Yacon wortel: salade yacon-courgette

Bijgerecht 3-4 personen

  • 250 gr yacon wortel
  • 250 gr courgette
  • 1 limoen
  • 2 eetl fijngehakte walnoten
  • 2 eetl granaatappelpitten
  • paar takjes krulpeterselie
  • kruidige olijfolie
  • 1 theel tijm
  • 1 theel. lavendel
  • 1 theel. komijn
  • img_6406peper en zout

Net als appels verkleurt het vruchtvlees van yacon wortel snel bij bereiding. Pers daarom eerst de limoen uit en doe het sap in een mengkom. Schil de yacon wortel en spoel ze even af. Snij met een dunschiller de knollen in dunne plakjes en vermeng ze meteen goed met het limoensap. Maak de courgette schoon en snij deze ook in dunne plakjes en meng ze met de wortel en sap. Voeg een eetlepel olijfolie toe. Was dan de peterselie, snij deze fijn en voeg dit ook toe. Maal of wrijf de komijn tot een fijn poeder en voeg dit, samen met de lavendel en tijm, toe. Meng dan alles goed door elkaar en laat even staan. Na een minuutje of 5 kun je de salade garneren met de walnoot en granaatappelpitten. Druppel nog wat olie over de salade en voeg eventueel peper en zout toe.

Bron: Tiny Teeuwen

Oude Kaas Gezond?

img_6176Recent is er een studie uitgekomen naar het effect van volvette kaas op ons lichaam. Het Voedingscentrum raadt ons magere melkproducten aan, omdat de volvette varianten onze aderen zou doen dichtslibben. Een goed opgezette studie van Europese bodem toont echter het tegendeel aan. Zijn volvette melkproducten dan toch de sleutel naar een goede gezondheid?

De studie is van het type gerandomiseerd onderzoek met controlegroep (RCT), dat over het algemeen als redelijk betrouwbaar wordt aangemerkt. Tijdens het onderzoek werden 140 mensen 12 weken lang gevolgd. De uitkomst is, dat volvette kaas gunstiger is voor hart en bloedvaten dan de magere varianten. Er was geen verschil waar te nemen in LDL-cholesterol, bloeddruk, suikerspiegel en tailleomvang, maar wel in HDL-cholesterol. De groep die volvette kaas at, had een aanzienlijk hogere HDL-cholesterolspiegel. Een hoog cholesterol hoeft geen probleem te zijn, mits de verhoudingen maar kloppen. Hierbij wordt aangenomen dat een hoger HDL-cholesterol gunstig is.

Recent zijn er ook andere studies geweest die volvette kaas in een positief daglicht plaatsten. Japanse onderzoekers ontdekten dat kaas kan voorkómen, dat vetten zich in de lever ophopen, waardoor de lipidenparameters in het bloed gunstig beïnvloed worden (1). Vorig jaar bracht een studie volvette kaas in verband met een langer leven en een verminderde kans op overgewicht (2).

De Fransen eten over het algemeen bijzonder veel vette kazen en tegelijkertijd zijn hun bloedvaten in een gezonde conditie. De wetenschap heeft zich hier altijd over verbaasd. Het staat onder wetenschappers bekend als ‘De Franse paradox’. Onderzoekers hebben inmiddels vastgesteld dat de gunstige effecten van zuivel enkel geldt voor de gefermenteerde varianten (3, 4). Gepasteuriseerde melk blijkt dus niet bepaald gezond. Voorbeelden van gefermenteerde melkproducten zijn yoghurt en kaas.

Door het fermenteren komen er vele gunstige stoffen vrij. Eén van die stoffen is vitamine K­­2. Deze K2 is in de vorm MK-7 en daarvan weten we sinds kort dat deze bijzonder goed is voor onze aderen, botten en hersenen. Het fermenteren rekent ook af met melksuiker, oftewel lactose. Het enzym dat deze soort suiker kan afbreken, lactase, hebben alleen zuigelingen. Hoe ouder we worden, hoe minder lactase we hebben en hoe slechter we niet-gefermenteerde melkproducten kunnen verdragen.

‘Geen kaas meer, maar wel statines’
Artsen raden op grote schaal kaas af en zetten mensen op statines. Dit om het cholesterol onder de duim te houden. Het probleem is, dat statines tal van bijwerkingen hebben, zoals myopathie (spierpijn) en een grotere kans op diabetes. Bovendien blijken statines vooral het LDL-C cholesterol te laten dalen en niet het LDL-P. Een hoog LDL-P en een laag LDL-C worden in verband gebracht met verhoogde kans op hart- en vaatziekten. Terwijl het omgekeerde, een laag LDL-P en een hoog LDL-C, juist een laag risico met zich meebrengt (5). We zien LDL vaak als LDL, maar LDL bestaat uit vele subfracties. Onderzoek toont aan dat het vermijden van verzadigd vet zo goed als geen effect heeft op het cholesterol (6).
Liegen zonder te liegen
Stel dat 2 op de 100 mensen af en toe wiet rookt, dan is de kans dat we op straat een wietroker treffen 2%. Als we dan een afkickkliniek openen waardoor maar 1 op de 100 mensen wiet rookt, is het wietgebruik met 50% gedaald. Dat klinkt heel indrukwekkend, maar in feite zegt het nauwelijks iets. Want de kans om op straat een wietroker te treffen is nu niet 2%, maar 1%. In beide gevallen is de kans zeer klein. Indrukwekkende procentuele cijfers uit onderzoeken kunnen we soms maar beter met een korreltje Keltisch zeezout nemen…

Cholesterol op een natuurlijke manier verlagen:

Het mediterrane dieet blijkt beter in staat te zijn om hart- en vaatziekten te voorkomen dan statines (7).
Kurkuma blijkt het LDL-cholesterol te laten dalen, ook bij mensen die statines slikken (8). Deze mensen kunnen dan wellicht hun medicatie verlagen.
Het eten van peulvruchten kan het LDL-cholesterol in het bloed met 11,8 mg/dl verlagen (9, 10).
Avocado’s blijken alle LDL-soorten te verlagen (11).
Noten (met name amandelen en walnoten) hebben een zeer gunstig effect op het cholesterol (12).
Het eten van vette vis verlaagt het LDL-cholesterol sterk (13).
Het eten van haver kan het totale cholesterol met 7% laten dalen en het LDL met 5% (14).
Vrijwel alle typen groenten met oplosbare vezels verlagen het LDL-cholesterol (15, 16).
Bittere, pure chocolade van 70% of meer kan het LDL-cholesterol sterk verlagen (17).
Knoflook heeft een gunstige werking op het cholesterol (18).
Soja kan het LDL-cholesterol ook flink doen verlagen (19). Kies altijd voor niet-GMO soja van biologische afkomst in gefermenteerde vorm.
Groene thee gaat het oxideren van LDL-cholesterol tegen (20).
Onbewerkte olijfolie, rijk aan polyfenolen, draagt licht bij aan het voorkómen van het oxideren van cholesterol (21).
Stoppen met roken verbetert de cholesterolwaarden (22, 23).
Eén glas alcohol verhoogt het HDL (24), maar meer drinken verhoogt het LDL (25).
Kruiden zoals fenegriek, guggul en artisjokblad werken LDL-cholesterolverlagend (26, 27).
Dagelijks lichaamsbeweging verbetert de cholesterolratio enorm (28).
Het kwijtraken van overgewicht zorgt voor een gunstiger cholesterolverhouding in het bloed (29).
Phytosterolen kunnen het LDL-cholesterol laten dalen (30). Hiervoor hebben we geen margarine nodig, want deze zitten ook rijkelijk in erwten, bloemkool, broccoli en bindsla (31).
Op het gebied van supplementen kunnen helpen de cholesterol te verlagen: vitamine C, psyllium, vitamine B5, berberine en astaxanthine (32, 33, 34, 35, 36).
Merk op: ik ben geen voorstander van rode gistrijst. Dit is een natuurlijke statine (de synthetische zijn hiervan afgeleid) en heeft dus ook de nadelen van een statine.

Een hoog cholesterol gezond?
Soms mailen mensen mij dat cholesterol gezond is en dat het niet uitmaakt hoe hoog het is. Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Cholesterol is inderdaad een onmisbare stof: het is de basis van vitamine D, de geslachtshormonen, de celwanden en nog veel meer. Er zijn veel soorten cholesterol, maar de meest schadelijke is de geoxideerde LDL-variant (37). OxLDL lijkt de echte boosdoener (38). Bij ouderen wordt een hoog LDL- en HDL-cholesterol in verband gebracht met een lagere kans op hart- en vaatziekten (39). Het lijkt er dus op dat de ideale cholesterolwaarden afhankelijk zijn van factoren zoals leeftijd en geslacht. In wezen is cholesterol niet goed of slecht. Net zoals water. Alleen te veel, te weinig of vervuild water is niet goed.

Het is belangrijker om te kijken naar de cholesterolratio, die je kunt berekenen door het totale cholesterol te delen door het HDL-cholesterol. Aangenomen wordt dat een waarde lager dan 5 gunstig is. Dan nog valt het te bezien of dat waar is, want in dat geval hebben we nog altijd niet de hoeveelheid geoxideerd LDL-cholesterol gemeten, alsmede de LDL-P en VLDL-waarde.
Wat ik storend vind, is dat artsen in een 6 minuten consult meteen naar medicatie grijpen, zonder de natuurlijke interventies mee te nemen. Voeding en beweging kunnen meer effect hebben dan medicijnen, waarom wordt dat dan niet naar voren geschoven? Zijn de mensen zo lui, of heeft de medicijnindustrie liever dat artsen zwijgen? Het blijft vreemd dat artsen slechts 5 uur les krijgen over voeding, maar wel honderden uren over medicijnen…

bron

 

 

 

 

facebook

Melk

Er werd en wordt nog steeds veel reclame gemaakt voor het drinken van melk met slogans als:

  • Melk is goed voor elk
  • Driekwart kan de man
  • Melk de witte motor
  • Melk moet

Ook zijn er soms tegengeluiden te horen. In het tijdschrift Esquire van november 1998 stond een artikel met als titel:

  • Melk de witte moordenaar

In Amerika proberen vele artsen en specialisten de negatieve aspecten van melk onder de aandacht te brengen, tot op heden met nog maar weinig succes en krijgen de boeren, zoals ook in Nederland, bij hun melkproductie nog steeds subsidie van het Rijk en moet men op school melk drinken. Een schilder, die veel melk dronk en bij een boer aan het schilderen was, kreeg van de boer het advies geen melk te drinken omdat dit slecht voor de gezondheid is. Op de vraag waarom hij dan wel die melk verkocht, kreeg hij als antwoord dat dit met bedrijfsvoering te maken had. Op de universiteit in Rotterdam wordt door een voedingsdeskundige aan de studenten geleerd dat melkgebruik onnatuurlijk en ongezond voor de mens is. Echter de reclame vóór melkconsumptie is sterk.

Pasteurisatie
Bij pasteurisatie wordt melk kortdurend (15 sec.) op 70-80 graden Celsius gebracht. Dit geschiedt door melk tussen 2 platen te voeren, waardoor alle melk op deze temperatuur komt. De meeste bacteriën gaan dood, ook de goede zoals de melkzuur bacteriën. Vele eiwitten en enzymen worden gedenatureerd bij een temperatuur boven de 65 graden Celsius. Het gevolg is dat enzymen en vitaminen voor 50% vernietigd worden.Voor de vitaminen en enzymen hebben we dus geen melk nodig. Rauwe melk bevat lactobacillus acidophilus, deze houdt bacteriën onder controle, en zal zuur worden op kamertemperatuur, terwijl gepasteuriseerde melk gaat rotten doordat de bacteriën gedood zijn. Voedt men kalveren met gepasteuriseerde melk, dan zijn ze binnen een half jaar overleden of worden erg stijf in hun bewegingen.
Merkwaardig is dat men de pasteurisatie doet om salmonella infectie te voorkomen, terwijl men in Amerika juist een salmonella infectie kreeg terwijl men gepasteuriseerde melk dronk. Immers de lactobacillus acidophilus bestrijdt de salmonella in onze darmen.
Ook zal de Eschericha coli goed gedijen op gepasteuriseerde of gesteriliseerde melk en daardoor darmstoornissen kunnen geven. De colibacterie verspreidt zich door het gehele lichaam en kan infecties geven in longen ( pneumonie), nieren, CZS en bloed. Krijgt een kalf geen borstvoeding, dan zal het ook darmstoornissen krijgen en loopt het de kans vroegtijdig te overlijden. Zowel de koemelk uit de uier als de borstvoeding bij de vrouw bevat veel antilichamen. Gekookte moedermelk kan ook ernstige darmstoornissen bij het kind veroorzaken, die weer verdwijnt als men de verse moedermelk geeft. Ook hier is de colibacterie de oorzaak.

Onderzoek in Chicago heeft aangetoond dat de sterfte in 1930 op borstvoeding 1,5/1000 was, op koemelk 84,7/1000, door darmstoornissen 40 x hoger, door longaandoeningen 120 x hoger. Als men het kind naast de borstvoeding ook koemelk geeft krijgt men dezelfde negatieve resultaten.

Het natuurlijke proces
Het feit dat velen steeds melk blijven drinken is eigenlijk een onnatuurlijk gebeuren. In de dierenwereld wordt gezoogd tot het jong drie maal het geboortegewicht heeft bereikt. Dit geldt ook voor de mens. Dat is bij de mens 1 jaar, bij de olifant 3 jaar. De melk van koeien, geiten, olifanten, wolven en walrussen verschilt heel sterk van elkaar. Olifanten gedijen niet goed op geitenmelk. Alle dieren groeien alleen goed op melk van hun eigen soort. Bij huisdieren zijn de natuurlijke instincten grotendeels verdwenen. Koeien willen geen melk, maar hoofdzakelijk gras.

De samenstelling van de koemelk
Koemelk bevat ruim 3x zoveel eiwit als moedermelk, waarin meer suikers zitten. Het caseïnegehalte in koemelk is 20x hoger dan in moedermelk. Moedermelk bevat veel meer taurine en onverzadigde vetzuren dan koemelk, wat goed voor onze hersenen is.
Caseïne is een eiwitproduct in de koeienmelk die in de maag een moeilijk te verteren taaie massa vormt door stolling en die alleen geschikt is voor het vier-magen-spijsverteringsstelsel van de koe. Doordat deze massa blijft kleven aan de darmwand, verhindert het de resorptie van vele mineralen, ook in de dunne darm.
Caseïne maakt de botten bij de koe zwaarder en dikker. Doordat het calcium in de moeilijk verteerbare caseïne zit en er veel fosfor in de melk zit, kunnen we juist osteoporose, allergie en nierstenen krijgen. Osteoporose en allergie ontstaan door calcium en mineralen tekort, nierstenen door teveel uitscheiding via de urinewegen van calciumfosfaat. Voorts worden de anorganische calciumverbindingen, zoals calciumfosfaat, calciumcarbonaat, calciumhydroxyapatiet en dergelijke slecht door de darmen opgenomen omdat ze waarschijnlijk lichaamsvreemd zijn. De organische calciumzouten, zoals calciumcitraat, calciummaleaat en de aan het aminozuur gecheleerde calciumzouten worden goed opgenomen omdat ze niet lichaamsvreemd zijn. In de koemelk zit vooral het calciumcarbonaat. In de moedermelk zit meer calcium dan fosfor en blijkt het calcium beter opgenomen te worden dan uit koemelk. Er zijn drie redenen waarom voor de mens de kalk uit de koemelk geen verhoging hiervan in ons lichaam geeft:

  1. Het calcium is moeizaam uit de caseïne te halen
  2. Het is lichaamsvreemde calciumcarbonaat
  3. De fosfor in de melk wordt wel goed opgenomen en trekt calcium uit de botten.

Prof. van Creveld, een kinderspecialist op de Universiteit in Amsterdam, vertelde in 1958 al dat in de oorlog veel baby’s tetanisch werden door koemelk, omdat de moeder geen borstvoeding had. Een tekort aan kalk veroorzaakt een overprikkeling van de motorische zenuwbanen, waardoor spieren in een spasme kwamen. Volgens hem kwam dit vooral door het hoge fosforgehalte.

Het lactase
Lactase is nodig voor de splitsing van lactose in galactose en glucose. In de moedermelk zit vrij veel lactose en renine, maar de zuigeling maakt voldoende lactase om dit te verteren gedurende de eerste drie jaar. Sommige volkeren, met name de Denen, Finnen, blanke Amerikanen en de Zwitsers kunnen aan de borst van de koe blijven. Zij blijven erfelijk bepaald lactase maken. Volgens Dr.Kretchmer  is het een natuurlijk proces dat men geen lactase meer vormt en dat de genetische bepaling daarvan tot gevolg heeft dat sommige volken alleen konden overleven door het drinken van melk, nl. daar zit lactose in. Bij de mens vindt de lactase-productie in de baby plaats in het laatste kwartaal van de zwangerschap en na de geboorte. Indien er geen lactase meer gevormd wordt in het jejunum, dan wordt de lactose door bacteriën omgezet in gas (CO2) en melkzuur, dat vocht aanzuigt. Deze veroorzaakt diarree, krampen, opgezette buik, flatulentie en sporen bloedverlies, met anemie (=bloedarmoede) tot gevolg.
Er bestaat een uitgebreid onderzoek bij volwassenen, die door melkgebruik de volgende darmproblemen kregen: opgeblazen buik, maagpijn, krampen, gasvorming en diarree.
Odze Ret et al. beschreven¨Allergische colitis in infants¨ vooral door melk, waarbij ontstekingen gepaard gaan met rectale bloedingen. Ook sojamelk, tarwe, maïs en noten(pinda’s) kunnen dit veroorzaken.

Melk en de ziekte van Crohn:
Een onderzoek in Engeland is tot de conclusie gekomen dat in 92% de oorzaak in de melk te vinden was. In de melk zit de mycobacterium avium paratuberculosis. Deze bacterie wordt niet gedood bij de pasteurisatie
(6 aug. 2003 Crohn Milk Bug) .

Allergie of intolerantie voor melk
Prof. Castronovo uit België vertelde dat het IgA door melk stuk gemaakt wordt. Indien de moeder tijdens de borstvoeding veel melk drinkt, dan krijgt het kind te weinig IgA en kan dan allergisch reageren met bijv. eczeem. Het stoppen van melk drinken heft de situatie op. Het IgA zit vooral aan de binnenkant van de darmen als een soort hekwerk, waardoor te grote eiwitten niet kunnen binnendringen. Indien dit hekwerk stuk gaat krijgen we het lekkende darmsyndroom ( leaky gut syndrom). Door het lekkende darmsyndroom komen te grote eiwitten in de circulatie die lichaamsvreemd zijn en waarop het lichaam reageert. De allergie kan zo ernstig zijn, dat elk spoortje in koekjes al een reactie kan geven. Ook Dr. Werthmann beschrijft de nadelige effecten van melk en de daling van het IgA waardoor allergie en een atrofisch dunne darmslijmvlies ontstaat. Melk remt dus de mineralen opname, maar ook de vorming van de intrinsic factor, waardoor de opname van vit. B12 afneemt en een allergie kan ontstaan. In het bloed vinden we vaak een verhoogde IgA en IgE. Doordat het IgA gedestrueerd wordt, kunnen ernstige darmstoornissen ontstaan in de vorm van:

  • Chronische diarree met slijm
  • Verlies van bloed en anemie
  • Gasvorming met opgezette buik
  • Braken, vooral bij baby’s
  • Nachtelijk huilen van baby’s, die dan de gehele nacht gedragen moeten worden.

Op de luchtwegen, huid en CZS zien we de volgende symptomen:

  • Chronische of steeds terugkerende verkoudheden en neusverstopping
  • Chronische of steeds terugkerende bronchitis
  • Astma, hooikoorts en frequent niezen
  • Eczeem en andere huid uitslagen zoals urticaria. Dit kan ook ontstaan bij een borstvoeding kind wanneer de moeder veel melk drinkt. Wordt de melk bewerkt met het kefirplantje, dan gaat het goed. Volgens een Fins onderzoek neemt de allergie af bij de zuigeling als de moeder lactobacillen inneemt
  • Middenoorontstekingen
  • Algemene verlaging van het immuunsysteem
  • Groeipijnen en vroegtijdige reumatoïde artritis
  • Migraine en zelfs epilepsie
  • ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder)

Hoe eerder een kind melk van een dier krijgt, des te meer kans er bestaat op een intolerantie. Dit zijn ervaringen van verscheidene kinderspecialisten in Amerika. (Dr. J.Dan Bagget in Alabama, Bahna SL en Heiner DC: Allergies to milk. New York, Gune and Stratton, 1980).
Weinig taurine in flesvoeding: een onderzoek heeft aangetoond dat moedermelk wel 50 % aminozuren bevat, vooral glutaminezuur, glutamine en taurine. In de flesvoeding blijkt maar 10% te zitten. Taurine is voor kinderen essentieel en zij kunnen dit zelf niet maken uit het methionine.

Een ernstiger bijwerking van melk werd beschreven door onderzoekers van de universiteit van Colorado en van Miami  Zij constateerden bij kinderen met nephrosis tussen de 10 en 13 jaar, dat het eiwitverlies via de urine stopte als ze geen melk meer kregen en daardoor aanzienlijk opknapten. Toediening van melk deed het eiwitverlies weer verschijnen met het gevolg dat hierdoor oedeem optrad. Zij concludeerden dat allergie voor melk en ander voedsel een belangrijke rol speelt in de prognose van de nephrosis.
Vermindering van de weerstand
Een andere amerikaaanse ervaring is dat de streptococcus beta-hemolyticus onder normale omstandigheden zelden in de keel komt, maar wel als men melk drinkt. Zowel streptokokken pharyngitis als pyodermie wordt door het drinken van melk bevorderd. Het vervelende is dat niet alleen melk dit bevordert, maar ook kaas en ijs. Hierdoor kunnen ook de groeipijnen en de artritis ontstaan, vooral als men de amandelen eruit haalt. Dit laatste geeft later meer kans op reuma.

De otitis media en frequente neusverkoudheden: Indien baby’s en kleine kinderen geen borstvoeding krijgen is de kans zeer groot dat zij otitis media en frequente coryza krijgen. Zij gaan dan ook s’nachts veel huilen, maar dan van de pijn in de oren. De oorzaak is dan niet alleen de melk, maar bij het zuigen aan de borst gaat de onderkaak naar voren, waardoor de doorstroming van het bloed door neus en oren beter gaat en de buis van Eustachius open blijft. Dit is hetzelfde proces als het gapen en de kaak naar voren doen bij het dalen van het vliegtuig en onze oren dicht gaan. Bij de flesvoeding ligt het kind op de rug en valt de onderkaak naar achter. De buis van Eustachius klapt dan dicht. Dit gebeurt ook bij duimzuigers. De keel- en neusamandelen zullen dan ook gaan zwellen. Door te stoppen met melk schijnen de amandelen ook al te slinken. Door de kinderen kalk/magnesium en zink te geven zie je hun weerstand vooruit gaan en bedenk dan ook dat de amandelen wat vergroot blijven tot hun 4e jaar en daarna gaan slinken, vooral als men naar een warm droog land gaat.
Gedrag en melk 
In Washington zag men de relatie van melkgebruik en een antisociaal gedrag. Juveniele delinquenten dronken 10 x zoveel melk als adolescenten met een gelijke achtergrond. De overgevoeligheid voor koemelk veroorzaakt naast een asociaal gedrag, gespannenheid, rusteloosheid, geirriteerdheid, ontevredenheid, gekke gezichten trekkerij en concentratie problemen. Anderzijds zien we ook moeheid, bleekheid, moeilijk wakker worden, donkere wallen onder de ogen, neusirritatie waarbij kinderen steeds met hun hand de neus naar boven wrijven, depressiviteit, angst en slapeloosheid. Naast melk moeten we ook letten op tarwe, suikers engraan. Melk blijkt in vele gevallen toch de grote boosdoener.

ADHD=attention deficit hyperactivity disorder.
Symptomen: hyperactiviteit en ongeduld, kan geen moment wachten, wordt kwaad als men te laat op de afspraak komt, moeite met stil zitten. Dit zijn vaak symptomen van een teveel aan circulerend histamine. Door een kalktekort kan teveel histamine vrij komen, waardoor een allergie ontstaat en bovengenoemde symptomen ontstaan. Onderzoek in Nederland wijst ook in de richting dat voeding en vooral melk ADHD kan veroorzaken. Andere voedingsstoffen zijn tarwe, chocola en pinda’s.
Een teveel aan fosfor veroorzaakt moeheid en opvliegendheid. Ze bijten nogal eens van zich af omdat ze hun taak niet kunnen volbrengen en het gevoel hebben al erg veel te hebben gedaan. Denk in deze gevallen ook aan coca cola die veel fosfor bevat en agressiviteit kan geven. Bij ADHD kinderen vindt men regelmatig een tekort aan mineralen in het bloed, vooral calcium, zink en magnesium.

Te hoog fosfor gehalte in bloed veroorzaakt:

  • Bloedneuzen, hyperventilatie en angst om alleen te zijn
  • Angst voor donker en onweer
  • Schizofrene beelden met stemmen in hoofd
  • Incontinentia Alvi (onwillekeurig verlies van ontlasting)
  • Versterkte lengtegroei met slappe banden
  • Slappe spieren
  • Moeheid na geringe inspanning
  • Grote slaapbehoefte
  • Overgevoeligheid en voorspellende vermogensCalcium verlies veroozaakt:
  • Tetanische spieren (baby’s in de oorlog)
  • Nachtelijke kuitkrampen
  • Ostoperose, stukgaan van de mastcellen (allergie)
  • Verzwakking van het gebit

Hoewel melk zelf allergische reacties kan geven kan het ook de penicilline of aflatoxine (wat soms in de voeding van de koe zit) de oorzaak zijn. Urticaria, hooikoorts, astma en veelvuldig niezen kunnen het gevolg zijn.
Acne
Koeien die melk geven maken vrij veel progesteron, dat ook in de melk terechtkomt. Progesteron wordt omgezet in androgenen en deze kunnen acne nogal stimuleren. Dr. Fischer heeft dit onderzocht en gemerkt dat stoppen met melk drinken de acne weer deed verdwijnen.
Juveniele Rheumatische Artritis
De kinderarts Dr.J.Dan Baggett  zag een duidelijke relatie tussen melkgebruik en bovengenoemde vorm van artritis. Volgens hem zat de oorzaak in een allergie voor melk. Eerder zagen we dat melk ook de streptococcus hemolyticus goed deed groeien. De keelklachten die dan ontstaan, zijn vaak de reden om de tonsillen te verwijderen. Bij 80 % van deze patiënten ontstaat volgens onderzoek later reuma, wat dus begrijpelijk is . Verergering van de artritis door melk zijn ook te vinden in de artikelen.
Juveniele Diabetes
Studies hebben aangetoond dat in koemelk een eiwit zit dat als antigeen werkt en het immuunsysteem van de pancreas aantast. Het blijkt de bètacaseïne te zijn. Deze stof is verantwoordelijk voor een auto-immuun reactie die leidt tot een vernietiging van de insuline producerende bètacellen in de pancreas, waardoor de diabetes type 1 ontstaat. Dit treedt vooral op bij baby`s en kinderen die al vòòr hun eerste jaar geheel of gedeeltelijk koemelk voeding kregen. In een Fins onderzoek bleek bij diabetische kinderen een sterk verhoogde hoeveelheid melk-proteïne-anti-lichamen te zitten. Zowel in Scandinavië als in Amerika (en nu ook in Nederland) neemt het aantal diabetici sterk toe. In al deze landen wordt zeer veel melk gedronken.
Gedrag en melk
Eerder vertelde ik u de relatie tussen melk en ADHD en het onderzoek in Nederland. In Washington zag men de relatie met een antisociaal gedrag. Juveniele delinquenten dronken wel 10 x zoveel melk als adolescenten met een gelijke achtergrond. De overgevoelig voor koemelk veroorzaakt dus naast een asociaal gedrag, gespannenheid, rusteloosheid, geïrriteerdheid, ontevredenheid, gekke gezichten trekkerij en concentratie problemen. Anderzijds zien we ook moeheid, bleekheid, moeilijk wakker worden, donkere wallen onder de ogen, neusirritatie, waarbij zij steeds met hun hand de neus naar boven wrijven, depressiviteit, angst en slapeloosheid. Naast melk moeten we ook letten op tarwe, suikers en graan. Maar melk blijkt in vele gevallen toch de grootste boosdoener.

Hart- en vaataandoeningen en melk
Melk bevat nogal wat zout en 60% van het vet is verzadigd. Als men van jongsaf aan veel melk drinkt, dan schijnt dit een negatieve werking op onze bloedvaten te hebben. Bij jonge mensen zag men in Amerika (soldaten) al symptomen van aderverkalking en was er een relatie met melkgebruik. Melk bevat veel cholesterol en een enzym xanthine oxidase (XO). Wanneer melk gehomogeniseerd wordt, veroorzaakt XO beschadiging van de arteriën. Door onverzadigde vetzuren, foliumzuur, MSM, vitamine B12 en B3 te gebruiken en melk te laten staan daalt het cholesterolgehalte en nemen hartklachten af.
Twee glazen melk bevat evenveel cholesterol als 3 ons biefstuk, dus vlees is ook niet ongevaarlijk.
In het tijdschrift Circulation 1993 staat een onderzoek waarin duidelijk de relatie wordt beschreven tussen melk, melk producten en het voorkomen van hart en vaataandoeningen en sterfte hieraan. Doordat melk ook de opname remt van vit. B12, kan het homocysteïne in bloed gaan stijgen, waardoor meer kans op arteriosclerose ontstaat.
Andere aandoeningen in relatie met melk
Osteoporose: het is nu wel begrijpelijk dat melk onze kalkhuishouding niet aanvult maar juist afbreekt. Dit wordt vooral veroorzaakt door het hoge fosforgehalte en de eiwitten.
De grote hoeveelheid eiwitten in melk zorgt voor een verhoging van de zuurgraad in het bloed. Dit wordt door calcium in evenwicht gebracht, wat weer stimulerend werkt op de botontkalking. De osteoklasten gaan harder werken, maar ook de osteoblasten om het bot weer te herstellen. De botaanmaak raakt echter uitgeput als de celdeling van de osteoblasten uitblijft door een tekort aan onder ander vitamine B12. Melk remt de intrinsic factor en daardoor de vitamine B12-opname. Voor de celdeling zijn naast vitamine B12 ook foliumzuur (open rug bij baby`s voorkómen), vitamine B6, vitamine E en mineralen nodig. De mineralen worden vooral in zuur milieu opgenomen, maar melk heeft een neutraliserend effect op het maagzuur.
De osteoblasten regelen de botaanmaak en hebben daar naast de vele mineralen ook vitamine D en K nodig. Een overmaat aan calcium wordt meest uitgescheiden (constipatie) of gaat in de zachte weefsels zitten. Daardoor zullen infusen met calcium geen effect hebben.
Als ons maagdarmstelsel niet goed functioneert en/of onze voeding tekort schiet, dan krijgen we een dunne huid en dunne botten.

Kanker en melk
In melk zitten oestrogenen en deze kunnen vooral borstkanker stimuleren, net zoals de pil dit kan doen. Vooral de Amerikaanse biochemicus professor Colin Campbell waarschuwt voor de gevaren van melk en het verkrijgen van borstkanker. Publicaties in de Lancet wijzen op de relatie tussen het groeihormoon (GH), insulin-like growth factor (IGF-1)in melk en kanker. Bij een verhoging van GH, zoals bij acromegalie bestaat, is een verhoogde kans op borst- en prostaatkanker. Een verhoging van het IGF-1 heeft dezelfde gevaren.
Deze twee stoffen schijnen door de pasteurisatie niet stuk te gaan en de groei van kankercellen te bevorderen. Een onderzoek in 1981 vermeldde al dat melk kanker van prostaat en colon kon veroorzaken.
Dat Nederland de langste vrouwen van de wereld heeft is waarschijnlijk het gevolg van de hoge melkconsumptie. Dit gebeurt nu ook in Japan. Nadat men daar ook melk is gaan drinken zijn de vrouwen gemiddeld 11,5 cm langer en 8,6 kg zwaarder geworden en zijn ze 3 jaar vroeger gaan menstrueren.
Leukemie en de melk.                                                                                                                                                                              

In melk kan het bovine leukemie virus (BLV) zitten. Aan de koe is meestal niets te merken. Dit virus gaat niet dood bij de pasteurisatie van melk en kan bij de mens lymfatische leukemie veroorzaken. De oorzaak ligt enerzijds in een te grote belasting van ons weerstandsvermogen en anderzijds aan een verlaagde weerstand bij de mens. Vaak is er een tekort aan selenium, zink, vitamine B12, vitamine C en A en l-lysine. Deze combinatie helpt goed bij alle virale infecties. Door deze combinatie heb ik patienten hiermee beter gekregen.

Melk en het gebit
De meeste moeders denken dat melk het gebit versterkt, maar Dr Frances Castano, een onderzoeker van het gebit, constateerde juist een vernietiging ervan. Koemelk die in de mond blijft, wordt niet verwerkt, maar wordt zuur en is een goede voedingsbodem voor bacteriën in de mond. Deze commensalen zorgen voor plak-vorming op de tanden waardoor deze als het ware wegsmelten. Het duidelijkst was dit te zien bij kinderen die met een flesje melk naar bed gingen. Water is dan beter.
Vitamine B12, foliumzuur en de melk
Dr. Wright heeft een onderzoek gedaan bij astmatische kinderen en zag een relatie tussen melk en een tekort aan vit. B12. Baby’s en kleine kinderen knapten op door toediening van vit. B12 en stoppen met melk en melkproducten. Doordat melk het zuur bindt, worden vele mineralen niet opgenomen zoals zink, magnesium, calcium, mangaan, etc. Ook de intrinsic factor wordt geremd, waardoor vit. B12-opname slechter wordt. Indien de moeder tijdens de zwangerschap veel melk drinkt, gebeurt hetzelfde. Dit kan aanleiding zijn tot een vroeggeboorte, miskraam, ondergewicht van het kind en allergie van het kind na de geboorte.
Vit. B12 en foliumzuur zijn essentieel voor de celdeling ( waarschijnlijk vit. B6 in de vorm van pyridoxaal-5-fosfaat ook). Alleen foliumzuur geven om een open ruggetje te voorkomen kan een vit. B12 -tekort opwekken waardoor een miskraam ontstaat. Beide vitaminen dienen tijdens de gehele graviditeit gegeven te worden en er mag geen melk gedronken worden.
Andere indicaties om vit. B12 te geven zijn:

  • Zwangerschap bij vrouwen boven de 30 jaar
  • Meerling-zwangerschap
  • Frequente graviditeit achter elkaar, anders zal het derde en vierde kind te vroeg geboren worden. Frequente miskramen en infertiliteit, zowel bij de man als de vrouw.

Bepaling van het vit. B12-gehalte in bloed heeft weinig zin omdat dit niets zegt over de concentratie in de weefsels.

Melk en het vrouwelijk geslachtsapparaat 
In het boek Hormone Heresy van Sherrill Sellman schrijft zij dat melk een versterking geeft van het Pre -Menstrueel Syndroom, zoals buikkrampen, gevoelige borsten, myoom vorming, veel bloedverlies (kalk remt fluxus) en pijnlijke endometriosis.
Multiple sclerose en melk 
In epidemiologische onderzoekingen blijkt een verband te bestaan tussen een hoge vetconsumptie en de kans op MS. Vooral verzadigd dierlijk vet blijkt een oorzaak te zijn. In hersenweefsel van MS-patienten is steeds een verhoogd gehalte aan verzadigde vetten gevonden.
Koemelk met een hoog verzadigd vetgehalte schijnt bij MS-patienten de excacerbaties te doen toenemen. Vooral kinderen die koemelk krijgen in plaats van borstvoeding hebben volgens een enquête bij 26000 MS-patienten in Amerika vaker deze aandoening. Deze correlatie werd ook gevonden in 21 andere landen.
Een onderzoek van Swank  gedurende 35 jaar bij 150 MS-patienten gaf duidelijke aanwijzingen dat een dieet met weinig verzadigd vet significant minder verergering gaf dan diegenen die 20 gr. vet per dag aten. De laatste werden vaker ernstig invalide en 80 % overleed door verschillende oorzaken. Van de patiënten die zich aan het dieet hielden overleed 31%. De excacerbaties kwamen weer terug bij patiënten die het dieet stopten.
Een ander onderzoek toonde aan dat onverzadigde essentiële vetzuren beschermen tegen MS. In borstvoeding zit veel van het omega-6-vetzuur, wat in koemelk maar gering is.
Het gebruik van vis (door de omega-3-vetzuren) werkt beschermend tegen MS.

Er wordt ook een relatie gezien tussen veel melk drinken en amyotrofische lateraalsclerose. Ander onderzoek wijst op een relatie tussen zware metalen, multiple sclerose en ALS. Zink, selenium en andere mineralen drijven zware metalen ons lichaam uit, maar melk remt de mineraalopname.
Het Chronische Vermoeidheids Syndroom 
Dit syndroom vindt zijn oorzaak in een allergie en/of darmstoornissen. Men heeft melk, granen en suiker vaak als schuldige gevonden. Naast ernstige moeheid, slapte van de spieren en moeizaam wakker worden, hebben deze patiënten diarree en/of bloedarmoede en chronische infecties. Zie ook mijn ervaring in begin van dit artikel.

Conclusie: koemelk is voor het kalf en moedermelk voor onze kinderen. De moedermelk bevat enzymen en onverzadigde vetzuren (indien ze voldoende aanwezig zijn in de voeding) die de hersenen van kinderen voeden. Dit is van belang voor ons denkvermogen. Maar daarom moeten we niet ons hele leven melk blijven drinken, want dan worden we een melkmuil. Een melkmuil blijft in zijn ontwikkeling stilstaan en wordt dus nooit volwassen.
Een groot deel van de blanke bevolking kan koemelk verdragen, maar de koemelk die we nu drinken is zo bewerkt, dat deze voor ons nog van weinig waarde is en zelfs schadelijk kan zijn. De volle melk direct van de koe geeft al veel problemen en de pasteurisatie of sterilisatie vermeerdert dit.
Producten van melk, zoals kaas, rechtsdraaiende yoghurt met lactobacillus en kwark zijn voor velen goed te verdragen, behalve als men allergisch voor melkproducten is.
Het is begrijpelijk dat er zoveel melk gedronken wordt, want de reclame stimuleert dit. Vreemd is het dat artsen, specialisten en vele mensen kwaad worden als de negatieve aspecten van koemelk op tafel komen. Waarom wil men dit niet horen? Is dat bedreigend en waarom dan? Al deze gegevens komen niet uit de alternatieve hoek, maar uit de reguliere medische wetenschap.
facebooklike mijn pagina

alie wouda

Appen?

Wil je een afspraak maken? 🗣

Alie Wouda Natuurpraktijk Aurora

minder suiker in producten stoppen

Voedselindustrie geeft miljoenen uit om anti-suikerwetgeving te voorkomen
Voedselindustrie geeft miljoenen uit om anti-suikerwetgeving te voorkomen
De grote producenten van frisdrank, snacks en snoep besteden jaarlijks meer dan 21 miljoen euro aan het beïnvloeden van EU-politici. Zo houdt de industrie regels tegen die het gebruik van suiker moeten terugdringen. Dat concludeert lobbywaakhond Corporate Europe Observatory (CEO).
Volgens de onderzoekers van CEO gaan de producenten op dezelfde manier te werk als de tabaksindustrie destijds. Uit het rapport blijkt dat de voedselindustrie wel zegt te willen helpen bij de bestrijding van overgewicht, maar daar niet naar handelt. CEO zegt dat de ‘suikerindustrie’ toezichthouders onder druk zet, wetenschappers inlijft en lobbyt voor handelsverdragen die de EU-wetten verzwakken.
Ook doet de voedingsindustrie ‘zwakke voorstellen’ om de hoeveelheid suiker in hun producten op vrijwillige basis te verlagen. Het doel is om zo strengere regelgeving, zoals een suikerbelasting en etiketten met suikerwaarden, te voorkomen.
Het aantal mensen met overgewicht en obesitas neemt nog steeds toe. Terwijl in 1980 nog 857 miljoen mensen wereldwijd te dik waren, was dat in 2013 al 2,1 miljard. Een derde van de zes- tot negenjarigen in Europa is te dik. En het eind is nog niet in zicht.
Dik zijn zorgt voor tal van gezondheidsproblemen. Niet voor niets kost overgewicht nu al een tiende van het zorgbudget in Europa. Reden waarom de Europese Unie de industrie wil verplichten om minder suiker in producten te stoppen.

Vit B 6 stapeling

Aan veel supplementen wordt B6 toegevoegd

Inleiding

Hoge doseringen vitamine B6 in voedingssupplementen kunnen op termijn leiden tot neurologische klachten. Dit kan je herkennen aan: tintelingen in handen en voeten, kiespijnen die niet goed zijn te verklaren zijn, pijnlijke voetzolen en/of zenuwscheuten in armen en benen.

Indien je langere tijd vitamine B6 bijslikt of bij wil gaan slikken, let er dan op dat je niet teveel per dag binnenkrijgt. Bedenk dat B6 in veel supplementen aanwezig is (dit is wat hier wordt bedoeld met stapeling), dus ga na wat je totaal dagelijks binnenkrijgt.

Er zijn twee vormen vitamine B6

  • Pyridoxine HCL
  • P5P (Pyridoxal-5-fosfaat)

Pyridoxine HCL is de synthetische (goedkope) vorm, P5P is de natuurlijke actieve vorm.  Van P5P is minder nodig om werkzaam te zijn., het is echter niet duidelijk of het bij dezelfde hoeveelheden als pyridoxine HCL op termijn klachten kan geven. Blijf dus liever aan de lage kant met de totale dosering, ongeacht welke vorm vitamine B6 je slikt. Hoe langer je hogere doseringen B6 gebruikt hoe groter de kans wordt op het ontstaan van klachten.

Indien je merkt dat er klachten ontstaan die kunnen wijzen op een teveel aan B6, stop dan een week of drie met de inname ervan. Verdwijnen vervolgens de klachten, dan lag het zeer waarschijnlijk aan een te hoge B6 suppletie en is er een suppletiepauze nodig, en bij heraanvang een lagere dosering van vitamine B6.

Voor vitamine B6 in de vorm van Pyridioxine HCL adviseren we onderstaande veiligheidsdosering

  • Maximaal 75mg per dag gedurende 1 maand
  • Maximaal 50mg per dag gedurende 2 maanden
  • Maximaal 30mg per dag gedurende 6 maanden
  • Maximaal 20mg per dag gedurende 12+ maanden

Let er ook op dat je een aantal B vitaminen (waaronder B6) binnen krijgt via de normale voeding en via sommige supperfoods, bijvoorbeeld graangrassen zoals tarwegrasblad, havergrasblad, kamutgrasblad en gerstegrasblad.

De aanvaardbare bovengrens van B6 suppletie volgens de Gezondheidsraad is 25 mg per dag. Dat is in lijn met het advies van EFSA. Deze bovengrens geldt echter voor lange termijn inname, jaren achtereen dus. Men heeft de NOAL (No Observed Adverse Effect Level) en UL (Tolerable upper intake level) gesteld op 100 mg per dag. Uit onderzoek bleek dat suppletie van meer dan 50mg per dag, gedurende meer dan zes maanden achtereen klachten kunnen geven. Er zijn echter nogal wat vragen bij dat onderzoek. In de literatuur wordt ook een onderzoek aangehaald waar 40mg als bovengrens genoemd wordt, maar daar zijn nog grotere vraagtekens bij. In de VS geldt 100mg als bovengrens. Dat is ook wat maximaal verkocht mag worden in Nederland.

Media-aandacht

De recente aanzienlijke mediaaandacht voor mogelijke B6 overdosering zou doen vermoeden dat het in de praktijk een groot probleem is. Er is reden daaraan te twijfelen. In de afgelopen jaren zijn er bij Lareb 15 klachten binnengekomen. Tot nu toe, 2 klachten in 2014. De gezondheidsrisico’s van gebruik van geregistreerde geneesmiddelen zijn helaas oneindig veel groter, met gemakkelijk tienduizenden doden per jaar. Zowat de halve Nederlandse bevolking (ongeveer 7,8 miljoen mensen) is chronisch ziek. Het merendeel ervan heeft meerdere chronische ziekten. Er is nog veel werk te verzetten door natuurgeneeskundigen enerzijds, en zieken (verantwoordelijkheid en regie nemen) anderzijds.

Bijzonderheden

  • Vooral bij goedkopere vitamineproducten blijkt er een verschil te zijn tussen de aanwezige en genoemde hoeveelheden.
  • Bij eiwittekorten (in het bijzonder van cysteïne) wordt de toxiciteit van vitamine B6 vergroot.
  • Vitamine B6 heeft, voor een optimale werkzaamheid, ook magnesium en vitamine B2 nodig. Dit zijn de zogenaamde co-factoren voor B6.
  • Bij regelmatige B12 suppletie via injecties zijn er meer B vitaminen nodig, omdat er in die situatie meer B vitaminen ‘verbruikt’ worden door de hoge B12 dosering.

Bron

_____________________________________________________________

Effecten van vitamine B6 metabolisme op oncogenese, tumorprogressie en therapeutische respons

L Galluzzi , E Vacchelli , J Michels , P Garcia , O Kepp , L Senovilla , ik Vitale en G Kroemer

Pyridoxal-5′-fosfaat (PLP), de biologisch actieve vorm van vitamine B6, naar verluidt fungeert als een prosthetische groep> 4 % van geclassificeerde enzymatische activiteiten van de cel. Het is daarom niet verwonderlijk dat veranderingen van vitamine B6 metabolisme zijn geassocieerd met meerdere menselijke ziekten. Als treffend voorbeeld, mutaties in het gen dat codeert voor antiquitin, een evolutionair oude aldehyde dehydrogenase leiden tot pyridoxine-afhankelijke toevallen, vanwege de accumulatie van een metabolisch tussenproduct dat PLP inactiveert. Bovendien is PLP nodig voor de afbraak van homocysteïne door transsulfuratie.Derhalve verminderde circulerende niveaus van B6 vitameren (inclusief PLP en de belangrijkste precursor pyridoxine) vaak gepaard met hyperhomocysteïnemie, een aandoening die is geassocieerd met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten meerdere. Gedurende de afgelopen 30 jaar, heeft een intense golf van klinisch onderzoek geprobeerd om de vermeende banden tussen vitamine B6 en kanker ontleden. Aldus hoge circulerende niveaus van vitamine B6, als zodanig of als ze gereflecteerd verminderde hoeveelheden circulerend homocysteïne zijn geassocieerd met verbeterde overleving hebben bij patiënten waarop uiteenlopende hematologische en solide tumoren.Meer recent is de vaardigheid van vitamine B6 metabolisme aangetoond dat de adaptieve respons van tumorcellen tot een overvloed aan fysische en chemische stresscondities moduleren. Bovendien verhoogde pyridoxal kinase (PDXK), het enzym dat pyridoxine en andere vitamine B6 precursors omzet in PLP, is aangetoond dat een goede, therapie-onafhankelijke prognostische marker bij patiënten die aan niet-kleincellig longcarcinoom vormen (NSCLC) . Hier zullen we de klinische relevantie van vitamine B6 metabolisme bespreken als een prognostische factor bij kankerpatiënten.

Bron

Welke producten bevatten vitamine B 6?
B 6 komt van nature veel voor in eiwitrijke producten  zoals: kip, lever, eidooier, vis, zilvervliesrijst, zaden en noten, avocado, sojabonen. B 6 is belangrijk bij o.a.: cholesterolstofwisseling, omzetting van hormonen, goede werking van het immuunsysteem, celdeling, omzetting van eiwitten, vetten (prostaglandinesynthese), koolhydraten, vochthuishouding, aanmaak van de rode bloedcellen, leverontgiftingsprocessen, etc.

Moerman was de eerste die in zijn diëten werkte met 2 rauwe eidooiers per dag. Zo te zien een geniale vondst, omdat er zoveel goede stoffen tegelijkertijd in voorkomen. Ook bij mensen die van hun kater af willen komen na rijkelijk alcohol gebruik zijn eidooiers met tomatensap een geliefd ‘medicinaal drankje’. Bij hart en vaatziekten met een hoge homocysteïne is het ei ook weer helemaal terug.

Maar ook bij het B 6 verhaal (in eiwitrijke producten) komt het ei weer in beeld. Samen met magnesiumrijke groenten(sap) en zilvervliesrijst een goedkope voedzame maaltijd voor het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel dat in deze moderne tijd met zijn enorme toename aan prikkels best een steuntje in de rug nodig heeft.De verschillen tussen eidooiers en een heel ei (gekookt)

2 Eidooiers
750 KJ
218 Kcal
8 gr eiwit
4 gr verzadigd vet
17 totaal vet
650 cholesterol
75 mg kalium
75 mg calcium
7 mg magnesium
3 mg ijzer
265 mcg vit. A
2,5 mcg vit. D
0,12 mg B1
0,20 mg B2
0,12 mg B6
60 mcg foliumzuur
1,90 mcg B 12
1 Gekookt ei
350 KJ
75 Kcal
6,5 gr eiwit
1,5 gr. verzadigd vet
5,5 totaal vet
165 mg cholesterol
65 mg kalium
25 mg calcium
6,5 mg magnesium
0,9 mg ijzer
99 mcg vit. A
0,9 mcg vit. D
0,02 mg B1
0,24 mg B2
0,03 mg B6
21 mcg foliumzuur
0,55 mcg B12

Aminozuursamenstelling van een eiEiwit-aminozuursamenstelling in een ei (50 gram)
0,46 isoleucine
0,54 leucine
0,52 valine
0,34 methionine
0,15 cystine
0,37 fenylalanine
0,31 tyrosine
0,25 threonine
0,9 tryptofaan
0,34 lysine
0,13 histidine
0,42 arginine
Een ei bevat géén carnitine.

Bron

Therapeutische toepassingen van vitamine B6
Premenstrueel syndroom: premenstrueel syndroom omvat een
clustervariatie van symptomen waaronder vermoeidheid, stemmingswisselingen,
angst, depressie, vermoeidheid, vochtretentie, vergeetachtigheid,
gevoelige borsten, duizeligheid en toename van eetlust,
die rond de ovulatie beginnen en weer verdwijnen aan het begin van
de menstruatie. Een review van gerandomiseerde, dubbelblinde,
placebogecontroleerde studies suggereert dat suppletie met twee
doseringen van 50 mg B6 per dag, zorgt voor verlichting van PMSsymptomen
[11,18]. In Iraans onderzoek waaraan 160 jonge vrouwen
met PMS deelnamen bleken de PMS-klachten significant te verminderen
bij gebruik van 80 mg B6 per dag [19]. Van de symptomen
nam angst het meest in hevigheid af. Vitamine B6 heeft een gunstige
invloed op PMS door een mogelijke verbetering van de beschikbaarheid
van dopamine, serotonine en GABA en via modulatie van de
hormoonafhankelijke genexpressie
Carpaletunnelsyndroom: carpaletunnelsyndroom is een neuropathie
veroorzaakt door compressie van de nervus medianus in de pols.
Het gaat gepaard met pijn, een doof gevoel, zwakte en tintelingen in de
handen. Factoren die kunnen bijdragen aan carpaletunnelsyndroom
zijn onder meer overbelasting (RSI), trauma, zwangerschap, oedeem,
sarcoïdose, diabetes, reuma en hypothyroïdie. Veel mensen met carpaletunnelsyndroom
hebben een lage vitamine-B6-status; daarbij is in
onderzoek een omgekeerd verband gevonden tussen de P5P-spiegel
en de ernst van de pijn, tintelingen en slaapproblemen [2,20,21]. Vitamine
B6 is een kritische cofactor voor de neuronale synthese van
eiwitten, neurotransmitters en sfingolipiden. Mogelijk verhoogt vitamine
B6 hierbij de pijndrempel door de synthese van serotonine en
GABA te stimuleren. Suppletie met 50 tot 200 mg pyridoxine of P5P
per dag, gedurende minimaal 12 weken en dan vooral in combinatie
met 10 mg vitamine B2 per dag, draagt in veel gevallen bij aan verlichting
van de klachten, ook bij mensen zonder vitamine-B6-tekort [20]
Diabetes(complicaties): diabetici hebben een hogere vitamine-B6-
behoefte. In de praktijk hebben veel diabetici een subklinisch vitamine-
B6-tekort wat het ziekteproces negatief beïnvloedt en de kans
op complicaties vergroot. Preklinisch onderzoek heeft uitgewezen
dat een vitamine-B6-tekort gepaard gaat met afwijkingen van de
glucosetolerantie en daling van het insulinegehalte in alvleesklier en
bloed alsmede degeneratieve veranderingen in insulineproducerende
bètacellen van de alvleesklier [4]. Suppletie met pyridoxine kan de
glycemische controle bij type-2 diabetici verbeteren hetgeen zich laat
zien in een daling van het geglycosyleerd hemoglobine. In een proefdiermodel
voor diabetes type 2 zorgde pyridoxine voor significante
verlaging van de bloedglucosespiegel. Bij mensen is verbetering van
de glucosetolerantie door vitamine B6 vooralsnog waargenomen bij
vrouwen met zwangerschapsdiabetes [4].
“B6-deficiëntie gaat gepaard met
afwijkingen in de glucosetolerantie”
Er zijn sterke aanwijzingen dat suppletie met vitamine B6, in de vorm
van zowel pyridoxamine, P5P als pyridoxine, het ontstaan danwel de
progressie remt van diabetische retinopathie, cataract, nefropathie,
(poly)neuropathie, dislipidemie en hart- en vaatziekten [1,4,22-24].
Vooral pyridoxamine remt de glycosylering, een niet-enzymatisch
proces waarbij suikers in aanwezigheid van zuurstof binden aan vrije
NH2-groepen van eiwitten, vetten of nucleïnezuren [23]. Hyperglycemie
en oxidatieve stress bevorderen glycosylering en daarmee de
vorming van AGE’s (advanced glycation endproducts). AGE’s spelen
een prominente rol in de pathogenese van diabetescomplicaties

Misselijkheid en overgeven: sinds de jaren veertig van de vorige
eeuw wordt vitamine B6 voorgeschreven bij misselijkheid en braken
door zwangerschap. In een studie namen vrouwen die last hadden van
ochtendmisselijkheid 3 dagen lang iedere 8 uur 25 mg pyridoxine in. Dit
leidde tot significante vermindering van braken en afname van hevige
misselijkheid [2,11]. Een dosis van 10 mg pyridoxine iedere 8 uur gedurende
10 dagen werkte ook goed [11].
Vitamine B6 in een dosering van 50 tot 200 mg per dag wordt ook
gebruikt om misselijkheid door radiotherapie te verminderen [11].
Autisme: al tientallen jaren wordt de combinatie van magnesium met
100 tot 200 mg B6 per dag ingezet bij kinderen met autisme waarbij
tot 50% van de kinderen vooruitgang toont in gedrag en communicatie
[25]. In een review van de Cochrane Collaboration is echter vastgesteld
dat het wetenschappelijk nog niet vast staat dat suppletie met
vitamine B6 en magnesium leidt tot een significante verbetering van
autisme [26].
Tardieve dyskinesie: tardieve dyskinesie is een bijwerking van neuroleptica
die bij schizofrenie worden voorgeschreven. Vijftien patiënten
met de bewegingsstoornis kregen een vitamine-B6-supplement,
waarbij de dosis in 4 weken geleidelijk werd opgebouwd van 100 naar
400 milligram per dag. Inname van een dagdosis van 300 of 400 mg
resulteerde in significante afname van symptomen van tardieve dyskinesie
[27]. De klachten kwamen weer terug nadat de proefpersonen
waren gestopt met het innemen van vitamine B6.
• Depressie: de synthese van neurotransmitters serotonine en noradrenaline
is P5P-afhankelijk; een vitamine-B6-tekort zou dus theoretisch
kunnen leiden tot depressie. Klinische studies hebben echter niet
kunnen aantonen dat exclusieve suppletie met vitamine B6 helpt bij
depressie [11,28]. Vitamine B6 verlicht mogelijk wel depressies bij
premenopauzale vrouwen [28].
Chineesrestaurantsyndroom: de afbraak van de smaakversterker
monosodiumglutamaat (MSG of Ve-Tsin), die veel wordt gebruikt in de
Chinese keuken, is afhankelijk van vitamine B6. Consumptie van MSG
kan leiden tot tintelingen, jeuk, warmte en hartkloppingen, vooral bij
een relatief vitamine-B6-tekort. Mensen die klachten krijgen na het
eten van MSG kunnen baat hebben bij 50 mg vitamine-B6-suppletie
per dag [29].
Spierkramp in de benen: circa de helft van de zwangere vrouwen
heeft last van spierkramp in de benen, vooral in de tweede helft van
de zwangerschap en ‘s nachts. In een Iraanse studie zorgde suppletie
met een combinatie van 40 mg pyridoxine en 100 mg thiamine per
dag, voor een significante afname van spierkramp [30].
• Dosering, veiligheid en interacties: de aanbevolen dagelijkse
hoeveelheid voor volwassenen is 1,5 mg vitamine B6 per dag (voor
mannen boven 51 jaar 1,8 mg/dag) [3]. Het wateroplosbare vitamine
wordt snel afgebroken en uitgescheiden. In te hoge dosering kan
vitamine B6 perifere neuropathie veroorzaken. In Nederland geldt
een veilige bovengrens van 25 mg B6-inname per dag (Nederlandse
Gezondheidsraad). De Verenigde Staten hanteren een veilige bovengrens
van 100 mg per dag (Amerikaanse Institute of Medicine) [1-3].
Voor therapeutische toepassingen worden meestal dagdoseringen
tussen de 25 en 200 mg voorgeschreven. Er is weinig bewijs voor
toxiciteit van pyridoxine in doseringen tot 200 mg per dag, ook niet
als het vitamine gedurende langere tijd wordt gebruikt [2,11]. Waarschijnlijk
is P5P minder toxisch in hoge doseringen dan pyridoxine [2].
Verschillende medicijnen verlagen de vitamine-B6-status (zie tabel 1).
Vitamine B6 verlaagt de effectiviteit van L-dopa, fenobarbital en fenytoïne,
maar verbetert mogelijk het effect van nortryptiline bij ouderen
[32]. Kalium, vitamine B-complex, vitamine C, magnesium en selenium
verbeteren de vitamine-B6-status. <<
Referenties
1. Spinneker A, Sola R, Lemmen V et al. Vitamin B6 status, deficiency and its consequences-
an overview. Nutr Hosp. 2007;22(1):7-24**
2. Vitamin B6 (pyridoxine and pyridoxal 5’-phosphate) – monograph. Altern Med Rev.
2001;6(1):87-92**
3. G ezondheidsraad. Voedingsnormen: vitamine B6, foliumzuur en vitamine B12. Den
Haag: Gezondheidsraad, 2003; publicatie nr 2003/04
4. Jain SK. Vitamin B6 (pyridoxamine) supplementation and complications of diabetes.
Metabolism. 2007;56(2):168-71**
5. Friso S, Girelli D, Martinelli N, et al. Low plasma vitamin B-6 concentrations and modulation
of coronary artery disease risk. Am J Clin Nutr 2004;79:992-8
6. Chiang EP, Smith DE, Selhub J et al. Inflammation causes tissue-specific depletion of
vitamin B6. Arthritis Res Ther. 2005;7(6):R1254-62
52 Van Nature nr. 7 – 2007Misselijkheid en overgeven: sinds de jaren veertig van de vorige
eeuw wordt vitamine B6 voorgeschreven bij misselijkheid en braken
door zwangerschap. In een studie namen vrouwen die last hadden van
ochtendmisselijkheid 3 dagen lang iedere 8 uur 25 mg pyridoxine in. Dit
leidde tot significante vermindering van braken en afname van hevige
misselijkheid [2,11]. Een dosis van 10 mg pyridoxine iedere 8 uur gedurende
10 dagen werkte ook goed [11].
Vitamine B6 in een dosering van 50 tot 200 mg per dag wordt ook
gebruikt om misselijkheid door radiotherapie te verminderen [11].
• Autisme: al tientallen jaren wordt de combinatie van magnesium met
100 tot 200 mg B6 per dag ingezet bij kinderen met autisme waarbij
tot 50% van de kinderen vooruitgang toont in gedrag en communicatie
[25]. In een review van de Cochrane Collaboration is echter vastgesteld
dat het wetenschappelijk nog niet vast staat dat suppletie met
vitamine B6 en magnesium leidt tot een significante verbetering van
autisme [26].
• Tardieve dyskinesie: tardieve dyskinesie is een bijwerking van neuroleptica
die bij schizofrenie worden voorgeschreven. Vijftien patiënten
met de bewegingsstoornis kregen een vitamine-B6-supplement,
waarbij de dosis in 4 weken geleidelijk werd opgebouwd van 100 naar
400 milligram per dag. Inname van een dagdosis van 300 of 400 mg
resulteerde in significante afname van symptomen van tardieve dyskinesie
[27]. De klachten kwamen weer terug nadat de proefpersonen
waren gestopt met het innemen van vitamine B6.
• Depressie: de synthese van neurotransmitters serotonine en noradrenaline
is P5P-afhankelijk; een vitamine-B6-tekort zou dus theoretisch
kunnen leiden tot depressie. Klinische studies hebben echter niet
kunnen aantonen dat exclusieve suppletie met vitamine B6 helpt bij
depressie [11,28]. Vitamine B6 verlicht mogelijk wel depressies bij
premenopauzale vrouwen [28].
• Chineesrestaurantsyndroom: de afbraak van de smaakversterker
monosodiumglutamaat (MSG of Ve-Tsin), die veel wordt gebruikt in de
Chinese keuken, is afhankelijk van vitamine B6. Consumptie van MSG
kan leiden tot tintelingen, jeuk, warmte en hartkloppingen, vooral bij
een relatief vitamine-B6-tekort. Mensen die klachten krijgen na het
eten van MSG kunnen baat hebben bij 50 mg vitamine-B6-suppletie
per dag [29].
• Spierkramp in de benen: circa de helft van de zwangere vrouwen
heeft last van spierkramp in de benen, vooral in de tweede helft van
de zwangerschap en ‘s nachts. In een Iraanse studie zorgde suppletie
met een combinatie van 40 mg pyridoxine en 100 mg thiamine per
dag, voor een significante afname van spierkramp [30].
• Dosering, veiligheid en interacties: de aanbevolen dagelijkse
hoeveelheid voor volwassenen is 1,5 mg vitamine B6 per dag (voor
mannen boven 51 jaar 1,8 mg/dag) [3]. Het wateroplosbare vitamine
wordt snel afgebroken en uitgescheiden. In te hoge dosering kan
vitamine B6 perifere neuropathie veroorzaken. In Nederland geldt
een veilige bovengrens van 25 mg B6-inname per dag (Nederlandse
Gezondheidsraad). De Verenigde Staten hanteren een veilige bovengrens
van 100 mg per dag (Amerikaanse Institute of Medicine) [1-3].
Voor therapeutische toepassingen worden meestal dagdoseringen
tussen de 25 en 200 mg voorgeschreven. Er is weinig bewijs voor
toxiciteit van pyridoxine in doseringen tot 200 mg per dag, ook niet
als het vitamine gedurende langere tijd wordt gebruikt [2,11]. Waarschijnlijk
is P5P minder toxisch in hoge doseringen dan pyridoxine [2].
Verschillende medicijnen verlagen de vitamine-B6-status (zie tabel 1).
Vitamine B6 verlaagt de effectiviteit van L-dopa, fenobarbital en fenytoïne,
maar verbetert mogelijk het effect van nortryptiline bij ouderen
[32]. Kalium, vitamine B-complex, vitamine C, magnesium en selenium
verbeteren de vitamine-B6-status. <<
Referenties
1. Spinneker A, Sola R, Lemmen V et al. Vitamin B6 status, deficiency and its consequences-
an overview. Nutr Hosp. 2007;22(1):7-24**
2. Vitamin B6 (pyridoxine and pyridoxal 5’-phosphate) – monograph. Altern Med Rev.
2001;6(1):87-92**
3. G ezondheidsraad. Voedingsnormen: vitamine B6, foliumzuur en vitamine B12. Den
Haag: Gezondheidsraad, 2003; publicatie nr 2003/04
4. Jain SK. Vitamin B6 (pyridoxamine) supplementation and complications of diabetes.
Metabolism. 2007;56(2):168-71**
5. Friso S, Girelli D, Martinelli N, et al. Low plasma vitamin B-6 concentrations and modulation
of coronary artery disease risk. Am J Clin Nutr 2004;79:992-8
6. Chiang EP, Smith DE, Selhub J et al. Inflammation causes tissue-specific depletion of
vitamin B6. Arthritis Res Ther. 2005;7(6):R1254-62
52 Van Nature nr. 7 – 2007

De naam homocysteïne is gebaseerd op het feit dat het een homoloog is van cysteïne, het bevat een extra CH2-groep in de keten naar de SH-groep.

Homocysteïne is een zwavelhoudend aminozuur dat in het organisme endogeen wordt gevormd in het metabolisme van andere aminozuren, methionine (dierlijke producten bevatten twee tot drie keer meer methionine) en/of cysteïne.
(het is een normale maar giftige aminozuur metaboliet).
De omzetting gebeurt met behulp van enzymen (o.a. methyleentetrahydrofolaat reductase = MTHFR en enzym cystathion bèta-synthase), maar kan ook op andere manieren, door vitamine B6, B11 en B12. Deze hebben namelijk een functie als coenzym bij de afbraak van methionine.
Bij negen procent van de Nederlandse bevolking en bij twintig procent van de hart- en vaatproblemen werkt één van de enzymen (MTHFR) niet goed door een kleine erfelijke afwijking, een ‘genmutatie’.
Homocysteïne hebben we nodig voor de huishouding van eiwitten in ons lichaam.
Iedereen heeft deze stof. Een te veel aan homocysteïne kan echter schadelijk zijn.

Homocysteïne is een normaal afbraakproduct van de menselijke eiwitstofwisseling, cysteïne.
Een stoornis in deze methylatiecyclus heeft een negatieve invloed op meer dan 100 beschreven biochemische processen: waaronder methylering van DNA, RNA, eiwitten, fosfolipiden, myeline, polysacchariden en cathecholamines.
Als gevolg van dit verstoord afbraakproces ontstaat een opstapeling in het organisme met als gevolg een hyperhomocysteïnemie en hyperhomocysteïnurie. Roken, autoimmune ziekten, diabetes en hypothyroidie kunnen de homocysteïne spiegel doen stijgen.

Een verhoogde homocysteïne spiegel gaat vaak samen met een verlaagde foliumzuur spiegel. Deze combinatie kan ertoe leiden dat de eiwitten in het lichaam onvoldoende worden afgebroken en/of opgestapeld (zoals bijvoorbeeld bij een toxische opioide peptide activiteit). (zie ook hier)
Aminzozuren (eiwitten worden afgebroken in peptiden en zo in aminozuren) zijn de basis bouwstenen van de neurotransmitters.
Een defect in het proteolytisch metabolisme kan leiden tot neurologische stoornissen zoals gezien bij ADD, ADHD, ASS, depressie, vermoeidheid enz…

Homocysteïne wordt omgezet door:

1. Transsulfatie naar het niet giftige cystathion dat vervolgens omgezet kan worden in het aminozuur
cysteïne. Voor deze omzettingen is vitamine B6 (in de vorm van pyridoxaal-5-fosfaat) nodig.
2. Remethylatie naar het aminozuur methionine. Voor deze omzetting zijn foliumzuur en vitamine B12 nodig of
(voornamelijk bij omzetting in de lever) betaïne (ook TMG genoemd).
3. Hydrolyse. Deze omzetting vindt plaats wanneer voldoende van de aminozuren cysteïne en methionine
aanwezig is.

Hoeveel homocysteïne is goed?

Het gehalte homocysteïne in het bloed wordt uitgedrukt in micromol per liter. De meeste gezonde mannen hebben een gehalte van ongeveer 13-14 µmol/liter, gezonde vrouwen van 12-13 µmol/liter.

Er is geen vaste waarde die veilig of niet meer veilig te noemen is. Een gehalte van 15 µmol/liter bij iemand die nuchter is, dus niet heeft gegeten of gedronken, is de grenswaarde.

In Nederland heeft 14% van de mannen en 9% van de vrouwen een hogere waarde.

Welke factoren verhogen de homocysteïne waarde?

–  ‘familiaire’ hyperhomocysteïnemie (10%)
– roken (roken inactiveert B12 en kan zo mond/keelkanker doen ontstaan)
– alcohol, verhoogde cholesterol
– extra suppletie vitamine B3
– terkort aan vitaminen (B6, B11, B12)
– consumeren van teveel eiwitten in voeding (zie verhoogde eiwit inname)
– IAG aanwezigheid
– gluten-overgevoeligheid (hoeft niet noodzakelijk coeliakie te zijn)
– darmproblemen
– Leeftijd en geslacht: Mannen hebben een iets hoger gehalte homocysteïne dan vrouwen. Het gehalte stijgt
met de leeftijd, ongeveer met 10% per 10 jaar. Bij vrouwen na de menopauze is die stijging iets groter.
– andere
– geneesmiddelen: Metformin, L-Dopa, NO-boosters als Viagra, bepaalde kanker geneesmiddelen

Symptomen en mogelijke complicaties bij een verhoogde homocysteïne/verlaagd foliumzuur:

– belangrijke factor in het ontstaan van cardiovasculaire aandoeningen neurale buisdefecten, aandoeningen
van het zenuwstelsel, diabetes, reumatoïde artritis en alcoholisme
– cardiovasculaire aandoeningen (o.a. hartinfarct, atherosclerose) en perifere vasculaire aandoeningen (o.a.
beroerte)
– cognitieve achteruitgang bij ouderen / dementie / Alzheimer
– depressie (vooral bij ouderen)
– bipolaire/manische depressie
– neuropsychiatrische aandoeningen, bv. bij schizofrenie-achtige klachten, organische psychose (50% van de
schizofreniepatiënten hebbe een verhoogd homocysteïne, cfr. Prof. L. Pepplinkhuizen).
– slapeloosheid
– geïrriteerdheid
– vergeetachtigheid
– perifere neuropathie
– myelopathie
– “restless legs”-syndroom
– tandvleesontstekingen (periodontitis, gingivitis)
– jicht (ondersteunend)
– vitiligo
– een te hoog homocysteïne gehalte kan leiden tot het onderdrukken van de  neurotransmitters waaronder:
serotonine, dopamine, secretine, gasprine en melatonine.

Homocysteïne is schadelijk voor het zenuwweefsel en wordt in verband gebracht met verminderd hersenvolume bij ouderen, de ziekte van Alzheimer, ME en CVS..
Je hersenen gaan dus ‘schrompelen’ bij een hoog homocysteïne gehalte (tijdschrift Neurology, 2002).
Naast een sterke associatie met mond/keel/long/darmkanker wordt vaatschade door gebrek aan herstel door een laag B12/hoog homocysteïne verantwoordelijk gehouden voor een deel van zwangerschaps vergiftigingen en miskramen. Vaatschade aan de moederkoek (placenta) is vaak een oorzaak van een miskraam. Alle maatregelen in de Verenigde staten om hart- en vaatziekten terug te dringen hebben relatief weinig effect gehad. Dit is mede een reden waarom de aandacht zich nu richt op homocysteïne.

Verhoogde eiwit inname

Hoewel het lichaam een matige hoeveelheid methionine nodig heeft, kan elk teveel eraan (meestal door een te eiwitrijke voeding) worden omgezet in homocysteïne. Hoge homocysteïne-concentraties in het bloed kunnen ertoe leiden dat cholesterol wordt omgezet in geoxideerd LDL-cholesterol (de zogenaamde “slechte” cholesterol) die schade kan toebrengen aan de slagaders.

Een van de redenen waarom plantaardig eiwit meer en meer beschouwd wordt als veiliger en gezonder dan dierlijk, is omdat het minder zwavelbevattende aminozuren, zoals methionine, bevat. Dierlijke eiwitten, die een hoge concentratie aan zwavelbevattende aminozuren kunnen bevatten, kunnen zorgen voor verzuring van het bloed en zo de botdichtheid aantasten en het immuunsysteem verzwakken.

“Eiwitten zijn zoals bakstenen. Je kan ze gebruiken om een haard mee te bouwen, maar zeker niet als brandstof voor het vuur; ze vragen teveel hitte, en laten teveel resten achter.” (Rudolph Ballentine, M.D.) Wanneer aminozuren worden “verbrand” als brandstof (d.i. wanneer ze gebruikt worden voor de productie van energie), komt ammoniak vrij als residu. Ammoniak is giftig (vooral voor het zenuwstelsel) indien het zich opstapelt in het bloed. Variërende ammoniakniveaus kunnen het functioneren van de hersencellen aantasten. De energie die nodig is om deze ammoniak uit het lichaam te verwijderen, kan ook de calciumafscheiding verhogen. Patiënten met een slecht functionerende lever of nieren wordt aangeraden om hun eiwitinname te beperken, aangezien ze minder efficiënt kunnen omgaan met stikstofresidu’s. Een teveel aan ammoniak zou ook kunnen verantwoordelijk zijn voor de groei van kwaadaardige cellen (tumoren).

Volgens Harper-Collins Biochemistry, zetten putrificerende bacteriën in de dikke darm aminozuren om in polyamines, of giftige nevenproducten van eiwitten, zoals cadaverine (uit lysine), agmatine (uit arginine), tyramine (uit tyrosine), putrescine (uit ornithine) en histamine (uit histidine).

Zelfs al zijn sommige van deze polyamines belangrijke verbindingen die zorgen voor de groei van cellen, toch zijn er bewijzen dat hoge concentraties ervan tot de groei van tumoren kunnen leiden. Andere producten van het proteïnemetabolisme in de darm zijn ammoniak, fenolen, indolen en skatolen (methylindole), waarvan is aangetoond dat ze toxische effecten kunnen hebben.

Gevolgen van een te eiwitrijk dieet zijn:

– De zuurtegraad van het bloed verhoogd, wat mogelijk kan leiden tot bepaalde degeneratieve en auto-immuunziekten, en wat negatieve gevolgen heeft voor de celstofwisseling, zoals een verlaagde energieproductie, vochtophoping en oedemen en een mogelijke verhoging van de productie van vrije radicalen.
– Het opstapelen van toxische residuen in het lichaam. In tegenstelling tot sommige vitamines die ons lichaam kan stockeren voor later gebruik, kan overtollig eiwit (d.w.z. niet goed verteerd eiwit of teveel aan eiwit) niet gestockeerd worden. Het afval dat geproduceerd wordt samen met hun afbraak eist veel van de lever en de nieren. Vermoeidheid, overbelasting van het spijsverteringsstelsel en grotere gevoeligheid voor allergieën zijn mogelijke effecten.
– De accumulatie van urinezuur dat gevormd wordt in de gewrichten, bij het verteren van eiwitten. Dit verhoogt het risico op ontstekingen zoals jicht en artrose.
– Een groter verlies aan mineralen uit het lichaam, zoals magnesium, zink, ijzer en calcium.

Behandeling van een verhoogd homocysteïne:

Verminderen van de dierlijke eiwitten.
Suppleren met foliumzuur en vitamine B12. Eventueel bijkomend vitamine B6 en C.
Het is een meerwaarde als de suppletie van organische oorsprong is. (uitgezonderd foliumzuur: komt niet oorspronkelijk in de natuur voor en is afkomstig van chemische synthese)
Tevens dienen de onderliggende stoornissen genormaliseerd te worden. (mababsorptie, maldigestie, ph-waarde, gluten-overgevoeligheid, darmproblemen enz…)
In het geval suppleren met foliumzuur, vitamine B12-B6 niet werkt, kan TMG (Tri-Methyl-Glycine) overwogen worden. (minimaal 6 gram TMG per dag, verdeeld over de dag in te nemen ). Een andere naam voor TMG is TMG-Betaïne.
Betaïne-HCL (zoutzuur), Lecithine en Choline geven een lichte verlaging.
DMG heeft geen invloed op het homocysteïnegehalte
Ga in elk geval zelf niet experimenteren. Een verhoogde homocysteïne waarde is vaak een gevolg van een onderliggend fysiologisch probleem.
Steeds de vitamine B12 waarde controleren d.m.v. methylmalonyl. (Alleen foliumzuur geven kan een bestaand vitamine B12 tekort vergergeren, wat kan leiden tot bloedarmoede en zenuwschade))
Suppletie met selenium heeft geen invloed op de homocysteïnespiegel van gezonde personen, ondanks dat hun seleniumspiegel laag is.( bron )

Symptomen bij een tekort van foliumzuur:

– Slap gevoel
– Lusteloosheid
– kloofjes in de lippen
– Uitzonderlijke moeheid
– Slapeloosheid
– Prikkelbaarheid
– Dementie
– Mogelijk open ruggetje
– Tandproblemen (*)

Foliumzuur is een belangrijke B-vitamine (vitaminen zijn organische stoffen die geen energie leveren maar die essentieel zijn voor de celfuncties. Ze kunnen niet worden geproduceerd door het menselijk lichaam dus moeten ze worden verkregen uit ons voedsel), die een rol speelt bij de aanmaak van DNA. Ons lichaam maakt dus zelf geen foliumzuur aan, maar is voor deze vitamine afhankelijk van de voeding. Om er dagelijks voldoende van binnen te krijgen zouden we veel meer groente en fruit moeten eten, zoals citrusvruchten, broccoli of spruitjes.
Foliumzuur kan beschouwd worden als een co-factor voor belangrijke enzymen die in het lichaam aktief zijn. Het is bekend dat een tekort aan foliumzuur kan leiden tot schade aan DNA, chromosomen en zelfs hart-en vaatziektes.

(*) Er bestaat een onafhankelijk verband tussen een lage foliumzuurspiegel en paradontale aandoeningen. Dit bleek uit een studie in Taiwan bij oudere personen die hun eigen gebit nog hadden.
De onderzoeksgroep was afkomstig van een bevolkingsonderzoek en bestond uit 844 ouderen met een gemiddelde leeftijd van 70,6 jaar.
Hoe lager de foliumzuurspiegel in het serum was, hoe meer paradontaal verval te zien was. De negatieve relatie tussen de foliumzuurspiegel en paradontale ziekte bleef significant aanwezig als in de statistische analyse rekening werd gehouden met vitamine B12, homocysteïne, chronische ziekten, roken en alcoholconsumptie. De onderzoekers vinden dat in geval van paradontale aandoeningen gekeken moet worden naar de foliumzuurstatus van de patiënt. (bron)

Meer over foliumzuur kan u hier lezen.

Symptomen van een verlaagd vitamine B12 gehalte:

– energieverlies
– tintelingen
– verdovingsverschijnselen
– lagere pijn- of stressgevoeligheid
– wazig zicht
– evenwicht- en coördinatiestoornissen
– pijnlijke tong
– geheugenstoornissen
– verwarring
– hallucinaties
– labiliteit


Schematisch overzicht van de rol van vitamine B12 (cobalamine) in het homocysteïne- en het methylmalonzuurmetabolisme.

Vervolg van vitamine B12: Symptomen van een verlaagd vitamine B12 gehalte

Afspraak maken? info@natuurpraktijkaurora.nl

Eten volgens de 5 elementen

Voeding volgens de vijf elementenleer
De vijf elementenleer is een onderdeel van de Traditionele Chinese Geneeskunst.(Bron:academie voor natuurgeneeskunde; vak TCM) Deze leer gaat ervan uit dat als er een orgaan ziek is de andere organen het zieke orgaan helpen. Het gevaar daarbij is dat als het zieke orgaan niet beter wordt ook de helpende organen uitgeput raken waardoor weer andere organen worden aangesproken om te helpen.

Een orgaan kan het ziek zijn uiten door een gebrek aan warmte en energie of door een gebrek aan bloed en lichaamssappen, afhankelijk van de oorzaak van de ziekte.

Om de zieke organen te helpen er weer bovenop te komen kan je voedsel eten dat je weer extra warmte of juist lichaamssappen geeft. Voedingsmiddelen die een neutrale thermische werking hebben, brengen in het geval van gebrek aan warmte en energie juist warmte en in het geval van gebrek aan bloed en lichaamssappen (verhit), verkoeling. Daarom is het eten van producten die thermisch neutraal zijn altijd goed.

imageDe Chinese geneesheren kenden door ervaring, observatie en intuïtie de thermische werking van de voedingsmiddelen, maar de wetenschappelijke wereld wilde een verklaring. Die is te vinden in de hoeveelheden kalium en natrium dat een product bevat. Kalium staat voor afkoelend, natrium voor verwarmend. Een neutraal product heeft een kalium-natrium verhouding van 5:1. Is het kaliumaandeel kleiner dan 5, dan is het voedingsmiddel verwarmend, en dus goed voor mensen die een gebrek aan warmte en energie hebben. Ligt de hoeveelheid kalium boven de 5 dan is het product afkoelend, en dus goed voor mensen die een gebrek aan bloed en/of lichaamssappen hebben. Sinaasappels bijvoorbeeld hebben de verhouding 570:1 en zijn dus zeer afkoelend. Je kunt als stelregel aanhouden dat producten die veel (tropische) zon nodig hebben om te groeien verkoelender zijn dan producten die in een koeler klimaat kunnen groeien. Groenten die vorst kunnen doorstaan zijn over het algemeen verwarmend. Ook een hoog watergehalte is een teken van een afkoelende werking. Snel uit de grond getrokken groente bevatten meer vocht dan biologisch geteelde groente en zijn dus meer afkoelend dan biologische groente.

Elk orgaan heeft een partnerorgaan en samen horen ze bij een van de elementen hout, vuur, aarde, metaal of water. Ook de voedingsmiddelen horen tot één van die elementen. Het eten van voedingsmiddelen die bijvoorbeeld bij het element aarde horen hebben invloed op het orgaan dat bij het element aarde hoort. De thermische werking van de voedingsmiddelen is onderverdeeld in heet, warm, neutraal, verfrissend of koud. Hieronder volgt in het kort informatie over de elementen, hun bijbehorende organen en een aantal verwarmende, neutrale en verkoelende voedingsmiddelen.

Hout
Lever en galblaas vormen samen het element hout, ook wel boom genoemd. Peterselie, gort, kip en azijn zijn voorbeelden van hout-verwarmende producten. Hout-verkoelende voedingsmiddelen zijn spruitjes, zuurkool, appels, sinaasappels, zure zuivelproducten. Problemen met de lever uiten zich onder andere in problemen met het zien. De smaak die bij het element hout hoort is zuur.

Vuur
Het element vuur hoort bij de organen hart en dunne darm. Alle stoornissen en positieve invloeden die zich in een ander orgaan voordoen, worden door het hart geregistreerd en door middel van de tong zichtbaar gemaakt. Geiten- en schapenkaas en -melk, granenkoffie, oregano, paprikapoeder, rozemarijn en tijm zijn voorbeelden van vuur verwarmend producten
Vuur-neutraal zijn rode kool en veldsla. Vuurverkoelende voedingsmiddelen zijn andijvie, sla, rode biet, grapefruit. De smaak bitter hoort bij het element vuur.

Aarde
In de Traditionele Chinese Gezondheidsleer worden de milt en de pancreas als één orgaan gezien. Bij milt/pancreas hoort de maag en samen horen ze bij het element aarde. Een zwakke maag en milt/pancreas uit zich onder andere in depressiviteit en ongeconcentreerdheid. Venkel(thee), pompoen en kastanje zijn voorbeelden van aarde-verwarmende producten. Deze producten hebben een prettig bij-effect, je krijgt minder snel zin in zoete dingen. Kool, wortelen, snij- en sperziebonen, eieren, zoethout en sesam zijn aarde-neutraal. Ze hebben een evenwicht herstellende functie voor de maag en milt/pancreas. Aardeverfrissende voedingsmiddelen zijn bijvoorbeeld courgette, paprika, cashewnoten, gistbrood. De smaak die bij het element aarde hoort is zoet.

Metaal
De dikke darm en de longen horen bij het element metaal. Problemen met de dikke darm uiten zich vaak in huidproblemen: acne, eczeem, zweten of jeukende plekken. Metaal-verwarmende producten zijn specerijen als cayennepeper, kruidnagel, nootmuskaat en anijs. Uien, knoflook, basilicum, bieslook, geelwortel, gember, komijn en koriander zijn voorbeelden van metaal-neutrale voedingsmiddelen. Metaal verkoelend zijn radijs, koolraap, tuinkers en pepermunt. De smaak die bij het element metaal hoort is scherp.

Water
Nieren en blaas zijn de organen die horen bij het element water. De nieren zijn een opslagplaats voor energie in het lichaam. Problemen met de nieren uiten zich onder het oog in donkere of opgezette wallen en gebrek aan seksuele lust en angst gevoelens. Water-verwarmende producten zijn onder andere aal, baars, forel, zalm en tonijn. Water-neutrale producten zijn tuinbonen, erwten, linzen, rode sojabonen en adzukibonen. Voorbeelden van water verkoelende voedingsmiddelen zijn miso, sojasaus, kombu, en mineraalwater. De smaak die bij het element water hoort is zoutig.
Het is niet gemakkelijk om zelf uit te vinden of je organen teveel aan warmte of een teveel aan bloed en sappen hebben. Dat kan je het best door een deskundige laten uitzoeken. Want als je bijvoorbeeld teveel warmte toevoegt kunnen je organen juist oververhit raken. Je kunt wel altijd veilig neutrale voedingsmiddelen eten.

5 elementen

5 elementen hout vuur aarde metaal water

jaargetijde lente zomer nazomer herfst winter
klimaat

wind hitte vochtigheid droogte koude
kleur

groen rood geel wit zwart
yin-orgaan

lever hart milt longen nieren
yang-orgaan

galblaas dunne darm maag dikke darm blaas
zintuig

zien spreken proeven ruiken horen
smaak

zuur bitter zoet scherp zoutig
emoties

drift
grootmoedigheid
tolerantie vreugde
intelligentie
intuïtie verstand
stabiliteit
piekeren bedroefdheid
vertrouwen
rechtvaardigheid angst
moed
bescheidenheid

Voedingssuppletie kan leiden tot zeer hoge besparingen op onze ziektekosten

 

Wetenschappelijke studies – o.a. uitgevoerd door het Dr. Rath Research Instituut in het Amerikaanse California – tonen aan dat door een preventief gebruik van macro- en micronutriënten zeer hoge besparingen op de zorgkosten gerealiseerd kunnen worden. Ook in Nederland uitgevoerde onderzoeken tonen dergelijke positieve resultaten, maar laten eveneens zien dat het grote aantal 65-plussers dat lijdt aan ondervoeding geholpen kan worden door het gebruik van macro- en micronutriënten.

De besparingen die op jaarbasis gerealiseerd kunnen worden bij het gebruik van voedingssupplementen zijn meer dan indrukwekkend. Sterker nog, het blijft ongelooflijk dat wij deze bespshutterstock_76156198aringen zo aan ons voorbij laten gaan. Al weten we allemaal dat de farmaceutische industrie hier een hele dikke vinger in de pap heeft en alles in het werk stelt om het gebruik van preparaten met extra micro- en macronutriënten zo veel mogelijk te voorkomen.

Prognose 2013-2020

Een analyse van het Amerikaanse bureau Frost & Sullivan geeft een prognose omtrent de mogelijke kostenbesparingen in de periode tot 2020 door het toepassen van omega 3-vetzuren en B-vitamines bij hart- en vaatziekten. Een dagelijkse preventieve inname van voldoende omega 3-vetzuren kan een jaarlijkse besparing op de ziekenhuiskosten van gemiddeld twee miljard dollar opleveren. De netto-besparingen op ziekenhuiskosten voor hart- en vaatziekten, minus de kosten voor visoliesuppletie, bedragen in dezelfde periode bijna 4 miljard dollar.

Vitamine B

Het preventieve gebruik van de vitamines B6, B12 en foliumzuur zou leidden tot een jaarlijkse besparing van ongeveer anderhalf miljard dollar op de ziekenhuiskosten. Een  preventief gebruik van een totaal pakket aan vitamines zou in de periode tot 2020 een totale besparing van meer dan 5 miljard dollar opleveren. Alleen al op het gebied van hart- en vaatziekten kan bij een preventief gebruik van voedingssuppletie in de periode tot 2020 netto liefst 9 miljard dollar worden bespaard.

Indrukwekkende besparingen

Deze cijfers tonen nadrukkelijk aan dat bij gebruik van voedingssuppletie in de juiste verhoudingen de ziektekosten aanzienlijk kunnen worden verlaagd. Dat is echter niet de enige winst die wordt geboekt bij het preventief gebruik van voedingssuppletie. Niet alleen wordt de kans op complicaties na medische ingrepen verkleind, ook de opnameduur in een ziekenhuis kan aanzienlijk worden beperkt. Onderzoeken laten zien dat een kostenbesparing van 10% gerealiseerd wordt wanneer de suppletie in een periode van zes maanden vóór, tijdens en nà een medische ingreep wordt toegediend. Tevens werden met voedingssuppletie gunstige klinische effecten gerealiseerd, verbeterde de levenskwaliteit en was de kans op postoperatieve complicaties en infecties kleiner. Ook bij mensen met een verhoogd risico op ondervoeding heeft voedingssuppletie een positief effect.

Wanneer we al deze indrukwekkende besparingen in ogenschouw nemen, is het de allerhoogste tijd ons te beraden over ons huidige zorgstelsel, dat weinig aandacht heeft voor preventie. Maar daarnaast is het aan ons persoonlijk om ons te verdiepen in het verminderen van de gezondheidsrisico´s en optimalisatie van onze levensvreugde bij het gebruik van voedingssuppletie. Begin er vandaag mee!

Bron

Wetenschap maakt nederland ondervoed

image

Eerste man waarmee ik in aanraking ben gekomen vwb orthomoleculaire geneeskunde

Op wetenschap gebaseerde voedingsadviezen zouden dertig jaar achter de feiten aanlopen en voor duizenden doden per jaar zorgen. De wetenschap moet stoppen met op de rem te trappen. Dat zei Gert Schuitemaker dinsdagavond bij “It’s the food, my friend”.

Tijdens het derde voedseldebat in De Rode Hoed ging het over de invloed van voeding op gezondheid en (wan)gedrag. Gert Schuitemaker, orthomoleculair farmaceut, tevens doctor in de Geneeskunde, betoogde dat Nederlanders ondervoed zijn en dat de wetenschap met zijn voedingsadviezen dertig jaar achter de feiten aanloopt. Als je weet dat in 1965 al duidelijk was dat een tekort aan foliumzuur kan leiden tot baby’s met open ruggetjes, en dat het tot 1991 heeft geduurd voor men moeders extra foliumzuur begon te geven, is het – zo meent Schuitemaker – een slecht idee om te wachten tot de wetenschap zich uitspreekt.

Nederland is ondervoed
Schuitemaker herinnerde eraan dat in een advies van de Gezondheidsraad in 2002 al stond dat maar 2% van alle Nederlanders zich aan de Richtlijnen Goede Voeding houdt. En zelfs als je je aan die richtlijnen houdt, krijg je niet voldoende ijzer, foliumzuur, selenium, zink, vitamine A en vitamine D binnen, gaf het Voedingscentrum toe. Als je praktisch bent, zijn supplementen de logische manier om nutriëntentekorten aan te pakken, concludeert Schuitemaker. Bejaarden zijn een grote risicogroep, maar zeker niet de enige. De nieuwste voedingsadviezen noemt Schuitemaker “een ‘ramp’ voor de gezondheid van de Nederlander. Daarnaast zijn er in de gezondheidszorg al 17.000 tot 20.000 vermijdbare doden per jaar.”

Betere voeding leidt tot beter gedrag
Schuitemaker droeg sprekende voorbeelden aan van de invloed van voeding op gedrag bij gevangenen en kinderen. Zowel in scholen als gevangenissen kan betere voeding tot duidelijke gedragsverbeteringen leiden, stelde Schuitemaker, ook al durft de wetenschap dit nog niet aan. Toch is er wetenschappelijke onderbouwing voor en zijn de praktijkvoorbeelden duidelijk genoeg. In zijn online bibliotheek biedt Schuitemaker samenvattingen van honderden wetenschappelijke voedingsonderzoeken aan waarin een verband wordt gelegd tussen voeding en allerlei ziekten en gedragsstoornissen.

renger witkamp
Renger Witkamp
Witkamp stelt dat de supplementenhandel net als de farmaceutische industrie kan leiden tot “pillen-denken”
“Supplement moet geen aflaat worden”
Renger Witkamp, hoogleraar voeding en farmacologie aan de WUR, reageert op het betoog van Schuitemaker met wetenschappelijke reserve. Hij waarschuwt voor een reductionistische nadruk op supplementen en stelt dat de supplementenhandel net als de farmaceutische industrie kan leiden tot “pillen-denken”. In zijn presentatie toont hij een middeleeuwse aflaat: die functie mogen supplementen niet krijgen, voeding en levensstijl hebben een veel bredere invloed. Wat betreft de financiering van voedingsonderzoek kaart Witkamp een ernstig probleem aan: wetenschappelijk onderzoek krijgt alleen geld van de overheid als het bedrijfsleven erbij betrokken is. Dat is niet de schuld van de universiteit, maar hard overheidsbeleid dat de wetenschappelijke vleugels kortwiekt.

ap_zaalberg
Ap Zaalberg
Dat er nog steeds geen beleid is rond deze bevindingen, tot frustratie van Schuitemaker, is een keuze van Zaalberg zelf, die het onderzoek niet voldoende vindt om er beleid op te baseren.
“Meer onderzoek nodig”
De laatste spreker, Dr. Ap Zaalberg, werkt voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie aan onderzoek naar de relatie tussen voeding en gedrag in gevangenissen. Na eerdere onderzoeken in de VS (1981-1998) en Engeland (2002) toonde hij in 2007 ook in Nederland aan dat misdragingen van gevangenen afnamen als ze voedingssupplementen kregen. Dat er nog steeds geen beleid is rond deze bevindingen, tot frustratie van Schuitemaker, is een keuze van Zaalberg zelf, die het onderzoek niet voldoende vindt om er beleid op te baseren. “Er zijn nog teveel vragen open. Hoe werken micronutriënten? Wat is de optimale dosering?” In plaats van vitaminen te gaan verstrekken in gevangenissen, wil Zaalberg eerst een pilot-project doen in zeven nieuwe gevangenissen en jeugdinrichtingen.

Geen discussie over eetgedrag?
In de zaaldiscussie roept Femke de Boer van YFM de vraag op hoe men eetgedrag bij burgers kan veranderen, als slechts 2% van alle Nederlanders verantwoord eet. Bijna iedereen maakt immers al goede voornemens. De vraag wordt terzijde geschoven door Gert Schuitemaker, gesteund door gespreksleider Felix Rottenberg. “Ik wil het vandaag graag hebben over mijn punt dat de wetenschap het tempo ophoudt, en over de onwetendheid van beleidsmakers.”
In de naborrel komen veel mensen alsnog terug op dit thema.

Eetgedrag is psychologisch complex
Jeanne Hoogers, journaliste en psychologe: “Gedrag is complexer is dan hier werd gesuggereerd, dat geldt zeker voor eetgedrag. Je kunt eetgedrag bijna niet veranderen. Wie zorgt dan dat we die supplementen gaan eten? Eten is ook jezelf belonen, jezelf straffen. Daaraan werd voorbijgegaan. Ik vond het debat wat onhandig in die zin.”

“Je kunt eetgedrag praktisch beïnvloeden”
Heleen Prins, BSc biomedische wetenschappen, organisator bij de YFM Academy: “Het ging veel over wat er mis is met onze voedingspatronen, en te weinig over wat we eraan kunnen doen. Het is niet genoeg om een step-up programma aan te bieden. Het zou interessant zijn geweest om meer te kijken naar nudges, naar hands-on manieren waarop je eetgedrag kunt beïnvloeden. Bijvoorbeeld de groente vooraan zetten in de kantine, kleinere borden gebruiken, supermarkten anders indelen. Het gevaar van het denken in supplementen is dat je andere aspecten van eten uit het oog verliest, die even goed invloed hebben op gezondheid en gedrag. De vergelijking tussen kerkelijke aflaten en voedingssupplementen van Renger Witkamp vond ik daarom een mooie stijlfiguur.”

Medisch onderwijs schiet tekort
Guusje Segond von Banchet, verpleegkundige, volgt de YFM Academie: “Als verpleegkundige word je opgeleid in ziektebeelden en behandeling, niet in preventie. Ik heb twee maanden het vak diëtetiek gehad, maar daarbij ging het alleen over nutriënten, niet over eten in een breder verband. Terwijl allerlei andere aspecten van eten minstens evenveel invloed hebben op gezondheid en herstel. In het Radboudziekenhuis in Nijmegen is een proef gedaan waarbij de patiënten meerdere keer per dag vers eten kregen van Maison De Boer, à la carte, dat werkte sterk bevorderend voor het herstel. Maar dat weet ik omdat mijn vader daar is behandeld. Ik heb gemerkt dat voeding in geneeskundige kringen alleen serieus wordt genomen als het over herstel gaat, anders wordt het al snel geassocieerd met een oosterse leefwijze of kwakzalverij.”

Ook op de lagere school geen aandacht voor thema
Guusje vervolgt: “Op de basisschool heb ik alleen geleerd om een verband te leggen tussen eten en dik zijn. Waarom heb ik niet geleerd dat gezond eten ook invloed heeft op de gezondheid van je bloedvaten en allerlei andere aspecten van gezondheid en psyche? Ik weet van een school in Rotterdam waar de leerlingen leren tuinieren, maar ook samen gaan koken en eten. Zo kun je aandacht besteden aan het bredere belang van goed eten.”

Als iedereen hier al ondervoed is, wat verstaat men dan eigenlijk onder ondervoeding?
Zijn we geëvolueerd om ondervoed te zijn?
Hilde Segond von Banchet, hoofd communicatie YFM, stelde tijdens het debat een vraag waarop geen antwoord kwam: “Het was jammer dat ik geen antwoord kreeg op mijn vraag over de oermens. Als wij supplementen moeten slikken, hoe kreeg de oermens dan voldoende voedingsstoffen binnen? Is de mens niet geëvolueerd met schaarste en eenzijdige beschikbaarheid van voedsel? Ik ben ook benieuwd naar de 2% van alle mensen die voldoende voedingsstoffen binnenkrijgen, wie dat dan zijn en hoe ze dat voor elkaar krijgen. Als iedereen hier al ondervoed is, wat verstaat men dan eigenlijk onder ondervoeding?”

“Weston Price wist het al in de jaren ’30”
Sharon en Colja, belangstellende burgers: “Wij horen waarschijnlijk tot die 2% van de bevolking die alle voedingsstoffen binnenkrijgen. We zijn erg geïnteresseerd in voeding en gezondheid, ook met het oog op onze kinderen. Het is niet nodig om dertig jaar op een wetenschappelijk verhaal te wachten. Soms moet je ook voor je gut feeling gaan. Een onderzoeker die deze avond niet aan bod kwam is Weston Price, die in de jaren ’30 al voedingsonderzoek deed in Afrika. Hij liet zien dat er een sterke correlatie is tussen voeding, de kwaliteit van het gebit en gezondheid. Bijna alle kinderen dragen tegenwoordig een beugel, dat heeft ook iets met voeding te maken.”

Alie Wouda

bron: foodblog.nl

 

Omega 6 vetzuren echt niet zo goed

Zonnebloemolie (linolzuur) waarschuwing

Zonnebloemolie, dat veel linolzuur (omega-6 vetzuur) bevat, blijkt volgens de laatste wetenschapimagepelijke inzichten het risico op hart- en vaatziekten te verhogen. Het is daarom vreemd dat het Voedingscentrum zonnebloemolie nog steeds in de schijf van 5 heeft opgenomen. Gelukkig bestaan er voldoende andere vetten die wel goed zijn voor onze gezondheid
Help anderen met hun gezondheid en deel deze informatie

Zonnebloemolie (omega-6 = linolzuur) verhoogt het risico op hart- en vaatziekten
Zonnebloemolie verhoogt het risico op hart- en vaatziekten

Meervoudige onverzadigde omega-6 vetzuren blijken ongezond
In 2013 komt de NOS met een werkelijk schokkend bericht: “Omega-6 mogelijk ongezond”1. Maar hoe kan dat nu omega-6 is toch een meervoudig onverzadigd vet? Dat was toch, volgens het Voedingscentrum, erg gezond? De NOS schrijft echter: “Een nieuwe analyse van oude data laat zien dat hartpatiënten die verzadigde (dierlijke) vetten door plantaardige onverzadigde vetten met omega-6-vetzuur vervangen een grotere kans hebben om te sterven aan hart- en vaatziekten“,
De NOS besluit dit artikel over omega-6 met: “Volgens de onderzoekers kan deze conclusie grote gevolgen hebben voor dieetadviezen en gezondheidsaanbevelingen wereldwijd.”
De NOS baseert deze uitspraken op een meta-analyse waarin opnieuw gekeken werd naar de gegevens die verzameld waren in de Sydney Diet Heart Study, waarbij in een periode van zeven jaar in totaal 458 deelnemers betrokken waren. In dit onderzoek werd ontdekt dat deelnemers die verzadigd vet door onverzadigd omega-6 vet (linolzuur) vervingen een grotere kans hadden om aan een hart- of vaatziekte te overlijden2. Dat is vreemd want het Voedingscentrum beweert toch al 40 jaar het omgekeerde: “verzadigd vet is verkeerd en onverzadigd vet is oke“.
De reactie van het Voedingscentrum op het bericht van de NOS
Het Voedingscentrum reageert als volgt op de berichtgeving van de NOS: “Omega-6-vetzuren in halvarine, zoals linolzuur, kan je gewoon op brood eten. Een laagje halvarine is juist goed voor je“3. Ze staan dus totaal niet open voor dit nieuwe onderzoek en melden ook: “Eén onderzoek is geen onderzoek“. Het Voedingscentrum “vergeet” hier echter te melden dat er nog een ander groot onderzoek beschikbaar is waarbij meer dan 11.000 personen betrokken waren. In dit onderzoek wordt ook melding gemaakt van de schadelijke effecten van omega-6 op onze gezondheid4.
Zonnebloemolie bestaat voor meer dan 60% uit omega-6 = linolzuur
Zonnebloemolie is opgenomen in de schijf van vijf De meta-analyse die door het Voedingscentrum niet wordt genoemd meldt dat proefpersonen die overschakelden naar omega-6 vetzuren een 13 % hogere kans hadden om ten gevolge van een hart- of vaatziekte te overlijden4. Dit is slecht nieuws voor de Nederlandse bevolking want het meest gegeten meervoudige onverzadigde vet, zonnebloemolie, bevat meer dan 60% omega-6 (linolzuur)5.
Als een geneesmiddel 13% meer doden zou veroorzaken dan zou het uit de handel genomen worden. Dus je zou verwachten dat het Voedingscentrum op zijn minst vraagtekens zet achter producten met zonnebloemolie maar het omgekeerde gebeurt. Omega-6 wordt als gezond aangeprezen en zonnebloemolie wordt zelfs opgenomen in de schrijf van vijf6.
Bovendien geeft het Voedingscentrum Becel Omega3plus het “Ik Kies Bewust logo” terwijl dit product 16 x meer ongezonde omega-6 (zonnebloemolie) bevat dan gezonde omega-37. De naam van dit product is dan ook zeer misleidend.
De gezondheidsraad schrijft over het Ik Kies Bewust logo: “Bij de criteria die voor het Ik Kies Bewust logo worden toegepast vormt het bestaande productassortiment het belangrijkste uitgangspunt* en niet – zoals bij de voedingsvoorlichting – het huidige voedingspatroon in Nederland en de gewenste verbeteringen daarin”8. Met andere woorden het “ik kies bewust logo” wordt gebruikt om de verkoop van een bestaand product te stimuleren en niet, zoals het Voedingscentrum ons doet geloven, de Nederlander gezondere keuzes te laten maken.
Verzadigd vet blijkt het risico op hart- en vaatziekten niet te verhogen

Dus als je verzadigd vet vervangt door onverzadigde omega-6 vetzuren, zoals in zonnebloemolie, dan wordt het risico om te sterven ten gevolge van een hart- en vaatziekte groter. Maar hoe zit het dan met het advies van het Voedingscentrum “Onverzadigd vet = Oké en Verzadigd vet = Verkeerd” dat al decennia lang wordt gegeven?9,10. Het antwoord hierop is zeer onthutsend. Dit advies blijkt verkeerd te zijn. Onderzoek geeft namelijk aan da er geen relatie is tussen de inname van verzadigd vet en hart- en vaatziekten.
Drie grote meta-analyses waarbij 1,3 miljoen personen betrokken waren concluderen dat verzadigd vet de kans op hart- en vaatziekten niet vergroot11-13. Dus als u het advies van het Voedingscentrum volgt en denkt dat verzadigd vet slecht is en onverzadigd vet goed dan maakt u de verkeerde voedingskeuzes en heeft u een hoger risico op hart- en vaatziekten.
Omega-6 / omega-3 ratio is belangrijk als het om uw gezondheid gaat

Oergenetisch gezien is een optimale verhouding 1 : 1
Hoe kan het op het gebied van voedingsadvies zo fout gaan in Nederland? Een onderzoek uit 2010 laat heel goed zien hoe dat komt4. De conclusie van het onderzoek is dat de kans op een hart- en vaatziekten:
met 22% OMLAAG ging in de groep die zowel omega-3 als omega-6 gebruikten
en met 13% OMHOOG ging in de groep die alleen omega-6 gebruikten

Essential Fats That May Help Regulate Inflammation

The Omega Balance: : Getting Smart about Inflammation
Omega-3 en omega-6 zijn beide essentiële vetzuren. Het lichaam kan deze vetten dus niet zelf maken maar moeten uit voeding verkregen worden. We hebben deze vetzuren beide nodig maar wel in een de juiste verhouding. Dus als je onbewust voedingskeuzes maakt waardoor je voornamelijk omega-6 binnen krijgt gaat het fout.
Genetisch lijken we nog heel erg op de oermens14. We zijn daardoor eigenlijk nog steeds niet aangepast op het huidige westerse voedingspatroon15. En dat betekent dat een omega-6 / omega-3 ratio oergenetisch gezien 1:1 optimaal voor ons zou zijn16,17. Helaas is de verhouding omega-6 / omega-3 in onze voeding opgelopen tot een ongezonde 16 : 116. Sommige onderzoeken spreken zelfs over een verhouding van 25 : 117 Dat is slecht nieuws want een hoge omega-6 / omega-3 ratio verhoogt het risico op ernstige ziekten zoals hart- en vaatziekten en botontkalking18.
Misschien denkt u, ik eet gezond dus mijn omega ratio zal goed zijn. Maar zelfs als u de zonnebloemolie heeft weg gegooid kunt u toch nog veel omega-6 binnen krijgen. Bijvoorbeeld via brood. De omega-6 inname is door verschillende oorzaken de laatste jaren drie keer zo groot geworden19.
Omega-3 remt ontsteking, omega-6 bevordert ontsteking
Hoe kan het dat een hoge omega-6 / omega-3 ratio zo slecht voor ons is? Het zijn tenslotte beide essentiële vetzuren, we hebben ze toch nodig! Dat komt omdat omega-3 vetzuren ontstekingsreacties in het lichaam remt en omega-6 de ontstekingsreacties bevordert20-24. Een hoge omega-6 / omega-3 ratio kan zelfs een laaggradige systemische ontsteking in het lichaam op gang brengen waardoor het risico op bijvoorbeeld diabetes type 2 toeneemt24,25. Het zal u misschien niet verbazen dat door een hoge inname van linolzuur (omega-6) in zonnebloemolie het risico op atherosclerose, een ziekte die wordt veroorzaakt door een laaggradige ontsteking, wordt verhoogd26-32. Atherosclerose is de oorzaak van vele vormen van hart- en vaatziekten.
Gezonde voedingskeuzen

Gebruik geen zonnebloemolie
Gebruik meer olijfolie

Zonnebloemolie bevat veel te veel linolzuur dat het risico op hart- en vaatziekten verhoogt. Daarom is het beter om olijfolie te gebruiken. Olijfolie is een onderdeel van de mediterrane voeding. Er zijn heel veel wetenschappelijke publicaties beschikbaar die aantonen dat het gebruik van olijfolie het risico op hart- en vaatziekten vermindert36-41. Het is niet verstandig om olijfolie sterk te verhitten. U moet ruim onder de rookgrens blijven. Als u met een hogere temperatuur wilt bakken kunt u beter roomboter of kokosvet gebruiken.
Gebruik ook kokosvet

Er zijn verschillende onderzoeken die aangeven dat kokosvet het risico op een hart- vaatziekten verlaagt44-46. Kokosvet is een Medium Chain Triglyceride (MCT). Het is dus geen verzadigd vet maar ook geen onverzadigd vet. Kokosvet zit er eigenlijk tussen in46. Het Voedingscentrum geeft over kokosvet het verkeerde advies. Ze schrijven: “Kokosvet bevat het meeste verzadigd vet van alle vet- en oliesoorten. Verzadigd vet staat erom bekend niet goed te zijn voor de gezondheid. Het verhoogt het risico op hart- en vaatziekten“49. Met deze uitspraak maakt het Voedingscentrum twee fouten: (1) verzadigd vet verhoogt het risico op hart- en vaatziekten niet en (2) kokosvet is geen verzadigd vet maar een MCT50.
Natuurlijke behandeling van (chronische) ziekten: Becel omega-3 plus is erg ongezond
Bevat 16 x meer ongezonde omega-6 dan gezonde omega-3
Ook als je wilt afvallen is kokosvet een goede keuze. Het verhoogt de verbranding waardoor u per dag meer calorieën verbrandt47,48. Kokosvet kan, net als roomboter, bij het bakken en braden gebruikt worden. Kokosvet blijft ook bij hoge temperaturen stabiel. Kokosvet kan met en zonder kokossmaak worden gekocht.
Gebruik geen margarine maar roomboter
Margarines worden van zonnebloemolie (linolzuur, omega-6) gemaakt door middel van hydroginering34. Een hoge inname van zonnebloemolie verhoogt, zoals u heeft kunnen lezen, het risico op hart- en vaatziekten. Margarines bevatten ook transvetten. Deze schadelijke vetten ontstaan als er van een olie een smeerbare margarine wordt gemaakt33. Transvetten zijn zeer schadelijk voor onze gezondheid en zouden mogelijk het risico op hart- en vaatziekten en diabetes type 2 kunnen verhogen36,37. Een grote meta-analyse geeft dan ook aan dat transvetten het best vermeden kunnen worden door margarines te laten staan35.
Er blijkt geen relatie te bestaan tussen verzadigd vet en hart- en vaatziekten. Gebruik daarom geen margarine maar roomboter voor uw boterham en gebruik ook roomboter voor het bakken en braden. Roomboter is een verzadigd vet dat zeer stabiel blijft, ook bij hoge temperaturen.
Eet meer omega-3 vetten en minder omega-6
Er zijn twee belangrijke groepen omega-3 vetzuren, de plantaardige alfa linoleenzuur (ALA) en de visvetten eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA)51. De plantaardige ALA komt voor in vlaszaadolie en in groene bladgroente zoals spinazie, maar ook in walnoten. ALA moet in het lichaam worden omgezet in EPA en DHA voordat het nuttig gebruikt kan worden. Gemiddelde omzettingspercentages liggen rond 6% voor de omzetting van ALA naar EPA en 3.8% voor de omzetting naar DHA. Bij een hoge omega-6 vetzuurinname dalen deze gemiddelde percentages met 40-50%51. Plantaardige omega-3 is dus niet echt effectief bij het verlagen van de omega-6 / omega-3 ratio. U kunt beter kiezen voor visvetten.
Eet minder brood: alle granen, dus ook brood, bevatten veel omega-6 vetzuren. Als u uw vetzuren in balans wilt brengen is het daarom verstandig om minder brood te eten.
De visvetten EPA en DHA verlagen het risico op hart- en vaatziekten52-56. 2 – 3 maal vette vis per week is aan te bevelen. Als u geen vis lust dan is het verstandig om een visoliesupplement te gebruiken. Want ook van visoliesupplementen is bewezen dat het het risico op hart- en vaatziekten verlaagd56.
Overweeg mediterrane of paleontische voeding
Over mediterrane voeding zijn vele wetenschappelijke publicaties beschikbaar die melden dat deze voedingswijze zeer gezond is57-63. De mediterrane voedingswijze blijkt bijvoorbeeld het risico op een hart- en vaatziekten te verlagen57-60. Maar dat is niet het enige gezonde aspect van de mediterrane voedingswijze, het blijkt ook het risico op het metabole syndroom en diabetes type 2 te verlagen61,62. Het metabole syndroom wordt gezien als het voorstadium van diabetes type 2.
Overweeg de mediterrane voeding
Mediterrane voeding is rijk aan groenten, fruit, granen, peulvruchten, vis en olijfolie en bevat weinig vlees en zuivelproducten
De Universiteit van Wageningen schrijft over de mediterrane voeding het volgende “Ouderen die zgn. Mediterrane voeding gebruiken, leven gemiddeld langer dan generatiegenoten die een ‘gewoon’ voedingspatroon hebben“63. Dus het is beslist niet “te laat” als u besluit op deze manier te gaan eten.
Boerenkool met worst: Er zijn geen onderzoeken beschikbaar die melden dat de typische Nederlandse voeding gezond is. Er zijn wel onderzoeken die aangeven dat bewerkt vlees zoals rookworst, het risico op darmkanker vergroot. De NOS meldt in 2015: “Volgens de WHO verhoogt het dagelijks eten van 50 gram bewerkt vlees de kans op het ontwikkelen van darmkanker met 18 procent ten opzichte van mensen die niet zo veel bewerkt vlees eten”. Het is maar dat u het weet66,67.
U kunt ook een paleontische voedingswijze adopteren. Dan eet u in harmonie met uw (oer)genen. Tenslotte lijken we als mens genetisch nog steeds als twee druppels water op de oermens. Een paleontische voedingswijze verlaagt ook het risico op hart- en vaatziekten65
PubMed wordt gebruikt als bron voor het onderzoek
Wetenschappelijk onderzoek over zonnebloemolie

Alle beweringen in dit artikel worden met wetenschappelijk onderzoek onderbouwd. De kleine cijfertjes op deze pagina geven aan welk onderzoek gebruikt werd. U kunt dit onderzoek online nalezen op de pagina wetenschappelijk onderzoek.

bron: pilliewillie

Heb je magnesium te kort?

alles-is-liefde.nl - Doe de Magnesium zelftest

Symptomen van te magnesiumtekort zijn spierkrampen, slecht slapen en chronische pijn. Het is verstandig om zeker te weten dat je genoeg magnesium binnen krijgt. Maar hoe weet je of je genoeg magnesium hebt binnengekregen?

Te weinig magnesium
Uit verschillende studies blijkt dat je waarschijnlijk te weinig magnesium binnen krijgt. Minder dan 30% van volwassenen krijgen genoeg magnesium binnen. Krijg ik genoeg magnesium? De bekendste methode om te achterhalen of je magnesiumpeil in orde is door een medische test te doen.

Testen
Via bloed kan achterhaalt worden hoeveel magnesium je hebt. Nadeel van deze testen is dat deze vaak misleidend zijn. Aangezien maar 1% van het magnesium in het bloed te vinden is, is het nog steeds onduidelijk wat je magnesiumpeil precies is. Wat moet je doen? Gelukkig kunnen we met een paar simpele vragen achterhalen of er sprake is van magnesiumtekort.
Vaak zie je dit aan de symptomen die zich dan voordoen. Als je weet welke signalen je moet interpreteren, weet je ook hoe en wanneer je de magnesiumbalans weer op orde kunt brengen.

Magnesiumtekort test
Als je JA op 1 van de volgende vragen antwoord, heb je een grote kans op magnesiumtekort.

1. Drink je regelmatig koolzuurhoudende dranken? De donkere gekleurde soda’s bevatten fosfaten.
Deze substanties binden zich met magnesium in het spijsverteringskanaal, zodat het onbruikbaar wordt voor het lichaam. Dus zelfs als je gebalanceeerd eet, kan het drinken van soda’s er voor zorgen dat magnesium niet wordt opgenomen. De gemiddelde consumptie van koolzuurhoudende dranken is meer dan 10 keer zo veel dan he was in 1940. Dit is een van de voornaamste redenen van magnesium en calcium tekort in je lichaam.

2. Eet je regelmatig gebakjes, taarten, desserts, snoep of andere zoete voedingsmiddelen?
Geraffineerde suikers bevatten geen magnesium. Nog erger: het zorgt er voor dat magnesium via je nieren wordt uitgescheden. Hoe meer zoet eten en geprocesseerd gebakken voedsel je eet, hoe groter de kans is dat je een tekort hebt aan magnesium.

3. Heb je veel stress in je leven of heb je recentelijk een grote medische ingreep gehad?
Beide fysieke en emotionele stress kan magnesiumtekort inleiden. Stress is een grote factor in het veroorzaken van magnesiumtekort. Een tekort aan magnesium kan het stressniveau weer vergroten!

In studies blijkt dat adrenaline en cortisol, bijproducten van de “vecht of vlucht” reactie die ook worden veroorzaakt bij stress, zijn mede de reden dat je magnesium level wordt verlaagd. Stressvolle situaties verbruiken meer magnesium. Uiteindelijk kan dit tot fysieke en psychologische problemen leiden.

4. Drink je koffie, thee of ander cafeïnehoudende dranken op dagelijkse basis.
Magnesium niveau worden voornamelijk door de nieren beïnvloed. Zij filteren en extraheren de overbodige magnesium en mineralen. Caffeine zorgt er weer voor dat de nieren deze magnesium weer ‘laten gaan’. Zonde! Als je veel koffie, thee en soda drinkt met cafeïne, heb je een grote kans op magnesiumtekort.

5. Gebruik je vochtafdrijvende pillen, hart medicatie, astma-medicatie, de pil of oestrogeen vervangende therapie?
Het effect van deze drugs leiden uiteindelijk tot een lager magnesiumniveau. De nieren scheiden deze stoffen dan sneller uit.

6. Drink je meer dan 7 alcoholische dranken per week?
Het effect van alcohol en magnesium is gelijk aan vochtafdrijvende middelen. Studies tonen aan dat 30% van de alcoholisten een magnesiumtekort heeft. Ook zal Vitamine D worden verlaagd.

7. Neem je calcium in zonder magnesium of neem je calcium in met magnesium met een te laag ratio (minder dan 1)?
Als je te weinig magnesium binnen krijgt, zal de inname van calcium het magnesiumgehalte nog verder doen dalen. Calcium inname kan dus een negatief effect hebben op je magnesiumgehalte.

8. Heb je last van:

  • Angst?
  • Tijden van hyperactiviteit?
  • Moeite met inslapen?
  • Moeilijk in slaap blijven?

Bovenstaande zaken kunnen aan een magnesiumtekort gekoppeld kunnen worden. Magnesium is essentieel voor de conditie van je zenuwen. Ook elektrolyse onbalans heeft effect op het zenuwsysteem. Te lage magnesiumniveau kan ook geassocieerd worden met persoonlijkheidsveranderingen en soms depressies.

9. Heb je last van:

  • Pijnlijke spierkrampen?
  • Spierkramp?
  • Fibromyalgie?
  • Facial tics?

Oog samentrekkingen, of onvrijwillige oogbewegingen? Neuronmusculaire symptomen zoals bovenstaand zijn de klassieke signalen voor een potentieel magnesiumtekort. Zonder magnesium zouden ons spieren in een constante staan van samentrekking zijn. Nogal pijnlijk. Magnesium is een essentieel element voor spierontspanning. Calcium zorgt er weer voor dat spieren samentrekken. Deze twee mineralen kun je zien als ‘broer en zus’.

10. Heb je 1 van bovenstaande vragen met Ja beantwoord en ben je ouder dan 55 jaar?
Oudere volwassen zijn kwetsbaarder voor een laag magnesiumgehalte. Ouder worden, stress en ziektes zorgen er allemaal voor dat het magnesiumgehalte wordt verlaagd. Ook krijgen ouderen minder magnesium binnen via voedsel dan vroeger.

Ook de opname van magnesium wordt minder als je ouder wordt. Als je op 1 van bovenstaande vragen met Ja hebt beantwoord, is er een grote kans dat je te weinig magnesium binnen krijgt. Wij raden aan om magnesium via de huid op te laten nemen, aangezien dit het grootste effect heeft.

Hoe kan ik magnesium toevoegen aan mijn lichaam?

  • Voeding: Magnesium kan aangevuld worden op verschillende manieren. Allereerst is er de mogelijkheid om veel meer magnesiumrijke voedingsmiddelen te eten.
  • Injectie: (intravaneus): Magnesium kan, indien de klachten daartoe aanleiding geven, ook via injectie of infuus worden toegediend, bijvoorbeeld om sneller te herstellen van een hartinfarct of complicaties tijdens de zwangerschap. Dit mag alleen worden uitgevoerd onder klinische omstandigheden.
  • Oraal (via de mond): Suppletie via het maag-darmkanaal. Bekend zijn tabletten op basis van magnesiumbiglycinaat (magnesium tabletten). Andere vormen zijn magnesiumcitraat, magnesiumaspartaat, magnesium tauraat, etc.
  • Huidopname: ‘Transdermale magnesiumtherapie’ berust op het vergroten van de hoeveelheid magnesium in het lichaam via de huid. Op deze manier wordt de hoeveelheid magnesium die voor de cellen beschikbaar is vergroot, zonder dat het maag- darm- kanaal wordt belast met het risico van bijverschijnselen. ‘Transdermaal magnesium’ heeft daardoor veel voordelen boven oraal toedienen van magnesium in de vorm van tabletten of capsules.
  • Inhalatie: Dat frisse zeelucht gezond is, wisten we al heel lang. Sinds kort weten we ook dat zeer fijne deeltjes die magnesiumchloride bevatten, daarin een belangrijke rol spelen. Onze longen blijken namelijk zeer goed in staat om magnesiumchloride op te nemen uit een aerosol, waarvan de deeltjes nog veel kleiner zijn dan in de fijnste nevel. Dit wordt ook wel ‘pulmonale opname’ genoemd.

Magnesium Producten voor de huid:

  • Magnesium spray
  • Magnesium Soak
  • Magnesium gel
  • Magnesium flakes
  • Magnesium Oil
  • Magnesium chloride

Webshop
Via een webshop kun je verschillende producten kopen om bijvoorbeeld een voetenbad of normaal bad te nemen. Een voetenbad kun je de eerste paar weken 2-3 keer per week doen, zodat het magnesiumgehalte weer op peil is. Daarna is 1-2 keer per week voldoende.

Symptomen van te magnesiumtekort zijn spierkrampen, slecht slapen en chronische pijn. Het is verstandig om zeker te weten dat je genoeg magnesium binnen krijgt. Maar hoe weet je of je genoeg magnesium hebt binnengekregen?

Te weinig magnesium
Uit verschillende studies blijkt dat je waarschijnlijk te weinig magnesium binnen krijgt. Minder dan 30% van volwassenen krijgen genoeg magnesium binnen. Krijg ik genoeg magnesium? De bekendste methode om te achterhalen of je magnesiumpeil in orde is door een medische test te doen.

Testen
Via bloed kan achterhaalt worden hoeveel magnesium je hebt. Nadeel van deze testen is dat deze vaak misleidend zijn. Aangezien maar 1% van het magnesium in het bloed te vinden is, is het nog steeds onduidelijk wat je magnesiumpeil precies is. Wat moet je doen? Gelukkig kunnen we met een paar simpele vragen achterhalen of er sprake is van magnesiumtekort.
Vaak zie je dit aan de symptomen die zich dan voordoen. Als je weet welke signalen je moet interpreteren, weet je ook hoe en wanneer je de magnesiumbalans weer op orde kunt brengen.

Magnesiumtekort test
Als je JA op 1 van de volgende vragen antwoord, heb je een grote kans op magnesiumtekort.

1. Drink je regelmatig koolzuurhoudende dranken? De donkere gekleurde soda’s bevatten fosfaten.
Deze substanties binden zich met magnesium in het spijsverteringskanaal, zodat het onbruikbaar wordt voor het lichaam. Dus zelfs als je gebalanceeerd eet, kan het drinken van soda’s er voor zorgen dat magnesium niet wordt opgenomen. De gemiddelde consumptie van koolzuurhoudende dranken is meer dan 10 keer zo veel dan he was in 1940. Dit is een van de voornaamste redenen van magnesium en calcium tekort in je lichaam.

2. Eet je regelmatig gebakjes, taarten, desserts, snoep of andere zoete voedingsmiddelen?
Geraffineerde suikers bevatten geen magnesium. Nog erger: het zorgt er voor dat magnesium via je nieren wordt uitgescheden. Hoe meer zoet eten en geprocesseerd gebakken voedsel je eet, hoe groter de kans is dat je een tekort hebt aan magnesium.

3. Heb je veel stress in je leven of heb je recentelijk een grote medische ingreep gehad?
Beide fysieke en emotionele stress kan magnesiumtekort inleiden. Stress is een grote factor in het veroorzaken van magnesiumtekort. Een tekort aan magnesium kan het stressniveau weer vergroten!

In studies blijkt dat adrenaline en cortisol, bijproducten van de “vecht of vlucht” reactie die ook worden veroorzaakt bij stress, zijn mede de reden dat je magnesium level wordt verlaagd. Stressvolle situaties verbruiken meer magnesium. Uiteindelijk kan dit tot fysieke en psychologische problemen leiden.

4. Drink je koffie, thee of ander cafeïnehoudende dranken op dagelijkse basis.
Magnesium niveau worden voornamelijk door de nieren beïnvloed. Zij filteren en extraheren de overbodige magnesium en mineralen. Caffeine zorgt er weer voor dat de nieren deze magnesium weer ‘laten gaan’. Zonde! Als je veel koffie, thee en soda drinkt met cafeïne, heb je een grote kans op magnesiumtekort.

5. Gebruik je vochtafdrijvende pillen, hart medicatie, astma-medicatie, de pil of oestrogeen vervangende therapie?
Het effect van deze drugs leiden uiteindelijk tot een lager magnesiumniveau. De nieren scheiden deze stoffen dan sneller uit.

6. Drink je meer dan 7 alcoholische dranken per week?
Het effect van alcohol en magnesium is gelijk aan vochtafdrijvende middelen. Studies tonen aan dat 30% van de alcoholisten een magnesiumtekort heeft. Ook zal Vitamine D worden verlaagd.

7. Neem je calcium in zonder magnesium of neem je calcium in met magnesium met een te laag ratio (minder dan 1)?
Als je te weinig magnesium binnen krijgt, zal de inname van calcium het magnesiumgehalte nog verder doen dalen. Calcium inname kan dus een negatief effect hebben op je magnesiumgehalte.

8. Heb je last van:

  • Angst?
  • Tijden van hyperactiviteit?
  • Moeite met inslapen?
  • Moeilijk in slaap blijven?

Bovenstaande zaken kunnen aan een magnesiumtekort gekoppeld kunnen worden. Magnesium is essentieel voor de conditie van je zenuwen. Ook elektrolyse onbalans heeft effect op het zenuwsysteem. Te lage magnesiumniveau kan ook geassocieerd worden met persoonlijkheidsveranderingen en soms depressies.

9. Heb je last van:

  • Pijnlijke spierkrampen?
  • Spierkramp?
  • Fibromyalgie?
  • Facial tics?

Oog samentrekkingen, of onvrijwillige oogbewegingen? Neuronmusculaire symptomen zoals bovenstaand zijn de klassieke signalen voor een potentieel magnesiumtekort. Zonder magnesium zouden ons spieren in een constante staan van samentrekking zijn. Nogal pijnlijk. Magnesium is een essentieel element voor spierontspanning. Calcium zorgt er weer voor dat spieren samentrekken. Deze twee mineralen kun je zien als ‘broer en zus’.

10. Heb je 1 van bovenstaande vragen met Ja beantwoord en ben je ouder dan 55 jaar?
Oudere volwassen zijn kwetsbaarder voor een laag magnesiumgehalte. Ouder worden, stress en ziektes zorgen er allemaal voor dat het magnesiumgehalte wordt verlaagd. Ook krijgen ouderen minder magnesium binnen via voedsel dan vroeger.

Ook de opname van magnesium wordt minder als je ouder wordt. Als je op 1 van bovenstaande vragen met Ja hebt beantwoord, is er een grote kans dat je te weinig magnesium binnen krijgt. Wij raden aan om magnesium via de huid op te laten nemen, aangezien dit het grootste effect heeft.

Hoe kan ik magnesium toevoegen aan mijn lichaam?

  • Voeding: Magnesium kan aangevuld worden op verschillende manieren. Allereerst is er de mogelijkheid om veel meer magnesiumrijke voedingsmiddelen te eten.
  • Injectie: (intravaneus): Magnesium kan, indien de klachten daartoe aanleiding geven, ook via injectie of infuus worden toegediend, bijvoorbeeld om sneller te herstellen van een hartinfarct of complicaties tijdens de zwangerschap. Dit mag alleen worden uitgevoerd onder klinische omstandigheden.
  • Oraal (via de mond): Suppletie via het maag-darmkanaal. Bekend zijn tabletten op basis van magnesiumoxide (magnesium tabletten). Andere vormen zijn magnesiumcitraat, magnesiumaspartaat, magnesium tauraat, etc.
  • Een magnesiumtablet van 500 mg magnesiumoxide bevat echter géén 500 mg magnesium. De werkelijke opname in het lichaam van magnesium via deze vorm ligt bovendien aanzienlijk lager dan het aantal mg van de tablet doet vermoeden door de vulstoffen die er worden gebruikt om de tablet te maken. Daarnaast spelen het maagzuur en de verdere spijsverteringsprocessen een belangrijke rol bij het verwerken van de magnesiumverbindingen.
  • Zo zal van bijvoorbeeld van 100 mg magnesiumtablet veelal maar 17mg magnesium daadwerkelijk worden opgenomen. Een ander verschijnsel bij oraal gebruik is dat de darmen er nogal wisselend op kunnen reageren en dat eventuele diarree dan juist tot extra verlies van magnesium leidt.
  • Huidopname: ‘Transdermale magnesiumtherapie’ berust op het vergroten van de hoeveelheid magnesium in het lichaam via de huid. Op deze manier wordt de hoeveelheid magnesium die voor de cellen beschikbaar is vergroot, zonder dat het maag- darm- kanaal wordt belast met het risico van bijverschijnselen. ‘Transdermaal magnesium’ heeft daardoor veel voordelen boven oraal toedienen van magnesium in de vorm van tabletten of capsules.
  • Inhalatie: Dat frisse zeelucht gezond is, wisten we al heel lang. Sinds kort weten we ook dat zeer fijne deeltjes die magnesiumchloride bevatten, daarin een belangrijke rol spelen. Onze longen blijken namelijk zeer goed in staat om magnesiumchloride op te nemen uit een aerosol, waarvan de deeltjes nog veel kleiner zijn dan in de fijnste nevel. Dit wordt ook wel ‘pulmonale opname’ genoemd.

Magnesium Producten voor de huid:

  • Magnesium spray
  • Magnesium Soak
  • Magnesium gel
  • Magnesium flakes
  • Magnesium Oil
  • Magnesium chloride