Als we onze verre bladdragende verwanten nader beschouwen, dan blijkt dat planten een vergelijkbare manier hebben bedacht om embryonale groei te regelen. Üli Großniklaus (Universiteit van Zürich, Zwitserland) ontdekte een stilgelegd gen bij verschillende soorten Arabidopsis en heeft het genoemd naar de Griekse mythologische figuur Medea. In de tragedie van Euripides doodde Medea haar kinderen na bedrogen te zijn door haar geliefde Jason, terwijl ze hem eerder had geholpen om het Gulden Vlies (de huid van de geofferde gouden ram) te bemachtigen. Het Medea gen in Üli’s Arabidopsis planten codeert voor een repressor-eiwit dat een ander gen, betrokken bij de embryonale groei, buiten werking stelt. Üli vernoemde dit uitgeschakelde gen naar Pheres, een van de vermoorde kinderen van Medea en Jason.

Het Medea gen wordt geïnactiveerd als het wordt geërfd via de mannelijke plant. De actieve Medea kopie van moeder dient om het Pheres gen stil te houden in het embryo dat zich uit het bevruchte zaad ontwikkelt. Zonder het actieve Medea gen loopt de zaadontwikkeling fout, waardoor kleine dikke embryo’s ontstaan (die doen denken aan de muizenembryo’s waarbij het uitschakelen van het Igf2 gen niet werkt). Deze planten-embryo’s met een inactief Medea gen sterven als de zaden voor de winterslaap uitdrogen. Maar als deze vette mutanten worden gered door ze in vitro op te kweken, dan komen er normale, gezonde volwassen planten uit voort. De groeibeperkende effecten van het ‘mythische gen’ blijken dus alleen tijdens de embryonale ontwikkeling van belang. Ondanks overeenkomsten tussen dieren en planten in dit opzicht, weten we niet of DNAmethylering Medea tot zwijgen brengt.