Slaapgedrag

Met de juiste behandeling wordt het op een gegeven moment beter. Belangrijk is de oorzaak van de slaapstoornis te kennen. Alleen op die manier is het mogelijk om de strijd effectief aan te gaan.

Voorbeeld uit mijn praktijk

Het werk van een client van mij gaf destijds veel stress. Ze werkte minstens 50 uur per week en zat vaak ook ’s avonds en in het weekend nog achter de pc om alles af te krijgen. De druk was enorm hoog omdat het niet goed ging met het bedrijf waarvoor ze werkte. Men vreesde ontslagen te worden. Wie kan met zo’n situatie ontspannen omgaan? Mijn client in ieder geval niet…Ik denk dat dit zeker deels de Psychische oorzaken van slaapstoornissen van haar slaapproblemen was. Het begon allemaal met niet goed meer in slaapvallen. Ze nam haar problemen, zorgen en angsten mee naar bed en kon geen rust vinden. Dit heeft ongeveer een maand geduurd. Vaak viel ze op de bank in slaap als ze tv probeerde te kijken, maar het frustrerende was dat zodra ze in bed lag, ze weer klaarwakker was. Het begon tot haar door te dringen dat ze toe was aan vakantie en ontspanning. Ze is toen twee weken naar Zuid-Frankrijk gegaan om uit te rusten. Eindelijk kon ze weer goed in slaap komen en ook langer uitslapen. Na haar vakantie kwam ze uitgerust op kantoor terug en ze voelde haar weer fit en beter belastbaar. Ze zag haar slaapproblemen als een dip die gelukkig weer voorbij was. Helaas bleek dit niet het geval te zijn, want na een jaar kwamen de problemen dubbel en dwars terug. De ‘dip’ bleek eigenlijk een waarschuwingsteken te zijn geweest en ze had het niet serieus genoeg genomen.

Op haar 40ste werden de slaapstoornissen ernstig

De werksituatie veranderde niet en de problemen werden steeds erger. Tot haar 44ste had ze te maken met zware slaapstoornissen, paniekaanvallen en stemmingswisselingen. Ze was niet langer baas meer over haar eigen lichaam en zat gevangen in een vicieuze cirkel:

schermafbeelding-2017-02-03-om-00-48-51

Ze kon zich geen nacht meer herinneren waarin ze meer dan 3 uur aan één stuk heeft doorgeslapen. Ze werd elke nacht rond drie uur wakker, ze hoefde niet eens meer op de klok te kijken. Ze deed dit natuurlijk toch, waardoor ze vervolgens met slechte en donkere gedachten in haar hoofd lag te woelen. Doorgaans lag ze tot vijf of zes uur ’s ochtend wakker. Daarbij had ze constant in haar achterhoofd dat ze om zeven uur weer moest opstaan en hoeveel uren ze dus nog ‘over’ had om te slapen. Overdag was ze doodmoe en niet vooruit te branden: kortom een wrak.

Dit had natuurlijk ook impact op haar werk. Tegenover haar collega’s gedroeg ze zich kortaf en ze kon haar nauwelijks op haar taken en werkzaamheden concentreren, ook al deed ze daarvoor veel moeite. Ook in haar privé leven begonnen haar slaapproblemen sporen na te laten. Een partner en kinderen had ze toen nog niet. Daarom was haar grote vriendenkring heel belangrijk voor haar. Het lastige was alleen dat ze steeds minder zin had om energie te steken in alle vriendschappen. Ze ging niet meer uit, deed niet meer aan sport en had ook geen zin meer om uitgebreid te bellen met mensen. Ze was ’s avonds gewoon kapot! De slaapstoornis beheerste haar leven.

Ze was bang dat ze nooit meer van haar slaapproblemen af zou komen

Ze kon zich niet voorstellen dat het ooit beter zou worden. Haar stemming werd steeds donkerder. Weliswaar was ze  overdag door haar werk afgeleid, maar ‘s avonds bekroop haar de angst voor de nacht. Ze wist dat ze weer slapeloze uren in bed te wachten stonden en de stress en onrust begonnen vanaf het moment dat ze thuis kwam. Zo was het natuurlijk onmogelijk om lekker in slaap te vallen. Ze leed voortdurend onder slaapgebrek.

Bijna drie jaar werd ze door deze slaapstoornissen gekweld

Het werd zo erg dat ze aan een depressie  of een burn-out dacht te lijden. Ook met terugwerkende kracht zou ze dat niet willen uitsluiten. Ze had destijds alle symptomen van een burn-out. Geen wonder bij al die werkgerelateerde stress. Er zijn talrijke vormen van depressies, ook een slaapstoornis kan onder depressie vallen. Hoewel het bij haar niet zo ver ging dat ze suïcidale gedachten of zelfmoordneigingen had.

De bekende slaapmedicatie heeft ze allemaal geprobeerd.

Melatonine voor het in slaapvallen, lavendel en valeriaan om te kalmeren en St. janskruid tegen de angst voor het slapengaan. Met deze middelen en nog vele anderen heeft ze het allemaal geprobeerd. Maar werkelijk geholpen heeft het niet. Ze heeft zelfs een klein zakje met kamille en lavendel onder haar kussen gelegd, omdat ze dat op internet gelezen had, dat het voor een goede nachtrust zou zorgen. Het mocht allemaal niet baten. U kunt hieruit misschien opmaken hoe wanhopig ze destijds was. Ze greep alles aan wat mogelijk zou kunnen helpen in haar strijd tegen de slaapproblemen. Gelukkig kwam ze bij mij in de praktijk en kon ik haar goed helpen.

Aminozuren was in haar geval de oplossing.

Mijn client: “Het woord “aminozuur” klonk in eerste instantie merkwaardig”. Zuren kunnen toch niets goeds zijn dacht ik. Ik zat wat dat betreft helemaal fout, aangezien aminozuren juist tot de meest natuurlijke en gezonde nutriënten behoren. Deze bevinding werd in 1998 zelfs met de Nobelprijs voor de Geneeskunde toegekend. Het ging daarbij voornamelijk om het aminozuur arginine. Samen met de aminozuren glutamine en carnitine vormt het een belangrijk wapen in de strijd tegen slaapstoornissen. Samengevat: de aminozuren zorgen er op een natuurlijke manier voor dat bepaalde afvalstoffen die medeveroorzaker zijn van slaapstoornissen (zoals ammoniak) beter worden afgebouwd. Dit natuurlijke ontgiftingsproces is volledig zonder bijwerkingen en bij Alie Wouda van Natuurpraktijk Aurora te verkrijgen.

Je staat er met je slaapproblemen niet alleen voor

Ik wens je een goede nachtrust toe….

Contact

img_2777

Alie Wouda van natuurpraktijk Aurora

Prostaat problemen voorkomen

 

Prostaat
De prostaat maakt onderdeel uit van het mannelijk voortplantingssysteem. De taak van de prostaat is het produceren van een slijmerige vloeistof, die dienst doet als transport- en voedingsvloeistof voor spermacellen. Deze vloeistof smeert de urethra en verbetert de beweeglijkheid van spermacellen. Van het totale volume van het ejaculaat bestaat zo’n 30% uit de prostaatvloeistof, waarin eiwitten (o.a. het prostaatspecifiek antigeen PSA), citroenzuur en met name veel zink voorkomt. Vooral het zink is voor de kwaliteit van het sperma zeer belangrijk.

Prostaatvergroting
Tijdens de puberteit groeit de prostaat door de hormonale veranderingen tot volwassen grootte uit. Vanaf 25 jaar neemt de prostaat heel traag verder in omvang toe. Tegenwoordig wordt bij 10% van de mannen onder 40 jaar al een lichte prostaatvergroting geconstateerd, hetgeen echter zelden tot klachten leidt. Dat prostaathypertrofie steeds vaker op jongere leeftijd voorkomt, heeft mogelijk te maken met het gebruik van onvolwaardige voeding (veel verzadigd vet, gefrituurde voeding, vlees, zuivel en weinig essentiële voedingsstoffen en vezels) en een zittende leefstijl. Boven de 50 jaar heeft ca. 75% van de mannen (goedaardige) prostaathypertrofie (BPH). Bij de helft van de mannen treden klachten op, terwijl bij 10% chirurgisch ingrijpen noodzakelijk is. Boven de 85 jaar blijkt zelfs 95% van de mannen een vergrote prostaat te hebben.

Klachten
Goedaardige prostaatvergroting is een androgeen-afhankelijke conditie en ontstaat meestal in het binnenste gedeelte van de prostaat, dat de urethra omsluit. Accumulatie van DHT (dihydrotestosteron) in de prostaat speelt hierbij een rol. Er zijn aanwijzingen dat DHT betrokken is bij het ontstaan van BPH door verhoging van de IGF-2-activiteit (insulinegroeifactor-2).1 Omdat de prostaat de urethra omsluit wordt bij het groeien van de prostaat de urethra dichtgedrukt, terwijl ook druk op de blaas kan ontstaan. Een sterke vergroting van de zijlobben van de prostaat kan slechts tot milde symptomen aanleiding geven, terwijl een milde vergroting van de middenlob al tot ernstige klachten aanleiding kan geven. Klachten als gevolg van BPH zijn; moeite met (door)plassen, zwakke urinestraal, pijn bij het plassen, frequent ’s nachts urineren (nocturie), nadruppelen, onvolledige blaaslediging, incontinentie en een verhoogde kans op urogenitale infecties.

Oorzaken
Diverse factoren spelen bij het ontstaan van BPH een rol. Met het toenemen van de leeftijd verandert de hormoonhuishouding, waarbij de bloedspiegel van testosteron daalt en die van prolactine en oestradiol stijgen. In de prostaat zelf stijgen de testosteron- en DHT-gehaltes, mede doordat het vermogen van de prostaatcellen om deze hormonen af te breken en uit te scheiden afneemt en prolactine de opname van testosteron in de prostaat en de omzetting in DHT bevordert. Deze verhoogde concentratie van androgene hormonen, met name DHT, zorgt voor prostaathyperplasie. Bier, stress, een gebrek aan zink en vitamine B6 kunnen ook bijdragen aan de prolactinestijging. Ook kan een tekort aan essentiële voedingsstoffen (zoals zink, lycopeen, vitamine B6, aminozuren, selenium) bijdragen aan de ongecontroleerde deling van prostaatcellen. Ook een te lage productie van lokale prostaglandines kan ertoe leiden dat teveel testosteron in de prostaat gebonden wordt

Afwachten
Het verloop van BPH wordt meestal afgewacht, voordat tot een chirurgische behandeling wordt overgegaan. In veel gevallen neemt de prostaatomvang vanzelf enigszins af. In deze periode en ter preventie van prostaathypertrofie en prostaatkanker hebben voedingsstoffen en kruiden, alleen en in combinatie, een gunstige uitwerking.

Uitsluiten prostaatkanker
Het is belangrijk prostaatkanker uit te sluiten. Dit geeft aanleiding in het begin tot dezelfde symptomen en komt in dezelfde leeftijdsgroep voor. Bij vroegtijdige ontdekking is de kans op genezing groter. Ook bij goedaardig gebleken prostaatvergroting blijft de noodzaak van regelmatige controle aanwezig, omdat prostaatkanker over het hoofd kan worden gezien, wanneer het in een later stadium ontstaan is.
De meeste vormen van kanker, waaronder prostaatkanker, ontwikkelen zich gedurende 10-20 jaar voordat ze manifest worden. Dit biedt tijd voor preventieve maatregelen. Er zijn aanwijzingen dat voedingsfactoren bij de preventie van prostaatkanker een belangrijke bijdrage leveren. Een hoge quetelet index en een hoge (verzadigde) vetconsumptie vergroten de kans op hormonale vormen van kanker.32

Regelmate controle PSA-spiegel
Stijging van de PSA (prostaat specifiek antigeen) spiegel in bloed, een stof die normaal door de prostaat wordt gevormd, is een belangrijke marker voor prostaatkanker. Mannen tussen de 40 en 60 jaar, van wie de PSA-spiegel boven de mediaan ligt en binnen de normaalwaarden, hebben 3 tot 6 keer meer kans binnen 25 jaar met prostaatkanker te worden geconfronteerd.3 Regelmatige screening is voor deze risicogroep belangrijk. Mogelijk is de gevoeligheid voor androgene hormonen bij een hogere PSA-spiegel groter. Onderzoekers achten het zinvol mannen reeds op 40 en 45-jarige leeftijd te testen op het PSA-gehalte en vanaf 50 jaar elke 2 jaar opnieuw.3 Een laag PSA-gehalte sluit kanker niet uit (door een relatief lage sensitiviteit), zodat de combinatie van een rectaal toucher en een PSA-test het meest betrouwbaar is. Als één van de twee een suggestie geeft voor kanker (PSA boven 4 ng/ml bloed, gebied van induratie bij toucher), is de volgende stap het nemen van een biopt. Aangezien prostaatkanker in veel gevallen al is uitgezaaid wanneer er klachten ontstaan, is screening middels rectaal toucher en PSA-test belangrijk. Tevens wordt geadviseerd beide testen uit te voeren bij lagere urinewegklachten bij mannen.3

Anti-oestrogene activiteit
Met het toenemen van de leeftijd verschuift de balans tussen oestrogenen en androgenen/testosteron in de richting van de oestrogenen. De oestrogeendominantie verhoogt de gevoeligheid van de DHT-receptoren in de prostaat en bevordert daardoor prostaatgroei. Daarop richt ik mijn therapie, wat per individu verschilt!

 

Wat je alwel kan nemen is:

Zink
Zink is onderdeel van diverse fysiologisch actieve eiwitten, die een rol spelen bij de regulering van apoptose, transcriptie en celdifferentiatie. Prostaatepitheel heeft het hoogste zinkgehalte van alle organen en weefsels. Een hoge zinkspiegel in het prostaatweefsel remt vermoedelijk celgroei en stimuleert apoptose. Waarschijnlijk biedt een adequate zinkstatus bescherming tegen het ontstaan en de voortschrijding van prostaatvergroting en prostaatkanker.
Zink remt het enzym 5-alfareductase, en daarmee de vorming van DHT. Zink remt daarnaast de binding van androgene hormonen aan cellulaire receptormoleculen met als gevolg verhoogde uitscheiding van deze hormonen. Zink verhoogt de prolactine-opname in de prostaat, maar vermindert tegelijkertijd de afgifte van dit hormoon door de hypofyse en verlaagt het de specifieke binding van dit hormoon aan de betreffende prostaatreceptor.

Selenium
Selenium is onderdeel van de antioxidantverdediging tegen vrije radicalen en is belangrijk voor de regulatie van de redoxstatus in cellen. Selenium is van belang voor het goed functioneren van het afweersysteem; een seleniumtekort leidt tot een verminderde productie van IgM en IgG, seleniumsuppletie leidt onder meer tot een verhoogde NK- (natural killer) celactiviteit. Er zijn aanwijzingen dat selenium bescherming biedt tegen diverse typen kanker, waaronder prostaatkanker. Zowel de antioxidantwerking als het effect op het immuunsysteem speelt hierbij waarschijnlijk een rol. In-vitro stimuleert selenium de apoptose van tumorcellen, activeert het de macrofagen en beschermt DNA tegen oxidatieve beschadiging. Mogelijk remt selenium de angiogenese bij kanker door middel van remming van expressie van vasculaire endotheliale groeifactoren (VEGF). Selenium is tevens betrokken bij de detoxificatie van zware metalen. Selenomethionine is een vorm van selenium zoals deze in voedingsmiddelen voorkomt.

Cadmium schadelijk voor prostaat
Cadmium verhoogt de kans op prostaatkanker. Selenium en zink helpen bij het onschadelijk maken van cadmium en beschermen de prostaat tegen het mutagene effect van cadmium. Er is mogelijk een positieve relatie tussen de cadmiumconcentratie en de concentratie van dihydrotestosteron.16 Injectie van cadmium in de prostaat van proefdieren leidde tot prostaathypertrofie. Ook uit een in-vitro studie blijkt dat cadmium prostaathyperplasie induceert. Selenium inhibeerde in-vitro cadmiumgeïnduceerde prostaathyperplasie. Ook uit dierstudies komt de beschermende werking van selenium tegen cadmiumexpositie naar voren.16 De seleniuminname in Nederland is veelal aan de lage kant.

Pyridoxaal-5-fosfaat en magnesium
Vitamine B6 (pyridoxaal-5-fosfaat) helpt zink bij het naar beneden brengen van het prolactinepeil. Prolactine zorgt voor een hogere opname van testosteron in de prostaat en een grotere omzetting in DHT. Daarnaast is vitamine B6 betrokken bij de aanmaak van type-1-prostaglandinen. Deze prostaglandinen werken remmend op de binding van testosteron in de prostaat en voorkomen hiermee een te grote ophoping hiervan.
Vitamine B6 en magnesium helpen mogelijk bij het voorkomen van nierstenen. Van beide nutriënten bestaat vaak een deficiëntie.
In een patiënt-controle-onderzoek in Taiwan werd het verband onderzocht tussen de inname van calcium en magnesium met het drinkwater en het voorkomen van prostaatkanker. De samenstelling van het geconsumeerde drinkwater van mannen die overleden waren aan prostaatkanker (n=682) werd vergeleken met het water dat mannen gedronken hadden, die inmiddels overleden waren door andere oorzaken. Uit de studie wordt geconcludeerd dat er mogelijk een beschermende werking uitgaat van magnesiuminname met het drinkwater en andere (voedings)bronnen van magnesium tegen het ontstaan van prostaatkanker

Aminozuren
Uit twee kleine studies is gebleken dat het gebruik van glycine, L-alanine en L-glutaminezuur de omvang van de prostaat bij benigne prostaathypertrofie kan doen verminderen.16,20 Vijfenveertig mannen kregen 2,5 week lang 780 mg alanine per dag en daarna 2,5 maand 390 mg alanine, steeds met gelijke hoeveelheden glutaminezuur en glycine. Deze aminozuurcombinatie verminderde de klachten als gevolg van prostaathypertrofie. Het mechanisme van de werking van deze combinatie is onbekend, doch het gebruik is zonder enige bijwerking gebleken.20

Chlorofyl
Door een bevordering van normale weefselgroei en een lokaal antioxidant effect kan chlorofyl een gunstige bijdrage leveren aan de behandeling.  De toename van benigne prostaathypertrofie is mogelijk tevens het gevolg van een hogere toxische belasting, waaronder zware metalen. Chlorofyl beschermt het lichaam tegen diverse carcinogenen in voedsel en milieu.
De ontgiftigende werking is vooral te danken aan de porfyrine uit chlorofyl. De porfyrine-ring is de actieve plaats waar bijvoorbeeld giftige metalen als kwik, lood, cadmium, aluminium en arseen gebonden kunnen worden; chlorofyl is een chelator van zware metalen.

Vitamine A, lycopeen en carotenoïden
Vitamine A is essentieel voor celgroei en -differentiatie. Vermoedelijk bieden zowel vitamine A als carotenoïden bescherming tegen het ontstaan van prostaatkanker. Carotenoïden hebben een belangrijke antioxidantwerking.
De gezonde prostaat is rijk aan de carotenoïde lycopeen. Bij onderzoek van de relatie tussen carotenoïden en de kans op prostaatkanker is gebleken, dat een hoge inname van lycopeen (onder meer in tomaten en daarvan afgeleide producten) geassocieerd is met een verlaagde kans op prostaatkanker. Omgekeerd worden bij prostaatkanker lage spiegels van lycopeen in bloed en prostaat gevonden. De combinatie van lycopeen en vitamine E in fysiologische hoeveelheden inhibeert de groei van prostaatkankercellen in-vitro. Lycopeen remt het ontstaan van kankercellen sterker dan andere carotenoïden

Heb je prostaatkanker, dan weet je dat er op natuurlijke manier ook nog veel aan te doen is.

Afspraak maken? Alie Wouda Natuurpraktijk Aurora 064197984 overdag sms’sen of  s’avonds bellen

Bron: studie orthomoleculaire geneeskunde