Met het toenemen van de leeftijd verschuift de balans tussen oestrogenen en androgenen/testosteron in de richting van de oestrogenen. De oestrogeendominantie verhoogt de gevoeligheid van de DHT-receptoren in de prostaat en bevordert daardoor prostaatgroei. Daarop richt ik mijn therapie, wat per individu verschilt!

 

Wat je alwel kan nemen is:

Zink
Zink is onderdeel van diverse fysiologisch actieve eiwitten, die een rol spelen bij de regulering van apoptose, transcriptie en celdifferentiatie. Prostaatepitheel heeft het hoogste zinkgehalte van alle organen en weefsels. Een hoge zinkspiegel in het prostaatweefsel remt vermoedelijk celgroei en stimuleert apoptose. Waarschijnlijk biedt een adequate zinkstatus bescherming tegen het ontstaan en de voortschrijding van prostaatvergroting en prostaatkanker.
Zink remt het enzym 5-alfareductase, en daarmee de vorming van DHT. Zink remt daarnaast de binding van androgene hormonen aan cellulaire receptormoleculen met als gevolg verhoogde uitscheiding van deze hormonen. Zink verhoogt de prolactine-opname in de prostaat, maar vermindert tegelijkertijd de afgifte van dit hormoon door de hypofyse en verlaagt het de specifieke binding van dit hormoon aan de betreffende prostaatreceptor.

Selenium
Selenium is onderdeel van de antioxidantverdediging tegen vrije radicalen en is belangrijk voor de regulatie van de redoxstatus in cellen. Selenium is van belang voor het goed functioneren van het afweersysteem; een seleniumtekort leidt tot een verminderde productie van IgM en IgG, seleniumsuppletie leidt onder meer tot een verhoogde NK- (natural killer) celactiviteit. Er zijn aanwijzingen dat selenium bescherming biedt tegen diverse typen kanker, waaronder prostaatkanker. Zowel de antioxidantwerking als het effect op het immuunsysteem speelt hierbij waarschijnlijk een rol. In-vitro stimuleert selenium de apoptose van tumorcellen, activeert het de macrofagen en beschermt DNA tegen oxidatieve beschadiging. Mogelijk remt selenium de angiogenese bij kanker door middel van remming van expressie van vasculaire endotheliale groeifactoren (VEGF). Selenium is tevens betrokken bij de detoxificatie van zware metalen. Selenomethionine is een vorm van selenium zoals deze in voedingsmiddelen voorkomt.

Cadmium schadelijk voor prostaat
Cadmium verhoogt de kans op prostaatkanker. Selenium en zink helpen bij het onschadelijk maken van cadmium en beschermen de prostaat tegen het mutagene effect van cadmium. Er is mogelijk een positieve relatie tussen de cadmiumconcentratie en de concentratie van dihydrotestosteron.16 Injectie van cadmium in de prostaat van proefdieren leidde tot prostaathypertrofie. Ook uit een in-vitro studie blijkt dat cadmium prostaathyperplasie induceert. Selenium inhibeerde in-vitro cadmiumgeïnduceerde prostaathyperplasie. Ook uit dierstudies komt de beschermende werking van selenium tegen cadmiumexpositie naar voren.16 De seleniuminname in Nederland is veelal aan de lage kant.

Pyridoxaal-5-fosfaat en magnesium
Vitamine B6 (pyridoxaal-5-fosfaat) helpt zink bij het naar beneden brengen van het prolactinepeil. Prolactine zorgt voor een hogere opname van testosteron in de prostaat en een grotere omzetting in DHT. Daarnaast is vitamine B6 betrokken bij de aanmaak van type-1-prostaglandinen. Deze prostaglandinen werken remmend op de binding van testosteron in de prostaat en voorkomen hiermee een te grote ophoping hiervan.
Vitamine B6 en magnesium helpen mogelijk bij het voorkomen van nierstenen. Van beide nutriënten bestaat vaak een deficiëntie.
In een patiënt-controle-onderzoek in Taiwan werd het verband onderzocht tussen de inname van calcium en magnesium met het drinkwater en het voorkomen van prostaatkanker. De samenstelling van het geconsumeerde drinkwater van mannen die overleden waren aan prostaatkanker (n=682) werd vergeleken met het water dat mannen gedronken hadden, die inmiddels overleden waren door andere oorzaken. Uit de studie wordt geconcludeerd dat er mogelijk een beschermende werking uitgaat van magnesiuminname met het drinkwater en andere (voedings)bronnen van magnesium tegen het ontstaan van prostaatkanker

Aminozuren
Uit twee kleine studies is gebleken dat het gebruik van glycine, L-alanine en L-glutaminezuur de omvang van de prostaat bij benigne prostaathypertrofie kan doen verminderen.16,20 Vijfenveertig mannen kregen 2,5 week lang 780 mg alanine per dag en daarna 2,5 maand 390 mg alanine, steeds met gelijke hoeveelheden glutaminezuur en glycine. Deze aminozuurcombinatie verminderde de klachten als gevolg van prostaathypertrofie. Het mechanisme van de werking van deze combinatie is onbekend, doch het gebruik is zonder enige bijwerking gebleken.20

Chlorofyl
Door een bevordering van normale weefselgroei en een lokaal antioxidant effect kan chlorofyl een gunstige bijdrage leveren aan de behandeling.  De toename van benigne prostaathypertrofie is mogelijk tevens het gevolg van een hogere toxische belasting, waaronder zware metalen. Chlorofyl beschermt het lichaam tegen diverse carcinogenen in voedsel en milieu.
De ontgiftigende werking is vooral te danken aan de porfyrine uit chlorofyl. De porfyrine-ring is de actieve plaats waar bijvoorbeeld giftige metalen als kwik, lood, cadmium, aluminium en arseen gebonden kunnen worden; chlorofyl is een chelator van zware metalen.

Vitamine A, lycopeen en carotenoïden
Vitamine A is essentieel voor celgroei en -differentiatie. Vermoedelijk bieden zowel vitamine A als carotenoïden bescherming tegen het ontstaan van prostaatkanker. Carotenoïden hebben een belangrijke antioxidantwerking.
De gezonde prostaat is rijk aan de carotenoïde lycopeen. Bij onderzoek van de relatie tussen carotenoïden en de kans op prostaatkanker is gebleken, dat een hoge inname van lycopeen (onder meer in tomaten en daarvan afgeleide producten) geassocieerd is met een verlaagde kans op prostaatkanker. Omgekeerd worden bij prostaatkanker lage spiegels van lycopeen in bloed en prostaat gevonden. De combinatie van lycopeen en vitamine E in fysiologische hoeveelheden inhibeert de groei van prostaatkankercellen in-vitro. Lycopeen remt het ontstaan van kankercellen sterker dan andere carotenoïden

Heb je prostaatkanker, dan weet je dat er op natuurlijke manier ook nog veel aan te doen is.

Afspraak maken? Alie Wouda Natuurpraktijk Aurora 064197984 overdag sms’sen of  s’avonds bellen

Bron: studie orthomoleculaire geneeskunde

 

prostaatkanker

Broccoli en bloemkool kunnen kans op prostaatkanker flink doen dalen

Canada/USA – juli 2007 – [Journal of the National Cancer Institute – UK]

Het eten van meer dan één portie broccoli en bloemkool per week kan de kans op prostaatkanker tot wel 45% verlagen.
Epidemiologische en dierstudies lieten al zien dat een voedingspatroon met veel kruisbloemige groentes resulteert in een verminderd risico op diverse kankertypes. In deze nieuwe studie wordt een vermindering van de kans op prostaatkanker gevonden.
Onderzoekers in de USA en Canada rapporteren dat een verhoogde consumptie van kruisbloemige groentes de kans op prostaatkanker met 40% doet verminderen.

“Grotere consumptie van kruisbloemige groentes, inclusief broccoli en bloemkool, kan in verband worden gebracht met een verminderde kans op agressieve prostaatkanker” schrijft hoofdauteur Victoria Kirsch van Cancer Care Ontario.

Van een groep van 29361 mannen in totaal werden 1338 mannen met prostaatkanker onderzocht op hun eetgewoontes. Hiertoe werd gebruik gemaakt een voedingsvragenlijst met 137 vragen. De onderzochte mannen werden gemiddeld 4,2 jaar gevolgd.
T.o.v. minder dan 1 keer per maand broccoli, was bij de consumptie van meer dan 1 keer broccoli per week werd een reductie van 45% van het prostaatkankerrisico gevonden. Ook de consumptie van bloemkool bleek het prostaatkankerrisico aanzienlijk te verminderen. Deze resultaten kunnen zijn vertekend door de trend dat men in het algemeen gezonder is gaan eten, meer is gaan bewegen en minder is gaan roken.
Het beschermende effect van broccoli is vooral toe te schijven aan de isothiocyanaten, waarvan sulforafaan de belangrijkste is.
Broccoli-extracten kunnen van belang zijn om een bijdrage te leveren aan een verhoogde inname van isothiocyanaten.

Deze studie werd uitgevoerd in samenwerking met de Yale University School of Medicine, Fred Hutchinson Cancer Research Centre (Seattle), University of Washington, National Cancer Institute (National Institutes of Health), Department of Health and Human Services en het Josephine Ford Cancer Centre (Detroit).

Meer lezen over het ontstaan van kanker?

Indicator van het chronisch vermoeidheidssyndroom gevonden in darmbacteriën

E coli

Nationaal Instituut voor Allergie en Besmettelijke Ziekten, National Institutes of Health
Gekleurde scanning electron micrograaf van E. coli; sommige stammen komen vaak voor, gunstige darmbacteriën.

Artsen zijn verbijsterd door chronische vermoeidheid syndroom, een aandoening waarbij de normale inspanning leidt tot vermoeidheid die niet wordt verlicht door rust slopende.Er zijn geen bekende triggers, en de diagnose vereist een langdurig testen toegediend door een deskundige.

Als gevolg van dit gebrek aan informatie, hebben sommige mensen zelfs gesuggereerd de ziekte psychosomatisch zijn.

Nu, voor het eerst, Cornell onderzoekersrapport zij biologische merkers van de ziekte die in darmbacteriën en inflammatoire microbiële agentia in het bloed.

In een studie gepubliceerd 23 juni in het tijdschrift Microbiome , het team beschrijft hoe ze correct gediagnosticeerd myalgic encephalomyeletis / chronisch vermoeidheidssyndroom (ME / CVS) in 83 procent van de patiënten via ontlasting en bloed werk, het aanbieden van een niet-invasieve diagnose en een stap in de richting van inzicht de oorzaak van de ziekte.

“Ons werk toont aan dat de darm bacteriële microbiome bij ME / CVS-patiënten is niet normaal, die kunnen leiden tot maag- en inflammatoire symptomen bij slachtoffers van de ziekte,” zei Maureen Hanson , de Liberty Hyde Bailey hoogleraar bij de afdeling Moleculaire biologie en genetica en senior auteur van het papier. “Bovendien, onze detectie van een biologische afwijking levert verder bewijs tegen belachelijk concept dat de ziekte psychologische oorsprong.”

Ruth Ley , associate professor in de departementen van Moleculaire Biologie en Genetica en microbiologie, is een co-auteur.

“In de toekomst kunnen we deze techniek als een aanvulling op andere niet-invasieve diagnoses te zien, maar als we een beter idee van wat er gaande is met deze gut microben en patiënten, misschien artsen kunnen overwegen veranderende diëten, met behulp van prebiotica zoals voedingsvezels of probiotica te helpen bij de behandeling van de ziekte “, zegt Ludovic Giloteaux, een postdoctoraal onderzoeker in zowel Hanson en Ley’s labs en eerste auteur van de studie.

Onderzoekers hebben aangetoond dat een overactief immuunsysteem een rol bij chronische vermoeidheid speelt. Symptomen zijn onder meer vermoeidheid, zelfs na de slaap, spier- en gewrichtspijn, migraine en gastro-intestinale klachten. Een kenmerk van de aandoening is malaise na inspanning, wat betekent dat de patiënten kan weken duren om te herstellen van kleine inspanning. Om te testen voor ME / CVS, kunnen artsen patiënten geven een cardio-pulmonaire oefening test waarbij ze een fiets te rijden totdat ze moe worden. Als de test de volgende dag herhaald, ME / CVS-patiënten meestal niet de prestaties van de eerste dag reproduceren.

“Dat is heel typisch en specifiek voor mensen met ME / CVS, omdat de gezonde mensen, of zelfs mensen met hart-en vaatziekten, kan de oefening op de tweede dag te reproduceren, maar deze mensen kunnen niet,” zei Giloteaux.

In de studie, Ithaca campus onderzoekers samen met Dr. Susan Levine, een ME / CVS specialist in New York City, die aangeworven 48 mensen met de diagnose ME / CVS en 39 gezonde controles om de ontlasting en bloed monsters.

De onderzoekers sequentie gebieden van microbieel DNA van feces op verschillende soorten bacteriën te identificeren. Overall, werd de diversiteit aan bacteriën sterk verminderd en er minder bacteriesoorten bekende anti-inflammatoire in ME zijn / CFS patiënten in vergelijking met gezonde mensen, een observatie ook gezien bij mensen met de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa.

Tegelijkertijd, ontdekten de onderzoekers specifieke merkers van inflammatie in het bloed, waarschijnlijk door een lekkende darm van darmproblemen waarmee bacteriën het bloed zit, zei Giloteaux.

Bacteriën in het bloed een immuunrespons, die symptomen kunnen verergeren veroorzaken.

De onderzoekers hebben geen aanwijzingen te onderscheiden of de veranderde darm microbiome een oorzaak of een of het gevolg van ziekte, Giloteaux toegevoegd.

In de toekomst zal het onderzoeksteam op zoek naar bewijs van virussen en schimmels in de darm, om te zien of een van deze of een vereniging van deze, samen met bacteriën kunnen veroorzaken of bijdragen aan de ziekte.

Co-auteurs behoren Julia Goodrich, een doctoraal student, en William Walters, een postdoctoraal onderzoeker, zowel in de Ley’s lab.

De studie werd gefinancierd door de National Institutes of Health.

Bron

Vit B 6 stapeling

Aan veel supplementen wordt B6 toegevoegd

Inleiding

Hoge doseringen vitamine B6 in voedingssupplementen kunnen op termijn leiden tot neurologische klachten. Dit kan je herkennen aan: tintelingen in handen en voeten, kiespijnen die niet goed zijn te verklaren zijn, pijnlijke voetzolen en/of zenuwscheuten in armen en benen.

Indien je langere tijd vitamine B6 bijslikt of bij wil gaan slikken, let er dan op dat je niet teveel per dag binnenkrijgt. Bedenk dat B6 in veel supplementen aanwezig is (dit is wat hier wordt bedoeld met stapeling), dus ga na wat je totaal dagelijks binnenkrijgt.

Er zijn twee vormen vitamine B6

  • Pyridoxine HCL
  • P5P (Pyridoxal-5-fosfaat)

Pyridoxine HCL is de synthetische (goedkope) vorm, P5P is de natuurlijke actieve vorm.  Van P5P is minder nodig om werkzaam te zijn., het is echter niet duidelijk of het bij dezelfde hoeveelheden als pyridoxine HCL op termijn klachten kan geven. Blijf dus liever aan de lage kant met de totale dosering, ongeacht welke vorm vitamine B6 je slikt. Hoe langer je hogere doseringen B6 gebruikt hoe groter de kans wordt op het ontstaan van klachten.

Indien je merkt dat er klachten ontstaan die kunnen wijzen op een teveel aan B6, stop dan een week of drie met de inname ervan. Verdwijnen vervolgens de klachten, dan lag het zeer waarschijnlijk aan een te hoge B6 suppletie en is er een suppletiepauze nodig, en bij heraanvang een lagere dosering van vitamine B6.

Voor vitamine B6 in de vorm van Pyridioxine HCL adviseren we onderstaande veiligheidsdosering

  • Maximaal 75mg per dag gedurende 1 maand
  • Maximaal 50mg per dag gedurende 2 maanden
  • Maximaal 30mg per dag gedurende 6 maanden
  • Maximaal 20mg per dag gedurende 12+ maanden

Let er ook op dat je een aantal B vitaminen (waaronder B6) binnen krijgt via de normale voeding en via sommige supperfoods, bijvoorbeeld graangrassen zoals tarwegrasblad, havergrasblad, kamutgrasblad en gerstegrasblad.

De aanvaardbare bovengrens van B6 suppletie volgens de Gezondheidsraad is 25 mg per dag. Dat is in lijn met het advies van EFSA. Deze bovengrens geldt echter voor lange termijn inname, jaren achtereen dus. Men heeft de NOAL (No Observed Adverse Effect Level) en UL (Tolerable upper intake level) gesteld op 100 mg per dag. Uit onderzoek bleek dat suppletie van meer dan 50mg per dag, gedurende meer dan zes maanden achtereen klachten kunnen geven. Er zijn echter nogal wat vragen bij dat onderzoek. In de literatuur wordt ook een onderzoek aangehaald waar 40mg als bovengrens genoemd wordt, maar daar zijn nog grotere vraagtekens bij. In de VS geldt 100mg als bovengrens. Dat is ook wat maximaal verkocht mag worden in Nederland.

Media-aandacht

De recente aanzienlijke mediaaandacht voor mogelijke B6 overdosering zou doen vermoeden dat het in de praktijk een groot probleem is. Er is reden daaraan te twijfelen. In de afgelopen jaren zijn er bij Lareb 15 klachten binnengekomen. Tot nu toe, 2 klachten in 2014. De gezondheidsrisico’s van gebruik van geregistreerde geneesmiddelen zijn helaas oneindig veel groter, met gemakkelijk tienduizenden doden per jaar. Zowat de halve Nederlandse bevolking (ongeveer 7,8 miljoen mensen) is chronisch ziek. Het merendeel ervan heeft meerdere chronische ziekten. Er is nog veel werk te verzetten door natuurgeneeskundigen enerzijds, en zieken (verantwoordelijkheid en regie nemen) anderzijds.

Bijzonderheden

  • Vooral bij goedkopere vitamineproducten blijkt er een verschil te zijn tussen de aanwezige en genoemde hoeveelheden.
  • Bij eiwittekorten (in het bijzonder van cysteïne) wordt de toxiciteit van vitamine B6 vergroot.
  • Vitamine B6 heeft, voor een optimale werkzaamheid, ook magnesium en vitamine B2 nodig. Dit zijn de zogenaamde co-factoren voor B6.
  • Bij regelmatige B12 suppletie via injecties zijn er meer B vitaminen nodig, omdat er in die situatie meer B vitaminen ‘verbruikt’ worden door de hoge B12 dosering.

Bron

_____________________________________________________________

Effecten van vitamine B6 metabolisme op oncogenese, tumorprogressie en therapeutische respons

L Galluzzi , E Vacchelli , J Michels , P Garcia , O Kepp , L Senovilla , ik Vitale en G Kroemer

Pyridoxal-5′-fosfaat (PLP), de biologisch actieve vorm van vitamine B6, naar verluidt fungeert als een prosthetische groep> 4 % van geclassificeerde enzymatische activiteiten van de cel. Het is daarom niet verwonderlijk dat veranderingen van vitamine B6 metabolisme zijn geassocieerd met meerdere menselijke ziekten. Als treffend voorbeeld, mutaties in het gen dat codeert voor antiquitin, een evolutionair oude aldehyde dehydrogenase leiden tot pyridoxine-afhankelijke toevallen, vanwege de accumulatie van een metabolisch tussenproduct dat PLP inactiveert. Bovendien is PLP nodig voor de afbraak van homocysteïne door transsulfuratie.Derhalve verminderde circulerende niveaus van B6 vitameren (inclusief PLP en de belangrijkste precursor pyridoxine) vaak gepaard met hyperhomocysteïnemie, een aandoening die is geassocieerd met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten meerdere. Gedurende de afgelopen 30 jaar, heeft een intense golf van klinisch onderzoek geprobeerd om de vermeende banden tussen vitamine B6 en kanker ontleden. Aldus hoge circulerende niveaus van vitamine B6, als zodanig of als ze gereflecteerd verminderde hoeveelheden circulerend homocysteïne zijn geassocieerd met verbeterde overleving hebben bij patiënten waarop uiteenlopende hematologische en solide tumoren.Meer recent is de vaardigheid van vitamine B6 metabolisme aangetoond dat de adaptieve respons van tumorcellen tot een overvloed aan fysische en chemische stresscondities moduleren. Bovendien verhoogde pyridoxal kinase (PDXK), het enzym dat pyridoxine en andere vitamine B6 precursors omzet in PLP, is aangetoond dat een goede, therapie-onafhankelijke prognostische marker bij patiënten die aan niet-kleincellig longcarcinoom vormen (NSCLC) . Hier zullen we de klinische relevantie van vitamine B6 metabolisme bespreken als een prognostische factor bij kankerpatiënten.

Bron

Welke producten bevatten vitamine B 6?
B 6 komt van nature veel voor in eiwitrijke producten  zoals: kip, lever, eidooier, vis, zilvervliesrijst, zaden en noten, avocado, sojabonen. B 6 is belangrijk bij o.a.: cholesterolstofwisseling, omzetting van hormonen, goede werking van het immuunsysteem, celdeling, omzetting van eiwitten, vetten (prostaglandinesynthese), koolhydraten, vochthuishouding, aanmaak van de rode bloedcellen, leverontgiftingsprocessen, etc.

Moerman was de eerste die in zijn diëten werkte met 2 rauwe eidooiers per dag. Zo te zien een geniale vondst, omdat er zoveel goede stoffen tegelijkertijd in voorkomen. Ook bij mensen die van hun kater af willen komen na rijkelijk alcohol gebruik zijn eidooiers met tomatensap een geliefd ‘medicinaal drankje’. Bij hart en vaatziekten met een hoge homocysteïne is het ei ook weer helemaal terug.

Maar ook bij het B 6 verhaal (in eiwitrijke producten) komt het ei weer in beeld. Samen met magnesiumrijke groenten(sap) en zilvervliesrijst een goedkope voedzame maaltijd voor het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel dat in deze moderne tijd met zijn enorme toename aan prikkels best een steuntje in de rug nodig heeft.De verschillen tussen eidooiers en een heel ei (gekookt)

2 Eidooiers
750 KJ
218 Kcal
8 gr eiwit
4 gr verzadigd vet
17 totaal vet
650 cholesterol
75 mg kalium
75 mg calcium
7 mg magnesium
3 mg ijzer
265 mcg vit. A
2,5 mcg vit. D
0,12 mg B1
0,20 mg B2
0,12 mg B6
60 mcg foliumzuur
1,90 mcg B 12
1 Gekookt ei
350 KJ
75 Kcal
6,5 gr eiwit
1,5 gr. verzadigd vet
5,5 totaal vet
165 mg cholesterol
65 mg kalium
25 mg calcium
6,5 mg magnesium
0,9 mg ijzer
99 mcg vit. A
0,9 mcg vit. D
0,02 mg B1
0,24 mg B2
0,03 mg B6
21 mcg foliumzuur
0,55 mcg B12

Aminozuursamenstelling van een eiEiwit-aminozuursamenstelling in een ei (50 gram)
0,46 isoleucine
0,54 leucine
0,52 valine
0,34 methionine
0,15 cystine
0,37 fenylalanine
0,31 tyrosine
0,25 threonine
0,9 tryptofaan
0,34 lysine
0,13 histidine
0,42 arginine
Een ei bevat géén carnitine.

Bron

Therapeutische toepassingen van vitamine B6
Premenstrueel syndroom: premenstrueel syndroom omvat een
clustervariatie van symptomen waaronder vermoeidheid, stemmingswisselingen,
angst, depressie, vermoeidheid, vochtretentie, vergeetachtigheid,
gevoelige borsten, duizeligheid en toename van eetlust,
die rond de ovulatie beginnen en weer verdwijnen aan het begin van
de menstruatie. Een review van gerandomiseerde, dubbelblinde,
placebogecontroleerde studies suggereert dat suppletie met twee
doseringen van 50 mg B6 per dag, zorgt voor verlichting van PMSsymptomen
[11,18]. In Iraans onderzoek waaraan 160 jonge vrouwen
met PMS deelnamen bleken de PMS-klachten significant te verminderen
bij gebruik van 80 mg B6 per dag [19]. Van de symptomen
nam angst het meest in hevigheid af. Vitamine B6 heeft een gunstige
invloed op PMS door een mogelijke verbetering van de beschikbaarheid
van dopamine, serotonine en GABA en via modulatie van de
hormoonafhankelijke genexpressie
Carpaletunnelsyndroom: carpaletunnelsyndroom is een neuropathie
veroorzaakt door compressie van de nervus medianus in de pols.
Het gaat gepaard met pijn, een doof gevoel, zwakte en tintelingen in de
handen. Factoren die kunnen bijdragen aan carpaletunnelsyndroom
zijn onder meer overbelasting (RSI), trauma, zwangerschap, oedeem,
sarcoïdose, diabetes, reuma en hypothyroïdie. Veel mensen met carpaletunnelsyndroom
hebben een lage vitamine-B6-status; daarbij is in
onderzoek een omgekeerd verband gevonden tussen de P5P-spiegel
en de ernst van de pijn, tintelingen en slaapproblemen [2,20,21]. Vitamine
B6 is een kritische cofactor voor de neuronale synthese van
eiwitten, neurotransmitters en sfingolipiden. Mogelijk verhoogt vitamine
B6 hierbij de pijndrempel door de synthese van serotonine en
GABA te stimuleren. Suppletie met 50 tot 200 mg pyridoxine of P5P
per dag, gedurende minimaal 12 weken en dan vooral in combinatie
met 10 mg vitamine B2 per dag, draagt in veel gevallen bij aan verlichting
van de klachten, ook bij mensen zonder vitamine-B6-tekort [20]
Diabetes(complicaties): diabetici hebben een hogere vitamine-B6-
behoefte. In de praktijk hebben veel diabetici een subklinisch vitamine-
B6-tekort wat het ziekteproces negatief beïnvloedt en de kans
op complicaties vergroot. Preklinisch onderzoek heeft uitgewezen
dat een vitamine-B6-tekort gepaard gaat met afwijkingen van de
glucosetolerantie en daling van het insulinegehalte in alvleesklier en
bloed alsmede degeneratieve veranderingen in insulineproducerende
bètacellen van de alvleesklier [4]. Suppletie met pyridoxine kan de
glycemische controle bij type-2 diabetici verbeteren hetgeen zich laat
zien in een daling van het geglycosyleerd hemoglobine. In een proefdiermodel
voor diabetes type 2 zorgde pyridoxine voor significante
verlaging van de bloedglucosespiegel. Bij mensen is verbetering van
de glucosetolerantie door vitamine B6 vooralsnog waargenomen bij
vrouwen met zwangerschapsdiabetes [4].
“B6-deficiëntie gaat gepaard met
afwijkingen in de glucosetolerantie”
Er zijn sterke aanwijzingen dat suppletie met vitamine B6, in de vorm
van zowel pyridoxamine, P5P als pyridoxine, het ontstaan danwel de
progressie remt van diabetische retinopathie, cataract, nefropathie,
(poly)neuropathie, dislipidemie en hart- en vaatziekten [1,4,22-24].
Vooral pyridoxamine remt de glycosylering, een niet-enzymatisch
proces waarbij suikers in aanwezigheid van zuurstof binden aan vrije
NH2-groepen van eiwitten, vetten of nucleïnezuren [23]. Hyperglycemie
en oxidatieve stress bevorderen glycosylering en daarmee de
vorming van AGE’s (advanced glycation endproducts). AGE’s spelen
een prominente rol in de pathogenese van diabetescomplicaties

Misselijkheid en overgeven: sinds de jaren veertig van de vorige
eeuw wordt vitamine B6 voorgeschreven bij misselijkheid en braken
door zwangerschap. In een studie namen vrouwen die last hadden van
ochtendmisselijkheid 3 dagen lang iedere 8 uur 25 mg pyridoxine in. Dit
leidde tot significante vermindering van braken en afname van hevige
misselijkheid [2,11]. Een dosis van 10 mg pyridoxine iedere 8 uur gedurende
10 dagen werkte ook goed [11].
Vitamine B6 in een dosering van 50 tot 200 mg per dag wordt ook
gebruikt om misselijkheid door radiotherapie te verminderen [11].
Autisme: al tientallen jaren wordt de combinatie van magnesium met
100 tot 200 mg B6 per dag ingezet bij kinderen met autisme waarbij
tot 50% van de kinderen vooruitgang toont in gedrag en communicatie
[25]. In een review van de Cochrane Collaboration is echter vastgesteld
dat het wetenschappelijk nog niet vast staat dat suppletie met
vitamine B6 en magnesium leidt tot een significante verbetering van
autisme [26].
Tardieve dyskinesie: tardieve dyskinesie is een bijwerking van neuroleptica
die bij schizofrenie worden voorgeschreven. Vijftien patiënten
met de bewegingsstoornis kregen een vitamine-B6-supplement,
waarbij de dosis in 4 weken geleidelijk werd opgebouwd van 100 naar
400 milligram per dag. Inname van een dagdosis van 300 of 400 mg
resulteerde in significante afname van symptomen van tardieve dyskinesie
[27]. De klachten kwamen weer terug nadat de proefpersonen
waren gestopt met het innemen van vitamine B6.
• Depressie: de synthese van neurotransmitters serotonine en noradrenaline
is P5P-afhankelijk; een vitamine-B6-tekort zou dus theoretisch
kunnen leiden tot depressie. Klinische studies hebben echter niet
kunnen aantonen dat exclusieve suppletie met vitamine B6 helpt bij
depressie [11,28]. Vitamine B6 verlicht mogelijk wel depressies bij
premenopauzale vrouwen [28].
Chineesrestaurantsyndroom: de afbraak van de smaakversterker
monosodiumglutamaat (MSG of Ve-Tsin), die veel wordt gebruikt in de
Chinese keuken, is afhankelijk van vitamine B6. Consumptie van MSG
kan leiden tot tintelingen, jeuk, warmte en hartkloppingen, vooral bij
een relatief vitamine-B6-tekort. Mensen die klachten krijgen na het
eten van MSG kunnen baat hebben bij 50 mg vitamine-B6-suppletie
per dag [29].
Spierkramp in de benen: circa de helft van de zwangere vrouwen
heeft last van spierkramp in de benen, vooral in de tweede helft van
de zwangerschap en ‘s nachts. In een Iraanse studie zorgde suppletie
met een combinatie van 40 mg pyridoxine en 100 mg thiamine per
dag, voor een significante afname van spierkramp [30].
• Dosering, veiligheid en interacties: de aanbevolen dagelijkse
hoeveelheid voor volwassenen is 1,5 mg vitamine B6 per dag (voor
mannen boven 51 jaar 1,8 mg/dag) [3]. Het wateroplosbare vitamine
wordt snel afgebroken en uitgescheiden. In te hoge dosering kan
vitamine B6 perifere neuropathie veroorzaken. In Nederland geldt
een veilige bovengrens van 25 mg B6-inname per dag (Nederlandse
Gezondheidsraad). De Verenigde Staten hanteren een veilige bovengrens
van 100 mg per dag (Amerikaanse Institute of Medicine) [1-3].
Voor therapeutische toepassingen worden meestal dagdoseringen
tussen de 25 en 200 mg voorgeschreven. Er is weinig bewijs voor
toxiciteit van pyridoxine in doseringen tot 200 mg per dag, ook niet
als het vitamine gedurende langere tijd wordt gebruikt [2,11]. Waarschijnlijk
is P5P minder toxisch in hoge doseringen dan pyridoxine [2].
Verschillende medicijnen verlagen de vitamine-B6-status (zie tabel 1).
Vitamine B6 verlaagt de effectiviteit van L-dopa, fenobarbital en fenytoïne,
maar verbetert mogelijk het effect van nortryptiline bij ouderen
[32]. Kalium, vitamine B-complex, vitamine C, magnesium en selenium
verbeteren de vitamine-B6-status. <<
Referenties
1. Spinneker A, Sola R, Lemmen V et al. Vitamin B6 status, deficiency and its consequences-
an overview. Nutr Hosp. 2007;22(1):7-24**
2. Vitamin B6 (pyridoxine and pyridoxal 5’-phosphate) – monograph. Altern Med Rev.
2001;6(1):87-92**
3. G ezondheidsraad. Voedingsnormen: vitamine B6, foliumzuur en vitamine B12. Den
Haag: Gezondheidsraad, 2003; publicatie nr 2003/04
4. Jain SK. Vitamin B6 (pyridoxamine) supplementation and complications of diabetes.
Metabolism. 2007;56(2):168-71**
5. Friso S, Girelli D, Martinelli N, et al. Low plasma vitamin B-6 concentrations and modulation
of coronary artery disease risk. Am J Clin Nutr 2004;79:992-8
6. Chiang EP, Smith DE, Selhub J et al. Inflammation causes tissue-specific depletion of
vitamin B6. Arthritis Res Ther. 2005;7(6):R1254-62
52 Van Nature nr. 7 – 2007Misselijkheid en overgeven: sinds de jaren veertig van de vorige
eeuw wordt vitamine B6 voorgeschreven bij misselijkheid en braken
door zwangerschap. In een studie namen vrouwen die last hadden van
ochtendmisselijkheid 3 dagen lang iedere 8 uur 25 mg pyridoxine in. Dit
leidde tot significante vermindering van braken en afname van hevige
misselijkheid [2,11]. Een dosis van 10 mg pyridoxine iedere 8 uur gedurende
10 dagen werkte ook goed [11].
Vitamine B6 in een dosering van 50 tot 200 mg per dag wordt ook
gebruikt om misselijkheid door radiotherapie te verminderen [11].
• Autisme: al tientallen jaren wordt de combinatie van magnesium met
100 tot 200 mg B6 per dag ingezet bij kinderen met autisme waarbij
tot 50% van de kinderen vooruitgang toont in gedrag en communicatie
[25]. In een review van de Cochrane Collaboration is echter vastgesteld
dat het wetenschappelijk nog niet vast staat dat suppletie met
vitamine B6 en magnesium leidt tot een significante verbetering van
autisme [26].
• Tardieve dyskinesie: tardieve dyskinesie is een bijwerking van neuroleptica
die bij schizofrenie worden voorgeschreven. Vijftien patiënten
met de bewegingsstoornis kregen een vitamine-B6-supplement,
waarbij de dosis in 4 weken geleidelijk werd opgebouwd van 100 naar
400 milligram per dag. Inname van een dagdosis van 300 of 400 mg
resulteerde in significante afname van symptomen van tardieve dyskinesie
[27]. De klachten kwamen weer terug nadat de proefpersonen
waren gestopt met het innemen van vitamine B6.
• Depressie: de synthese van neurotransmitters serotonine en noradrenaline
is P5P-afhankelijk; een vitamine-B6-tekort zou dus theoretisch
kunnen leiden tot depressie. Klinische studies hebben echter niet
kunnen aantonen dat exclusieve suppletie met vitamine B6 helpt bij
depressie [11,28]. Vitamine B6 verlicht mogelijk wel depressies bij
premenopauzale vrouwen [28].
• Chineesrestaurantsyndroom: de afbraak van de smaakversterker
monosodiumglutamaat (MSG of Ve-Tsin), die veel wordt gebruikt in de
Chinese keuken, is afhankelijk van vitamine B6. Consumptie van MSG
kan leiden tot tintelingen, jeuk, warmte en hartkloppingen, vooral bij
een relatief vitamine-B6-tekort. Mensen die klachten krijgen na het
eten van MSG kunnen baat hebben bij 50 mg vitamine-B6-suppletie
per dag [29].
• Spierkramp in de benen: circa de helft van de zwangere vrouwen
heeft last van spierkramp in de benen, vooral in de tweede helft van
de zwangerschap en ‘s nachts. In een Iraanse studie zorgde suppletie
met een combinatie van 40 mg pyridoxine en 100 mg thiamine per
dag, voor een significante afname van spierkramp [30].
• Dosering, veiligheid en interacties: de aanbevolen dagelijkse
hoeveelheid voor volwassenen is 1,5 mg vitamine B6 per dag (voor
mannen boven 51 jaar 1,8 mg/dag) [3]. Het wateroplosbare vitamine
wordt snel afgebroken en uitgescheiden. In te hoge dosering kan
vitamine B6 perifere neuropathie veroorzaken. In Nederland geldt
een veilige bovengrens van 25 mg B6-inname per dag (Nederlandse
Gezondheidsraad). De Verenigde Staten hanteren een veilige bovengrens
van 100 mg per dag (Amerikaanse Institute of Medicine) [1-3].
Voor therapeutische toepassingen worden meestal dagdoseringen
tussen de 25 en 200 mg voorgeschreven. Er is weinig bewijs voor
toxiciteit van pyridoxine in doseringen tot 200 mg per dag, ook niet
als het vitamine gedurende langere tijd wordt gebruikt [2,11]. Waarschijnlijk
is P5P minder toxisch in hoge doseringen dan pyridoxine [2].
Verschillende medicijnen verlagen de vitamine-B6-status (zie tabel 1).
Vitamine B6 verlaagt de effectiviteit van L-dopa, fenobarbital en fenytoïne,
maar verbetert mogelijk het effect van nortryptiline bij ouderen
[32]. Kalium, vitamine B-complex, vitamine C, magnesium en selenium
verbeteren de vitamine-B6-status. <<
Referenties
1. Spinneker A, Sola R, Lemmen V et al. Vitamin B6 status, deficiency and its consequences-
an overview. Nutr Hosp. 2007;22(1):7-24**
2. Vitamin B6 (pyridoxine and pyridoxal 5’-phosphate) – monograph. Altern Med Rev.
2001;6(1):87-92**
3. G ezondheidsraad. Voedingsnormen: vitamine B6, foliumzuur en vitamine B12. Den
Haag: Gezondheidsraad, 2003; publicatie nr 2003/04
4. Jain SK. Vitamin B6 (pyridoxamine) supplementation and complications of diabetes.
Metabolism. 2007;56(2):168-71**
5. Friso S, Girelli D, Martinelli N, et al. Low plasma vitamin B-6 concentrations and modulation
of coronary artery disease risk. Am J Clin Nutr 2004;79:992-8
6. Chiang EP, Smith DE, Selhub J et al. Inflammation causes tissue-specific depletion of
vitamin B6. Arthritis Res Ther. 2005;7(6):R1254-62
52 Van Nature nr. 7 – 2007

De naam homocysteïne is gebaseerd op het feit dat het een homoloog is van cysteïne, het bevat een extra CH2-groep in de keten naar de SH-groep.

Homocysteïne is een zwavelhoudend aminozuur dat in het organisme endogeen wordt gevormd in het metabolisme van andere aminozuren, methionine (dierlijke producten bevatten twee tot drie keer meer methionine) en/of cysteïne.
(het is een normale maar giftige aminozuur metaboliet).
De omzetting gebeurt met behulp van enzymen (o.a. methyleentetrahydrofolaat reductase = MTHFR en enzym cystathion bèta-synthase), maar kan ook op andere manieren, door vitamine B6, B11 en B12. Deze hebben namelijk een functie als coenzym bij de afbraak van methionine.
Bij negen procent van de Nederlandse bevolking en bij twintig procent van de hart- en vaatproblemen werkt één van de enzymen (MTHFR) niet goed door een kleine erfelijke afwijking, een ‘genmutatie’.
Homocysteïne hebben we nodig voor de huishouding van eiwitten in ons lichaam.
Iedereen heeft deze stof. Een te veel aan homocysteïne kan echter schadelijk zijn.

Homocysteïne is een normaal afbraakproduct van de menselijke eiwitstofwisseling, cysteïne.
Een stoornis in deze methylatiecyclus heeft een negatieve invloed op meer dan 100 beschreven biochemische processen: waaronder methylering van DNA, RNA, eiwitten, fosfolipiden, myeline, polysacchariden en cathecholamines.
Als gevolg van dit verstoord afbraakproces ontstaat een opstapeling in het organisme met als gevolg een hyperhomocysteïnemie en hyperhomocysteïnurie. Roken, autoimmune ziekten, diabetes en hypothyroidie kunnen de homocysteïne spiegel doen stijgen.

Een verhoogde homocysteïne spiegel gaat vaak samen met een verlaagde foliumzuur spiegel. Deze combinatie kan ertoe leiden dat de eiwitten in het lichaam onvoldoende worden afgebroken en/of opgestapeld (zoals bijvoorbeeld bij een toxische opioide peptide activiteit). (zie ook hier)
Aminzozuren (eiwitten worden afgebroken in peptiden en zo in aminozuren) zijn de basis bouwstenen van de neurotransmitters.
Een defect in het proteolytisch metabolisme kan leiden tot neurologische stoornissen zoals gezien bij ADD, ADHD, ASS, depressie, vermoeidheid enz…

Homocysteïne wordt omgezet door:

1. Transsulfatie naar het niet giftige cystathion dat vervolgens omgezet kan worden in het aminozuur
cysteïne. Voor deze omzettingen is vitamine B6 (in de vorm van pyridoxaal-5-fosfaat) nodig.
2. Remethylatie naar het aminozuur methionine. Voor deze omzetting zijn foliumzuur en vitamine B12 nodig of
(voornamelijk bij omzetting in de lever) betaïne (ook TMG genoemd).
3. Hydrolyse. Deze omzetting vindt plaats wanneer voldoende van de aminozuren cysteïne en methionine
aanwezig is.

Hoeveel homocysteïne is goed?

Het gehalte homocysteïne in het bloed wordt uitgedrukt in micromol per liter. De meeste gezonde mannen hebben een gehalte van ongeveer 13-14 µmol/liter, gezonde vrouwen van 12-13 µmol/liter.

Er is geen vaste waarde die veilig of niet meer veilig te noemen is. Een gehalte van 15 µmol/liter bij iemand die nuchter is, dus niet heeft gegeten of gedronken, is de grenswaarde.

In Nederland heeft 14% van de mannen en 9% van de vrouwen een hogere waarde.

Welke factoren verhogen de homocysteïne waarde?

–  ‘familiaire’ hyperhomocysteïnemie (10%)
– roken (roken inactiveert B12 en kan zo mond/keelkanker doen ontstaan)
– alcohol, verhoogde cholesterol
– extra suppletie vitamine B3
– terkort aan vitaminen (B6, B11, B12)
– consumeren van teveel eiwitten in voeding (zie verhoogde eiwit inname)
– IAG aanwezigheid
– gluten-overgevoeligheid (hoeft niet noodzakelijk coeliakie te zijn)
– darmproblemen
– Leeftijd en geslacht: Mannen hebben een iets hoger gehalte homocysteïne dan vrouwen. Het gehalte stijgt
met de leeftijd, ongeveer met 10% per 10 jaar. Bij vrouwen na de menopauze is die stijging iets groter.
– andere
– geneesmiddelen: Metformin, L-Dopa, NO-boosters als Viagra, bepaalde kanker geneesmiddelen

Symptomen en mogelijke complicaties bij een verhoogde homocysteïne/verlaagd foliumzuur:

– belangrijke factor in het ontstaan van cardiovasculaire aandoeningen neurale buisdefecten, aandoeningen
van het zenuwstelsel, diabetes, reumatoïde artritis en alcoholisme
– cardiovasculaire aandoeningen (o.a. hartinfarct, atherosclerose) en perifere vasculaire aandoeningen (o.a.
beroerte)
– cognitieve achteruitgang bij ouderen / dementie / Alzheimer
– depressie (vooral bij ouderen)
– bipolaire/manische depressie
– neuropsychiatrische aandoeningen, bv. bij schizofrenie-achtige klachten, organische psychose (50% van de
schizofreniepatiënten hebbe een verhoogd homocysteïne, cfr. Prof. L. Pepplinkhuizen).
– slapeloosheid
– geïrriteerdheid
– vergeetachtigheid
– perifere neuropathie
– myelopathie
– “restless legs”-syndroom
– tandvleesontstekingen (periodontitis, gingivitis)
– jicht (ondersteunend)
– vitiligo
– een te hoog homocysteïne gehalte kan leiden tot het onderdrukken van de  neurotransmitters waaronder:
serotonine, dopamine, secretine, gasprine en melatonine.

Homocysteïne is schadelijk voor het zenuwweefsel en wordt in verband gebracht met verminderd hersenvolume bij ouderen, de ziekte van Alzheimer, ME en CVS..
Je hersenen gaan dus ‘schrompelen’ bij een hoog homocysteïne gehalte (tijdschrift Neurology, 2002).
Naast een sterke associatie met mond/keel/long/darmkanker wordt vaatschade door gebrek aan herstel door een laag B12/hoog homocysteïne verantwoordelijk gehouden voor een deel van zwangerschaps vergiftigingen en miskramen. Vaatschade aan de moederkoek (placenta) is vaak een oorzaak van een miskraam. Alle maatregelen in de Verenigde staten om hart- en vaatziekten terug te dringen hebben relatief weinig effect gehad. Dit is mede een reden waarom de aandacht zich nu richt op homocysteïne.

Verhoogde eiwit inname

Hoewel het lichaam een matige hoeveelheid methionine nodig heeft, kan elk teveel eraan (meestal door een te eiwitrijke voeding) worden omgezet in homocysteïne. Hoge homocysteïne-concentraties in het bloed kunnen ertoe leiden dat cholesterol wordt omgezet in geoxideerd LDL-cholesterol (de zogenaamde “slechte” cholesterol) die schade kan toebrengen aan de slagaders.

Een van de redenen waarom plantaardig eiwit meer en meer beschouwd wordt als veiliger en gezonder dan dierlijk, is omdat het minder zwavelbevattende aminozuren, zoals methionine, bevat. Dierlijke eiwitten, die een hoge concentratie aan zwavelbevattende aminozuren kunnen bevatten, kunnen zorgen voor verzuring van het bloed en zo de botdichtheid aantasten en het immuunsysteem verzwakken.

“Eiwitten zijn zoals bakstenen. Je kan ze gebruiken om een haard mee te bouwen, maar zeker niet als brandstof voor het vuur; ze vragen teveel hitte, en laten teveel resten achter.” (Rudolph Ballentine, M.D.) Wanneer aminozuren worden “verbrand” als brandstof (d.i. wanneer ze gebruikt worden voor de productie van energie), komt ammoniak vrij als residu. Ammoniak is giftig (vooral voor het zenuwstelsel) indien het zich opstapelt in het bloed. Variërende ammoniakniveaus kunnen het functioneren van de hersencellen aantasten. De energie die nodig is om deze ammoniak uit het lichaam te verwijderen, kan ook de calciumafscheiding verhogen. Patiënten met een slecht functionerende lever of nieren wordt aangeraden om hun eiwitinname te beperken, aangezien ze minder efficiënt kunnen omgaan met stikstofresidu’s. Een teveel aan ammoniak zou ook kunnen verantwoordelijk zijn voor de groei van kwaadaardige cellen (tumoren).

Volgens Harper-Collins Biochemistry, zetten putrificerende bacteriën in de dikke darm aminozuren om in polyamines, of giftige nevenproducten van eiwitten, zoals cadaverine (uit lysine), agmatine (uit arginine), tyramine (uit tyrosine), putrescine (uit ornithine) en histamine (uit histidine).

Zelfs al zijn sommige van deze polyamines belangrijke verbindingen die zorgen voor de groei van cellen, toch zijn er bewijzen dat hoge concentraties ervan tot de groei van tumoren kunnen leiden. Andere producten van het proteïnemetabolisme in de darm zijn ammoniak, fenolen, indolen en skatolen (methylindole), waarvan is aangetoond dat ze toxische effecten kunnen hebben.

Gevolgen van een te eiwitrijk dieet zijn:

– De zuurtegraad van het bloed verhoogd, wat mogelijk kan leiden tot bepaalde degeneratieve en auto-immuunziekten, en wat negatieve gevolgen heeft voor de celstofwisseling, zoals een verlaagde energieproductie, vochtophoping en oedemen en een mogelijke verhoging van de productie van vrije radicalen.
– Het opstapelen van toxische residuen in het lichaam. In tegenstelling tot sommige vitamines die ons lichaam kan stockeren voor later gebruik, kan overtollig eiwit (d.w.z. niet goed verteerd eiwit of teveel aan eiwit) niet gestockeerd worden. Het afval dat geproduceerd wordt samen met hun afbraak eist veel van de lever en de nieren. Vermoeidheid, overbelasting van het spijsverteringsstelsel en grotere gevoeligheid voor allergieën zijn mogelijke effecten.
– De accumulatie van urinezuur dat gevormd wordt in de gewrichten, bij het verteren van eiwitten. Dit verhoogt het risico op ontstekingen zoals jicht en artrose.
– Een groter verlies aan mineralen uit het lichaam, zoals magnesium, zink, ijzer en calcium.

Behandeling van een verhoogd homocysteïne:

Verminderen van de dierlijke eiwitten.
Suppleren met foliumzuur en vitamine B12. Eventueel bijkomend vitamine B6 en C.
Het is een meerwaarde als de suppletie van organische oorsprong is. (uitgezonderd foliumzuur: komt niet oorspronkelijk in de natuur voor en is afkomstig van chemische synthese)
Tevens dienen de onderliggende stoornissen genormaliseerd te worden. (mababsorptie, maldigestie, ph-waarde, gluten-overgevoeligheid, darmproblemen enz…)
In het geval suppleren met foliumzuur, vitamine B12-B6 niet werkt, kan TMG (Tri-Methyl-Glycine) overwogen worden. (minimaal 6 gram TMG per dag, verdeeld over de dag in te nemen ). Een andere naam voor TMG is TMG-Betaïne.
Betaïne-HCL (zoutzuur), Lecithine en Choline geven een lichte verlaging.
DMG heeft geen invloed op het homocysteïnegehalte
Ga in elk geval zelf niet experimenteren. Een verhoogde homocysteïne waarde is vaak een gevolg van een onderliggend fysiologisch probleem.
Steeds de vitamine B12 waarde controleren d.m.v. methylmalonyl. (Alleen foliumzuur geven kan een bestaand vitamine B12 tekort vergergeren, wat kan leiden tot bloedarmoede en zenuwschade))
Suppletie met selenium heeft geen invloed op de homocysteïnespiegel van gezonde personen, ondanks dat hun seleniumspiegel laag is.( bron )

Symptomen bij een tekort van foliumzuur:

– Slap gevoel
– Lusteloosheid
– kloofjes in de lippen
– Uitzonderlijke moeheid
– Slapeloosheid
– Prikkelbaarheid
– Dementie
– Mogelijk open ruggetje
– Tandproblemen (*)

Foliumzuur is een belangrijke B-vitamine (vitaminen zijn organische stoffen die geen energie leveren maar die essentieel zijn voor de celfuncties. Ze kunnen niet worden geproduceerd door het menselijk lichaam dus moeten ze worden verkregen uit ons voedsel), die een rol speelt bij de aanmaak van DNA. Ons lichaam maakt dus zelf geen foliumzuur aan, maar is voor deze vitamine afhankelijk van de voeding. Om er dagelijks voldoende van binnen te krijgen zouden we veel meer groente en fruit moeten eten, zoals citrusvruchten, broccoli of spruitjes.
Foliumzuur kan beschouwd worden als een co-factor voor belangrijke enzymen die in het lichaam aktief zijn. Het is bekend dat een tekort aan foliumzuur kan leiden tot schade aan DNA, chromosomen en zelfs hart-en vaatziektes.

(*) Er bestaat een onafhankelijk verband tussen een lage foliumzuurspiegel en paradontale aandoeningen. Dit bleek uit een studie in Taiwan bij oudere personen die hun eigen gebit nog hadden.
De onderzoeksgroep was afkomstig van een bevolkingsonderzoek en bestond uit 844 ouderen met een gemiddelde leeftijd van 70,6 jaar.
Hoe lager de foliumzuurspiegel in het serum was, hoe meer paradontaal verval te zien was. De negatieve relatie tussen de foliumzuurspiegel en paradontale ziekte bleef significant aanwezig als in de statistische analyse rekening werd gehouden met vitamine B12, homocysteïne, chronische ziekten, roken en alcoholconsumptie. De onderzoekers vinden dat in geval van paradontale aandoeningen gekeken moet worden naar de foliumzuurstatus van de patiënt. (bron)

Meer over foliumzuur kan u hier lezen.

Symptomen van een verlaagd vitamine B12 gehalte:

– energieverlies
– tintelingen
– verdovingsverschijnselen
– lagere pijn- of stressgevoeligheid
– wazig zicht
– evenwicht- en coördinatiestoornissen
– pijnlijke tong
– geheugenstoornissen
– verwarring
– hallucinaties
– labiliteit


Schematisch overzicht van de rol van vitamine B12 (cobalamine) in het homocysteïne- en het methylmalonzuurmetabolisme.

Vervolg van vitamine B12: Symptomen van een verlaagd vitamine B12 gehalte

Afspraak maken? info@natuurpraktijkaurora.nl

Eten volgens de 5 elementen

Voeding volgens de vijf elementenleer
De vijf elementenleer is een onderdeel van de Traditionele Chinese Geneeskunst.(Bron:academie voor natuurgeneeskunde; vak TCM) Deze leer gaat ervan uit dat als er een orgaan ziek is de andere organen het zieke orgaan helpen. Het gevaar daarbij is dat als het zieke orgaan niet beter wordt ook de helpende organen uitgeput raken waardoor weer andere organen worden aangesproken om te helpen.

Een orgaan kan het ziek zijn uiten door een gebrek aan warmte en energie of door een gebrek aan bloed en lichaamssappen, afhankelijk van de oorzaak van de ziekte.

Om de zieke organen te helpen er weer bovenop te komen kan je voedsel eten dat je weer extra warmte of juist lichaamssappen geeft. Voedingsmiddelen die een neutrale thermische werking hebben, brengen in het geval van gebrek aan warmte en energie juist warmte en in het geval van gebrek aan bloed en lichaamssappen (verhit), verkoeling. Daarom is het eten van producten die thermisch neutraal zijn altijd goed.

imageDe Chinese geneesheren kenden door ervaring, observatie en intuïtie de thermische werking van de voedingsmiddelen, maar de wetenschappelijke wereld wilde een verklaring. Die is te vinden in de hoeveelheden kalium en natrium dat een product bevat. Kalium staat voor afkoelend, natrium voor verwarmend. Een neutraal product heeft een kalium-natrium verhouding van 5:1. Is het kaliumaandeel kleiner dan 5, dan is het voedingsmiddel verwarmend, en dus goed voor mensen die een gebrek aan warmte en energie hebben. Ligt de hoeveelheid kalium boven de 5 dan is het product afkoelend, en dus goed voor mensen die een gebrek aan bloed en/of lichaamssappen hebben. Sinaasappels bijvoorbeeld hebben de verhouding 570:1 en zijn dus zeer afkoelend. Je kunt als stelregel aanhouden dat producten die veel (tropische) zon nodig hebben om te groeien verkoelender zijn dan producten die in een koeler klimaat kunnen groeien. Groenten die vorst kunnen doorstaan zijn over het algemeen verwarmend. Ook een hoog watergehalte is een teken van een afkoelende werking. Snel uit de grond getrokken groente bevatten meer vocht dan biologisch geteelde groente en zijn dus meer afkoelend dan biologische groente.

Elk orgaan heeft een partnerorgaan en samen horen ze bij een van de elementen hout, vuur, aarde, metaal of water. Ook de voedingsmiddelen horen tot één van die elementen. Het eten van voedingsmiddelen die bijvoorbeeld bij het element aarde horen hebben invloed op het orgaan dat bij het element aarde hoort. De thermische werking van de voedingsmiddelen is onderverdeeld in heet, warm, neutraal, verfrissend of koud. Hieronder volgt in het kort informatie over de elementen, hun bijbehorende organen en een aantal verwarmende, neutrale en verkoelende voedingsmiddelen.

Hout
Lever en galblaas vormen samen het element hout, ook wel boom genoemd. Peterselie, gort, kip en azijn zijn voorbeelden van hout-verwarmende producten. Hout-verkoelende voedingsmiddelen zijn spruitjes, zuurkool, appels, sinaasappels, zure zuivelproducten. Problemen met de lever uiten zich onder andere in problemen met het zien. De smaak die bij het element hout hoort is zuur.

Vuur
Het element vuur hoort bij de organen hart en dunne darm. Alle stoornissen en positieve invloeden die zich in een ander orgaan voordoen, worden door het hart geregistreerd en door middel van de tong zichtbaar gemaakt. Geiten- en schapenkaas en -melk, granenkoffie, oregano, paprikapoeder, rozemarijn en tijm zijn voorbeelden van vuur verwarmend producten
Vuur-neutraal zijn rode kool en veldsla. Vuurverkoelende voedingsmiddelen zijn andijvie, sla, rode biet, grapefruit. De smaak bitter hoort bij het element vuur.

Aarde
In de Traditionele Chinese Gezondheidsleer worden de milt en de pancreas als één orgaan gezien. Bij milt/pancreas hoort de maag en samen horen ze bij het element aarde. Een zwakke maag en milt/pancreas uit zich onder andere in depressiviteit en ongeconcentreerdheid. Venkel(thee), pompoen en kastanje zijn voorbeelden van aarde-verwarmende producten. Deze producten hebben een prettig bij-effect, je krijgt minder snel zin in zoete dingen. Kool, wortelen, snij- en sperziebonen, eieren, zoethout en sesam zijn aarde-neutraal. Ze hebben een evenwicht herstellende functie voor de maag en milt/pancreas. Aardeverfrissende voedingsmiddelen zijn bijvoorbeeld courgette, paprika, cashewnoten, gistbrood. De smaak die bij het element aarde hoort is zoet.

Metaal
De dikke darm en de longen horen bij het element metaal. Problemen met de dikke darm uiten zich vaak in huidproblemen: acne, eczeem, zweten of jeukende plekken. Metaal-verwarmende producten zijn specerijen als cayennepeper, kruidnagel, nootmuskaat en anijs. Uien, knoflook, basilicum, bieslook, geelwortel, gember, komijn en koriander zijn voorbeelden van metaal-neutrale voedingsmiddelen. Metaal verkoelend zijn radijs, koolraap, tuinkers en pepermunt. De smaak die bij het element metaal hoort is scherp.

Water
Nieren en blaas zijn de organen die horen bij het element water. De nieren zijn een opslagplaats voor energie in het lichaam. Problemen met de nieren uiten zich onder het oog in donkere of opgezette wallen en gebrek aan seksuele lust en angst gevoelens. Water-verwarmende producten zijn onder andere aal, baars, forel, zalm en tonijn. Water-neutrale producten zijn tuinbonen, erwten, linzen, rode sojabonen en adzukibonen. Voorbeelden van water verkoelende voedingsmiddelen zijn miso, sojasaus, kombu, en mineraalwater. De smaak die bij het element water hoort is zoutig.
Het is niet gemakkelijk om zelf uit te vinden of je organen teveel aan warmte of een teveel aan bloed en sappen hebben. Dat kan je het best door een deskundige laten uitzoeken. Want als je bijvoorbeeld teveel warmte toevoegt kunnen je organen juist oververhit raken. Je kunt wel altijd veilig neutrale voedingsmiddelen eten.

5 elementen

5 elementen hout vuur aarde metaal water

jaargetijde lente zomer nazomer herfst winter
klimaat

wind hitte vochtigheid droogte koude
kleur

groen rood geel wit zwart
yin-orgaan

lever hart milt longen nieren
yang-orgaan

galblaas dunne darm maag dikke darm blaas
zintuig

zien spreken proeven ruiken horen
smaak

zuur bitter zoet scherp zoutig
emoties

drift
grootmoedigheid
tolerantie vreugde
intelligentie
intuïtie verstand
stabiliteit
piekeren bedroefdheid
vertrouwen
rechtvaardigheid angst
moed
bescheidenheid