Flavonoiden

Flavonoïden
Orthomoleculaire therapie

Beschrijving
De term flavonoïden (ook wel bioflavonoïden genoemd) staat voor een uitgebreide groep secundaire plantenstoffen die als pigmenten een grote bijdrage levert aan de felle kleuren van veel fruAfbeeldingsresultaat voor bioflavonoïdenit, groenten en bloemen, maar ook van de herfstkleuren van bladeren. Ze spelen een belangrijke rol in de plantenstofwisseling, onder meer als groeiregulatoren en bij de bescherming tegen ultraviolet licht, oxidatie en hitte. Door hun bittere smaak helpen ze plantenetende insecten af te schrikken. Omgekeerd helpen ze ook bij de bestuiving, door via de felle kleuren juist bepaalde insecten aan te trekken.

Flavono├»den zijn ontdekt door Albert Szent-Gy├Ârgyi, ├ę├ęn van de belangrijkste chemici uit het begin van de twintigste eeuw. In 1937 kreeg hij de Nobelprijs voor zijn ontdekking en beschrijviAfbeeldingsresultaat voor Albert Szent-Gy├Ârgying van vitamine C. Het was tijdens het isolatieproces van vitamine C dat Szent-Gy├Ârgyi de flavono├»den ontdekte [1].

De benaming ‘bioflavono├»den’ of ‘flavono├»den’ is voor het eerst gebruikt in 1952 door de Duitse onderzoekers Geissmann en Hinreiner. Zij staan ook aan de basis van het classificatiesysteem op basis van de structuur van de ‘kern’ van de flavono├»den-basisstructuur: de zuurstofhoudende pyraanring. Meer dan vijfduizend natuurlijk voorkomende flavono├»den zijn inmiddels ge├»soleerd uit verschillende planten [2]. Flavono├»den vormen de grootste groep binnen de polyfenolen (meer dan achtduizend polyfenolen bekend) [2-4].

Bronnen en defici├źntie.
Bijna alle fruit, groenten, kruiden (o.a. ginkgo) en specerijen bevatten flavono├»den. Flavono├»den worden ook aangetroffen in ander voedsel, zoals gedroogde bonen (bepalend voor de kleur van rode en zwarte bonen) en granen (waar de kleur als gevolg van flavono├»den meestal geel is). In het algemeen kan gesteld worden dat de meest kleurrijke componenten van het voedsel, zoals de schil van fruit, de hoogste concentraties flavono├»den bevatten. Een uitzondering is de witte pulpachtige massa tussen vrucht en schil bij citrusvruchten, die zeer rijk is aan bioflavono├»den, terwijl de schil en het citrusfruit zelf veel lagere concentraties bevatten. Factoren die bijdragen aan een defici├źntie van flavono├»den zijn onvoldoende inname van groenten en fruit, evenals het routinematig consumeren van industrieel verwerkte groenten en fruit. Symptomen die kunnen wijzen op onvoldoende inname van flavono├»den zijn: zeer gemakkelijk bloeden (tandvlees, neus), gemakkelijk blauwe plekken krijgen die vervolgens maar langzaam verdwijnen en ook het gemakkelijk opzwellen na blessures. Ook immuunzwakte, zich uitend in het gemakkelijk oppikken van een verkoudheid of een andere infectie, kan wijzen op een tekort.

Structuur, nomenclatuur en indeling.
Er bestaan zeer veel soorten flavono├»den. Alle flavono├»den hebben dezelfde karakteristieke chemische basisstructuur: twee aromatische ringen (A en B) aan weerszijden van een zuurstofhoudende pyraanring (C-ring). Omdat er altijd een fenolgroep verbonden is aan ├ę├ęn van de benzeenringen, behoren flavono├»den samen met de fenolzuren en de niet-flavono├»de polyfenolen, tot de grote groep van polyfenolen.

Er zijn zes subklassen te onderscheiden, waarbinnen veel verschillende individuele verbindingen voorkomen. Deze verbindingen verschillen van elkaar in het aantal hydroxylgroepen en de ordening ervan, evenals de mate waarin ze ‘bezet’ zijn en de driedimensionale ordening ervan. Dit heeft tot gevolg dat er een grote vari├źteit aan flavono├»den bestaat, met vaak uiteenlopende biochemische en fysiologische eigenschappen [3,4].

Flavonoïden komen in de natuur meestal voor in de vorm van glycosiden, wat betekent dat ze verbonden zijn met suikermoleculen als glucose, rhamnose en arabinose. Flavanolen (catechinen en proanthocyanidinen) zijn de enige uitzondering hierop, zij zijn niet aan suikermoleculen gebonden (aglycon) [5].

Flavonen
Flavonen komen veel minder wijdverspreid voor dan flavonolen in fruit en groenten. Flavonen in voedsel bestaan bijna altijd uit de glycosiden van luteoline en apigenine. Peterselie Afbeeldingsresultaat voor Peterselie en selderijen selderij zijn de enige belangrijke eetbare bronnen van flavonen die nu bekend zijn [6-8].

FlavonoAfbeeldingsresultaat voor Peterselie en selderijlen
Flavonolen, in het bijzonder quercetine maar ook kaempferol, myricetine, fisetine, isorhamnetine, pachypodol, rhamnazine, komen wijdverspreid voor in het plantenrijk. Niettemin is de hoeveelheid in de voeding vaak erg laag. De dagelijkse inname van flavonolen wordt geschat op slechts 20-35 mg per dag. De rijkste bronnen zijn uien (tot 1,2 g/kg), boerenkool, prei, broccoli en bosbessen.
Flavonolen zijn in geglycosyleerde vorm in voedsel aanwezig. De geassocieerde suikergroep is vaak glucose of rhamnose, maar andere suikers kunnen ook een rol spelen (bijv. galactose, arabinose, xylose, glucuronzuur. De belangrijkste vertegenwoordigers uit deze groep zijn quercetine en kaempferol.
Quercetine is waarschijnlijk de meest wijdverspreide flavonoïde die er is. Het komt voor in voedingsmiddelen die veel geconsumeerd worden, zoals appelen, uien, thee, bessen, koolsoorten evenals veel zaden, noten, bloemen, bast en bladeren, rode druiven, frambozen, groene thee en knoflook. Veel medicinale planten danken veel van hun activiteit aan het hoge quercetinegehalte. Quercetine is een aglycon, rutine is het glycoside (met rutinose). In voedingssupplementen is de groep flavonolen vertegenwoordigd als quercetine of rutine, maar ook in de vorm van extracten van medicinale planten als Ginkgo biloba. Ook sylimarine, een mengsel van flavonolignanen uit Silybum marianum (mariadistel) behoort tot deze groep, evenals het floridzine in appels.

Isoflavonen
Isoflavonen worden vanwege hun structurele verwantschap met oestrogenen ook wel aangeduid als plantenhormonen of fyto-oestrogenen. Hoewel ze geen steroïden zijn, hebben ze hydroxylgroepen in positie 7 en 4 in een configuratie die analoog is aan die van de hydroxylgroep in het oestradiolmolecule. Dit geeft hen het vermogen om te binden aan oestrogeenreceptoren. Isoflavonen worden uitsluitend in peulvruchten aangetroffen en dan met name in sojabonen. De drie belangrijkste isoflavonen zijn genisteïne, daïdzeïne en glyciteïne. Ze komen voor als alglycon of als glycoside, afhankelijk van de sojabereiding. De wetenschappers zijn er nog niet over uit in welke van deze vormen de biologische beschikbaarheid het beste is [9].

Flavanonen
De groep flavanonen is een relatief kleine groep flavono├»den, die alleen in hoge concentraties voorkomt in citrusvruchten. Daar komen ze in geglycosyleerde vorm voor, zoals bijvoorbeeld hesperidine in sinaasappels (glycoside van hesperetine), naringenine in grapefruit (glycoside van naringine), eriodictyol in citroenen (glycoside van eriocitrine). Tomaat kan een geringe hoeveelheid flavanonen bevatten, evenals aromatische planten als munt. In voedingssupplementen komt deze groep flavono├»den terug in de vorm van ‘citrusbioflavono├»den’.

Anthocyaninen
De groep anthocyaninen zijn pigmenten die verantwoordelijk zijn voor de roze, rode, blauwe of paarse kleur van bepaalde voedingsmiddelen. In het algemeen komt de kleurintensiteit overeen met het gehalte anthocyaninen, en neemt deze toe met het rijpen van de vrucht. In de voeding komen anthocyaninen voor in rode wijn, bepaalde granen en sommige groenten (aubergines, kool, bonen, uien, radijs), maar ze komen het meest voor in fruit. Wijn bevat 200-350 mg anthocyaninen per liter en deze anthocyaninen worden in verschillende complexe verbindingen omgezet wanneer de wijn rijpt [10,11]. In voedingssupplementen zijn de anthocyaninen het meest geconcentreerd in de extracten van Vaccinium myrtillus (blauwe bosbes), Rubus fruticosus (braam), Rubus idaeus (framboos), Ribes nigrum (zwarte bes) en Sambucus nigra (vlier).

Flavanolen
In tegenstelling tot andere klassen flavonoïden, komen flavanolen ongeglycosyleerd voor in voedsel.
Flavanolen komen vaak in combinatie met organische zuren voor, hoofdzakelijk met galluszuur, als flavanol-gallaatesters. Cacao is een rijke bron van flavanolen. Veel chocoladefabrikanten verwijderen echter de flavanolen omdat ze bitter smaken. Consumenten blijven daar onwetend over omdat dergelijke informatie niet op het etiket hoeft te worden vermeld [12].
Alle flavanolen zijn opgebouwd uit ├ę├ęn of meer flavan-3-ol eenheden. Een gebruikelijke onderverdeling van deze groep is de volgende:
* Monomeren: er bestaan twee stereo-isomeren van flavan-3-ol: catechine en epicatechine. Catechinen worden aangetroffen in verschillende soorten fruit (vooral verse abrikozen). Ze komen ook voor in rode wijn, maar groene thee en cacao zijn verreweg de rijkste bronnen [13,14]. Ook medicinale planten, zoals bijvoorbeeld Camellia sinensis (groene thee) kunnen rijk zijn aan catechinen. In voedingssupplementen zijn de laatste drie dan ook de beste bron voor deze groep flavonoïden.
* Di- en trimeren: dit zijn oligomere proanthocyanadinen (OPC), welke (onder meer in Frankrijk) ook wel procyanidinen worden genoemd. De groep (oligomere) proanthocyanidinen is ├ę├ęn van de belangrijkste groepen flavono├»den in planten. Het zijn mengsels van dimeren en trimeren van catechinen en epicatechinen die op verschillende manieren aan elkaar verbonden kunnen zijn, waardoor er heel veel varianten bestaan. OPC komt met name voor in bessen (bosbessen, appelbessen (Aronia), cranberries), druivenschillen en -pitten granaatappel en in donkere chocolade. In voedingssupplementen zijn druivenpitten een goede OPC-bron. Pycnogenol is een geregistreerde merknaam van een OPC-product dat ge├źxtraheerd wordt uit de bast van de zeeden (Pinus pinaster). Pycnogenol bevat iets minder procyanidinen dan druivenpitten.
Proanthocyanidinen mogen niet verward worden met de hiervoor genoemde anthocyaninen. Ze kunnen echter wel enzymatisch in elkaar worden omgezet, waarbij een roodkleuring plaatsvindt: ”’PRO”’anthocyani”’DI”’nes (kleurloos) —> anthocyanines (rood). Deze omzetting is bijvoorbeeld mede verantwoordelijk voor het verkleuren van boombladeren in de herfst.
* Tetrameren en hoger: polymere proanthocyanidinen (tanninen). Tanninen komen veel in voedsel voor, onder andere in thee, cacao, koffie, fruit, vruchtensap, rode wijn, azijn en groenten. Wanneer tanninen in contact komen met slijmvliezen vormen ze complexen met proteïnen (crosslinking) in zowel het speeksel zelf als de epitheelcellen van de mucosa. De mucosa wordt vervolgens steviger en minder permeabel. Dit mechanisme ligt aan de basis van de adstringerende karakter van fruit (o.a. druif, perzik, kaki, appel, peer en bessen) en dranken (o.a. wijn, cider, thee, bier) en voor de bitterheid van chocolade [15]. Deze adstringerende werking verandert bij het rijpen van fruit en ook van dranken zoals wijn en cider en verdwijnt wanneer het fruit uitgerijpt is [16]. Omdat tanninen grote polaire moleculen zijn, worden ze slecht geabsorbeerd door de huid of door het maagdarmkanaal. De farmacologische effecten van tanninen moeten dan ook grotendeels verklaard worden uit de lokale effecten op deze organen, zoals de adstringerende werking in het lumen van het maagdarmkanaal. Hoewel tanninen deels ook afgebroken kunnen worden in hun monomeren en oligomeren.

Werking
Vroeger ging men ervan uit dat flavono├»den in het maagdarmkanaal slechts in geringe mate werden opgenomen, aangezien de meeste flavono├»den in de voeding glycosiden zijn (dus gebonden aan een suiker). Lang is gedacht dat er in het maagdarmkanaal geen enzymen vrijgemaakt worden die de glycosidebinding kunnen splitsen, en was de veronderstelling dat alleen de aglyconen vanuit het maagdarmkanaal in het bloed werden opgenomen. De biologische beschikbaarheid van flavono├»den in de voeding blijkt echter een stuk groter te zijn dan aanvankelijk werd verondersteld. Zelfs na koken bereiken de meeste flavono├»denglycosiden de dunne darm intact. Alleen flavono├»d aglyconen en flavono├»d glucosiden (gebonden aan glucose) worden in de dunne darm geabsorbeerd, waar ze snel gemetaboliseerd worden om gemethyleerde, geglucuronideerde of gesulfeerde metabolieten te vormen [17], de overige flavono├»den gaan door naar het colon. Probiotische bacteri├źn spelen een belangrijke rol in de stofwisseling en absorptie van flavono├»den. Flavono├»den of metabolieten daarvan die het colon bereiken, worden gemetaboliseerd door bacteri├źle enzymen en vervolgens geabsorbeerd. Iemands vermogen om specifieke flavono├»den te metaboliseren en te absorberen hangt dus af van de microbi├źle flora van die persoon [18,19]. Traditionele sojaproducten als miso en tempeh zijn al bij consumptie gefermenteerd, wat resulteert in de hydrolyse van glycosiden naar aglyconen. Hierdoor neemt de biologische beschikbaarheid toe. Bovendien zijn recent speciale transportmechanismen ontdekt die flavono├»den vanuit de darm naar het bloed transporteren.

Bij de beschrijving van de eigenschappen van flavono├»den is het verleidelijk om in te gaan op enkele kenmerkende eigenschappen van bepaalde individuele flavono├»den of ondergroepen. Vanwege de enorme hoeveelheid flavono├»den en de uiteenlopende eigenschappen is dat eigenlijk onbegonnen werk. Vandaar dat deze monografie zich richt op enkele kenmerkende eigenschappen voor flavono├»den als groep. Hierbij moet opgemerkt worden dat onderstaande eigenschappen niet pers├ę voor alle flavono├»den gelden, maar wel voor flavono├»den in een flavono├»dencomplex:
* Antioxidatieve activiteit: flavonoïden hebben een directe antioxidatieve werking (in vitro) die veel krachtiger is dan die van andere antioxidanten, zoals vitamine C, vitamine E of glutathion. Deze antioxidatieve werking hangt waarschijnlijk samen met hun polyfenolenstructuur [20,21]. Het is echter nog onderwerp van wetenschappelijke discussie in hoeverre deze sterke antioxidatieve capaciteit in het lichaam een rol speelt [22,23]. Een bekende maat voor de antioxidatieve capaciteit is de ORAC-waarde (zie kader).

ORAC (Oxygen Radical Absorbance Capacity) is een in-vitro test om de antioxidatieve capaciteit van voedingsmiddelen en voedingssupplementen te kunnen vergelijken. De ORAC-waarde geeft een idee van de mate waarin een voedingsmiddel in staat is om vrije radicalen onschadelijk te maken. De ORAC-waarde kan gemeten worden in de vetfractie (lipofiel) of in de waterfractie (hydrofiel). De som van beiden geeft de meest accurate benadering van de antioxidatieve capaciteit. Regelmatig wordt alleen de hydrofiele fractie bepaald (als dat het geval is, is dat hieronder vermeld). De ORAC-waarde kan gebruikt worden om producten te selecteren die in hoge mate bijdragen aan de antioxidatieve capaciteit van het lichaam.

Een aantal typische ORAC-waarden:

  • Bosbessen 6552 umol TE/100 g (H & L).
  • Pruimen 6259 umol TE/100 g (H & L).
  • Zwarte bessen 5347 umol TE/100 g (H & L).
  • Frambozen 4882 umol TE/100 g (H & L).
  • Aardbeien 3577 umol TE/100 g (H & L).
  • Kersen 3365 umol TE/100 g (H & L).
  • Broccoli (rauw) 3083 umol TE/100 g (H & L).
  • Rozijnen 3037 umol TE/100 g (H & L).
  • Sinaasappels 1819 umol TE/100 g (H & L).
  • Spinazie (rauw) 1515 umol TE/100 g (H & L).
  • Alfalfa 1510 umol TE/100 g (alleen H).
  • Rode druiven 1260 umol TE/100 g (alleen H).
  • Ui (rauw) 1034 umol TE/100 g (H & L).
  • Aubergine 933 umol TE/100 g (H & L).
  • Wortels 666 umol TE/100 g (H & L).
  • Pompoen 483 umol TE/100 g (H & L).
  • Bloemkool 620 umol TE/100 g (alleen H).

Bron: Agricultural Research Service (ARS) 2007: 

* Beschermen van de capillairen of haarvaten, bloedstelpende (antihemorrhagische) werking: veel flavono├»den hebben vaatwandversterkende eigenschappen. Grote gevoeligheid voor bloedingen is ook ├ę├ęn van de kenmerkende eigenschappen van flavono├»dendefici├źntie.
* Chelatie van metalen: metaalionen, zoals ijzer en koper, kunnen de productie van vrije radicalen kataliseren. Het vermogen van flavonoïden om metaalionen te binden (cheleren) lijkt bij te dragen aan hun antioxidatieve kracht in vitro [24]. Of dit ook in vivo het geval is, is nog maar de vraag, aangezien in de meeste levende wezens koper en ijzer gebonden aan eiwitten voorkomen. Dit beperkt de mogelijkheden om deel te nemen aan reacties die vrije radicalen produceren [23].
* Beïnvloeden van celgroei en celproliferatie: celgroei en celproliferatie worden gereguleerd door groeifactoren die in de cel een cascade aan gebeurtenissen in gang zetten wanneer een groeifactor aandokt aan een specifieke receptor in de celmembraan. Diverse in-vitro onderzoeken wijzen er op dat flavonoïden celgroei en celproliferatie kunnen beïnvloeden door het remmen van de fosforylatie van de receptor, of het zelfs geheel blokkeren ervan [25-27].
* Invloed op genexpressie: flavonoïden hebben een regulerende werking op de genexpressie. Door het al of niet fosforyleren van bepaalde signaaleiwitten kunnen flavonoïden (via kinasen) uiteindelijk de activiteit van transcriptiefactoren beïnvloeden. Transcriptiefactoren zijn eiwitten die de expressie van verschillende genen reguleren. Op deze wijze spelen flavonoïden een rol bij diverse belangrijke processen in de cel, zoals groei, proliferatie en apoptose (celdood) [3,4].
* Antibacteri├źle en antivirale werking: in sommige gevallen kunnen flavono├»den direct als antibioticum werken door de functie van micro-organismen als virussen en bacteri├źn te verstoren. De procyanidinen in Vaccinium myrtillus (blauwe bosbes) en cranberry (veenbes) remmen de werking van bacteri├źn die urineweginfecties veroorzaken. Ook is van verschillende flavanolen uit groene thee een werking tegen griepvirussen aangetoond [3,4].
* Anti-histaminewerking: flavonoïden hebben een remmende werking op de vrijgifte van histamine [28].

Indicaties
Vanwege het enorme aantal flavonoïden en hun uiteenlopende eigenschappen zijn zeer veel indicaties waarbij specifieke flavonoïden(ondergroepen) ingezet kunnen worden. In dit kader zal ik me beperken tot de toepasbaarheid van flavonoïden als groep [3,4]:
* Gevoeligheid voor bloedingen (tandvlees, neus).
* Immuunzwakte.
* Cardiovasculaire aandoeningen.
* Allergische aandoeningen.

Opgemerkt moet wel worden dat bij inzetten van individuele flavonoïden(groepen) bovenstaande lijst niet van toepassing is.

Contra-indicaties
Van een hoge inname van flavonoïden via fruit- en groenten zijn geen negatieve gevolgen bekend. Dit kan komen door de relatief lage biologische beschikbaarheid en de snelle stofwisseling en eliminatie van de meeste flavonoïden. Over de veiligheid tijdens zwangerschap en lactatie zijn geen gegevens bekend.

Bijwerkingen
Door de grote verscheidenheid aan stoffen die deel uitmaken van de groep flavonoïden, is het moeilijk een algemeen geldende uitspraak te doen over de veiligheid van flavonoïden. Niettemin kunnen er geen negatieve gevolgen worden vastgesteld van zelfs extreem hoge doseringen flavonoïden (overeenkomend met 140 gram per dag). Ook van het innemen van hoge doseringen flavonoïden tijdens de zwangerschap konden geen negatieve effecten worden vastgesteld.

Interacties
De invloed van medicijnen op de flavono├»denstatus is nauwelijks tot niet onderzocht. Omgekeerd is er echter w├ęl het ├ę├ęn en ander bekend: een aantal flavono├»den in grapefruitsap (naringine en quercetine) remt het cytochroom P450-enzym (CYP) 3A4 [29]. Remming van dit enzym, verhoogt de biologische beschikbaarheid en het risico op intoxicatie voor een groot aantal medicijnen. Remming van CYP 3A4 treedt al op bij ├ę├ęn glas (200 ml) grapefruitsap. Het zijn echter niet alleen de flavono├»den die dit enzym remmen, maar (vooral) ook de furanocoumarines in grapefruitsap.

Dosering
Door verschillende inzichten over wat betrouwbare meetmethoden voor flavono├»den zijn, zijn er momenteel weinig betrouwbare cijfers over de flavono├»deninname. Voor Nederland worden de cijfers van Hertog en collega’s als betrouwbaar beschouwd [30]. Zij kwamen tot de conclusie dat men dagelijks gemiddeld ongeveer 23 mg binnenkrijgt, terwijl het raadzaam zou zijn minstens 100 mg per dag in te nemen [30].
Per individu kan de inname van flavonoïden sterke variaties vertonen, afhankelijk van de inname van belangrijke bronnen als (groene en witte) thee, druiven, rode wijn, bessen, citrusvruchten, peulvruchten [31], cacao (chocoladeproducten met een cacaopercentage van 70% of meer), appels en uien [17,32].

Synergisme
Wat Szent-Gy├Ârgyi al dacht is nu bevestigd door wetenschappelijk onderzoek: er is een synergistische relatie tussen flavano├»den en vitamine C, elk verbetert de antioxidatieve capaciteit van de ander. Tevens blijkt dat bij veel van de vitaminenfuncties van vitamine C de aanwezigheid van flavono├»den nodig is.

 

img_2777Wil je hulp bij herstel van een van bovengenoemde klachten, maak dan een afspraak: info@natuurpraktijkaurora.nl

 

 

Referenties
1. Rusznyak SP, Szent-Gyorgyi A. Vitamin P: ´Čéavonols as vitamins. Nature. 1936;138:27.
2. Ross JA, Kasum CM. Dietary flavonoids: bioavailability, metabolic effects, and safety. Annu Rev Nutr. 2002;22:19-34.
3. Flavonoids: Chemistry, Biochemistry and Applications. Andersen ├śM, Markham KR, editor. CRC Publication; 2005.
4. Grotewold E. The science of flavonoids. Springer; 2005.
5. Williamson G. Common features in the pathways of absorption and metabolism of flavonoids. In: Davies AJ, Lewis DS, et al., editors. Phytochemicals: Mechanisms of Action Boca Raton: CRC Press; 2004. p. 21-33.
6. King HGC. Phenolic compounds of commercial wheat germ J Food Sci. 1962;27:446-54.
7. Feng Y, McDonald CE, Vick BA. C-glycosylflavones from hard red spring wheat bran Cereal Chem. 1988;65:452-6.
8. Sartelet H, Serghat S, Lobstein A, et al. Flavonoids extracted from fonio millet (Digitaria exilis) reveal potent antithyroid properties. Nutrition. 1996;12(2):100-6.
9. Manach C, Williamson G, Morand C, et al. Bioavailability and bioefficacy of polyphenols in humans. I. Review of 97 bioavailability studies. Am J Clin Nutr. 2005;81(1 Suppl):230S-42S. GRATIS: http://www.ajcn.org/cgi/content/full/81/1/230S.
10. Clifford MN. Anthocyanins – nature, occurrence and dietary burden J Sci Food Agric. 2000;80(7):1063-72. GRATIS: http://www3.interscience.wiley.com/cgi-bin/fulltext/72502495/HTMLSTART.
11. Es-Safi NE, Cheynier V, Moutounet M. Interactions between cyanidin 3-O-glucoside and furfural derivatives and their impact on food color changes. J Agric Food Chem. 2002;50(20):5586-95.
12. The devil in the dark chocolate. Lancet. 2007;370(9605):2070.
13. Arts IC, van De Putte B, Hollman PC. Catechin contents of foods commonly consumed in The Netherlands. 2. Tea, wine, fruit juices, and chocolate milk. J Agric Food Chem. 2000;48(5):1752-7.
14. Arts IC, van de Putte B, Hollman PC. Catechin contents of foods commonly consumed in The Netherlands. 1. Fruits, vegetables, staple foods, and processed foods. J Agric Food Chem. 2000;48(5):1746-51.
15. Santos-Buelga C, Scalbert A. Proanthocyanidins and tannin-like compounds: nature, occurrence, dietary intake and effects on nutrition and health. Journal of the Science of Food and Agriculture. 2000;80(7):1094-117.
16. Tanaka T, Takahashi R, Kouno I, et al. Chemical evidence for the de-astringency (insolubilization of tannins) of persimmon fruit J Chem Soc [Perkin 1]. 1994;:3013-22.
17. Manach C, Scalbert A, Morand C, et al. Polyphenols: food sources and bioavailability. Am J Clin Nutr. 2004;79(5):727-47. GRATIS: http://www.ajcn.org/cgi/content/full/79/5/727.
18. Setchell KD, Brown NM, Lydeking-Olsen E. The clinical importance of the metabolite equol-a clue to the effectiveness of soy and its isoflavones. J Nutr. 2002;132(12):3577-84. GRATIS: http://jn.nutrition.org/cgi/content/full/132/12/3577.
19. Yuan JP, Wang JH, Liu X. Metabolism of dietary soy isoflavones to equol by human intestinal microflora–implications for health. Mol Nutr Food Res. 2007;51(7):765-81.
20. Heijnen CG, Haenen GR, van Acker FA, et al. Flavonoids as peroxynitrite scavengers: the role of the hydroxyl groups. Toxicol In Vitro. 2001;15(1):3-6.
21. Chun OK, Kim DO, Lee CY. Superoxide radical scavenging activity of the major polyphenols in fresh plums. J Agric Food Chem. 2003;51(27):8067-72.
22. Lotito SB, Frei B. Consumption of flavonoid-rich foods and increased plasma antioxidant capacity in humans: Cause, consequence, or epiphenomenon? Free Radic Biol Med. 2006;41(12):1727-46.
23. Frei B, Higdon JV. Antioxidant activity of tea polyphenols in vivo: evidence from animal studies. J Nutr. 2003;133(10):3275S-84S. GRATIS: http://jn.nutrition.org/cgi/content/full/133/10/3275S.
24. Mira L, Fernandez MT, Santos M, et al. Interactions of flavonoids with iron and copper ions: a mechanism for their antioxidant activity. Free Radic Res. 2002;36(11):1199-208.
25. Hou Z, Lambert JD, Chin KV, et al. Effects of tea polyphenols on signal transduction pathways related to cancer chemoprevention. Mutat Res. 2004;555(1-2):3-19.
26. Williams RJ, Spencer JP, Rice-Evans C. Flavonoids: antioxidants or signalling molecules? Free Radic Biol Med. 2004;36(7):838-49.
27. Lambert JD, Yang CS. Mechanisms of cancer prevention by tea constituents. J Nutr. 2003;133(10):3262S-7S. GRATIS: http://jn.nutrition.org/cgi/content/full/133/10/3262S.
28. Kawai M, Hirano T, Higa S, et al. Flavonoids and related compounds as anti-allergic substances. Allergol Int. 2007;56(2):113-23. GRATIS: http://ai.jsaweb.jp/fulltext/056020113/056020113_index.html.
29. Bailey DG, Dresser GK. Interactions between grapefruit juice and cardiovascular drugs. Am J Cardiovasc Drugs. 2004;4(5):281-97.
30. Hertog MG, Hollman PC, Katan MB, et al. Intake of potentially anticarcinogenic flavonoids and their determinants in adults in The Netherlands. Nutr Cancer. 1993;20(1):21-9.
31. EwaldFjelkner-Modig EC, Johansson K, et al. Effect of processing on major flavonoids in processed onions, green beans, and peas. In: Food Chem. 1999. p. 231-5.
32. Slimestad R, Fossen T, V├ągen IM. Onions: a source of unique dietary flavonoids. J Agric Food Chem. 2007;55(25):10067-80.

Eten volgens de 5 elementen

Voeding volgens de vijf elementenleer
De vijf elementenleer is een onderdeel van de Traditionele Chinese Geneeskunst.(Bron:academie voor natuurgeneeskunde; vak TCM) Deze leer gaat ervan uit dat als er een orgaan ziek is de andere organen het zieke orgaan helpen. Het gevaar daarbij is dat als het zieke orgaan niet beter wordt ook de helpende organen uitgeput raken waardoor weer andere organen worden aangesproken om te helpen.

Een orgaan kan het ziek zijn uiten door een gebrek aan warmte en energie of door een gebrek aan bloed en lichaamssappen, afhankelijk van de oorzaak van de ziekte.

Om de zieke organen te helpen er weer bovenop te komen kan je voedsel eten dat je weer extra warmte of juist lichaamssappen geeft. Voedingsmiddelen die een neutrale thermische werking hebben, brengen in het geval van gebrek aan warmte en energie juist warmte en in het geval van gebrek aan bloed en lichaamssappen (verhit), verkoeling. Daarom is het eten van producten die thermisch neutraal zijn altijd goed.

imageDe Chinese geneesheren kenden door ervaring, observatie en intuïtie de thermische werking van de voedingsmiddelen, maar de wetenschappelijke wereld wilde een verklaring. Die is te vinden in de hoeveelheden kalium en natrium dat een product bevat. Kalium staat voor afkoelend, natrium voor verwarmend. Een neutraal product heeft een kalium-natrium verhouding van 5:1. Is het kaliumaandeel kleiner dan 5, dan is het voedingsmiddel verwarmend, en dus goed voor mensen die een gebrek aan warmte en energie hebben. Ligt de hoeveelheid kalium boven de 5 dan is het product afkoelend, en dus goed voor mensen die een gebrek aan bloed en/of lichaamssappen hebben. Sinaasappels bijvoorbeeld hebben de verhouding 570:1 en zijn dus zeer afkoelend. Je kunt als stelregel aanhouden dat producten die veel (tropische) zon nodig hebben om te groeien verkoelender zijn dan producten die in een koeler klimaat kunnen groeien. Groenten die vorst kunnen doorstaan zijn over het algemeen verwarmend. Ook een hoog watergehalte is een teken van een afkoelende werking. Snel uit de grond getrokken groente bevatten meer vocht dan biologisch geteelde groente en zijn dus meer afkoelend dan biologische groente.

Elk orgaan heeft een partnerorgaan en samen horen ze bij een van de elementen hout, vuur, aarde, metaal of water. Ook de voedingsmiddelen horen tot ├ę├ęn van die elementen. Het eten van voedingsmiddelen die bijvoorbeeld bij het element aarde horen hebben invloed op het orgaan dat bij het element aarde hoort. De thermische werking van de voedingsmiddelen is onderverdeeld in heet, warm, neutraal, verfrissend of koud. Hieronder volgt in het kort informatie over de elementen, hun bijbehorende organen en een aantal verwarmende, neutrale en verkoelende voedingsmiddelen.

Hout
Lever en galblaas vormen samen het element hout, ook wel boom genoemd. Peterselie, gort, kip en azijn zijn voorbeelden van hout-verwarmende producten. Hout-verkoelende voedingsmiddelen zijn spruitjes, zuurkool, appels, sinaasappels, zure zuivelproducten. Problemen met de lever uiten zich onder andere in problemen met het zien. De smaak die bij het element hout hoort is zuur.

Vuur
Het element vuur hoort bij de organen hart en dunne darm. Alle stoornissen en positieve invloeden die zich in een ander orgaan voordoen, worden door het hart geregistreerd en door middel van de tong zichtbaar gemaakt. Geiten- en schapenkaas en -melk, granenkoffie, oregano, paprikapoeder, rozemarijn en tijm zijn voorbeelden van vuur verwarmend producten
Vuur-neutraal zijn rode kool en veldsla. Vuurverkoelende voedingsmiddelen zijn andijvie, sla, rode biet, grapefruit. De smaak bitter hoort bij het element vuur.

Aarde
In de Traditionele Chinese Gezondheidsleer worden de milt en de pancreas als ├ę├ęn orgaan gezien. Bij milt/pancreas hoort de maag en samen horen ze bij het element aarde. Een zwakke maag en milt/pancreas uit zich onder andere in depressiviteit en ongeconcentreerdheid. Venkel(thee), pompoen en kastanje zijn voorbeelden van aarde-verwarmende producten. Deze producten hebben een prettig bij-effect, je krijgt minder snel zin in zoete dingen. Kool, wortelen, snij- en sperziebonen, eieren, zoethout en sesam zijn aarde-neutraal. Ze hebben een evenwicht herstellende functie voor de maag en milt/pancreas. Aardeverfrissende voedingsmiddelen zijn bijvoorbeeld courgette, paprika, cashewnoten, gistbrood. De smaak die bij het element aarde hoort is zoet.

Metaal
De dikke darm en de longen horen bij het element metaal. Problemen met de dikke darm uiten zich vaak in huidproblemen: acne, eczeem, zweten of jeukende plekken. Metaal-verwarmende producten zijn specerijen als cayennepeper, kruidnagel, nootmuskaat en anijs. Uien, knoflook, basilicum, bieslook, geelwortel, gember, komijn en koriander zijn voorbeelden van metaal-neutrale voedingsmiddelen. Metaal verkoelend zijn radijs, koolraap, tuinkers en pepermunt. De smaak die bij het element metaal hoort is scherp.

Water
Nieren en blaas zijn de organen die horen bij het element water. De nieren zijn een opslagplaats voor energie in het lichaam. Problemen met de nieren uiten zich onder het oog in donkere of opgezette wallen en gebrek aan seksuele lust en angst gevoelens. Water-verwarmende producten zijn onder andere aal, baars, forel, zalm en tonijn. Water-neutrale producten zijn tuinbonen, erwten, linzen, rode sojabonen en adzukibonen. Voorbeelden van water verkoelende voedingsmiddelen zijn miso, sojasaus, kombu, en mineraalwater. De smaak die bij het element water hoort is zoutig.
Het is niet gemakkelijk om zelf uit te vinden of je organen teveel aan warmte of een teveel aan bloed en sappen hebben. Dat kan je het best door een deskundige laten uitzoeken. Want als je bijvoorbeeld teveel warmte toevoegt kunnen je organen juist oververhit raken. Je kunt wel altijd veilig neutrale voedingsmiddelen eten.

5 elementen

5 elementen hout vuur aarde metaal water

jaargetijde lente zomer nazomer herfst winter
klimaat

wind hitte vochtigheid droogte koude
kleur

groen rood geel wit zwart
yin-orgaan

lever hart milt longen nieren
yang-orgaan

galblaas dunne darm maag dikke darm blaas
zintuig

zien spreken proeven ruiken horen
smaak

zuur bitter zoet scherp zoutig
emoties

drift
grootmoedigheid
tolerantie vreugde
intelligentie
intuïtie verstand
stabiliteit
piekeren bedroefdheid
vertrouwen
rechtvaardigheid angst
moed
bescheidenheid

Krachtige bacterie en schimmel/ virus doder

De basisformule van deze krachtige tonic dateert uit het middeleeuwse Europa, dat wil zeggen, uit de tijd toen de mensen leden onder allerlei ziekten en epidemie├źn.

Deze reinigende tonic is eigenlijk een antibioticum dat gram-positieve en gram-negatieve bacteri├źn doodt. Het heeft ook een krachtige antivirale en antifungale formule, verbetert de bloedcirculatie en lymfestroom in alle delen van het lichaam. Deze plantaardige remedie is de beste keuze voor de strijd tegen candida.

Deze tonic heeft veel mensen geholpen om vele virale, bacteri├źle, parasitaire en schimmelinfecties te genezen en zelfs de pest! Haar helende kracht moet zeker niet worden onderschat.

Het kan vele chronische aandoeningen en ziekten genezen. Het stimuleert de bloedsomloop en zuivert het bloed. Deze formule heeft miljoenen mensen geholpen door de eeuwen heen om de meest dodelijke ziekten te bestrijden. Het geheim zit in de krachtige combinatie van hoogwaardige natuurlijke en verse ingredi├źnten!

Kortom, deze tonic is effectief bij de behandeling van alle ziekten, het versterkt het immuunsysteem, fungeert als antiviraal, antibacterieel, antischimmel en antiparasitaire geneesmiddel en is hier zeer succesvol in. Het helpt bij de meest ernstige infecties.

Het recept

U zult wellicht handschoenen willen dragen tijdens de voorbereiding, in het bijzonder bij het hanteren van hete pepers, omdat het moeilijk is de tintelingen uit handen te krijgen! Wees voorzichtig, de geur is erg sterk, en kan de sinussen direct stimuleren.

Ingredi├źnten:krachtige schimmeldoder

  • 700 ml appelazijn (altijd biologisch gebruiken)
  • ┬╝ kopje fijngesneden knoflook
  • ┬╝ kopje fijngesneden ui
  • 2 verse pepers, de heetste je kunt vinden (wees voorzichtig met het reinigen ÔÇô handschoenen dragen !!!)
  • ┬╝ kopje geraspte gember
  • 2 el geraspte mierikswortel
  • 2 eetlepels kurkuma poeder of 2 stuks van kurkumawortel

voorbereiding:

  1. Combineer alle ingredi├źnten in een kom, behalve de azijn.
  2. Plaats het mengsel in een Mason jar.
  3. Giet er een beetje appelazijn bij en vul het tot de top. Het beste is wanneer 2/3 van de pot uit droge ingredi├źnten
  4. bestaat, en de rest is gevuld met azijn.
  5. Goed sluiten en schudden.
  6. Houd de pot op een koele en droge plaats voor 2 weken.
  7. Meerdere keren per dag goed schudden.
  8. Na 14 dagen, goed uitpersen en zeef de vloeistof door een plastic zeef.
  9. Voor betere resultaten doe er een gaasje overheen.
  10. Goed uitknijpen zodat al het sap eruit komt.
  11. Gebruik de rest van het droge mengsel bij het koken.

Uw tonic is klaar voor gebruik. U hoeft deze niet in uw koelkast te bewaren. Het zal lang goed blijven.

Extra Tip: U kunt het ook gebruiken in de keuken, meng het met wat olijfolie en gebruik het als een salade dressing of in uw stoofschotels.

Dosering:
Let op: De smaak is erg sterk en scherp!
Extra Tip: Eet een schijfje sinaasappel, citroen of limoen nadat u de tonic heeft genomen om het brandende gevoel te verlichten.
Gorgelen en doorslikken.
Verdun het niet in het water omdat het het effect dan zal verminderen.
Neem 1 eetlepel elke dag om het immuunsysteem te versterken en te vechten tegen verkoudheid.
Verhoog de hoeveelheid elke dag tot u een dosis van 1 klein glas per dag (ter grootte van een likeur glas) heeft bereikt.
Als je strijd tegen een meer ernstige ziekte of infectie, neem 1 eetlepel van de tonic 5-6 keer per dag.

Het is veilig voor zwangere vrouwen en kinderen (gebruik kleine doses!), Omdat de ingredi├źnten allemaal natuurlijk zijn en geen giftige stoffen bevatten.

voordelen voor de gezondheid

Knoflook is een sterk antibioticum met een breed scala van voordelen voor de gezondheid. In tegenstelling tot chemische antibiotica die miljoenen vriendelijke bacteri├źn te doden die je lichaam wel nodig heeft, het enige doel is bacteri├źn en micro-organismen. Knoflook stimuleert en verhoogt het niveau van gezonde bacteri├źn. Het is een krachtig antischimmelmiddel en vernietigt elk antigeen, ziekteverwekker, en schadelijke ziekteverwekkende micro-organismen.

Ui dichtste verwant aan knoflook en heeft een soortgelijke maar mildere actie. Samen cre├źren ze een sterk duo.

Mierikswortel is een krachtig kruid, effici├źnt voor sinussen en longen. Het opent sinus kanalen en verbetert de bloedsomloop, waar verkoudheid en griep meestal beginnen, de meeste artsen zijn het hierover eens.

Gember heeft krachtige ontstekingsremmende eigenschappen en het is een sterke circulatie stimulans.

Chili pepers zijn de meest krachtige circulatie stimulatoren. Ze sturen hun antibiotische eigenschappen waar dit het meest nodig is om ziekte(s) te bevechten.

Kurkuma is de meest perfecte specerij, reinigt infecties en vermindert de ontsteking. Blokkeerd de ontwikkeling van kanker, en voorkomt dementie. Het is vooral handig voor mensen die worstelen met pijn in de gewrichten.

Appelazijn ÔÇô er moet iets heel gezond zijn aan het gebruik van appelazijn, omdat de vader van de geneeskunde, Hippocrates, al appelazijn gebruikte rond 400 voor Christus vanwege haar gezonde eigenschappen. Er wordt gezegd dat hij slechts twee remedies gebruikte: honing en appelazijn.

  • Apple cider azijn is gemaakt van verse en rijpe appelen die later worden gefermenteerd en door een streng proces gaan om het eindproduct te geven. Appelazijn bevat pectine, een vezel die slechte cholesterol vermindert en reguleert de bloeddruk.
  • Medische deskundigen zijn het erover eens dat mensen meer calcium nodig hebben als ze oud worden. Azijn helpt bij de extractie van calcium uit de voeding waarmee het wordt gemengd, wat helpt bij het proces om botsterkte te behouden. Kalium tekort veroorzaakt een verscheidenheid aan problemen, waaronder haaruitval, broze nagels en tanden, sinusitis, en een loopneus.
  • Apple cider azijn is rijk aan kalium. Studies hebben aangetoond dat kalium-defici├źntie resulteert in een trage groei. Al deze problemen kunnen worden vermeden als u appelazijn regelmatig gebruikt. Kalium verwijdert ook giftige afvalstoffen uit het lichaam.
  • B├Ęta-caroteen voorkomt schade veroorzaakt door vrije radicalen, en zorgt ervoor dat de huid stevig en jong blijft. Appleazijn is goed voor degenen die willen afvallen.
  • Het breekt vetten af wat een natuurlijk gewichtsverlies proces ondersteunt. Appelazijn bevat appelzuur, effici├źnt in de strijd tegen schimmel- en bacteri├źle infecties. Dit zuur lost urinezuur afzettingen die zich vormen rond de gewrichten op, en verlicht daarmee pijn in de gewrichten. Opgelost urinezuur wordt later verwijderd uit het lichaam.
  • Er wordt aangenomen dat appelazijn nuttig is bij het behandelen van aandoeningen zoals constipatie, hoofdpijn, artritis, zwakke botten, indigestie, hoog cholesterolgehalte, diarree, eczeem, pijnlijke ogen, chronische vermoeidheid, milde voedselvergiftiging, haaruitval, hoge bloeddruk, zwaarlijvigheid, en vele andere gezondheidsproblemen.

De tonic is de beste combinatie van elk van deze aandoeningen te bestrijden. Bescherm uw gezondheid met behulp van natuurlijke antibiotica!

Bronnen:
Schermafbeelding 2014-06-14 om 01.57.43

Alie Wouda
alie wouda