Melk

Er werd en wordt nog steeds veel reclame gemaakt voor het drinken van melk met slogans als:

  • Melk is goed voor elk
  • Driekwart kan de man
  • Melk de witte motor
  • Melk moet

Ook zijn er soms tegengeluiden te horen. In het tijdschrift Esquire van november 1998 stond een artikel met als titel:

  • Melk de witte moordenaar

In Amerika proberen vele artsen en specialisten de negatieve aspecten van melk onder de aandacht te brengen, tot op heden met nog maar weinig succes en krijgen de boeren, zoals ook in Nederland, bij hun melkproductie nog steeds subsidie van het Rijk en moet men op school melk drinken. Een schilder, die veel melk dronk en bij een boer aan het schilderen was, kreeg van de boer het advies geen melk te drinken omdat dit slecht voor de gezondheid is. Op de vraag waarom hij dan wel die melk verkocht, kreeg hij als antwoord dat dit met bedrijfsvoering te maken had. Op de universiteit in Rotterdam wordt door een voedingsdeskundige aan de studenten geleerd dat melkgebruik onnatuurlijk en ongezond voor de mens is. Echter de reclame vóór melkconsumptie is sterk.

Pasteurisatie
Bij pasteurisatie wordt melk kortdurend (15 sec.) op 70-80 graden Celsius gebracht. Dit geschiedt door melk tussen 2 platen te voeren, waardoor alle melk op deze temperatuur komt. De meeste bacteriën gaan dood, ook de goede zoals de melkzuur bacteriën. Vele eiwitten en enzymen worden gedenatureerd bij een temperatuur boven de 65 graden Celsius. Het gevolg is dat enzymen en vitaminen voor 50% vernietigd worden.Voor de vitaminen en enzymen hebben we dus geen melk nodig. Rauwe melk bevat lactobacillus acidophilus, deze houdt bacteriën onder controle, en zal zuur worden op kamertemperatuur, terwijl gepasteuriseerde melk gaat rotten doordat de bacteriën gedood zijn. Voedt men kalveren met gepasteuriseerde melk, dan zijn ze binnen een half jaar overleden of worden erg stijf in hun bewegingen.
Merkwaardig is dat men de pasteurisatie doet om salmonella infectie te voorkomen, terwijl men in Amerika juist een salmonella infectie kreeg terwijl men gepasteuriseerde melk dronk. Immers de lactobacillus acidophilus bestrijdt de salmonella in onze darmen.
Ook zal de Eschericha coli goed gedijen op gepasteuriseerde of gesteriliseerde melk en daardoor darmstoornissen kunnen geven. De colibacterie verspreidt zich door het gehele lichaam en kan infecties geven in longen ( pneumonie), nieren, CZS en bloed. Krijgt een kalf geen borstvoeding, dan zal het ook darmstoornissen krijgen en loopt het de kans vroegtijdig te overlijden. Zowel de koemelk uit de uier als de borstvoeding bij de vrouw bevat veel antilichamen. Gekookte moedermelk kan ook ernstige darmstoornissen bij het kind veroorzaken, die weer verdwijnt als men de verse moedermelk geeft. Ook hier is de colibacterie de oorzaak.

Onderzoek in Chicago heeft aangetoond dat de sterfte in 1930 op borstvoeding 1,5/1000 was, op koemelk 84,7/1000, door darmstoornissen 40 x hoger, door longaandoeningen 120 x hoger. Als men het kind naast de borstvoeding ook koemelk geeft krijgt men dezelfde negatieve resultaten.

Het natuurlijke proces
Het feit dat velen steeds melk blijven drinken is eigenlijk een onnatuurlijk gebeuren. In de dierenwereld wordt gezoogd tot het jong drie maal het geboortegewicht heeft bereikt. Dit geldt ook voor de mens. Dat is bij de mens 1 jaar, bij de olifant 3 jaar. De melk van koeien, geiten, olifanten, wolven en walrussen verschilt heel sterk van elkaar. Olifanten gedijen niet goed op geitenmelk. Alle dieren groeien alleen goed op melk van hun eigen soort. Bij huisdieren zijn de natuurlijke instincten grotendeels verdwenen. Koeien willen geen melk, maar hoofdzakelijk gras.

De samenstelling van de koemelk
Koemelk bevat ruim 3x zoveel eiwit als moedermelk, waarin meer suikers zitten. Het caseïnegehalte in koemelk is 20x hoger dan in moedermelk. Moedermelk bevat veel meer taurine en onverzadigde vetzuren dan koemelk, wat goed voor onze hersenen is.
Caseïne is een eiwitproduct in de koeienmelk die in de maag een moeilijk te verteren taaie massa vormt door stolling en die alleen geschikt is voor het vier-magen-spijsverteringsstelsel van de koe. Doordat deze massa blijft kleven aan de darmwand, verhindert het de resorptie van vele mineralen, ook in de dunne darm.
Caseïne maakt de botten bij de koe zwaarder en dikker. Doordat het calcium in de moeilijk verteerbare caseïne zit en er veel fosfor in de melk zit, kunnen we juist osteoporose, allergie en nierstenen krijgen. Osteoporose en allergie ontstaan door calcium en mineralen tekort, nierstenen door teveel uitscheiding via de urinewegen van calciumfosfaat. Voorts worden de anorganische calciumverbindingen, zoals calciumfosfaat, calciumcarbonaat, calciumhydroxyapatiet en dergelijke slecht door de darmen opgenomen omdat ze waarschijnlijk lichaamsvreemd zijn. De organische calciumzouten, zoals calciumcitraat, calciummaleaat en de aan het aminozuur gecheleerde calciumzouten worden goed opgenomen omdat ze niet lichaamsvreemd zijn. In de koemelk zit vooral het calciumcarbonaat. In de moedermelk zit meer calcium dan fosfor en blijkt het calcium beter opgenomen te worden dan uit koemelk. Er zijn drie redenen waarom voor de mens de kalk uit de koemelk geen verhoging hiervan in ons lichaam geeft:

  1. Het calcium is moeizaam uit de caseïne te halen
  2. Het is lichaamsvreemde calciumcarbonaat
  3. De fosfor in de melk wordt wel goed opgenomen en trekt calcium uit de botten.

Prof. van Creveld, een kinderspecialist op de Universiteit in Amsterdam, vertelde in 1958 al dat in de oorlog veel baby’s tetanisch werden door koemelk, omdat de moeder geen borstvoeding had. Een tekort aan kalk veroorzaakt een overprikkeling van de motorische zenuwbanen, waardoor spieren in een spasme kwamen. Volgens hem kwam dit vooral door het hoge fosforgehalte.

Het lactase
Lactase is nodig voor de splitsing van lactose in galactose en glucose. In de moedermelk zit vrij veel lactose en renine, maar de zuigeling maakt voldoende lactase om dit te verteren gedurende de eerste drie jaar. Sommige volkeren, met name de Denen, Finnen, blanke Amerikanen en de Zwitsers kunnen aan de borst van de koe blijven. Zij blijven erfelijk bepaald lactase maken. Volgens Dr.Kretchmer  is het een natuurlijk proces dat men geen lactase meer vormt en dat de genetische bepaling daarvan tot gevolg heeft dat sommige volken alleen konden overleven door het drinken van melk, nl. daar zit lactose in. Bij de mens vindt de lactase-productie in de baby plaats in het laatste kwartaal van de zwangerschap en na de geboorte. Indien er geen lactase meer gevormd wordt in het jejunum, dan wordt de lactose door bacteriën omgezet in gas (CO2) en melkzuur, dat vocht aanzuigt. Deze veroorzaakt diarree, krampen, opgezette buik, flatulentie en sporen bloedverlies, met anemie (=bloedarmoede) tot gevolg.
Er bestaat een uitgebreid onderzoek bij volwassenen, die door melkgebruik de volgende darmproblemen kregen: opgeblazen buik, maagpijn, krampen, gasvorming en diarree.
Odze Ret et al. beschreven¨Allergische colitis in infants¨ vooral door melk, waarbij ontstekingen gepaard gaan met rectale bloedingen. Ook sojamelk, tarwe, maïs en noten(pinda’s) kunnen dit veroorzaken.

Melk en de ziekte van Crohn:
Een onderzoek in Engeland is tot de conclusie gekomen dat in 92% de oorzaak in de melk te vinden was. In de melk zit de mycobacterium avium paratuberculosis. Deze bacterie wordt niet gedood bij de pasteurisatie
(6 aug. 2003 Crohn Milk Bug) .

Allergie of intolerantie voor melk
Prof. Castronovo uit België vertelde dat het IgA door melk stuk gemaakt wordt. Indien de moeder tijdens de borstvoeding veel melk drinkt, dan krijgt het kind te weinig IgA en kan dan allergisch reageren met bijv. eczeem. Het stoppen van melk drinken heft de situatie op. Het IgA zit vooral aan de binnenkant van de darmen als een soort hekwerk, waardoor te grote eiwitten niet kunnen binnendringen. Indien dit hekwerk stuk gaat krijgen we het lekkende darmsyndroom ( leaky gut syndrom). Door het lekkende darmsyndroom komen te grote eiwitten in de circulatie die lichaamsvreemd zijn en waarop het lichaam reageert. De allergie kan zo ernstig zijn, dat elk spoortje in koekjes al een reactie kan geven. Ook Dr. Werthmann beschrijft de nadelige effecten van melk en de daling van het IgA waardoor allergie en een atrofisch dunne darmslijmvlies ontstaat. Melk remt dus de mineralen opname, maar ook de vorming van de intrinsic factor, waardoor de opname van vit. B12 afneemt en een allergie kan ontstaan. In het bloed vinden we vaak een verhoogde IgA en IgE. Doordat het IgA gedestrueerd wordt, kunnen ernstige darmstoornissen ontstaan in de vorm van:

  • Chronische diarree met slijm
  • Verlies van bloed en anemie
  • Gasvorming met opgezette buik
  • Braken, vooral bij baby’s
  • Nachtelijk huilen van baby’s, die dan de gehele nacht gedragen moeten worden.

Op de luchtwegen, huid en CZS zien we de volgende symptomen:

  • Chronische of steeds terugkerende verkoudheden en neusverstopping
  • Chronische of steeds terugkerende bronchitis
  • Astma, hooikoorts en frequent niezen
  • Eczeem en andere huid uitslagen zoals urticaria. Dit kan ook ontstaan bij een borstvoeding kind wanneer de moeder veel melk drinkt. Wordt de melk bewerkt met het kefirplantje, dan gaat het goed. Volgens een Fins onderzoek neemt de allergie af bij de zuigeling als de moeder lactobacillen inneemt
  • Middenoorontstekingen
  • Algemene verlaging van het immuunsysteem
  • Groeipijnen en vroegtijdige reumatoïde artritis
  • Migraine en zelfs epilepsie
  • ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder)

Hoe eerder een kind melk van een dier krijgt, des te meer kans er bestaat op een intolerantie. Dit zijn ervaringen van verscheidene kinderspecialisten in Amerika. (Dr. J.Dan Bagget in Alabama, Bahna SL en Heiner DC: Allergies to milk. New York, Gune and Stratton, 1980).
Weinig taurine in flesvoeding: een onderzoek heeft aangetoond dat moedermelk wel 50 % aminozuren bevat, vooral glutaminezuur, glutamine en taurine. In de flesvoeding blijkt maar 10% te zitten. Taurine is voor kinderen essentieel en zij kunnen dit zelf niet maken uit het methionine.

Een ernstiger bijwerking van melk werd beschreven door onderzoekers van de universiteit van Colorado en van Miami  Zij constateerden bij kinderen met nephrosis tussen de 10 en 13 jaar, dat het eiwitverlies via de urine stopte als ze geen melk meer kregen en daardoor aanzienlijk opknapten. Toediening van melk deed het eiwitverlies weer verschijnen met het gevolg dat hierdoor oedeem optrad. Zij concludeerden dat allergie voor melk en ander voedsel een belangrijke rol speelt in de prognose van de nephrosis.
Vermindering van de weerstand
Een andere amerikaaanse ervaring is dat de streptococcus beta-hemolyticus onder normale omstandigheden zelden in de keel komt, maar wel als men melk drinkt. Zowel streptokokken pharyngitis als pyodermie wordt door het drinken van melk bevorderd. Het vervelende is dat niet alleen melk dit bevordert, maar ook kaas en ijs. Hierdoor kunnen ook de groeipijnen en de artritis ontstaan, vooral als men de amandelen eruit haalt. Dit laatste geeft later meer kans op reuma.

De otitis media en frequente neusverkoudheden: Indien baby’s en kleine kinderen geen borstvoeding krijgen is de kans zeer groot dat zij otitis media en frequente coryza krijgen. Zij gaan dan ook s’nachts veel huilen, maar dan van de pijn in de oren. De oorzaak is dan niet alleen de melk, maar bij het zuigen aan de borst gaat de onderkaak naar voren, waardoor de doorstroming van het bloed door neus en oren beter gaat en de buis van Eustachius open blijft. Dit is hetzelfde proces als het gapen en de kaak naar voren doen bij het dalen van het vliegtuig en onze oren dicht gaan. Bij de flesvoeding ligt het kind op de rug en valt de onderkaak naar achter. De buis van Eustachius klapt dan dicht. Dit gebeurt ook bij duimzuigers. De keel- en neusamandelen zullen dan ook gaan zwellen. Door te stoppen met melk schijnen de amandelen ook al te slinken. Door de kinderen kalk/magnesium en zink te geven zie je hun weerstand vooruit gaan en bedenk dan ook dat de amandelen wat vergroot blijven tot hun 4e jaar en daarna gaan slinken, vooral als men naar een warm droog land gaat.
Gedrag en melk 
In Washington zag men de relatie van melkgebruik en een antisociaal gedrag. Juveniele delinquenten dronken 10 x zoveel melk als adolescenten met een gelijke achtergrond. De overgevoeligheid voor koemelk veroorzaakt naast een asociaal gedrag, gespannenheid, rusteloosheid, geirriteerdheid, ontevredenheid, gekke gezichten trekkerij en concentratie problemen. Anderzijds zien we ook moeheid, bleekheid, moeilijk wakker worden, donkere wallen onder de ogen, neusirritatie waarbij kinderen steeds met hun hand de neus naar boven wrijven, depressiviteit, angst en slapeloosheid. Naast melk moeten we ook letten op tarwe, suikers engraan. Melk blijkt in vele gevallen toch de grote boosdoener.

ADHD=attention deficit hyperactivity disorder.
Symptomen: hyperactiviteit en ongeduld, kan geen moment wachten, wordt kwaad als men te laat op de afspraak komt, moeite met stil zitten. Dit zijn vaak symptomen van een teveel aan circulerend histamine. Door een kalktekort kan teveel histamine vrij komen, waardoor een allergie ontstaat en bovengenoemde symptomen ontstaan. Onderzoek in Nederland wijst ook in de richting dat voeding en vooral melk ADHD kan veroorzaken. Andere voedingsstoffen zijn tarwe, chocola en pinda’s.
Een teveel aan fosfor veroorzaakt moeheid en opvliegendheid. Ze bijten nogal eens van zich af omdat ze hun taak niet kunnen volbrengen en het gevoel hebben al erg veel te hebben gedaan. Denk in deze gevallen ook aan coca cola die veel fosfor bevat en agressiviteit kan geven. Bij ADHD kinderen vindt men regelmatig een tekort aan mineralen in het bloed, vooral calcium, zink en magnesium.

Te hoog fosfor gehalte in bloed veroorzaakt:

  • Bloedneuzen, hyperventilatie en angst om alleen te zijn
  • Angst voor donker en onweer
  • Schizofrene beelden met stemmen in hoofd
  • Incontinentia Alvi (onwillekeurig verlies van ontlasting)
  • Versterkte lengtegroei met slappe banden
  • Slappe spieren
  • Moeheid na geringe inspanning
  • Grote slaapbehoefte
  • Overgevoeligheid en voorspellende vermogensCalcium verlies veroozaakt:
  • Tetanische spieren (baby’s in de oorlog)
  • Nachtelijke kuitkrampen
  • Ostoperose, stukgaan van de mastcellen (allergie)
  • Verzwakking van het gebit

Hoewel melk zelf allergische reacties kan geven kan het ook de penicilline of aflatoxine (wat soms in de voeding van de koe zit) de oorzaak zijn. Urticaria, hooikoorts, astma en veelvuldig niezen kunnen het gevolg zijn.
Acne
Koeien die melk geven maken vrij veel progesteron, dat ook in de melk terechtkomt. Progesteron wordt omgezet in androgenen en deze kunnen acne nogal stimuleren. Dr. Fischer heeft dit onderzocht en gemerkt dat stoppen met melk drinken de acne weer deed verdwijnen.
Juveniele Rheumatische Artritis
De kinderarts Dr.J.Dan Baggett  zag een duidelijke relatie tussen melkgebruik en bovengenoemde vorm van artritis. Volgens hem zat de oorzaak in een allergie voor melk. Eerder zagen we dat melk ook de streptococcus hemolyticus goed deed groeien. De keelklachten die dan ontstaan, zijn vaak de reden om de tonsillen te verwijderen. Bij 80 % van deze patiënten ontstaat volgens onderzoek later reuma, wat dus begrijpelijk is . Verergering van de artritis door melk zijn ook te vinden in de artikelen.
Juveniele Diabetes
Studies hebben aangetoond dat in koemelk een eiwit zit dat als antigeen werkt en het immuunsysteem van de pancreas aantast. Het blijkt de bètacaseïne te zijn. Deze stof is verantwoordelijk voor een auto-immuun reactie die leidt tot een vernietiging van de insuline producerende bètacellen in de pancreas, waardoor de diabetes type 1 ontstaat. Dit treedt vooral op bij baby`s en kinderen die al vòòr hun eerste jaar geheel of gedeeltelijk koemelk voeding kregen. In een Fins onderzoek bleek bij diabetische kinderen een sterk verhoogde hoeveelheid melk-proteïne-anti-lichamen te zitten. Zowel in Scandinavië als in Amerika (en nu ook in Nederland) neemt het aantal diabetici sterk toe. In al deze landen wordt zeer veel melk gedronken.
Gedrag en melk
Eerder vertelde ik u de relatie tussen melk en ADHD en het onderzoek in Nederland. In Washington zag men de relatie met een antisociaal gedrag. Juveniele delinquenten dronken wel 10 x zoveel melk als adolescenten met een gelijke achtergrond. De overgevoelig voor koemelk veroorzaakt dus naast een asociaal gedrag, gespannenheid, rusteloosheid, geïrriteerdheid, ontevredenheid, gekke gezichten trekkerij en concentratie problemen. Anderzijds zien we ook moeheid, bleekheid, moeilijk wakker worden, donkere wallen onder de ogen, neusirritatie, waarbij zij steeds met hun hand de neus naar boven wrijven, depressiviteit, angst en slapeloosheid. Naast melk moeten we ook letten op tarwe, suikers en graan. Maar melk blijkt in vele gevallen toch de grootste boosdoener.

Hart- en vaataandoeningen en melk
Melk bevat nogal wat zout en 60% van het vet is verzadigd. Als men van jongsaf aan veel melk drinkt, dan schijnt dit een negatieve werking op onze bloedvaten te hebben. Bij jonge mensen zag men in Amerika (soldaten) al symptomen van aderverkalking en was er een relatie met melkgebruik. Melk bevat veel cholesterol en een enzym xanthine oxidase (XO). Wanneer melk gehomogeniseerd wordt, veroorzaakt XO beschadiging van de arteriën. Door onverzadigde vetzuren, foliumzuur, MSM, vitamine B12 en B3 te gebruiken en melk te laten staan daalt het cholesterolgehalte en nemen hartklachten af.
Twee glazen melk bevat evenveel cholesterol als 3 ons biefstuk, dus vlees is ook niet ongevaarlijk.
In het tijdschrift Circulation 1993 staat een onderzoek waarin duidelijk de relatie wordt beschreven tussen melk, melk producten en het voorkomen van hart en vaataandoeningen en sterfte hieraan. Doordat melk ook de opname remt van vit. B12, kan het homocysteïne in bloed gaan stijgen, waardoor meer kans op arteriosclerose ontstaat.
Andere aandoeningen in relatie met melk
Osteoporose: het is nu wel begrijpelijk dat melk onze kalkhuishouding niet aanvult maar juist afbreekt. Dit wordt vooral veroorzaakt door het hoge fosforgehalte en de eiwitten.
De grote hoeveelheid eiwitten in melk zorgt voor een verhoging van de zuurgraad in het bloed. Dit wordt door calcium in evenwicht gebracht, wat weer stimulerend werkt op de botontkalking. De osteoklasten gaan harder werken, maar ook de osteoblasten om het bot weer te herstellen. De botaanmaak raakt echter uitgeput als de celdeling van de osteoblasten uitblijft door een tekort aan onder ander vitamine B12. Melk remt de intrinsic factor en daardoor de vitamine B12-opname. Voor de celdeling zijn naast vitamine B12 ook foliumzuur (open rug bij baby`s voorkómen), vitamine B6, vitamine E en mineralen nodig. De mineralen worden vooral in zuur milieu opgenomen, maar melk heeft een neutraliserend effect op het maagzuur.
De osteoblasten regelen de botaanmaak en hebben daar naast de vele mineralen ook vitamine D en K nodig. Een overmaat aan calcium wordt meest uitgescheiden (constipatie) of gaat in de zachte weefsels zitten. Daardoor zullen infusen met calcium geen effect hebben.
Als ons maagdarmstelsel niet goed functioneert en/of onze voeding tekort schiet, dan krijgen we een dunne huid en dunne botten.

Kanker en melk
In melk zitten oestrogenen en deze kunnen vooral borstkanker stimuleren, net zoals de pil dit kan doen. Vooral de Amerikaanse biochemicus professor Colin Campbell waarschuwt voor de gevaren van melk en het verkrijgen van borstkanker. Publicaties in de Lancet wijzen op de relatie tussen het groeihormoon (GH), insulin-like growth factor (IGF-1)in melk en kanker. Bij een verhoging van GH, zoals bij acromegalie bestaat, is een verhoogde kans op borst- en prostaatkanker. Een verhoging van het IGF-1 heeft dezelfde gevaren.
Deze twee stoffen schijnen door de pasteurisatie niet stuk te gaan en de groei van kankercellen te bevorderen. Een onderzoek in 1981 vermeldde al dat melk kanker van prostaat en colon kon veroorzaken.
Dat Nederland de langste vrouwen van de wereld heeft is waarschijnlijk het gevolg van de hoge melkconsumptie. Dit gebeurt nu ook in Japan. Nadat men daar ook melk is gaan drinken zijn de vrouwen gemiddeld 11,5 cm langer en 8,6 kg zwaarder geworden en zijn ze 3 jaar vroeger gaan menstrueren.
Leukemie en de melk.                                                                                                                                                                              

In melk kan het bovine leukemie virus (BLV) zitten. Aan de koe is meestal niets te merken. Dit virus gaat niet dood bij de pasteurisatie van melk en kan bij de mens lymfatische leukemie veroorzaken. De oorzaak ligt enerzijds in een te grote belasting van ons weerstandsvermogen en anderzijds aan een verlaagde weerstand bij de mens. Vaak is er een tekort aan selenium, zink, vitamine B12, vitamine C en A en l-lysine. Deze combinatie helpt goed bij alle virale infecties. Door deze combinatie heb ik patienten hiermee beter gekregen.

Melk en het gebit
De meeste moeders denken dat melk het gebit versterkt, maar Dr Frances Castano, een onderzoeker van het gebit, constateerde juist een vernietiging ervan. Koemelk die in de mond blijft, wordt niet verwerkt, maar wordt zuur en is een goede voedingsbodem voor bacteriën in de mond. Deze commensalen zorgen voor plak-vorming op de tanden waardoor deze als het ware wegsmelten. Het duidelijkst was dit te zien bij kinderen die met een flesje melk naar bed gingen. Water is dan beter.
Vitamine B12, foliumzuur en de melk
Dr. Wright heeft een onderzoek gedaan bij astmatische kinderen en zag een relatie tussen melk en een tekort aan vit. B12. Baby’s en kleine kinderen knapten op door toediening van vit. B12 en stoppen met melk en melkproducten. Doordat melk het zuur bindt, worden vele mineralen niet opgenomen zoals zink, magnesium, calcium, mangaan, etc. Ook de intrinsic factor wordt geremd, waardoor vit. B12-opname slechter wordt. Indien de moeder tijdens de zwangerschap veel melk drinkt, gebeurt hetzelfde. Dit kan aanleiding zijn tot een vroeggeboorte, miskraam, ondergewicht van het kind en allergie van het kind na de geboorte.
Vit. B12 en foliumzuur zijn essentieel voor de celdeling ( waarschijnlijk vit. B6 in de vorm van pyridoxaal-5-fosfaat ook). Alleen foliumzuur geven om een open ruggetje te voorkomen kan een vit. B12 -tekort opwekken waardoor een miskraam ontstaat. Beide vitaminen dienen tijdens de gehele graviditeit gegeven te worden en er mag geen melk gedronken worden.
Andere indicaties om vit. B12 te geven zijn:

  • Zwangerschap bij vrouwen boven de 30 jaar
  • Meerling-zwangerschap
  • Frequente graviditeit achter elkaar, anders zal het derde en vierde kind te vroeg geboren worden. Frequente miskramen en infertiliteit, zowel bij de man als de vrouw.

Bepaling van het vit. B12-gehalte in bloed heeft weinig zin omdat dit niets zegt over de concentratie in de weefsels.

Melk en het vrouwelijk geslachtsapparaat 
In het boek Hormone Heresy van Sherrill Sellman schrijft zij dat melk een versterking geeft van het Pre -Menstrueel Syndroom, zoals buikkrampen, gevoelige borsten, myoom vorming, veel bloedverlies (kalk remt fluxus) en pijnlijke endometriosis.
Multiple sclerose en melk 
In epidemiologische onderzoekingen blijkt een verband te bestaan tussen een hoge vetconsumptie en de kans op MS. Vooral verzadigd dierlijk vet blijkt een oorzaak te zijn. In hersenweefsel van MS-patienten is steeds een verhoogd gehalte aan verzadigde vetten gevonden.
Koemelk met een hoog verzadigd vetgehalte schijnt bij MS-patienten de excacerbaties te doen toenemen. Vooral kinderen die koemelk krijgen in plaats van borstvoeding hebben volgens een enquête bij 26000 MS-patienten in Amerika vaker deze aandoening. Deze correlatie werd ook gevonden in 21 andere landen.
Een onderzoek van Swank  gedurende 35 jaar bij 150 MS-patienten gaf duidelijke aanwijzingen dat een dieet met weinig verzadigd vet significant minder verergering gaf dan diegenen die 20 gr. vet per dag aten. De laatste werden vaker ernstig invalide en 80 % overleed door verschillende oorzaken. Van de patiënten die zich aan het dieet hielden overleed 31%. De excacerbaties kwamen weer terug bij patiënten die het dieet stopten.
Een ander onderzoek toonde aan dat onverzadigde essentiële vetzuren beschermen tegen MS. In borstvoeding zit veel van het omega-6-vetzuur, wat in koemelk maar gering is.
Het gebruik van vis (door de omega-3-vetzuren) werkt beschermend tegen MS.

Er wordt ook een relatie gezien tussen veel melk drinken en amyotrofische lateraalsclerose. Ander onderzoek wijst op een relatie tussen zware metalen, multiple sclerose en ALS. Zink, selenium en andere mineralen drijven zware metalen ons lichaam uit, maar melk remt de mineraalopname.
Het Chronische Vermoeidheids Syndroom 
Dit syndroom vindt zijn oorzaak in een allergie en/of darmstoornissen. Men heeft melk, granen en suiker vaak als schuldige gevonden. Naast ernstige moeheid, slapte van de spieren en moeizaam wakker worden, hebben deze patiënten diarree en/of bloedarmoede en chronische infecties. Zie ook mijn ervaring in begin van dit artikel.

Conclusie: koemelk is voor het kalf en moedermelk voor onze kinderen. De moedermelk bevat enzymen en onverzadigde vetzuren (indien ze voldoende aanwezig zijn in de voeding) die de hersenen van kinderen voeden. Dit is van belang voor ons denkvermogen. Maar daarom moeten we niet ons hele leven melk blijven drinken, want dan worden we een melkmuil. Een melkmuil blijft in zijn ontwikkeling stilstaan en wordt dus nooit volwassen.
Een groot deel van de blanke bevolking kan koemelk verdragen, maar de koemelk die we nu drinken is zo bewerkt, dat deze voor ons nog van weinig waarde is en zelfs schadelijk kan zijn. De volle melk direct van de koe geeft al veel problemen en de pasteurisatie of sterilisatie vermeerdert dit.
Producten van melk, zoals kaas, rechtsdraaiende yoghurt met lactobacillus en kwark zijn voor velen goed te verdragen, behalve als men allergisch voor melkproducten is.
Het is begrijpelijk dat er zoveel melk gedronken wordt, want de reclame stimuleert dit. Vreemd is het dat artsen, specialisten en vele mensen kwaad worden als de negatieve aspecten van koemelk op tafel komen. Waarom wil men dit niet horen? Is dat bedreigend en waarom dan? Al deze gegevens komen niet uit de alternatieve hoek, maar uit de reguliere medische wetenschap.
facebooklike mijn pagina

alie wouda

Appen?

Wil je een afspraak maken? 🗣

Alie Wouda Natuurpraktijk Aurora

Breng je neurotransmitters weer in balans!

Een neurotransmitterneurotransmittter

Een neurotransmitter is een signaalstof die in synapsen zenuwimpulsen overdraagt tussen zenuwcellen (‘neuronen’) in het zenuwstelsel of impulsen overdraagt van motorische zenuwcellen op spiercellen of van zenuwreceptoren op sensorische zenuwcellen. Een stof wordt over het algemeen beschouwd als neurotransmitter als het voldoet aan vier criteria:

1) De stof wordt gesynthetiseerd in de zenuwcel.
2) De stof is aanwezig in het presynaptische uiteinde van een zenuwcel en wordt in zulke hoeveelheden afgescheiden dat het een duidelijke actie uitlokt in het postsynaptische neuron of het orgaan waaraan het verbonden is.
3) Als een redelijke hoeveelheid van de stof van buitenaf (exogeen) wordt toegediend, moet de stof de werking van de endogeen afgescheiden stof nabootsen.
4) Er bestaat een specifiek mechanisme voor het verwijderen van de stof van de plek waar het actief is.

(Sommige neurotransmitter kunnen functioneren als neurotransmitter èn als hormoon).Er zijn neurotransmitters die de activiteit van de zenuwcel die zij bereiken stimuleren (exciteren) en er zijn neurotransmitters die de activiteit van het bereikte neuron kunnen remmen (inhiberen). De belangrijkste exciterende neurotransmitter is glutamaat. De belangrijkste inhiberende neurotransmitter is GABA (gamma-aminoboterzuur).

Stoffen die de werking van een neurotransmitter stimuleren, noemen we agonisten. Stoffen die de werking juist remmen noemen we antagonisten. Er zijn ook stoffen die de activiteit van de afbreekenzymen voor neurotransmitters stimuleren of remmen. Deze stoffen hebben dus indirect invloed op de activiteit van neurotransmitters. Veel sterke natuurlijke en synthetische toxines en geneesmiddelen werken direct of indirect in op neurotransmitters en/of hun receptoren. De meeste neurotransmitters ontstaan uit aminozuren door middel van biosynthese.

Neurotransmitter Dopamine
Dopamine is verantwoordelijk is voor gezonde assertiviteit, seksuele opwinding, een sterk immuunsysteem en een optimaal functionerend zenuwstelsel, belangrijk om angst te remmen. Dopamine geeft assertiviteit (kracht) op zowel fysiek, emotioneel als mentaal niveau. Denk hierbij ook aan bewegingsenergie, concentratie, daadkracht en denkvermogen.

Dopamine is een kwetsbare neurotransmitter. Het dopaminegehalte wordt snel verlaagd door stress of slaaptekort. Ook alcohol, cafeïne, drugs, nicotine en suiker verlagen de dopamineactiviteit in de hersenen. Deze stoffen werken verslavend omdat het in eerste instantie het dopamineniveau verhoogd. Dat geeft een plezierige sensatie. Op een gegeven moment gebeurt het omgekeerde. Het dopamineniveau daalt en men voelt zich onprettig. Er zijn dan steeds grotere hoeveelheden van deze stoffen nodig om dat onprettige gevoel op te heffen. En dat lukt steeds slechts tijdelijk.

Een verlaagd dopamineniveau kan nare gevolgen hebben

  • Emotionele instabiliteit
  • Gevoelens van angst
  • Gevoel van ‘niet aanwezig zijn’
  • Gevoelens van onrust
  • Laag energieniveau
  • Laag libido
  • Matig concentratievermogen
  • Moeite met nemen van initiatief, weinig ‘zin’
  • Moeilijker kunnen kiezen, besluiten nemen
  • Slechter functionerend immuunsysteem
  • Sneller afgeleid zijn
  • Vergeetachtigheid

Het dopaminesysteem wordt gestimuleerd door met aandacht en plezier ergens mee bezig te zijn. Voor de aanmaak van dopamine is het aminozuur tyrosine nodig. Voedingsbronnen van tyrosine zijn fruit en groenten, eieren, vis, vlees, zuivelproducten en in het bijzonder avocado, noten, peulvruchten en zaden.

Verhogen domamineniveau
Wanneer er sprake is van klachten die een relatie hebben met een verlaagd dopamine niveau, dan is het eerst zaak het dopamine niveau weer op peil te brengen. En dat doe je in een aantal logische stappen, die steeds ingrijpender worden.

  • Meer knuffelen
  • Meer huid op huid contact
  • Meer intensief bewegen
  • Inname tyrosine houdende voeding verhogen
  • Inname geraffineerde suikers verlagen
  • Spijsverteringskanaal voeden in plaats van vullen
  • Inname l-theanine verhogen, liefst via voeding
  • Suppletie overwegen met l-theanine
  • Neurotransmitter GABA

Gamma-aminoboterzuur (GABA) is de belangrijkste inhibiterende (de werking van andere neuronen remmende) neurotransmitter in de hersenen. GABA is volop aanwezig in de hersenen, vooral bij de synaptische transmissies, in de grijze hersenstof en in het nigrostriatale systeem.

GABA helpt het functioneren van de hersenen in balans te houden. Het helpt uitschieters op ieder denkbaar terrein te voorkomen door tijdig af te remmen. Hierdoor faciliteert GABA het basisgevoel van veiligheid.

Afkicken van een alcoholverslaving en B vitaminen tekorten verminderen de effectiviteit van GABA.

Stoffen die de werking van GABA versterken noemen we GABA-agonisten. Veel gebruikte ‘geneesmiddelen’ die GABA-agonist zijn, kennen we als: Baclofen, barbituraten en Benzodiazepines. Alcohol versterkt de werking van deze stoffen. Dit zijn echter nare stoffen met dito bijwerkingen.

GABA kent zogenaamde co-factoren, onmisbare stoffen die nodig zijn voor de productie van GABA. Zonder voldoende van deze co-factoren hapert de GABA productie.. Deze co-factoren zijn: Vitaminen B1, B6, B12, Magnesium, Mangaan en Taurine.

Een verlaagd GABA niveau kan nare gevolgen hebben

  • Angstaanvallen
  • Darmproblemen
  • Doorratelend denken
  • Epileptische aanvallen
  • Fobieën
  • Gevoelens van onrust
  • Hyperaltertheid
  • Insomnia
  • Neurologische klachten (bewegingsapparaat)
  • Ongeduld
  • Paniekaanvallen
  • Perfectionisme
  • Verhoogde prikkelbaarheid

Goede voedingsbronnen van GABA zijn:

  • Aardappelen,
  • Bananen,
  • Bladgroenten (donkergroen),
  • Eieren,
  • Uien,
  • Zaden.

Verhogen GABA niveau
Wanneer er sprake is van klachten die een relatie hebben met een verlaagd GABA niveau, dan is het eerst zaak het GABA niveau weer op peil te brengen. En dat doe je in een aantal logische stappen, die steeds ingrijpender worden.

  • Meer knuffelen
  • Meer huid op huid contact
  • Meer intensief bewegen
  • Spijsverteringskanaal voeden in plaats van vullen
  • Inname GABA houdende voeding verhogen
  • Inname geraffineerde suikers verlagen
  • Tekorten vitamines vitaminen B1, B6 en B12 wegwerken.
  • Tekorten magnesium, mangaan en taurine wegwerken.
  • Inname l-theanine verhogen.
  • Suppletie overwegen met deze sterke GABA stimulatoren: 5-HTP, GABA, hop, glutamine, l-theanine, MSM, passiebloem, salvia, valeriaan, havergrasblad.

Neurotransmitter Serotonine
Serotonine is vooral een kalmerende en regulerende neurotransmitter. Het zorgt voor de eetlust, de spieropbouw, een gevoel van tevredenheid, een natuurlijk slaappatroon (serotonine reguleert ook het vrijkomen van melatonine uit de epifyse, de biologische klok), en reguleert de bloeddruk, de seksuele activiteit, het geheugen en het leren. Serotonine bevindt zich voor 95% in de maag en darmen. Veel mensen met serotoninetekort hebben dan ook darmproblemen, met name PDS.

Een verlaagd serotonineniveau kan nare gevolgen hebben

  • Afzondering
  • Agressie & boosheid
  • Angstaanvallen
  • Continu herhalende gedachten
  • Darmproblemen
  • Depressie
  • Dwangmatige eetstoornissen
  • Fobieën
  • Insomnia
  • Inflexibiliteit
  • Koolhydraatverslaving
  • Obsessief gedrag
  • Ongeduld
  • Overmatige bezorgdheid
  • Paniekaanvallen
  • Pessimisme
  • PMS
  • Slechter functionerend immuunsysteem
  • Stemmingswisselingen
  • Suïcidale neigingen
  • Tunnenvisie en zwart/wit denken
  • Verhoogde suikerbehoefte
  • Verhoogde prikkelbaarheid
  • Verlaagd libido
  • Verlaagd leervermogen
  • Verlaagde pijngrens
  • Verlaagd zelfbeeld
  • Verafschuwing van donker weer

Serotonine wordt aangemaakt uit het essentiële aminozuur tryptofaan en heeft daarbij de vitamines B1, B3, B6 en B11 (foliumzuur) en C nodig, de co-factoren. De activiteit van serotonine is afhankelijk van veel stoffen. Belangrijke stoffen in deze zijn insuline en magnesium.

Goede bronnen van l-tryptofaan, de natuurlijke variant van tryptofaan zijn vooral:

  • bananen,
  • bonen,
  • bruine rijst,
  • cacao,
  • eieren,
  • kaas,
  • kalkoen,
  • kikkererwten,
  • kip,
  • kwark,
  • melk,
  • noten,
  • pinda’s,
  • pompoenzaden,
  • sesamzaden,
  • soja,
  • tofu,
  • vis en
  • zonnebloempitten.                                                                                                                                                                                                                                                                                          ‘Voedsel’ dat rijk is aan geraffineerde suikers verlagen het serotonineniveau.

Tryptofaan wordt in het lichaam met behulp van vitamine B11 en vitamine C omgezet in 5-HTP. Het hormoon insuline zorgt ervoor dat 5-HTP vanuit het bloed in de hersenen wordt opgenomen. De hersenen zetten tenslotte 5-HTP met behulp van vitamine B6 en zink om in serotonine. Het verhogen van de hoeveelheid tryptofaan in het lichaam verhoogt dus indirect de hoeveelheid serotonine in het lichaam. Suppletie met tryptofaan kan in eerste instantie (bijwerking) duizeligheid, vermoeidheid en wazig zien veroorzaken. Tryptofaan mag niet tegelijkertijd met bepaalde ‘geneesmiddelen’ gebruikt worden, waaronder antidepressivia.

Verhogen Serotonineniveau
Wanneer er sprake is van klachten die een relatie hebben met een verlaagd serotonineniveau, dan is het eerst zaak het serotonineniveau weer op peil te brengen. En dat doe je in een aantal logische stappen, die steeds ingrijpender worden.

  • Meer knuffelen
  • Meer huid op huid contact
  • Meer intensief bewegen
  • Inname tryptofaan verhogen.
  • Tekorten vitamines B1, B3, B6, B11 en C wegwerken.
  • Tekort magnesium wegwerken.
  • Inname geraffineerde suikers verlagen
  • Spijsverteringskanaal voeden in plaats van vullen
  • Inname 5-HTP verhogen.
  • Suppletie 5-HTP overwegen

Aanvullende informatie

5-HTP
5-HTP (5-hydroxytryptophaan) wordt in het lichaam geproduceerd uit tryptofaan. Het komt van nature voor in verschillende voedselproducten en wordt als voedingssupplement voornamelijk gewonnen uit de zaden van de Griffonia plant. 5-HTP wordt steeds vaker ingezet bij de natuurgeneeskundige behandeling van met name bijnieruitputting, depressie en slaapstoornissen. Suppletie met 5-HTP biedt een veilige manier om de aanmaak van GABA en serotonine te stimuleren.

l-Theanine

Het aminozuur l-theanine ( gamma-ethylamino-l-glutaminezuur of gamma-glutamyl-ethylamide), wordt in de natuur voornamelijk aangetroffen in de theeplant. L-theanine is in de theeplant aanwezig als vrij aminozuur en vormt circa 50% van de totale hoeveelheid vrije aminozuren. De biosynthese uit glutaminezuur en ethylamine vindt plaats in de wortels van de plant, waarna het gevormde l-theanine wordt opgeslagen in de bladeren. Zowel de van oudsher bekende ontspannende werking van groene thee als de bijzondere smaak ervan, is te danken aan de aanwezigheid van l-theanine.

De hoeveelheid l-theanine die in de uit theebladeren bereide drank wordt aangetroffen kan aanzienlijk variëren en is onder meer afhankelijk van de wijze waarop de bladeren na het plukken verder worden verwerkt. Daardoor bevat groene thee in het algemeen veel meer l-theanine dan zwarte thee.
 In voedingssupplementen wordt l-theanine meestal aangeboden onder de naam Suntheanine.

Er is een fabrikant van voedingssupplementen die l-theanine produceert volgens een gepatenteerd enzymatisch proces waarbij uitsluitend de natuurlijke L-vorm van theanine ontstaat. Onderzoek heeft uitgewezen dat andere producten, die door extractie uit groene thee of door chemische synthese worden verkregen, naast L-theanine in het algemeen ook D-theanine bevatten en wel in hoeveelheden die circa 50% kunnen bedragen. Mogelijk kunnen dergelijke hoge concentraties D-theanine echter, omdat de ruimtelijke molecuulstructuur van aminozuren grote invloed op hun biologische activiteit en stofwisseling kan hebben, tot nadelige effecten leiden.

L-theanine wordt snel vanuit het darmkanaal geabsorbeerd en passeert via het aminozuren-transportmechanisme dat als L-systeem (leucine preferring transport system) wordt aangeduid. Daardoor komt het snel in de hersenen. Veelal kan reeds ongeveer een half uur na inname een gunstige uitwerking van L-theanine worden waargenomen. Bij dierstudies waarbij het aminozuur direct in de maag werd gebracht was de concentratie in de hersenen na 5 uur maximaal. Daarna trad een geleidelijke vermindering op en na 24 uur was in het hersenweefsel geen L-theanine meer aantoonbaar. L-theanine ontplooit in de hersenen uiteenlopende gunstige effecten die onder meer tot een gevoel van ontspanning en relaxatie leiden. Belangrijk is dat deze kalmerende en rustgevende werking van L-theanine niet gepaard gaat met het optreden van sufheid of slaperigheid.

Vermeldenswaardig is ook dat L-theanine uiteenlopende negatieve effecten van cafeïne tegengaat. Dit verklaart waarom het drinken van groene thee, ondanks het feit dat daarin cafeïne aanwezig is soms zelfs in een relatief hoge concentratie– toch een kalmerende werking heeft. De ontspannende werking van l-theanine is onder meer te danken aan het feit dat dit aminozuur het GABA-niveau in de hersenen doet toenemen. GABA (gamma-aminoboterzuur) is een inhiberende neurotransmitter die een kalmerende uitwerking heeft en het gevoel van welbevinden kan bevorderen. Een adequate beschikbaarheid van GABA kan helpen hyperactiviteit en gevoelens van innerlijke onrust van iedere aard te bestrijden. De positieve werking van l-theanine wordt ook toegeschreven aan beïnvloeding van het metabolisme van dopamine, een neurotransmitter die tevens als precursor voor de productie van norepinefrine fungeert.

Bron: Rob M.M. Greuter

img_2777Afspraak maken?