Vit B 6 stapeling

Aan veel supplementen wordt B6 toegevoegd

Inleiding

Hoge doseringen vitamine B6 in voedingssupplementen kunnen op termijn leiden tot neurologische klachten. Dit kan je herkennen aan: tintelingen in handen en voeten, kiespijnen die niet goed zijn te verklaren zijn, pijnlijke voetzolen en/of zenuwscheuten in armen en benen.

Indien je langere tijd vitamine B6 bijslikt of bij wil gaan slikken, let er dan op dat je niet teveel per dag binnenkrijgt. Bedenk dat B6 in veel supplementen aanwezig is (dit is wat hier wordt bedoeld met stapeling), dus ga na wat je totaal dagelijks binnenkrijgt.

Er zijn twee vormen vitamine B6

  • Pyridoxine HCL
  • P5P (Pyridoxal-5-fosfaat)

Pyridoxine HCL is de synthetische (goedkope) vorm, P5P is de natuurlijke actieve vorm.  Van P5P is minder nodig om werkzaam te zijn., het is echter niet duidelijk of het bij dezelfde hoeveelheden als pyridoxine HCL op termijn klachten kan geven. Blijf dus liever aan de lage kant met de totale dosering, ongeacht welke vorm vitamine B6 je slikt. Hoe langer je hogere doseringen B6 gebruikt hoe groter de kans wordt op het ontstaan van klachten.

Indien je merkt dat er klachten ontstaan die kunnen wijzen op een teveel aan B6, stop dan een week of drie met de inname ervan. Verdwijnen vervolgens de klachten, dan lag het zeer waarschijnlijk aan een te hoge B6 suppletie en is er een suppletiepauze nodig, en bij heraanvang een lagere dosering van vitamine B6.

Voor vitamine B6 in de vorm van Pyridioxine HCL adviseren we onderstaande veiligheidsdosering

  • Maximaal 75mg per dag gedurende 1 maand
  • Maximaal 50mg per dag gedurende 2 maanden
  • Maximaal 30mg per dag gedurende 6 maanden
  • Maximaal 20mg per dag gedurende 12+ maanden

Let er ook op dat je een aantal B vitaminen (waaronder B6) binnen krijgt via de normale voeding en via sommige supperfoods, bijvoorbeeld graangrassen zoals tarwegrasblad, havergrasblad, kamutgrasblad en gerstegrasblad.

De aanvaardbare bovengrens van B6 suppletie volgens de Gezondheidsraad is 25 mg per dag. Dat is in lijn met het advies van EFSA. Deze bovengrens geldt echter voor lange termijn inname, jaren achtereen dus. Men heeft de NOAL (No Observed Adverse Effect Level) en UL (Tolerable upper intake level) gesteld op 100 mg per dag. Uit onderzoek bleek dat suppletie van meer dan 50mg per dag, gedurende meer dan zes maanden achtereen klachten kunnen geven. Er zijn echter nogal wat vragen bij dat onderzoek. In de literatuur wordt ook een onderzoek aangehaald waar 40mg als bovengrens genoemd wordt, maar daar zijn nog grotere vraagtekens bij. In de VS geldt 100mg als bovengrens. Dat is ook wat maximaal verkocht mag worden in Nederland.

Media-aandacht

De recente aanzienlijke mediaaandacht voor mogelijke B6 overdosering zou doen vermoeden dat het in de praktijk een groot probleem is. Er is reden daaraan te twijfelen. In de afgelopen jaren zijn er bij Lareb 15 klachten binnengekomen. Tot nu toe, 2 klachten in 2014. De gezondheidsrisico’s van gebruik van geregistreerde geneesmiddelen zijn helaas oneindig veel groter, met gemakkelijk tienduizenden doden per jaar. Zowat de halve Nederlandse bevolking (ongeveer 7,8 miljoen mensen) is chronisch ziek. Het merendeel ervan heeft meerdere chronische ziekten. Er is nog veel werk te verzetten door natuurgeneeskundigen enerzijds, en zieken (verantwoordelijkheid en regie nemen) anderzijds.

Bijzonderheden

  • Vooral bij goedkopere vitamineproducten blijkt er een verschil te zijn tussen de aanwezige en genoemde hoeveelheden.
  • Bij eiwittekorten (in het bijzonder van cysteïne) wordt de toxiciteit van vitamine B6 vergroot.
  • Vitamine B6 heeft, voor een optimale werkzaamheid, ook magnesium en vitamine B2 nodig. Dit zijn de zogenaamde co-factoren voor B6.
  • Bij regelmatige B12 suppletie via injecties zijn er meer B vitaminen nodig, omdat er in die situatie meer B vitaminen ‘verbruikt’ worden door de hoge B12 dosering.

Bron

_____________________________________________________________

Effecten van vitamine B6 metabolisme op oncogenese, tumorprogressie en therapeutische respons

L Galluzzi , E Vacchelli , J Michels , P Garcia , O Kepp , L Senovilla , ik Vitale en G Kroemer

Pyridoxal-5′-fosfaat (PLP), de biologisch actieve vorm van vitamine B6, naar verluidt fungeert als een prosthetische groep> 4 % van geclassificeerde enzymatische activiteiten van de cel. Het is daarom niet verwonderlijk dat veranderingen van vitamine B6 metabolisme zijn geassocieerd met meerdere menselijke ziekten. Als treffend voorbeeld, mutaties in het gen dat codeert voor antiquitin, een evolutionair oude aldehyde dehydrogenase leiden tot pyridoxine-afhankelijke toevallen, vanwege de accumulatie van een metabolisch tussenproduct dat PLP inactiveert. Bovendien is PLP nodig voor de afbraak van homocysteïne door transsulfuratie.Derhalve verminderde circulerende niveaus van B6 vitameren (inclusief PLP en de belangrijkste precursor pyridoxine) vaak gepaard met hyperhomocysteïnemie, een aandoening die is geassocieerd met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten meerdere. Gedurende de afgelopen 30 jaar, heeft een intense golf van klinisch onderzoek geprobeerd om de vermeende banden tussen vitamine B6 en kanker ontleden. Aldus hoge circulerende niveaus van vitamine B6, als zodanig of als ze gereflecteerd verminderde hoeveelheden circulerend homocysteïne zijn geassocieerd met verbeterde overleving hebben bij patiënten waarop uiteenlopende hematologische en solide tumoren.Meer recent is de vaardigheid van vitamine B6 metabolisme aangetoond dat de adaptieve respons van tumorcellen tot een overvloed aan fysische en chemische stresscondities moduleren. Bovendien verhoogde pyridoxal kinase (PDXK), het enzym dat pyridoxine en andere vitamine B6 precursors omzet in PLP, is aangetoond dat een goede, therapie-onafhankelijke prognostische marker bij patiënten die aan niet-kleincellig longcarcinoom vormen (NSCLC) . Hier zullen we de klinische relevantie van vitamine B6 metabolisme bespreken als een prognostische factor bij kankerpatiënten.

Bron

Welke producten bevatten vitamine B 6?
B 6 komt van nature veel voor in eiwitrijke producten  zoals: kip, lever, eidooier, vis, zilvervliesrijst, zaden en noten, avocado, sojabonen. B 6 is belangrijk bij o.a.: cholesterolstofwisseling, omzetting van hormonen, goede werking van het immuunsysteem, celdeling, omzetting van eiwitten, vetten (prostaglandinesynthese), koolhydraten, vochthuishouding, aanmaak van de rode bloedcellen, leverontgiftingsprocessen, etc.

Moerman was de eerste die in zijn diëten werkte met 2 rauwe eidooiers per dag. Zo te zien een geniale vondst, omdat er zoveel goede stoffen tegelijkertijd in voorkomen. Ook bij mensen die van hun kater af willen komen na rijkelijk alcohol gebruik zijn eidooiers met tomatensap een geliefd ‘medicinaal drankje’. Bij hart en vaatziekten met een hoge homocysteïne is het ei ook weer helemaal terug.

Maar ook bij het B 6 verhaal (in eiwitrijke producten) komt het ei weer in beeld. Samen met magnesiumrijke groenten(sap) en zilvervliesrijst een goedkope voedzame maaltijd voor het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel dat in deze moderne tijd met zijn enorme toename aan prikkels best een steuntje in de rug nodig heeft.De verschillen tussen eidooiers en een heel ei (gekookt)

2 Eidooiers
750 KJ
218 Kcal
8 gr eiwit
4 gr verzadigd vet
17 totaal vet
650 cholesterol
75 mg kalium
75 mg calcium
7 mg magnesium
3 mg ijzer
265 mcg vit. A
2,5 mcg vit. D
0,12 mg B1
0,20 mg B2
0,12 mg B6
60 mcg foliumzuur
1,90 mcg B 12
1 Gekookt ei
350 KJ
75 Kcal
6,5 gr eiwit
1,5 gr. verzadigd vet
5,5 totaal vet
165 mg cholesterol
65 mg kalium
25 mg calcium
6,5 mg magnesium
0,9 mg ijzer
99 mcg vit. A
0,9 mcg vit. D
0,02 mg B1
0,24 mg B2
0,03 mg B6
21 mcg foliumzuur
0,55 mcg B12

Aminozuursamenstelling van een eiEiwit-aminozuursamenstelling in een ei (50 gram)
0,46 isoleucine
0,54 leucine
0,52 valine
0,34 methionine
0,15 cystine
0,37 fenylalanine
0,31 tyrosine
0,25 threonine
0,9 tryptofaan
0,34 lysine
0,13 histidine
0,42 arginine
Een ei bevat géén carnitine.

Bron

Therapeutische toepassingen van vitamine B6
Premenstrueel syndroom: premenstrueel syndroom omvat een
clustervariatie van symptomen waaronder vermoeidheid, stemmingswisselingen,
angst, depressie, vermoeidheid, vochtretentie, vergeetachtigheid,
gevoelige borsten, duizeligheid en toename van eetlust,
die rond de ovulatie beginnen en weer verdwijnen aan het begin van
de menstruatie. Een review van gerandomiseerde, dubbelblinde,
placebogecontroleerde studies suggereert dat suppletie met twee
doseringen van 50 mg B6 per dag, zorgt voor verlichting van PMSsymptomen
[11,18]. In Iraans onderzoek waaraan 160 jonge vrouwen
met PMS deelnamen bleken de PMS-klachten significant te verminderen
bij gebruik van 80 mg B6 per dag [19]. Van de symptomen
nam angst het meest in hevigheid af. Vitamine B6 heeft een gunstige
invloed op PMS door een mogelijke verbetering van de beschikbaarheid
van dopamine, serotonine en GABA en via modulatie van de
hormoonafhankelijke genexpressie
Carpaletunnelsyndroom: carpaletunnelsyndroom is een neuropathie
veroorzaakt door compressie van de nervus medianus in de pols.
Het gaat gepaard met pijn, een doof gevoel, zwakte en tintelingen in de
handen. Factoren die kunnen bijdragen aan carpaletunnelsyndroom
zijn onder meer overbelasting (RSI), trauma, zwangerschap, oedeem,
sarcoïdose, diabetes, reuma en hypothyroïdie. Veel mensen met carpaletunnelsyndroom
hebben een lage vitamine-B6-status; daarbij is in
onderzoek een omgekeerd verband gevonden tussen de P5P-spiegel
en de ernst van de pijn, tintelingen en slaapproblemen [2,20,21]. Vitamine
B6 is een kritische cofactor voor de neuronale synthese van
eiwitten, neurotransmitters en sfingolipiden. Mogelijk verhoogt vitamine
B6 hierbij de pijndrempel door de synthese van serotonine en
GABA te stimuleren. Suppletie met 50 tot 200 mg pyridoxine of P5P
per dag, gedurende minimaal 12 weken en dan vooral in combinatie
met 10 mg vitamine B2 per dag, draagt in veel gevallen bij aan verlichting
van de klachten, ook bij mensen zonder vitamine-B6-tekort [20]
Diabetes(complicaties): diabetici hebben een hogere vitamine-B6-
behoefte. In de praktijk hebben veel diabetici een subklinisch vitamine-
B6-tekort wat het ziekteproces negatief beïnvloedt en de kans
op complicaties vergroot. Preklinisch onderzoek heeft uitgewezen
dat een vitamine-B6-tekort gepaard gaat met afwijkingen van de
glucosetolerantie en daling van het insulinegehalte in alvleesklier en
bloed alsmede degeneratieve veranderingen in insulineproducerende
bètacellen van de alvleesklier [4]. Suppletie met pyridoxine kan de
glycemische controle bij type-2 diabetici verbeteren hetgeen zich laat
zien in een daling van het geglycosyleerd hemoglobine. In een proefdiermodel
voor diabetes type 2 zorgde pyridoxine voor significante
verlaging van de bloedglucosespiegel. Bij mensen is verbetering van
de glucosetolerantie door vitamine B6 vooralsnog waargenomen bij
vrouwen met zwangerschapsdiabetes [4].
“B6-deficiëntie gaat gepaard met
afwijkingen in de glucosetolerantie”
Er zijn sterke aanwijzingen dat suppletie met vitamine B6, in de vorm
van zowel pyridoxamine, P5P als pyridoxine, het ontstaan danwel de
progressie remt van diabetische retinopathie, cataract, nefropathie,
(poly)neuropathie, dislipidemie en hart- en vaatziekten [1,4,22-24].
Vooral pyridoxamine remt de glycosylering, een niet-enzymatisch
proces waarbij suikers in aanwezigheid van zuurstof binden aan vrije
NH2-groepen van eiwitten, vetten of nucleïnezuren [23]. Hyperglycemie
en oxidatieve stress bevorderen glycosylering en daarmee de
vorming van AGE’s (advanced glycation endproducts). AGE’s spelen
een prominente rol in de pathogenese van diabetescomplicaties

Misselijkheid en overgeven: sinds de jaren veertig van de vorige
eeuw wordt vitamine B6 voorgeschreven bij misselijkheid en braken
door zwangerschap. In een studie namen vrouwen die last hadden van
ochtendmisselijkheid 3 dagen lang iedere 8 uur 25 mg pyridoxine in. Dit
leidde tot significante vermindering van braken en afname van hevige
misselijkheid [2,11]. Een dosis van 10 mg pyridoxine iedere 8 uur gedurende
10 dagen werkte ook goed [11].
Vitamine B6 in een dosering van 50 tot 200 mg per dag wordt ook
gebruikt om misselijkheid door radiotherapie te verminderen [11].
Autisme: al tientallen jaren wordt de combinatie van magnesium met
100 tot 200 mg B6 per dag ingezet bij kinderen met autisme waarbij
tot 50% van de kinderen vooruitgang toont in gedrag en communicatie
[25]. In een review van de Cochrane Collaboration is echter vastgesteld
dat het wetenschappelijk nog niet vast staat dat suppletie met
vitamine B6 en magnesium leidt tot een significante verbetering van
autisme [26].
Tardieve dyskinesie: tardieve dyskinesie is een bijwerking van neuroleptica
die bij schizofrenie worden voorgeschreven. Vijftien patiënten
met de bewegingsstoornis kregen een vitamine-B6-supplement,
waarbij de dosis in 4 weken geleidelijk werd opgebouwd van 100 naar
400 milligram per dag. Inname van een dagdosis van 300 of 400 mg
resulteerde in significante afname van symptomen van tardieve dyskinesie
[27]. De klachten kwamen weer terug nadat de proefpersonen
waren gestopt met het innemen van vitamine B6.
• Depressie: de synthese van neurotransmitters serotonine en noradrenaline
is P5P-afhankelijk; een vitamine-B6-tekort zou dus theoretisch
kunnen leiden tot depressie. Klinische studies hebben echter niet
kunnen aantonen dat exclusieve suppletie met vitamine B6 helpt bij
depressie [11,28]. Vitamine B6 verlicht mogelijk wel depressies bij
premenopauzale vrouwen [28].
Chineesrestaurantsyndroom: de afbraak van de smaakversterker
monosodiumglutamaat (MSG of Ve-Tsin), die veel wordt gebruikt in de
Chinese keuken, is afhankelijk van vitamine B6. Consumptie van MSG
kan leiden tot tintelingen, jeuk, warmte en hartkloppingen, vooral bij
een relatief vitamine-B6-tekort. Mensen die klachten krijgen na het
eten van MSG kunnen baat hebben bij 50 mg vitamine-B6-suppletie
per dag [29].
Spierkramp in de benen: circa de helft van de zwangere vrouwen
heeft last van spierkramp in de benen, vooral in de tweede helft van
de zwangerschap en ‘s nachts. In een Iraanse studie zorgde suppletie
met een combinatie van 40 mg pyridoxine en 100 mg thiamine per
dag, voor een significante afname van spierkramp [30].
• Dosering, veiligheid en interacties: de aanbevolen dagelijkse
hoeveelheid voor volwassenen is 1,5 mg vitamine B6 per dag (voor
mannen boven 51 jaar 1,8 mg/dag) [3]. Het wateroplosbare vitamine
wordt snel afgebroken en uitgescheiden. In te hoge dosering kan
vitamine B6 perifere neuropathie veroorzaken. In Nederland geldt
een veilige bovengrens van 25 mg B6-inname per dag (Nederlandse
Gezondheidsraad). De Verenigde Staten hanteren een veilige bovengrens
van 100 mg per dag (Amerikaanse Institute of Medicine) [1-3].
Voor therapeutische toepassingen worden meestal dagdoseringen
tussen de 25 en 200 mg voorgeschreven. Er is weinig bewijs voor
toxiciteit van pyridoxine in doseringen tot 200 mg per dag, ook niet
als het vitamine gedurende langere tijd wordt gebruikt [2,11]. Waarschijnlijk
is P5P minder toxisch in hoge doseringen dan pyridoxine [2].
Verschillende medicijnen verlagen de vitamine-B6-status (zie tabel 1).
Vitamine B6 verlaagt de effectiviteit van L-dopa, fenobarbital en fenytoïne,
maar verbetert mogelijk het effect van nortryptiline bij ouderen
[32]. Kalium, vitamine B-complex, vitamine C, magnesium en selenium
verbeteren de vitamine-B6-status. <<
Referenties
1. Spinneker A, Sola R, Lemmen V et al. Vitamin B6 status, deficiency and its consequences-
an overview. Nutr Hosp. 2007;22(1):7-24**
2. Vitamin B6 (pyridoxine and pyridoxal 5’-phosphate) – monograph. Altern Med Rev.
2001;6(1):87-92**
3. G ezondheidsraad. Voedingsnormen: vitamine B6, foliumzuur en vitamine B12. Den
Haag: Gezondheidsraad, 2003; publicatie nr 2003/04
4. Jain SK. Vitamin B6 (pyridoxamine) supplementation and complications of diabetes.
Metabolism. 2007;56(2):168-71**
5. Friso S, Girelli D, Martinelli N, et al. Low plasma vitamin B-6 concentrations and modulation
of coronary artery disease risk. Am J Clin Nutr 2004;79:992-8
6. Chiang EP, Smith DE, Selhub J et al. Inflammation causes tissue-specific depletion of
vitamin B6. Arthritis Res Ther. 2005;7(6):R1254-62
52 Van Nature nr. 7 – 2007Misselijkheid en overgeven: sinds de jaren veertig van de vorige
eeuw wordt vitamine B6 voorgeschreven bij misselijkheid en braken
door zwangerschap. In een studie namen vrouwen die last hadden van
ochtendmisselijkheid 3 dagen lang iedere 8 uur 25 mg pyridoxine in. Dit
leidde tot significante vermindering van braken en afname van hevige
misselijkheid [2,11]. Een dosis van 10 mg pyridoxine iedere 8 uur gedurende
10 dagen werkte ook goed [11].
Vitamine B6 in een dosering van 50 tot 200 mg per dag wordt ook
gebruikt om misselijkheid door radiotherapie te verminderen [11].
• Autisme: al tientallen jaren wordt de combinatie van magnesium met
100 tot 200 mg B6 per dag ingezet bij kinderen met autisme waarbij
tot 50% van de kinderen vooruitgang toont in gedrag en communicatie
[25]. In een review van de Cochrane Collaboration is echter vastgesteld
dat het wetenschappelijk nog niet vast staat dat suppletie met
vitamine B6 en magnesium leidt tot een significante verbetering van
autisme [26].
• Tardieve dyskinesie: tardieve dyskinesie is een bijwerking van neuroleptica
die bij schizofrenie worden voorgeschreven. Vijftien patiënten
met de bewegingsstoornis kregen een vitamine-B6-supplement,
waarbij de dosis in 4 weken geleidelijk werd opgebouwd van 100 naar
400 milligram per dag. Inname van een dagdosis van 300 of 400 mg
resulteerde in significante afname van symptomen van tardieve dyskinesie
[27]. De klachten kwamen weer terug nadat de proefpersonen
waren gestopt met het innemen van vitamine B6.
• Depressie: de synthese van neurotransmitters serotonine en noradrenaline
is P5P-afhankelijk; een vitamine-B6-tekort zou dus theoretisch
kunnen leiden tot depressie. Klinische studies hebben echter niet
kunnen aantonen dat exclusieve suppletie met vitamine B6 helpt bij
depressie [11,28]. Vitamine B6 verlicht mogelijk wel depressies bij
premenopauzale vrouwen [28].
• Chineesrestaurantsyndroom: de afbraak van de smaakversterker
monosodiumglutamaat (MSG of Ve-Tsin), die veel wordt gebruikt in de
Chinese keuken, is afhankelijk van vitamine B6. Consumptie van MSG
kan leiden tot tintelingen, jeuk, warmte en hartkloppingen, vooral bij
een relatief vitamine-B6-tekort. Mensen die klachten krijgen na het
eten van MSG kunnen baat hebben bij 50 mg vitamine-B6-suppletie
per dag [29].
• Spierkramp in de benen: circa de helft van de zwangere vrouwen
heeft last van spierkramp in de benen, vooral in de tweede helft van
de zwangerschap en ‘s nachts. In een Iraanse studie zorgde suppletie
met een combinatie van 40 mg pyridoxine en 100 mg thiamine per
dag, voor een significante afname van spierkramp [30].
• Dosering, veiligheid en interacties: de aanbevolen dagelijkse
hoeveelheid voor volwassenen is 1,5 mg vitamine B6 per dag (voor
mannen boven 51 jaar 1,8 mg/dag) [3]. Het wateroplosbare vitamine
wordt snel afgebroken en uitgescheiden. In te hoge dosering kan
vitamine B6 perifere neuropathie veroorzaken. In Nederland geldt
een veilige bovengrens van 25 mg B6-inname per dag (Nederlandse
Gezondheidsraad). De Verenigde Staten hanteren een veilige bovengrens
van 100 mg per dag (Amerikaanse Institute of Medicine) [1-3].
Voor therapeutische toepassingen worden meestal dagdoseringen
tussen de 25 en 200 mg voorgeschreven. Er is weinig bewijs voor
toxiciteit van pyridoxine in doseringen tot 200 mg per dag, ook niet
als het vitamine gedurende langere tijd wordt gebruikt [2,11]. Waarschijnlijk
is P5P minder toxisch in hoge doseringen dan pyridoxine [2].
Verschillende medicijnen verlagen de vitamine-B6-status (zie tabel 1).
Vitamine B6 verlaagt de effectiviteit van L-dopa, fenobarbital en fenytoïne,
maar verbetert mogelijk het effect van nortryptiline bij ouderen
[32]. Kalium, vitamine B-complex, vitamine C, magnesium en selenium
verbeteren de vitamine-B6-status. <<
Referenties
1. Spinneker A, Sola R, Lemmen V et al. Vitamin B6 status, deficiency and its consequences-
an overview. Nutr Hosp. 2007;22(1):7-24**
2. Vitamin B6 (pyridoxine and pyridoxal 5’-phosphate) – monograph. Altern Med Rev.
2001;6(1):87-92**
3. G ezondheidsraad. Voedingsnormen: vitamine B6, foliumzuur en vitamine B12. Den
Haag: Gezondheidsraad, 2003; publicatie nr 2003/04
4. Jain SK. Vitamin B6 (pyridoxamine) supplementation and complications of diabetes.
Metabolism. 2007;56(2):168-71**
5. Friso S, Girelli D, Martinelli N, et al. Low plasma vitamin B-6 concentrations and modulation
of coronary artery disease risk. Am J Clin Nutr 2004;79:992-8
6. Chiang EP, Smith DE, Selhub J et al. Inflammation causes tissue-specific depletion of
vitamin B6. Arthritis Res Ther. 2005;7(6):R1254-62
52 Van Nature nr. 7 – 2007

De naam homocysteïne is gebaseerd op het feit dat het een homoloog is van cysteïne, het bevat een extra CH2-groep in de keten naar de SH-groep.

Homocysteïne is een zwavelhoudend aminozuur dat in het organisme endogeen wordt gevormd in het metabolisme van andere aminozuren, methionine (dierlijke producten bevatten twee tot drie keer meer methionine) en/of cysteïne.
(het is een normale maar giftige aminozuur metaboliet).
De omzetting gebeurt met behulp van enzymen (o.a. methyleentetrahydrofolaat reductase = MTHFR en enzym cystathion bèta-synthase), maar kan ook op andere manieren, door vitamine B6, B11 en B12. Deze hebben namelijk een functie als coenzym bij de afbraak van methionine.
Bij negen procent van de Nederlandse bevolking en bij twintig procent van de hart- en vaatproblemen werkt één van de enzymen (MTHFR) niet goed door een kleine erfelijke afwijking, een ‘genmutatie’.
Homocysteïne hebben we nodig voor de huishouding van eiwitten in ons lichaam.
Iedereen heeft deze stof. Een te veel aan homocysteïne kan echter schadelijk zijn.

Homocysteïne is een normaal afbraakproduct van de menselijke eiwitstofwisseling, cysteïne.
Een stoornis in deze methylatiecyclus heeft een negatieve invloed op meer dan 100 beschreven biochemische processen: waaronder methylering van DNA, RNA, eiwitten, fosfolipiden, myeline, polysacchariden en cathecholamines.
Als gevolg van dit verstoord afbraakproces ontstaat een opstapeling in het organisme met als gevolg een hyperhomocysteïnemie en hyperhomocysteïnurie. Roken, autoimmune ziekten, diabetes en hypothyroidie kunnen de homocysteïne spiegel doen stijgen.

Een verhoogde homocysteïne spiegel gaat vaak samen met een verlaagde foliumzuur spiegel. Deze combinatie kan ertoe leiden dat de eiwitten in het lichaam onvoldoende worden afgebroken en/of opgestapeld (zoals bijvoorbeeld bij een toxische opioide peptide activiteit). (zie ook hier)
Aminzozuren (eiwitten worden afgebroken in peptiden en zo in aminozuren) zijn de basis bouwstenen van de neurotransmitters.
Een defect in het proteolytisch metabolisme kan leiden tot neurologische stoornissen zoals gezien bij ADD, ADHD, ASS, depressie, vermoeidheid enz…

Homocysteïne wordt omgezet door:

1. Transsulfatie naar het niet giftige cystathion dat vervolgens omgezet kan worden in het aminozuur
cysteïne. Voor deze omzettingen is vitamine B6 (in de vorm van pyridoxaal-5-fosfaat) nodig.
2. Remethylatie naar het aminozuur methionine. Voor deze omzetting zijn foliumzuur en vitamine B12 nodig of
(voornamelijk bij omzetting in de lever) betaïne (ook TMG genoemd).
3. Hydrolyse. Deze omzetting vindt plaats wanneer voldoende van de aminozuren cysteïne en methionine
aanwezig is.

Hoeveel homocysteïne is goed?

Het gehalte homocysteïne in het bloed wordt uitgedrukt in micromol per liter. De meeste gezonde mannen hebben een gehalte van ongeveer 13-14 µmol/liter, gezonde vrouwen van 12-13 µmol/liter.

Er is geen vaste waarde die veilig of niet meer veilig te noemen is. Een gehalte van 15 µmol/liter bij iemand die nuchter is, dus niet heeft gegeten of gedronken, is de grenswaarde.

In Nederland heeft 14% van de mannen en 9% van de vrouwen een hogere waarde.

Welke factoren verhogen de homocysteïne waarde?

–  ‘familiaire’ hyperhomocysteïnemie (10%)
– roken (roken inactiveert B12 en kan zo mond/keelkanker doen ontstaan)
– alcohol, verhoogde cholesterol
– extra suppletie vitamine B3
– terkort aan vitaminen (B6, B11, B12)
– consumeren van teveel eiwitten in voeding (zie verhoogde eiwit inname)
– IAG aanwezigheid
– gluten-overgevoeligheid (hoeft niet noodzakelijk coeliakie te zijn)
– darmproblemen
– Leeftijd en geslacht: Mannen hebben een iets hoger gehalte homocysteïne dan vrouwen. Het gehalte stijgt
met de leeftijd, ongeveer met 10% per 10 jaar. Bij vrouwen na de menopauze is die stijging iets groter.
– andere
– geneesmiddelen: Metformin, L-Dopa, NO-boosters als Viagra, bepaalde kanker geneesmiddelen

Symptomen en mogelijke complicaties bij een verhoogde homocysteïne/verlaagd foliumzuur:

– belangrijke factor in het ontstaan van cardiovasculaire aandoeningen neurale buisdefecten, aandoeningen
van het zenuwstelsel, diabetes, reumatoïde artritis en alcoholisme
– cardiovasculaire aandoeningen (o.a. hartinfarct, atherosclerose) en perifere vasculaire aandoeningen (o.a.
beroerte)
– cognitieve achteruitgang bij ouderen / dementie / Alzheimer
– depressie (vooral bij ouderen)
– bipolaire/manische depressie
– neuropsychiatrische aandoeningen, bv. bij schizofrenie-achtige klachten, organische psychose (50% van de
schizofreniepatiënten hebbe een verhoogd homocysteïne, cfr. Prof. L. Pepplinkhuizen).
– slapeloosheid
– geïrriteerdheid
– vergeetachtigheid
– perifere neuropathie
– myelopathie
– “restless legs”-syndroom
– tandvleesontstekingen (periodontitis, gingivitis)
– jicht (ondersteunend)
– vitiligo
– een te hoog homocysteïne gehalte kan leiden tot het onderdrukken van de  neurotransmitters waaronder:
serotonine, dopamine, secretine, gasprine en melatonine.

Homocysteïne is schadelijk voor het zenuwweefsel en wordt in verband gebracht met verminderd hersenvolume bij ouderen, de ziekte van Alzheimer, ME en CVS..
Je hersenen gaan dus ‘schrompelen’ bij een hoog homocysteïne gehalte (tijdschrift Neurology, 2002).
Naast een sterke associatie met mond/keel/long/darmkanker wordt vaatschade door gebrek aan herstel door een laag B12/hoog homocysteïne verantwoordelijk gehouden voor een deel van zwangerschaps vergiftigingen en miskramen. Vaatschade aan de moederkoek (placenta) is vaak een oorzaak van een miskraam. Alle maatregelen in de Verenigde staten om hart- en vaatziekten terug te dringen hebben relatief weinig effect gehad. Dit is mede een reden waarom de aandacht zich nu richt op homocysteïne.

Verhoogde eiwit inname

Hoewel het lichaam een matige hoeveelheid methionine nodig heeft, kan elk teveel eraan (meestal door een te eiwitrijke voeding) worden omgezet in homocysteïne. Hoge homocysteïne-concentraties in het bloed kunnen ertoe leiden dat cholesterol wordt omgezet in geoxideerd LDL-cholesterol (de zogenaamde “slechte” cholesterol) die schade kan toebrengen aan de slagaders.

Een van de redenen waarom plantaardig eiwit meer en meer beschouwd wordt als veiliger en gezonder dan dierlijk, is omdat het minder zwavelbevattende aminozuren, zoals methionine, bevat. Dierlijke eiwitten, die een hoge concentratie aan zwavelbevattende aminozuren kunnen bevatten, kunnen zorgen voor verzuring van het bloed en zo de botdichtheid aantasten en het immuunsysteem verzwakken.

“Eiwitten zijn zoals bakstenen. Je kan ze gebruiken om een haard mee te bouwen, maar zeker niet als brandstof voor het vuur; ze vragen teveel hitte, en laten teveel resten achter.” (Rudolph Ballentine, M.D.) Wanneer aminozuren worden “verbrand” als brandstof (d.i. wanneer ze gebruikt worden voor de productie van energie), komt ammoniak vrij als residu. Ammoniak is giftig (vooral voor het zenuwstelsel) indien het zich opstapelt in het bloed. Variërende ammoniakniveaus kunnen het functioneren van de hersencellen aantasten. De energie die nodig is om deze ammoniak uit het lichaam te verwijderen, kan ook de calciumafscheiding verhogen. Patiënten met een slecht functionerende lever of nieren wordt aangeraden om hun eiwitinname te beperken, aangezien ze minder efficiënt kunnen omgaan met stikstofresidu’s. Een teveel aan ammoniak zou ook kunnen verantwoordelijk zijn voor de groei van kwaadaardige cellen (tumoren).

Volgens Harper-Collins Biochemistry, zetten putrificerende bacteriën in de dikke darm aminozuren om in polyamines, of giftige nevenproducten van eiwitten, zoals cadaverine (uit lysine), agmatine (uit arginine), tyramine (uit tyrosine), putrescine (uit ornithine) en histamine (uit histidine).

Zelfs al zijn sommige van deze polyamines belangrijke verbindingen die zorgen voor de groei van cellen, toch zijn er bewijzen dat hoge concentraties ervan tot de groei van tumoren kunnen leiden. Andere producten van het proteïnemetabolisme in de darm zijn ammoniak, fenolen, indolen en skatolen (methylindole), waarvan is aangetoond dat ze toxische effecten kunnen hebben.

Gevolgen van een te eiwitrijk dieet zijn:

– De zuurtegraad van het bloed verhoogd, wat mogelijk kan leiden tot bepaalde degeneratieve en auto-immuunziekten, en wat negatieve gevolgen heeft voor de celstofwisseling, zoals een verlaagde energieproductie, vochtophoping en oedemen en een mogelijke verhoging van de productie van vrije radicalen.
– Het opstapelen van toxische residuen in het lichaam. In tegenstelling tot sommige vitamines die ons lichaam kan stockeren voor later gebruik, kan overtollig eiwit (d.w.z. niet goed verteerd eiwit of teveel aan eiwit) niet gestockeerd worden. Het afval dat geproduceerd wordt samen met hun afbraak eist veel van de lever en de nieren. Vermoeidheid, overbelasting van het spijsverteringsstelsel en grotere gevoeligheid voor allergieën zijn mogelijke effecten.
– De accumulatie van urinezuur dat gevormd wordt in de gewrichten, bij het verteren van eiwitten. Dit verhoogt het risico op ontstekingen zoals jicht en artrose.
– Een groter verlies aan mineralen uit het lichaam, zoals magnesium, zink, ijzer en calcium.

Behandeling van een verhoogd homocysteïne:

Verminderen van de dierlijke eiwitten.
Suppleren met foliumzuur en vitamine B12. Eventueel bijkomend vitamine B6 en C.
Het is een meerwaarde als de suppletie van organische oorsprong is. (uitgezonderd foliumzuur: komt niet oorspronkelijk in de natuur voor en is afkomstig van chemische synthese)
Tevens dienen de onderliggende stoornissen genormaliseerd te worden. (mababsorptie, maldigestie, ph-waarde, gluten-overgevoeligheid, darmproblemen enz…)
In het geval suppleren met foliumzuur, vitamine B12-B6 niet werkt, kan TMG (Tri-Methyl-Glycine) overwogen worden. (minimaal 6 gram TMG per dag, verdeeld over de dag in te nemen ). Een andere naam voor TMG is TMG-Betaïne.
Betaïne-HCL (zoutzuur), Lecithine en Choline geven een lichte verlaging.
DMG heeft geen invloed op het homocysteïnegehalte
Ga in elk geval zelf niet experimenteren. Een verhoogde homocysteïne waarde is vaak een gevolg van een onderliggend fysiologisch probleem.
Steeds de vitamine B12 waarde controleren d.m.v. methylmalonyl. (Alleen foliumzuur geven kan een bestaand vitamine B12 tekort vergergeren, wat kan leiden tot bloedarmoede en zenuwschade))
Suppletie met selenium heeft geen invloed op de homocysteïnespiegel van gezonde personen, ondanks dat hun seleniumspiegel laag is.( bron )

Symptomen bij een tekort van foliumzuur:

– Slap gevoel
– Lusteloosheid
– kloofjes in de lippen
– Uitzonderlijke moeheid
– Slapeloosheid
– Prikkelbaarheid
– Dementie
– Mogelijk open ruggetje
– Tandproblemen (*)

Foliumzuur is een belangrijke B-vitamine (vitaminen zijn organische stoffen die geen energie leveren maar die essentieel zijn voor de celfuncties. Ze kunnen niet worden geproduceerd door het menselijk lichaam dus moeten ze worden verkregen uit ons voedsel), die een rol speelt bij de aanmaak van DNA. Ons lichaam maakt dus zelf geen foliumzuur aan, maar is voor deze vitamine afhankelijk van de voeding. Om er dagelijks voldoende van binnen te krijgen zouden we veel meer groente en fruit moeten eten, zoals citrusvruchten, broccoli of spruitjes.
Foliumzuur kan beschouwd worden als een co-factor voor belangrijke enzymen die in het lichaam aktief zijn. Het is bekend dat een tekort aan foliumzuur kan leiden tot schade aan DNA, chromosomen en zelfs hart-en vaatziektes.

(*) Er bestaat een onafhankelijk verband tussen een lage foliumzuurspiegel en paradontale aandoeningen. Dit bleek uit een studie in Taiwan bij oudere personen die hun eigen gebit nog hadden.
De onderzoeksgroep was afkomstig van een bevolkingsonderzoek en bestond uit 844 ouderen met een gemiddelde leeftijd van 70,6 jaar.
Hoe lager de foliumzuurspiegel in het serum was, hoe meer paradontaal verval te zien was. De negatieve relatie tussen de foliumzuurspiegel en paradontale ziekte bleef significant aanwezig als in de statistische analyse rekening werd gehouden met vitamine B12, homocysteïne, chronische ziekten, roken en alcoholconsumptie. De onderzoekers vinden dat in geval van paradontale aandoeningen gekeken moet worden naar de foliumzuurstatus van de patiënt. (bron)

Meer over foliumzuur kan u hier lezen.

Symptomen van een verlaagd vitamine B12 gehalte:

– energieverlies
– tintelingen
– verdovingsverschijnselen
– lagere pijn- of stressgevoeligheid
– wazig zicht
– evenwicht- en coördinatiestoornissen
– pijnlijke tong
– geheugenstoornissen
– verwarring
– hallucinaties
– labiliteit


Schematisch overzicht van de rol van vitamine B12 (cobalamine) in het homocysteïne- en het methylmalonzuurmetabolisme.

Vervolg van vitamine B12: Symptomen van een verlaagd vitamine B12 gehalte

Afspraak maken? info@natuurpraktijkaurora.nl

Eten volgens de 5 elementen

Voeding volgens de vijf elementenleer
De vijf elementenleer is een onderdeel van de Traditionele Chinese Geneeskunst.(Bron:academie voor natuurgeneeskunde; vak TCM) Deze leer gaat ervan uit dat als er een orgaan ziek is de andere organen het zieke orgaan helpen. Het gevaar daarbij is dat als het zieke orgaan niet beter wordt ook de helpende organen uitgeput raken waardoor weer andere organen worden aangesproken om te helpen.

Een orgaan kan het ziek zijn uiten door een gebrek aan warmte en energie of door een gebrek aan bloed en lichaamssappen, afhankelijk van de oorzaak van de ziekte.

Om de zieke organen te helpen er weer bovenop te komen kan je voedsel eten dat je weer extra warmte of juist lichaamssappen geeft. Voedingsmiddelen die een neutrale thermische werking hebben, brengen in het geval van gebrek aan warmte en energie juist warmte en in het geval van gebrek aan bloed en lichaamssappen (verhit), verkoeling. Daarom is het eten van producten die thermisch neutraal zijn altijd goed.

imageDe Chinese geneesheren kenden door ervaring, observatie en intuïtie de thermische werking van de voedingsmiddelen, maar de wetenschappelijke wereld wilde een verklaring. Die is te vinden in de hoeveelheden kalium en natrium dat een product bevat. Kalium staat voor afkoelend, natrium voor verwarmend. Een neutraal product heeft een kalium-natrium verhouding van 5:1. Is het kaliumaandeel kleiner dan 5, dan is het voedingsmiddel verwarmend, en dus goed voor mensen die een gebrek aan warmte en energie hebben. Ligt de hoeveelheid kalium boven de 5 dan is het product afkoelend, en dus goed voor mensen die een gebrek aan bloed en/of lichaamssappen hebben. Sinaasappels bijvoorbeeld hebben de verhouding 570:1 en zijn dus zeer afkoelend. Je kunt als stelregel aanhouden dat producten die veel (tropische) zon nodig hebben om te groeien verkoelender zijn dan producten die in een koeler klimaat kunnen groeien. Groenten die vorst kunnen doorstaan zijn over het algemeen verwarmend. Ook een hoog watergehalte is een teken van een afkoelende werking. Snel uit de grond getrokken groente bevatten meer vocht dan biologisch geteelde groente en zijn dus meer afkoelend dan biologische groente.

Elk orgaan heeft een partnerorgaan en samen horen ze bij een van de elementen hout, vuur, aarde, metaal of water. Ook de voedingsmiddelen horen tot één van die elementen. Het eten van voedingsmiddelen die bijvoorbeeld bij het element aarde horen hebben invloed op het orgaan dat bij het element aarde hoort. De thermische werking van de voedingsmiddelen is onderverdeeld in heet, warm, neutraal, verfrissend of koud. Hieronder volgt in het kort informatie over de elementen, hun bijbehorende organen en een aantal verwarmende, neutrale en verkoelende voedingsmiddelen.

Hout
Lever en galblaas vormen samen het element hout, ook wel boom genoemd. Peterselie, gort, kip en azijn zijn voorbeelden van hout-verwarmende producten. Hout-verkoelende voedingsmiddelen zijn spruitjes, zuurkool, appels, sinaasappels, zure zuivelproducten. Problemen met de lever uiten zich onder andere in problemen met het zien. De smaak die bij het element hout hoort is zuur.

Vuur
Het element vuur hoort bij de organen hart en dunne darm. Alle stoornissen en positieve invloeden die zich in een ander orgaan voordoen, worden door het hart geregistreerd en door middel van de tong zichtbaar gemaakt. Geiten- en schapenkaas en -melk, granenkoffie, oregano, paprikapoeder, rozemarijn en tijm zijn voorbeelden van vuur verwarmend producten
Vuur-neutraal zijn rode kool en veldsla. Vuurverkoelende voedingsmiddelen zijn andijvie, sla, rode biet, grapefruit. De smaak bitter hoort bij het element vuur.

Aarde
In de Traditionele Chinese Gezondheidsleer worden de milt en de pancreas als één orgaan gezien. Bij milt/pancreas hoort de maag en samen horen ze bij het element aarde. Een zwakke maag en milt/pancreas uit zich onder andere in depressiviteit en ongeconcentreerdheid. Venkel(thee), pompoen en kastanje zijn voorbeelden van aarde-verwarmende producten. Deze producten hebben een prettig bij-effect, je krijgt minder snel zin in zoete dingen. Kool, wortelen, snij- en sperziebonen, eieren, zoethout en sesam zijn aarde-neutraal. Ze hebben een evenwicht herstellende functie voor de maag en milt/pancreas. Aardeverfrissende voedingsmiddelen zijn bijvoorbeeld courgette, paprika, cashewnoten, gistbrood. De smaak die bij het element aarde hoort is zoet.

Metaal
De dikke darm en de longen horen bij het element metaal. Problemen met de dikke darm uiten zich vaak in huidproblemen: acne, eczeem, zweten of jeukende plekken. Metaal-verwarmende producten zijn specerijen als cayennepeper, kruidnagel, nootmuskaat en anijs. Uien, knoflook, basilicum, bieslook, geelwortel, gember, komijn en koriander zijn voorbeelden van metaal-neutrale voedingsmiddelen. Metaal verkoelend zijn radijs, koolraap, tuinkers en pepermunt. De smaak die bij het element metaal hoort is scherp.

Water
Nieren en blaas zijn de organen die horen bij het element water. De nieren zijn een opslagplaats voor energie in het lichaam. Problemen met de nieren uiten zich onder het oog in donkere of opgezette wallen en gebrek aan seksuele lust en angst gevoelens. Water-verwarmende producten zijn onder andere aal, baars, forel, zalm en tonijn. Water-neutrale producten zijn tuinbonen, erwten, linzen, rode sojabonen en adzukibonen. Voorbeelden van water verkoelende voedingsmiddelen zijn miso, sojasaus, kombu, en mineraalwater. De smaak die bij het element water hoort is zoutig.
Het is niet gemakkelijk om zelf uit te vinden of je organen teveel aan warmte of een teveel aan bloed en sappen hebben. Dat kan je het best door een deskundige laten uitzoeken. Want als je bijvoorbeeld teveel warmte toevoegt kunnen je organen juist oververhit raken. Je kunt wel altijd veilig neutrale voedingsmiddelen eten.

5 elementen

5 elementen hout vuur aarde metaal water

jaargetijde lente zomer nazomer herfst winter
klimaat

wind hitte vochtigheid droogte koude
kleur

groen rood geel wit zwart
yin-orgaan

lever hart milt longen nieren
yang-orgaan

galblaas dunne darm maag dikke darm blaas
zintuig

zien spreken proeven ruiken horen
smaak

zuur bitter zoet scherp zoutig
emoties

drift
grootmoedigheid
tolerantie vreugde
intelligentie
intuïtie verstand
stabiliteit
piekeren bedroefdheid
vertrouwen
rechtvaardigheid angst
moed
bescheidenheid

Voedingssuppletie kan leiden tot zeer hoge besparingen op onze ziektekosten

 

Wetenschappelijke studies – o.a. uitgevoerd door het Dr. Rath Research Instituut in het Amerikaanse California – tonen aan dat door een preventief gebruik van macro- en micronutriënten zeer hoge besparingen op de zorgkosten gerealiseerd kunnen worden. Ook in Nederland uitgevoerde onderzoeken tonen dergelijke positieve resultaten, maar laten eveneens zien dat het grote aantal 65-plussers dat lijdt aan ondervoeding geholpen kan worden door het gebruik van macro- en micronutriënten.

De besparingen die op jaarbasis gerealiseerd kunnen worden bij het gebruik van voedingssupplementen zijn meer dan indrukwekkend. Sterker nog, het blijft ongelooflijk dat wij deze bespshutterstock_76156198aringen zo aan ons voorbij laten gaan. Al weten we allemaal dat de farmaceutische industrie hier een hele dikke vinger in de pap heeft en alles in het werk stelt om het gebruik van preparaten met extra micro- en macronutriënten zo veel mogelijk te voorkomen.

Prognose 2013-2020

Een analyse van het Amerikaanse bureau Frost & Sullivan geeft een prognose omtrent de mogelijke kostenbesparingen in de periode tot 2020 door het toepassen van omega 3-vetzuren en B-vitamines bij hart- en vaatziekten. Een dagelijkse preventieve inname van voldoende omega 3-vetzuren kan een jaarlijkse besparing op de ziekenhuiskosten van gemiddeld twee miljard dollar opleveren. De netto-besparingen op ziekenhuiskosten voor hart- en vaatziekten, minus de kosten voor visoliesuppletie, bedragen in dezelfde periode bijna 4 miljard dollar.

Vitamine B

Het preventieve gebruik van de vitamines B6, B12 en foliumzuur zou leidden tot een jaarlijkse besparing van ongeveer anderhalf miljard dollar op de ziekenhuiskosten. Een  preventief gebruik van een totaal pakket aan vitamines zou in de periode tot 2020 een totale besparing van meer dan 5 miljard dollar opleveren. Alleen al op het gebied van hart- en vaatziekten kan bij een preventief gebruik van voedingssuppletie in de periode tot 2020 netto liefst 9 miljard dollar worden bespaard.

Indrukwekkende besparingen

Deze cijfers tonen nadrukkelijk aan dat bij gebruik van voedingssuppletie in de juiste verhoudingen de ziektekosten aanzienlijk kunnen worden verlaagd. Dat is echter niet de enige winst die wordt geboekt bij het preventief gebruik van voedingssuppletie. Niet alleen wordt de kans op complicaties na medische ingrepen verkleind, ook de opnameduur in een ziekenhuis kan aanzienlijk worden beperkt. Onderzoeken laten zien dat een kostenbesparing van 10% gerealiseerd wordt wanneer de suppletie in een periode van zes maanden vóór, tijdens en nà een medische ingreep wordt toegediend. Tevens werden met voedingssuppletie gunstige klinische effecten gerealiseerd, verbeterde de levenskwaliteit en was de kans op postoperatieve complicaties en infecties kleiner. Ook bij mensen met een verhoogd risico op ondervoeding heeft voedingssuppletie een positief effect.

Wanneer we al deze indrukwekkende besparingen in ogenschouw nemen, is het de allerhoogste tijd ons te beraden over ons huidige zorgstelsel, dat weinig aandacht heeft voor preventie. Maar daarnaast is het aan ons persoonlijk om ons te verdiepen in het verminderen van de gezondheidsrisico´s en optimalisatie van onze levensvreugde bij het gebruik van voedingssuppletie. Begin er vandaag mee!

Bron

Wetenschap maakt nederland ondervoed

image

Eerste man waarmee ik in aanraking ben gekomen vwb orthomoleculaire geneeskunde

Op wetenschap gebaseerde voedingsadviezen zouden dertig jaar achter de feiten aanlopen en voor duizenden doden per jaar zorgen. De wetenschap moet stoppen met op de rem te trappen. Dat zei Gert Schuitemaker dinsdagavond bij “It’s the food, my friend”.

Tijdens het derde voedseldebat in De Rode Hoed ging het over de invloed van voeding op gezondheid en (wan)gedrag. Gert Schuitemaker, orthomoleculair farmaceut, tevens doctor in de Geneeskunde, betoogde dat Nederlanders ondervoed zijn en dat de wetenschap met zijn voedingsadviezen dertig jaar achter de feiten aanloopt. Als je weet dat in 1965 al duidelijk was dat een tekort aan foliumzuur kan leiden tot baby’s met open ruggetjes, en dat het tot 1991 heeft geduurd voor men moeders extra foliumzuur begon te geven, is het – zo meent Schuitemaker – een slecht idee om te wachten tot de wetenschap zich uitspreekt.

Nederland is ondervoed
Schuitemaker herinnerde eraan dat in een advies van de Gezondheidsraad in 2002 al stond dat maar 2% van alle Nederlanders zich aan de Richtlijnen Goede Voeding houdt. En zelfs als je je aan die richtlijnen houdt, krijg je niet voldoende ijzer, foliumzuur, selenium, zink, vitamine A en vitamine D binnen, gaf het Voedingscentrum toe. Als je praktisch bent, zijn supplementen de logische manier om nutriëntentekorten aan te pakken, concludeert Schuitemaker. Bejaarden zijn een grote risicogroep, maar zeker niet de enige. De nieuwste voedingsadviezen noemt Schuitemaker “een ‘ramp’ voor de gezondheid van de Nederlander. Daarnaast zijn er in de gezondheidszorg al 17.000 tot 20.000 vermijdbare doden per jaar.”

Betere voeding leidt tot beter gedrag
Schuitemaker droeg sprekende voorbeelden aan van de invloed van voeding op gedrag bij gevangenen en kinderen. Zowel in scholen als gevangenissen kan betere voeding tot duidelijke gedragsverbeteringen leiden, stelde Schuitemaker, ook al durft de wetenschap dit nog niet aan. Toch is er wetenschappelijke onderbouwing voor en zijn de praktijkvoorbeelden duidelijk genoeg. In zijn online bibliotheek biedt Schuitemaker samenvattingen van honderden wetenschappelijke voedingsonderzoeken aan waarin een verband wordt gelegd tussen voeding en allerlei ziekten en gedragsstoornissen.

renger witkamp
Renger Witkamp
Witkamp stelt dat de supplementenhandel net als de farmaceutische industrie kan leiden tot “pillen-denken”
“Supplement moet geen aflaat worden”
Renger Witkamp, hoogleraar voeding en farmacologie aan de WUR, reageert op het betoog van Schuitemaker met wetenschappelijke reserve. Hij waarschuwt voor een reductionistische nadruk op supplementen en stelt dat de supplementenhandel net als de farmaceutische industrie kan leiden tot “pillen-denken”. In zijn presentatie toont hij een middeleeuwse aflaat: die functie mogen supplementen niet krijgen, voeding en levensstijl hebben een veel bredere invloed. Wat betreft de financiering van voedingsonderzoek kaart Witkamp een ernstig probleem aan: wetenschappelijk onderzoek krijgt alleen geld van de overheid als het bedrijfsleven erbij betrokken is. Dat is niet de schuld van de universiteit, maar hard overheidsbeleid dat de wetenschappelijke vleugels kortwiekt.

ap_zaalberg
Ap Zaalberg
Dat er nog steeds geen beleid is rond deze bevindingen, tot frustratie van Schuitemaker, is een keuze van Zaalberg zelf, die het onderzoek niet voldoende vindt om er beleid op te baseren.
“Meer onderzoek nodig”
De laatste spreker, Dr. Ap Zaalberg, werkt voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie aan onderzoek naar de relatie tussen voeding en gedrag in gevangenissen. Na eerdere onderzoeken in de VS (1981-1998) en Engeland (2002) toonde hij in 2007 ook in Nederland aan dat misdragingen van gevangenen afnamen als ze voedingssupplementen kregen. Dat er nog steeds geen beleid is rond deze bevindingen, tot frustratie van Schuitemaker, is een keuze van Zaalberg zelf, die het onderzoek niet voldoende vindt om er beleid op te baseren. “Er zijn nog teveel vragen open. Hoe werken micronutriënten? Wat is de optimale dosering?” In plaats van vitaminen te gaan verstrekken in gevangenissen, wil Zaalberg eerst een pilot-project doen in zeven nieuwe gevangenissen en jeugdinrichtingen.

Geen discussie over eetgedrag?
In de zaaldiscussie roept Femke de Boer van YFM de vraag op hoe men eetgedrag bij burgers kan veranderen, als slechts 2% van alle Nederlanders verantwoord eet. Bijna iedereen maakt immers al goede voornemens. De vraag wordt terzijde geschoven door Gert Schuitemaker, gesteund door gespreksleider Felix Rottenberg. “Ik wil het vandaag graag hebben over mijn punt dat de wetenschap het tempo ophoudt, en over de onwetendheid van beleidsmakers.”
In de naborrel komen veel mensen alsnog terug op dit thema.

Eetgedrag is psychologisch complex
Jeanne Hoogers, journaliste en psychologe: “Gedrag is complexer is dan hier werd gesuggereerd, dat geldt zeker voor eetgedrag. Je kunt eetgedrag bijna niet veranderen. Wie zorgt dan dat we die supplementen gaan eten? Eten is ook jezelf belonen, jezelf straffen. Daaraan werd voorbijgegaan. Ik vond het debat wat onhandig in die zin.”

“Je kunt eetgedrag praktisch beïnvloeden”
Heleen Prins, BSc biomedische wetenschappen, organisator bij de YFM Academy: “Het ging veel over wat er mis is met onze voedingspatronen, en te weinig over wat we eraan kunnen doen. Het is niet genoeg om een step-up programma aan te bieden. Het zou interessant zijn geweest om meer te kijken naar nudges, naar hands-on manieren waarop je eetgedrag kunt beïnvloeden. Bijvoorbeeld de groente vooraan zetten in de kantine, kleinere borden gebruiken, supermarkten anders indelen. Het gevaar van het denken in supplementen is dat je andere aspecten van eten uit het oog verliest, die even goed invloed hebben op gezondheid en gedrag. De vergelijking tussen kerkelijke aflaten en voedingssupplementen van Renger Witkamp vond ik daarom een mooie stijlfiguur.”

Medisch onderwijs schiet tekort
Guusje Segond von Banchet, verpleegkundige, volgt de YFM Academie: “Als verpleegkundige word je opgeleid in ziektebeelden en behandeling, niet in preventie. Ik heb twee maanden het vak diëtetiek gehad, maar daarbij ging het alleen over nutriënten, niet over eten in een breder verband. Terwijl allerlei andere aspecten van eten minstens evenveel invloed hebben op gezondheid en herstel. In het Radboudziekenhuis in Nijmegen is een proef gedaan waarbij de patiënten meerdere keer per dag vers eten kregen van Maison De Boer, à la carte, dat werkte sterk bevorderend voor het herstel. Maar dat weet ik omdat mijn vader daar is behandeld. Ik heb gemerkt dat voeding in geneeskundige kringen alleen serieus wordt genomen als het over herstel gaat, anders wordt het al snel geassocieerd met een oosterse leefwijze of kwakzalverij.”

Ook op de lagere school geen aandacht voor thema
Guusje vervolgt: “Op de basisschool heb ik alleen geleerd om een verband te leggen tussen eten en dik zijn. Waarom heb ik niet geleerd dat gezond eten ook invloed heeft op de gezondheid van je bloedvaten en allerlei andere aspecten van gezondheid en psyche? Ik weet van een school in Rotterdam waar de leerlingen leren tuinieren, maar ook samen gaan koken en eten. Zo kun je aandacht besteden aan het bredere belang van goed eten.”

Als iedereen hier al ondervoed is, wat verstaat men dan eigenlijk onder ondervoeding?
Zijn we geëvolueerd om ondervoed te zijn?
Hilde Segond von Banchet, hoofd communicatie YFM, stelde tijdens het debat een vraag waarop geen antwoord kwam: “Het was jammer dat ik geen antwoord kreeg op mijn vraag over de oermens. Als wij supplementen moeten slikken, hoe kreeg de oermens dan voldoende voedingsstoffen binnen? Is de mens niet geëvolueerd met schaarste en eenzijdige beschikbaarheid van voedsel? Ik ben ook benieuwd naar de 2% van alle mensen die voldoende voedingsstoffen binnenkrijgen, wie dat dan zijn en hoe ze dat voor elkaar krijgen. Als iedereen hier al ondervoed is, wat verstaat men dan eigenlijk onder ondervoeding?”

“Weston Price wist het al in de jaren ’30”
Sharon en Colja, belangstellende burgers: “Wij horen waarschijnlijk tot die 2% van de bevolking die alle voedingsstoffen binnenkrijgen. We zijn erg geïnteresseerd in voeding en gezondheid, ook met het oog op onze kinderen. Het is niet nodig om dertig jaar op een wetenschappelijk verhaal te wachten. Soms moet je ook voor je gut feeling gaan. Een onderzoeker die deze avond niet aan bod kwam is Weston Price, die in de jaren ’30 al voedingsonderzoek deed in Afrika. Hij liet zien dat er een sterke correlatie is tussen voeding, de kwaliteit van het gebit en gezondheid. Bijna alle kinderen dragen tegenwoordig een beugel, dat heeft ook iets met voeding te maken.”

Alie Wouda

bron: foodblog.nl

 

Omega 6 vetzuren echt niet zo goed

Zonnebloemolie (linolzuur) waarschuwing

Zonnebloemolie, dat veel linolzuur (omega-6 vetzuur) bevat, blijkt volgens de laatste wetenschapimagepelijke inzichten het risico op hart- en vaatziekten te verhogen. Het is daarom vreemd dat het Voedingscentrum zonnebloemolie nog steeds in de schijf van 5 heeft opgenomen. Gelukkig bestaan er voldoende andere vetten die wel goed zijn voor onze gezondheid
Help anderen met hun gezondheid en deel deze informatie

Zonnebloemolie (omega-6 = linolzuur) verhoogt het risico op hart- en vaatziekten
Zonnebloemolie verhoogt het risico op hart- en vaatziekten

Meervoudige onverzadigde omega-6 vetzuren blijken ongezond
In 2013 komt de NOS met een werkelijk schokkend bericht: “Omega-6 mogelijk ongezond”1. Maar hoe kan dat nu omega-6 is toch een meervoudig onverzadigd vet? Dat was toch, volgens het Voedingscentrum, erg gezond? De NOS schrijft echter: “Een nieuwe analyse van oude data laat zien dat hartpatiënten die verzadigde (dierlijke) vetten door plantaardige onverzadigde vetten met omega-6-vetzuur vervangen een grotere kans hebben om te sterven aan hart- en vaatziekten“,
De NOS besluit dit artikel over omega-6 met: “Volgens de onderzoekers kan deze conclusie grote gevolgen hebben voor dieetadviezen en gezondheidsaanbevelingen wereldwijd.”
De NOS baseert deze uitspraken op een meta-analyse waarin opnieuw gekeken werd naar de gegevens die verzameld waren in de Sydney Diet Heart Study, waarbij in een periode van zeven jaar in totaal 458 deelnemers betrokken waren. In dit onderzoek werd ontdekt dat deelnemers die verzadigd vet door onverzadigd omega-6 vet (linolzuur) vervingen een grotere kans hadden om aan een hart- of vaatziekte te overlijden2. Dat is vreemd want het Voedingscentrum beweert toch al 40 jaar het omgekeerde: “verzadigd vet is verkeerd en onverzadigd vet is oke“.
De reactie van het Voedingscentrum op het bericht van de NOS
Het Voedingscentrum reageert als volgt op de berichtgeving van de NOS: “Omega-6-vetzuren in halvarine, zoals linolzuur, kan je gewoon op brood eten. Een laagje halvarine is juist goed voor je“3. Ze staan dus totaal niet open voor dit nieuwe onderzoek en melden ook: “Eén onderzoek is geen onderzoek“. Het Voedingscentrum “vergeet” hier echter te melden dat er nog een ander groot onderzoek beschikbaar is waarbij meer dan 11.000 personen betrokken waren. In dit onderzoek wordt ook melding gemaakt van de schadelijke effecten van omega-6 op onze gezondheid4.
Zonnebloemolie bestaat voor meer dan 60% uit omega-6 = linolzuur
Zonnebloemolie is opgenomen in de schijf van vijf De meta-analyse die door het Voedingscentrum niet wordt genoemd meldt dat proefpersonen die overschakelden naar omega-6 vetzuren een 13 % hogere kans hadden om ten gevolge van een hart- of vaatziekte te overlijden4. Dit is slecht nieuws voor de Nederlandse bevolking want het meest gegeten meervoudige onverzadigde vet, zonnebloemolie, bevat meer dan 60% omega-6 (linolzuur)5.
Als een geneesmiddel 13% meer doden zou veroorzaken dan zou het uit de handel genomen worden. Dus je zou verwachten dat het Voedingscentrum op zijn minst vraagtekens zet achter producten met zonnebloemolie maar het omgekeerde gebeurt. Omega-6 wordt als gezond aangeprezen en zonnebloemolie wordt zelfs opgenomen in de schrijf van vijf6.
Bovendien geeft het Voedingscentrum Becel Omega3plus het “Ik Kies Bewust logo” terwijl dit product 16 x meer ongezonde omega-6 (zonnebloemolie) bevat dan gezonde omega-37. De naam van dit product is dan ook zeer misleidend.
De gezondheidsraad schrijft over het Ik Kies Bewust logo: “Bij de criteria die voor het Ik Kies Bewust logo worden toegepast vormt het bestaande productassortiment het belangrijkste uitgangspunt* en niet – zoals bij de voedingsvoorlichting – het huidige voedingspatroon in Nederland en de gewenste verbeteringen daarin”8. Met andere woorden het “ik kies bewust logo” wordt gebruikt om de verkoop van een bestaand product te stimuleren en niet, zoals het Voedingscentrum ons doet geloven, de Nederlander gezondere keuzes te laten maken.
Verzadigd vet blijkt het risico op hart- en vaatziekten niet te verhogen

Dus als je verzadigd vet vervangt door onverzadigde omega-6 vetzuren, zoals in zonnebloemolie, dan wordt het risico om te sterven ten gevolge van een hart- en vaatziekte groter. Maar hoe zit het dan met het advies van het Voedingscentrum “Onverzadigd vet = Oké en Verzadigd vet = Verkeerd” dat al decennia lang wordt gegeven?9,10. Het antwoord hierop is zeer onthutsend. Dit advies blijkt verkeerd te zijn. Onderzoek geeft namelijk aan da er geen relatie is tussen de inname van verzadigd vet en hart- en vaatziekten.
Drie grote meta-analyses waarbij 1,3 miljoen personen betrokken waren concluderen dat verzadigd vet de kans op hart- en vaatziekten niet vergroot11-13. Dus als u het advies van het Voedingscentrum volgt en denkt dat verzadigd vet slecht is en onverzadigd vet goed dan maakt u de verkeerde voedingskeuzes en heeft u een hoger risico op hart- en vaatziekten.
Omega-6 / omega-3 ratio is belangrijk als het om uw gezondheid gaat

Oergenetisch gezien is een optimale verhouding 1 : 1
Hoe kan het op het gebied van voedingsadvies zo fout gaan in Nederland? Een onderzoek uit 2010 laat heel goed zien hoe dat komt4. De conclusie van het onderzoek is dat de kans op een hart- en vaatziekten:
met 22% OMLAAG ging in de groep die zowel omega-3 als omega-6 gebruikten
en met 13% OMHOOG ging in de groep die alleen omega-6 gebruikten

Essential Fats That May Help Regulate Inflammation

The Omega Balance: : Getting Smart about Inflammation
Omega-3 en omega-6 zijn beide essentiële vetzuren. Het lichaam kan deze vetten dus niet zelf maken maar moeten uit voeding verkregen worden. We hebben deze vetzuren beide nodig maar wel in een de juiste verhouding. Dus als je onbewust voedingskeuzes maakt waardoor je voornamelijk omega-6 binnen krijgt gaat het fout.
Genetisch lijken we nog heel erg op de oermens14. We zijn daardoor eigenlijk nog steeds niet aangepast op het huidige westerse voedingspatroon15. En dat betekent dat een omega-6 / omega-3 ratio oergenetisch gezien 1:1 optimaal voor ons zou zijn16,17. Helaas is de verhouding omega-6 / omega-3 in onze voeding opgelopen tot een ongezonde 16 : 116. Sommige onderzoeken spreken zelfs over een verhouding van 25 : 117 Dat is slecht nieuws want een hoge omega-6 / omega-3 ratio verhoogt het risico op ernstige ziekten zoals hart- en vaatziekten en botontkalking18.
Misschien denkt u, ik eet gezond dus mijn omega ratio zal goed zijn. Maar zelfs als u de zonnebloemolie heeft weg gegooid kunt u toch nog veel omega-6 binnen krijgen. Bijvoorbeeld via brood. De omega-6 inname is door verschillende oorzaken de laatste jaren drie keer zo groot geworden19.
Omega-3 remt ontsteking, omega-6 bevordert ontsteking
Hoe kan het dat een hoge omega-6 / omega-3 ratio zo slecht voor ons is? Het zijn tenslotte beide essentiële vetzuren, we hebben ze toch nodig! Dat komt omdat omega-3 vetzuren ontstekingsreacties in het lichaam remt en omega-6 de ontstekingsreacties bevordert20-24. Een hoge omega-6 / omega-3 ratio kan zelfs een laaggradige systemische ontsteking in het lichaam op gang brengen waardoor het risico op bijvoorbeeld diabetes type 2 toeneemt24,25. Het zal u misschien niet verbazen dat door een hoge inname van linolzuur (omega-6) in zonnebloemolie het risico op atherosclerose, een ziekte die wordt veroorzaakt door een laaggradige ontsteking, wordt verhoogd26-32. Atherosclerose is de oorzaak van vele vormen van hart- en vaatziekten.
Gezonde voedingskeuzen

Gebruik geen zonnebloemolie
Gebruik meer olijfolie

Zonnebloemolie bevat veel te veel linolzuur dat het risico op hart- en vaatziekten verhoogt. Daarom is het beter om olijfolie te gebruiken. Olijfolie is een onderdeel van de mediterrane voeding. Er zijn heel veel wetenschappelijke publicaties beschikbaar die aantonen dat het gebruik van olijfolie het risico op hart- en vaatziekten vermindert36-41. Het is niet verstandig om olijfolie sterk te verhitten. U moet ruim onder de rookgrens blijven. Als u met een hogere temperatuur wilt bakken kunt u beter roomboter of kokosvet gebruiken.
Gebruik ook kokosvet

Er zijn verschillende onderzoeken die aangeven dat kokosvet het risico op een hart- vaatziekten verlaagt44-46. Kokosvet is een Medium Chain Triglyceride (MCT). Het is dus geen verzadigd vet maar ook geen onverzadigd vet. Kokosvet zit er eigenlijk tussen in46. Het Voedingscentrum geeft over kokosvet het verkeerde advies. Ze schrijven: “Kokosvet bevat het meeste verzadigd vet van alle vet- en oliesoorten. Verzadigd vet staat erom bekend niet goed te zijn voor de gezondheid. Het verhoogt het risico op hart- en vaatziekten“49. Met deze uitspraak maakt het Voedingscentrum twee fouten: (1) verzadigd vet verhoogt het risico op hart- en vaatziekten niet en (2) kokosvet is geen verzadigd vet maar een MCT50.
Natuurlijke behandeling van (chronische) ziekten: Becel omega-3 plus is erg ongezond
Bevat 16 x meer ongezonde omega-6 dan gezonde omega-3
Ook als je wilt afvallen is kokosvet een goede keuze. Het verhoogt de verbranding waardoor u per dag meer calorieën verbrandt47,48. Kokosvet kan, net als roomboter, bij het bakken en braden gebruikt worden. Kokosvet blijft ook bij hoge temperaturen stabiel. Kokosvet kan met en zonder kokossmaak worden gekocht.
Gebruik geen margarine maar roomboter
Margarines worden van zonnebloemolie (linolzuur, omega-6) gemaakt door middel van hydroginering34. Een hoge inname van zonnebloemolie verhoogt, zoals u heeft kunnen lezen, het risico op hart- en vaatziekten. Margarines bevatten ook transvetten. Deze schadelijke vetten ontstaan als er van een olie een smeerbare margarine wordt gemaakt33. Transvetten zijn zeer schadelijk voor onze gezondheid en zouden mogelijk het risico op hart- en vaatziekten en diabetes type 2 kunnen verhogen36,37. Een grote meta-analyse geeft dan ook aan dat transvetten het best vermeden kunnen worden door margarines te laten staan35.
Er blijkt geen relatie te bestaan tussen verzadigd vet en hart- en vaatziekten. Gebruik daarom geen margarine maar roomboter voor uw boterham en gebruik ook roomboter voor het bakken en braden. Roomboter is een verzadigd vet dat zeer stabiel blijft, ook bij hoge temperaturen.
Eet meer omega-3 vetten en minder omega-6
Er zijn twee belangrijke groepen omega-3 vetzuren, de plantaardige alfa linoleenzuur (ALA) en de visvetten eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA)51. De plantaardige ALA komt voor in vlaszaadolie en in groene bladgroente zoals spinazie, maar ook in walnoten. ALA moet in het lichaam worden omgezet in EPA en DHA voordat het nuttig gebruikt kan worden. Gemiddelde omzettingspercentages liggen rond 6% voor de omzetting van ALA naar EPA en 3.8% voor de omzetting naar DHA. Bij een hoge omega-6 vetzuurinname dalen deze gemiddelde percentages met 40-50%51. Plantaardige omega-3 is dus niet echt effectief bij het verlagen van de omega-6 / omega-3 ratio. U kunt beter kiezen voor visvetten.
Eet minder brood: alle granen, dus ook brood, bevatten veel omega-6 vetzuren. Als u uw vetzuren in balans wilt brengen is het daarom verstandig om minder brood te eten.
De visvetten EPA en DHA verlagen het risico op hart- en vaatziekten52-56. 2 – 3 maal vette vis per week is aan te bevelen. Als u geen vis lust dan is het verstandig om een visoliesupplement te gebruiken. Want ook van visoliesupplementen is bewezen dat het het risico op hart- en vaatziekten verlaagd56.
Overweeg mediterrane of paleontische voeding
Over mediterrane voeding zijn vele wetenschappelijke publicaties beschikbaar die melden dat deze voedingswijze zeer gezond is57-63. De mediterrane voedingswijze blijkt bijvoorbeeld het risico op een hart- en vaatziekten te verlagen57-60. Maar dat is niet het enige gezonde aspect van de mediterrane voedingswijze, het blijkt ook het risico op het metabole syndroom en diabetes type 2 te verlagen61,62. Het metabole syndroom wordt gezien als het voorstadium van diabetes type 2.
Overweeg de mediterrane voeding
Mediterrane voeding is rijk aan groenten, fruit, granen, peulvruchten, vis en olijfolie en bevat weinig vlees en zuivelproducten
De Universiteit van Wageningen schrijft over de mediterrane voeding het volgende “Ouderen die zgn. Mediterrane voeding gebruiken, leven gemiddeld langer dan generatiegenoten die een ‘gewoon’ voedingspatroon hebben“63. Dus het is beslist niet “te laat” als u besluit op deze manier te gaan eten.
Boerenkool met worst: Er zijn geen onderzoeken beschikbaar die melden dat de typische Nederlandse voeding gezond is. Er zijn wel onderzoeken die aangeven dat bewerkt vlees zoals rookworst, het risico op darmkanker vergroot. De NOS meldt in 2015: “Volgens de WHO verhoogt het dagelijks eten van 50 gram bewerkt vlees de kans op het ontwikkelen van darmkanker met 18 procent ten opzichte van mensen die niet zo veel bewerkt vlees eten”. Het is maar dat u het weet66,67.
U kunt ook een paleontische voedingswijze adopteren. Dan eet u in harmonie met uw (oer)genen. Tenslotte lijken we als mens genetisch nog steeds als twee druppels water op de oermens. Een paleontische voedingswijze verlaagt ook het risico op hart- en vaatziekten65
PubMed wordt gebruikt als bron voor het onderzoek
Wetenschappelijk onderzoek over zonnebloemolie

Alle beweringen in dit artikel worden met wetenschappelijk onderzoek onderbouwd. De kleine cijfertjes op deze pagina geven aan welk onderzoek gebruikt werd. U kunt dit onderzoek online nalezen op de pagina wetenschappelijk onderzoek.

bron: pilliewillie

Heb je magnesium te kort?

alles-is-liefde.nl - Doe de Magnesium zelftest

Symptomen van te magnesiumtekort zijn spierkrampen, slecht slapen en chronische pijn. Het is verstandig om zeker te weten dat je genoeg magnesium binnen krijgt. Maar hoe weet je of je genoeg magnesium hebt binnengekregen?

Te weinig magnesium
Uit verschillende studies blijkt dat je waarschijnlijk te weinig magnesium binnen krijgt. Minder dan 30% van volwassenen krijgen genoeg magnesium binnen. Krijg ik genoeg magnesium? De bekendste methode om te achterhalen of je magnesiumpeil in orde is door een medische test te doen.

Testen
Via bloed kan achterhaalt worden hoeveel magnesium je hebt. Nadeel van deze testen is dat deze vaak misleidend zijn. Aangezien maar 1% van het magnesium in het bloed te vinden is, is het nog steeds onduidelijk wat je magnesiumpeil precies is. Wat moet je doen? Gelukkig kunnen we met een paar simpele vragen achterhalen of er sprake is van magnesiumtekort.
Vaak zie je dit aan de symptomen die zich dan voordoen. Als je weet welke signalen je moet interpreteren, weet je ook hoe en wanneer je de magnesiumbalans weer op orde kunt brengen.

Magnesiumtekort test
Als je JA op 1 van de volgende vragen antwoord, heb je een grote kans op magnesiumtekort.

1. Drink je regelmatig koolzuurhoudende dranken? De donkere gekleurde soda’s bevatten fosfaten.
Deze substanties binden zich met magnesium in het spijsverteringskanaal, zodat het onbruikbaar wordt voor het lichaam. Dus zelfs als je gebalanceeerd eet, kan het drinken van soda’s er voor zorgen dat magnesium niet wordt opgenomen. De gemiddelde consumptie van koolzuurhoudende dranken is meer dan 10 keer zo veel dan he was in 1940. Dit is een van de voornaamste redenen van magnesium en calcium tekort in je lichaam.

2. Eet je regelmatig gebakjes, taarten, desserts, snoep of andere zoete voedingsmiddelen?
Geraffineerde suikers bevatten geen magnesium. Nog erger: het zorgt er voor dat magnesium via je nieren wordt uitgescheden. Hoe meer zoet eten en geprocesseerd gebakken voedsel je eet, hoe groter de kans is dat je een tekort hebt aan magnesium.

3. Heb je veel stress in je leven of heb je recentelijk een grote medische ingreep gehad?
Beide fysieke en emotionele stress kan magnesiumtekort inleiden. Stress is een grote factor in het veroorzaken van magnesiumtekort. Een tekort aan magnesium kan het stressniveau weer vergroten!

In studies blijkt dat adrenaline en cortisol, bijproducten van de “vecht of vlucht” reactie die ook worden veroorzaakt bij stress, zijn mede de reden dat je magnesium level wordt verlaagd. Stressvolle situaties verbruiken meer magnesium. Uiteindelijk kan dit tot fysieke en psychologische problemen leiden.

4. Drink je koffie, thee of ander cafeïnehoudende dranken op dagelijkse basis.
Magnesium niveau worden voornamelijk door de nieren beïnvloed. Zij filteren en extraheren de overbodige magnesium en mineralen. Caffeine zorgt er weer voor dat de nieren deze magnesium weer ‘laten gaan’. Zonde! Als je veel koffie, thee en soda drinkt met cafeïne, heb je een grote kans op magnesiumtekort.

5. Gebruik je vochtafdrijvende pillen, hart medicatie, astma-medicatie, de pil of oestrogeen vervangende therapie?
Het effect van deze drugs leiden uiteindelijk tot een lager magnesiumniveau. De nieren scheiden deze stoffen dan sneller uit.

6. Drink je meer dan 7 alcoholische dranken per week?
Het effect van alcohol en magnesium is gelijk aan vochtafdrijvende middelen. Studies tonen aan dat 30% van de alcoholisten een magnesiumtekort heeft. Ook zal Vitamine D worden verlaagd.

7. Neem je calcium in zonder magnesium of neem je calcium in met magnesium met een te laag ratio (minder dan 1)?
Als je te weinig magnesium binnen krijgt, zal de inname van calcium het magnesiumgehalte nog verder doen dalen. Calcium inname kan dus een negatief effect hebben op je magnesiumgehalte.

8. Heb je last van:

  • Angst?
  • Tijden van hyperactiviteit?
  • Moeite met inslapen?
  • Moeilijk in slaap blijven?

Bovenstaande zaken kunnen aan een magnesiumtekort gekoppeld kunnen worden. Magnesium is essentieel voor de conditie van je zenuwen. Ook elektrolyse onbalans heeft effect op het zenuwsysteem. Te lage magnesiumniveau kan ook geassocieerd worden met persoonlijkheidsveranderingen en soms depressies.

9. Heb je last van:

  • Pijnlijke spierkrampen?
  • Spierkramp?
  • Fibromyalgie?
  • Facial tics?

Oog samentrekkingen, of onvrijwillige oogbewegingen? Neuronmusculaire symptomen zoals bovenstaand zijn de klassieke signalen voor een potentieel magnesiumtekort. Zonder magnesium zouden ons spieren in een constante staan van samentrekking zijn. Nogal pijnlijk. Magnesium is een essentieel element voor spierontspanning. Calcium zorgt er weer voor dat spieren samentrekken. Deze twee mineralen kun je zien als ‘broer en zus’.

10. Heb je 1 van bovenstaande vragen met Ja beantwoord en ben je ouder dan 55 jaar?
Oudere volwassen zijn kwetsbaarder voor een laag magnesiumgehalte. Ouder worden, stress en ziektes zorgen er allemaal voor dat het magnesiumgehalte wordt verlaagd. Ook krijgen ouderen minder magnesium binnen via voedsel dan vroeger.

Ook de opname van magnesium wordt minder als je ouder wordt. Als je op 1 van bovenstaande vragen met Ja hebt beantwoord, is er een grote kans dat je te weinig magnesium binnen krijgt. Wij raden aan om magnesium via de huid op te laten nemen, aangezien dit het grootste effect heeft.

Hoe kan ik magnesium toevoegen aan mijn lichaam?

  • Voeding: Magnesium kan aangevuld worden op verschillende manieren. Allereerst is er de mogelijkheid om veel meer magnesiumrijke voedingsmiddelen te eten.
  • Injectie: (intravaneus): Magnesium kan, indien de klachten daartoe aanleiding geven, ook via injectie of infuus worden toegediend, bijvoorbeeld om sneller te herstellen van een hartinfarct of complicaties tijdens de zwangerschap. Dit mag alleen worden uitgevoerd onder klinische omstandigheden.
  • Oraal (via de mond): Suppletie via het maag-darmkanaal. Bekend zijn tabletten op basis van magnesiumbiglycinaat (magnesium tabletten). Andere vormen zijn magnesiumcitraat, magnesiumaspartaat, magnesium tauraat, etc.
  • Huidopname: ‘Transdermale magnesiumtherapie’ berust op het vergroten van de hoeveelheid magnesium in het lichaam via de huid. Op deze manier wordt de hoeveelheid magnesium die voor de cellen beschikbaar is vergroot, zonder dat het maag- darm- kanaal wordt belast met het risico van bijverschijnselen. ‘Transdermaal magnesium’ heeft daardoor veel voordelen boven oraal toedienen van magnesium in de vorm van tabletten of capsules.
  • Inhalatie: Dat frisse zeelucht gezond is, wisten we al heel lang. Sinds kort weten we ook dat zeer fijne deeltjes die magnesiumchloride bevatten, daarin een belangrijke rol spelen. Onze longen blijken namelijk zeer goed in staat om magnesiumchloride op te nemen uit een aerosol, waarvan de deeltjes nog veel kleiner zijn dan in de fijnste nevel. Dit wordt ook wel ‘pulmonale opname’ genoemd.

Magnesium Producten voor de huid:

  • Magnesium spray
  • Magnesium Soak
  • Magnesium gel
  • Magnesium flakes
  • Magnesium Oil
  • Magnesium chloride

Webshop
Via een webshop kun je verschillende producten kopen om bijvoorbeeld een voetenbad of normaal bad te nemen. Een voetenbad kun je de eerste paar weken 2-3 keer per week doen, zodat het magnesiumgehalte weer op peil is. Daarna is 1-2 keer per week voldoende.

Symptomen van te magnesiumtekort zijn spierkrampen, slecht slapen en chronische pijn. Het is verstandig om zeker te weten dat je genoeg magnesium binnen krijgt. Maar hoe weet je of je genoeg magnesium hebt binnengekregen?

Te weinig magnesium
Uit verschillende studies blijkt dat je waarschijnlijk te weinig magnesium binnen krijgt. Minder dan 30% van volwassenen krijgen genoeg magnesium binnen. Krijg ik genoeg magnesium? De bekendste methode om te achterhalen of je magnesiumpeil in orde is door een medische test te doen.

Testen
Via bloed kan achterhaalt worden hoeveel magnesium je hebt. Nadeel van deze testen is dat deze vaak misleidend zijn. Aangezien maar 1% van het magnesium in het bloed te vinden is, is het nog steeds onduidelijk wat je magnesiumpeil precies is. Wat moet je doen? Gelukkig kunnen we met een paar simpele vragen achterhalen of er sprake is van magnesiumtekort.
Vaak zie je dit aan de symptomen die zich dan voordoen. Als je weet welke signalen je moet interpreteren, weet je ook hoe en wanneer je de magnesiumbalans weer op orde kunt brengen.

Magnesiumtekort test
Als je JA op 1 van de volgende vragen antwoord, heb je een grote kans op magnesiumtekort.

1. Drink je regelmatig koolzuurhoudende dranken? De donkere gekleurde soda’s bevatten fosfaten.
Deze substanties binden zich met magnesium in het spijsverteringskanaal, zodat het onbruikbaar wordt voor het lichaam. Dus zelfs als je gebalanceeerd eet, kan het drinken van soda’s er voor zorgen dat magnesium niet wordt opgenomen. De gemiddelde consumptie van koolzuurhoudende dranken is meer dan 10 keer zo veel dan he was in 1940. Dit is een van de voornaamste redenen van magnesium en calcium tekort in je lichaam.

2. Eet je regelmatig gebakjes, taarten, desserts, snoep of andere zoete voedingsmiddelen?
Geraffineerde suikers bevatten geen magnesium. Nog erger: het zorgt er voor dat magnesium via je nieren wordt uitgescheden. Hoe meer zoet eten en geprocesseerd gebakken voedsel je eet, hoe groter de kans is dat je een tekort hebt aan magnesium.

3. Heb je veel stress in je leven of heb je recentelijk een grote medische ingreep gehad?
Beide fysieke en emotionele stress kan magnesiumtekort inleiden. Stress is een grote factor in het veroorzaken van magnesiumtekort. Een tekort aan magnesium kan het stressniveau weer vergroten!

In studies blijkt dat adrenaline en cortisol, bijproducten van de “vecht of vlucht” reactie die ook worden veroorzaakt bij stress, zijn mede de reden dat je magnesium level wordt verlaagd. Stressvolle situaties verbruiken meer magnesium. Uiteindelijk kan dit tot fysieke en psychologische problemen leiden.

4. Drink je koffie, thee of ander cafeïnehoudende dranken op dagelijkse basis.
Magnesium niveau worden voornamelijk door de nieren beïnvloed. Zij filteren en extraheren de overbodige magnesium en mineralen. Caffeine zorgt er weer voor dat de nieren deze magnesium weer ‘laten gaan’. Zonde! Als je veel koffie, thee en soda drinkt met cafeïne, heb je een grote kans op magnesiumtekort.

5. Gebruik je vochtafdrijvende pillen, hart medicatie, astma-medicatie, de pil of oestrogeen vervangende therapie?
Het effect van deze drugs leiden uiteindelijk tot een lager magnesiumniveau. De nieren scheiden deze stoffen dan sneller uit.

6. Drink je meer dan 7 alcoholische dranken per week?
Het effect van alcohol en magnesium is gelijk aan vochtafdrijvende middelen. Studies tonen aan dat 30% van de alcoholisten een magnesiumtekort heeft. Ook zal Vitamine D worden verlaagd.

7. Neem je calcium in zonder magnesium of neem je calcium in met magnesium met een te laag ratio (minder dan 1)?
Als je te weinig magnesium binnen krijgt, zal de inname van calcium het magnesiumgehalte nog verder doen dalen. Calcium inname kan dus een negatief effect hebben op je magnesiumgehalte.

8. Heb je last van:

  • Angst?
  • Tijden van hyperactiviteit?
  • Moeite met inslapen?
  • Moeilijk in slaap blijven?

Bovenstaande zaken kunnen aan een magnesiumtekort gekoppeld kunnen worden. Magnesium is essentieel voor de conditie van je zenuwen. Ook elektrolyse onbalans heeft effect op het zenuwsysteem. Te lage magnesiumniveau kan ook geassocieerd worden met persoonlijkheidsveranderingen en soms depressies.

9. Heb je last van:

  • Pijnlijke spierkrampen?
  • Spierkramp?
  • Fibromyalgie?
  • Facial tics?

Oog samentrekkingen, of onvrijwillige oogbewegingen? Neuronmusculaire symptomen zoals bovenstaand zijn de klassieke signalen voor een potentieel magnesiumtekort. Zonder magnesium zouden ons spieren in een constante staan van samentrekking zijn. Nogal pijnlijk. Magnesium is een essentieel element voor spierontspanning. Calcium zorgt er weer voor dat spieren samentrekken. Deze twee mineralen kun je zien als ‘broer en zus’.

10. Heb je 1 van bovenstaande vragen met Ja beantwoord en ben je ouder dan 55 jaar?
Oudere volwassen zijn kwetsbaarder voor een laag magnesiumgehalte. Ouder worden, stress en ziektes zorgen er allemaal voor dat het magnesiumgehalte wordt verlaagd. Ook krijgen ouderen minder magnesium binnen via voedsel dan vroeger.

Ook de opname van magnesium wordt minder als je ouder wordt. Als je op 1 van bovenstaande vragen met Ja hebt beantwoord, is er een grote kans dat je te weinig magnesium binnen krijgt. Wij raden aan om magnesium via de huid op te laten nemen, aangezien dit het grootste effect heeft.

Hoe kan ik magnesium toevoegen aan mijn lichaam?

  • Voeding: Magnesium kan aangevuld worden op verschillende manieren. Allereerst is er de mogelijkheid om veel meer magnesiumrijke voedingsmiddelen te eten.
  • Injectie: (intravaneus): Magnesium kan, indien de klachten daartoe aanleiding geven, ook via injectie of infuus worden toegediend, bijvoorbeeld om sneller te herstellen van een hartinfarct of complicaties tijdens de zwangerschap. Dit mag alleen worden uitgevoerd onder klinische omstandigheden.
  • Oraal (via de mond): Suppletie via het maag-darmkanaal. Bekend zijn tabletten op basis van magnesiumoxide (magnesium tabletten). Andere vormen zijn magnesiumcitraat, magnesiumaspartaat, magnesium tauraat, etc.
  • Een magnesiumtablet van 500 mg magnesiumoxide bevat echter géén 500 mg magnesium. De werkelijke opname in het lichaam van magnesium via deze vorm ligt bovendien aanzienlijk lager dan het aantal mg van de tablet doet vermoeden door de vulstoffen die er worden gebruikt om de tablet te maken. Daarnaast spelen het maagzuur en de verdere spijsverteringsprocessen een belangrijke rol bij het verwerken van de magnesiumverbindingen.
  • Zo zal van bijvoorbeeld van 100 mg magnesiumtablet veelal maar 17mg magnesium daadwerkelijk worden opgenomen. Een ander verschijnsel bij oraal gebruik is dat de darmen er nogal wisselend op kunnen reageren en dat eventuele diarree dan juist tot extra verlies van magnesium leidt.
  • Huidopname: ‘Transdermale magnesiumtherapie’ berust op het vergroten van de hoeveelheid magnesium in het lichaam via de huid. Op deze manier wordt de hoeveelheid magnesium die voor de cellen beschikbaar is vergroot, zonder dat het maag- darm- kanaal wordt belast met het risico van bijverschijnselen. ‘Transdermaal magnesium’ heeft daardoor veel voordelen boven oraal toedienen van magnesium in de vorm van tabletten of capsules.
  • Inhalatie: Dat frisse zeelucht gezond is, wisten we al heel lang. Sinds kort weten we ook dat zeer fijne deeltjes die magnesiumchloride bevatten, daarin een belangrijke rol spelen. Onze longen blijken namelijk zeer goed in staat om magnesiumchloride op te nemen uit een aerosol, waarvan de deeltjes nog veel kleiner zijn dan in de fijnste nevel. Dit wordt ook wel ‘pulmonale opname’ genoemd.

Magnesium Producten voor de huid:

  • Magnesium spray
  • Magnesium Soak
  • Magnesium gel
  • Magnesium flakes
  • Magnesium Oil
  • Magnesium chloride

Vit B12 (Cobalamine)

VIT B12 TEKORT WAT KUNNEN DE SYMPTOMEN ZIJN?

  • Aantasting van de oogzenuwen
    Daardoor:

    • Vreemde oogtrillingen, lichtflitsen,
    • Optische neuropathie
    • Letsel van de optische oogzenuw,
  • Afname of verlies van gezichtsvermogen
  • Alzheimer
  • Ataxie
  • Duizeligheid
  • Gecombineerde strengziekte,
  • Gehoorproblemen
  • Gewrichtspijn, spierpijn,
  • Heel vaak moeten plassen,
  • Hoofdpijn
  • Hooggevoeligheid,
  • Hyperesthesie, zenuwpijn
  • Krampen, tintelingen
  • Lage rugpijn
  • Loopstoornissen
  • Maag(zuur)klachten
  • Migraine
  • Onverklaarbaar vallen, bot breken
  • Oogproblemen, maculadegeneratie
  • Oorsuizingen
  • Osteoporose
  • Ouderdomsklachten,
  • Parkinson
  • Restless leg syndrome; rusteloze benen
  • Verdoofd gevoel in ledematen,
  • Verlamming
  • Verzwakking
  • Vreemd gevoel in de voeten
  • Vroegtijdige veroudering
Deze info wordt u geboden door

Hart en vaatproblemen en vitamine B 12

Hart en vaatproblemen

Schermafbeelding 2015-01-15 om 21.08.12Een tekort aan vitamine B12 lijdt tot een verhoogde homocysteïnewaarde(*1) (Het normale homocysteïnegehalte in het bloed is voor mannen lager dan 16,4 micromol per liter (µmol/liter) en voor vrouwen lager dan 13,4 µmol/l.). Een verhoogde homocysteïnewaarde is een grote risicofactor voor hart- en vaatziekten (te vergelijken met een hoog cholesterolgehalte).

  • Benauwdheid en pijn op de borst
  • Bloedafwijkingen
  • Bloedproppen
  • Coronaire hartziekte
  • Diep veneuze trombose
  • Duizeligheid,
  • Hartaanval
  • Hart- en vaatproblemen
  • Hartkloppingen
  • Hartritmestoornissen
  • Longziekten; longembolie (bloedprop in longen)
  • Macrocytose (vergrote rode bloedlichaampjes)
  • Orthostatische hypotensie (te lage bloeddruk in staande houding, met flauwvallen als gevolg)
  • Pernicieuze anemie (kwaadaardige bloedarmoede)
  • Schildklierafwijkingen/ziekten
  • TIA, (mini-)beroerte/CVA
  • Vergrote milt of lever
  • Verhoogd homocysteïne-niveau,
  • Verhoogd risico op Cardiovasculaire aandoeningen,

*1 Homocysteïne is normaal gesproken in alle cellen aanwezig, maar slechts in geringe hoeveelheden. In gezonde cellen wordt homocysteïne snel omgezet in andere producten. Voor deze omzetting is actief foliumzuur nodig. Vitamine B12 en andere B vitamines zijn op hun beurt nodig om foliumzuur in zijn actieve vorm te houden.

Om homocysteïne laag te houden zijn foliumzuur, vitamine B12 en andere B-vitaminen noodzakelijk. We nemen deze stoffen op via de voeding (foliumzuur: vooral in groene bladgroente en graanproducten; Vitamine B6: in groente en fruit; Vitamine B12 in vlees, vis en gevogelte).

Homocysteïne is tussenproduct van de transaminering van het aminozuur methionine tot het aminozuur cysteïne. Het is een niet-essentieel aminozuur, doordat het in het menselijk lichaam aangemaakt kan worden uit methionine

(Methionine zit in dierlijke voedingsstoffen zoals: zuivelproducten, vlees, kip, vis, schaal en schelpdieren. Plantaardige voedingsstoffen zoals: tarwekiemen, havervlokken, noten, sesamzaad, linzen, sojabonen, avocado.) 

 Deze info wordt u geboden door

Interactie top 10

Sommige vitamines en mineralen hebben invloed op de opname van andere vitamines en mineralen. Vitamine D bevordert bijvoorbeeld de calciumopname, maar er zijn veel meer wisselwerkingen. Op veler verzoek heeft het Vitamine Informatie Bureau daarom een interactie top-10 gemaakt, met daarin de belangrijkste wisselwerkingen tussen vitamines en mineralen.
Vitamine/Mineraal Vitamine/Mineraal Toelichting
1.       Vitamine C IJzer Vitamine C bevordert de opname van plantaardig (non-heem) ijzer.
Seleen Vitamine C heeft een positieve invloed op opname van seleen.
2.       Vitamine D Calcium Vitamine D bevordert calciumopname.
3.       Seleen Vitamine E Seleen verlaagt de behoefte aan vitamine E en kan een tekort aan vitamine E voorkomen.
4.       Vitamine B2 Vitamine B6 Vitamine B2 is nodig bij de omzetting van de actieve vorm van vitamine B6. Bij een lage inname van B2 en B6, helpt extra vitamine B2 om het B6-gehalte te verhogen.
5.       Vitamine A Vitamine D Vitamine A is een antagonist, oftewel een tegenwerker, van vitamine D.
Vitamine K Een hoge dosis vitamine A kan de vitamine K- opname tegengaan.
Vitamine C Teveel vitamine A kan leiden tot een afname van vitamine C.
6.       Vitamine C Koper Meer dan 1,5 gram vitamine C leidt tot een verlaging van de koperopname. Zink heeft een belemmerde invloed op de opname van koper, maar andersom geldt dit ook. Zink en koper zijn antagonisten van elkaar.
Vitamine B11 Vitamine C bevordert de opname van vitamine B11 (foliumzuur).
7.       Fosfor Zink Fosfor beïnvloedt zinkopname bij meer dan 2,5 gram zink per dag.
Magnesium Magnesium kan zich binden aan fosfor en zo de opname van magnesium belemmeren.
8.       Magnesium Vitamine D Veel magnesium zorgt voor een verhoogde afgifte van een hormoon dat de aanmaak van vitamine D bevordert. Een magnesiumtekort kan op deze manier mogelijk leiden tot verminderde omzetting naar vitamine D.
9. Calcium Fosfor Calcium heeft een belemmerende invloed op de opname van fosfor, magnesium, zink en ijzer (zowel heem als non-heem).
Magnesium
Zink
IJzer
10.   IJzer Zink Het lijkt dat een te hoge ijzerinname de zinkbehoefte doet toenemen.
Vitamine A Bij een ijzertekort neemt de vitamine A- concentratie in het lichaam af.

Optimale inname van groenten en fruit is een halve kilo per dag, concludeert metastudie

Mensen die zo lang mogelijk willen leven zouden elke dag ongeveer een halve kilo groenten en fruit moeten eten. Dat concluderen Chinese en Amerikaanse voedingswetenschappers in de British Medical Journal. De onderzoekers veegden de gegevens uit 16 grote epidemiologische studies bijelkaar en analyseerden ze opnieuw. Ze hadden de beschikking over de gegevens van 833234 mensen.

Groenten en fruit

De onderzoekers vonden met statistische technieken geen aanwijzingen voor publicatiebias. Het was dus niet zo dat alleen studies die aantonen dat groenten en fruit gezond zijn in de wetenschappelijke tijdschriften verschijnen, en de studies met een andere uitkomst in een bureaula liggen te verstoffen.

De ene studie drukt de inname van groenten en fruit uit in servings, de andere in grammen. Voor zowel groenten en fruit geldt dat 1serving gelijk is aan grofweg 80 gram.

Resultaat
De onderzoekers ontdekten dat voor elke 80serving fruit of groenten die je dagelijks eet je kans op een dodelijke hart- of vaatziekte afneemt met 5 procent. Elke serving per dag verminderde de kans op een dodelijke vorm van kanker met 3 procent.

Optimale inname van groenten en fruit is een halve kilo per dag, concludeert metastudie

De beschermende werking van groenten en fruit was optimaal bij 5-6 servings of een kleine halve kilo per dag. Bij een nog hogere inname nam de kans op sterfte niet nog verder af.

Optimale inname van groenten en fruit is een halve kilo per dag, concludeert metastudie

Optimale inname van groenten en fruit is een halve kilo per dag, concludeert metastudie

Slot
Het beschermende effect van groenten op kanker was in dit onderzoek niet statistisch significant. “It is possible, however, that fruit and vegetable consumption might have stronger effects on specific cancer sites“, schrijven de onderzoekers. “In addition, different types of fruit and vegetables might have different effects on cancer risk. Future studies are needed to be more specific about types of cancer and the role of different groups of fruit and vegetables.”

Bron:
BMJ. 2014 Jul 29;349:g4490.