VECHTEN OF VLUCHTEN Als er plotseling gevaar dreigt, moeten lichaam en geest met spoed gevechtsklaar gemaakt worden om snel en adequaat te kunnen reageren. Het mechanisme dat verantwoordelijk is voor de beschermingsreactie wordt de vecht-of-vluchtreactie genoemd. Hierbij speelt het sympathisch zenuwstelsel een belangrijke rol. Het sympathisch zenuwstelsel is het deel van het zenuwstelsel dat reageert op prikkels van buitenaf (bijvoorbeeld geluid of temperatuur). Dit zenuwstelsel veroorzaakt dan bijvoorbeeld gevoelens van angst, onrustof spanning. Alles wat het gevoel van welzijn (sociale status, opvattingen, ego of verlangens) aanvalt of bedreigt, kan een reden zijn voor het in gang zetten van de vecht-of-vluchtreactie. In een vecht-of-vluchtsituatie zorgt het sympathisch zenuwstelsel er binnen enkele seconden voor dat:
de stofwisseling, de hartcapaciteit en de spierspanning toenemen;
de ademhaling versnelt en omhooggaat;
de bloeddruk omhooggaat; er diverse stresshormonen vrijkomen (bijvoorbeeld adrenaline);
de bloedtoevoer naar vitale organen toeneemt, ten koste van de spijsverteringsorganen en huid;
de zintuiglijke waarneming toeneemt en we alerter worden;
de fascie samentrekt.
Alle energie gaat efficiënt naar de lichaamsfuncties die noodzakelijk zijn om te overleven. Het lichaam verkeert in de opperste staat van paraatheid. Dit zenuwstelsel wordt ook wel het gaspedaal van het lichaam genoemd. De stof die hierbij hoort is adrenaline en het sleutelwoord is: ACTIE.
HET PARASYMPATHISCH ZENUWSTELSELWanneer het gevaar geweken is, moet een ander deel van het zenuwstelsel in actie komen: het parasympathisch zenuwstelsel. Dit moet zorgen voor de ontspanning. Als het ‘rempedaal’ of de ‘acculader’ van het lichaam is de parasympathicus de tegenspeler van de sympathicus. Het parasympathisch zenuwstelsel is verantwoordelijk voor herstel, reparatie, opbouw en rust. Het zorgt voor de daling van de hartslag en de bloeddruk en daarmee krijgen spieren en organen weer voldoende bloed en zuurstof. Het sleutelwoord is: HERSTEL
Jullie begrijpen natuurlijk wel dat er iets gebeurd met die organen als we steeds op de vlucht zijn! Therapie: Lees verder
Burn-out betekent opgebrand. Burn-out is een reactie op zowel fysieke als psychische uitputting vnl. door langdurige stress. Dit gaat vaak gepaard met gespannenheid, kwetsbaarheid, gevoeligheid, prikkelbaarheid of somberheid. Burn-out patiënten formuleren het vaak als: ‘een accu die echt leeg is’, ‘een elastiekje dat steeds verder is uitgerekt totdat de rek verdween en het knapte’. ‘Ik kon niks meer, alleen nog maar huilen’. Burn Out = Uitgeblust, uitgeput en opgebrand.
Burn-out. Volgens de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) hebben ca. 500.000 mensen last van een Burnout. Daarnaast heeft nog een groot aantal van de werkende beroepsbevolking een verhoogd risico op een burnout. Meer dan 30.000 mensen zijn arbeidsongeschikt wegens klachten die grotendeels te maken hebben met overspannenheid, depressiviteit en burnout.
Burn-out Term
Burn-out is een term die tegenwoordig algemeen bekend is. Oorspronkelijk is het een woord uit de zogenaamde ‘pop-psychologie’ (jaren zestig). Destijds had het oorspronkelijk betrekking op de toestand van mensen die veelvuldig drugs gebruikten en verzwakt waren c.q. last hadden van fysieke en emotionele uitputting. Tegenwoordig heeft het begrip Burn-out een bredere betekenis en behelst het een toestand van vermoeidheid, gespannenheid en uitputting in het algemeen.
Burn-out Overspannenheid
Burn-out en overspannenheid. Men denkt vaak dat burn-out een typisch verschijnsel is van de moderne tijd. Dat het een ziekte is die te maken heeft met de 24 uurs economie. Hier is niet iedereen het mee eens. Er wordt door sommigen gesteld dat dezelfde soort klachten al veel langer bestaan, maar in het verleden met andere termen werd aangeduid. De meeste mensen zijn bekend met de begrippen overspannen, oververmoeid of overwerkt. Deze begrippen zijn concreter, daar de term zelf meer aangeeft wat er mis is. De term Burn-out is in deze zin wat minder concreet.
De termen Burn-out en Overspannenheid worden vaak door elkaar gebruikt. Ook onder deskundigen is er geen eenduidigheid. De één zegt dat men eerst burn-out is en dan overspannen; de ander zegt dat men eerst overspannen is en dan burn-out. Dit verschil heeft vooral te maken met een gebrek aan theoretische inkadering van het begrip burn-out.
Overspannenheid is in het hedendaagse taalgebruik op het vakgebied van de gezondheidszorg een iets zwaarder begrip of verschijnsel. Het gaat hier om een toestand waarin iemand zo uitgeput en gespannen is dat er werkelijk vrijwel niets meer mogelijk is. In de volksmond heeft burn-out echter de betekenis van overspannenheid gekregen.
Burn-out…………. opgebrand
Burn-out betekent letterlijk: opgebrand. Burn-out is een uitputtingsreactie op langdurige (soms jarenlange) stress; lichamelijk en psychisch. Dit beeld van uitputting, verlies van energie gaat vaak gepaard met gespannenheid, kwetsbaarheid en gevoeligheid voor alle indrukken, hetgeen zich vaak manifesteert in de vorm van prikkelbaarheid of somberheid.
Mensen met een burnout formuleren het vaak als: “een accu die echt leeg is en niet meer op te laden valt”, “een elastiekje dat steeds verder is uitgerekt totdat de rek verdween en het knapte”. “Ïk kon niks meer, alleen nog maar huilen”. Men is uitgeblust en opgebrand: Burn-out.
Het proces verloopt over het algemeen langzaam. Vaak wordt ook aangegeven dat men jarenlang in een te hoge (soms juist lage) versnelling heeft gewerkt. En verder ook een belangrijke factor: de persoonlijke en sociale omstandigheden; soms ook problemen in de relationele sfeer. Men geeft aan het gevoel te hebben dat het nergens meer lekker loopt en men niet gehoord of begrepen wordt. Er groeit een gevoel van falen, spanning, slapeloosheid, boosheid naar de partner, collega’s, chef, de hele werksituatie en organisatie. Het gevoel van niets meer onder controle te hebben. Werk blijft liggen, problemen worden omzeild. De kleinste dingen zijn al te veel.
Burn-out signalen
Een burn-out kenmerkt zich dus door gevoelens van lichamelijke en emotionele uitputting. De eerste signalen zijn meestal nogal vaag: slecht slapen, niet lekker in je vel zitten, opgejaagd voelen, geen zin in seks, geen zin in werken, moe etc. Uiteindelijk het gevoel helemaal opgebrand te zijn en een slecht concentratievermogen. Ook functioneert het geheugen niet goed meer. De onzekerheid die hieruit voortvloeit, kan zich uiten in: geen beslissingen durven nemen en soms of bij sommigen ook: het krijgen van angstaanvallen.
Burn-out ………stress
Stress is niet altijd schadelijk voor onze geestelijke en lichamelijke gezondheid. Positieve kortdurende stress kan zelfs voor succes zorgen als men er op een goede manier mee omgaat. Sommige mensen voelen zich juist op hun best in stressvolle situaties. Ze gaan beter presteren als ze onder druk staan en deadlines moeten halen of een belangrijke prestatie moeten leveren. Ook kortdurende negatieve stress hoeft niet altijd schadelijk te zijn. Maar tegen chronische, langdurige negatieve stress is ons lichaam niet goed opgewassen.
Het model van de draagkracht-draaglastanalyse maakt inzichtelijk waarom een situatie te veel kan zijn voor iemand. Wanneer de draaglastgroterwordt dan de draagkracht, ontstaan er problemen. De weegschaal slaat door naar één kant. Dit kan gebeuren doordat er bijvoorbeeld veel in korte tijd gebeurt of wanneer het heel druk is, waardoor de draaglast groter wordt (zwaarder). Maar het kan ook zijn dat iemand moe of ziek is, waardoor zijn draagkracht vermindert. Het resultaat is dat de eisen die gesteld worden groter zijn dan de persoon aankan of denkt aan te kunnen. Door te inventariseren wat er op het ene en het andere schaaltje ligt, krijgt men al snel inzicht of er balans of disbalans is. Bij disbalans is een actie tot verandering noodzakelijk om (langdurig) ziekteverzuim te voorkomen. De aanpak kan gericht zijn op het verminderen van de draagbelasting, maar ook op het vergroten van de draagkracht. Zo kan de draagkracht verminderd zijn door privéproblemen of door een voortschrijdende leeftijd. Psychische overbelasting ontstaat veelal door langdurige overbelasting. Onderbelasting bij een normale draagkracht kan echter ook leiden tot psychische overbelasting, vooral door gevoelens van ontoereikendheid. Wie gedurende langere tijd werk moet doen dat ver onder zijn niveau ligt, krijgt daar last van. De disbalans kan dan bijvoorbeeld leiden tot depressieve gevoelens,demotivatieen uiteindelijk tot ziekteverzuim. Het ontstaan van psychische overbelasting is een spiraalsgewijs proces. Door het werken (en leven) onder relatief hoge spanning ten gevolge van een disbalans in de belasting-belastbaarheid, ontstaan op den duur psychische en/of fysieke signalen. Inspanning wordt hierbij vaak onvoldoende afgewisseld met ontspanning. Opvallend bij het ontstaan van een burn-out is dat deze signalen door de persoon zelf gebagatelliseerd en ontkend worden. Vooral deze afweermechanismen leiden tot een negatieve spiraal waarin de spanning steeds verder toeneemt en de signalen uiteindelijk symptomen worden.
Wat heb je nodig om te herstellen?
Voldoende rust en slaap van goede kwaliteit zijn noodzakelijk om goed te herstellen van de inspanningen van de (werk)dag. Het is een voorwaarde voor een probleemloos functioneren gedurende de dag. Iemand is overbelast wanneer zijn normale rust en slaap niet meer volstaan om volledig te herstellen van een geleverde inspanning. Bij mensen die een burn-out hebben gekregen, is over een langere periode de belasting (of stress) gestegen, terwijl het biologische herstel (biologische component) tekortschoot. Biologische componenten van een burn-out kunnen zijn: een ontregeling van hormonen, een verminderd immuunsysteem, etc.Er wordt dagelijks meer energie verbruikt dan zich kan herstellen. Het lichaam geeft wel signalen af over de toenemende vermoeidheid en overbelasting, maar er worden onvoldoende maatregelen getroffen (of er kúnnen onvoldoende maatregelen getroffen worden) om het tij te keren. Door systematische overbelasting blijft het lichamelijk herstel in toenemende mate achter. Zo groeit een herstelschuld. Nog afgezien van alle belasting of stressfactoren waar iemand dagelijks mee te maken heeft, leidt dit proces van groeiende herstelschuld tot een chronische stressconditie. Als oplossing voor de vermoeidheid gaat het stresssysteem namelijk automatisch harder werken, om het lichaam van de nodige energie te voorzien. Deze compensatoire stressreactie ervaren mensen meestal niet als ‘stress’, maar als ‘ik was moe, maar nu voel ik me energiek’.Kenmerkende factoren die de disbalans en instabiliteit in stand houden, zijn:
Persoonlijke eigenschappen (psychische component) Voorbeelden hiervan zijn: de lat (te) hoog leggen voor zichzelf en anderen, geen nee kunnen zeggen, gebrekkige planningsvaardigheden of een slechte balans tussen werk en privé, vaak ook door problemen thuis of bijvoorbeeld een slecht huwelijk. Thuis loopt het helemaal niet lekker, dus stort men zich volledig op het werk. Soms hebben mensen een sterke behoefte om zich nuttig te voelen; hoe harder men werkt, des te nuttiger men zich voelt. Zo zijn er ook mensen die voortdurend nieuwe uitdagingen zoeken om geprikkeld te worden.
Inhoud van het werk (sociale component) Voorbeelden hiervan zijn: onduidelijke taken, onduidelijke verantwoordelijkheden en/of een voortdurende druk om te presteren. Eigenschappen van het team waarin gewerkt wordt Voorbeelden hiervan zijn: conflicten, slechte sfeer, getreiter, slecht doorspreken van afspraken, meerdere functies met strijdige belangen en weinig waardering.
Kenmerken van de organisatie Het gaat hier om kenmerken die niet goed aansluiten bij de kenmerken van de persoon. Bijvoorbeeld: een organisatie is grensverleggend, terwijl de werknemer behoefte heeft aan stabiliteit.Personen met een burn-out zijn vaak mensen met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Harde werkers met veel plichtsbesef. Zij zijn het die uiteindelijk vastlopen en een burn-out krijgen. Een burn-out ontstaat niet plotseling, maar geleidelijk. In een vroeg stadium zijn er vaak al signalen. Mensen die gevoelig zijn voor een burn-out willen graag hun best doen, waardoor zij wel de laatsten zijn om naar de waarschuwingen van hun lichaam of omgeving te luisteren. Ze stomen gewoon door.
(Dit is een blog uit 2011). Wat een gedoe… een onderzoek presenteren over een heikel onderwerp. De Nederlandse Lidy Pelsser zet al liefst 15 jaar alles op alles om aan te tonen dat het volgen van eens speciaal dieet en het mijden van bepaalde voedingsstoffen ADHD als sneeuw voor de zon doet verdwijnen. En eindelijk is het haar gelukt. Deze week staat haar baanbrekende onderzoek in het prestigieuze wetenschappelijke tijdschrift The Lancet. En, zo weten we, die gaan niet over één nacht ijs. “Ongelooflijk, ik ben zo’n beetje de gelukkigste mens op aarde.”
Er is al veel over gezegd en geschreven maar nog nooit is het zo uitgebreid onderzocht. En nog nooit zijn de resultaten zo spectaculair. Liefst 64 procent, dus ruim 6 op de 10 kinderen, heeft na het volgen van een speciaal dieet totaal geen ADHD meer. Omdat het dieet veel discipline vereist lukte het een aantal ouders en kinderen met ADHD niet om het onderzoek goed vol te houden. Als je die gevallen niet meetelt, was zelfs bijna 80 procent van de ADHD-ers geheel klachtenvrij.
En dat betekent nogal wat. 5 procent van de Nederlandse jeugd heeft deze aandoening. Steeds meer drukke kinderen kregen de laatste jaren het etiquette ADHD opgeplakt. Duizenden van hen slikken dagelijks pillen om hun drukke gedrag in toom te houden. De farmaceutische industrie vaart er wel bij maar, zo weten we inmiddels, maar medicijnen als ritalin zijn niet louter goed voor een mens.
Vast staat dat de pillen op de lange termijn steeds minder effect hebben waardoor gebruikers er steeds meer van nodig hebben. Daarnaast zijn er de vervelende bijverschijnselen zoals lusteloosheid, sloomheid, verlies van persoonlijkheid en zelfs depressiviteit. Onnodig in een meerderheid van de gevallen, zo blijkt uit het onderzoek van Pelsser. Als de kinderen en hun ouders zich onderwerpen aan een eliminatiedieet wordt precies helder welk welke voedingsstof wel en welke geen ADHD veroorzaakt.
Het gaat dan om doodgewone producten als bloemkool, tomaten of zelfs tandpasta.
Eenvandaag speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van het onderzoek. Toen ons programma drie jaar geleden aandacht besteedde aan het onderzoek van Pelsser dat maar niet los kwam vanwege geldgebrek, diende zich een weldoener aan die de ontbrekende twee ton op tafel legde. Het onderzoek kon van start gaan.
Nu is het de vraag of en hoe het onderzoek wordt uitgerold. Huisartsen en andere hulpverleners zouden, als de conclusies serieus nemen, eerst een voedingsdieet van 5 weken moeten overwegen. Na die periode is duidelijk OF voeding bij een bepaald kind ADHD veroorzaakt. Bij 80 procent is dat het geval. Het vervolgonderzoek om precies uit te zoeken aan welk eten het ligt, duurt zo’n anderhalf jaar. Maar het lijkt het waard, liever voeding een beetje aanpassen dan jarenlang onnodig duizenden pillen slikken.
En de overheid kan er ook wel bij varen. Als dit onderzoek echt uitgevoerd wordt, kan het op jaarbasis voor een besparing van 200 miljoen euro zorgen. Niet gek in tijden van zware bezuinigingen.