Serotonine heeft dus invloed op ons moreel oordelen en handelen

Serotonine heeft dus invloed op ons moreel oordelen en handelen

De mens beschikt over moreel besef, maar ons moreel handelen laat vaak te wensen over. Misschien is daar iets aan te doen. Onderzoekers zijn er al in geslaagd de morele keuzes van proefpersonen te manipuleren met behulp van bepaalde signaalstoffen. Een vorm van doping om een beter, ethischer mens te worden – is dat een goede zaak of kleven er ook bezwaren aan?

Stel, u staat op een viaduct en ziet hoe onder u een op hol geslagen tram afraast op vijf nietsvermoedende wegwerkers. Naast u staat een dikke man, die zo zwaar is dat hij met zijn lichaamsgewicht de aanstormende tram zou kunnen tegenhouden. Zou u hem van het viaduct duwen om de wegwerkers te redden? Anders geformuleerd: zou u één mens opofferen opdat vijf anderen blijven leven?

Dit is een klassiek dilemma waarvoor geen ideale, ethisch onberispelijke oplossing bestaat. Het heeft onderzoekers over de hele wereld goede diensten bewezen wanneer ze probeerden te achterhalen hoe wij morele keuzes maken.

Psychobiologe Molly Crockett heeft dit gedachte-experiment uitgevoerd met een aantal proefpersonen en constateerde dat ongeveer vier op de tien deelnemers bereid zouden zijn de dikke man van het viaduct te duwen, maar de rest niet. Toen Crockett het experiment een paar weken later herhaalde, zag de uitkomst er echter heel anders uit. Nu waren veel minder proefpersonen geneigd de onschuldige man voor de tram te gooien. Wat was er in de tussentijd gebeurd? De onderzoekster had de morele attitude van haar proefpersonen chemisch gemanipuleerd met behulp van de neurotransmitter serotonine.

Uit diverse studies is gebleken dat deze signaalstof sociaal gedrag bevordert, zowel bij mensen als bij dieren. Crockett had drie weken lang de serotoninespiegel in de hersenen van de proefpersonen verhoogd door hen een antidepressivum te laten slikken. Dat bleek voldoende om ervoor te zorgen dat ze de dikke man spaarden en de wegwerkers aan hun lot overlieten. ‘De deelnemers vonden het vanuit ethisch oogpunt minder acceptabel opzettelijk iemand te verwonden om anderen te sparen’, vertelt Crockett. ‘Serotonine heeft dus invloed op ons moreel oordelen en handelen.’

Onze morele keuzes worden sterker beïnvloed door emoties dan door de ratio

De onderzoekster gebruikt met opzet het woord ‘invloed’. Het is niet zo dat de neurotransmitter automatisch de naald van ons morele kompas in de richting van medeleven draait, maar hij verhoogt wel aantoonbaar het percentage mensen dat ervoor terugschrikt de dikke man op te offeren. En de onderzoeksresultaten van Crockett staan niet op zichzelf. Neurowetenschappers begrijpen steeds beter welke stoffen invloed hebben op onze moraliteit – en hoe die in een bepaalde richting gestuurd kan worden.

Het hormoon oxytocine is wellicht de uitgebreidst bestudeerde stof in dit verband. Het effect ervan manifesteert zich bijzonder duidelijk bij mensen met het syndroom van Williams, een aangeboren ontwikkelingsstoornis die onder andere gepaard gaat met een duidelijk verhoogde oxytocinespiegel. ‘Deze patiënten zijn zeer in anderen geïnteresseerd en bijzonder empathisch’, zegt Andreas Meyer-Lindenberg, directeur van het Centraal Instituut voor Geestelijke Gezondheid in Mannheim. Het syndroom van Williams is heel zeldzaam, maar ook bij gezonde mensen heeft oxytocine meetbaar invloed op het sociale gedrag.

In het laboratorium kunnen we dat bijvoorbeeld demonstreren aan de hand van het zogeheten ultimatumspel. De proefpersoon zit tegenover een onbekende, die van de onderzoeksleider tien euromunten krijgt. De onbekende moet een deel ervan aan de proefpersoon geven, maar mag zelf bepalen hoeveel. Als ze het eens worden, mogen ze het geld houden, maar als ze niet tot overeenstemming komen, krijgen ze allebei niets. Stel dat de onbekende de proefpersoon drie euro aanbiedt. Deze staat nu voor de keuze: ofwel de drie euro accepteren en erin berusten dat de ander meer krijgt, ofwel het aanbod van de hand wijzen, met als gevolg dat beiden met lege handen naar huis gaan.

Een extra dosis vertrouwen
De meeste mensen wijzen een aanbod van slechts drie euro van de hand. Ze bestraffen dus unfair gedrag, zelfs wanneer dat betekent dat ze daardoor zelf een geldelijke beloning mislopen. ‘Proefpersonen die, bijvoorbeeld via een neusspray, een extra dosis oxytocine toegediend kregen, reageren minder afwijzend’, zegt Meyer-Lindenberg. ‘Uit diverse studies blijkt dat zij meer vertrouwen hebben in de ander.’

Ook Molly Crockett heeft experimenten gedaan met het ultimatumspel, ditmaal om de bereidheid tot samenwerken te testen. En de uitkomst was vrijwel gelijk. De proefpersonen waren eerder bereid iemand te vergeven. Opmerkelijk is dat zowel serotonine als oxytocine het morele gedrag beïnvloeden op het vlak van de emoties. Als daarentegen het denkvermogen met behulp van een chemische stof wordt gestimuleerd, heeft dat geen effect. Blijkbaar wordt in het dagelijks leven onze moraal meer beïnvloed door emoties en gevoelens dan door de ratio.

De onderzoeken van Crockett en Meyer-Lindenberg worden niet alleen door hun vakgenoten met grote belangstelling gevolgd, maar ook door filosofen als Julian Savulescu, directeur van het Uehiro-centrum voor Toegepaste Ethiek van de universiteit van Oxford. Hij vreest dat de mensheid zichzelf in de toekomst misschien zal vernietigen door de klimaatverandering of door middel van massavernietigingswapens. ‘Opvoeding, wetten en ons aangeboren moreel besef zijn niet voldoende om de globalisering het hoofd te bieden’, luidt zijn overtuiging. ‘We moeten al onze kennis, ook die op het gebied van de neurowetenschappen, inzetten om mensen te helpen moreler te handelen.’ Moral enhancement – versterking van ons morele gevoel–, zo noemt Savulescu een dergelijke aanpak. Zal het op een dag mogelijk zijn met farmaceutische middelen de empathie of de hulpvaardigheid van mensen te vergroten?

Op dit moment is dat nog toekomstmuziek, maar niettemin voeren filosofen nu al felle debatten over de pro’s en contra’s van de bevindingen van Crockett en Meyer-Lindenberg. Is meer empathie altijd iets positiefs, of is het in het ultimatumspel ethisch juister de egoïstische tegenspeler te straffen en op die manier de sociale norm van billijkheid te handhaven?

Wat is moraal eigenlijk?
‘De grote uitdaging’, zegt Crockett, ‘is eerst maar eens overeenstemming te bereiken over de vraag wat moraal eigenlijk is.’ Die vraag heeft in de loop van de geschiedenis telkens weer andere antwoorden opgeleverd. Zo adviseerde de Griekse filosoof Aristoteles in de vierde eeuw voor Christus in het kader van zijn deugdenethiek steeds de gulden middenweg te zoeken tussen twee extreme karaktereigenschappen, bijvoorbeeld vrijgevigheid bij de keuze tussen spilzucht en gierigheid. In de middeleeuwen hamerden christelijke denkers op de waarden geloof, hoop en liefde. Zulke uitgangspunten kunnen in concrete situaties echter tot sterk uiteenlopende conclusies leiden.

Omstreeks 1776 ontwikkelde de Engelse filosoof Jeremy Bentham, de grondlegger van het zogeheten utilitarisme, een bijna wiskundige leidraad. Hij redeneerde als volgt: om te weten wat goed of fout is, moeten we kijken wat het grootste geluk voor het grootste aantal mensen met zich meebrengt. Volgens die redenering gebiedt de moraal dus één mens van een viaduct te duwen als je daarmee vijf mensen kunt redden. Amper twaalf jaar later verdedigde Immanuel Kant in zijn ‘Kritiek van de praktische rede’ overigens precies de tegenovergestelde opvatting: handel zo dat je mensen altijd als doel en nooit louter als middel gebruikt. Een mens opofferen – om welke reden dan ook – lijkt daarmee onverenigbaar.

Utilitarisme, plichtenleer en religieus gemotiveerde standpunten klinken tot op de dag van vandaag door in ethische debatten, en consensus valt er binnen afzienbare tijd niet te verwachten. Over veel concrete aspecten van de moraal bestaat in de filosofie overigens wel overeenstemming, zegt Savulescu’s collega Guy Kahane. Racisme, bijvoorbeeld, geldt niet alleen onder filosofen, maar ook in brede lagen van de samenleving als verwerpelijk. Dat neemt echter niet weg dat vooroordelen nog altijd wijdverbreid zijn.

‘Zelfs mensen die over het algemeen liberaal en tolerant zijn, worden onbewust toch beïnvloed door de huidskleur, het geslacht of de religie van anderen’, zegt Kahane, zich baserend op de bevindingen van de psychologie. Als het mogelijk zou zijn deze effecten af te zwakken door middel van een soort morele ‘doping’, zou vermoedelijk niemand daar bezwaar tegen hebben. En juist op dit punt kan de medische wetenschap misschien uitkomst bieden, dankzij de bètablokker propanolol. Filosofen van het Uehiro-centrum voor Toegepaste Ethiek hebben samen met hersenonderzoekers van de Universiteit van Oxford onlangs de mogelijkheden van dit middel, oorspronkelijk ontwikkeld voor de behandeling van hartkwalen, bestudeerd. Uit dat onderzoek kwam naar voren dat het medicijn weliswaar geen invloed heeft op de bewuste morele instelling van de proefpersonen, maar onbewuste vooroordelen wel duidelijk kan afzwakken. Moeten personeelschefs voortaan voor een sollicitatiegesprek propanolol slikken, zodat ze de kandidaat onbevooroordeeld tegemoet kunnen treden?

Dat vooruitzicht wordt beslist niet uitsluitend met enthousiasme begroet. ‘De klassieke methoden om de moraal te versterken – de opvoeding en het rechtssysteem – werken van buitenaf, ze veranderen niet iemands eigen gedachten’, zegt Owen Schaefer, aan het Uehiro-centrum een van de meest uitgesproken critici van het idee van moral enhancement. ‘Deze biologische methoden grijpen daarentegen direct in in de chemie van de hersenen. Je kunt bijna letterlijk spreken van een hersenspoeling.’

Onbewuste vooroordelen bestrijden
Veel filosofen delen de bezorgdheid dat een werkzame vorm van ‘moraaldoping’ de fundamenten van de persoonlijkheid zou kunnen ondermijnen. Dat heeft Stanley Kubrick al in 1971 plastisch uitgebeeld in zijn film ‘A Clockwork Orange’. Daarin wordt de jonge psychopaat Alex in de gevangenis behandeld met een aversietherapie: hij moet naar gewelddadige filmscènes kijken terwijl hij een middel toegediend heeft gekregen dat een vreselijke misselijkheid teweegbrengt.

Deze behandeling maakt inderdaad een eind aan zijn agressieve neigingen, maar Alex is daarna een gebroken man die hulpeloos is overgeleverd aan zijn omgeving. Dit toekomstvisioen gaat natuurlijk veel verder dan een in de praktijk toepasbare vorm van moraaldoping ooit zou doen. Guy Kahane is ervan overtuigd dat er veel situaties bestaan waarin je op goede gronden zou kunnen besluiten een ‘moraalpil’ te slikken of toe te dienen. Zo zijn de meeste mensen geschokt wanneer ze tot de ontdekking komen dat ze er onbewuste vooroordelen op nahouden. Als daar iets tegen gedaan zou kunnen worden, ‘zou dat hen niet onvrij maken, maar hen helpen zo te handelen als ze sowieso al wilden’, aldus de filosoof.

Goed beschouwd hebben we bij die onbewuste vooroordelen te maken met een soortgelijke situatie als wanneer iemand wil afvallen. Een aspect van de eigen wil – het permanente verlangen een slank figuur te krijgen – is in conflict met een ander aspect, bijvoorbeeld de spontane trek in een stuk chocoladetaart. Een middel dat de eetlust remt, verschuift de balans tussen die beide impulsen.

Iemand die zo’n middel slikt om zijn ideale zelfbeeld te verwezenlijken, verliest daarmee niet zijn autonomie, maar is juist heel authentiek, redeneert Anders Sandberg, die ook als filosoof verbonden is aan het Uehiro-centrum. ‘Als het om moraal gaat, is het probleem meestal niet dat we niet weten wat ons te doen staat, maar dat we te laks zijn om het ook daadwerkelijk te doen.’

Deze contradictie tussen morele instelling en daadwerkelijk gedrag zien we bijvoorbeeld ook bij het huwelijk. Trouw is daarbij de algemeen geaccepteerde norm, maar die wordt in de praktijk lang niet altijd nageleefd, zoals onder andere blijkt uit het toenemende aantal echtscheidingen. Toch willen beide partners bij het begin van het huwelijk dat het zo lang mogelijk zal standhouden. Als het dus mogelijk zou zijn de wederzijdse aantrekking langs biochemische weg te versterken, zou dat in het belang zijn van zowel de man als de vrouw, aldus Sandberg.

Samen met zijn collega’s fantaseert hij zelfs al over een heuse trouwcocktail met de volgende ingrediënten: oxytocine om de onderlinge band te versterken, testosteron voor de seksuele opwinding, het hormoon CRH (corticotropin releasing hormone) om de angst voor een scheiding te vergroten – en misschien ook nog een vleugje ecstasy om de beide partners wat losser te maken. Zo’n moderne liefdesdrank is natuurlijk absoluut geen garantie voor eeuwige trouw en zal op zich waarschijnlijk sowieso niet veel effect hebben. Maar hij zou wel het effect van een romantisch etentje of een gezamenlijke strandwandeling kunnen versterken, en daarmee ook de band tussen de partners.

Om ervoor te zorgen dat een medicijn voor de moraal de gewenste uitwerking heeft, is de juiste context dus van cruciaal belang. Als iemand het fictieve liefdeselixer van Sandberg zou innemen wanneer hij/zij op het punt staat vreemd te gaan, zou dat niet de huwelijksband bepaald versterken, maar juist de buitenechtelijke affaire! Moraalpillen kunnen dus gemakkelijk een averechts effect hebben.

Naar de mening van de filosofen zijn zulke ongewenste effecten weliswaar een probleem, maar geen onoverkomelijk obstakel. Elke arts en apotheker maakt dagelijks inschattingen van het nut en de risico’s van medicijnen, en in de meeste gevallen hebben de patiënten er uiteindelijk baat bij. Moraalpillen zouden in de toekomst bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden in het kader van een psychotherapie. Therapeut en patiënt bepalen eerst in onderling overleg welke morele doelen de patiënt wil nastreven, waarna men die met behulp van de juiste hormonen en neurotransmitters probeert te verwezenlijken.

Uiteraard brengen de bijwerkingen van een moraalcocktail nog andere problemen met zich mee. ‘Oplichters zouden kunnen denken: Mooi zo! Laat alle anderen die pillen maar slikken. Dan kan ik ongestoord mijn gang gaan’, vreest Sandberg. Guy Kahane deelt zijn bedenkingen. ‘Dat is een probleem met de moraal. Iedereen wil wel pillen hebben die het prestatievermogen of het geheugen verbeteren, maar een pil waar je een fatsoenlijk mens van wordt? Daar zal waarschijnlijk niet veel vraag naar zijn.’

Chemische castratie van zedendelinquenten
Bepaalde vormen van moraaldoping bestaan momenteel al, en het gebruik ervan stuit op weinig verzet. Zo slikken sommige mannen met pedoseksuele neigingen bijvoorbeeld vrijwillig anti-androgenen om te voorkomen dat ze kinderen lastigvallen. Die medicijnen blokkeren het mannelijk geslachtshormoon testosteron en remmen op die manier de seksuele drift.

In verscheidene staten in de VS is zo’n ‘chemische castratie’ voor zedendelinquenten een mogelijkheid om eerder uit de gevangenis te worden ontslagen. In bepaalde gevallen kan de rechter de dader dwingen zo’n behandeling te ondergaan, als onderdeel van de straf. Een eventueel medicijn ter versterking van de moraal zou op een soortgelijke wijze ingebed kunnen worden in maatschappelijke randvoorwaarden.

Overigens blijkt uit de experimenten van Molly Crockett dat juist mensen die zich sowieso al heel goed in anderen kunnen inleven, het sterkst reageren op een verandering van de serotoninespiegel. Omgekeerd zijn degenen die een moraalpil eigenlijk het hardst nodig hebben er misschien het minst gevoelig voor. Filosofen als Kahane waarschuwen voor het risico dat er misbruik wordt gemaakt van een eventuele moraalpil. In theorie kunnen de bevindingen van de hersenwetenschap namelijk ook worden toegepast om ethische remmingen af te zwakken en mensen meedogenlozer te maken. Daar zouden regeringen of militaire organisaties gebruik van kunnen maken. Dat is dan ook de reden waarom Kahane het van groot belang vindt dat er nu al een maatschappelijk debat op gang komt over de vraag of en onder welke voorwaarden het gebruik van zulke medicamenten moet worden toegelaten.

‘Moraal is een ongelooflijk complexe zaak’, benadrukt Crockett. ‘Daarmee vergeleken is onze biologische benadering maar een bot instrument.’ Maar de hersenwetenschappers leren elke dag iets bij en ontdekken nieuwe manieren om de moraalnetwerken in het brein te beïnvloeden. Niet alleen via medicatie, maar bijvoorbeeld ook met behulp van mindfulness-meditatie of apps voor de smartphone die de gebruiker op het juiste moment herinneren aan zijn goede voornemens.

Ook al moeten we misschien nog een beetje aan het idee wennen, er zijn goede argumenten om meer onderzoek te doen naar methoden om de empathie te versterken, de echtelijke trouw te bevorderen of vooroordelen af te zwakken. Want er zijn in de samenleving trends waar te nemen die duiden op een afkalving van de publieke moraal. Uit een langlopende studie blijkt dat onder Amerikaanse studenten de mate van empathie sinds de jaren ’70 constant afneemt. ‘Of we nu moraalpillen slikken of niet, ons karakter verandert’, zegt Kahane. ‘Zelfs als we geen superempathische wezens willen worden, moeten we op zijn minst proberen zo empathisch te blijven als we waren!’

Over de auteur

Volkart Wildermuth
Wetenschapsjournalist
Volkart Wildermuth is wetenschapsjournalist en woont in Berlijn. In de dagelijkse hectiek van werk en gezinsleven zou hij af en toe best wat morele ondersteuning kunnen gebruiken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: