Krillolie Orthomoleculaire therapie

Inleiding

Krillolie wordt geproduceerd uit krill. Dit is het zoöplankton dat bestaat uit kleine garnaalachtige schaaldiertjes (Euphasia Superba) die een gemiddelde lengte hebben van 16 mm. Ze leven in grote aantallen in de koude poolwateren. Afbeelding

Doordat krill laag in de voedselketen staat en geoogst wordt in de zuivere oceaan rondom Antarctica is de olie van nature arm aan zware metalen, PCB’s en andere contaminanten. Krillolie wordt het best gewonnen zonder dat de olie blootgesteld wordt aan hoge temperaturen. Hierdoor blijven de belangrijke fosfolipiden in de olie volledig intact; er treedt geen vetzuurperoxidatie op. Krillolie bevat de meervoudig onverzadigde vetzuren EPA en DHA in een zeer hoogwaardige kwaliteit. De hoge antioxidatieve eigenschappen van deze olie dragen bij aan stabiliteit van krillolie.

Krillolie is een uniek voedingssupplement doordat drie belangrijke nutriëntengroepen zijn verenigd:

  • omega-3-vetzuren (EPA , DHA en alfalinoleenzuur)
  • fosfolipiden antioxidanten,
  • met name astaxanthine

Omega-3-vetzuren Krillolie bevat ongeveer 15 keer meer omega-3-vetzuren dan omega-6-vetzuren en bestaat voor minimaal 30% uit omega-3- vetzuren. Belangrijk verschil met visolie is dat deze vetzuren in krillolie in de fosfolipidenvorm voorkomen. Visolie kenmerkt zich namelijk door EPA en DHA in de vorm van triglyceriden. Fosfolipiden beschermen alle celstructuren en zijn het medium waarin receptoren, transporteiwitten, ionkanalen en andere belangrijke celproteïnes functioneren. Belangrijke groepen fosfolipiden zijn fosfatidylcholine, fosfatidylserine, fosfatidylinositol en fosfatidylethanolamine. Al deze groepen zijn vertegenwoordigd in krillolie en gebonden aan EPA en DHA. Dit in tegenstelling tot plantaardige fosfolipiden, die uitsluitend gebonden zijn aan de vetzuren linolzuur en alfalinoleenzuur.

De fosfolipiden vorm in krill komt overeen met onze lichaamseigen vorm. Dit is zeer belangrijk voor de bouw, functie en bescherming van onze celmembranen in het algemeen en onze zenuw- en hersencellen in het bijzonder. De hersenen zijn namelijk het meest fosfolipidenrijke weefsel van het lichaam en bevatten veel fosfatidylcholine, fosfatidylserine en DHA.
Krillolie bevat ook (circa 10%) sfingomyeline, de belangrijkste component van de myelineschede rondom zenuwen.

In fosfolipiden zijn essentiële vetzuren, choline en een fosfaatgroep gebonden aan een glycerolmolecule. In deze vorm heeft het molecule een hydrofiele kop en een hydrofobe staart (bestaande uit twee vetzuurmoleculen). De kop heeft een voorliefde voor een waterig milieu en de staart voor een vettig milieu. In het lichaam gaan fosfolipiden daarom met hun staarten naar elkaar toe zitten, en vormen zo een dubbele laag; de celmembraan. Alle celmembranen van alle cellen in het lichaam, maar ook die van diverse organellen in de cel, zoals het mitochondrium, liposomen en het endoplasmatisch reticulum bestaan allemaal voor het overgrote deel uit fosfolipiden.

Antioxidatieve eigenschappen Krillolie bezit krachtige antioxidatieve eigenschappen, mede door de grote biologische beschikbaarheid van de aan fosfolipiden gebonden antioxidanten. De belangrijke antioxidanten zijn vitamine E, bètacaroteen en carotenoïden als canthaxanthine en astaxanthine. Beide laatste stoffen zijn beter (ongeveer 50% effectiever) dan bètacaroteen, luteïne en lycopeen in het voorkomen van vetzuurperoxidatie. Astaxanthine is het belangrijkste rode pigment in zeedieren. Het geeft onder andere zalm en garnalen hun roze kleur. Astaxanthine beschermt de vetzuren in de celmembraan tegen het singlet-zuurstofradicaal en remt tevens de productie van diverse proïnflammatoire substanties zoals iNOS (induceerbaarbaar stikstofoxidesynthase), PgE2 en TNF-alfa. Astaxanthine kan de bloed- hersenbarrière passeren en is daarom mogelijk ook een belangrijk antioxidant in hersenweefsel. Naast deze carotenoïden bevat krillolie een kleine hoeveelheid vitamine A van maximaal 70 microgram per gram krillolie en een nieuw ontdekt flavonoïde met een molecuulstructuur die lijkt op die van luteoline.

Inname en biologische beschikbaarheid Door hun speciale structuur (vetoplosbare kant en wateroplosbare kant) vormen fosfolipiden in oplossing

gemakkelijk emulsies. Daardoor is de absorptie van de krillolievetzuren in het darmkanaal makkelijk. Na inname van krillolie vindt men in de lymfe een aanzienlijk hogere EPA- en DHA-waarde in vergelijking met een vergelijkbare hoeveelheid visolie. Vanwege de fosfolipidenstructuur worden deze vetzuren ook gemakkelijker ingebouwd in de celmembraan en de membranen van andere celonderdelen. Een bijkomend voordeel is dat krillolie in het algemeen na inname niet opboert en geen vervelende nasmaak geeft.

INDICATIES In principe kan krillolie worden ingezet bij alle indicaties waar visolie wordt ingezet. Krillolie is veelbelovend en blijkt tot dusver een therapeutische meerwaarde te hebben in vergelijking met visolie. Krillolie kan worden ingezet bij PMS (premenstrueel syndroom) en alle chronische inflammatoire aandoeningen kenmerkend voor beschavingsziekten zoals het metabole syndroom, diabetes-type-2, hart- en vaatziekten, osteoartritis en reuma. Gezien het hoge gehalte aan belangrijke fosfolipiden zou krillolie bijzonder geschikt kunnen zijn wanneer de behandeling zich richt op neurologische en mentale functies.

Er zijn reeds een aantal studies gedaan waar specifiek krillolie is onderzocht.

● Een randomised clinical trial onder 70 vrouwen verminderde in drie maanden tijd alle emotionele symptomen

van PMS, zoals onrust, stress, geïrriteerdheid en depressie. De eerste maand kreeg de krillolie-groep dagelijks 2 gram krillolie. De volgende twee maanden werd de dosering gedurende 10 aansluitende dagen per maand ingenomen; 8 dagen vóór en 2 dagen tijdens de menstruatie. Dagelijks 2 gram standaard visolie bleek niet effectief [5].

● Een 12-weken-durende randomised clinical trial liet zien dat een dosering van 1 gram krillolie per dag resulteerde in een daling van het totaal cholesterol (13%), LDL-cholesterol (32%) en triglycerides (11%). Het HDL- cholesterol steeg met 44%. Inname van 500 mg per dag in de periode daarna bleek in staat deze parameters binnen gezonde grenzen te houden. Het effect van de krillolie overtrof ruim dat van visolie [6].

● Krillolie (300 mg per dag) bleek in een 30 dagen durende randomised clinical trial onder 90 patiënten met een cardiovasculaire aandoening en/of reuma en/of osteoartritis de CRP-waarde al na 14 dagen met 29,7% te laten dalen terwijl deze in de placebogroep met 30% steeg. De conclusie luidde dat 300 mg krillolie al na 7 dagen significant ontstekingen remt en pijn reduceert met 28,9%, stijfheid met 20,3% en functiebeperking met 22,8% [7].

● In-vivo en in-vitro onderzoek wijst op het potentieel gunstige effect van krillolie op het beheersen van serumlipiden bij diverse aandoeningen, maar ook op het proliferatieremmende effect in een kweek van darmkankercellen [8].

● Krillolie (2 gram per dag) verhoogt bij mannen en vrouwen met overgewicht en obesitas significant de plasmaconcentraties van EPA en DHA zonder ongemakken, bijwerkingen of negatieve effecten op stofwisselingsparameters [9].

● Bij muizen op een vetrijk dieet verminderde krilloliesuppletie significant de hepatomegalie (levergrootte) en hepatosteatosis (leververvetting) als gevolg van een dosisafhankelijke reductie van levertriglyceriden en cholesterol. Serumcholesterol en het bloedglucose daalde aanzienlijk terwijl het anti-inflammatoire adiponectine steeg. Krillolie kan van therapeutische waarde zijn voor patiënten met het metabool syndroom en/of een niet-alcoholische leververvetting [10].

● Bij muizen bleek een positieve associatie tussen verhoogde endocannabinoïden-concentraties en het metabool syndroom. Stijging van endocannabinoïden gaat samen met een stijging van arachidonzuur in membraanfosfolipiden. Krilloliesuppletie leidde evenals visoliesuppletie tot een verlaging van levertriglyceriden en een lagere respons van peritoneale macrofagen op een inflammatoire stimulus. Krillolie had bijkomend ook een daling van harttriglyceriden tot gevolg. Deze effecten gingen samen met lagere endocannabinoïden-concentraties in het viscerale vet, de lever en het hart. Dit is geassocieerd met een lagere dichtheid van arachidonzuur in de celmembraanfosfolipiden [11].

Meer weten neem dan contact met me op

CONTRA-INDICATIES Krillolie wordt afgeraden indien er sprake is van een allergie voor schaaldieren. BIJWERKINGEN Er zijn geen bijwerkingen bekend
INTERACTIES Interacties kunnen optreden met bloedverdunnende medicatie
DOSERING Dagelijks 500 tot 1000 mg tijdens of vlak na de maaltijd innemen.

REFERENTIES 1. Scientific Opinion of the Panel on Dietetic Products Nutrition and Allergies on a request from the European
Commission on the safety of ‘Lipid extract from Euphasia superba’ as food ingredient. The EFSA Journal (2009)938, 1-16 2. Logan AC. Neurobehavioral Aspects of Omega-3 Fatty Acids: Possible Mechanisms and Therapeutic Value in
Major Depression. Alternative Medicine Review. 2003;(8)4:410-25 3. Kidd PM. Omega-3 DHA and EPA for Cognition, Behavior, and Mood: Clinical Findings and Structural-
Functional Synergies with Cell Membrane Phospholipids. Alternative Medicine Review. 2007;(12)3:207-227 4. Kidd PM. Integrated Brain Restoration after Ischemic Stroke – Medical Management, Risk Factors, Nutrients, and other Interventions for Managing Inflammation and Enhancing Brain Plasticity. Alternative Medicine Review. 2009;(14)1:14-35 5. Sampalis F, Bunea R, Pelland MF, et al. Evaluation of the Effects of Neptune Krill OilTM on the Management of
Premenstrual Syndrome and Dysmenorrhea. Alternative Medicine Review. 2003;(8)2:173-79 6. Bunea R, El Farrah K, Deutsch L. Evaluation of the Effects of Neptune Krill Oil on the Clinical Course of
Hyperlipidemia. Altern Med Rev. 2004 Dec;9(4):420-8 7. Deutsch L. Evaluation of the effectsof Neptune Krill Oil on Chronic Inflammation and Arthritic symptoms. J of
the American College of Nutrition, 2007;(26)1:39-48 8. Jia-Jin Zhu, Jia-Hui Shi, Wen-Bin Qian, et al.Effects of Krill Oil on serum lipids of hyperlipidemic rats and human
SW480 cells. Lipids in Health and Disease 2008;7:30 9. Maki KC, Reeves MS, Farmer M, et al. Krill oil supplementation increases plasma concentrations of eicosapentaenoic and docosahexaenoic acids in overweight and obese men and women. Nutr Res. 2009
Sep;29(9):609-15 10. Tandy S, Chung RW, Wat E, et al. Dietary krill oil supplementation reduces hepatic steatosis, glycemia, and hypercholesterolemia in high-fat-fed-mice. J Agric Food Chem. 2009 Oct 14;57(19):9339-45 11. Batetta B, Griinari M, Carta G, et al. Endocabinoids may mediate the abilty of (n-3) fatty acids to reduce ectopic fat and inflammatory mediators in obese Zucker rats. J Nutr. 2009 Aug;139(8):1495-501.

Slechte darmen: de moeder van alle ziektes

0001fySlechte darmen: de moeder van alle ziektes
Belangrijke aspecten maag-darm problematiek nader bekeken
Voeding en vertering zijn onlosmakelijk verbonden met een goede gezondheid. Niet voor niets wordt gezegd dat we zijn wat we eten. Maar zelfs de meest gezonde voeding is pas doelmatig als die door ons lichaam goed kan worden opgenomen en verteerd. Een structureel slecht verteringsproces in maag en darmen kan leiden tot chronische klachten elders in het lichaam.
In India zegt men dan ook: ‘slechte darmen: de moeder van alle ziektes’.

Vage benaming maag-darmklachten geeft complexicteit aan
Klachten voortkomend uit het maag-darmkanaal zijn vaak moeilijk te omschrijven. Dat vinden we terug in de benaming. We praten over: spastische, lekkende of prikkelbare darmen. Benamingen die op zich weinig duidelijkheid scheppen.

Op de vraag wat een spastische of lekkende darm dan precies is, zal een eensluidend antwoord uitblijven. Het geeft aan dat er onduidelijkheid bestaat over de diversiteit aan oorzaken van de klachten. In deze publicatie zullen we ingaan op enkele belang-rijke aspecten van de maag-darmproblematiek:

  1. Verstoord evenwicht van de micro-organismen
  2. De zuurgraad in ons maag-darmkanaal
  3. Weerstand, anti-lichamen en de rol van ons maag- darmstelsel
  4. Darmen als onafhankelijk zenuwstelsel: ’the second brain’

0001rxVerstoord evenwicht micro-organismen
We spreken over een microbiële onbalans of dysbiose wanneer het evenwicht van de micro-organismen verstoord is. In deze publicatie betreft het de onbalans in het maag-darmtraject, de mond en de vagina.
In een situatie van microbiële onbalans kunnen bepaalde micro-ben ziektes veroorzaken doordat ze onze ingenomen voedingsstoffen ongunstig beïnvloeden en immuunreacties in het lichaam veroorzaken.
In onze darmen bevinden zich meer dan 500 verschillende soorten microben. Gezamenlijk ontwikkelen deze meer metabolische activiteit dan enig ander orgaan in ons lichaam.

Microben
De belangrijkste microben die bij een verstoord evenwicht ongewenst de overhand kunnen krijgen zijn:

  1. parasieten
  2. gisten en schimmels (vooral cadida albicans)
  3. Virussen
  4. bacteriën

Bacteriën kunnen verder worden onderverdeeld in:

* Aërobe bacteriën in het lichaam
Kunnen overheersen bij een overmaat aan antibiotica en bij acute virale of bacteriële infecties waardoor verschil lende goedaardige soorten worden gedood.

* Anaërobe bacteriën in het lichaam
De aanwezigheid van deze bacteriën in het lichaam is moeilijk vast te stellen.

* Bacteriën in voedsel en water
Zoals Salmonella, Shigella of E.coli die voedselvergiftiging kunnen veroorzaken.

De meest voorkomende bacteriën zijn: Campylobacter jejuni, Clostridium difficile en perfiringens, Bacteroides fragilis, Klebsiel-la, Proteus, Salmonella, Shigella, Cryptosporidiën.

Parasieten
Parasieten verdienen in het kader van de maag-darmproblematiek extra aandacht. Wereldwijd zijn meer dan 1 miljard mensen geïnfecteerd met parasieten. Mensen, dieren, voedsel en transportmiddelen zoals schepen zijn potentiële transporteurs van deze microben. Ziektes waaraan parasieten ten grondslag liggen nemen toe. Die toename heeft verschillende redenen:

* Sterke toename van internationaal reizen
* Immigratie
* Voedsel wordt tegenwoordig over de hele wereld gemaakt en getransporteerd
* Voedselbereiding in restaurants en de sterke toename van het “uit eten gaan”
* Toename wereldbevolking

Typische symptomen van een acute parasietinfectie in het beginstadium kunnen zijn, diarree, obstipatie, buikpijn, krampen, misselijkheid, eetlustverlies en een situatie waarin diaree en obstipatie elkaar afwisselen.

Meest voorkomende parasieten en hun klachten zijn:

* Blastocystis, hominis
Vermoeidheid, zenuwaandoeningen, huidproblemen, misse- lijkheid, pijn, allergieën en Spierproblemen
* Entamoeba, hystolitica (amoebas)
Vermoeidheid, misselijkheid, allergieën, pijn, gewichtsver lies, slapeloosheid
* Entamoeba coli
Vermoeidheid, allergieën, hoofdpijn, misselijkheid, depressie, concentratie-stoornissen, geïrriteerdheid, gewrichts- en rug klachten, huidproblemen
* Entamoeba hartmannii
Klachten in het zenuwstelsel, luchtwegproblemen, allergieën, pijn, misselijkheid, huidproblemen
* Cyclospora
Vermoeidheid, jeuk, misselijkheid, anemie, hoofdpijn, spierpijn, depressie

Andere vaak voorkomende parasieten zijn:
Giardia lamblia, Cryptosporidia, Microsporidia, Dientamoeba fragilis.

Belangrijke vormen van microbiële onbalans
Veel essentiële functies van een gezonde darmflora zijn door de wetenschap inmiddels vastgelegd.

Een gezonde darmflora is o.a. afhankelijk van:

  • De beschikbaarheid van voldoende voedingsvezels
  • Gezond slijm
  • Een juiste zuurgraad
  • Goede doorbloeding

Gepubliceerd onderzoek geeft aan dat een verstoord evenwicht van de micro-organismen in maag en darmen de oorzaak is van, of bijdraagt aan: vitamine B12 tekort, prikkelbaar darmsyndroom, darmontstekingen, psoriasis, eczeem, acné en bepaalde auto-immuunreacties.

Belangrijke oorzaken van een verstoord microbieel evenwicht zijn:

  • Slechte voeding en nutriënten status
  • Stress
  • Het gebruik van antibiotica en bepaalde medicijnen
  • Verminderde darmperistaltiek
  • Maag-darm infectie
  • Xenobiotica (gifstoffen bv. door milieuvervuiling)
  • Verstoorde hormoonproductie (cortisol, insuline en schildklierhor monen)
  • Insuline resistentie
  • Hypochloorhydrie (weinig maagzuur)

Enkele belangrijke vormen van microbiële onbalans worden hier nader beschreven.
Dysbiose door rotting
Dysbiose door rotting is een veel voorkomende vorm van microbiële onbalans. De belangrijkste oorzaak is het westerse voedingspatroon gekenmerkt door: veel vet, eiwit en vlees, weinig oplosbare vezels. Een dergelijk voedingspatroon veroorzaakt een verhoogde concentratie bacteroides. De stofwisseling verandert hierdoor zodanig dat het ingenomen voedsel in de darmen gaat rotten. De verhoogde concentratie bacteroides leidt tot een hogere activiteit van de enzymen beta-glucuronidase en urease. Deze enzymen kunnen galzuren omzetten naar toxines. Ook gaan ze de ontgifting van oestrogenen tegen, waardoor een verhoogd oestrogeengehalte in het lichaam kan ontstaan. Bovendien kunnen deze enzymen de zuurgraad (pH) in de ontlasting verhogen door een grotere ammonia productie.

Dysbiose door fermentatie
Dysbiose door fermentatie is een vorm van koolhydraat-intolerantie door een onbalans van microben, in het bijzonder van gisten en bacteriën die de koolhydraten in de dunne darm fermenteren. Dit kan leiden tot obstipatie, diarree, buikklachten, winderigheid en algehele malaise. Vooral mensen die zich niet prettig voelen na het eten of drinken van fruit, bier, wijn of bepaalde graanproducten kunnen te maken hebben met deze vorm van microbiële onbalans. Ook een teveel aan Candida albicans valt vaak in deze categorie.

Dysbiose door tekorten
Een dysbiose door tekorten ontstaat wanneer een persoon te weinig goedaardige darmbacteriën heeft zoals Lactobacillus en Bifidobacteria. Dit tekort kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door antibioticagebruik of te weinig vezels in de voeding. Mensen die deze vorm van microbiële onbalans hebben kunnen voedingsintoleranties krijgen en ook allergieën en infecties.

Dysbiose door overgevoeligheid

Bij een dysbiose door overgevoeligheid reageert het immuunsysteem zeer gevoelig op substanties in voeding en substanties geproduceerd door microben (endotoxinen). Mensen die last hebben van deze vorm van microbiële onbalans zijn multi-allergisch en hun symptomen zijn vaak systemisch; dus niet alleen in de darmen. Er is een grote kans dat mensen met auto-immuunziekten en mensen met een hoog IgA niveau te maken hebben met deze vorm van dysbiose.

De zuurgraad in ons maag-darm-kanaal
Bij een microbiële onbalans ontstaan door fermentatie, rotting en een hoge eiwitconsumptie diverse zure bijproducten. Omdat het lichaam zal proberen het zuur-base evenwicht te behouden raken hierdoor de alkali-reserves (basen) van onder andere de lever en alvleesklier uitgeput.
De zuren kunnen zich vanuit de darm een weg naar boven banen en zure oprispingen veroorzaken, die vaak ten onrechte worden aangezien voor een te grote maagzuurproductie. Deze zuren hebben geen verterend vermogen en werken zo de vertering van ons voedsel door maagzuur en de verteringsenzymen sterk tegen.
De darmen zijn veel gevoeliger voor het effect van de zuren dan de maag. In tegenstelling tot het dikke slijmvlies van de maagwand, dat is ingesteld op sterke zuren (maagzuur) is het dunne slijmvlies van de darmen dat absoluut niet.

Weerstand, antilichamen en ons maag-darmstelsel
In ons lichaam is het maag-darmkanaal het centrum van ons afweersysteem. Het bevat meer dan 80% van de cellen die antilichamen produceren.
De immuniteit die hier wordt opgebouwd is wezenlijk anders dan de opbouw elders in het lichaam.

Het maag-darm afweersysteem bestaat o.a. uit:
* Maagzuur- en verteringsenzymen
De eerste-lijnsdefensie tegen bacteriën en pathogenen.
* Het lymfeweefsel GALT
Het slijmvliesachtige oppervlak van de darmen is maar één cel dik. Daaronder bevindt zich het GALT (Gut Associated Lymphatic Tissue). Dit lymfeweefsel geeft antilichamen af.
* Anti-lichamen

Antilichamen openen de aanval op specifieke binnendringers (antigenen) zoals bacteriën, parasieten en voeding waarop allergisch wordt gereageerd. Tot de antilichamen behoren IgA, IgE, IgG, IgM, B cellen en het belangrijke SIgA.
Deze laatste antilichamen bespreken we nader.
SigA eerste-lijns defensie
SIgA (Secretory Immunoglobuline A) zijn antistoffen die de eerste-lijnsdefensie in de darmen vormen.
Ze worden geproduceerd in speciaal hiervoor aanwezige cellen, Peyer’s plaque genaamd.
Deze cellen geven het SIgA af in de slijmvliesbarrière van darm.
SIgA is een belangrijk onderdeel van het afweersysteem in speeksel en in de slijmvliesmembranen van neus en longen. In gezonde darm-slijmvliezen is SIgA volop aanwezig. Het heeft daar als doel potentiële vijanden als bacteriën, schimmels en parasieten onschadelijk te maken. Dat geldt ook voor grote voedselstukken die ontstekingen kunnen veroorzaken. Door ontstekingsprocessen in de darm te voorkomen blijft de integriteit van de darmwand intact. Sommige mensen worden geboren met een lagere aanmaak van SIgA. Dit is meestal het geval bij mensen met allergieën en bij kinderen van ouders met allergieën. Zulke kinderen zijn meestal gevoeliger voor gluten, tarwe en voedselallergieën. Naast erfelijk bepaalde factoren zijn er ook andere elementen die invloed hebben op de hoeveelheid SIgA in ons lichaam.

We noemen er enkele:
Het hormoonniveau
Onze leeftijd: het SIgA niveau neemt met het ouder worden af
Vitamine A, zink, L-glutamine, probiotica en colostrum hebben de mogelijkheid om de productie van SIgA te verhogen
Stress
Voeding
Microflora van de darmen en de integriteit van de darmwand
Infecties
Borstvoeding

Andere soorten antilichamen zoals IgE, IgG en IgM zijn gespecialiseerd op specifieke indringers. Denk dan bijvoorbeeld aan voeding die allergie oproept of bepaalde soorten griepvirussen.
Een geheel andere manier van werken hebben lysozomen. Deze ondersteunen het afweersysteem in darmen, speeksel en tranen door de pathogenen ‘op te eten’.

Darmen als onafhankelijk zenuwstelsel: “the second brain”
De darmen hebben een complex onafhankelijk zenuwstelsel, ENS -Enteric Nervous System- genoemd. Deze ’tweede hersenen’ hebben een twee-weg communicatiesysteem met de hersenen. Dit verklaart de dramatische veranderingen die in het maag-darmkanaal plaatsvinden tijdens emotionele stress.
Zenuwprikkels -boodschappen-gaan vice versa van de hersenen naar de maag-darm over een weg die ‘vagus nerve’ wordt genoemd. Via dit ‘boodschappencircuit’ wordt de hersenen een signaal gegeven als er problemen zijn in het maag-darmtraject.
Om te kunnen communiceren gebruikt het ENS dezelfde neurotransmitters als de hersenen. In totaal zijn dit er ongeveer dertig, met serotonine als één van de voornaamste. Serotonine heeft ook een belangrijke rol bij de peristaltiek van de darmen evenals de zuurgraad aldaar.

In samenhang met de neurotransmitters kan ook obstipatie bezien worden. Slechts 25-35% van de mensen reageert bij obstipatie positief op een verandering van de voeding (bv. meer vezels). In de gevallen dat dit niet zo is moeten we de oorzaak dus elders zoeken. Het is dan goed om ons te realiseren dat ook een trage schildklierwerking of een beperkte darmperistaltiek tot obstipatie kunnen leiden.

Het is bekend dat serotonine een belangrijke rol speelt bij de peristaltiek. Beïnvloeding van de peristaltiek via ‘de tweede hersenen’ kan daarom in diverse situaties daarom succesvol zijn. Middelen die een positieve werking hebben op serotonine zijn anti-depressiva in een natuurlijke vorm.

Lekkende darm syndroom
Met het ‘lekkende darm syndroom’ wordt bedoeld: de conditie in de darmen waarbij de opname en het transport van voeding en voedingsstoffen verstoord is. Een belangrijke rol bij het lekkende darmsyndroom hebben de ‘villi’.

De villus is een vingerachtige structuur aan de oppervlakte van de dunne-darmwand (mucosa). Deze structuur vergroot de oppervlakte van de darm enorm en daarmee de opnamecapaciteit. De villus bestaat uit villi, microvilli en crypts.

Functies van de villi
* Villi zijn de werkpaarden van de darmen als het gaat om de opname van voeding in de bloedstroom
* Villi vermeerderen de oppervlakte van de dunne darm voor de absorptie van voeding
* Villi geven enzymen en bicarbonaat af ter vertering van voeding voordat deze kan worden opgenomen in de bloedbaan
* Villi absorberen het verteerde voedsel en transporteren dit naar de bloedstroom om zo verder in het lichaam gedistribueerd te worden
* Villi zijn een barrière waardoor bacteriën, parasieten en toxines worden geblokkeerd

Er zijn miljoenen microscopisch kleine villi in elke sectie van de dunne darm. Deze kunnen beschadigd raken zonder duidelijke symptomen. Villi zijn ontwikkeld om aangebrachte schade te compenseren. Wanneer echter grote secties villi zélf aangetast raken door ontstekingen, infecties of toxines dan heeft dit gevolgen voor de absorptie en het transport van voeding en voedingsstoffen. Dat geldt ook voor de enzym-afgifte en de defensieve mogelijkheden van villi. Zo kan o.a. het “lekkende darm syndroom ontstaan“.

Hoe ontstaat het lekkende darm syndroom
Voor het ontstaan van het lekkende darm syndroom zijn diverse redenen aan te wijzen. We bespreken enkele belangrijke oorzaken:

Voedingsallergie
Een voedingsallergie kan reactie in het darmweefsel veroorzaken die leidt tot verhoogde doorlaatbaarheid (permeabiliteit). Een lekkende darm laat dan de passage toe van abnormaal grote moleculen. Deze worden door het afweersysteem als vijandig (antigen) gezien zodat het deze aanvalt. Dit stimuleert het afweersysteem weer om méér antilichaamcomplexen te vormen wat tot een verslechtering van het darmweefsel leidt, de lekkende darm zal verergeren en zal meer allergische reacties veroorzaken. Als dit proces niet gestopt wordt kunnen de functies van lever, afweersysteem en darmen verslechteren.
Er is in het bijzonder een toename te zien van glutenintolerantie en -gevoeligheid en van de glutengerelateerde auto-immuunziekte Coeliakie.

Bacteriële onbalans
Wanneer een gezonde darmflora uit balans is geraakt door een overschot aan Candida albicans, gisten of parasieten spreken we van een bacteriële onbalans. Deze dysbiose kan leiden tot het lekkende darmsyndroom.

Ontstekingen
De immuunreacties (anti-lichaam respons) in de darmwand die normaal bedoeld zijn als protectie, kunnen ook juist ontstekingen creëren waardoor de lekkende darm verergert.

Malabsorptie voedingsstoffen
Wanneer aan de darmen door welke oorzaak dan ook voedingsstoffen worden onthouden kan binnen enkele dagen hyperpermeabiliteit ontstaan.

Genetische bepaling
Er blijken genetische patronen van hyperpermeabiliteit te bestaan. Zo zien we dat mensen met de ziekte van Crohn vaak al een verhoogde darmpermeabiliteit hebben. Maar ook familieleden van deze patiënten hebben vaak een verhoogde darmpermeabiliteit, ook al hebben ze zélf de ziekte van Crohn niet.

Chronische stress
Chronische stress vermindert de mogelijkheid van het afweersysteem om adequaat te reageren en gaat in het bijzonder het genezingspro-ces in de darmen tegen.
Ook de darmflora wordt door stress negatief beïnvloed.

Medicijngebruik
In het bijzonder antibiotica, farmaceutische hormonen (de pil, prednison e.d.) en N.S.A.I.D.’s (pijnstillers) kunnen een negatieve invloed hebben op de darmen.

Overige oorzaken
Overmatig alcoholgebruik, milieufactoren en slechte voeding. Toxische substanties in ongezonde darmen (zie dysbiose door rotting)

Toxische substanties in ongezonde darmen (zie dysbiose door rotting)
* Ammonia
Een bijproduct van ureum en eiwit decompositie, door bepaalde soorten microben in de darm. Ammonia wordt normaal omgezet naar ureum, als dit niet gebeurt kan het leiden tot neurologische symptomen en betrokkenheid bij foute transformatie van cellen.
* Histamine
Gevormd bij ontbinding van tryptofaan. Kan hoofdpijn, depressie, lage bloeddruk en misselijkheid geven.
* Indolen (Indican)
Gevormd door ontbinding van tryptofaan. Aantal indolen wordt vergroot door hoge vleesconsumptie.
* Mercaptan
Bijproduct van de ontbinding van cysteïne. Kan lage bloeddruk veroorzaken. Leidt tot stinkende winderigheid.
* Phenol
Bijproduct van de ontbinding van tyrosine in de dikke darm.
Kan necrose (weefseldood) van de darmmucosa en levercellen veroorzaken.
* Skatole
Bijproduct van de ontbinding van tryptofaan, gerelateerd aan anemie en malabsorptie syndroom. Skatole werkt acetylcholine en kalium tegen. Teveel skatole kan leiden tot slechte adem en stinkende ontlasting.
* Waterstofsulfiet gas
Bijproduct van eiwitontbinding.
Kan de wand van de darmen irriteren en kan even giftig zijn als cyanide. Het kan zwakheid, snelle polsslag en misselijkheid veroorzaken.
* Tyramine
Bijproduct van de ontbinding van tyrosine. Structureel verwant aan adrenaline. Kan tot hoge bloeddruk en problemen met het zenuwstelsel leiden wanneer het in het bloed circuleert.

Literatuur referenties

  • Optimal digestive health – T.W. Nichols MD, N.Faass MSW, MPH ISBN: 1-59477-036-0
  • The four pillars of healing – L. Galland M.D. ISBN: 0-679-44888-8
  • Darmklachten -drs. S.v.As ISBN: 907767103x/nur 860
  • Digestive Wellness – E. Lipski Ph.D, CCN ISBN 0-07-144196-4
  • w.w.w.euroamericanhealth.com
  • Acidophilus and colon health-D.Webster ISBN 1-57566-460-7
  • Celiac disease, a hidden epidemic – P.H.R. Green MD, R. Jones. ISBN -10:0-06-076693-X

Wilt u kijken hoe het met uw darmflora is? Met de bioresonatie en bloed-onderzoek kan ik dit testen

logokaal-facebook3.jpgAlie Wouda vd Tuin
Vreedepeelweg 4
5986 NW Beringe

Stevia

Stevia wel of niet

Stevia is 300 x sterker dan suiker. Je kunt je wel indenken dat als de hersenen informatie binnenkrijgen dat er heel veel suikers binnen komen, al de chemische processen rondom het suiker gebeuren.. omzetting ed op een lager pitje worden gezet. m.a.g. er helemaal geen suikers via de insuline naar de cel wordt getransporteerd. Dat heeft weer tot gevolg dat de cel geen energie meer binnen krijgt met al de gevolgen van dien.Afbeelding

Statines, fibraten of omega-3 vetzuren bij te hoog cholesterol

Regelmatig eten van vis en noten zijn goed voor hart en bloedvaten,
(het immuunsysteem en de hersenen).
Fibraten zijn reguliere cholesterol verlagers; LDL (slechte) daalt en HDL stijgt. Maar hebben ook bijwerkingen;
spierpijnen,
erectiestoornissen,
lever en galstoornissen en
ze verhogen de homocysteine spiegels.
Homocysteine zorgt weer voor verhoging voor hart en vaatziekten.

Statines verlagen de mortaliteit bij hart patiënten maar hebben ook bijwerkingen;
spierafbraak,
leverstoornissen,
slaap en geheugen stoornissen   of
erectiestoornissen en
remmen de aanmaak van cholesterol.
Cholesterol is een belangrijk onderdeel van de celwanden van al onze cellen, ze maken de celwand

0001Tu

soepeler, maar vooral in spiercellen en zenuwcellen.  Statines zorgen dus voor starre celwanden, dus zwakte en krachtsverlies, geheugenproblemen en zenuwpijnen. Maw ouderdomskwaaltjes. Sporten verergert dit dus alleen maar.

Omega 3 vetzuren zijn goed voor hart en bloedvaten (DHA EPA) , kun je hypertriglyceridemie mee behandelen, komen het beste uit het onderzoek heeft geen bijwerkingen hebben eerder een meer voedend effect op vooral de cellen.
Samenvatting van een artikel van pubmed: en andere artikelen 

Chronische ziekten van de westerse beschaving

Er is een groeiend besef dat er ingrijpende veranderingen in de omgeving zijn (bijvoorbeeld in het dieet en andere lifestyle voorwaarden), die begon met de introductie van de landbouw en veeteelt ≈ 10000 jaar geleden gebeurde ook onlangs op een evolutionaire tijdschaal voor het menselijk genoom aan te passen. In combinatie met deze discrepantie tussen onze oude, genetisch bepaald biologie en de voedingswaarde, culturele en activiteitenpatronen van de hedendaagse

Westerse bevolkingsgroepen, hebben veel van de zogenaamde ziekten van de beschaving ontstaan. In het bijzonder, voedsel nietjes en voedselverwerkende procedures die tijdens het Neolithicum en Industrial Periodes zijn fundamenteel veranderd 7 cruciale nutritionele kenmerken van voorouderlijke mensachtige diëten:

 

  1. glycemische lading,
  2. vetzuursamenstelling,
  3. macronutriënten samenstelling,
  4. micronutriëntendichtheid,
  5. zuur-base evenwicht,
  6. natrium-kalium verhouding en
  7. vezelgehalte.

De evolutionaire botsing van onze oude genoom met de voedingswaarde van recent geïntroduceerde voedingsmiddelen kunnen ten grondslag liggen aan veel van de chronische ziekten van de westerse beschaving.

referentieAfbeelding

Gluten gevoeligheid

Hulp nodig bij het repareren Leaky Gut Syndroom, Verbetering van Immune Support, en de vermindering van ontsteking?
Slechte immuunsysteem, ontstekingen, en intestinale permeabiliteit (AKA – lekkende darm) zijn veel voorkomende problemen voor mensen met gluten gevoeligheid. Hoe gluten af te breken het immuunsysteem? Laten we eens kijken naar dit in meer detail. Het onderstaande diagram illustreert drie primaire mechanismen van hoe gluten kan een gezond immuunsysteem beschadigen:

Afbeelding

Leaky Gut en gastro-intestinale schade
Enkele jaren geleden, onderzoekers (waaronder Dr Alessio Fasano) aan de Universiteit van Maryland ontdekten dat gluten direct een fenomeen dat bekend staat als darmpermeabiliteit veroorzaken (AKA – lekkende darm). Dit proces is aangetoond dat leiden tot de ontwikkeling van extra voedselallergieën gevolgd door een overgang naar een hyper reagerend immuunsysteem

Afbeelding

– vervolgens bijdragen aan auto-immuunziekte.
Vlak achter je darmwand is een weefsel genaamd de GALT (Gastro lymfeweefsel). Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 80% van uw immuuncellen hier koesterde. Zodra lekkende darm ontwikkelt, de sluizen letterlijk open te stellen en de GALT wordt gebombardeerd met bacteriën en andere micro-organismen, voedsel eiwitten, en een aantal darm toxines. Na verloop van tijd kan immune aanval  leiden tot inflammatoire schade niet alleen in de darm, maar ook in andere weefsels van het lichaam.

Vitaminen en mineralen tekorten
Gluten is aangetoond dat intestinale absorptie beïnvloeden, maar het is ook aangetoond dat andere organen beschadigen die helpen bij de spijsvertering. De maag, lever, galblaas en alvleesklier alle hulp in de juiste afbraak van voedingsstoffen uit het voedsel dat we eten. Gluten geïnduceerde schade aan deze weefsels kunt zowel vitaminen en mineralen tekorten. Het verlies van de opname van voedingsstoffen en de opname draagt ​​bij aan talloze problemen. Bijvoorbeeld, vitamine B-12-deficiëntie is heel gebruikelijk voor patiënten met gluten gevoeligheid. Deze B-vitamine speelt een belangrijke rol in het herstel en genezing van de darm. U kunt zien dat de vangst 22 dat tekort aan voedingsstoffen speelt. De gluten beschadigd darm behoeften vitaminen en mineralen om te helpen bij het herstel van de schade, maar de bestaande schade wordt voorkomen dat de opname van de voedingsstoffen die nodig zijn om te helpen bij het herstel proces. Tenzij aangepakt, het is een vicieuze cirkel.

Altered Darmbacteriën
Onderzoeken hebben aangetoond dat het gluten kan het type van bacteriën invloed in de darmen. Sommige dier onderzoek wijst erop dat dit vooral het geval van genetisch gemodificeerde variëteiten van graan. Er zijn een aantal ziekten geassocieerd met abnormale darmflora – SIBO, IBS, colitis ulcerosa en ziekte van Crohn een paar te noemen.
Waarom zijn de gezonde bacteriën belangrijk? Ze dienen om u te helpen uw lichaam B-vitaminen en vitamine K. Ze helpen ook uw immuunsysteem te reguleren het vermogen om te communiceren en te reguleren het ontstekingsproces. Bovendien zijn deze gezonde flora helpen pathogene (ziekteverwekkende) micro-organismen zoals H. pylori, gist, parasieten, etc.

Hoe gaat u om al deze problemen?
Ik ontwikkelde UltraImmune IgG al deze problemen. Ik gebruik deze formule al vele jaren in mijn prive-praktijk, en zijn waren overspoeld met verzoeken van mensen over de hele wereld op zoek naar hulp bij herstel na jaren van gluten geïnduceerde schade. Deze formule is een van mijn geheime klinische wapens en tot nu toe, heb ik nog nooit gedeeld met het publiek. Deze gespecialiseerde formule levert de volgende voordelen:
Bindt en neutraliseert lichaamsvreemde microben (bacteriën, parasieten, etc.) in de darm
Levert een bron van natuurlijke antilichamen
Vermindert G.I. ontsteking
Biedt het immuunsysteem ondersteuning via meerdere mechanismen

Ondersteunt spiermassa
In feite studies hebben aangetoond orale immuno-eiwit suppletie herstelt eetlust, ondersteunt het lichaam gezonde reactie op ontstekingen en bevordert verbeterde eiwitmetabolisme onder immunologische stress. Orale suppletie is aangetoond darmwand integriteit en intestinale humorale immuniteit. UltraImmune IgG bevat ook transferrine om en reguleren de hoeveelheid vrij ijzer beschikbaar om de binnendringende vreemde microben. De gehalten van deze formule zijn vergelijkbaar met het niveau en balans in gezonde individuen. Bovendien deze speciale formulering bevat de verbindingen – TGF-ß en IGF-I. Deze eiwitten zijn betrokken bij het herstel van beschadigde cellen in het spijsverteringskanaal. Gezonde niveaus van deze eiwitten zijn geassocieerd met een mager weefselmassa (spieren en om te helpen bij het stimuleren van IgA. *

Meest immuunsysteem stimuleren producten minder effectief voor patiënten met gluten gevoeligheid en autoimmuunziekte omdat het immune systeem in plaats van ondersteunen. Dit is gelijk aan het proberen om energie te stimuleren door middel van een hoog cafeïne. Het eindresultaat leidt tot een overgestimuleerd en overwerkt immuunsysteem.
Veelgestelde vragen
Ik heb meerdere allergieën, wat zijn de ingrediënten in dit product? De enige bestanddelen van dit product zijn serum bovine serum afkomstige eiwitten, vegetarische gelkapje, stearinezuur, microkristallijne cellulose en magnesiumstearaat.
Is dit product veilig voor coeliakiepatiënten? Ja het veilig is voor coeliakie evenals die van niet-coeliakie gluten gevoeligheid.
Hoeveel moet ik nemen? De standaard dosering is 4 capsules per dag. Er zijn geen bekende bijwerkingen.
Heeft dit supplement bevat zuivel? Nee, dit product is volledig zuivel gratis.
Hoe werkt dit product vergelijken met colostrum? Het is veel krachtiger dan colostrum. Het bevat 3 X meer IgG, tweemaal zoveel cysteine ​​en 15 keer transferrine. Daarnaast biest is zuivel gebaseerd en er is de mogelijkheid van gluten kruisbesmetting.
Bevat dit product bevat geen voorkomende allergenen? Bevat geen: tarwe, gluten, maïs, gist, soja, zuivelproducten, vis,
schelpdieren, pinda’s, noten, ei, kunstmatige kleurstoffen, kunstmatige zoetstoffen of conserveringsmiddelen.

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19374741

Referenties:
Ungar, BLP, Ward, DJ, Fayer, R, Quinn, CA. Beëindiging van Cryptosporidiumassociated diarree in een te verwerven immunodefi ciëntie syndroom patiënt na behandeling met hyperimmune bovine colostrum. Gastroenterol. 1990:98: 486
Weiner, C, Pan, Q, Hurtig, M, Boren, T, Boswick, E, Hammarstom, L. Passieve immuniteit tegen humane pathogenen met boviene antilichamen. Clin Exp. Immunol. 116:193-205.
Hammarstrom V, Smith CI, Hammarstrom L. Orale immunoglobulinebehandeling inCampylobacter jejuni enteritis. The Lancet 1993; 341:1036
Korhonen H, Syvaoja EL, Aloha-Luttila H et al.. Bactericide effect van bovinenormal en immuun serum, colostrum en melk tegen Heliobacter pylori. J Appl Bacteriol. 1995; 78:655-662
Tjellstrom B, Stenhannar L, Magnusson KE, Sundqvist T. Orale immunoglobuline behandeling in de ziekte van Crohn. Acta Pediatr 1997; 86:221-3
Antonio J, Sanders MS, Van Gammeren D. De effecten van rundercolostrum suppletie op de lichaamssamenstelling en is prestatie in actieve mannen en vrouwen. Voeding 2001. Mar, 17 (3) :243-7
Jiang R, X Chang, Stoll B, et al.. Dieet plasma-eiwit efficiënter wordt gebruikt dan geëxtrudeerde soja-eiwit voor mager weefsel groei in het begin van gespeende varkens. J Nutr 2000; 130:2016-9
Weaver et al.., De gevolgen van Bovine Ig Isoleer op diarree-predominant prikkelbare darm syndroom in een dubbelblinde, placebo gecontroleerde klinische studie. Niet gepubliceerd. 2005.
* Deze verklaringen zijn niet geëvalueerd door de Food and Drug Administration. Dit product is niet bedoeld voor diagnose, behandeling, genezing of voorkoming van ziekten.

Vitaminen in het algemeen

Vitaminen zijn stoffen die in geringe hoeveelheden in de voeding voorkomen. Het zijn voedingscomponenten, die in tegenstelling tot de voedingsstoffen (koolhydraten, vetten en eiwitten) geen energie leveren, maar die wel essentieel zijn voor een goed verloop van de stofwisseling. Er zijn twee grote groepen vitaminen te onderscheiden, de vetoplosbare en de wateroplosbare vitaminen. De meeste water oplosbare vitaminen worden in vivo (in een organisme) omgezet in coënzymen die samen met metabolische enzymen samenwerken om hun biochemische functies uit te voeren. Vitaminen kunnen ook werkzaam zijn op bepaalde plaatsen direct in de stofwisseling. Enkele vitaminen krijgen pas in het lichaam hun definitieve vorm, de vorm waarin zij daarvoor voorkomen noemt men pro-vitaminen.
De naam vitamine is een woord dat gevormd is uit het Latijnse vita (wat leven betekend) en amine (een organisch chemische stikstofverbinding). Deze naam werd voor het eerst gebruikt door Kasimir Funk in 1910. Een groot deel van de vitaminen is intussen chemisch onderzocht. Daarbij is gebleken, dat slechts één of enkele van de vitaminen werkelijk een amine is, terwijl alle andere tot andere chemische groepen behoren. De naam vitamine is dus niet juist, maar is nu eenmaal zo ingeburgerd.

Vitaminen tekorten
Terwijl vitaminen in alle levende levensvormen dezelfde rol vervullen, hebben hogere organismen (zoals de mens) hun vermogen om vitamines te maken verloren. Bij gebrek aan een vitamine kunnen ziekten optreden, die te verhelpen zijn door tijdig toedienen van het ontbrekende vitamine. De ziekten die door gebrek aan vitaminen ontstaan, heten gebreksziekten of avitaminosen. De bekendere gebreksziekten zoals beriberi en scheurbuik zijn voorbeelden van gebreksziekten die optreden bij ernstige gebreken aan vitamine B1 en vitamine C. Geringe tekorten van vitaminen kunnen ook mildere klachten veroorzaken.

Een gebrek aan vitaminen kan o.a. optrede door een gebrek ervan in de voeding. Als u bijvoorbeeld geen vlees eet of veganisme bedrijft, kunnen er gemakkelijk vitamine B12 gebreken optreden. Dit omdat vitamine B12 alleen in dierlijke producten voorkomt. Allergieën of intoleranties leiden vaak tot een onbalans in het dieet en kunnen de opname van vitaminen en mineralen verslechteren. Mensen met bepaalde fruit allergieën kunnen zo bijvoorbeeld een gebrek aan vitamine C oplopen. Bij coeliacie patiënten (een intolerantie voor gluten eiwitten uit graan dat voor ontstekingen in de darm zorgt) is het bekend dat er allerlei tekorten aan vitaminen en mineralen optreden. De ontstoken darmwand kan allerlei voedingstoffen slecht uit het voedsel opnemen. Deze ziekte komt bij ongeveer 1% van de bevolking voor. Schattingen geven aan dat nog eens 5% van de bevolking  onopgemerkt deze intolerantie onder de leden heeft, wat ook tot allerlei tekorten aan vitaminen en mineralen kan leiden. De behandeling van coeliacie bestaat uit een glutenvrij dieet. Dit dieet bevat vaak niet alle vitaminen en mineralen waardoor er wederom gebreken en daardoor klachten kunnen optreden. Coeliacie patiënten die een gluten vrij dieet volgen hebben bijvoorbeeld een verhoogde kans op osteoporose. Het nemen van vitaminen supplementen kan in deze gevallen raadzaam zijn.
De opname van specifieke vitaminen kan ook verstoord zijn in bepaalde mensen. Een voorbeeld is vitamine B12 dat door het lichaam via een speciaal mechanisme wordt opgenomen. Bij sommige mensen werk dit mechanisme niet of niet goed waardoor het in de ernstigste gevallen alleen via injecties kan worden opgenomen. Ook kan een gebrek aan het ene vitamine of mineraal de opname van andere vitaminen en/of mineralen belemmeren waardoor er meerdere gebreken ontstaan. Er zijn ook gevallen bekend waarbij allergieën tegen bepaalde vitaminen gezondheidsproblemen veroorzaken.
Ieder mens is uniek en daarom is het belangrijk uw individuele vitaminen en mineralen behoefte te onderzoeken. De gangbare multivitaminen tabletten zijn over het algemeen het veiligst wanneer u uw individuele behoefte niet kent.
Een te veel aan vitaminen (vooral de vetoplosbare) kunnen zich ophopen in het lichaam en dit kan giftig zijn. Wanneer u vitamine supplementen gaat gebruiken is het belangrijk de effecten van, en de hoeveelheden in de supplementen voor uzelf te onderzoeken.

Mineralen

Mineralen zijn belangrijke componenten voor de gezondheid. Zonder de hulp van mineralen kunnen bijvoorbeeld vitaminen niet functioneren in ons lichaam. Mineralen (ijzer) transporteren zuurstof door ons lichaam. Ze spelen ook een belangrijke rol bij de groei, instandhouding en herstel van weefsels. Mineralen zijn ook betrokken bij het samentrekken van spieren, het functioneren van de zenuwen en bij de energie huishouding.
De mineralen zijn onder te verdelen in twee groepen: de micro en de macro mineralen. Macro mineralen of macro elementen zijn de groep mineralen die we met de dagelijkse voeding in een grote hoeveelheid nodig hebben. De micro mineralen worden ook wel sporenelementen genoemd, hiervan hebben we dagelijks maar een kleine hoeveelheid van nodig. Voor het goed functioneren van het lichaam zijn er 20 mineralen noodzakelijk.
Het lichaam kan wel vitamine D maken, maar het kan geen enkel mineraal maken. Praktijk Aurora adviseert iedereen een multi mineraal te slikken omdat we dit via de voeding niet voldoende binnen krijgen.

IJzerdeficiëntie groot probleem onder jonge kinderen

  • Voeding Nu
  • IJzerdeficiëntie groot probleem onder jonge kinderen

 1 november 2012 Vera Kluivers 

Eén op vijf jonge kinderen heeft een ijzerdeficiëntie. Dit stelt drs. Lieke Uijterschout vandaag in haar presentatie op het congres van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde.

Uijterschout is arts-onderzoeker aan het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag. Vandaag presenteerde zij de resultaten van de zogenaamde IROSTAT-studie op het NVK-congres. Uit het onderzoek blijkt dat 18,8% van de onderzochte kinderen een te laag ijzergehalte heeft.

Uijterschout analyseerde van circa 400 gezonde Nederlandse kinderen de ijzerstatus voor de IROSTAT-studie. Deze kinderen kwamen voor een simpele operatie naar het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag of het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam. Ze waren tussen de 6 maanden en drie jaar oud. Bij een hemoglobinegehalte lager dan 6,8 mmol/l en een ferritineniveau lager dan 12 µg/l sprak de onderzoeker van ijzerdeficiëntie.

Opvallend was dat dagopvang negatief gecorreleerd was met een ijzertekort. Kortom, bij kinderen die naar de dagopvang gaan kwam een ijzertekort minder vaak voor. Volgens de onderzoeker is dit mogelijk toe te schrijven aan de structuur op kinderdagverblijven. Kinderen eten op vaste momenten en ook het ‘zien eten doet eten’ zou bij kinderen een positieve uitwerking kunnen hebben.

Jonge kinderen zouden per dag 7 milligram ijzer binnen moeten krijgen. Met een gemiddeld Nederlands voedingspatroon voor een jong kind wordt die aanbeveling van ijzer niet gehaald, blijkt uit de presentatie van Uijterschout.

Volgens de Zweedse gastspreker Dr. Magnus Domellöf helpt met ijzer verrijkte  opvolg- of peutermelk om de aanbevolen hoeveelheid ijzer te halen. Domellöf is Universitair hoofddocent en hoofd van de afdeling kindergeneeskunde aan de Universiteit van Umeå.

Domellöf haalt een nog te publiceren onderzoek aan waaruit blijkt dat er op driejarige leeftijd significant minder gedragsproblemen voorkomen bij kinderen die als baby ijzersuppletie hebben gekregen. Het onderzoek zal in Pediatrics gepubliceerd worden.

Daarom adviseer ik de kinderen die bij mij in de praktijk komen suppletie te slikken,  waaronder multi vital junior: Samenstelling

Bevat per 2 vegetarische capsules
Natuurlijke bètacaroteen 1,0 mg
Gemengde carotenoïden (maximaal) 0,3 mg
Vitamine B1 (als thiamine HCl) 1,5 mg
Vitamine B2 (riboflavine) 1,8 mg
Vitamine B3 (nicotinamide) 10 mg
Vitamine B5 (calciumpantothenaat) 7,6 mg
Vitamine B6 (als pyridoxine HCl) 2,0 mg
Vitamine B12 (cyanocobalamine) 5,0 mcg
Foliumzuur 200 mcg
PABA (para-aminobenzoëzuur) 1000 mcg
D-Biotine 75 mcg
Cholinebitartraat 2 mg
Inositol 2 mg
Vitamine C (als magnesiumascorbaat) 135 mg
Citrusbioflavonoïden (95% hesperidine) 7,6 mg
Vitamine D3 (cholecalciferol, 100 IE) 2,6 mcg
Natuurlijke vitamine E (als D-alfatocoferylsuccinaat, 30 IE) 20 mg
Calcium (als -citraat) 50 mg
Magnesium (als -ascorbaat/citraat) 20 mg
Zink (als -bisglycinaat) 4 mg
IJzer (als -fumaraat) 2,6 mg
Mangaan (als -bisglycinaat) 0,6 mg
Koper (als -lysinecomplex) 1000 mcg
Borium (als -natriumboraat) 150 mcg
Jodium (uit kelp) 25 mcg
Chroom (als – picolinaat) 30 mcg
Selenium (als seleno-L-methionine) 10 mcg

Koolhydraten schrappen om dementie te voorkomen

Mensen die veel koolhydraten (granen, brood, pasta, rijst) en suikers (snoep, gebak, frisdrank) eten, hebben meer kans om dement te worden of geheugenverlies te ontwikkelen. Vetten en eiwitten lijken juist te beschermen tegen achteruitgang van de hersenfunctie. De verklaring daarvoor ligt in het hormoon insuline (dat glucose in de cel brengt voor de aanmaak van energie) en vooral in insulineresistentie, het ongevoelig worden van de cellen voor insuline. Insulineresistentie is het voorstadium van diabetes en wordt onder meer veroorzaakt door te veel koolhydraten en suikers, een gebrek aan antioxidanten, een gebrek aan beweging, slaaptekort, ontsteking, enz.

Glucose is zo belangrijk voor de hersenen dat hersencellen glucose kunnen opnemen zonder tussenkomst van insuline. Tot voor kort ging men er daarom van uit dat hersencellen ongevoelig waren voor insuline. In recente onderzoeken is echter aangetoond dat de hersencellen wel degelijk insulinereceptoren hebben en dat ze insuline nodig hebben voor het uitvoeren van verschillende hersenfuncties, zoals het geheugen. Insuline helpt de hersencellen met elkaar communiceren.

Ook hersencellen kunnen resistent worden voor insuline, doordat hun insulinereceptoren geblokkeerd worden. Bij ziektebeelden zoals de ziekte van Alzheimer vindt men geblokkeerde insulinereceptoren in de hersenen. In vergevorderde stadia van alzheimer is nog slechts 20% van de insulinereceptoren actief. Alzheimer wordt daarom vaak diabetes type 3 genoemd.

In tegenstelling tot wat je zou denken is snoep en gebak niet veel ongezonder dan brood en pasta. Wie veel koolhydraten eet heeft 89% meer kans op dementie en wie veel suiker eet 51% (in dit onderzoek). Men gaat er nog altijd ten onrechte van uit dat ongeraffineerde graanproducten gezond zijn, maar dat is helemaal niet zo. Ze verhogen de bloedsuikerspiegel even veel als suikers. Vooral de glutenbevattende granen blijken een ongunstig effect te hebben op lichaam en geest. De mens is niet gemaakt om granen te eten, maar granen vormen wel het hoofdbestanddeel van ons huidige voedingspatroon.

De belangrijkste leveranciers van koolhydraten en suikers – granen en graanproducten – schrappen uit je voedingspatroon is één van de beste dingen die je kan doen voor je lichamelijke en geestelijke gezondheid. Andere maatregelen die je kan nemen om je hersenfunctie tot op hoge leeftijd te behouden: weinig eten, niet te veel vlees en dierlijke producten, veel groenten, fruit en noten, veel omega-3 vetzuren (vis, noten en zaden), veel flavonoïden en antioxidanten (plantaardig voedsel, groene thee, kruiden en specerijen), voldoende vitaminen en mineralen en veel bewegen.

Roberts RO, Roberts LA, Geda YE et al. Relative intake of macronutrients impacts risk of mild cognitive impairment or dementia. J Alzheimers Dis. 2012 Jan 1;32(2):329-39.

Brain insulin resistance may exacerbate Alzheimer’s progression. Researchers call it “Type III” diabetes. Duke Med Health News. 2012 Sep;18(9):4-5.