8 voedingstips voor de gewrichten

image

Een goede voeding biedt de beste preventie tegen laaggradige ontstekingen en oxidatieve schade. Langs deze weg kan het een belangrijke bijdrage leveren aan de beheersing van ontstekingsgemedieerde aandoeningen zoals reumatoïde artritis.

Vooral stressoren in voeding hebben een grote impact op onze gezondheid: we nemen dit een heel leven lang dagelijks meerdere malen tot ons. Hieronder een overzicht van de belangrijkste ontstekingsbevorderende voedingsmiddelen die het best vermeden kunnen worden, dus ook wanneer uw cliënt (nog) geen gewrichtsklachten heeft.

Suiker
Suiker bevordert de vrijmaking van inflammatoire cytokinen (Jenkins et al., 2002). Dit zijn boodschapperstoffen van het immuunsysteem. In reactie op suiker verhogen deze stoffen de ontstekingsactiviteit. Daarbij is overmatige consumptie van suiker één van de belangrijkste oorzaken voor overgewicht. Zeker bij een BMI hoger dan 28 produceren de vetcellen rondom de middel veel ontstekingsbevorderende stoffen (hypoxie). Deze stoffen vormen een belasting voor de gewrichten.

Transvetten en gehydrogeneerde vetten
De inname van transvetten vertoont een relatie met de toename van systemische ontstekingen bij vrouwen (Mozaffarian, 2004). Bovendien verhoogt transvet het LDL-cholesterol, waardoor aderen dichtslibben en de bloedtoevoer en nutriëntvoorziening naar gewrichten achteruitgaat.

Omega-6 (linolzuur)
Wanneer de verhouding omega-3/omega-6 doorslaat in de richting van omega-6, produceert het immuunsysteem voornamelijk ontstekingsbevorderende stoffen en minder stoffen die de ontsteking weer kunnen remmen (Simopoulos, 2002, 2008). Linolzuur zit in margarine, plantaardige oliën zoals zonnebloemolie en vlees.

Geraffineerde koolhydraten
Wit brood, witte rijst en aardappelen hebben een hoog-glykemische lading. Hoog-glykemische voeding verhoogt de glycatie, verhoogt de aanmaak van AGE-producten en verhoogt daardoor de ontstekingsbelasting in het systeem (Uribarri, 2010).

Monosodiumglutamaat
Deze stof zit veel in Aziatische (kant-en-klaar) gerechten en heeft, naast een invloed op de GABA/glutamaat stofwisseling in de hersenen, ook invloed op bepaalde reactiepaden die belangrijk zijn binnen het ontstekingsproces (Nakanishi, 2008).

Gluten en caseïne
Veel mensen zijn overgevoelig of allergisch voor gluten (graaneiwit) en caseïne (kaaseiwit). Allergieën en overgevoeligheden verhogen de ontstekingsbelasting in het lichaam. Andere voedingsstoffen die hieraan bijdragen zijn zuivelproducten, eieren (vanaf meer dan 8 per dag), varkensvlees en rundvlees.

Aspartaam
Deze bekende suikervervanger is niet alleen neurotoxisch, het kan ook een immuunreactie uitlokken (Choudhary, 2015) en daarmee een belasting vormen voor de gewrichten.

Alcohol
Een overdaad aan alcohol en andere stoffen die de lever verzwakken kunnen indirect een ontsteking uitlokken.
Voor veel mensen is bovenstaande lijst dagelijkse kost. Het is daarom niet moeilijk voor te stellen dat onze huidige voeding een behoorlijke ontstekingsbelasting met zich meebrengt en druk legt op de volksgezondheid. Door bovenstaande voedingsstoffen minder te eten, wordt een goed begin gemaakt met het wegnemen van gewrichtsstressoren, zodat de homeostase zich weer kan gaan herstellen.
Bronnen
David JA Jenkins, Cyril WC Kendall, Livia SA Augustin, Silvia Franceschi, Maryam Hamidi, Augustine Marchie, Alexandra L Jenkins, and Mette Axelsen, Glycemic index: overview of implications in health and disease, Am J Clin Nutr July 2002, vol. 76 no. 1 266S-273S.
Mozaffarian D, Pischon T, Hankinson SE, Rifai N, Joshipura K, Willett WC, Rimm EB., Dietary intake of trans fatty acids and systemic inflammation in women, Am J Clin Nutr. 2004 Apr;79(4):606-12.
Simopoulos A.P., The importance of the omega-6/omega-3 fatty acid ratio in cardiovascular disease and other chronic diseases, Exp Biol Med (Maywood). 2008 Jun;233(6):674-88.
Uribarri et al., Advanced Glycation End Products in Foods and a Practical Guide to Their Reduction in the Diet, J Am Diet Assoc. 2010 Jun; 110(6): 911–16.e12.
Nakanishi Y1, Tsuneyama K, Fujimoto M, Salunga TL, Nomoto K, An JL, Takano Y, Iizuka S, Nagata M, Suzuki W, Shimada T, Aburada M, Nakano M, Selmi C, Gershwin ME., Monosodium glutamate (MSG): a villain and promoter of liver inflammation and dysplasia, J Autoimmun. 2008 Feb-Mar;30(1-2):42-50.
Choudhary AK, Sheela Devi R, Longer period of oral administration of aspartame on cytokine response in Wistar albino rats, Endocrinol Nutr. 2015 Mar;62(3):114-22.

Bron: naturafoundation

afspraak maken? info@natuurpraktijkaurora.nl

Overrijpe bananen erg gezond

 

image

Overrijpe bananen zijn heel erg gezond: ze bevatten veel Tumor Necrose Factor, een stof die het lichaam helpt kankercellen te bestrijden. Daarnaast versterken ze het immuunsysteem in het algemeen. Komt nog bij dat bananen veel kalium bevatten, dat goed is als tegenpool van natrium, wat veel mensen via keukenzout te veel binnenkrijgen.

Alie Wouda

afspraak maken? info@natuurpraktijkauroa.nl

Allergie en tarwe

Tarwe allergie

Tarwe allergie

Afbeeldingsresultaat voor astma

Bij een tarwe allergie treedt een allergische reactie op wanneer je een tarweproduct eet. Een tarwe allergie uit zich in een verstopte neus, jeuk of darmklachten.

De meeste mensen hebben gehoord van een glutenallergie, coeliakie, maar wanneer je niet goed reageert op tarwebrood kan een tarwe allergie heel goed de oorzaak zijn.

Een tarwe allergie komt vaker voor bij mensen die hooikoorts hebben voor grassen, daar tarwe een grassoort is. Bij bakkers treedt een tarwe allergie op door het intensieve contact met tarwe, met name door het inademen van het meel. De allergie uit zich in astma of neusklachten. Van de bakkersleerlingen heeft na twee jaar 8,6% een tarwe allergie ontwikkeld.

Kinderen en een tarwe allergie

Een tarwe allergie is een van de meest voorkomende allergieën bij kinderen. In Zweden werd via een vragenlijst vastgesteld dat van de tweeduizend  4-jarige kinderen er 4% een reactie op tarwe had.

In Nederland staat twee maal per dag brood op tafel, daarnaast zijn er koekjes en pasta die van tarwe zijn gemaakt. Tarwe is het belangrijkste onderdeel van het Hollandse dieet. Ten onrechte wordt tarwe beschouwd als een van de meest gezonde, voedzame voedingsmiddelen ter wereld. Tarwe is nu opgenomen in de top 8 voedselallergenen samen met pinda’s, noten, melk, vis, schaaldieren, eieren en soja. Vaak wordt aangenomen dat men bij het ouder worden er overheen groeit. Klinische studies naar de klachten bij het ouder worden lieten zien dat een tarwe allergie bij volwassenen ernstiger is dan men aannam en er een verhoogd risico op het ontwikkelen van astma is. Sommige studies geven aan dat zelfs 9 % van de ouderen allergisch voor tarwe is.

Niet alleen brood geeft problemen bij tarwe allergie

Bij een tarwe allergie moeten alle tarweproducten worden weggelaten. Dat is niet alleen brood. Tarwe wordt als basis ingrediënt gebruikt in ontelbare voedselproducten, omdat dit winstgevend is  voor de fabrikant. Tarwe is net als mais een goedkope en lang houdbare vulstof. Het tarwe zetmeel – vaak gemodificeerd zetmeel – wordt gebruikt als vulmiddel om zo te kunnen bezuinigen op ingrediënten van betere kwaliteit.

Tarwe heeft veel veranderingen ondergaan; er zijn hybride soorten ontwikkeld die grotere hoeveelheden stoffen zoals glutenine bevatten dan vroegere tarwesoorten. Vaak komen er soja sporen voor in tarweproducten, bij een soja-allergie zal er dan ook een allergische reactie optreden.
Glutenvrij brood en een tarwe allergie

Gluten is aanwezig in tarwe, maar ook in andere granen. Gluten zijn eiwitten die zeer plakkerig zijn, en gebruikt kunnen worden om een bepaalde structuur te geven aan eten. Gluten komt van het Latijns voor “lijm”. Het lijmachtige gluten is de reden dat er zoveel rek in brood met tarwe zit. Glutenvrij brood valt over het algemeen veel sneller uit elkaar.

Bij een glutenallergie wordt brood vervangen door glutenvrij brood en moeten alle producten die gluten bevatten worden vermeden, dus ook bijvoorbeeld mayonaise  waaraan gluten is toegevoegd. Bij een tarwe allergie kan er glutenvrij brood worden gegeten, en moeten daarnaast alle producten die tarwe bevatten worden vermeden.

Problemen die tarweproducten veroorzaken

Gluten Glutenallergie, lekkende darm
Glutenine Tarweallergie
Omega-5 gliadine Inspanningsallergie
Pollen Atopie astma, eczeem, hooikoorts
Exorfinen Negatieve invloed hersenen
Graanvezels Negatieve invloed darmflora
Mycotoxinen Aantasting immuunsysteem
Kruisreacties Allergie voor andere granen
Gebrek aan nutriënten Tekort aan vitaminen
Hoog zetmeelgehalte Overgewicht

 Afbeeldingsresultaat voor astma

Tarwe allergie en omega-5-gliadine.

Een tarwe allergie uit zich in symptomen zoals een verstopte neus ontstaat. Iemand kan zowel tarwe allergie als coeliakie hebben. Bij tarwe allergie produceert het lichaam ook antistoffen, maar een allergische reactie op tarwe verloopt via immunoglobuline E.

Een tarwe allergie of een tarwe afhankelijke gevoeligheid is een ziekte die niet door de glutenfractie alfa-gliadine wordt veroorzaakt maar door een andere glutenfractie, door omega-5 gliadine. Deze allergie wordt beschouwd als een nieuw ontdekt ziektebeeld. Omega-5 gliadine speelt een belangrijke rol in de bakkersallergie en de inspanning tarwe allergie.

 

Inspanning tarwe allergie

Wanneer er tijdens het sporten of een fysieke inspanning een hevige allergische reactie ontstaat, kan de oorzaak een specifieke reactie op omega-5 gliadine zijn. Vaak is er een verborgen tarwe allergie waardoor het moeilijk is om er achter te komen waardoor de reactie ontstaat. Recentelijk is een nieuw subtype tarwe allergie ontstaan, die optreedt via de huid. Er ontstaat  een allergische reactie tijdens inspanning door gebruik van een bepaald merk zeep dat tarwe bevat. Ongeveer de helft van de patiënten die de zeep gebruikte, ontwikkelde contactallergie voor de zeep. Door het gebruik van de zeep reageerden zij op voedsel waarin tarwe voorkwam en ontwikkelden zij een tarwe allergie.

 

Atopie, grasallergie en hooikoorts
Een tarwe allergie of overgevoeligheid komt vaker voor bij mensen met andere voedselovergevoeligheden. Heeft u hooikoorts in de zomer, dan bent u zeer waarschijnlijk allergisch voor graspollen.
• Bij 70% van de patiënten met een graspollenallergie treden klachten op na het eten van tarwe.
• Mensen met een tarwe allergie hebben vaak een atopie, dit is een verzamelnaam voor allergische reacties die zich uiten in darmklachten, eczeem en astma.
• Mensen met atopie of een positieve huidtest voor tarwe hebben vaak klachten bij het eten bij verwante granen zoals rogge, gerst, haver, spelt, kamut en zelfs rijst. Ook tomaat kan een reactie tot gevolg hebben. Superfood Brood is hypoallergeen en geschikt voor mensen met hooikoorts en een atopie.

 

Exorfinen

De opiumachtige stof exorfine C is aanwezig in tarwegluten. Gluten worden verteerd in de darm door enzymen van de alvleesklier, hierbij komen glutenexorfinen vrij. Ook de glutenexorfine A5 en B5 ontstaan door de enzymatische vertering van tarwegluten. Deze stoffen beïnvloeden de insulinespiegels en dragen daardoor bij aan het ontstaan van overgewicht. Immuunfactoren zijn betrokken bij de normale ontwikkeling van de hersenen en dragen ook bij aan het ontstaan van afwijkingen.

Er wordt een relatie gelegd tussen gluten en autisme, een hersenaandoening die optreedt op jonge leeftijd en zich kan uiten in sociale onverschilligheid, taalproblemen, problemen met de hygiëne, driftbuien en in sommige gevallen hyperactiviteit en irrationele angsten.  In studies wordt echter een verhoging opioïde stoffen in de urine gevonden.

Darmflora

De darmflora – de 1,5 kilogram bacteriën die in de dikke darm aanwezig zijn – richten zich op het verteren van plantaardig voedsel. Deze bacterie samenstelling heeft zich over een periode van miljoenen jaren ontwikkeld. Het eten van brood is nadelig voor de darmflora. De darmbacteriën zijn niet voorbereid op het verteren van graanvezels.  Door het eten van graan nemen bepaalde bacteriegroepen toe (Prevotella). Deze kunnen de slijmlaag beschadigen en ontstekingsreacties veroorzaken.

De dikke darm staat centraal in het lichaam. Niet zozeer de dikke darmwand maar de bacteriën die daar aanwezig zijn vormen de spil voor ons lichamelijke en geestelijke welzijn. Tachtig procent van de immuunactiviteit speelt zich af in de darmen. De bacteriën produceren dopamine en serotonine en hebben een rechtstreekse verbinding met de hersenen, wat een grote

invloed heeft op ons gedrag. Ook beïnvloedt de darmflora het hart, de longen, huid, gewrichten, ogen, de slijmvliezen van de mond en de blaas. Door allergische reacties neemt het histaminegehalte in de darm toe en raakt de slaap verstoord. De toestand van onze darmen heeft dus een rechtstreeks effect op ons emotioneel welzijn en andersom.

Gebrek aan plantvezels en vetzuren

De organisatie voor hyperactieve kinderen die meer dan 70 vestigingen heeft in Engeland, kwam tot de conclusie dat veel van deze kinderen een tekort aan essentiële vetzuren hebben omdat zij niet genoeg produceren. Jongens hebben meer vetzuren nodig en hebben eerder last van hyperactiviteit. Veel kinderen hebben eczeem, allergieën en astma. Dit kan samen hangen met het gebrek aan essentiële vetzuren, maar ook met een gevoeligheid voor tarwe.

Mycotoxines

Granen zoals mais, haver en tarwe en ook zaden bevatten schimmels die schadelijk zijn voor mens en dier. Mycotoxinen zijn secundaire metabolieten aanwezig over de hele wereld in

landbouwproducten die worden geproduceerd door schimmels.  Een veel voorkomende schimmeltoxine is fumonisine die wereldwijd granen verontreinigt. Deze schimmelsporen zijn schadelijk voor de hersenen, lever en longen.

Ochratoxine A is een van de meest voorkomende mycotoxinen die voorkomen in graan en

granen vormen bij de mens de belangrijkste bron van OTA. Deze gifstoffen zijn aanwezig in grote hoeveelheden in tarwemeel, pasta, havermout, rogge, boekweitmeel en gedroogde noedels van boekweit, rozijnen, wijn, bier, koffiebonen en chocolade.

 

Kruisreacties met tarwe

Mensen die tarwe allergie hebben, kunnen ook allergisch zijn voor granen met gelijkaardige eiwitten. Tarwe lijkt op rogge en andere granen waardoor er ook gebruik van andere granen vaak moet worden vermeden. Verwante granen zijn ook gerst en haver, daarnaast kan een reactie op tomaat voorkomen bij een tarwe allergie.

 

Nutriënten

In tarwe zitten namelijk niet veel nutriënten om te beginnen, en vooral nadat het wordt verwerkt blijft heel weinig over, behalve zetmeel. Zetmeel is zeer glucoserijk, en overmatige consumptie van zetmeel is voor iedereen ongezond – ook voor mensen die geen tarwe allergie hebben. Het eten van te veel zetmeel kan bijdragen aan overgewicht en diabetes.

 

Zetmeel en overgewicht

Tarwe bevat zeer veel zetmeel. Soms ontstaan darmklachten door een intolerantie voor zetmeel. De dunne darm speelt een belangrijke rol in de opname van voedsel, het immuunsysteem en ontgifting. In de darm komen de glucosemoleculen vrij en deze worden in het bloed opgenomen. Daar de bloedsuikers niet mogen stijgen worden de suikers omgezet in vet en opgeslagen in de vetcel. Het eten van brood is een van de belangrijkste redenen van overgewicht. Bij een overconsumptie van graan stijgen de insulinespiegels teveel en neemt het gewicht toe. Het buikvet produceert ook ontstekingsfactoren die een diepgaand effect hebben op de gezondheid. Lees ook het boek de BroodBuik van dr. Davis. Ook bij de ziekte van Crohn spelen zowel gluten als tarwe een rol. Laat het brood weg bij overgewicht. Je kan wel de Superfood Brood recepten gebruiken, vooral het brood van een laag zetmeel gehalte.

 

Producten die tarwe bevatten en moeten worden vermeden bij een tarwe allergie:

  • Brood
  • Cakes en muffins
  • Koekjes
  • Ontbijtgranen
  • Pasta
  • Couscous
  • (Gemodificeerd) zetmeel
  • Griesmeel
  • Spelt
  • Krakers
  • Bier
  • Sojasaus
  • Ketchup
  • Vleesproducten (zoals hotdogs)
  • Zuivelproducten, zoals ijs
  • Aroma’s
  • Plantaardige gom
  • Drop
  • Snoepjes

 

Tarwe allergie risicofactoren

Er zijn twee factoren die een groter risico geven op het ontwikkelen van tarwe allergie:

• Familiegeschiedenis

Tarwe allergie kan erfelijk zijn. Er bestaat dus een verhoogd risico op allergie voor tarwe of andere voedingsmiddelen waar de ouders voedselallergieën voor hebben.

Wanneer de ouders bijvoorbeeld andere allergieën hebben, zoals hooikoorts door een allergie voor pollen van gras of bomen, hebben de kinderen een verhoogde kans op het ontwikkelen van een allergie. Bij hooikoorts voor graspollen is er een toegenomen kans op een tarwe allergie.

• Leeftijd

De tarwe allergie komt het meest tot uiting bij baby’s en peuters. Men moet zeer goed opletten wanneer deze kinderen naar de kinderopvang  gaan daar het moeilijk is tarwe te vermijden.

Net als bij coeliakie dacht mensen vroeger dat de tarwe allergie een kinderziekte was.

Bij het stijgen van de leeftijd worden de klachten minder duidelijk, maar de ziekte blijft aanwezig. Vaak denkt men de tarwe allergie ontgroeid te zijn en wordt bij volwassen vaak tarwe allergie over het hoofd gezien. Klinische studies tonen aan dat mensen die als kind een tarweallergie hadden, ook als volwassenen heel veel klachten hebben. Maar volwassen met klachten leggen vaak niet het verband tussen hun klachten en de tarwe allergie, daar zij elke dag brood eten. Hun reacties veel ernstiger dan men aannam, zij weten alleen niet dat hun problemen door tarwe worden veroorzaakt.

 

Shift

Maar een tarwe allergie kan eigenlijk ook een zegen in vermomming zijn, want tarwe is niet goed voor ons. Door alle tarwe uit het dieet te halen kan er een enorme verbetering in gezondheid en welzijn optreden.

Het is onnatuurlijk om tarwe te eten, want de mens heeft zich ontwikkeld op basis van een dieet van bladeren, knollen en vis. Ook als je geen tarwe allergie hebt, is het veel gezonder om meer groente te eten, dat voorkomt ’welvaartsziekten’.

Pas heel recent is de mens geswitcht van groenten van het oorspronkelijke oerdieet, het ‘paleo’ dieet, naar consumptie van granen; in Europa vooral naar tarwe, brood en pasta.  De oplossing is eenvoudig. Het is hoog tijd om op de shift knop te drukken en de tegengestelde richting in te slaan. Het is heel zinvol om terug te keren naar het gebruik van voedsel dat genetische gezien bij ons hoort en voor een optimale gezondheid zorgt. Niet alleen bij een gluten- of tarwe allergie, niet alleen bij overgewicht en candida problemen

De tarwe allergie behandeling

Er is geen behandeling voor tarwe allergie – geen medicijn dat het mogelijk maakt om zonder problemen weer tarwe te eten. Integendeel.

De tarwe allergie is nu opgenomen in een lijst van de top 8 voedselallergieën, samen met pinda’s, noten, melk, vis, schaaldieren, eieren en soja.

Net als bij coeliakie veroorzaakt een tarwe allergie grote beperkingen, niet alleen het brood moet worden weggelaten. Tarwe is niet alleen te vinden waar je het verwacht  –  in brood, ontbijtgranen en pasta – maar het zit ook in honderden producten waaraan het is toegevoegd. Niet alleen aan kant-en-klare maaltijden, maar ook aan onverwachte producten zoals sojasaus, ketchup en soepen. Wanneer je door een tarwe allergie geen brood kan eten, is dat zeer beperkend maar er zijn nog veel meer producten die je niet meer kan eten. Het compleet elimineren van tarwe uit het dieet is de enige oplossing.

 

Dieettest tarwe allergie

Het is zeer belangrijk zo snel mogelijk te weten of je een tarwe allergie hebt. Het beste is om zes weken alle tarweproducten weg te laten.

Na zes weken beoordeel je of de bestaande klachten zijn afgenomen. Heeft u minder hoofdpijn of minder last van een verstopte neus of buikpijn?

Start gedurende een week weer met het eten van tarwe. Komen de klachten weer terug? Bij een tarwe allergie kan er al binnen minuten tot uren een reactie optreden. Komen de problemen direct terug dan is de kans groot dat je een tarwe allergie hebt. Bij coeliakie duurt het soms langer voordat de klachten weg zijn en weer opnieuw beginnen.

 

Tarwe allergie symptomen

Bij een tarwe allergie zal je – wanneer je een tijd lang geen brood hebt gegeten – enkele minuten tot uren na het eten van tarwe symptomen krijgen.

Tarwe allergie symptomen zijn:

  • Zwelling, jeuk en irritatie van de mond of keel
  • Loopneus of een verstopte neus
  • Waterige of jeukende ogen
  • Netelroos, huiduitslag of huidzwelling
  • Moeilijk ademhalen
  • Darmkrampen, misselijkheid of braken
  • Diarree
  • Vermoeidheid, verhoogde polsslag, hartkloppingen

 

Type I allergie

Type I is een allergie die ontstaat door het inademen van allergenen. Bij hooikoorts worden pollen  ingeademd. Bij dit type wordt immunoglobuline E, IgE, gevormd. De afweer is er op gebaseerd dat IgE zich hecht aan binnenkomende stoffen en zijn vaak de spiegels van specifiek anti-IgE deeltjes te meten. Ook bij een voedingsallergie speelt IgE een rol, het bindt zich aan tarwedeeltjes en stimuleert mestcellen om histamine vrij te maken. Bij mensen met tarwe allergie circuleren antilichamen in het bloed die een histamine reactie veroorzaken elke keer dat je tarwe eet. Daar word je moe van. Ook kunnen er spierkrampen optreden, hoofdpijn of slapeloosheid. Een tarwe allergie speelt een belangrijke rol in eczeem. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bij veel mensen die last hebben van eczeem de klachten verdwijnen door tarwe te elimineren.

 

Diagnose bij voedselallergie

1. Via laboratoriumonderzoek van het bloed wordt het gehalte van IgE antilichamen bepaald, de zg. RAST test. Een negatieve RAST uitslag sluit een allergie voor een bepaald voedingsmiddel niet uit. Men kan zeer allergisch zijn zonder anti-IgE.

 

2.Een huid plak- of priktest

Bij een huidtest worden druppels van extracten van allergenen van stof, voeding, pollen etc. worden op de huid gedruppeld, waarna men door de huis prikt, of de stof wordt met plakkers op de huid aangebracht. Na 15-20 minuten wordt de prikplaats op de huid bekeken en beoordeeld op een reactie. Ook wordt een dag later gekeken.

 

 

 

Tarwe- en glutenvrij brood, Superfood Brood.

Het Superfood Brood kook bevat recepten voor brood, crackers, koekjes, muffins, pannenkoeken en wafels die je maakt zonder graan en naar wens ook zonder soja, zaden of noten.

Superfood Brood is gemaakt van groenten en producten die rijk zijn aan essentiële suikers. Dit brood is bestemd voor mensen met een glutenallergie, tarwe allergie of andere  voedselallergieën.

 

Atopie

Mensen met atopie of een tarwe allergie hebben vaak klachten bij het eten van tarwe verwante granen zoals rogge, gerst, haver, spelt, kamut en zelfs rijst. Ook tomaat kan een reactie tot gevolg hebben. Superfood Brood is hypoallergeen en kan gemaakt worden van uitsluitend producten waar je niet allergisch voor bent. Het is geschikt voor mensen met hooikoorts en een tarwe allergie. Bij een voorjaarsallergie kan geen notenmeel worden gebruikt. Maak Superfood Brood van zoete aardappelen en bindmiddelen die geen granen bevatten.

 

Wat is Superfood?

Superfood Brood bevat voedingsmiddelen van hoogwaardige kwaliteit die rijk zijn aan vezels.

De essentie van gezond voedsel is dat het is opgebouwd uit cellen. Cellulair voedsel bevat antioxidanten, flavonoïden, sporenelementen en heeft specifieke, ontstekingsremmende eigenschappen. Dit in tegenstelling tot meel van granen, dat een hoog zetmeelgehalte heeft. Zetmeel is een levenloos, leeg product, dat voor honderd procent uit glucosemoleculen bestaat. Niet alleen wordt de glucose opgenomen in de dunne darm, maar granen dragen ook bij aan allergieën, overgewicht en ontstekingsziekten. Zetmeel dat niet wordt verteerd draagt bij aan de groei van gisten en parasieten. Ook vormen de vezels van volkorenproducten geen voedingsbodem voor de darmflora.

 

Super lekker glutenvrij brood

Het is niet gemakkelijk om zonder tarwe te leven en het is moeilijk om nooit meer een broodje te kunnen eten, een pannenkoek of een koekje. Veel mensen met een tarwe allergie verdragen glutenvrij brood niet goed door een kruisreactie met mais en rijst, producten waarvan het glutenvrije brood van is gemaakt.

Het is fijn om af en toe brood te kunnen eten, iets speciaals te maken of een muffin mee te nemen voor onderweg. De Superfood Brood recepten maken dat mogelijk. De gerechten zijn snel te maken en het resultaat is superlekker!

Afspraak maken? info@natuurpraktijkaurora.nlinfo@natuurpraktijkaurora.nl

Prostaat problemen voorkomen

 

Prostaat
De prostaat maakt onderdeel uit van het mannelijk voortplantingssysteem. De taak van de prostaat is het produceren van een slijmerige vloeistof, die dienst doet als transport- en voedingsvloeistof voor spermacellen. Deze vloeistof smeert de urethra en verbetert de beweeglijkheid van spermacellen. Van het totale volume van het ejaculaat bestaat zo’n 30% uit de prostaatvloeistof, waarin eiwitten (o.a. het prostaatspecifiek antigeen PSA), citroenzuur en met name veel zink voorkomt. Vooral het zink is voor de kwaliteit van het sperma zeer belangrijk.

Prostaatvergroting
Tijdens de puberteit groeit de prostaat door de hormonale veranderingen tot volwassen grootte uit. Vanaf 25 jaar neemt de prostaat heel traag verder in omvang toe. Tegenwoordig wordt bij 10% van de mannen onder 40 jaar al een lichte prostaatvergroting geconstateerd, hetgeen echter zelden tot klachten leidt. Dat prostaathypertrofie steeds vaker op jongere leeftijd voorkomt, heeft mogelijk te maken met het gebruik van onvolwaardige voeding (veel verzadigd vet, gefrituurde voeding, vlees, zuivel en weinig essentiële voedingsstoffen en vezels) en een zittende leefstijl. Boven de 50 jaar heeft ca. 75% van de mannen (goedaardige) prostaathypertrofie (BPH). Bij de helft van de mannen treden klachten op, terwijl bij 10% chirurgisch ingrijpen noodzakelijk is. Boven de 85 jaar blijkt zelfs 95% van de mannen een vergrote prostaat te hebben.

Klachten
Goedaardige prostaatvergroting is een androgeen-afhankelijke conditie en ontstaat meestal in het binnenste gedeelte van de prostaat, dat de urethra omsluit. Accumulatie van DHT (dihydrotestosteron) in de prostaat speelt hierbij een rol. Er zijn aanwijzingen dat DHT betrokken is bij het ontstaan van BPH door verhoging van de IGF-2-activiteit (insulinegroeifactor-2).1 Omdat de prostaat de urethra omsluit wordt bij het groeien van de prostaat de urethra dichtgedrukt, terwijl ook druk op de blaas kan ontstaan. Een sterke vergroting van de zijlobben van de prostaat kan slechts tot milde symptomen aanleiding geven, terwijl een milde vergroting van de middenlob al tot ernstige klachten aanleiding kan geven. Klachten als gevolg van BPH zijn; moeite met (door)plassen, zwakke urinestraal, pijn bij het plassen, frequent ’s nachts urineren (nocturie), nadruppelen, onvolledige blaaslediging, incontinentie en een verhoogde kans op urogenitale infecties.

Oorzaken
Diverse factoren spelen bij het ontstaan van BPH een rol. Met het toenemen van de leeftijd verandert de hormoonhuishouding, waarbij de bloedspiegel van testosteron daalt en die van prolactine en oestradiol stijgen. In de prostaat zelf stijgen de testosteron- en DHT-gehaltes, mede doordat het vermogen van de prostaatcellen om deze hormonen af te breken en uit te scheiden afneemt en prolactine de opname van testosteron in de prostaat en de omzetting in DHT bevordert. Deze verhoogde concentratie van androgene hormonen, met name DHT, zorgt voor prostaathyperplasie. Bier, stress, een gebrek aan zink en vitamine B6 kunnen ook bijdragen aan de prolactinestijging. Ook kan een tekort aan essentiële voedingsstoffen (zoals zink, lycopeen, vitamine B6, aminozuren, selenium) bijdragen aan de ongecontroleerde deling van prostaatcellen. Ook een te lage productie van lokale prostaglandines kan ertoe leiden dat teveel testosteron in de prostaat gebonden wordt

Afwachten
Het verloop van BPH wordt meestal afgewacht, voordat tot een chirurgische behandeling wordt overgegaan. In veel gevallen neemt de prostaatomvang vanzelf enigszins af. In deze periode en ter preventie van prostaathypertrofie en prostaatkanker hebben voedingsstoffen en kruiden, alleen en in combinatie, een gunstige uitwerking.

Uitsluiten prostaatkanker
Het is belangrijk prostaatkanker uit te sluiten. Dit geeft aanleiding in het begin tot dezelfde symptomen en komt in dezelfde leeftijdsgroep voor. Bij vroegtijdige ontdekking is de kans op genezing groter. Ook bij goedaardig gebleken prostaatvergroting blijft de noodzaak van regelmatige controle aanwezig, omdat prostaatkanker over het hoofd kan worden gezien, wanneer het in een later stadium ontstaan is.
De meeste vormen van kanker, waaronder prostaatkanker, ontwikkelen zich gedurende 10-20 jaar voordat ze manifest worden. Dit biedt tijd voor preventieve maatregelen. Er zijn aanwijzingen dat voedingsfactoren bij de preventie van prostaatkanker een belangrijke bijdrage leveren. Een hoge quetelet index en een hoge (verzadigde) vetconsumptie vergroten de kans op hormonale vormen van kanker.32

Regelmate controle PSA-spiegel
Stijging van de PSA (prostaat specifiek antigeen) spiegel in bloed, een stof die normaal door de prostaat wordt gevormd, is een belangrijke marker voor prostaatkanker. Mannen tussen de 40 en 60 jaar, van wie de PSA-spiegel boven de mediaan ligt en binnen de normaalwaarden, hebben 3 tot 6 keer meer kans binnen 25 jaar met prostaatkanker te worden geconfronteerd.3 Regelmatige screening is voor deze risicogroep belangrijk. Mogelijk is de gevoeligheid voor androgene hormonen bij een hogere PSA-spiegel groter. Onderzoekers achten het zinvol mannen reeds op 40 en 45-jarige leeftijd te testen op het PSA-gehalte en vanaf 50 jaar elke 2 jaar opnieuw.3 Een laag PSA-gehalte sluit kanker niet uit (door een relatief lage sensitiviteit), zodat de combinatie van een rectaal toucher en een PSA-test het meest betrouwbaar is. Als één van de twee een suggestie geeft voor kanker (PSA boven 4 ng/ml bloed, gebied van induratie bij toucher), is de volgende stap het nemen van een biopt. Aangezien prostaatkanker in veel gevallen al is uitgezaaid wanneer er klachten ontstaan, is screening middels rectaal toucher en PSA-test belangrijk. Tevens wordt geadviseerd beide testen uit te voeren bij lagere urinewegklachten bij mannen.3

Anti-oestrogene activiteit
Met het toenemen van de leeftijd verschuift de balans tussen oestrogenen en androgenen/testosteron in de richting van de oestrogenen. De oestrogeendominantie verhoogt de gevoeligheid van de DHT-receptoren in de prostaat en bevordert daardoor prostaatgroei. Daarop richt ik mijn therapie, wat per individu verschilt!

 

Wat je alwel kan nemen is:

Zink
Zink is onderdeel van diverse fysiologisch actieve eiwitten, die een rol spelen bij de regulering van apoptose, transcriptie en celdifferentiatie. Prostaatepitheel heeft het hoogste zinkgehalte van alle organen en weefsels. Een hoge zinkspiegel in het prostaatweefsel remt vermoedelijk celgroei en stimuleert apoptose. Waarschijnlijk biedt een adequate zinkstatus bescherming tegen het ontstaan en de voortschrijding van prostaatvergroting en prostaatkanker.
Zink remt het enzym 5-alfareductase, en daarmee de vorming van DHT. Zink remt daarnaast de binding van androgene hormonen aan cellulaire receptormoleculen met als gevolg verhoogde uitscheiding van deze hormonen. Zink verhoogt de prolactine-opname in de prostaat, maar vermindert tegelijkertijd de afgifte van dit hormoon door de hypofyse en verlaagt het de specifieke binding van dit hormoon aan de betreffende prostaatreceptor.

Selenium
Selenium is onderdeel van de antioxidantverdediging tegen vrije radicalen en is belangrijk voor de regulatie van de redoxstatus in cellen. Selenium is van belang voor het goed functioneren van het afweersysteem; een seleniumtekort leidt tot een verminderde productie van IgM en IgG, seleniumsuppletie leidt onder meer tot een verhoogde NK- (natural killer) celactiviteit. Er zijn aanwijzingen dat selenium bescherming biedt tegen diverse typen kanker, waaronder prostaatkanker. Zowel de antioxidantwerking als het effect op het immuunsysteem speelt hierbij waarschijnlijk een rol. In-vitro stimuleert selenium de apoptose van tumorcellen, activeert het de macrofagen en beschermt DNA tegen oxidatieve beschadiging. Mogelijk remt selenium de angiogenese bij kanker door middel van remming van expressie van vasculaire endotheliale groeifactoren (VEGF). Selenium is tevens betrokken bij de detoxificatie van zware metalen. Selenomethionine is een vorm van selenium zoals deze in voedingsmiddelen voorkomt.

Cadmium schadelijk voor prostaat
Cadmium verhoogt de kans op prostaatkanker. Selenium en zink helpen bij het onschadelijk maken van cadmium en beschermen de prostaat tegen het mutagene effect van cadmium. Er is mogelijk een positieve relatie tussen de cadmiumconcentratie en de concentratie van dihydrotestosteron.16 Injectie van cadmium in de prostaat van proefdieren leidde tot prostaathypertrofie. Ook uit een in-vitro studie blijkt dat cadmium prostaathyperplasie induceert. Selenium inhibeerde in-vitro cadmiumgeïnduceerde prostaathyperplasie. Ook uit dierstudies komt de beschermende werking van selenium tegen cadmiumexpositie naar voren.16 De seleniuminname in Nederland is veelal aan de lage kant.

Pyridoxaal-5-fosfaat en magnesium
Vitamine B6 (pyridoxaal-5-fosfaat) helpt zink bij het naar beneden brengen van het prolactinepeil. Prolactine zorgt voor een hogere opname van testosteron in de prostaat en een grotere omzetting in DHT. Daarnaast is vitamine B6 betrokken bij de aanmaak van type-1-prostaglandinen. Deze prostaglandinen werken remmend op de binding van testosteron in de prostaat en voorkomen hiermee een te grote ophoping hiervan.
Vitamine B6 en magnesium helpen mogelijk bij het voorkomen van nierstenen. Van beide nutriënten bestaat vaak een deficiëntie.
In een patiënt-controle-onderzoek in Taiwan werd het verband onderzocht tussen de inname van calcium en magnesium met het drinkwater en het voorkomen van prostaatkanker. De samenstelling van het geconsumeerde drinkwater van mannen die overleden waren aan prostaatkanker (n=682) werd vergeleken met het water dat mannen gedronken hadden, die inmiddels overleden waren door andere oorzaken. Uit de studie wordt geconcludeerd dat er mogelijk een beschermende werking uitgaat van magnesiuminname met het drinkwater en andere (voedings)bronnen van magnesium tegen het ontstaan van prostaatkanker

Aminozuren
Uit twee kleine studies is gebleken dat het gebruik van glycine, L-alanine en L-glutaminezuur de omvang van de prostaat bij benigne prostaathypertrofie kan doen verminderen.16,20 Vijfenveertig mannen kregen 2,5 week lang 780 mg alanine per dag en daarna 2,5 maand 390 mg alanine, steeds met gelijke hoeveelheden glutaminezuur en glycine. Deze aminozuurcombinatie verminderde de klachten als gevolg van prostaathypertrofie. Het mechanisme van de werking van deze combinatie is onbekend, doch het gebruik is zonder enige bijwerking gebleken.20

Chlorofyl
Door een bevordering van normale weefselgroei en een lokaal antioxidant effect kan chlorofyl een gunstige bijdrage leveren aan de behandeling.  De toename van benigne prostaathypertrofie is mogelijk tevens het gevolg van een hogere toxische belasting, waaronder zware metalen. Chlorofyl beschermt het lichaam tegen diverse carcinogenen in voedsel en milieu.
De ontgiftigende werking is vooral te danken aan de porfyrine uit chlorofyl. De porfyrine-ring is de actieve plaats waar bijvoorbeeld giftige metalen als kwik, lood, cadmium, aluminium en arseen gebonden kunnen worden; chlorofyl is een chelator van zware metalen.

Vitamine A, lycopeen en carotenoïden
Vitamine A is essentieel voor celgroei en -differentiatie. Vermoedelijk bieden zowel vitamine A als carotenoïden bescherming tegen het ontstaan van prostaatkanker. Carotenoïden hebben een belangrijke antioxidantwerking.
De gezonde prostaat is rijk aan de carotenoïde lycopeen. Bij onderzoek van de relatie tussen carotenoïden en de kans op prostaatkanker is gebleken, dat een hoge inname van lycopeen (onder meer in tomaten en daarvan afgeleide producten) geassocieerd is met een verlaagde kans op prostaatkanker. Omgekeerd worden bij prostaatkanker lage spiegels van lycopeen in bloed en prostaat gevonden. De combinatie van lycopeen en vitamine E in fysiologische hoeveelheden inhibeert de groei van prostaatkankercellen in-vitro. Lycopeen remt het ontstaan van kankercellen sterker dan andere carotenoïden

Heb je prostaatkanker, dan weet je dat er op natuurlijke manier ook nog veel aan te doen is.

Afspraak maken? Alie Wouda Natuurpraktijk Aurora 064197984 overdag sms’sen of  s’avonds bellen

Bron: studie orthomoleculaire geneeskunde

 

prostaatkanker

Broccoli en bloemkool kunnen kans op prostaatkanker flink doen dalen

Canada/USA – juli 2007 – [Journal of the National Cancer Institute – UK]

Het eten van meer dan één portie broccoli en bloemkool per week kan de kans op prostaatkanker tot wel 45% verlagen.
Epidemiologische en dierstudies lieten al zien dat een voedingspatroon met veel kruisbloemige groentes resulteert in een verminderd risico op diverse kankertypes. In deze nieuwe studie wordt een vermindering van de kans op prostaatkanker gevonden.
Onderzoekers in de USA en Canada rapporteren dat een verhoogde consumptie van kruisbloemige groentes de kans op prostaatkanker met 40% doet verminderen.

“Grotere consumptie van kruisbloemige groentes, inclusief broccoli en bloemkool, kan in verband worden gebracht met een verminderde kans op agressieve prostaatkanker” schrijft hoofdauteur Victoria Kirsch van Cancer Care Ontario.

Van een groep van 29361 mannen in totaal werden 1338 mannen met prostaatkanker onderzocht op hun eetgewoontes. Hiertoe werd gebruik gemaakt een voedingsvragenlijst met 137 vragen. De onderzochte mannen werden gemiddeld 4,2 jaar gevolgd.
T.o.v. minder dan 1 keer per maand broccoli, was bij de consumptie van meer dan 1 keer broccoli per week werd een reductie van 45% van het prostaatkankerrisico gevonden. Ook de consumptie van bloemkool bleek het prostaatkankerrisico aanzienlijk te verminderen. Deze resultaten kunnen zijn vertekend door de trend dat men in het algemeen gezonder is gaan eten, meer is gaan bewegen en minder is gaan roken.
Het beschermende effect van broccoli is vooral toe te schijven aan de isothiocyanaten, waarvan sulforafaan de belangrijkste is.
Broccoli-extracten kunnen van belang zijn om een bijdrage te leveren aan een verhoogde inname van isothiocyanaten.

Deze studie werd uitgevoerd in samenwerking met de Yale University School of Medicine, Fred Hutchinson Cancer Research Centre (Seattle), University of Washington, National Cancer Institute (National Institutes of Health), Department of Health and Human Services en het Josephine Ford Cancer Centre (Detroit).

Meer lezen over het ontstaan van kanker?

Eten volgens de 5 elementen

Voeding volgens de vijf elementenleer
De vijf elementenleer is een onderdeel van de Traditionele Chinese Geneeskunst.(Bron:academie voor natuurgeneeskunde; vak TCM) Deze leer gaat ervan uit dat als er een orgaan ziek is de andere organen het zieke orgaan helpen. Het gevaar daarbij is dat als het zieke orgaan niet beter wordt ook de helpende organen uitgeput raken waardoor weer andere organen worden aangesproken om te helpen.

Een orgaan kan het ziek zijn uiten door een gebrek aan warmte en energie of door een gebrek aan bloed en lichaamssappen, afhankelijk van de oorzaak van de ziekte.

Om de zieke organen te helpen er weer bovenop te komen kan je voedsel eten dat je weer extra warmte of juist lichaamssappen geeft. Voedingsmiddelen die een neutrale thermische werking hebben, brengen in het geval van gebrek aan warmte en energie juist warmte en in het geval van gebrek aan bloed en lichaamssappen (verhit), verkoeling. Daarom is het eten van producten die thermisch neutraal zijn altijd goed.

imageDe Chinese geneesheren kenden door ervaring, observatie en intuïtie de thermische werking van de voedingsmiddelen, maar de wetenschappelijke wereld wilde een verklaring. Die is te vinden in de hoeveelheden kalium en natrium dat een product bevat. Kalium staat voor afkoelend, natrium voor verwarmend. Een neutraal product heeft een kalium-natrium verhouding van 5:1. Is het kaliumaandeel kleiner dan 5, dan is het voedingsmiddel verwarmend, en dus goed voor mensen die een gebrek aan warmte en energie hebben. Ligt de hoeveelheid kalium boven de 5 dan is het product afkoelend, en dus goed voor mensen die een gebrek aan bloed en/of lichaamssappen hebben. Sinaasappels bijvoorbeeld hebben de verhouding 570:1 en zijn dus zeer afkoelend. Je kunt als stelregel aanhouden dat producten die veel (tropische) zon nodig hebben om te groeien verkoelender zijn dan producten die in een koeler klimaat kunnen groeien. Groenten die vorst kunnen doorstaan zijn over het algemeen verwarmend. Ook een hoog watergehalte is een teken van een afkoelende werking. Snel uit de grond getrokken groente bevatten meer vocht dan biologisch geteelde groente en zijn dus meer afkoelend dan biologische groente.

Elk orgaan heeft een partnerorgaan en samen horen ze bij een van de elementen hout, vuur, aarde, metaal of water. Ook de voedingsmiddelen horen tot één van die elementen. Het eten van voedingsmiddelen die bijvoorbeeld bij het element aarde horen hebben invloed op het orgaan dat bij het element aarde hoort. De thermische werking van de voedingsmiddelen is onderverdeeld in heet, warm, neutraal, verfrissend of koud. Hieronder volgt in het kort informatie over de elementen, hun bijbehorende organen en een aantal verwarmende, neutrale en verkoelende voedingsmiddelen.

Hout
Lever en galblaas vormen samen het element hout, ook wel boom genoemd. Peterselie, gort, kip en azijn zijn voorbeelden van hout-verwarmende producten. Hout-verkoelende voedingsmiddelen zijn spruitjes, zuurkool, appels, sinaasappels, zure zuivelproducten. Problemen met de lever uiten zich onder andere in problemen met het zien. De smaak die bij het element hout hoort is zuur.

Vuur
Het element vuur hoort bij de organen hart en dunne darm. Alle stoornissen en positieve invloeden die zich in een ander orgaan voordoen, worden door het hart geregistreerd en door middel van de tong zichtbaar gemaakt. Geiten- en schapenkaas en -melk, granenkoffie, oregano, paprikapoeder, rozemarijn en tijm zijn voorbeelden van vuur verwarmend producten
Vuur-neutraal zijn rode kool en veldsla. Vuurverkoelende voedingsmiddelen zijn andijvie, sla, rode biet, grapefruit. De smaak bitter hoort bij het element vuur.

Aarde
In de Traditionele Chinese Gezondheidsleer worden de milt en de pancreas als één orgaan gezien. Bij milt/pancreas hoort de maag en samen horen ze bij het element aarde. Een zwakke maag en milt/pancreas uit zich onder andere in depressiviteit en ongeconcentreerdheid. Venkel(thee), pompoen en kastanje zijn voorbeelden van aarde-verwarmende producten. Deze producten hebben een prettig bij-effect, je krijgt minder snel zin in zoete dingen. Kool, wortelen, snij- en sperziebonen, eieren, zoethout en sesam zijn aarde-neutraal. Ze hebben een evenwicht herstellende functie voor de maag en milt/pancreas. Aardeverfrissende voedingsmiddelen zijn bijvoorbeeld courgette, paprika, cashewnoten, gistbrood. De smaak die bij het element aarde hoort is zoet.

Metaal
De dikke darm en de longen horen bij het element metaal. Problemen met de dikke darm uiten zich vaak in huidproblemen: acne, eczeem, zweten of jeukende plekken. Metaal-verwarmende producten zijn specerijen als cayennepeper, kruidnagel, nootmuskaat en anijs. Uien, knoflook, basilicum, bieslook, geelwortel, gember, komijn en koriander zijn voorbeelden van metaal-neutrale voedingsmiddelen. Metaal verkoelend zijn radijs, koolraap, tuinkers en pepermunt. De smaak die bij het element metaal hoort is scherp.

Water
Nieren en blaas zijn de organen die horen bij het element water. De nieren zijn een opslagplaats voor energie in het lichaam. Problemen met de nieren uiten zich onder het oog in donkere of opgezette wallen en gebrek aan seksuele lust en angst gevoelens. Water-verwarmende producten zijn onder andere aal, baars, forel, zalm en tonijn. Water-neutrale producten zijn tuinbonen, erwten, linzen, rode sojabonen en adzukibonen. Voorbeelden van water verkoelende voedingsmiddelen zijn miso, sojasaus, kombu, en mineraalwater. De smaak die bij het element water hoort is zoutig.
Het is niet gemakkelijk om zelf uit te vinden of je organen teveel aan warmte of een teveel aan bloed en sappen hebben. Dat kan je het best door een deskundige laten uitzoeken. Want als je bijvoorbeeld teveel warmte toevoegt kunnen je organen juist oververhit raken. Je kunt wel altijd veilig neutrale voedingsmiddelen eten.

5 elementen

5 elementen hout vuur aarde metaal water

jaargetijde lente zomer nazomer herfst winter
klimaat

wind hitte vochtigheid droogte koude
kleur

groen rood geel wit zwart
yin-orgaan

lever hart milt longen nieren
yang-orgaan

galblaas dunne darm maag dikke darm blaas
zintuig

zien spreken proeven ruiken horen
smaak

zuur bitter zoet scherp zoutig
emoties

drift
grootmoedigheid
tolerantie vreugde
intelligentie
intuïtie verstand
stabiliteit
piekeren bedroefdheid
vertrouwen
rechtvaardigheid angst
moed
bescheidenheid

Hartstichting slaat alarm: enorme toename hart- en vaatpatiënten

Het aantal Nederlanders dat te maken krijgt met een hartinfarct, een beroerte of hartfalen zal de komende jaren enorm toenemen. In 2040 zullen maar liefst 1,4 miljoen mensen te maken krijgen met die aandoeningen.

Dat blijkt uit berekeningen van het onderzoeksinstituut voor volksgezondheid RIVM in opdracht van de Hartstichting. Oorzaak van de stijging van 65 procent ten opzichte van 2011 is de vergrijzing.

Image: Ion Chibzii [ CC BY-SA 2.0 ], via Wikimedia Commons

Stijgende zorgkosten
Volgens het onderzoekinstituut zullen er in 2040 930.000 mensen met een hartinfarct of ernstig vernauwde kransslagaders zijn, zullen er 343.000 mensen zijn die een beroerte krijgen of hebben gehad en zullen 275.000 mensen te maken hebben met hartfalen.
Op dit moment bedragen de totale zorgkosten voor hart- en vaatziekten 8,3 miljard euro. Die kosten zullen volgens de Hartstichting fors stijgen als gevolg van de groei van het aantal patiënten.

Risicofactoren
Directeur van de Hartstichting Floris Italianer wil dat er iets gebeurt: “Er móet nu iets veranderen om het aantal slachtoffers te verminderen en ook om de almaar stijgende zorgkosten te drukken. Het is noodzakelijk dat we hart- en vaatziekten in een vroeger stadium kunnen herkennen en behandelen, zodat minder mensen ziek worden.”

Het RIVM ziet wel een oplossing: hoge bloeddruk voorkomen en het aantal rokers terugdringen. Daarnaast vormen ook een verhoogd cholesterolgehalte, overgewicht en te weinig lichaamsbeweging belangrijke risicofactoren.

vervolg:

Afgelopen dagen werd via het ANP het bericht verspreid als zou het aantal Nederlanders dat te maken krijgt met een hartinfarct, een beroerte of hartfalen, de komende jaren sterk toenemen. Volgens het bericht zullen in 2040 liefst 1,4 miljoen mensen te maken krijgen met die aandoeningen, zo blijkt uit berekeningen van het onderzoeksinstituut voor de volksgezondheid RIVM, in opdracht van de Hartstichting. Oorzaak van de stijging van 65 procent ten opzichte van 2011 is de vergrijzing.

“Er móet nu iets veranderen om het aantal slachtoffers te verminderen en de alsmaar stijgende zorgkosten te drukken”, was de reactie van de directeur van de Hartstichting Floris Italianer.

Hij ging daarbij echter voorbij aan een eerder gedane publicatie van de wetenschappers van het Dr. Rath Research Instituut in Californië. Zij publiceerden in het vooraanstaande medische magazine: American Journal of Cardiovascular Disease bewijzen dat hart- en vaatziekten een vroege vorm is van de ziekte scheurbuik en Dr. Matthias Rath al in de jaren 90, een enorme dreunde uitdeelde aan de cholesterol-theorie over hart- en vaatziekten.

Klinische scheurbuik

Dr Matthias Rath kwam toen al tot de ontdekking dat bij coronaire hartziekten exact hetzelfde gebeurt als bij een klinisch (vroege) scheurbuik en in de cellen waaruit de slagwandader is samengesteld een tekort aan vitamine C wordt waargenomen.

Vitamine C

In tegenstelling tot dieren, ontwikkelen mensen hartziekten omdat hun lichaam zelf geen vitamine C kan produceren. De huidige, gemiddelde voeding levert voldoende vitamine C om scheurbuik te voorkomen, maar niet voldoende om een stabiele vaatwand te waarborgen. Als gevolg daarvan ontstaan miljoenen kleine scheurtjes in de vaatwand. Vervolgens gaan cholesterol, lipoproteïnen en andere bloed risicofactoren de beschadigde vaatwanden herstellen.

Risicofactoren

Van al deze risicofactoren is een molecule genaamd: lipoproteïne (a) verreweg de belangrijkste. Deze lipoproteïne (a) werkt als een reparatie-molecule ter compensatie van de aangetaste vaatwand. Bij een chronisch gebrek aan vitamine C, ontwikkelt zich in de loop van jaren atherosclerotische afzettingen die uiteindelijk kunnen leiden tot hartaanvallen en beroertes.

Resultaten van onderzoeken

In het laatste onderzoek werden transgene muizen gebruikt die de menselijke stofwisseling nabootsten door middel van twee verschillende genetische elementen: een onvermogen om vitamine C te produceren, en het vermogen om lipoproteïne (a) te produceren. Bij het toedienen van een dieet met een onvoldoende hoeveelheid vitamine C, bleken de muizen Lipoproteïne (a) te deponeren in de vaatwanden en op die manier atherosclerose te ontwikkelen. De mate waarin zij hartziekten bleek afhankelijk van de hoeveelheid vitamine C die ze innamen. Muizen met de hoogste inname van vitamine C hadden de laagste afzetting van lipoproteïne (a) in de slagaders en de minste ontwikkeling van atherosclerose.

De publicatie van deze studie laat zien dat het einde van hart-en vaatziekten als doodsoorzaak in zicht is.

BronBron

Wetenschap maakt nederland ondervoed

image

Eerste man waarmee ik in aanraking ben gekomen vwb orthomoleculaire geneeskunde

Op wetenschap gebaseerde voedingsadviezen zouden dertig jaar achter de feiten aanlopen en voor duizenden doden per jaar zorgen. De wetenschap moet stoppen met op de rem te trappen. Dat zei Gert Schuitemaker dinsdagavond bij “It’s the food, my friend”.

Tijdens het derde voedseldebat in De Rode Hoed ging het over de invloed van voeding op gezondheid en (wan)gedrag. Gert Schuitemaker, orthomoleculair farmaceut, tevens doctor in de Geneeskunde, betoogde dat Nederlanders ondervoed zijn en dat de wetenschap met zijn voedingsadviezen dertig jaar achter de feiten aanloopt. Als je weet dat in 1965 al duidelijk was dat een tekort aan foliumzuur kan leiden tot baby’s met open ruggetjes, en dat het tot 1991 heeft geduurd voor men moeders extra foliumzuur begon te geven, is het – zo meent Schuitemaker – een slecht idee om te wachten tot de wetenschap zich uitspreekt.

Nederland is ondervoed
Schuitemaker herinnerde eraan dat in een advies van de Gezondheidsraad in 2002 al stond dat maar 2% van alle Nederlanders zich aan de Richtlijnen Goede Voeding houdt. En zelfs als je je aan die richtlijnen houdt, krijg je niet voldoende ijzer, foliumzuur, selenium, zink, vitamine A en vitamine D binnen, gaf het Voedingscentrum toe. Als je praktisch bent, zijn supplementen de logische manier om nutriëntentekorten aan te pakken, concludeert Schuitemaker. Bejaarden zijn een grote risicogroep, maar zeker niet de enige. De nieuwste voedingsadviezen noemt Schuitemaker “een ‘ramp’ voor de gezondheid van de Nederlander. Daarnaast zijn er in de gezondheidszorg al 17.000 tot 20.000 vermijdbare doden per jaar.”

Betere voeding leidt tot beter gedrag
Schuitemaker droeg sprekende voorbeelden aan van de invloed van voeding op gedrag bij gevangenen en kinderen. Zowel in scholen als gevangenissen kan betere voeding tot duidelijke gedragsverbeteringen leiden, stelde Schuitemaker, ook al durft de wetenschap dit nog niet aan. Toch is er wetenschappelijke onderbouwing voor en zijn de praktijkvoorbeelden duidelijk genoeg. In zijn online bibliotheek biedt Schuitemaker samenvattingen van honderden wetenschappelijke voedingsonderzoeken aan waarin een verband wordt gelegd tussen voeding en allerlei ziekten en gedragsstoornissen.

renger witkamp
Renger Witkamp
Witkamp stelt dat de supplementenhandel net als de farmaceutische industrie kan leiden tot “pillen-denken”
“Supplement moet geen aflaat worden”
Renger Witkamp, hoogleraar voeding en farmacologie aan de WUR, reageert op het betoog van Schuitemaker met wetenschappelijke reserve. Hij waarschuwt voor een reductionistische nadruk op supplementen en stelt dat de supplementenhandel net als de farmaceutische industrie kan leiden tot “pillen-denken”. In zijn presentatie toont hij een middeleeuwse aflaat: die functie mogen supplementen niet krijgen, voeding en levensstijl hebben een veel bredere invloed. Wat betreft de financiering van voedingsonderzoek kaart Witkamp een ernstig probleem aan: wetenschappelijk onderzoek krijgt alleen geld van de overheid als het bedrijfsleven erbij betrokken is. Dat is niet de schuld van de universiteit, maar hard overheidsbeleid dat de wetenschappelijke vleugels kortwiekt.

ap_zaalberg
Ap Zaalberg
Dat er nog steeds geen beleid is rond deze bevindingen, tot frustratie van Schuitemaker, is een keuze van Zaalberg zelf, die het onderzoek niet voldoende vindt om er beleid op te baseren.
“Meer onderzoek nodig”
De laatste spreker, Dr. Ap Zaalberg, werkt voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie aan onderzoek naar de relatie tussen voeding en gedrag in gevangenissen. Na eerdere onderzoeken in de VS (1981-1998) en Engeland (2002) toonde hij in 2007 ook in Nederland aan dat misdragingen van gevangenen afnamen als ze voedingssupplementen kregen. Dat er nog steeds geen beleid is rond deze bevindingen, tot frustratie van Schuitemaker, is een keuze van Zaalberg zelf, die het onderzoek niet voldoende vindt om er beleid op te baseren. “Er zijn nog teveel vragen open. Hoe werken micronutriënten? Wat is de optimale dosering?” In plaats van vitaminen te gaan verstrekken in gevangenissen, wil Zaalberg eerst een pilot-project doen in zeven nieuwe gevangenissen en jeugdinrichtingen.

Geen discussie over eetgedrag?
In de zaaldiscussie roept Femke de Boer van YFM de vraag op hoe men eetgedrag bij burgers kan veranderen, als slechts 2% van alle Nederlanders verantwoord eet. Bijna iedereen maakt immers al goede voornemens. De vraag wordt terzijde geschoven door Gert Schuitemaker, gesteund door gespreksleider Felix Rottenberg. “Ik wil het vandaag graag hebben over mijn punt dat de wetenschap het tempo ophoudt, en over de onwetendheid van beleidsmakers.”
In de naborrel komen veel mensen alsnog terug op dit thema.

Eetgedrag is psychologisch complex
Jeanne Hoogers, journaliste en psychologe: “Gedrag is complexer is dan hier werd gesuggereerd, dat geldt zeker voor eetgedrag. Je kunt eetgedrag bijna niet veranderen. Wie zorgt dan dat we die supplementen gaan eten? Eten is ook jezelf belonen, jezelf straffen. Daaraan werd voorbijgegaan. Ik vond het debat wat onhandig in die zin.”

“Je kunt eetgedrag praktisch beïnvloeden”
Heleen Prins, BSc biomedische wetenschappen, organisator bij de YFM Academy: “Het ging veel over wat er mis is met onze voedingspatronen, en te weinig over wat we eraan kunnen doen. Het is niet genoeg om een step-up programma aan te bieden. Het zou interessant zijn geweest om meer te kijken naar nudges, naar hands-on manieren waarop je eetgedrag kunt beïnvloeden. Bijvoorbeeld de groente vooraan zetten in de kantine, kleinere borden gebruiken, supermarkten anders indelen. Het gevaar van het denken in supplementen is dat je andere aspecten van eten uit het oog verliest, die even goed invloed hebben op gezondheid en gedrag. De vergelijking tussen kerkelijke aflaten en voedingssupplementen van Renger Witkamp vond ik daarom een mooie stijlfiguur.”

Medisch onderwijs schiet tekort
Guusje Segond von Banchet, verpleegkundige, volgt de YFM Academie: “Als verpleegkundige word je opgeleid in ziektebeelden en behandeling, niet in preventie. Ik heb twee maanden het vak diëtetiek gehad, maar daarbij ging het alleen over nutriënten, niet over eten in een breder verband. Terwijl allerlei andere aspecten van eten minstens evenveel invloed hebben op gezondheid en herstel. In het Radboudziekenhuis in Nijmegen is een proef gedaan waarbij de patiënten meerdere keer per dag vers eten kregen van Maison De Boer, à la carte, dat werkte sterk bevorderend voor het herstel. Maar dat weet ik omdat mijn vader daar is behandeld. Ik heb gemerkt dat voeding in geneeskundige kringen alleen serieus wordt genomen als het over herstel gaat, anders wordt het al snel geassocieerd met een oosterse leefwijze of kwakzalverij.”

Ook op de lagere school geen aandacht voor thema
Guusje vervolgt: “Op de basisschool heb ik alleen geleerd om een verband te leggen tussen eten en dik zijn. Waarom heb ik niet geleerd dat gezond eten ook invloed heeft op de gezondheid van je bloedvaten en allerlei andere aspecten van gezondheid en psyche? Ik weet van een school in Rotterdam waar de leerlingen leren tuinieren, maar ook samen gaan koken en eten. Zo kun je aandacht besteden aan het bredere belang van goed eten.”

Als iedereen hier al ondervoed is, wat verstaat men dan eigenlijk onder ondervoeding?
Zijn we geëvolueerd om ondervoed te zijn?
Hilde Segond von Banchet, hoofd communicatie YFM, stelde tijdens het debat een vraag waarop geen antwoord kwam: “Het was jammer dat ik geen antwoord kreeg op mijn vraag over de oermens. Als wij supplementen moeten slikken, hoe kreeg de oermens dan voldoende voedingsstoffen binnen? Is de mens niet geëvolueerd met schaarste en eenzijdige beschikbaarheid van voedsel? Ik ben ook benieuwd naar de 2% van alle mensen die voldoende voedingsstoffen binnenkrijgen, wie dat dan zijn en hoe ze dat voor elkaar krijgen. Als iedereen hier al ondervoed is, wat verstaat men dan eigenlijk onder ondervoeding?”

“Weston Price wist het al in de jaren ’30”
Sharon en Colja, belangstellende burgers: “Wij horen waarschijnlijk tot die 2% van de bevolking die alle voedingsstoffen binnenkrijgen. We zijn erg geïnteresseerd in voeding en gezondheid, ook met het oog op onze kinderen. Het is niet nodig om dertig jaar op een wetenschappelijk verhaal te wachten. Soms moet je ook voor je gut feeling gaan. Een onderzoeker die deze avond niet aan bod kwam is Weston Price, die in de jaren ’30 al voedingsonderzoek deed in Afrika. Hij liet zien dat er een sterke correlatie is tussen voeding, de kwaliteit van het gebit en gezondheid. Bijna alle kinderen dragen tegenwoordig een beugel, dat heeft ook iets met voeding te maken.”

Alie Wouda

bron: foodblog.nl

 

De relatie darmflora en huidziekte

Dat een gezonde lifestyle en dieet goed zijn voor je huid weten we wel, maar dat ook je maag- en darmflora alles kan uitmaken voor de gezondheid van je huid is een stuk minder bekend. Deze ‘gut-skin connection’ is een hot topic binnen de dermatologie en de gehele geneeskunde. BeautyJournalist Emma Wagenaar zocht het fenomeen nader uit.

Welke invloed heeft je maagdarmflora?

De Chinese gezondheidsleer gaat al eeuwen uit van een link tussen wat er zich afspeelt in de maag en darmen en de huid. Maar moderne wetenschap weet nu ook steeds meer huidaandoeningen te verbinden aan maag- en darmproblemen en onderzoeken bevestigen het belang van de ‘gut-skin connection’.

“Maar bij dit verband draait het niet alleen om maagdarmproblemen die huidziektes veroorzaken. Maar om de invloed die je maagdarmflora heeft op de huid”, legt dermatoloog aan de Erasmus MC en expert op dit gebied, dr. Bing Thio, uit.

De eetgewoonten van je dierentuin

“In je maagdarmstelsel woont van nature ongeveer 1,5 tot 2 kilo bacteriën, virussen en schimmels (microbioom). Deze horen daar en veroorzaken – in de juiste balans – geen problemen. Alles wat je eet gaat dwars door deze zogenaamde ‘dierentuin’.

Huidziekte behandelen via bacteriën

De bacteriën reageren op wat je eet; sommigen groeien, sommigen worden geremd. Dit kan resulteren in een overgroei aan een bepaalde bacterie. Dit kan dus ook op je huid zijn, het hoeft niet per se in het lichaam te zijn: in de maag en darmen. Maar tussen huid en maag-darmen is dus wel een hele belangrijke connectie. In beide gevallen reageert je immuunsysteem.

Bij een verkeerde bacteriebalans op je huid reageert niet alleen je huid door een reactie van het immuunsysteem, maar ook je maag-darm kanaal, dat eveneens wordt gealarmeerd door het immuunsysteem. Het kan dus belangrijk zijn om beide wegen (de huid en de maag-darm) mee te nemen in behandeling van het probleem.

Gut-brain-acne-interaction

“If you want to heal your skin, you have to ‘heal’ your gut”

De altijd hongerige acne-bacterie

Een voorbeeld: “Bij acne speelt de Propionibacterium acnes een grote rol. Deze bacterie heeft iedereen op de huid. Als de talgklier meer talg aanmaakt, dus meer vet, is er meer voedingsgrond voor deze bacterie en groeit de populatie.

De puist als opruimreactie van je immuunsysteem

Dr. Thio: “Als reactie op die verstoorde bacteriebalans komt de Th17-generaal van je immuunsysteem in actie. Deze Th17 is als het ware de bewaker van die eerder genoemde ‘dierentuin’. Deze geeft dan aan zijn ‘soldaatjes’ (neutrofielen) door dat ze bepaalde eiwitten moeten aanmaken die het te veel aan verkeerde bacteriën opruimen. Het resultaat daarvan is – in het geval van de Propionibacterium acnes: pus, oftewel puistjes.

Nieuw medicijn tegen Rosacea

Een ander goed voorbeeld is volgens Dr. Thio rosacea (de altijd rode wangen en neus, soms puistjes en zichtbare adertjes). “De parasiet Demodex (die ook van nature voorkomt in je haar en talgklieren) speelt daarbij een belangrijke rol.

We weten nu dat je, door deze parasiet uit te schakelen rosacea kunt behandelen. In Amerika is er nu een nieuw medicijn: Ivermectine zalf, dat heel goed ingezet kan worden. In Nederland is het helaas nog niet geregistreerd. Eigenlijk is het niet nieuw, het wordt al heel lang ingezet tegen tropische worm- en parasietinfecties en bij schurft. Bij toeval is ontdekt dat het ook tegen rosacea helpt. (Lees er hier meer over.)

Eczeem

Hetzelfde geldt voor de Staphylococcus aureus bij constitutioneel eczeem. Deze bacterie leeft ook op de huid, maar wordt net als de parasiet Demodex gecontroleerd door het immuunsysteem, dat op zijn beurt weer gecontroleerd wordt door het microflora in je maagdarmstelsel. Uiteindelijk is chocolate-women-eatingdie maag- en darmflora dus super belangrijk.”

De rol van voeding

“Zo snap je dat voeding een belangrijke rol speelt bij een gezonde huidflora en dat het eten van bijvoorbeeld chocolade best invloed kan hebben op bijvoorbeeld acne, omdat de bacteriën die je immuunsysteem beïnvloeden dat lekker vinden. Bij psoriasis kan suiker verergerend werken”, aldus de expert.

Bij ieder mens ziet de bacteriesamenstelling er anders uit

Een belangrijke stap in het aanpakken van huidproblemen is dus onderzoeken of er bepaalde voedingsmiddelen zijn waar je microflora ongunstig op reageert. En dat is heel persoonlijk; ieders ‘dierentuin’ is anders. Het zijn zaken die nog niet wetenschappelijk zijn aangetoond, maar die je volgens de dermatoloog wel serieus moet nemen.

Wat kun je zelf nog meer doen?

“Je kan je nu dus ook voorstellen dat bepaalde probiotica en prebiotica ingezet kunnen worden bij het behandelen van huidproblemen die met het immuunsysteem te maken hebben.

Stap één is dan natuurlijk de bacterie te identificeren die de veroorzaker is. Daar wordt op het mangopulpmoment veel onderzoek naar gedaan.

Daarnaast worden de effecten van bepaalde kruiden, planten en vruchten daarop steeds beter onderzocht, bijvoorbeeld in Zuid-Korea. Zo weten we nu dat lupeol (een stofje in o.a. mangopulp en aloë vera) heel goed werkt bij acne, dat je met het eten van kimchi (gefermenteerde kool en groenten) een droge huid kunt bestrijden en dat de antioxiderende werking van tomaten (lycopeen) belangrijk is tegen huidveroudering.

Daarnaast werkt rode wijn (een glas per dag) heel goed bij ontstekingsziektes zoals acne. Hele normale en goedkope oplossingen,” aldus de dermatoloog.

AlieAfspraak maken? Ga naar mijn afspraakplanner

Reiniging

De mens is zo jong als zijn lichaamsvochten

Ruim 2,5 duizend jaar geleden wees Hippocrates, ‘vader’ van de geneeskunst, ons al op het belang van reiniging van onze lichaamsvochten. Hieronder verstond hij het bloed, de lymfe, de gal, het darmvocht en alle kliersappen, zoals maagsap, speeksel en pancreassap. Hippocrates leerde toen al dat er vele ziekten, met veel verschillende symptomen zijn, maar dat ze allemaal één ding gelijk hebben: een slechte toestand van de lichaamsvochten. Meestal veroorzaakt door slechte voeding en/of leefwijze. Vandaar dat men vroeger zo geloofde in purgeren, aderlaten etc. Dit was om de slechte ‘vochten’ weg te laten vloeien.

De feiten op een rijtje

In totaal circuleert er circa 9 liter vocht in ons lichaam. Via de lichaamsvochten worden onze organen gevoed. De kwaliteit van onze lichaamsvochten bepaalt dus of onze organen superieure of inferieure voedingsstoffen aangeboden krijgen. Zijn de lichaamsvochten ziek, dan worden onze organen ziek. Ziekten ontstaan ook zelden plotseling (aldus Hippocrates). De hoofdoorzaak van ziekten is volgens de oude geneesheren het gevolg van jarenlange vervuiling.

Maar onze organen zijn ook van dezelfde lichaamsvochten afhankelijk om de giftige afvalstoffen (die door de stofwisseling in onze cellen ontstaan) uit hun cellen af te voeren. Zonder deze afvoer zouden onze cellen ‘stikken’ in hun eigen verbrandingsresten.

Organen en lichaamsvochten zijn dus nauw op elkaar aangewezen: gezonde organen zorgen voor gezonde lichaamsvochten en andersom.

Toename van toxische stoffen

Tegenwoordig weten we dat vergiften en andere schadelijke stoffen zich vooral via de bloedsomloop en lymfecirculatie naar de organen verspreiden. Houdt deze toestand langere tijd aan, dan kunnen er ziekten ontstaan. De belasting van toxische stoffen is de laatste decennia enorm toegenomen. Dagelijks staan wij bloot aan allerlei toxische stoffen vanuit de buitenwereld, zoals milieuverontreiniging, smog, schoonmaakmiddelen, pesticiden, zware metalen, plastic resten en tabaksrook. Bovendien zorgen onze voeding en leefwijze voor een nog grotere belasting van ons lichaam en uitscheidingsorganen. Denk maar eens aan E?nummers, additieven, kleurstoffen, alcohol, suikers, geraffineerde en gedenatureerde voeding, koffie, medicijnen, overmatig, te snel en/of onregelmatig eten en stress.

Naast alle toxische stoffen van buitenaf produceren onze cellen zelf ook nog eens heel wat toxische stoffen. Die ontstaan bij de verbranding van voeding in onze cellen en dat is een heel normaal proces. Zolang ons lichaam over voldoende eiwitten, gezonde vetten, vitamines, mineralen en sporenelementen beschikt, zou onze lever in staat moeten zijn om deze stoffen te elimineren. Maar onze lever heeft natuurlijk heel wat meer taken en kan het zich, omwille van onze gezondheid, niet permitteren om constant bezig te zijn met het neutraliseren van toxische stoffen.

Ontgiftingsorganen

Gelukkig heeft ons lichaam een uitgebreid arsenaal aan ontgiftingsorganen. Naast de lever zijn de belangrijkste ontgiftingsorganen de darmen, de nieren, de longen, het lymfesysteem en de huid (onze huid wordt ook wel de derde nier genoemd). Als een van deze organen z’n ontgiftende taken niet meer aankan, proberen de andere wat extra werk te verzetten. En als alle organen overbelast raken, heeft het lichaam nog een aantal noodmaatregelen om overtollige afvalstoffen kwijt te raken (menstruatie, zaadlozing, vaginale afscheiding, niezen, slijm, ontstekingen, diarree etc.). Zo belangrijk is het voor het lichaam om afvalstoffen uit te scheiden. Als ook dit niet meer afdoende is, wordt het afval opgeslagen in bijvoorbeeld onderhuids bindweefsel of vetweefsel. Deze afzetting van afvalstoffen in de weefsels wordt aangeduid met de term ‘slakken’.

Spijsvertering

Ons spijsverteringsstelsel heeft als taak om alle lichaamsvreemde stoffen (voedsel) om te zetten in lichaamseigen stoffen en de onverteerbare stoffen weer uit te scheiden. Alleen als alle spijsverteringsorganen hun werk goed doen (ze zijn uiterst fijn op elkaar afgestemd en van elkaar afhankelijk), wordt voedsel op een juiste wijze omgezet. Alle voeding die niet op een juiste wijze wordt omgezet, vormt (in meer of mindere mate) een toxische stof. Denk bijvoorbeeld aan gisting en rotting in de darmen. De schadelijke stoffen die hier het gevolg van zijn, komen via de darmen in de bloed- en/of lymfecirculatie.

De darm wordt vaak de boomwortel van ons lichaam genoemd. De boom is zo gezond als de voeding die de wortel kan opnemen. Is deze voeding gezond, dan zie je dat tot in de kruin van de boom terug. Kan de boom geen gezond voedsel opnemen, dan zie je dit ook weerspiegeld in de hele boom. Vandaar dat Hippocrates ook beweerde: “Ziekte zetelt in de darm”. Is de darm ziek, dan wordt het hele lichaam hierdoor beïnvloed.

Help het lichaam een handje

Door middel van een reinigingskuur geven wij ons lichaam de kans om overtollige (opgeslagen) afvalstoffen te verwijderen.:

  • mensen die preventief aan hun gezondheid willen werken (vergelijk het met een onderhoudsbeurt van de auto: voorkomen is beter dan genezen);
  • mensen die willen afvallen of juist aankomen (door de darmen te reinigen, kunnen gezonde bacteriën beter overleven en voedingsstoffen beter worden opgenomen);
  • mensen met vage klachten (zoals futloos, moe, niet lekker in je vel), waar geen medisch aanwijsbare reden voor gevonden kan worden;
  • mensen met chronische klachten (bijvoorbeeld reuma, jicht, huidziekten en PMS).

Voorjaar een mooi moment om te reinigen

Het voorjaar is van oudsher een mooie tijd om te reinigen: in de winter hebben we meestal minder bewogen, zijn we minder buiten geweest en hebben we vaak zwaardere kost gegeten. Bovendien is het voorjaar rijk aan planten die de ontgifting een handje kunnen helpen.

Iedere vorm van ontoereikende zelfreiniging leidt tot vergiftiging van onze lichaamsvochten en weefsels en daarmee tot ziekte. Het prestatievermogen en de gezondheidstoestand van onze organen is afhankelijk van de toestand en circulatie van deze lichaamsvochten.

Erich Rauch in ‘Bloed- en lichaamsvochtreiniging
Via iriscopie kijk ik welk orgaan gereinigd moet worden. Maak dus snel een afspraak
Hieronder vind je welke fasen gifstoffen doorlopen om uiteindelijk te ziekten lijden.