Kurkuma

figuur-1-curcuminoiden
Figuur 1. Curcuminoïden

Kurkuma (koenjit, koenier, Indiase geelwortel, Indiase saffraan) is een aromatische specerij uit de wortel van Curcuma longa, een plant uit de gemberfamilie (Zingiberaceae). Kurkuma geeft kerriepoeder zijn typische diepgele kleur en is licht bitter van smaak. Naast een rol in de voedselbereiding en –conservering werd kurkuma als (ayurvedisch, traditioneel Chinees) geneesmiddel aanbevolen bij uiteenlopende gezondheidsproblemen waaronder maagdarmklachten, leverziekten, gewrichtsontsteking, bijholteontsteking, (brand)wonden en ooginfecties. Curcuminoïden zijn vetoplosbare polyfenolen en de belangrijkste medicinale bestanddelen in kurkuma. Het grootste deel (circa 80%) is curcumine (curcumine I, diferuloylmethaan), de rest bestaat uit het verwante curcumine II (demethoxycurcumine) en curcumine III (bisdemethoxycurcumine). Kurkuma bevat 2-5% curcuminoïden, terwijl voedingssupplementen op basis van kurkuma een veel hoger gehalte of uitsluitend curcumine/curcuminoïden bevatten. De wetenschappelijke belangstelling voor curcumine is groot: inmiddels zijn er ruim 5200 (vooral preklinische) studies met ‘curcumin’ in de titel verschenen op Pub- Med, de internet database van medischwetenschappelijke artikelen.(1) Curcumine heeft een zeer breed werkingsgebied, is non-toxisch en een veelbelovende stof voor de preventie en/of behandeling van uiteenlopende chronische ziekten.(2) Dat er nog relatief weinig klinische studies zijn gedaan met curcumine heeft veel te maken met de lage biologische beschikbaarheid van curcumine, waardoor studieresultaten kunnen tegenvallen. Bij curcuminesuppletie is het essentieel gebruik te maken van een voedingssupplement met (sterk) verbeterde absorptie. Dit is mogelijk minder belangrijk bij een beoogd effect in het maagdarmkanaal en bij uitwendig gebruik.

Pleiotrope beschermende effecten

De gezondheidsbevorderende eigenschappen van curcumine worden voor een belangrijk deel veroorzaakt door verhoging of verlaging van (de genexpressie en activiteit van) regulatiemoleculen zoals transcriptiefactoren (DNA-bindende eiwitten die de gentranscriptie reguleren, waaronder NFκB, Nrf2 en PPAR-γ), pro-inflammatoire cytokines (waaronder TNF-α en diverse interleukines), enzymen (waaronder de pro-inflammatoire enzymen COX-2, 5-LOX en iNOS), groeifactoren en adhesiemoleculen (eiwitten die zorgen voor binding van twee structuren/moleculen, bijvoorbeeld vascular cell adhesion molecule 1 (VCAM-1) dat zorgt voor binding van immuuncellen aan vaatendotheel). Curcumine beïnvloedt meer dan 100 verschillende regulatie- of signaalmoleculen; figuur 2 geeft een vereenvoudigd overzicht van moleculaire aangrijpingspunten weer. Curcumine heeft pleiotrope activiteit: via meerdere werkingsmechanismen wordt een specifiek gezondheidseffect (zoals ontstekingsremming of neuroprotectie) bereikt. Zo worden in een studie tien verschillende neuroprotectieve effecten van curcumine beschreven.(3) Indien een voldoende hoge weefselconcentratie wordt bereikt, kan curcumine een groot aantal chronische ziekten beïnvloeden, vooral door versterking van het antioxidantsysteem, ontstekingsremming en immunomodulatie.( 4)

*Pleiotroop = het bereiken van een specifiek gezondheidseffect via meerdere werkingsmechanismen.

figuur-2-invloed-van-curcumine-op-regulatiemoleculen
Figuur 2. Invloed van curcumine op regulatiemoleculen.

Belangrijke gezondheidseffecten

1. Antioxidantactiviteit en chelatie (zware) metalen

• Antioxidantactiviteit

Curcumine is een krachtige antioxidant en vrije radicalenvanger, remt de vorming van vrije radicalen en beschermt biologische structuren zoals lipiden, eiwitten en DNA tegen oxidatieve beschadiging.(5) Oxidatieve stress versnelt verouderingsprocessen en verhoogt de kans op leeftijdsgerelateerde degeneratieve ziekten zoals kanker, diabetes mellitus, neurodegeneratieve ziekten en hart- en vaatziekten. In een diermodel voor veroudering remde curcumine (30 mg/kg) de vorming van malondialdehyde en lipofuscine, oxidatieve markers van veroudering.(6) Inductie van oxidatieve stress en remming van DNA-reparatie door blootstelling aan het giftige arsenicum is geassocieerd met een grotere kans op kanker. In een Indiase studie leidde curcuminesuppletie bij proefpersonen, die chronisch waren blootgesteld aan arsenicum, tot afname van oxidatieve stress en opregulatie van p53-afhankelijke DNA reparatie-enzymen (tumor suppressor p53 is een regulatiemolecuul dat het genoom beschermt, zorgt voor herstel van DNA-schade en preventie van genmutaties).(7)

• Opregulatie Nrf2

Een belangrijk effect van curcumine is opregulatie (verhoging van activiteit en/ of hoeveelheid) van de transcriptiefactor Nrf2 (nuclear factor erythroid 2 related factor 2), die endogene induceerbare verdedigingssystemen activeert in reactie op oxidatieve stress en andere endogene en exogene stressoren.(8,9) Nrf2 activeert het antioxidantsysteem (met onder meer verhoging van de synthese van glutathion en antioxidantenzymen), remt ontstekingen (onder meer door neerregulatie van NFκB en verhoging van anti-inflammatoir IL-10) en activeert fase II detoxificatie-enzymen. Een disfunctioneel Nrf2-systeem is geassocieerd met chronische aandoeningen waaronder neurodegeneratieve ziekten (Alzheimer, Parkinson, ALS, MS), chronische nierziekten (waaronder diabetische nefropathie), astma, COPD en obesitas.(9,10) Wetenschappers hebben vastgesteld dat activering van het antioxidantsysteem door Nrf2 sterkere neuroprotectieve effecten heeft bij de ziekte van Parkinson dan conventionele antioxidant therapie.(11) Veroudering gaat gepaard met achteruitgang van het Nrf2-systeem; curcuminesuppletie kan door opregulatie van Nrf2 bijdragen aan de preventie van diverse leeftijdsgerelateerde degeneratieve ziekten. Dieronderzoek suggereert bovendien dat curcuminesuppletie de levensduur verlengt.(3,12)

Chelatie (zware) metalen

Curcumine beschermt (mede door chelatie, ontstekingsremming, verlaging van oxidatieve stress en opregulatie van Nrf2) tegen onder meer neurotoxiciteit en hepatotoxiciteit van (zware) metalen zoals aluminium, lood, kwik, cadmium, koper, chroom en ijzer.(13-15) In dieronderzoek is vastgesteld dat curcumine beschermt tegen cadmium-geïnduceerde vasculaire disfunctie en hypertensie.(16)

2. Ontstekingsremming en immunomodulatie

• Neerregulatie NFκB

Bij veel chronische (ontstekings)ziekten speelt overactiviteit van de transcriptiefactor NFκB een centrale rol in het ziekteproces, onder meer bij kanker, atherosclerose, allergieën, inflammatoire darmziekten (ziekte van Crohn, colitis ulcerosa), pancreatitis, hepatitis, osteoporose, multiple sclerose, de ziekte van Alzheimer, aids, reumatoïde artritis, psoriasis en COPD.(17) Curcumine beïnvloedt deze ziekten mede door neerregulatie van NFκB.(18-21)

• Opregulatie HO-1

Curcumine zorgt via Nrf2 activering voor sterke opregulatie van het induceerbare stresseiwit HO-1 (heem oxygenase-1), dat naast het afbreken van heem belangrijk is voor celbescherming, verlaging van oxidatieve stress, immunomodulatie en ontstekingsremming. HO-1 speelt een centrale rol bij het beëindigen van een acute ontsteking (resolutiefase) zodat deze niet overgaat in chronische (laaggradige) ontsteking. Wetenschappers vermoeden dat opregulatie van HO-1 gunstige effecten heeft bij (laaggradige) ontstekingsziekten zoals metabole ziekten (metabool syndroom, diabetes type 2, obesitas), sepsis, auto-immuunziekten, allergieën en neurodegeneratieve ziekten.(22-24)

Neerregulatie iNOS

Curcumine remt de expressie van iNOS (inducible nitric oxide synthase) in ontstekingscellen, mede door opregulatie van HO-1 en/of neerregulatie van NFκB. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat langdurige overactiviteit van iNOS een belangrijke rol in de pathogenese van auto-immuunziekten en chronische ontstekingsziekten (depressie, reuma, multiple sclerose, ziekte van Sjögren, diabetes type 1, astma, bronchiëctasie, atherosclerose, inflammatoire darmziekten, coeliakie, glomerulonefritis, diabetische nefropathie, psoriasis, SLE, systemische sclerose, dermatitis, peri-apicale periodontitis), neurodegeneratieve ziekten, hersentrauma, hartinfarct, kanker en afstoting na transplantatie.(25,26)

Opregulatie PPAR-γ

Curcumine is een PPAR-γ agonist. Opregulatie van de transcriptiefactor PPAR-γ (peroxisome proliferator-activated receptor-γ) en verhoging van de expressie van PPAR-γ receptoren door curcumine leidt tot significante ontstekingsremming, mede door neerregulatie van NFκB. Activering van PPAR-γ is gunstig bij oogziekten zoals diabetische retinopathie, glaucoom en leeftijdsgerelateerde maculadegeneratie; PPAR-γ remt de activiteit van microglia en glia, de belangrijkste immuuncellen die betrokken zijn bij oogontsteking.(91) Opregulatie van PPAR-γ door curcumine is in preklinisch onderzoek tevens geassocieerd met remming van hypertensiegeassocieerde hartfibrose, remming van colorectale carcinogenese, bescherming van zenuwcellen bij cerebrale ischemiegeïnduceerde ontsteking, remming van nierfibrose, remming van diabetes gerelateerde leverfibrose en ontstekingsremming bij obesitas, diabetes mellitus en metabool syndroom.(27-32) Activering van PPAR-γ is therapeutisch aangrijpingspunt bij cystische fibrose en systemische sclerose.( 33,34)

3. Antimutagene en anticarcinogene activiteit
Vele in-vitro en dierstudies hebben aangetoond dat curcumine alle aspecten van kanker remt (ontstaan, (in)groei, angiogenese, metastasering) en werkzaam is tegen diverse typen kanker (leukemie, lymfoom, multiple myeloom, melanoom, colorectaalkanker, kanker van borst, maag, slokdarm, long, lever, pancreas, prostaat, baarmoeder, baarmoederhals, eierstok, blaas).(35,36) Curcumine moduleert een groot aantal regulatiemoleculen in de verschillende stadia van kanker.(35-37) In figuur 3 is te zien dat curcumine transcriptiefactoren remt (waaronder STAT3, AP-1, NF-kB) die de transformatie van normale cellen in tumorcellen bevorderen, en tumorsuppressorgenen activeert die het ontstaan van kankercellen voorkomen. Curcumine remt tumorcelproliferatie door overexpressie te remmen van onder meer oncogenen (genen die zijn betrokken bij het ontstaan van kanker), HER2 (human epidermal growth factor receptor, een eiwit dat een belangrijke rol speelt bij de groei en deling van cellen), groeifactoren en cyclin D1 (een eiwit dat een rol speelt bij de celdeling). Mede door remming van VEGF (vascular endothelial growth factor) gaat curcumine angiogenese (nieuwvorming van bloedvaten) tegen. Neerregulatie van onder meer MMP (matrix-metalloproteinase), COX-2, TNF-α, adhesiemoleculen (waaronder VCAM en ICAM) en chemokines remt doorgroei in omliggend weefsel en metastasering.(35)

figuur-3-curcumine-gaat-de-tumorvorming-en-progressie-tegen
Figuur 3. Curcumine gaat de tumorvorming en -progressie tegen (35)

Daarnaast verhoogt curcumine de gevoeligheid van tumoren voor cytostatica en bestraling. Wetenschappers hebben ontdekt dat een tumor bestaat uit heterogene populaties van cellen; naast meer gedifferentieerde tumorcellen bevat een tumor subpopulaties van tumorstamcellen, die resistenter zijn voor chemotherapie, bestraling en hormoontherapie dan de overige tumorcellen. Na een aanvankelijk succesvolle kankertherapie en een lange periode van complete remissie kunnen uit tumorstamcellen opnieuw tumoren ontstaan. Curcumine is in staat deze tumorstamcellen te doden door remming van de afgifte van de pro-inflammatoire cytokines IL-6, IL-8 en IL-1 en modulatie van diverse regulatiemoleculen.(38) Daarnaast is het mogelijk dat curcumine de tumorstamcel aanzet tot differentiatie. Curcumine is niet cytotoxisch voor gewone stamcellen maar ondersteunt de functie van deze gezonde cellen.(38)

Suppletie met SLCP

Obstakel voor therapeutische toepassingen is de lage absorptie van curcumine na orale inname, de korte halfwaardetijd en de beperkte verspreiding in lichaamsweefsels. In dieronderzoek worden gezondheidseffecten gezien bij curcuminedoses variërend van 50 tot 500 mg/kg/dag. In humane studies (kanker, alzheimer, psoriasis, cystische fibrose) zijn doseringen tot 4 gram curcumine per dag gebruikelijk. Doseringen tot 8-12 gram/dag (getest bij onder meer kanker, reuma, oogziekten, aids en postoperatief) worden in de regel goed verdragen, maar roepen door het grote volume veel weerstand op bij de gebruikers.(39-44) Eventuele bijwerkingen zoals hoofdpijn, diarree of huiduitslag zijn niet dosis gerelateerd.(45) Curcumine is weliswaar werkzaam in kleine (micromolaire) concentraties, zelfs bij een hoge orale dosis (4-12 gram per dag) komt waarschijnlijk weinig curcumine in het lichaam terecht.(42,46,47) Het vetoplosbare curcumine is slecht wateroplosbaar, instabiel en wordt snel in de darmen en lever geïnactiveerd (door glucuronide- of sulfaatconjugatie) en vervolgens uitgescheiden.(47) Wetenschappers doen er alles aan om de biologische beschikbaarheid van curcumine te verbeteren, bijvoorbeeld door curcumine te combineren met piperine of fosfatidylcholine.(49)

Een nieuwe, gepatenteerde methode om de effectiviteit van curcuminesuppletie sterk te verbeteren is door curcumine aan te bieden in de vorm van SLCP (solid lipid curcumin particles). In humaan onderzoek is aangetoond dat deze (lipiden)vorm van ongebonden curcumine een tot 65 keer hogere biologische beschikbaarheid heeft dan gewone curcumine waardoor kan worden volstaan met veel lagere doseringen.(48) SLCP komt na orale inname via de lymfe (in chylomicronen) en niet zoals gebruikelijk via poortaderbloed het lichaam binnen en is gevrijwaard van inactivering in darmen en lever, waardoor meer curcumine in bloed en weefsels wordt opgenomen. In tegenstelling tot gewone (geconjugeerde) curcumine kan SLCP de bloed-hersenbarrière passeren, zorgt het voor een voldoende hoge weefselconcentratie en heeft het significante neuroprotectieve effecten.(50) In een humane studie met gezonde ouderen is aangetoond dat SLCP-suppletie (400 mg/dag met 80 mg curcumine) gunstig is voor cognitie en stemming.(51) In een tweede studie met gezonde volwassenen (40- 60 jaar) zorgde suppletie met SLCP (met 80 mg curcumine/dag gedurende 4 weken) voor verlaging van de bloedspiegels van triglyceriden, amyloïd-β (biomarker van hersenveroudering), ALT (alanine aminotransferase, marker voor leverschade) en ICAM (een adhesiemolecuul geassocieerd met atherosclerose) en stijging van de antioxidantcapaciteit en NO-synthese (stikstofmonoxide, indicatie voor verbetering endotheelfunctie).(52) Van SLCP is waarschijnlijk een (veel) lagere dosis nodig dan van andere curcuminepreparaten die in wetenschappelijke studies zijn gebruikt. Daarbij is de NOAEL (no observed adverse effect level) voor SLCP hoger dan 720 mg/ kg/dag.(51,53)

Indicaties

Wetenschappers verwachten dat curcumine bij een breed scala aan aandoeningen kan worden ingezet (tabel 1), gebaseerd op aangetoonde gezondheidseffecten en onderliggende werkingsmechanismen en de resultaten van vele dierstudies en een aantal humane studies. In humane studies zijn positieve resultaten met curcumine gerapporteerd bij onder meer kanker, diabetes mellitus, psoriasis, reumatoïde artritis, osteoartritis, oogziekten en de ziekte van Crohn.(54)

tabel-1-voorgestelde-indicaties-voor-curcuminesuppletie
Tabel 1. Voorgestelde indicaties voor curcuminesuppletie.(4,39,55-63)

Zenuwstelsel

In dierstudies is aangetoond dat curcumine neuroprotectieve activiteit bezit bij onder meer de ziekte van Alzheimer, de ziekte van Parkinson, beroerte, tardieve dyskinesie, epilepsie, hersentrauma, alcoholisme en diabetische neuropathie.(3,41,56,64-69) Ook zijn er aanwijzingen dat curcumine de ziekte van Marie- Charcot Tooth en de ziekte van Huntington kan beïnvloeden.(3) Neuroprotectie wordt bereikt door onder meer verlaging van oxidatieve stress en neuroinflammatie (opregulatie van Nrf2, HO-1 en PPAR-γ zijn hierbij belangrijke werkingsmechanismen), chelatie van zware metalen, modulatie van neurotransmittersystemen (serotonine, dopamine, GABA en glutamaat) en verhoging van BDNF (brain derived neurotrophic factor, een neurotrofine die de vorming van nieuwe neuronen stimuleert). (3,9,64) Verschillende preklinische studies wijzen op een neuroprotectieve werking van curcumine bij de ziekte van Parkinson. Curcumine beschermt tegen de endogene neurotoxines salsolinol en α-synuclein (die een rol spelen in de pathogenese van parkinson) en beschermt tegen dopaminerge neurodegeneratie door preventie van mitochondriale disfunctie. Mitochondriale disfunctie wordt voorkomen door remming van overexpressie van JNK (c-Jun N-terminal kinase), een MAPK. MAPK’s zijn mitogen-activated protein kinases, signaalmoleculen die worden geactiveerd door stressoren waaronder pro-inflammatoire cytokines en die celfuncties zoals celdeling, genexpressie, celdifferentiatie en apoptose reguleren.(70,71,72)

Ziekte van Alzheimer

Curcumine is een veelbelovende stof voor de preventie en behandeling van leeftijdsgerelateerde cognitieve achteruitgang en de ziekte van Alzheimer.(73) In-vitro en dierstudies hebben aangetoond dat curcumine het ziekteproces van de ziekte van Alzheimer remt, mede door bescherming tegen oxidatieve schade, ontstekingsremming, bescherming tegen neurotoxiciteit van amyloïd-β (Aβ) eiwit, remming van de vorming en aggregatie van Aβ en stimulering van de afbraak en verwijdering van Aβ-plaques (curcumine bindt hierbij aan amyloïd-β).(45,73-76) Factoren zoals verlaging van de cholesterolspiegel, het remmen van plaatjesaggregatie en chelatie van ijzer en aluminium dragen vermoedelijk ook bij aan het beschermende effect van curcumine.(77) Daarnaast gaat curcumine verlies van synaptophysine tegen, een (presynaptisch) membraaneiwit dat essentieel is voor de normale neurotransmissie en verlaagd is bij cognitieve achteruitgang en dementie.(74) Diermodellen voor de ziekte van Alzheimer bevestigen dat curcumine cognitieve achteruitgang tegengaat. Hierbij worden significante effecten bereikt met curcumine in een hoeveelheid die overeenkomt met 1,5 gram (gewone curcumine) per dag bij de mens. Zeer hoge doseringen curcumine lijken dus niet nodig voor een relevante neuroprotectieve activiteit. Er zijn enkele humane studies voltooid naar de werkzaamheid van curcumine (1-4 gram gedurende 6 maanden) bij de ziekte van Alzheimer en de resultaten van die studies zijn negatief of onvoldoende overtuigend.(45,73,78) Dit heeft vermoedelijk mede te maken met de lage biologische beschikbaarheid van gebruikte curcuminesupplementen.(45) Daarnaast is het denkbaar dat curcumine geschikt is voor de preventie van dementie en het beginstadium van de ziekte, maar minder effect heeft bij dementie in een vergevorderd stadium. Momenteel loopt een fase 2 studie naar de werkzaamheid van SLCP bij alzheimerpatiënten (suppletie met 4 of 6 gram SLCP met 800 of 1200 mg curcumine per dag).(74) Een klinische studie met gezonde ouderen doet vermoeden dat SLCP-suppletie leidt tot opname van een relevante hoeveelheid curcumine in de hersenen. Zestig gezonde ouderen (60- 85) namen gedurende 4 weken SLCP (400 mg/dag met 80 mg curcumine) of placebo in.(51) Een uur na inname van curcumine zagen de onderzoekers significante verbeteringen in concentratie en werkgeheugen, vergeleken met placebo. Dagelijkse inname van SLCP leidde tot significante verbeteringen van werkgeheugen en stemming (waarbij de proefpersonen beter bestand waren tegen psychologische stress); daarnaast daalden de totaal- en LDL-cholesterolspiegel significant.(51)

Depressie en chronische stress

Curcumine heeft antidepressieve activiteit in verschillende diermodellen voor depressie, mede door remming van neuroinflammatie, verlaging van oxidatieve stress, beïnvloeding van het stressregulatiesysteem (hypothalamus hypofyse-bijnieras) en modulatie van neurotransmittersystemen (serotonine, dopamine, norepinefrine, GABA, glutamaat) die zijn betrokken bij depressie.( 34,35,38,80,83,98) Curcumine zorgt voor dosisafhankelijke verhoging van BDNF (brain derived neurotrophic factor) met toename van neurogenese in hippocampus en frontale cortex.(34,38) Uit humane studies is bekend dat de serumspiegel van BDNF is verlaagd bij depressieve patiënten en dat deze normaliseert tijdens de behandeling met antidepressiva. Chronische stress speelt vaak een belangrijke rol bij het ontstaan van depressie. Dieronderzoek laat zien dat curcumine de mentale en fysieke stressbestendigheid verhoogt (adaptogene werking) en cognitieve achteruitgang en depressie door chronische stress mede tegengaat door verbetering van de glucosestofwisseling in de hersenen, remming van het pro-inflammatoire enzym iNOS en verhoging van BDNF, synaptophysine en 5-HT1A receptoren (serotonine 1A-receptoren).( 25,81,83,85-88) Een 6 weken durende humane studie uit 2014 met 60 proefpersonen levert het eerste klinische bewijs dat curcumine effectief en veilig is voor de behandeling van majeure depressie.(89) Behandeling met een curcuminesupplement met verbeterde absorptie (2x 500 mg/dag) was even effectief bij majeure depressie als het standaard antidepressivum fluoxetine (20 mg/dag), gemeten met HAMD17 (Hamilton Depression Rating Scale, 17-items).(89) De biologische beschikbaarheid van deze vorm van curcumine is naar schatting 7 keer hoger dan van gewone curcumine.(90) Het percentage responders (mensen die baat hadden bij de behandeling) was vergelijkbaar in beide groepen (curcumine 62,5%, fluoxetine 64,7%).(89)

Chronische oogaandoeningen

Preklinische en enige klinische studies laten veelbelovende resultaten zien van (oraal toegediende) curcumine bij verschillende chronische oogaandoeningen zoals chronische uveïtis anterior, diabetische retinopathie, glaucoom, leeftijdsgerelateerde maculadegeneratie, (diabetische) cataract, proliferatieve vitroretinopathie (gerelateerd aan netvliesloslating), allergische conjunctivitis, droge ogen syndroom en optische neuritis (demyeliniserende ontstekingsziekte geassocieerd met multiple sclerose).(91-95) Ontsteking speelt bij veel oogaandoeningen een belangrijke rol, ook bij oogaandoeningen die aanvankelijk niet werden beschouwd als ontstekingsziekten, zoals glaucoom, leeftijdsgerelateerde maculadegeneratie, retinale ischemie en diabetische retinopathie.(94) In twee klinische studies resulteerde curcuminesuppletie (3×375 mg/dag resp. 2×120 mg/dag) in significante verbetering van de oogconditie bij in totaal 154 proefpersonen met chronische uveitis anterior.( 92,93) In de eerste studie constateerden de onderzoekers dat curcumine net zo goed werkte als corticosteroïden (de standaardtherapie bij deze oogaandoening) en dat het een goed alternatief kan zijn voor corticosteroïden vanwege het ontbreken van bijwerkingen. In de tweede studie werd een curcuminepreparaat met verhoogde absorptie gebruikt (curcumine-fosfatidylcholine complex met circa 20 keer hogere biologische beschikbaarheid) naast de standaardtherapie. De oogklachten namen af bij meer dan 80% van de proefpersonen na een paar weken curcuminesuppletie; na 12 maanden was het aantal exacerbaties van uveitis anterior van 275 (in de 12 maanden voorafgaande aan curcuminesuppletie) naar 36 gedaald.(93) Curcuminesuppletie (3×375 mg/dag gedurende 6-22 maanden) zorgde bij 5 proefpersonen met idiopathische orbitale ontsteking voor gestage afname van het ontstekingsproces; bij 4 van de 5 proefpersonen trad volledige genezing op.(94) Curcumine-fosfatidylcholine complex (in een dosering van 1200 mg/ dag met 240 mg curcumine) werd getest bij 12 proefpersonen (18 ogen) met chronische centrale sereuze chorioretinopathie (CSCR).(91) Hierbij lekt vocht uit het vaatvlies (chorioidea) naar de macula (gele vlek, het centrale deel van het netvlies) en ontstaat een zwelling onder het netvlies. Na 6 maanden curcuminesuppletie was de gezichtsscherpte in de geteste ogen toegenomen (bij 61%) of stabiel gebleven (bij 39%); bij 78% van de ogen werd afname van (neuro)retinale zwelling gezien.(91)

Kanker

De laatste jaren wordt in toenemende mate onderzoek gedaan naar de effecten van curcumine bij mensen met kanker (onder meer multiple myeloom, osteosarcoom, colorectaal-, prostaat-, borst- en pancreaskanker). Het gaat veelal om fase 1 studies met kleine groepen patiënten, waarbij gekeken wordt naar de biologische beschikbaarheid van curcumine, veiligheid van suppletie en eerste bewijzen van werkzaamheid. Het is mogelijk dat curcumine vooral werkt tegen kanker in het maagdarmkanaal omdat gemakkelijker hogere weefselconcentraties worden bereikt, tenzij wordt gekozen voor curcumine met verbeterde absorptie of intraveneuze toediening van curcumine (in lipidenvorm).(96) Curcumine kan de effectiviteit van reguliere behandelingen versterken, maar ook bijwerkingen ervan verzachten.In een pilotstudie namen 40 mannen met prostaatkanker, die bestraald werden, een curcuminesupplement in met verbeterde absorptie (3 gram/dag) of placebo.(89) De curcuminegroep had na 3 maanden significant minder last van radiotherapie gerelateerde urinewegklachten dan de placebogroep.(98) In een andere studie leidde curcuminesuppletie (6 gram/ dag) tot vermindering van radiodermatitis bij borstkankerpatiënten.(99) Curcumine kan ook bijdragen aan de preventie van kanker. Bij 5 patiënten met familiaire adenomateuze polyposis, een erfelijke aandoening met goedaardige poliepen in de dikke darm en een sterk toegenomen kans op dikkedarmkanker, zorgde suppletie met curcumine (3×480 mg/dag) en quercetine (3×20 mg/dag) gedurende 6 maanden voor significante afname (aantal, grootte) van poliepen.(99)

Hart- en vaatziekten

Curcumine remt atherosclerose; dierstudies hebben aangetoond dat curcumine de endotheelfunctie verbetert, plaatjesaggregatie remt, de LDL-cholesterolspiegel verlaagt, de HDL-cholesterolspiegel verhoogt, LDL beschermt tegen oxidatie en vaatontsteking remt.(35) Curcumine zorgt voor neerregulatie van MMP’s (matrix metalloproteinases; deze enzymen zijn betrokken bij de afbraak van extracellulaire matrix) en opregulatie van TIMP’s (tissue inhibitor of metalloproteinases, remmers van MMP’s); een verstoorde balans van deze regulatiemoleculen is geassocieerd met diverse aandoeningen waaronder atherosclerose, kanker, artritis en endometriose.( 100) In een humane studie leidde curcuminesuppletie (500 mg/dag) tot daling van LDL-cholesterol met 12%, stijging van HDL-cholesterol met 29% en daling van lipidenperoxidatie met 33%.(35,101) Een dosis van 150 mg curcumine per dag was in een andere humane studie voldoende voor verbetering van endotheelfunctie en verlaging van lipidenperoxidatie en bloedspiegels van pro-inflammatoire cytokines (TNF-α, IL-6, endotheline-1).(54) De ontstekingsmarker C-reactief proteïne (CRP) is een sterke voorspeller en onafhankelijke risicofactor voor hart- en vaatziekten. Een meta-analyse van humane studies concludeert dat suppletie met curcumine (met verbeterde absorptie) gedurende minimaal 4 weken is geassocieerd met significante verlaging van de CRP-spiegel.(102) Curcumine heeft cardioprotectieve effecten in diermodellen voor hypertensie, hartinfarct en hartfalen, mede door het tegengaan van harthypertrofie, ontsteking, ischemie-reperfusieschade en fibrose.(103-105) Endometriose In een diermodel voor endometriose is vastgesteld dat curcumine zorgt voor dosisafhankelijke regressie van endometriose door remming van de expressie en activiteit van MMP-2, MMP-3 en MMP-9 (matrix metalloproteinase 2, 3 en 9), ontstekingsremming (remming TNF-α), verlaging van oxidatieve stress (daling lipiden- en eiwitoxidatie), remming van de oestradiolsynthese in endometrioseweefsel en remming van angiogenese (door remming van vascular endothelial growth factor/ VEGF, een signaalmolecuul dat de nieuwvorming van bloedvaten stimuleert).(100,106)

Reumatoïde artritis en osteoartritis

Een humane pilotstudie (duur 8 weken) geeft aan dat curcumine (2×500 mg/dag) beter helpt tegen reumatoïde artritis (significante daling ziekteactiviteit, minder pijn en minder gevoelige en gezwollen gewrichten, significante daling ontstekingsmarker C-reactief proteïne) dan de pijnstiller diclofenac (2×50 mg/dag). Een belangrijk werkingsmechanisme van curcumine is remming van de synthese en expressie van het pro-inflammatoire cytokine TNF-α , dat een centrale rol speelt in het ziekteproces.(21,128) Daarnaast remt curcumine Th17-celgemedieerde (T-helper lymfocyten type 17) ontsteking, dat kenmerkend is voor reuma en andere auto-immuunziekten.(107,108) Bij osteoartritis (artrose) zorgt laaggradige ontsteking voor afbraak van gewrichtskraakbeen; curcumine beschermt het kraakbeen en remt het ontstekingsproces.( 109,110) In een humane studie leidde curcuminesuppletie (200 mg/dag) tot significante afname van gewrichtspijn en verbetering van de gewrichtsfunctie, terwijl ontstekingsmarkers in het bloed (waaronder IL-1β, IL-6, VCAM-1, erytrocytbezinkingssnelheid) significant daalden.(111)

Spieratrofie en spiertrauma

Er zijn sterke aanwijzingen dat curcumine verlies van spiermassa tegengaat, veroorzaakt door immobiliteit, veroudering, kanker, aids, sepsis, diabetes, uremie, congestief hartfalen, acute quadriplege myopathie, neurogene atrofie en COPD.(112,113) De reguliere geneeskunde heeft hiertegen geen remedie. Versnelde spierafbraak bij katabole/inflammatoire aandoeningen wordt primair veroorzaakt door opregulatie van de ‘ubiquitin proteasome pathway’ (UPP) in spierweefsel, het belangrijkste intracellulaire systeem voor eiwitafbraak. In dieronderzoek is vastgesteld dat curcumine opregulatie van UPP (en daarmee spieratrofie) tegengaat door remming van p38 (een MAPK).(112) Bij bedlegerigheid of immobiliteit nemen spierkracht en spiermassa mede af door daling van de activiteit van Grp94 (glucose-regulated protein 94 kDa) in spierweefsel; suppletie met curcumine houdt Grp94 op peil bij (langdurige) inactiviteit.(113) Curcumine bevordert het herstel na spiertrauma; in een dierstudie versnelde curcumine regeneratie van spierweefsel (myogenese) na trauma door verhoging van spiercelproliferatie en –differentiatie.(35)

Obesitas, metabool syndroom en diabetes type 2

Curcumine kan bij obesitas bijdragen aan gewichtsreductie en de preventie van obesitas gerelateerde aandoeningen waaronder metabool syndroom, diabetes type 2, NASH (non-alcoholische steatohepatitis) en hart- en vaataandoeningen (waaronder hartritmestoornissen).(114) Door neerregulatie van met obesitas geassocieerde inflammatoire signaalmoleculen, waaronder NFkB en de adipokines TNF-α, IL-6, resistine, leptine en MCP-1 (monocyte chemotactic protein-1) en opregulatie van anti-inflammatoire signaalmoleculen (waaronder adiponectine, Nrf2 en PPAR-γ) zorgt curcumine voor afname van insulineresistentie, hyperglycemie en hyperlipidemie. Curcumine verlaagt de kans dat pre-diabetes (gekenmerkt door een verhoogde nuchtere glucosespiegel, verminderde glucosetolerantie en verhoogde HbA1cspiegel) uitmondt in diabetes type 2. Dit blijkt uit een placebogecontroleerde humane studie (met 240 deelnemers) waarin 16,4% van de proefpersonen, die placebo slikten, na 9 maanden diabetes type 2 hadden ontwikkeld, terwijl dit bij niemand in de curcuminegroep (1,5 gram curcumine per dag) het geval was.(115) Uit preklinische studies is bekend dat curcumine antidiabetische effecten heeft, mede door bescherming van insulineproducerende bètacellen tegen ontsteking en oxidatieve beschadiging (door opregulatie van Nrf2 en HO-1) en ondersteuning van de bètacelfunctie.( 114,115) In 1972 is voor het eerst aangetoond dat curcumine de bloedglucosespiegel kan verlagen bij mensen met diabetes mellitus.(114) Bij diabetici kan curcumine bijdragen aan de preventie van diabetescomplicaties waaronder cardiomyopathie, retinopathie, cataract, ulcera, nefropathie, neuropathie en encefalopathie.(114,116,117) Een recente humane studie suggereert dat curcumine toegenomen atherosclerose bij diabetici (type 2) tegengaat en de verhoogde kans op hart- en vaatziekten terugbrengt.(116) Curcuminesuppletie (1,5 gram/dag) gedurende 6 maanden leidde tot verhoging van (ontstekingsremmende) adiponectine en daling van (ontstekingsbevorderende) leptine; een verstoorde balans van deze adipokines bevordert atherosclerose. Andere, met atherosclerose geassocieerde factoren (abdominale obesitas, verhoogde triglyceriden- en urinezuurspiegel, insulineresistentie) verbeterden eveneens. Curcuminesuppletie leidde tot daling van arteriële stijfheid, een surrogaatmarker voor atherosclerose die een sterke correlatie heeft met hart- en vaatziekten en de kans op sterfte.(116)

Wonden en psoriasis

Uitwendig gebruik van curcumine versnelt de wondheling, mede door antioxidantactiviteit en opregulatie van TGF-β1 (transforming growth factor beta 1, een belangrijke cytokine voor wondheling).(35) Curcumine verbetert de vorming van granulatieweefsel, collageendepositie, remodellering en wondcontractie en beschermt tegen wondinfectie.(118) In een placebogecontroleerde studie met 60 proefpersonen met milde tot gematigde psoriasis vulgaris (Psoriasis Area and Severity Index (PASI) score < 10) zorgde curcuminesuppletie (2 gram/dag met 20% curcumine gedurende 12 weken; curcumine als nanodeeltjes liposomen) naast gebruik van een corticosteroïdenzalf voor significant grotere verbetering van de huidziekte dan alleen gebruik van de corticosteroïdenzalf.( 119) De serumspiegel van het pro-inflammatoire cytokine IL-22 daalde met 50% in de curcuminegroep, terwijl deze gelijk bleef in de controlegroep. De werkzaamheid van curcumine bij psoriasis wordt toegeschreven aan ontstekingsremming (mede door daling van de activiteit van Th22-cellen, een subpopulatie van T-lymfocyten, die net als Th17-cellen overactief zijn bij psoriasis), het tegengaan van angiogenese en proliferatie van keratinocyten, en verlaging van de activiteit van fosforylasekinase (overactiviteit van dit enzym speelt een belangrijke rol in het ziekteproces).(119)

Inflammatoire darmziekten

Diverse klinische studies hebben aangetoond dat aanvullende behandeling van inflammatoire darmziekten (ziekte van Crohn, colitis ulcera) met curcumine zinvol is en goed wordt verdragen.(43,45) Curcumine verlicht de darmklachten en verlaagt met de ziekte geassocieerde ontstekingsmarkers zoals myeloperoxidase, COX-1, COX-2, LOX, TNF-α, IFN-γ, iNOS en NFκB.(120-122) Bij patiënten met ulceratieve colitis leidde aanvullende behandeling met curcumine (2×1 gram/dag gedurende 6 maanden) tot significante afname van de ziekteactiviteit en een kleinere kans op opvlammingen.(123) Vermoedelijk remt curcumine het ontstekingsproces mede door remming van de activiteit van TRPV1 (transient receptor potential vanilloid-1 receptor), dat een belangrijke rol speelt bij intestinale ontsteking en pijn.(124)

Contra-indicaties

• Galwegobstructie en galstenen
• Zwangerschap en het geven van borstvoeding (vanwege het ontbreken van veiligheidsgegevens)

Interacties

  • Curcumine remt bloedplaatjesaggregatie; voorzichtigheid is geboden bij het combineren van curcumine met trombocytenaggregatieremmers en andere antistollingsmiddelen.( 125)
  • Curcumine kan de bloedglucosespiegel verlagen; diabetici dienen met dit effect van curcumine rekening te houden.(126)
  • Curcumine beschermt tegen toxische effecten van alcohol (lever, pancreas, zenuwstelsel)( 127), aflatoxine (lever, nieren, testis), artesunaat (testis)(128), chloroquine (voortplantingssysteem)(129), adriamycine (hart)(130), isoproterenol (hart)(131), gentamycine (nieren)(132) en ritonavir (bloedvaten)( 133).
  • Curcumine en sicrolimus hebben synergetische immunosuppressieve effecten en mogelijk synergetische antiproliferatieve effecten in tumorcellen.(134)
  • Curcumine gaat cytostatica-resistentie van tumoren tegen en verhoogt de effectiviteit van cytostatica (waaronder 5-fluorouracil, doxorubicine, gemcitabine, carboplatine).(135-137)
  • Neurotoxiciteit van rotenon wordt tegengegaan door curcumine.(138)
  • Het omega 3-vetzuur DHA en curcumine hebben synergetische activiteit tegen pancreaskanker (dierstudie).(139)
  • Curcumine versterkt mogelijk de werkzaamheid van celecoxib bij reumatische aandoeningen en kanker (pancreas, colorectaal).(140-142)
  • Curcumine helpt een indometacinegeïnduceerde maagzweer mogelijk voorkomen en genezen.(143)
  • Curcumine versterkt de werking van methotrexaat en beschermt tegen hepatotoxiciteit van methotrexaat (diermodel reumatoïde artritis).(144 )
  • Resveratrol en curcumine hebben mogelijk synergetische activiteit tegen osteoartritis.(145)
  • Curcumine remt virusreplicatie en versterkt de reguliere behandeling bij hiv en aids.(146)
  • Curcumine cheleert ijzer; neem curcumine niet gelijktijdig met een ijzersupplement in en wees terughoudend met curcuminesuppletie bij mensen met een ijzergebrek.(147)

img_2777Meer weten? maak een afspraak met Alie Wouda  Natuurpraktijk Aurora; info@natuurpraktijkaurora.nl

Referenties

  1. http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/advanced
  2. Aggarwal BB et al. Potential therapeutic effects of curcumin, the anti-inflammatory agent, against neurodegenerative, cardiovascular, pulmonary, metabolic, autoimmune and neoplastic diseases. Int J Biochem Cell Biol. 2009;41:40-59.
  3. Greg M et al. Neuroprotective effects of curcumin. Adv Exp Med Biol. 2007;595:197-212.
  4. Noorafshan A et al. A review of therapeutic effects of curcumin. Curr Pharm Des. 2013;19(11):2032-46.
  5. Balasubramanyam M et al. Curcumin-induced inhibition of cellular reactive oxygen species generation: Novel therapeutic implications; J. Biosci. 2003;28:715-721.
  6. Sarvalkar PP et al. Antioxidative effect of curcumin (Curcuma longa) on lipid peroxidation and lipofuscinogenesis in submandibular gland of D-galactose- induced aging male mice. J Med Plants Res. 2011;5(20):5191-5193.
  7. Roy M et al. Curcumin prevents DNA damage and enhances the repair potential in a chronically arsenic-exposed human population in West Bengal, India. Eur J Cancer Prev. 2011;20(2):123-31.
  8. Shehzad A et al. Molecular mechanisms of curcumin action: signal transduction. Biofactors. 2013;39(1):27-36.
  9. Sandberg M et al. NRF2-regulation in brain health and disease: Implication of cerebral inflammation. Neuropharmacol. 2014;79:298-306.
  10. Sykiotis GP et al. The role of the antioxidant and longevitypromoting Nrf2 pathway in metabolic regulation. Curr Opin Clin Nutr Metab Care. 2011;14(1):41-8.
  11. Jazwa A et al. Pharmacological targeting of the transcription factor NRf2 at the basal ganglia provides disease modifying therapy for experimental parkinsonism. Antioxidants and Redox Signaling. 2011;14(12):2347-2360.
  12. Kitani K et al. Interventions in aging and age-associated pathologies by means of nutritional approaches. Ann NY Acad Sci 2004;1019:424-426.13. 29. Sethi P et al.
  13. Curcumin attenuates aluminium-induced functional neurotoxicity in rats. Pharmacol Biochem Behav. 2009;93(1):31-9.
  14. Daniel S et al. Through metal binding, curcumin protects against lead- and cadmium-induced lipid peroxidation in rat brain homogenates and against lead-induced tissue damage in rat brain. J Inorg Biochem. 2004;98(2):266-75.
  15. García-Niño WR et al. Protective effect of curcumin against heavy metals-induced liver damage. Food Chem Toxicol. 2014;69:182-201.
  16. Kukongviriyapan U et al. Curcumin protects against cadmium- induced vascular dysfunction, hypertension and tissue cadmium accumulation in mice. Nutrients. 2014;6(3):1194-208.
  17. Aggarwal BB et al. Suppression of the nuclear factorkappaB activation pathway by spice-derived phyto chemicals: reasoning for seasoning. Ann N Y Acad Sci. 2004;1030:434- 441.
  18. Ali T et al. Curcumin and inflammatory bowel disease: biological mechanisms and clinical implication. Digestion 2012;85:249-255.
  19. Chandran B et al. A randomized, pilot study to assess the efficacy and safety of curcumin in patients with active rheuma-toid arthritis. Phytother Res. 2012;26(11):1719-25.
  20. Schulze-Tanzil G et al. Effects of curcumin (diferuloylmethane) on nuclear factor kappaB signaling in interleukin-1betastimulated chondrocytes. Ann N Y Acad Sci. 2004;1030:578-86.
  21. Srivastava RM et al. Immunomodulatory and therapeutic activity of curcumin. Int Immunopharmacol. 2011;11:331-341.
  22. Son Y et al. Therapeutic roles of heme oxygenase-1 in metabolic diseases: curcumin and resveratrol analogues as possible inducers of heme oxygenase-1. Oxid Med Cell Longev. 2013;2013:639541.
  23. Pae HO et al. Heme oxygenase-1: its therapeutic roles in inflammatory diseases. Immune Netw. 2009;9(1):12-9.
  24. Scapagnini G et al. Modulation of Nrf2/ARE pathway by food polyphenols: a nutritional neuroprotective strategy for cognitive and neurodegenerative disorders. Mol Neurobiol. 2011;44(2):192-201.
  25. Kröncke KD et al. Inducible nitric oxide synthase in human diseases. Clin Exp Immunol. 1998;113(2):147-56.
  26. Peng YL et al. Inducible nitric oxide synthase is involved in the modulation of depressive behaviors induced by unpredictable chronic mild stress. J Neuroinflammation 2012;9:75.
  27. Meng Z et al. Curcumin attenuates cardiac fibrosis in spontaneously hypertensive rats through PPAR-γ activation. Acta Pharmacol Sin. 2014;35(10):1247-56.
  28. Liu LB et al. Curcumin inhibited rat colorectal carcinogenesis by activating PPAR-γ: an experimental study. Zhongguo Zhong Xi Yi Jie He Za Zhi. 2015;35(4):471-5.
  29. Liu ZJ et al. Curcumin Protects Neuron against Cerebral Ischemia-Induced Inflammation through Improving PPARGamma Function. Evid Based Complement Alternat Med. 2013;2013:470975.
  30. Zhou X et al. Curcumin ameliorates renal fibrosis by inhibiting local fibroblast proliferation and extracellular matrix deposition. J Pharmacol Sci. 2014;126(4):344-50.
  31. Stefanska B. Curcumin ameliorates hepatic fibrosis in type 2 diabetes mellitus – insights into its mechanisms of action. Br J Pharmacol. 2012;166(8):2209-11.
  32. Shehzad A et al. New mechanisms and the anti-inflammatory role of curcumin in obesity and obesity-related metabolic diseases. Eur J Nutr. 2011;50(3):151-61.
  33. Dekkers JF et al. PPARγ as a therapeutic target in cystic fibrosis. Trends Mol Med. 2012;18(5):283-91.
  34. Dantas AT et al. The Role of PPAR gamma in systemic sclerosis. PPAR Res. 2015;2015:124624.
  35. Ichikawa H et al. Curcumine – Biological and medicinal properties. Uit: Turmeric, the genus Curcuma. CRC Press 2007;297-368. ISBN: 9780849370342.
  36. Shanmugam MK et al. The multifaceted role of curcumin in cancer prevention and treatment. Molecules 2015;20:2728- 2769.
  37. Hasima N et al. Cancer-linked targets modulated by curcumin. Int J Biochem Mol Biol. 2012;3(4):328-51.
  38. Sordillo PP et al. Curcumin and cancer stem cells: curcumin has asymmetrical effects on cancer and normal stem cells. Anticancer Res. 2015;35(2):599-614.
  39. Hatcher H et al. Curcumin: from ancient medicine tot current clinical trials. Cell Mol Life Sci. 2008;65:1631-1652.
  40. Cheng AL et al. Phase I clinical trial of curcumin, a chemopreventive agent, in patients with high-risk or pre-malignant lesions. Anticancer Res. 2001;21:2895-2900.
  41. Aggarwal, B. B.; Kumar, A.; Bharti, A. C. Anticancer potential of curcumin: preclinical and clinical studies. Anticancer Res. 23:363–398;2003.
  42. Lao CD et al. Dose escalation of a curcuminoid formulation. BMC Complement Altern Med. 2006;6:10.
  43. Kunnumakkara AB et al. Curcumin inhibits proliferation, invasion, angiogenesis and metastasis of different cancers through interaction with multiple cell signaling proteins. Cancer Lett. 2008;269:199-225.
  44. Ringman JM et al. A potential role of the curry spice curcumin in Alzheimer’s disease. Curr Alzheimer Res. 2005;2(2):131- 6.
  45. Brondino N et al. Curcumin as a therapeutic agent in dementia: a mini systematic review of human studies. Scientific- WorldJournal. 2014;2014:174282.
  46. Alpers DH. The potential use of curcumin in management of chronic disease: too good to be true? Curr Opin Gastroenterol. 2008;24:173-175.
  47. Hsu CH et al. Clinical studies with curcumin. Adv Exp Med Biol 2007;595:471-480.
  48. Gota VS et al. Safety and pharmacokinetics of a solid lipid curcumin particle formulation in osteosarcoma patients and healthy volunteers. J Agric Food Chem. 2010;58(4):2095-9.
  49. Singh S. From exotic spice to modern drug? Cell 2007; 130:765–768.
  50. Frautschy SA et al. Efficacy of curcumin formulations in relation to systemic availability in the brain and different blood compartments in neuroinflammatory and AD models. 38th Annual Meeting of the Society of Neuroscience, Washington DC, November 15, 2008.
  51. Cox KH et al. Investigation of the effects of solid lipid curcumin on cognition and mood in a healthy older population. J Psychopharmacol. 2015;29(5):642-51.
  52. DiSilvestro RA et al. Diverse effects of a low dose supplement of lipidated curcumin in healthy middle aged people. Nutrition J. 2012;11:79.
  53. Dadhaniya P et al. Safety assessment of a solid lipid curcumin particle preparation: acute and subchronic toxicity studies. Food Chem Toxicol. 2011;49(8):1834-42.
  54. Aggarwal BB et al. Curcumin: an orally bioavailable blocker of TNF and other pro-inflammatory biomarkers. Br J Pharmacol. 2013;169(8):1672-92.
  55. Gupta SC et al. Therapeutic roles of curcumin: lessons learned from clinical trials. AAPS J. 2013;15(1):195-218.
  56. Mishra S et al. The effect of curcumin (turmeric) on Alzheimer’s disease: An overview. Ann Indian Acad Neurol. 2008;11(1):13-9.
  57. Aggarwal BB et al. Pharmacological basis for the role of curcumin in chronic diseases: an age-old spice with modern targets. Trends Pharmacol Sci. 2009;30:85–94.
  58. Brietzke E et al. Is there a role for curcumin in the treatment of bipolar disorder? Med Hypotheses. 2013;80(5):606-12.
  59. Kurup VP et al. Immunomodulatory effects of curcumin in allergy. Mol Nutr Food Res. 2008;52(9):1031-9.
  60. Xie L et al. Curcumin has bright prospects for the treatment of multiple sclerosis. Int Immunopharmacol. 2011;11(3):323- 30.
  61. Hussan F et al. Curcumin Protects against Ovariectomy- Induced Bone Changes in Rat Model. Evid Based Complement Alternat Med. 2012;2012:174916.
  62. Moghaddam SJ et al. Curcumin inhibits COPD-like airway inflammation and lung cancer progression in mice. Carcinogenesis. 2009;30(11):1949-56.
  63. Karaman M et al. Anti-inflammatory effects of curcumin in a murine model of chronic asthma. Allergol Immunopathol (Madr). 2012;40(4):210-4.
  64. Kulkarni SK et al. An overview of curcumin in neurological disorders. Indian J Pharm Sci. 2010;72(2):149-54.
  65. Bishnoi M, Chopra K, Kulkarni S. Protective effect of Curcumin, the active principle of turmeric (Curcuma longa) in haloperidol-induced orofacial dyskinesia and associated behavioural, biochemical and neurochemical changes in rat brain. Pharmacol Biochem Behav. 2008;88:511–522.
  66. Jagatha B et al. Curcumin treatment alleviates the effects of glutathione depletion in vitro and in vivo: therapeutic implications for Parkinson’s disease explained via in silico studies. Free Radic Biol Med. 2008;44:907–917.
  67. Ovbiagele B. Potential role of curcumin in stroke prevention. Expert Rev Neurother. 2008;8:1175–1176.
  68. Jyoti A et al. Curcumin protects against electrobehavioral progression of seizures in the iron-induced experimental model of epileptogenesis. Epilepsy Behav. 2009;14:300–308.
  69. Sharma S et al. Effect of insulin and its combination with resveratrol or curcumin in attenuation of diabetic neuropathic pain: participation of nitric oxide and TNF-alpha. Phytother Res. 2007;21:278–283.
  70. Qualls Z et al. Protective effects of curcumin against rotenone and salsolinol-induced toxicity: implications for Parkinson’s disease. Neurotox Res. 2014;25(1):81-9.
  71. Wang WS et al. Curcumin reduces α-synuclein induced cytotoxicity in Parkinson’s disease cell model. BMC Neuroscience 2010;11:57.
  72. Pan J et al. Curcumin inhibition of JNKs prevents dopaminergic neuronal loss in a mouse model of Parkinson’s disease through suppressing mitochondria dysfunction. Translational Neurodegeneration 2012;1:16.
  73. Davinelli S et al. Pleiotropic protective effects of phytochemicals in Alzheimer’s disease. Oxid Med Cell Longev. 2012;2012:386527.
  74. Frautschy SA et al. Phenolic anti-inflammatory antioxidant reversal of Abeta-induced cognitive deficits and neuropathology. Neurobiol Aging. 2001;22(6):993-1005.
  75. Zhang C et al. Curcumin decreases amyloid-beta peptide levels by attenuating the maturation of amyloid-beta precursor protein. J Biol Chem. 2010;285(37):28472-80.
  76. Yanagisawa D et al. Curcuminoid binds to amyloid-β1-42 oligomer and fibril. J Alzheimers Dis. 2011;24 Suppl 2:33-42.
  77. Garcia-Alloza M et al. Curcumin labels amyloid pathology in vivo, disrupts existing plaques, and partially restores distorted neurites in an Alzheimer mouse model. J Neurochem 2007;102:1095–104.
  78. Baum L et al. Six-month randomized, placebo-controlled, double-blind, pilot clinical trial of curcumin in patients with Alzheimer’s disease. J Clin Psychopharmacol. 2008;28:110-113.
  79. Lopresti AL et al. Multiple antidepressant potential modes of action of curcumin: a review of its anti-inflammatory, monoaminergic, antioxidant, immune-modulating and neuroprotective effects. J Psychopharmacol. 2012;26(12):1512-1524.
  80. Hurley LL et al. Antidepressant-like effects of curcumin in WKY rat model of depression is associated with an increase in hippocampal BDNF. Behav Brain Res. 2013;239:27-30.
  81. Kulkarni SK et al. Antidepressant activity of curcumin: involvement of serotonin and dopamine system. Psychopharmacology (Berl). 2008;201:435-42.
  82. Kulkarni S et al. Potentials of curcumin as an antidepressant. ScientificWorldJournal. 2009;9:1233-41.
  83. Zhang L et al. Effects of curcumin on chronic, unpredictable, mild, stress-induced depressive-like behaviour and structural plasticity in the lateral amygdala of rats. Int J Neuropsychopharmacol. 2014;17:793-806.
  84. Sanmukhani J et al. Evaluation of antidepressant like activity of curcumin and its combination with fluoxetine and imipramine: an acute and chronic study. Acta Pol Pharm. 2011;68(5):769-75.
  85. Bhatia N et al. Adaptogenic potential of curcumin in experimental chronic stress and chronic unpredictable stress-induced memory deficits and alterations in functional homeostasis. J Nat Med. 2011l;65(3-4):532-43.
  86. Bhutani MK et al. Anti-depressant like effect of curcumin and its combination with piperine in unpredictable chronic stress-induced behavioral, biochemical and neurochemical changes. Pharmacol Biochem Behav. 2009;92:39-43.
  87. Xu et al. Curcumin reverses impaired hippocampal neurogenesis and increases serotonin receptor 1A mRNA and brainderived neurotrophic factor expression in chronically stressed rats. Brain Res. 2007;1162:9-18.
  88. Lin Z et al. Effects of curcumin on glucose metabolism in the brains of rats subjected to chronic unpredictable stress: a 18 F-FDG micro-PET study. BMC Complement Altern Med. 2013;13:202.
  89. Sanmukhani J et al. Efficacy and safety of curcumin in major depressive disorder: a randomized controlled trial. Phytother Res. 2014;28(4):579-85.
  90. Antony B et al. A pilot cross-over study to evaluate human oral bioavailability of BCM-95CG (Biocurcumax), a novel bioenhanced preparation of curcumin. Indian J Pharm Sci. 2008;70(4):445-9.
  91. Pescosolido N et al. Curcumin: therapeutical potential in ophthalmology. Planta Med. 2014;80(4):249-54.
  92. Lal B et al. Efficacy of curcumin in the management of chronic anterior uveitis. Phytother Res 1999;13:318–322.
  93. Allegri P et al. Management of chronic anterior uveitis relapses: efficacy of oral phospholipidic curcumin treatment. Longterm follow-up. Clin Ophthalmol 2010;4:1201-1206.
  94. Lal B et al. Role of curcumin in idiopathic inflammatory orbital pseudotumours. Phytother Res 2000;14:443-447.
  95. Mandal MN et al. Curcumin protects retinal cells from lightand oxidant stress-induced cell death. Free Radic Biol Med. 2009;46(5):672-9.
  96. Dhillon N et al. Phase II trial of curcumin in patients with advanced pancreatic cancer. Clin Cancer Res. 2008;14(14):4491- 4499.
  97. Hejazi J et al. A pilot clinical trial of radioprotective effects of curcumin supplementation in patients with prostate cancer. J Cancer Sci Ther. 2013;5-10.
  98. Ryan JL et al. Curcumin for radiation dermatitis: A randomized, double-blind, placebo-controlled clinical trial of thirty breast cancer patients. Radiat Res. 2013;180:34-43.
  99. Cruz-Correa M et al. Combination treatment with curcumin and quercetin of adenomas in familial adenomatous polyposis. Clin Gastroenterol Hepatol. 2006;4(8):1035-8.
  100. Swarnakar S et al. Curcumin arrests endometriosis by downregulation of matrix metalloproteinase-9 activity. Indian J Biochem Biophys. 2009;46(1):59-65.
  101. Soni KB et al. Effect of oral curcumin administration on serum peroxides and cholesterol levels in human volunteers. Indian J Physiol Pharmacol. 1992;36(4), 273-275.
  102. Sahebkar A. Are curcuminoids effective C-reactive proteinlowering agents in clinical practice? Evidence from a metaanalysis. Phytother Res. 2014;28(5):633-42.
  103. Srivastava G et al. Currying the heart: curcumin and cardioprotection. J Cardiovasc Pharmacol Ther. 2009;14:22-27.
  104. Yeh CH et al. Inhibition of NFkappaB activation with curcumin attenuates plasma inflammatory cytokines surge and cardiomyocytic apoptosis following cardiac ischemia/reperfusion. J Surg Res. 2005;125:109-116.
  105. Pongchaidecha A et al. Effects of curcuminoid supplement on cardiac autonomic status in high-fat-induced obese rats. Nutrition. 2009;25(7-8):870-8.
  106. Zhang Y et al. Curcumin inhibits endometriosis endometrial cells by reducing estradiol production. Iran J Reprod Med. 2013;11(5):415-22.
  107. El-Wakkad A et al. The effect of curcumin on T helper 1/T helper 17 balance in rat collagen-induced arhtritis model. Global J Pharmacol. 2015;9(1):87-96.
  108. Xie L et al. Amelioration of experimental autoimmune encephalomyelitis by curcumin treatment through inhibition of IL-17 production. Int Immunopharmacol. 2009;9(5):575-81.
  109. Shakibaei M et al. Curcumin protects human chondrocytes from IL-l1beta-induced inhibition of collagen type II and beta1-integrin expression and activation of caspase-3: an immunomorphological study. Ann Anat. 2005187(5-6):487-97.
  110. Mathy-Hartert M t al. Curcumin inhibits pro-inflammatory mediators and metalloproteinase-3 production by chondrocytes. Inflamm Res. 2009;58(12):899-908.
  111. Belcaro G et al. Efficacy and safety of Meriva®, a curcuminphosphatidylcholine complex, during extended administration in osteoarthritis patients. Altern Med Rev. 2010;15:337-344.
  112. Jin B et al. Curcumin prevents lipopolysaccharide-induced atrogin-1/MAFbx upregulation and muscle mass loss. J Cell Biochem. 2007;100(4):960-9.
  113. Vitadello M et al. Curcumin counteracts loss of force and atrophy of hindlimb unloaded rat soleus by hampering neuronal nitric oxide synthase untethering from sarcolemma. J Physiol. 2014;592(Pt 12):2637-52
  114. Aggarwal BB. Targeting inflammation-induced obesity and metabolic diseases by curcumin and other nutraceuticals. Annu Rev Nutr. 2010;30:173-99.
  115. Chuengsamarn S et al. Curcumin extract for prevention of type 2 diabetes. Diabetes Care 2012;35:2121-2127
  116. Chuengsamarn S et al. Reduction of atherogenic risk in patients with type 2 diabetes by curcuminoid extract: a randomized controlled trial. J Nutr Biochem. 2014;25(2):144-50.
  117. Zhang DW et al. Curcumin and diabetes: a systematic review. Evid Based Complement Alternat Med. 2013;2013:636053.
  118. Akbik D et al. Curcumin as a wound healing agent. Life Sciences 2014;116:1-7.
  119. Antiga E et al. Oral curcumin (Meriva) is effective as an adjuvant treatment and is able to reduce IL-22 serum levels in patients with psoriasis vulgaris. Biomed Res Int. 2015;2015:283634.
  120. Baliga MS et al. Curcumin, an active component of turmeric in the prevention and treatment of ulcerative colitis: preclinical and clinical observations. Food Funct. 2012;3:1109-1117.
  121. Holt PR et al. Curcumin therapy in inflammatory bowel disease: a pilot study. Dig Dis Sci. 2005;50:2191-2193.
  122. Hanai H et al. Curcumin has bright prospects for the treatment of inflammatory bowel disease. Curr Pharm Des. 2009;15:2087-2094.
  123. Hanai H et al. Curcumin maintenance therapy for ulcerative colitis: randomized, multicenter, double-blind, placebocontrolled trial. Clin Gastroenterol Hepatol. 2006;4:1502-1506.
  124. Storr M. TRPV2 in colitis: is it a good or a bad receptor? A viewpoint. Neurogastroenterol Motil 2007;19:625-629.
  125. Srivastava KC et al. Curcumin, a major component of food spice turmeric (Curcuma longa) inhibits aggregation and alters eicosanoid metabolism in human blood platelets. Prostaglandins Leukot Essent Fatty Acids. 1995;52(4):223-7.
  126. Weisberg SP et al. Dietary curcumin significantly improves obesity-associated inflammation and diabetes in mouse models of diabesity. Endocrinology 2008;149(7):3549-3558.
  127. Maheshwari RK et al. Multiple biological activities of curcumin: A short review. Life Sci. 2006;78:2081-2087.
  128. Desai KR et al. Ameliorative effects of curcumin on artesunate-Induced subchronic toxicity in testis of Swiss albino male mice. Dose-response 2015;13(2):1-9.
  129. Desai KR et al. Role of curcumin on chloroquine phosphate- induced reproductive toxicity. Drug Chem Toxicol. 2012;35(2):184-91.
  130. Venkatesan N. Curcumin attenuation of acute adriamycin myocardial toxicity in rats. Br J Pharmacol. 1998;124:425-427.
  131. Ansari MN et al. Protective role of curcumin in myocardial oxidative damage induced by isoproterenol in rats. Hum Exp Toxicol. 2007;26;933.
  132. Ali BH et al. Curcumin has a palliative action on gentamicin- induced nephrotoxicity in rats. Fundam Clin Pharmacol. 2005;19(4):473-7.
  133. Chai H et al. Curcumin blocks HIV protease inhibitor ritonavir-induced vascular dysfunction in porcine coronary arteries. J Am Coll Surg. 2005;200(6):820-30.
  134. Deters M et al. Synergistic immunosuppressive effects of the mTOR inhibitor sirolimus and the phytochemical curcumin. Phytomedicine. 2013;20(2):120-3.
  135. Saha S et al. Death by design: where curcumin sensitizes drug-resistant tumours. Anticancer Res. 2012;32(7):2567-84.
  136. Wang J et al. Synergistically improved anti-tumor efficacy by co-delivery doxorubicin and curcumin polymeric micelles. Marcomol Biosci. 2015 May 15. doi: 10.1002/mabi.201500043.
  137. Kunnumakkara AB et al. Curcumin potentiates antitumor activity of gemcitabine in an orthotopic model of pancreatic cancer through suppression of proliferation, angiogenesis, and inhibition of nuclear factor-kappaB-regulated gene products. Cancer Res. 2007;67(8):3853-61.
  138. Qualls Z et al. Protective effects of curcumin against rotenone and salsolinol-induced toxicity: implications for Parkinson’s disease. Neurotox Res. 2014;25(1):81-9.
  139. Swamy MV et al. Prevention and treatment of pancreatic cancer by curcumin in combination with omega-3 fatty acids. Nutr Cancer. 2008;60 Suppl 1:81-9.
  140. Lev-Ari S et al. Curcumin synergistically potentiates the growth inhibitory and pro-apoptotic effects of celecoxib in pancreatic adenocarcinoma cells. Biomed Pharmacother. 2005t;59 Suppl 2:S276-80.
  141. Lev-Ari S et al. Curcumin synergistically potentiates the growth-inhibitory and pro-apoptotic effects of celecoxib in osteoarthritis synovial adherent cells. Rheumatol. 2006;45:171- 177.
  142. Lev-Ari S et al. Celecoxib and curcumin synergistically inhibit the growth of colorectal cancer cells. Clin Cancer Res. 2005;11(18):6738-44.
  143. Swarnakar S et al. Curcumin regulates expression and activity of matrix metalloproteinases 9 and 2 during prevention and healing of indomethacin-induced gastric ulcer. J Biol Chem. 2005;280(10):9409-15.
  144. Banji D et al. Synergistic activity of curcumin with methotrexate in ameliorating Freund’s Complete Adjuvant induced arthritis with reduced hepatotoxicity in experimental animals. Eur J Pharmacol. 2011;668:293-298.
  145. Csaki C et al. Synergistic chondroprotective effects of curcumin and resveratrol in human articular chondrocytes: inhibition of IL-1β-induced NF-κB-mediated inflammation and apoptosis. Arthritis Research & Therapy 2009, 11:R165
  146. Prasad S et al. Curcumin and its analogues: a potential natural compound against HIV infection and AIDS. Food Funct. 2015 Sep 25.
  147. Jiao Y et al. Curcumin, a cancer chemopreventive and chemotherapeutic agent, is a biologically active iron chelator. Blood 2009;113(2):462-469.

Bron

Leptine

Leptine dieet – gezond afvallen met leptine

Leptine wordt ook de ‘obesitas hormoon’, ‘vet hormoon’ of ‘honger hormoon’ genoemd. Toen wetenschappers leptine ontdekten in 1994, ontstond opwinding over het potentieel van de hormoon. Leptine zou ingezet kunnen worden als gewichtsverlies behandeling voor mensen met obesitas. Het is nooit de knaller geworden waar men op had gehoopt, maar door de rol van de hormoon te begrijpen, kan het alsnog worden gebruikt om gezond mee af te vallen.

Leptine en insuline zijn twee belangrijke hormonen voor iedereen die wil afvallen. Als een of beide van deze hormonen afwijkt kan het gewichtsproblemen veroorzaken. Te veel of te weinig van het hormoon kan tot overgewicht leiden en maakt het bijna onmogelijk om af te vallen. Heb je te  weinig leptine, dan zal het lichaam zuinig omgaan met energie, waardoor afvallen onmogelijk wordt gemaakt. Heb je teveel leptine, dan zal het lichaam ongevoelig worden voor leptine. In beide gevallen heb je geen verzadiging ’s gevoel, en het lichaam verbrandt weinig vet. Door leptine en insuline onder controle te krijgen is gezond afvallen gemakkelijk!

Wat is leptine eigenlijk precies ?

Het is een hormoon die veel invloed heeft op de manier waarop wij honger beleven.

Hoe beïnvloedt de hormoon gewicht en eetlust, en andere aspecten van de gezondheid?

Het is niet onze obesitas hormoon, zoals wetenschappers aanvankelijk dachten. Het is onze honger hormoon.

leptine_self_made

  • Leptine is een hormoon-eiwit dat gemaakt wordt in de vetcellen. Vervolgens circuleert het in de bloedbaan, waarna het naar de hersenen gaat. Het aanmaken van de hormoon is dus de manier waarop de vetcellen de hersenen vertellen dat het lichaam genoeg energie heeft opgeslagen en dat de persoon in feite vol is.
  • Leptine vertelt de hersenen dat er genoeg energie is opgeslagen in de vetcellen zodat het lichaam voorlopig alle metabolische processen waarbij veel energie wordt verbruikt kan blijven uitvoeren.
  • Wanneer leptine spiegels boven een bepaalde drempel komen, stellen de hersenen vast dat er meer dan genoeg energie is. Dit betekent dat het lichaam energie (vet) kan blijven verbranden op een normale tempo.

Dit is het belangrijkste punt van de leptine dieet. Het lichaam moet vet altijd blijven verbranden, en er niet te zuinig mee gaan doen. Er moet gezorgd worden dat er altijd genoeg van dit hormoon in de vetcellen gemaakt wordt voor de hersenen, zodat de hersenen opdracht blijven geven veel vet te verbranden.

Helaas, wanneer veel mensen gaan lijnen,  gaan ze minder eten, waardoor hun in vetcellen opgeslagen energie, verliezen. Dat vermindert de productie van het hormoon leptine en begint het lichaam zuinig aan  te doen.

Erger nog, veel mensen eten zelfs tijdens een dieet veel zetmeel en andere suikers, waardoor ze hoge insuline spiegels houden. Hoge insuline spiegels betekenen dat het lichaam zoveel mogelijk energie gaat opslaan.

De combinatie van hoge insuline en lage leptine spiegels.

Niets is erger voor mensen die willen afvallen dan de combinatie van te hoge insuline en te lage leptine spiegels. In deze situatie gaat het lichaam vanwege de insuline zoveel mogelijk energie opslaan. Tegelijkertijd doet het lichaam extra zuinig met de energie dat het in de vetcellen opslaat. Om af te vallen moeten de hormoonspiegels worden omgedraaid.

De leptine drempel

De ‘drempel’ is wanneer te weinig leptine wordt gemaakt. Dit is wanneer het lichaam extra zuinig gaat doen met opgeslagen vet. Als het lichaam zo zuinig doet is afvallen niet mogelijk, en heeft een afvallen dieet weinig zin. De sleutel is dus om boven de drempel te blijven.

Wat gebeurt er als er te weinig van de hormoon wordt aangemaakt?

Het lichaam denkt soms tijdens een dieet dat je aan het verhongeren bent. De energie-inname is afgenomen, en waarschijnlijk ben je gewicht aan het verliezen. Als het zo door gaat zal de leptine niveau onder de persoonlijke drempel komen. Wanneer dit het geval is, weten de hersenen dat er honger is, en geven ze de opdracht extra zuinig met energie om te gaan. De hersenen zeggen: ‘Ik heb veel minder energie aan boord dan ik gewend ben… Hongersnood’! Dit is niet goed: prestaties verminderen en afvallen lukt niet.

Hoe hoog ligt de drempel?

Het overschrijden van de drempel kan gebeuren bij verschillende hoeveelheden leptine in het bloed (hoge hormoonspiegels). Het is afhankelijk van wat de persoonlijke drempel is van de persoon. Bij iedereen is het anders. Mensen bij wie de drempel niet snel wordt bereikt, kunnen makkelijker afvallen door weinig te eten.

hormones-appetite-hunger-human-endocrine-system-incretin-ghrelin-leptin-and-insulin-stock-vector

Te veel leptine

Leptine is een hormoon dat geproduceerd wordt in de vetcellen. Het stuurt signalen naar de hersenen om te laten weten dat je vol bent en moet stoppen met eten. Het geeft ook bij de hersenen aan de stofwisseling op te voeren.

De aanwezigheid van te veel leptine is gekoppeld aan zwaarlijvigheid. Wanneer er teveel leptine in het bloed is, neemt leptine gevoeligheid af. Het resultaat is een verhoogde eetlust, evenals verminderde spijsvertering.

Studies bij ratten

Er zijn studies gedaan bij ratten met leptine injecties. De studies tonen aan dat geïnjecteerde ratten een positief effect ondergingen op zowel de stofwisseling en honger. Het effect was echter minimaal of zelfs omgekeerd bij ratten met reeds bestaande obesitas. Als we de bevindingen toepassen op mensen kunnen we stellen dat injecties met dit hormoon, mensen kunnen helpen die te weinig eten en bij wie de stofwisseling te traag is, maar het is niet geschikt tijdens obestitas.

Voedingsmiddelen rijk aan Leptine

Het hormoon leptine kan niet oraal toegediend worden omdat het lichaam leptine niet kan verwerken in de darmen. Voedingsmiddelen rijk aan het hormoon hebben geen significante invloed op gewichtsverlies, gewichtstoename of onbedwingbare trek. Omdat het lichaam niet in staat is de leptine te absorberen door het darmkanaal.

Het hormoon wordt geproduceerd in de vetweefsel. Er is geen leptine-rijk voedsel dat ertoe zal leiden dat de leptine niveaus gaan stijgen. Er zijn wel voedingsmiddelen die de gevoeligheid voor leptine kunnen helpen verhogen of verlagen. Voedingsmiddelen die leptine signalen de hersenen helpen bereiken, vertellen de hersenen om het eetlust af te sluiten en te beginnen met het verbranden van vet. Het resultaat is dat er minder honger is, wat kan leiden tot gewichtsverlies.

Voedingsmiddelen die de gevoeligheid voor leptine verlagen

Het eten van veel koolhydraten kan een van de grootste hindernissen zijn voor het herstel van de gevoeligheid voor leptine. Hoge koolhydraten concentraties komen voor in voedingsmiddelen zoals zetmeel, bloem en aardappelen. Deze koolhydraten bevatten in bewerkte voedingsmiddelen vaak ook suiker. Dit draagt allemaal bij tot een verminderde gevoeligheid voor de hormoon. Het eten van grote maaltijden of het eten van te veel kan ook leiden tot een afname van de gevoeligheid voor leptine.

Voedingsmiddelen die de gevoeligheid voor leptine verhogen

Beperk de consumptie van fructose. Tijd om de wetenschap te laten spreken: fructose remt de leptine-receptoren. Geen twee manieren om daar tegenaan te kijken. Je hebt dan misschien wel genoeg leptine in je lichaam, maar als het niet kan worden opgenomen en herkend, dan heb je er niets aan. Dus laat de fructose links liggen – voornamelijk de fructose in moutsiroop – zodat je lichaam zijn werk kan doen.

  • De grote boosdoeners hierbij zijn de voorbewerkte voedingsmiddelen. Fructose wordt vaak gebruikt als een goedkoop zoetmiddel in frisdrank, koekjes en andere zoete snacks die je in menig keukenkastje aantreft. Dus is de eenvoudigste manier om er minder van binnen te krijgen door deze etenswaren niet meer te kopen.

Zeg nee tegen eenvoudige koolhydraten. Het is de hoogste tijd dat we gewend raken aan dit idee, of niet? Feit is dat eenvoudige koolhydraten (geraffineerd, suikerhoudend en meestal wit) je insuline-niveaus doen pieken, wat weer leidt tot weerstand en waardoor je leptineproductie wordt verhoogd. Dus witbrood, witte rijst en al die andere heerlijke baksels die erom vragen gegeten te worden zet je nu op de zwarte lijst.

Maak je niet al te druk over calorieën. Sommige mensen zullen je vertellen dat je zo ongeveer alle koolhydraten uit moet bannen. Dit is ongezond, want koolhydraten heb je nodig en kan ertoe leiden dat je een voedingstekort gaat oplopen waardoor je hormonen van slag zullen raken. En bovenal heb je ladingen wilskracht nodig om dit vol te houden, omdat je last gaat krijgen van enorme honger. Een garantie voor falen.

  • Ja, afvallen is goed om de leptineproductie weer in balans te krijgen. Als je het juiste gewicht hebt, dan reguleren je hormonen alles prima. Heb je last van overgewicht of obesitas, dan is het een goed idee om een dieetplan te maken – zorg er alleen wel voor dat het een gezond, uitgebalanceerd dieet is en iets wat je lang vol kunt houden.

ls je dan toch per se geen koolhydraten wilt eten, zorg dan dat je jezelf bijvoert. Als je besluit om de niet onomstreden diëten als Atkins/raw/paleo te gaan volgen en geen koolhydraten binnenkrijgt, dag in dag uit, zorg dan dat je regelmatig een dag neemt om dit aan te vullen. Je lichaam heeft koolhydraten nodig als energievoorziening en om in balans te komen, waarbij je stofwisseling weer wakker kan schrikken. Eet op die dagen 100 -150% meer dan normaal en ga daarna verder met je dieet.

  • Dit is ook goed voor de motivatie. Het is zo ongeveer onmogelijk om de rest van je leven geen pizza meer te eten, maar als je weet dat je dat zaterdag gaat eten, dan is het gemakkelijker om woensdag er nee tegen te zeggen. Noem het maar je verwendag!

Begin niet aan een jojo-dieet. Serieus. Niet doen. Dit haalt je hele stofwisseling overhoop en je hormonen raken volledig van slag. En uiteindelijk zal je alleen maar zien dat het gewicht terug komt, met versterking! Dus kies een dieet wat je vol kunt houden en dat ook nog eens gezond is. Onderzoek geeft aan dat een dieet is wat jou maakt en breekt – je lichaam kan het niet aan dat er afwisselend honger moet worden geleden, waarna je jezelf volpropt met rommel. Dit is niet vol te houden.

  • Nu we het er toch over hebben, begin niet aan een crash dieet. Ja, hiermee zal je afvallen (tenminste, in het begin), maar je leptineniveaus zullen niet in balans komen. In het begin zal je wat afvalstoffen kwijtraken, maar zodra je ophoudt met het louter drinken van limonade en Sriracha, komen ze met dromen je lichaam weer binnen, belust op wraak.

Eet veel proteïne als ontbijt. Hierdoor zal je leptinegehalte razendsnel stijgen. Je lichaam krijgt zodoende energie voor de rest van de dag, waardoor je langer een vol gevoel houdt. Dus die donut kun je wel overslaan en kies voor eieren en mager vlees.[3]

  • Als het gaat om leptine, hebben ontbijtgranen een slechte reputatie gekregen. Ze zitten vol lectine, dat zich aan leptinereceptoren bindt, wat de leptine ervan weerhoudt om zijn werk goed te doen. Als een huisgenoot die in de badkamer zit en er nooit meer uit lijkt te komen.

Eet vis. Omega-3 vetzuren zijn supergoed voor het verhogen van de gevoeligheid van je lichaam voor leptine, waardoor het meer geneigd is het op te nemen. En het is ook nog eens goed voor je hart en cholesterol.[3] Dus laad zalm, makreel, haring en al dat andere heerlijke zeevoedsel op je bord.

  • Vlees van runderen die alleen maar gras hebben gegeten en chiazaden zitten ook vol Omega-3. Wat je niet moet nemen zijn Omega-6 vetzuren – plantaardige olie zoals zonnebloemolie/raapzaad/canola, regulier vlees, en geraffineerde granen. Deze leiden vaak tot ontstekingen en verminderen de leptine in je lichaam.

Eet veel groene bladgroente, fruit en andere groenten. Fruit en groenten (zeker spinazie, boerenkool en broccoli) zitten tjokvol voedingsstoffen en zijn arm aan calorieën – dat betekent dat je er ladingen van kunt eten, snel verzadigd raakt en niet zwaarder wordt in je taille. Omdat leptine van belang is voor het op gewicht blijven, zorgt een dergelijk dieet ervoor dat je jouw deel doet, en je lichaam doet de rest.

  • Vezels zijn ook geweldig voor het regelen van je leptinegehalte vooral omdat je er een vol gevoel van krijgt – en over het algemeen is vezelrijke voeding ook op andere manieren goed voor je. Erwten, bonen, linzen, amandelen, frambozen, broccoli en haver zijn allemaal goede bronnen.

voeding

Sla zoetigheid en snacks over. Zoetigheid is een kunstmatige oppepper die je niet nodig hebt. Sommige mensen gaan zelfs zover dat ze geen gewone zeep en deodorant willen gebruiken om te voorkomen dat er gifstoffen in het bloed terechtkomen.[6] Hoe ver wil jij gaan?

  • Wat het snacken betreft, algemeen wordt aangenomen dat je lichaam zichzelf opnieuw moet opstarten; als je constant aan het snacken bent, dan krijgt het daartoe niet de gelegenheid. Maar als de lekkere trek zich weer aandoet, eet dan een stuk fruit of wat noten om dit af te buigen.

Kies voeding rijk aan zink. Studies hebben aangetoond dat mensen met een tekort aan leptine ook lijden onder een zink tekort – en opvallend genoeg hebben mensen met obesitas daar vaak ook last van. Ga de strijd aan met dit probleem door het eten van spinazie, rundvlees, lamsvlees, zeevruchten, noten, cacao, bonen, paddestoelen en pompoen.

Ontspan. Wanneer we zenuwachtig en gespannen zijn begint ons lichaam overmatig cortisol te produceren. Dat cortisol maakt vervolgens een bende van onze hormonen, met inbegrip van leptine. Als je wel eens hebt gehoord van stresseten, dan begrijp je de connectie wel. Dus, als je niet meer weet hoe je je moet ontspannen, probeer dit dan weer te leren. Je gehalte aan leptine is er van afhankelijk!

  • Als het niet al een onderdeel is van je dagelijkse gewoonten, experimenteer dan met yoga, mindfulness of meditatie. Aangetoond is dat deze een ontspannend effect hebben, zodat je beter kunt slapen en een lager cortisolniveau krijgt.

Zorg dat je voldoende nachtrust krijgt. Dit gaat direct naar de bron: slaap reguleert de hoeveelheid leptine en ghreline in je lichaam (ghreline is het hormoon dat je lichaam vertelt dat je honger hebt). Niet genoeg rust en je lichaam begint met het produceren van ghreline en stopt met produceren van leptine. Dus kruip op tijd onder de wol en zorg dat je ongeveer 8 uur slaap per nacht krijgt.

  • Dit kun je gemakkelijker maken door een paar uur voor het slapen gaan geen apparaten meer te gebruiken. Licht vertelt het lichaam dat het belangrijk is om wakker te blijven waardoor we alert blijven. Doe zoveel mogelijk lichten uit en je lichaam weet dat het tijd is om naar bed te gaan.

Train niet teveel. Gek. Nooit gedacht zeker dat je dat zou horen, of wel? Maar inderdaad – er bestaat zoiets als een cardio burn-out als het gaat om leptine. Te veel cardio (vooral als het gaat om duurtraining) verhoogt het cortisolniveau, zorgt voor schade door oxidatie, systemische ontstekingen een slechter werken immuunsysteem en een tragere stofwisseling. Geen van deze zaken is bevorderlijk voor je gezondheid! Dus gebruik dit als excuus om eens een keer niet naar de sportzaal te gaan – te veel van het goede is inderdaad slecht.

  • Voor alle duidelijkheid, een beetje cardio is prima. HIIT (high-intensity intervaltraining) of willekeurig welke intervaltraining is echt heel erg goed voor je. Maar onze voorouders hoefden niet uren achter elkaar te rennen en wij ook niet. Als je graag wilt trainen, doe dit dan in explosies en houd het leuk. Het is niet nodig om er gestrest van te raken.

Zorg er voor dat je wel wat gaat doen aan sport. Aan de andere kant is een sedentaire levensstijl ook niet goed voor je. Dus als je toch naar de sportzaal gaat, houdt het dan bij cardio interval training (een minuut hardlopen, een minuut wandelen en herhaal dit vervolgens 10 keer) en wat trainen met gewichten. Het is belangrijk voor je om gezond en relatief fit te zijn – niet een magere couch potato.

  • Zorg dat je natuurlijk gaat bewegen. In plaats van jezelf te dwingen om naar de sportzaal te gaan, is het beter om te gaan wandelen, zwemmen of ergens op een pleintje te gaan basketballen met vrienden. Sporten hoeft geen “arbeid” te zijn, of wel? Het hoeft in ieder geval niet zo te voelen!

Overweeg je eventuele medicijnen, natuurlijk orthomoleculaire middelen, neem dan contact met me op: Alie Wouda info@natuurpraktijkaurora.nl

Bronnen

  1. http://www.marksdailyapple.com/leptine/#axzz1zftxJ9il
  2. http://nymag.com/news/sports/38001/index1.html
  3. 3,03,1http://www.med-health.net/Leptin-Rich-Foods.html
  4. http://www.leptine.nl/

Oude Kaas Gezond?

img_6176Recent is er een studie uitgekomen naar het effect van volvette kaas op ons lichaam. Het Voedingscentrum raadt ons magere melkproducten aan, omdat de volvette varianten onze aderen zou doen dichtslibben. Een goed opgezette studie van Europese bodem toont echter het tegendeel aan. Zijn volvette melkproducten dan toch de sleutel naar een goede gezondheid?

De studie is van het type gerandomiseerd onderzoek met controlegroep (RCT), dat over het algemeen als redelijk betrouwbaar wordt aangemerkt. Tijdens het onderzoek werden 140 mensen 12 weken lang gevolgd. De uitkomst is, dat volvette kaas gunstiger is voor hart en bloedvaten dan de magere varianten. Er was geen verschil waar te nemen in LDL-cholesterol, bloeddruk, suikerspiegel en tailleomvang, maar wel in HDL-cholesterol. De groep die volvette kaas at, had een aanzienlijk hogere HDL-cholesterolspiegel. Een hoog cholesterol hoeft geen probleem te zijn, mits de verhoudingen maar kloppen. Hierbij wordt aangenomen dat een hoger HDL-cholesterol gunstig is.

Recent zijn er ook andere studies geweest die volvette kaas in een positief daglicht plaatsten. Japanse onderzoekers ontdekten dat kaas kan voorkómen, dat vetten zich in de lever ophopen, waardoor de lipidenparameters in het bloed gunstig beïnvloed worden (1). Vorig jaar bracht een studie volvette kaas in verband met een langer leven en een verminderde kans op overgewicht (2).

De Fransen eten over het algemeen bijzonder veel vette kazen en tegelijkertijd zijn hun bloedvaten in een gezonde conditie. De wetenschap heeft zich hier altijd over verbaasd. Het staat onder wetenschappers bekend als ‘De Franse paradox’. Onderzoekers hebben inmiddels vastgesteld dat de gunstige effecten van zuivel enkel geldt voor de gefermenteerde varianten (3, 4). Gepasteuriseerde melk blijkt dus niet bepaald gezond. Voorbeelden van gefermenteerde melkproducten zijn yoghurt en kaas.

Door het fermenteren komen er vele gunstige stoffen vrij. Eén van die stoffen is vitamine K­­2. Deze K2 is in de vorm MK-7 en daarvan weten we sinds kort dat deze bijzonder goed is voor onze aderen, botten en hersenen. Het fermenteren rekent ook af met melksuiker, oftewel lactose. Het enzym dat deze soort suiker kan afbreken, lactase, hebben alleen zuigelingen. Hoe ouder we worden, hoe minder lactase we hebben en hoe slechter we niet-gefermenteerde melkproducten kunnen verdragen.

‘Geen kaas meer, maar wel statines’
Artsen raden op grote schaal kaas af en zetten mensen op statines. Dit om het cholesterol onder de duim te houden. Het probleem is, dat statines tal van bijwerkingen hebben, zoals myopathie (spierpijn) en een grotere kans op diabetes. Bovendien blijken statines vooral het LDL-C cholesterol te laten dalen en niet het LDL-P. Een hoog LDL-P en een laag LDL-C worden in verband gebracht met verhoogde kans op hart- en vaatziekten. Terwijl het omgekeerde, een laag LDL-P en een hoog LDL-C, juist een laag risico met zich meebrengt (5). We zien LDL vaak als LDL, maar LDL bestaat uit vele subfracties. Onderzoek toont aan dat het vermijden van verzadigd vet zo goed als geen effect heeft op het cholesterol (6).
Liegen zonder te liegen
Stel dat 2 op de 100 mensen af en toe wiet rookt, dan is de kans dat we op straat een wietroker treffen 2%. Als we dan een afkickkliniek openen waardoor maar 1 op de 100 mensen wiet rookt, is het wietgebruik met 50% gedaald. Dat klinkt heel indrukwekkend, maar in feite zegt het nauwelijks iets. Want de kans om op straat een wietroker te treffen is nu niet 2%, maar 1%. In beide gevallen is de kans zeer klein. Indrukwekkende procentuele cijfers uit onderzoeken kunnen we soms maar beter met een korreltje Keltisch zeezout nemen…

Cholesterol op een natuurlijke manier verlagen:

Het mediterrane dieet blijkt beter in staat te zijn om hart- en vaatziekten te voorkomen dan statines (7).
Kurkuma blijkt het LDL-cholesterol te laten dalen, ook bij mensen die statines slikken (8). Deze mensen kunnen dan wellicht hun medicatie verlagen.
Het eten van peulvruchten kan het LDL-cholesterol in het bloed met 11,8 mg/dl verlagen (9, 10).
Avocado’s blijken alle LDL-soorten te verlagen (11).
Noten (met name amandelen en walnoten) hebben een zeer gunstig effect op het cholesterol (12).
Het eten van vette vis verlaagt het LDL-cholesterol sterk (13).
Het eten van haver kan het totale cholesterol met 7% laten dalen en het LDL met 5% (14).
Vrijwel alle typen groenten met oplosbare vezels verlagen het LDL-cholesterol (15, 16).
Bittere, pure chocolade van 70% of meer kan het LDL-cholesterol sterk verlagen (17).
Knoflook heeft een gunstige werking op het cholesterol (18).
Soja kan het LDL-cholesterol ook flink doen verlagen (19). Kies altijd voor niet-GMO soja van biologische afkomst in gefermenteerde vorm.
Groene thee gaat het oxideren van LDL-cholesterol tegen (20).
Onbewerkte olijfolie, rijk aan polyfenolen, draagt licht bij aan het voorkómen van het oxideren van cholesterol (21).
Stoppen met roken verbetert de cholesterolwaarden (22, 23).
Eén glas alcohol verhoogt het HDL (24), maar meer drinken verhoogt het LDL (25).
Kruiden zoals fenegriek, guggul en artisjokblad werken LDL-cholesterolverlagend (26, 27).
Dagelijks lichaamsbeweging verbetert de cholesterolratio enorm (28).
Het kwijtraken van overgewicht zorgt voor een gunstiger cholesterolverhouding in het bloed (29).
Phytosterolen kunnen het LDL-cholesterol laten dalen (30). Hiervoor hebben we geen margarine nodig, want deze zitten ook rijkelijk in erwten, bloemkool, broccoli en bindsla (31).
Op het gebied van supplementen kunnen helpen de cholesterol te verlagen: vitamine C, psyllium, vitamine B5, berberine en astaxanthine (32, 33, 34, 35, 36).
Merk op: ik ben geen voorstander van rode gistrijst. Dit is een natuurlijke statine (de synthetische zijn hiervan afgeleid) en heeft dus ook de nadelen van een statine.

Een hoog cholesterol gezond?
Soms mailen mensen mij dat cholesterol gezond is en dat het niet uitmaakt hoe hoog het is. Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Cholesterol is inderdaad een onmisbare stof: het is de basis van vitamine D, de geslachtshormonen, de celwanden en nog veel meer. Er zijn veel soorten cholesterol, maar de meest schadelijke is de geoxideerde LDL-variant (37). OxLDL lijkt de echte boosdoener (38). Bij ouderen wordt een hoog LDL- en HDL-cholesterol in verband gebracht met een lagere kans op hart- en vaatziekten (39). Het lijkt er dus op dat de ideale cholesterolwaarden afhankelijk zijn van factoren zoals leeftijd en geslacht. In wezen is cholesterol niet goed of slecht. Net zoals water. Alleen te veel, te weinig of vervuild water is niet goed.

Het is belangrijker om te kijken naar de cholesterolratio, die je kunt berekenen door het totale cholesterol te delen door het HDL-cholesterol. Aangenomen wordt dat een waarde lager dan 5 gunstig is. Dan nog valt het te bezien of dat waar is, want in dat geval hebben we nog altijd niet de hoeveelheid geoxideerd LDL-cholesterol gemeten, alsmede de LDL-P en VLDL-waarde.
Wat ik storend vind, is dat artsen in een 6 minuten consult meteen naar medicatie grijpen, zonder de natuurlijke interventies mee te nemen. Voeding en beweging kunnen meer effect hebben dan medicijnen, waarom wordt dat dan niet naar voren geschoven? Zijn de mensen zo lui, of heeft de medicijnindustrie liever dat artsen zwijgen? Het blijft vreemd dat artsen slechts 5 uur les krijgen over voeding, maar wel honderden uren over medicijnen…

bron

 

 

 

 

facebook

Melk

Er werd en wordt nog steeds veel reclame gemaakt voor het drinken van melk met slogans als:

  • Melk is goed voor elk
  • Driekwart kan de man
  • Melk de witte motor
  • Melk moet

Ook zijn er soms tegengeluiden te horen. In het tijdschrift Esquire van november 1998 stond een artikel met als titel:

  • Melk de witte moordenaar

In Amerika proberen vele artsen en specialisten de negatieve aspecten van melk onder de aandacht te brengen, tot op heden met nog maar weinig succes en krijgen de boeren, zoals ook in Nederland, bij hun melkproductie nog steeds subsidie van het Rijk en moet men op school melk drinken. Een schilder, die veel melk dronk en bij een boer aan het schilderen was, kreeg van de boer het advies geen melk te drinken omdat dit slecht voor de gezondheid is. Op de vraag waarom hij dan wel die melk verkocht, kreeg hij als antwoord dat dit met bedrijfsvoering te maken had. Op de universiteit in Rotterdam wordt door een voedingsdeskundige aan de studenten geleerd dat melkgebruik onnatuurlijk en ongezond voor de mens is. Echter de reclame vóór melkconsumptie is sterk.

Pasteurisatie
Bij pasteurisatie wordt melk kortdurend (15 sec.) op 70-80 graden Celsius gebracht. Dit geschiedt door melk tussen 2 platen te voeren, waardoor alle melk op deze temperatuur komt. De meeste bacteriën gaan dood, ook de goede zoals de melkzuur bacteriën. Vele eiwitten en enzymen worden gedenatureerd bij een temperatuur boven de 65 graden Celsius. Het gevolg is dat enzymen en vitaminen voor 50% vernietigd worden.Voor de vitaminen en enzymen hebben we dus geen melk nodig. Rauwe melk bevat lactobacillus acidophilus, deze houdt bacteriën onder controle, en zal zuur worden op kamertemperatuur, terwijl gepasteuriseerde melk gaat rotten doordat de bacteriën gedood zijn. Voedt men kalveren met gepasteuriseerde melk, dan zijn ze binnen een half jaar overleden of worden erg stijf in hun bewegingen.
Merkwaardig is dat men de pasteurisatie doet om salmonella infectie te voorkomen, terwijl men in Amerika juist een salmonella infectie kreeg terwijl men gepasteuriseerde melk dronk. Immers de lactobacillus acidophilus bestrijdt de salmonella in onze darmen.
Ook zal de Eschericha coli goed gedijen op gepasteuriseerde of gesteriliseerde melk en daardoor darmstoornissen kunnen geven. De colibacterie verspreidt zich door het gehele lichaam en kan infecties geven in longen ( pneumonie), nieren, CZS en bloed. Krijgt een kalf geen borstvoeding, dan zal het ook darmstoornissen krijgen en loopt het de kans vroegtijdig te overlijden. Zowel de koemelk uit de uier als de borstvoeding bij de vrouw bevat veel antilichamen. Gekookte moedermelk kan ook ernstige darmstoornissen bij het kind veroorzaken, die weer verdwijnt als men de verse moedermelk geeft. Ook hier is de colibacterie de oorzaak.

Onderzoek in Chicago heeft aangetoond dat de sterfte in 1930 op borstvoeding 1,5/1000 was, op koemelk 84,7/1000, door darmstoornissen 40 x hoger, door longaandoeningen 120 x hoger. Als men het kind naast de borstvoeding ook koemelk geeft krijgt men dezelfde negatieve resultaten.

Het natuurlijke proces
Het feit dat velen steeds melk blijven drinken is eigenlijk een onnatuurlijk gebeuren. In de dierenwereld wordt gezoogd tot het jong drie maal het geboortegewicht heeft bereikt. Dit geldt ook voor de mens. Dat is bij de mens 1 jaar, bij de olifant 3 jaar. De melk van koeien, geiten, olifanten, wolven en walrussen verschilt heel sterk van elkaar. Olifanten gedijen niet goed op geitenmelk. Alle dieren groeien alleen goed op melk van hun eigen soort. Bij huisdieren zijn de natuurlijke instincten grotendeels verdwenen. Koeien willen geen melk, maar hoofdzakelijk gras.

De samenstelling van de koemelk
Koemelk bevat ruim 3x zoveel eiwit als moedermelk, waarin meer suikers zitten. Het caseïnegehalte in koemelk is 20x hoger dan in moedermelk. Moedermelk bevat veel meer taurine en onverzadigde vetzuren dan koemelk, wat goed voor onze hersenen is.
Caseïne is een eiwitproduct in de koeienmelk die in de maag een moeilijk te verteren taaie massa vormt door stolling en die alleen geschikt is voor het vier-magen-spijsverteringsstelsel van de koe. Doordat deze massa blijft kleven aan de darmwand, verhindert het de resorptie van vele mineralen, ook in de dunne darm.
Caseïne maakt de botten bij de koe zwaarder en dikker. Doordat het calcium in de moeilijk verteerbare caseïne zit en er veel fosfor in de melk zit, kunnen we juist osteoporose, allergie en nierstenen krijgen. Osteoporose en allergie ontstaan door calcium en mineralen tekort, nierstenen door teveel uitscheiding via de urinewegen van calciumfosfaat. Voorts worden de anorganische calciumverbindingen, zoals calciumfosfaat, calciumcarbonaat, calciumhydroxyapatiet en dergelijke slecht door de darmen opgenomen omdat ze waarschijnlijk lichaamsvreemd zijn. De organische calciumzouten, zoals calciumcitraat, calciummaleaat en de aan het aminozuur gecheleerde calciumzouten worden goed opgenomen omdat ze niet lichaamsvreemd zijn. In de koemelk zit vooral het calciumcarbonaat. In de moedermelk zit meer calcium dan fosfor en blijkt het calcium beter opgenomen te worden dan uit koemelk. Er zijn drie redenen waarom voor de mens de kalk uit de koemelk geen verhoging hiervan in ons lichaam geeft:

  1. Het calcium is moeizaam uit de caseïne te halen
  2. Het is lichaamsvreemde calciumcarbonaat
  3. De fosfor in de melk wordt wel goed opgenomen en trekt calcium uit de botten.

Prof. van Creveld, een kinderspecialist op de Universiteit in Amsterdam, vertelde in 1958 al dat in de oorlog veel baby’s tetanisch werden door koemelk, omdat de moeder geen borstvoeding had. Een tekort aan kalk veroorzaakt een overprikkeling van de motorische zenuwbanen, waardoor spieren in een spasme kwamen. Volgens hem kwam dit vooral door het hoge fosforgehalte.

Het lactase
Lactase is nodig voor de splitsing van lactose in galactose en glucose. In de moedermelk zit vrij veel lactose en renine, maar de zuigeling maakt voldoende lactase om dit te verteren gedurende de eerste drie jaar. Sommige volkeren, met name de Denen, Finnen, blanke Amerikanen en de Zwitsers kunnen aan de borst van de koe blijven. Zij blijven erfelijk bepaald lactase maken. Volgens Dr.Kretchmer  is het een natuurlijk proces dat men geen lactase meer vormt en dat de genetische bepaling daarvan tot gevolg heeft dat sommige volken alleen konden overleven door het drinken van melk, nl. daar zit lactose in. Bij de mens vindt de lactase-productie in de baby plaats in het laatste kwartaal van de zwangerschap en na de geboorte. Indien er geen lactase meer gevormd wordt in het jejunum, dan wordt de lactose door bacteriën omgezet in gas (CO2) en melkzuur, dat vocht aanzuigt. Deze veroorzaakt diarree, krampen, opgezette buik, flatulentie en sporen bloedverlies, met anemie (=bloedarmoede) tot gevolg.
Er bestaat een uitgebreid onderzoek bij volwassenen, die door melkgebruik de volgende darmproblemen kregen: opgeblazen buik, maagpijn, krampen, gasvorming en diarree.
Odze Ret et al. beschreven¨Allergische colitis in infants¨ vooral door melk, waarbij ontstekingen gepaard gaan met rectale bloedingen. Ook sojamelk, tarwe, maïs en noten(pinda’s) kunnen dit veroorzaken.

Melk en de ziekte van Crohn:
Een onderzoek in Engeland is tot de conclusie gekomen dat in 92% de oorzaak in de melk te vinden was. In de melk zit de mycobacterium avium paratuberculosis. Deze bacterie wordt niet gedood bij de pasteurisatie
(6 aug. 2003 Crohn Milk Bug) .

Allergie of intolerantie voor melk
Prof. Castronovo uit België vertelde dat het IgA door melk stuk gemaakt wordt. Indien de moeder tijdens de borstvoeding veel melk drinkt, dan krijgt het kind te weinig IgA en kan dan allergisch reageren met bijv. eczeem. Het stoppen van melk drinken heft de situatie op. Het IgA zit vooral aan de binnenkant van de darmen als een soort hekwerk, waardoor te grote eiwitten niet kunnen binnendringen. Indien dit hekwerk stuk gaat krijgen we het lekkende darmsyndroom ( leaky gut syndrom). Door het lekkende darmsyndroom komen te grote eiwitten in de circulatie die lichaamsvreemd zijn en waarop het lichaam reageert. De allergie kan zo ernstig zijn, dat elk spoortje in koekjes al een reactie kan geven. Ook Dr. Werthmann beschrijft de nadelige effecten van melk en de daling van het IgA waardoor allergie en een atrofisch dunne darmslijmvlies ontstaat. Melk remt dus de mineralen opname, maar ook de vorming van de intrinsic factor, waardoor de opname van vit. B12 afneemt en een allergie kan ontstaan. In het bloed vinden we vaak een verhoogde IgA en IgE. Doordat het IgA gedestrueerd wordt, kunnen ernstige darmstoornissen ontstaan in de vorm van:

  • Chronische diarree met slijm
  • Verlies van bloed en anemie
  • Gasvorming met opgezette buik
  • Braken, vooral bij baby’s
  • Nachtelijk huilen van baby’s, die dan de gehele nacht gedragen moeten worden.

Op de luchtwegen, huid en CZS zien we de volgende symptomen:

  • Chronische of steeds terugkerende verkoudheden en neusverstopping
  • Chronische of steeds terugkerende bronchitis
  • Astma, hooikoorts en frequent niezen
  • Eczeem en andere huid uitslagen zoals urticaria. Dit kan ook ontstaan bij een borstvoeding kind wanneer de moeder veel melk drinkt. Wordt de melk bewerkt met het kefirplantje, dan gaat het goed. Volgens een Fins onderzoek neemt de allergie af bij de zuigeling als de moeder lactobacillen inneemt
  • Middenoorontstekingen
  • Algemene verlaging van het immuunsysteem
  • Groeipijnen en vroegtijdige reumatoïde artritis
  • Migraine en zelfs epilepsie
  • ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder)

Hoe eerder een kind melk van een dier krijgt, des te meer kans er bestaat op een intolerantie. Dit zijn ervaringen van verscheidene kinderspecialisten in Amerika. (Dr. J.Dan Bagget in Alabama, Bahna SL en Heiner DC: Allergies to milk. New York, Gune and Stratton, 1980).
Weinig taurine in flesvoeding: een onderzoek heeft aangetoond dat moedermelk wel 50 % aminozuren bevat, vooral glutaminezuur, glutamine en taurine. In de flesvoeding blijkt maar 10% te zitten. Taurine is voor kinderen essentieel en zij kunnen dit zelf niet maken uit het methionine.

Een ernstiger bijwerking van melk werd beschreven door onderzoekers van de universiteit van Colorado en van Miami  Zij constateerden bij kinderen met nephrosis tussen de 10 en 13 jaar, dat het eiwitverlies via de urine stopte als ze geen melk meer kregen en daardoor aanzienlijk opknapten. Toediening van melk deed het eiwitverlies weer verschijnen met het gevolg dat hierdoor oedeem optrad. Zij concludeerden dat allergie voor melk en ander voedsel een belangrijke rol speelt in de prognose van de nephrosis.
Vermindering van de weerstand
Een andere amerikaaanse ervaring is dat de streptococcus beta-hemolyticus onder normale omstandigheden zelden in de keel komt, maar wel als men melk drinkt. Zowel streptokokken pharyngitis als pyodermie wordt door het drinken van melk bevorderd. Het vervelende is dat niet alleen melk dit bevordert, maar ook kaas en ijs. Hierdoor kunnen ook de groeipijnen en de artritis ontstaan, vooral als men de amandelen eruit haalt. Dit laatste geeft later meer kans op reuma.

De otitis media en frequente neusverkoudheden: Indien baby’s en kleine kinderen geen borstvoeding krijgen is de kans zeer groot dat zij otitis media en frequente coryza krijgen. Zij gaan dan ook s’nachts veel huilen, maar dan van de pijn in de oren. De oorzaak is dan niet alleen de melk, maar bij het zuigen aan de borst gaat de onderkaak naar voren, waardoor de doorstroming van het bloed door neus en oren beter gaat en de buis van Eustachius open blijft. Dit is hetzelfde proces als het gapen en de kaak naar voren doen bij het dalen van het vliegtuig en onze oren dicht gaan. Bij de flesvoeding ligt het kind op de rug en valt de onderkaak naar achter. De buis van Eustachius klapt dan dicht. Dit gebeurt ook bij duimzuigers. De keel- en neusamandelen zullen dan ook gaan zwellen. Door te stoppen met melk schijnen de amandelen ook al te slinken. Door de kinderen kalk/magnesium en zink te geven zie je hun weerstand vooruit gaan en bedenk dan ook dat de amandelen wat vergroot blijven tot hun 4e jaar en daarna gaan slinken, vooral als men naar een warm droog land gaat.
Gedrag en melk 
In Washington zag men de relatie van melkgebruik en een antisociaal gedrag. Juveniele delinquenten dronken 10 x zoveel melk als adolescenten met een gelijke achtergrond. De overgevoeligheid voor koemelk veroorzaakt naast een asociaal gedrag, gespannenheid, rusteloosheid, geirriteerdheid, ontevredenheid, gekke gezichten trekkerij en concentratie problemen. Anderzijds zien we ook moeheid, bleekheid, moeilijk wakker worden, donkere wallen onder de ogen, neusirritatie waarbij kinderen steeds met hun hand de neus naar boven wrijven, depressiviteit, angst en slapeloosheid. Naast melk moeten we ook letten op tarwe, suikers engraan. Melk blijkt in vele gevallen toch de grote boosdoener.

ADHD=attention deficit hyperactivity disorder.
Symptomen: hyperactiviteit en ongeduld, kan geen moment wachten, wordt kwaad als men te laat op de afspraak komt, moeite met stil zitten. Dit zijn vaak symptomen van een teveel aan circulerend histamine. Door een kalktekort kan teveel histamine vrij komen, waardoor een allergie ontstaat en bovengenoemde symptomen ontstaan. Onderzoek in Nederland wijst ook in de richting dat voeding en vooral melk ADHD kan veroorzaken. Andere voedingsstoffen zijn tarwe, chocola en pinda’s.
Een teveel aan fosfor veroorzaakt moeheid en opvliegendheid. Ze bijten nogal eens van zich af omdat ze hun taak niet kunnen volbrengen en het gevoel hebben al erg veel te hebben gedaan. Denk in deze gevallen ook aan coca cola die veel fosfor bevat en agressiviteit kan geven. Bij ADHD kinderen vindt men regelmatig een tekort aan mineralen in het bloed, vooral calcium, zink en magnesium.

Te hoog fosfor gehalte in bloed veroorzaakt:

  • Bloedneuzen, hyperventilatie en angst om alleen te zijn
  • Angst voor donker en onweer
  • Schizofrene beelden met stemmen in hoofd
  • Incontinentia Alvi (onwillekeurig verlies van ontlasting)
  • Versterkte lengtegroei met slappe banden
  • Slappe spieren
  • Moeheid na geringe inspanning
  • Grote slaapbehoefte
  • Overgevoeligheid en voorspellende vermogensCalcium verlies veroozaakt:
  • Tetanische spieren (baby’s in de oorlog)
  • Nachtelijke kuitkrampen
  • Ostoperose, stukgaan van de mastcellen (allergie)
  • Verzwakking van het gebit

Hoewel melk zelf allergische reacties kan geven kan het ook de penicilline of aflatoxine (wat soms in de voeding van de koe zit) de oorzaak zijn. Urticaria, hooikoorts, astma en veelvuldig niezen kunnen het gevolg zijn.
Acne
Koeien die melk geven maken vrij veel progesteron, dat ook in de melk terechtkomt. Progesteron wordt omgezet in androgenen en deze kunnen acne nogal stimuleren. Dr. Fischer heeft dit onderzocht en gemerkt dat stoppen met melk drinken de acne weer deed verdwijnen.
Juveniele Rheumatische Artritis
De kinderarts Dr.J.Dan Baggett  zag een duidelijke relatie tussen melkgebruik en bovengenoemde vorm van artritis. Volgens hem zat de oorzaak in een allergie voor melk. Eerder zagen we dat melk ook de streptococcus hemolyticus goed deed groeien. De keelklachten die dan ontstaan, zijn vaak de reden om de tonsillen te verwijderen. Bij 80 % van deze patiënten ontstaat volgens onderzoek later reuma, wat dus begrijpelijk is . Verergering van de artritis door melk zijn ook te vinden in de artikelen.
Juveniele Diabetes
Studies hebben aangetoond dat in koemelk een eiwit zit dat als antigeen werkt en het immuunsysteem van de pancreas aantast. Het blijkt de bètacaseïne te zijn. Deze stof is verantwoordelijk voor een auto-immuun reactie die leidt tot een vernietiging van de insuline producerende bètacellen in de pancreas, waardoor de diabetes type 1 ontstaat. Dit treedt vooral op bij baby`s en kinderen die al vòòr hun eerste jaar geheel of gedeeltelijk koemelk voeding kregen. In een Fins onderzoek bleek bij diabetische kinderen een sterk verhoogde hoeveelheid melk-proteïne-anti-lichamen te zitten. Zowel in Scandinavië als in Amerika (en nu ook in Nederland) neemt het aantal diabetici sterk toe. In al deze landen wordt zeer veel melk gedronken.
Gedrag en melk
Eerder vertelde ik u de relatie tussen melk en ADHD en het onderzoek in Nederland. In Washington zag men de relatie met een antisociaal gedrag. Juveniele delinquenten dronken wel 10 x zoveel melk als adolescenten met een gelijke achtergrond. De overgevoelig voor koemelk veroorzaakt dus naast een asociaal gedrag, gespannenheid, rusteloosheid, geïrriteerdheid, ontevredenheid, gekke gezichten trekkerij en concentratie problemen. Anderzijds zien we ook moeheid, bleekheid, moeilijk wakker worden, donkere wallen onder de ogen, neusirritatie, waarbij zij steeds met hun hand de neus naar boven wrijven, depressiviteit, angst en slapeloosheid. Naast melk moeten we ook letten op tarwe, suikers en graan. Maar melk blijkt in vele gevallen toch de grootste boosdoener.

Hart- en vaataandoeningen en melk
Melk bevat nogal wat zout en 60% van het vet is verzadigd. Als men van jongsaf aan veel melk drinkt, dan schijnt dit een negatieve werking op onze bloedvaten te hebben. Bij jonge mensen zag men in Amerika (soldaten) al symptomen van aderverkalking en was er een relatie met melkgebruik. Melk bevat veel cholesterol en een enzym xanthine oxidase (XO). Wanneer melk gehomogeniseerd wordt, veroorzaakt XO beschadiging van de arteriën. Door onverzadigde vetzuren, foliumzuur, MSM, vitamine B12 en B3 te gebruiken en melk te laten staan daalt het cholesterolgehalte en nemen hartklachten af.
Twee glazen melk bevat evenveel cholesterol als 3 ons biefstuk, dus vlees is ook niet ongevaarlijk.
In het tijdschrift Circulation 1993 staat een onderzoek waarin duidelijk de relatie wordt beschreven tussen melk, melk producten en het voorkomen van hart en vaataandoeningen en sterfte hieraan. Doordat melk ook de opname remt van vit. B12, kan het homocysteïne in bloed gaan stijgen, waardoor meer kans op arteriosclerose ontstaat.
Andere aandoeningen in relatie met melk
Osteoporose: het is nu wel begrijpelijk dat melk onze kalkhuishouding niet aanvult maar juist afbreekt. Dit wordt vooral veroorzaakt door het hoge fosforgehalte en de eiwitten.
De grote hoeveelheid eiwitten in melk zorgt voor een verhoging van de zuurgraad in het bloed. Dit wordt door calcium in evenwicht gebracht, wat weer stimulerend werkt op de botontkalking. De osteoklasten gaan harder werken, maar ook de osteoblasten om het bot weer te herstellen. De botaanmaak raakt echter uitgeput als de celdeling van de osteoblasten uitblijft door een tekort aan onder ander vitamine B12. Melk remt de intrinsic factor en daardoor de vitamine B12-opname. Voor de celdeling zijn naast vitamine B12 ook foliumzuur (open rug bij baby`s voorkómen), vitamine B6, vitamine E en mineralen nodig. De mineralen worden vooral in zuur milieu opgenomen, maar melk heeft een neutraliserend effect op het maagzuur.
De osteoblasten regelen de botaanmaak en hebben daar naast de vele mineralen ook vitamine D en K nodig. Een overmaat aan calcium wordt meest uitgescheiden (constipatie) of gaat in de zachte weefsels zitten. Daardoor zullen infusen met calcium geen effect hebben.
Als ons maagdarmstelsel niet goed functioneert en/of onze voeding tekort schiet, dan krijgen we een dunne huid en dunne botten.

Kanker en melk
In melk zitten oestrogenen en deze kunnen vooral borstkanker stimuleren, net zoals de pil dit kan doen. Vooral de Amerikaanse biochemicus professor Colin Campbell waarschuwt voor de gevaren van melk en het verkrijgen van borstkanker. Publicaties in de Lancet wijzen op de relatie tussen het groeihormoon (GH), insulin-like growth factor (IGF-1)in melk en kanker. Bij een verhoging van GH, zoals bij acromegalie bestaat, is een verhoogde kans op borst- en prostaatkanker. Een verhoging van het IGF-1 heeft dezelfde gevaren.
Deze twee stoffen schijnen door de pasteurisatie niet stuk te gaan en de groei van kankercellen te bevorderen. Een onderzoek in 1981 vermeldde al dat melk kanker van prostaat en colon kon veroorzaken.
Dat Nederland de langste vrouwen van de wereld heeft is waarschijnlijk het gevolg van de hoge melkconsumptie. Dit gebeurt nu ook in Japan. Nadat men daar ook melk is gaan drinken zijn de vrouwen gemiddeld 11,5 cm langer en 8,6 kg zwaarder geworden en zijn ze 3 jaar vroeger gaan menstrueren.
Leukemie en de melk.                                                                                                                                                                              

In melk kan het bovine leukemie virus (BLV) zitten. Aan de koe is meestal niets te merken. Dit virus gaat niet dood bij de pasteurisatie van melk en kan bij de mens lymfatische leukemie veroorzaken. De oorzaak ligt enerzijds in een te grote belasting van ons weerstandsvermogen en anderzijds aan een verlaagde weerstand bij de mens. Vaak is er een tekort aan selenium, zink, vitamine B12, vitamine C en A en l-lysine. Deze combinatie helpt goed bij alle virale infecties. Door deze combinatie heb ik patienten hiermee beter gekregen.

Melk en het gebit
De meeste moeders denken dat melk het gebit versterkt, maar Dr Frances Castano, een onderzoeker van het gebit, constateerde juist een vernietiging ervan. Koemelk die in de mond blijft, wordt niet verwerkt, maar wordt zuur en is een goede voedingsbodem voor bacteriën in de mond. Deze commensalen zorgen voor plak-vorming op de tanden waardoor deze als het ware wegsmelten. Het duidelijkst was dit te zien bij kinderen die met een flesje melk naar bed gingen. Water is dan beter.
Vitamine B12, foliumzuur en de melk
Dr. Wright heeft een onderzoek gedaan bij astmatische kinderen en zag een relatie tussen melk en een tekort aan vit. B12. Baby’s en kleine kinderen knapten op door toediening van vit. B12 en stoppen met melk en melkproducten. Doordat melk het zuur bindt, worden vele mineralen niet opgenomen zoals zink, magnesium, calcium, mangaan, etc. Ook de intrinsic factor wordt geremd, waardoor vit. B12-opname slechter wordt. Indien de moeder tijdens de zwangerschap veel melk drinkt, gebeurt hetzelfde. Dit kan aanleiding zijn tot een vroeggeboorte, miskraam, ondergewicht van het kind en allergie van het kind na de geboorte.
Vit. B12 en foliumzuur zijn essentieel voor de celdeling ( waarschijnlijk vit. B6 in de vorm van pyridoxaal-5-fosfaat ook). Alleen foliumzuur geven om een open ruggetje te voorkomen kan een vit. B12 -tekort opwekken waardoor een miskraam ontstaat. Beide vitaminen dienen tijdens de gehele graviditeit gegeven te worden en er mag geen melk gedronken worden.
Andere indicaties om vit. B12 te geven zijn:

  • Zwangerschap bij vrouwen boven de 30 jaar
  • Meerling-zwangerschap
  • Frequente graviditeit achter elkaar, anders zal het derde en vierde kind te vroeg geboren worden. Frequente miskramen en infertiliteit, zowel bij de man als de vrouw.

Bepaling van het vit. B12-gehalte in bloed heeft weinig zin omdat dit niets zegt over de concentratie in de weefsels.

Melk en het vrouwelijk geslachtsapparaat 
In het boek Hormone Heresy van Sherrill Sellman schrijft zij dat melk een versterking geeft van het Pre -Menstrueel Syndroom, zoals buikkrampen, gevoelige borsten, myoom vorming, veel bloedverlies (kalk remt fluxus) en pijnlijke endometriosis.
Multiple sclerose en melk 
In epidemiologische onderzoekingen blijkt een verband te bestaan tussen een hoge vetconsumptie en de kans op MS. Vooral verzadigd dierlijk vet blijkt een oorzaak te zijn. In hersenweefsel van MS-patienten is steeds een verhoogd gehalte aan verzadigde vetten gevonden.
Koemelk met een hoog verzadigd vetgehalte schijnt bij MS-patienten de excacerbaties te doen toenemen. Vooral kinderen die koemelk krijgen in plaats van borstvoeding hebben volgens een enquête bij 26000 MS-patienten in Amerika vaker deze aandoening. Deze correlatie werd ook gevonden in 21 andere landen.
Een onderzoek van Swank  gedurende 35 jaar bij 150 MS-patienten gaf duidelijke aanwijzingen dat een dieet met weinig verzadigd vet significant minder verergering gaf dan diegenen die 20 gr. vet per dag aten. De laatste werden vaker ernstig invalide en 80 % overleed door verschillende oorzaken. Van de patiënten die zich aan het dieet hielden overleed 31%. De excacerbaties kwamen weer terug bij patiënten die het dieet stopten.
Een ander onderzoek toonde aan dat onverzadigde essentiële vetzuren beschermen tegen MS. In borstvoeding zit veel van het omega-6-vetzuur, wat in koemelk maar gering is.
Het gebruik van vis (door de omega-3-vetzuren) werkt beschermend tegen MS.

Er wordt ook een relatie gezien tussen veel melk drinken en amyotrofische lateraalsclerose. Ander onderzoek wijst op een relatie tussen zware metalen, multiple sclerose en ALS. Zink, selenium en andere mineralen drijven zware metalen ons lichaam uit, maar melk remt de mineraalopname.
Het Chronische Vermoeidheids Syndroom 
Dit syndroom vindt zijn oorzaak in een allergie en/of darmstoornissen. Men heeft melk, granen en suiker vaak als schuldige gevonden. Naast ernstige moeheid, slapte van de spieren en moeizaam wakker worden, hebben deze patiënten diarree en/of bloedarmoede en chronische infecties. Zie ook mijn ervaring in begin van dit artikel.

Conclusie: koemelk is voor het kalf en moedermelk voor onze kinderen. De moedermelk bevat enzymen en onverzadigde vetzuren (indien ze voldoende aanwezig zijn in de voeding) die de hersenen van kinderen voeden. Dit is van belang voor ons denkvermogen. Maar daarom moeten we niet ons hele leven melk blijven drinken, want dan worden we een melkmuil. Een melkmuil blijft in zijn ontwikkeling stilstaan en wordt dus nooit volwassen.
Een groot deel van de blanke bevolking kan koemelk verdragen, maar de koemelk die we nu drinken is zo bewerkt, dat deze voor ons nog van weinig waarde is en zelfs schadelijk kan zijn. De volle melk direct van de koe geeft al veel problemen en de pasteurisatie of sterilisatie vermeerdert dit.
Producten van melk, zoals kaas, rechtsdraaiende yoghurt met lactobacillus en kwark zijn voor velen goed te verdragen, behalve als men allergisch voor melkproducten is.
Het is begrijpelijk dat er zoveel melk gedronken wordt, want de reclame stimuleert dit. Vreemd is het dat artsen, specialisten en vele mensen kwaad worden als de negatieve aspecten van koemelk op tafel komen. Waarom wil men dit niet horen? Is dat bedreigend en waarom dan? Al deze gegevens komen niet uit de alternatieve hoek, maar uit de reguliere medische wetenschap.
facebooklike mijn pagina

alie wouda

Appen?

Wil je een afspraak maken? 🗣

Alie Wouda Natuurpraktijk Aurora

Hoe herken je een hoge cortisolwaarde

Cortisol wordt aangemaakt in de bijnieren als reactie op een angst- of stressprikkel. Dit mechanisme stamt af uit de tijd van onze verre voorouders. Bij een levensbedreigende situatie vergroot cortisol je energieniveau zodat je kunt vechten of vluchten. Daarom staat cortisol bekend als het stresshormoon.

Afbeeldingsresultaat voor cortisolspiegel

Bij de meeste stressprikkels die je tegenwoordig ervaart is vechten of vluchten geen optie (denk aan een discussie, irritatie of werkdruk). Hierdoor wordt de aangemaakte cortisol niet gebruikt om te vechten of vluchten, waardoor dit zich blijft opstapelen in het lichaam. Tot de gevolgen van een hoge cortisolwaarde behoren een hoge eetlust, snelle veroudering, rusteloosheid, weinig energie en meer trek in koolhydraten.

Hoe herken je een hoge cortisolwaarde?

Slecht slapen

Normaal zakt het cortisolgehalte ’s nachts waardoor je tot rust kunt komen. Wanneer deze waardes constant te hoog zijn gebeurt dit echter niet. Het gevolg is dat je niet in slaap kunt vallen of vaak wakker wordt.

Vermoeidheid

Hoewel je misschien zou denken dat cortisol je meer energie geeft, kun je jezelf hierdoor juist erg moe gaan voelen. Een hoge cortisolwaarde kan de bijnieren namelijk uitputten. Hierdoor kun je chronisch vermoeid raken.

EeAfbeeldingsresultaat voor Een verminderd immuunsysteemn verminderd immuunsysteem

Cortisol zorgt ervoor dat lichaamsfuncties die niet nuttig zijn tijdens een vecht-of-vluchtreactie op een laag pitje worden gezet. Een voorbeeld hiervan is het immuunsysteem. Door een hoge cortisolwaarde ben je dan ook een stuk vatbaarder om ziek te worden.

Gewichtstoename (in de buikstreek)

De meeste receptoren voor cortisol bevinden zich in de buikstreek. Wanneer je cortisolgehalte hoog is, houd je daarom meer vet vast in dit gebied. Het lichaam denkt namelijk dat je deze energie hard nodig zult hebben tijdens een gevaarlijke situatie. Zelfs wanneer je gezond eet en regelmatig beweegt is het mogelijk dat je buikvet minder snel kwijtraakt als je hoge cortisolwaardes hebt.

Meer behoefte aan suikers

Cortisol is verantwoordelijk voor het herstellen van de energiebalans in het lichaam. Hierdoor heb je bij hoge cortisolwaardes meer trek in suikers. Als je te veel suiker eet, schommelt de bloedsuikerspiegel waardoor je steeds opnieuw behoefte hebt aan suikers.

Verandering van de bloeddruk

Er vindt een verandering van de bloeddruk plaats omdat het lichaam zich voorbereidt op een vecht-of-vluchtreactie. Wanneer dit blijft gebeuren, kun je een hoge of juist lage bloeddruk krijgen.

Verlaagd libido

Cortisol veroorzaakt een verstoorde hormoonbalans. Wanneer deze waarde een lange tijd verhoogd is kan dit daarom zorgen voor een verminderd libido.

Nerveus gevoel

Doordat je veel stresshormoon aanmaakt ervaar je ook veel stress. Hierdoor kun je jezelf regelmatig overweldigd, angstig of paniekerig voelen.

Negatieve stemming

De productie van serotonine wordt onderdrukt door cortisol. Doordat deze stof het humeur regelt, kan een laag serotoninegehalte je een negatieve stemming geven. Hierdoor kun je zelfs een depressief gevoel krijgen.

Maag- en darmklachten

Je maag en darmen zijn heel gevoelig voor het stresshormoon cortisol. Wanneer je cortisolwaarde te hoog is, kun je klachten ervaren zoals misselijkheid, diarree, obstipatie, buikkrampen of brandend maagzuur.

Rugklachten en hoofdpijn

De bijnieren kunnen uitgeput raken wanneer je lange tijd stress ervaart. Cortisol zorgt er namelijk voor dat de hoeveelheid prolactine in het lichaam toeneemt. Je ervaart hierdoor sneller pijnklachten, zoals pijn in de rug of het hoofd.

‘Verlaag jouw cortisolwaarde met deze 7 tips‘.

  • Drink zwarte thee
  • Probeer meer rust te krijgen
  • Beweeg meer
  • Verminder de inname van cafeïne en alcohol
  • Volg een gevarieerd dieet 
  • Krijg de juiste voedingsstoffen binnen
  • Slaap voldoende

alie woudaAfspraak maken? info@natuurpraktijkaurora.nl

like mijn pagina

 

Breng je neurotransmitters weer in balans!

Een neurotransmitterneurotransmittter

Een neurotransmitter is een signaalstof die in synapsen zenuwimpulsen overdraagt tussen zenuwcellen (‘neuronen’) in het zenuwstelsel of impulsen overdraagt van motorische zenuwcellen op spiercellen of van zenuwreceptoren op sensorische zenuwcellen. Een stof wordt over het algemeen beschouwd als neurotransmitter als het voldoet aan vier criteria:

1) De stof wordt gesynthetiseerd in de zenuwcel.
2) De stof is aanwezig in het presynaptische uiteinde van een zenuwcel en wordt in zulke hoeveelheden afgescheiden dat het een duidelijke actie uitlokt in het postsynaptische neuron of het orgaan waaraan het verbonden is.
3) Als een redelijke hoeveelheid van de stof van buitenaf (exogeen) wordt toegediend, moet de stof de werking van de endogeen afgescheiden stof nabootsen.
4) Er bestaat een specifiek mechanisme voor het verwijderen van de stof van de plek waar het actief is.

(Sommige neurotransmitter kunnen functioneren als neurotransmitter èn als hormoon).Er zijn neurotransmitters die de activiteit van de zenuwcel die zij bereiken stimuleren (exciteren) en er zijn neurotransmitters die de activiteit van het bereikte neuron kunnen remmen (inhiberen). De belangrijkste exciterende neurotransmitter is glutamaat. De belangrijkste inhiberende neurotransmitter is GABA (gamma-aminoboterzuur).

Stoffen die de werking van een neurotransmitter stimuleren, noemen we agonisten. Stoffen die de werking juist remmen noemen we antagonisten. Er zijn ook stoffen die de activiteit van de afbreekenzymen voor neurotransmitters stimuleren of remmen. Deze stoffen hebben dus indirect invloed op de activiteit van neurotransmitters. Veel sterke natuurlijke en synthetische toxines en geneesmiddelen werken direct of indirect in op neurotransmitters en/of hun receptoren. De meeste neurotransmitters ontstaan uit aminozuren door middel van biosynthese.

Neurotransmitter Dopamine
Dopamine is verantwoordelijk is voor gezonde assertiviteit, seksuele opwinding, een sterk immuunsysteem en een optimaal functionerend zenuwstelsel, belangrijk om angst te remmen. Dopamine geeft assertiviteit (kracht) op zowel fysiek, emotioneel als mentaal niveau. Denk hierbij ook aan bewegingsenergie, concentratie, daadkracht en denkvermogen.

Dopamine is een kwetsbare neurotransmitter. Het dopaminegehalte wordt snel verlaagd door stress of slaaptekort. Ook alcohol, cafeïne, drugs, nicotine en suiker verlagen de dopamineactiviteit in de hersenen. Deze stoffen werken verslavend omdat het in eerste instantie het dopamineniveau verhoogd. Dat geeft een plezierige sensatie. Op een gegeven moment gebeurt het omgekeerde. Het dopamineniveau daalt en men voelt zich onprettig. Er zijn dan steeds grotere hoeveelheden van deze stoffen nodig om dat onprettige gevoel op te heffen. En dat lukt steeds slechts tijdelijk.

Een verlaagd dopamineniveau kan nare gevolgen hebben

  • Emotionele instabiliteit
  • Gevoelens van angst
  • Gevoel van ‘niet aanwezig zijn’
  • Gevoelens van onrust
  • Laag energieniveau
  • Laag libido
  • Matig concentratievermogen
  • Moeite met nemen van initiatief, weinig ‘zin’
  • Moeilijker kunnen kiezen, besluiten nemen
  • Slechter functionerend immuunsysteem
  • Sneller afgeleid zijn
  • Vergeetachtigheid

Het dopaminesysteem wordt gestimuleerd door met aandacht en plezier ergens mee bezig te zijn. Voor de aanmaak van dopamine is het aminozuur tyrosine nodig. Voedingsbronnen van tyrosine zijn fruit en groenten, eieren, vis, vlees, zuivelproducten en in het bijzonder avocado, noten, peulvruchten en zaden.

Verhogen domamineniveau
Wanneer er sprake is van klachten die een relatie hebben met een verlaagd dopamine niveau, dan is het eerst zaak het dopamine niveau weer op peil te brengen. En dat doe je in een aantal logische stappen, die steeds ingrijpender worden.

  • Meer knuffelen
  • Meer huid op huid contact
  • Meer intensief bewegen
  • Inname tyrosine houdende voeding verhogen
  • Inname geraffineerde suikers verlagen
  • Spijsverteringskanaal voeden in plaats van vullen
  • Inname l-theanine verhogen, liefst via voeding
  • Suppletie overwegen met l-theanine
  • Neurotransmitter GABA

Gamma-aminoboterzuur (GABA) is de belangrijkste inhibiterende (de werking van andere neuronen remmende) neurotransmitter in de hersenen. GABA is volop aanwezig in de hersenen, vooral bij de synaptische transmissies, in de grijze hersenstof en in het nigrostriatale systeem.

GABA helpt het functioneren van de hersenen in balans te houden. Het helpt uitschieters op ieder denkbaar terrein te voorkomen door tijdig af te remmen. Hierdoor faciliteert GABA het basisgevoel van veiligheid.

Afkicken van een alcoholverslaving en B vitaminen tekorten verminderen de effectiviteit van GABA.

Stoffen die de werking van GABA versterken noemen we GABA-agonisten. Veel gebruikte ‘geneesmiddelen’ die GABA-agonist zijn, kennen we als: Baclofen, barbituraten en Benzodiazepines. Alcohol versterkt de werking van deze stoffen. Dit zijn echter nare stoffen met dito bijwerkingen.

GABA kent zogenaamde co-factoren, onmisbare stoffen die nodig zijn voor de productie van GABA. Zonder voldoende van deze co-factoren hapert de GABA productie.. Deze co-factoren zijn: Vitaminen B1, B6, B12, Magnesium, Mangaan en Taurine.

Een verlaagd GABA niveau kan nare gevolgen hebben

  • Angstaanvallen
  • Darmproblemen
  • Doorratelend denken
  • Epileptische aanvallen
  • Fobieën
  • Gevoelens van onrust
  • Hyperaltertheid
  • Insomnia
  • Neurologische klachten (bewegingsapparaat)
  • Ongeduld
  • Paniekaanvallen
  • Perfectionisme
  • Verhoogde prikkelbaarheid

Goede voedingsbronnen van GABA zijn:

  • Aardappelen,
  • Bananen,
  • Bladgroenten (donkergroen),
  • Eieren,
  • Uien,
  • Zaden.

Verhogen GABA niveau
Wanneer er sprake is van klachten die een relatie hebben met een verlaagd GABA niveau, dan is het eerst zaak het GABA niveau weer op peil te brengen. En dat doe je in een aantal logische stappen, die steeds ingrijpender worden.

  • Meer knuffelen
  • Meer huid op huid contact
  • Meer intensief bewegen
  • Spijsverteringskanaal voeden in plaats van vullen
  • Inname GABA houdende voeding verhogen
  • Inname geraffineerde suikers verlagen
  • Tekorten vitamines vitaminen B1, B6 en B12 wegwerken.
  • Tekorten magnesium, mangaan en taurine wegwerken.
  • Inname l-theanine verhogen.
  • Suppletie overwegen met deze sterke GABA stimulatoren: 5-HTP, GABA, hop, glutamine, l-theanine, MSM, passiebloem, salvia, valeriaan, havergrasblad.

Neurotransmitter Serotonine
Serotonine is vooral een kalmerende en regulerende neurotransmitter. Het zorgt voor de eetlust, de spieropbouw, een gevoel van tevredenheid, een natuurlijk slaappatroon (serotonine reguleert ook het vrijkomen van melatonine uit de epifyse, de biologische klok), en reguleert de bloeddruk, de seksuele activiteit, het geheugen en het leren. Serotonine bevindt zich voor 95% in de maag en darmen. Veel mensen met serotoninetekort hebben dan ook darmproblemen, met name PDS.

Een verlaagd serotonineniveau kan nare gevolgen hebben

  • Afzondering
  • Agressie & boosheid
  • Angstaanvallen
  • Continu herhalende gedachten
  • Darmproblemen
  • Depressie
  • Dwangmatige eetstoornissen
  • Fobieën
  • Insomnia
  • Inflexibiliteit
  • Koolhydraatverslaving
  • Obsessief gedrag
  • Ongeduld
  • Overmatige bezorgdheid
  • Paniekaanvallen
  • Pessimisme
  • PMS
  • Slechter functionerend immuunsysteem
  • Stemmingswisselingen
  • Suïcidale neigingen
  • Tunnenvisie en zwart/wit denken
  • Verhoogde suikerbehoefte
  • Verhoogde prikkelbaarheid
  • Verlaagd libido
  • Verlaagd leervermogen
  • Verlaagde pijngrens
  • Verlaagd zelfbeeld
  • Verafschuwing van donker weer

Serotonine wordt aangemaakt uit het essentiële aminozuur tryptofaan en heeft daarbij de vitamines B1, B3, B6 en B11 (foliumzuur) en C nodig, de co-factoren. De activiteit van serotonine is afhankelijk van veel stoffen. Belangrijke stoffen in deze zijn insuline en magnesium.

Goede bronnen van l-tryptofaan, de natuurlijke variant van tryptofaan zijn vooral:

  • bananen,
  • bonen,
  • bruine rijst,
  • cacao,
  • eieren,
  • kaas,
  • kalkoen,
  • kikkererwten,
  • kip,
  • kwark,
  • melk,
  • noten,
  • pinda’s,
  • pompoenzaden,
  • sesamzaden,
  • soja,
  • tofu,
  • vis en
  • zonnebloempitten.                                                                                                                                                                                                                                                                                          ‘Voedsel’ dat rijk is aan geraffineerde suikers verlagen het serotonineniveau.

Tryptofaan wordt in het lichaam met behulp van vitamine B11 en vitamine C omgezet in 5-HTP. Het hormoon insuline zorgt ervoor dat 5-HTP vanuit het bloed in de hersenen wordt opgenomen. De hersenen zetten tenslotte 5-HTP met behulp van vitamine B6 en zink om in serotonine. Het verhogen van de hoeveelheid tryptofaan in het lichaam verhoogt dus indirect de hoeveelheid serotonine in het lichaam. Suppletie met tryptofaan kan in eerste instantie (bijwerking) duizeligheid, vermoeidheid en wazig zien veroorzaken. Tryptofaan mag niet tegelijkertijd met bepaalde ‘geneesmiddelen’ gebruikt worden, waaronder antidepressivia.

Verhogen Serotonineniveau
Wanneer er sprake is van klachten die een relatie hebben met een verlaagd serotonineniveau, dan is het eerst zaak het serotonineniveau weer op peil te brengen. En dat doe je in een aantal logische stappen, die steeds ingrijpender worden.

  • Meer knuffelen
  • Meer huid op huid contact
  • Meer intensief bewegen
  • Inname tryptofaan verhogen.
  • Tekorten vitamines B1, B3, B6, B11 en C wegwerken.
  • Tekort magnesium wegwerken.
  • Inname geraffineerde suikers verlagen
  • Spijsverteringskanaal voeden in plaats van vullen
  • Inname 5-HTP verhogen.
  • Suppletie 5-HTP overwegen

Aanvullende informatie

5-HTP
5-HTP (5-hydroxytryptophaan) wordt in het lichaam geproduceerd uit tryptofaan. Het komt van nature voor in verschillende voedselproducten en wordt als voedingssupplement voornamelijk gewonnen uit de zaden van de Griffonia plant. 5-HTP wordt steeds vaker ingezet bij de natuurgeneeskundige behandeling van met name bijnieruitputting, depressie en slaapstoornissen. Suppletie met 5-HTP biedt een veilige manier om de aanmaak van GABA en serotonine te stimuleren.

l-Theanine

Het aminozuur l-theanine ( gamma-ethylamino-l-glutaminezuur of gamma-glutamyl-ethylamide), wordt in de natuur voornamelijk aangetroffen in de theeplant. L-theanine is in de theeplant aanwezig als vrij aminozuur en vormt circa 50% van de totale hoeveelheid vrije aminozuren. De biosynthese uit glutaminezuur en ethylamine vindt plaats in de wortels van de plant, waarna het gevormde l-theanine wordt opgeslagen in de bladeren. Zowel de van oudsher bekende ontspannende werking van groene thee als de bijzondere smaak ervan, is te danken aan de aanwezigheid van l-theanine.

De hoeveelheid l-theanine die in de uit theebladeren bereide drank wordt aangetroffen kan aanzienlijk variëren en is onder meer afhankelijk van de wijze waarop de bladeren na het plukken verder worden verwerkt. Daardoor bevat groene thee in het algemeen veel meer l-theanine dan zwarte thee.
 In voedingssupplementen wordt l-theanine meestal aangeboden onder de naam Suntheanine.

Er is een fabrikant van voedingssupplementen die l-theanine produceert volgens een gepatenteerd enzymatisch proces waarbij uitsluitend de natuurlijke L-vorm van theanine ontstaat. Onderzoek heeft uitgewezen dat andere producten, die door extractie uit groene thee of door chemische synthese worden verkregen, naast L-theanine in het algemeen ook D-theanine bevatten en wel in hoeveelheden die circa 50% kunnen bedragen. Mogelijk kunnen dergelijke hoge concentraties D-theanine echter, omdat de ruimtelijke molecuulstructuur van aminozuren grote invloed op hun biologische activiteit en stofwisseling kan hebben, tot nadelige effecten leiden.

L-theanine wordt snel vanuit het darmkanaal geabsorbeerd en passeert via het aminozuren-transportmechanisme dat als L-systeem (leucine preferring transport system) wordt aangeduid. Daardoor komt het snel in de hersenen. Veelal kan reeds ongeveer een half uur na inname een gunstige uitwerking van L-theanine worden waargenomen. Bij dierstudies waarbij het aminozuur direct in de maag werd gebracht was de concentratie in de hersenen na 5 uur maximaal. Daarna trad een geleidelijke vermindering op en na 24 uur was in het hersenweefsel geen L-theanine meer aantoonbaar. L-theanine ontplooit in de hersenen uiteenlopende gunstige effecten die onder meer tot een gevoel van ontspanning en relaxatie leiden. Belangrijk is dat deze kalmerende en rustgevende werking van L-theanine niet gepaard gaat met het optreden van sufheid of slaperigheid.

Vermeldenswaardig is ook dat L-theanine uiteenlopende negatieve effecten van cafeïne tegengaat. Dit verklaart waarom het drinken van groene thee, ondanks het feit dat daarin cafeïne aanwezig is soms zelfs in een relatief hoge concentratie– toch een kalmerende werking heeft. De ontspannende werking van l-theanine is onder meer te danken aan het feit dat dit aminozuur het GABA-niveau in de hersenen doet toenemen. GABA (gamma-aminoboterzuur) is een inhiberende neurotransmitter die een kalmerende uitwerking heeft en het gevoel van welbevinden kan bevorderen. Een adequate beschikbaarheid van GABA kan helpen hyperactiviteit en gevoelens van innerlijke onrust van iedere aard te bestrijden. De positieve werking van l-theanine wordt ook toegeschreven aan beïnvloeding van het metabolisme van dopamine, een neurotransmitter die tevens als precursor voor de productie van norepinefrine fungeert.

Bron: Rob M.M. Greuter

img_2777Afspraak maken?

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

De relatie darmflora en huidziekte

Dat een gezonde lifestyle en dieet goed zijn voor je huid weten we wel, maar dat ook je maag- en darmflora alles kan uitmaken voor de gezondheid van je huid is een stuk minder bekend. Deze ‘gut-skin connection’ is een hot topic binnen de dermatologie en de gehele geneeskunde. BeautyJournalist Emma Wagenaar zocht het fenomeen nader uit.

Welke invloed heeft je maagdarmflora?

De Chinese gezondheidsleer gaat al eeuwen uit van een link tussen wat er zich afspeelt in de maag en darmen en de huid. Maar moderne wetenschap weet nu ook steeds meer huidaandoeningen te verbinden aan maag- en darmproblemen en onderzoeken bevestigen het belang van de ‘gut-skin connection’.

“Maar bij dit verband draait het niet alleen om maagdarmproblemen die huidziektes veroorzaken. Maar om de invloed die je maagdarmflora heeft op de huid”, legt dermatoloog aan de Erasmus MC en expert op dit gebied, dr. Bing Thio, uit.

De eetgewoonten van je dierentuin

“In je maagdarmstelsel woont van nature ongeveer 1,5 tot 2 kilo bacteriën, virussen en schimmels (microbioom). Deze horen daar en veroorzaken – in de juiste balans – geen problemen. Alles wat je eet gaat dwars door deze zogenaamde ‘dierentuin’.

Huidziekte behandelen via bacteriën

De bacteriën reageren op wat je eet; sommigen groeien, sommigen worden geremd. Dit kan resulteren in een overgroei aan een bepaalde bacterie. Dit kan dus ook op je huid zijn, het hoeft niet per se in het lichaam te zijn: in de maag en darmen. Maar tussen huid en maag-darmen is dus wel een hele belangrijke connectie. In beide gevallen reageert je immuunsysteem.

Bij een verkeerde bacteriebalans op je huid reageert niet alleen je huid door een reactie van het immuunsysteem, maar ook je maag-darm kanaal, dat eveneens wordt gealarmeerd door het immuunsysteem. Het kan dus belangrijk zijn om beide wegen (de huid en de maag-darm) mee te nemen in behandeling van het probleem.

Gut-brain-acne-interaction

“If you want to heal your skin, you have to ‘heal’ your gut”

De altijd hongerige acne-bacterie

Een voorbeeld: “Bij acne speelt de Propionibacterium acnes een grote rol. Deze bacterie heeft iedereen op de huid. Als de talgklier meer talg aanmaakt, dus meer vet, is er meer voedingsgrond voor deze bacterie en groeit de populatie.

De puist als opruimreactie van je immuunsysteem

Dr. Thio: “Als reactie op die verstoorde bacteriebalans komt de Th17-generaal van je immuunsysteem in actie. Deze Th17 is als het ware de bewaker van die eerder genoemde ‘dierentuin’. Deze geeft dan aan zijn ‘soldaatjes’ (neutrofielen) door dat ze bepaalde eiwitten moeten aanmaken die het te veel aan verkeerde bacteriën opruimen. Het resultaat daarvan is – in het geval van de Propionibacterium acnes: pus, oftewel puistjes.

Nieuw medicijn tegen Rosacea

Een ander goed voorbeeld is volgens Dr. Thio rosacea (de altijd rode wangen en neus, soms puistjes en zichtbare adertjes). “De parasiet Demodex (die ook van nature voorkomt in je haar en talgklieren) speelt daarbij een belangrijke rol.

We weten nu dat je, door deze parasiet uit te schakelen rosacea kunt behandelen. In Amerika is er nu een nieuw medicijn: Ivermectine zalf, dat heel goed ingezet kan worden. In Nederland is het helaas nog niet geregistreerd. Eigenlijk is het niet nieuw, het wordt al heel lang ingezet tegen tropische worm- en parasietinfecties en bij schurft. Bij toeval is ontdekt dat het ook tegen rosacea helpt. (Lees er hier meer over.)

Eczeem

Hetzelfde geldt voor de Staphylococcus aureus bij constitutioneel eczeem. Deze bacterie leeft ook op de huid, maar wordt net als de parasiet Demodex gecontroleerd door het immuunsysteem, dat op zijn beurt weer gecontroleerd wordt door het microflora in je maagdarmstelsel. Uiteindelijk is chocolate-women-eatingdie maag- en darmflora dus super belangrijk.”

De rol van voeding

“Zo snap je dat voeding een belangrijke rol speelt bij een gezonde huidflora en dat het eten van bijvoorbeeld chocolade best invloed kan hebben op bijvoorbeeld acne, omdat de bacteriën die je immuunsysteem beïnvloeden dat lekker vinden. Bij psoriasis kan suiker verergerend werken”, aldus de expert.

Bij ieder mens ziet de bacteriesamenstelling er anders uit

Een belangrijke stap in het aanpakken van huidproblemen is dus onderzoeken of er bepaalde voedingsmiddelen zijn waar je microflora ongunstig op reageert. En dat is heel persoonlijk; ieders ‘dierentuin’ is anders. Het zijn zaken die nog niet wetenschappelijk zijn aangetoond, maar die je volgens de dermatoloog wel serieus moet nemen.

Wat kun je zelf nog meer doen?

“Je kan je nu dus ook voorstellen dat bepaalde probiotica en prebiotica ingezet kunnen worden bij het behandelen van huidproblemen die met het immuunsysteem te maken hebben.

Stap één is dan natuurlijk de bacterie te identificeren die de veroorzaker is. Daar wordt op het mangopulpmoment veel onderzoek naar gedaan.

Daarnaast worden de effecten van bepaalde kruiden, planten en vruchten daarop steeds beter onderzocht, bijvoorbeeld in Zuid-Korea. Zo weten we nu dat lupeol (een stofje in o.a. mangopulp en aloë vera) heel goed werkt bij acne, dat je met het eten van kimchi (gefermenteerde kool en groenten) een droge huid kunt bestrijden en dat de antioxiderende werking van tomaten (lycopeen) belangrijk is tegen huidveroudering.

Daarnaast werkt rode wijn (een glas per dag) heel goed bij ontstekingsziektes zoals acne. Hele normale en goedkope oplossingen,” aldus de dermatoloog.

AlieAfspraak maken? Ga naar mijn afspraakplanner

Overprikkeld

zenuwstelsel
Herken je dat: je bent snel leeg, moe of lusteloos? Langdurige vermoeidheid is iets waar circa 5% van de bevolking last van heeft.

Dit kan onder andere worden veroorzaakt door:

  • Fysieke zaken
  • Emotionele zaken
  • En mentale zaken
  • Een onderschatte oorzaak van vermoeidheid is een overprikkeling van het
  • zenuwstelsel. Bij overprikkeling zijn er teveel prikkels of indrukken bij je binnengekomen…

Wat zijn prikkels?
Prikkels of indrukken kunnen van veel dingen afkomstig zijn, zoals:

  • Geluid
  • Licht
  • Geur
  • Eten
  • Drinken
  • Temperatuur
  • Schoeisel, kleding
  • Emoties

Gesprekken
Informatie uit een boek
Sommige mensen zijn bijvoorbeeld bekaf na een middagje shoppen, een dag werken of uitgaan. Dit kan komen doordat je overprikkeld bent.

Wat is overprikkeling?
Overprikkeling ontstaat als er meer informatie (van bijvoorbeeld de zintuigen) wordt ontvangen, dan dat er aan informatie verwerkt kan worden. Deze informatie worden ook wel indrukken of prikkels genoemd.

Als je hersenen en zenuwstelsel overprikkeld zijn, komt alles extra binnen.

Overprikkeld zenuwstelsel symptomen
Door overprikkeling kunnen er allerlei klachten optreden, zoals:

Allerlei soorten vermoeidheid, bijvoorbeeld op lange termijn chronische vermoeidheid en burn-out
Lusteloosheid
prikkel-reactie

Stress verschijnselen, zoals spanning in je lijf, of een ‘vol hoofd’ hebben en daardoor moeilijk kunnen slapen
Stemmingswisselingen, verdrietig zijn
Onzekerheid
Een depressief gevoel
Een kort lontje, snel geïrriteerd zijn
Ongeduldigheid zijn
Geen prikkels zoals van TV of radio kunnen verdragen
Een vergrote gevoeligheid voor verslavingen ervaren
Slechte concentratie hebben
Door overprikkeling is het bovendien vaak lastig om inzicht in jezelf te krijgen, waardoor je in een vicieuze cirkel kan belanden.

Er kunnen allerlei oorzaken zijn waarom iemand overprikkeld raakt. Sommige zaken kunnen ertoe leiden dat je snel overprikkeld bent.

Overprikkeling autisme
Een mogelijke oorzaak van overprikkeling is autisme, ongeveer 1 op de 100 mensen heeft dit.

Er bestaan diverse soorten autisme, waaronder Klassiek autisme, PDD NOS en Asperger. Mensen met autisme hebben vaak baat bij structuur, zoals schema’s waarop de dag staat, of tekeningen waarop situaties worden uitgelegd. Zie ook dit filmpje van Klokhuis:
Kinderen met autisme beginnen vaak later met praten. Ze vinden het prettig om alleen (vaak dezelfde spelletjes) te spelen. Hier kun je dit filmpje van Klokhuis waarin verder wordt ingegaan op autisme en overprikkeling bij kinderen bekijken.

Hooggevoeligheid
Een onderschatte oorzaak van overprikkeling is hooggevoeligheid of hoogsensitiviteit. Ongeveer 15-20% van de bevolking is een hoogsensitief persoon of Highly Sensitive Person (HSP). Hooggevoeligheid kan samen gaan met autisme, maar dat hoeft niet. Er bestaat veel verwarring over beide termen. Zo krijgen hooggevoelige mensen soms ten onrechte de diagnose ‘autisme’.

Deze blog gaat over wat hooggevoeligheid is en hiermee te maken kan hebben én hoe er in het geval van hooggevoeligheid gewerkt kan worden aan een oplossing. Want je kunt leren om energieker te zijn en om te bloeien!

Wat is HSP?
De term hooggevoelig is bedacht door de Amerikaanse Psychotherapeute en universitaire docent Elaine Aron. Zij heeft wetenschappelijk onderzoek gedaan naar gevoeligheid. De conclusie: 15%-20% van de bevolking bezit een meer dan gemiddelde gevoeligheid: hooggevoeligheid, ook wel hypersensitiviteit genoemd. HSP herkennen zich vaak in deze HSP kenmerken.

Waardoor raak je overprikkeld en vermoeid?overstimulatie
Hoog gevoelige personen hebben een zeer gevoelig zenuwstelsel. Hooggevoeligheid is waarschijnlijk grotendeels erfelijk en een karaktertrek, hierdoor verloopt de informatieverwerking door de hersenen nauwkeuriger en uitgebreider dan bij een gemiddelde persoon.

Er ontbreekt als het ware een selectiefilter waardoor je subtielere verschillen merkt die anderen voorbijgaan. Dit proces is voor een groot deel onbewust en lichamelijk.

2 soorten overprikkeling
Als HSPer vang je meer prikkels op. Als je je hooggevoeligheid nog niet goed beheerst kun je overprikkeld of overvoerd raken op allerlei vlakken. Er bestaan 2 soorten overprikkeling, namelijk op korte en lange termijn;

Korte termijn overprikkeling is bijvoorbeeld wanneer een HSP een feest heeft gehad en graag naar huis wilt omdat het ‘genoeg’ is geweest en hij last heeft van muziek of stemmingen van mensen.
Bij lange termijn overprikkeling is sprake van ingesleten patronen/gewoontes die niet goed voor een HSP zijn. Gevolgen van deze vorm kunnen chronische vermoeidheid, stemmingswisselingen, verslavingen en/of een burn-out zijn.
HSP hebben vaak meer tijd nodig om alle indrukken (lichamelijk, geestelijk, emotioneel en spiritueel) te verwerken. Het lichaam kan op een gegeven moment een signaal, zoals burn-out, afgeven omdat een andere weg ingeslagen ‘moet’ worden.

Hoe zou het zijn als je met hooggevoeligheid om kan gaan en je je fit voelt?

Overprikkeld als HSP, wat nu? Tips:
1. Neem bij klachten contact met een(huis)arts op, om te checken of er bijvoorbeeld (ook) lichamelijke oorzaken zijn waardoor vermoeidheid wordt veroorzaakt. Laat bijvoorbeeld je ijzerwaarde, vitamine D waarde en vitamine B12 waarde controleren.

2. Ben je overprikkeld?
Bij korte termijn overprikkeling is het belangrijk om te ontspannen en rust te nemen op een manier die voor jou werkt (ga bijvoorbeeld wandelen).

Neem bij lange termijn overprikkeling naast rust/ontspanning ook begeleiding die bij jou past, met aandacht voor;

zelfreflectie
je leefpatroon
je denkpatroon
Beter is nog om overprikkeling te voorkomen!

3. Hooggevoeligheid kan een prachtige kwaliteit zijn, maar ook als een enorme last worden als je het nog niet beheerst. Vaak wordt hooggevoeligheid echt een last als je het niet als iets van jezelf erkent. Door het te erkennen en je hooggevoelige kwaliteiten te ontdekken en ontwikkelen, kan je ook de mooie kanten ervan gaan Leven, zodat je kan stralen en Bloeien!

Meer weten wat je kunt doen tegen vermoeidheid en overprikkeling voorkomen?
In het online programma Van vermoeid naar een leven waarin jij Bloeit ontdek je ontspanningsoefeningen en krijg je tools van-vermoeid-naar-een-leven-waarin-jij-bloeit-online-programma-coverom blokkades te overwinnen. Je ontdekt hoe je overprikkeling voorkomt en energieker wordt en blijft.

Klik hier voor meer informatie over Van vermoeid naar een leven waarin jij Bloeit en hoe je mee kunt doen.

Over HSP Psycholoog Femke de Grijs
Femke de Grijs
Als ervaringsdeskundige weet ik wat het is om de kwaliteiten en valkuilen (bijvoorbeeld chronische vermoeidheid) van hooggevoeligheid te ervaren. Ik had dagen waarop ik alleen maar op bed kon liggen en me afvroeg of er ooit wel een weg mogelijk was uit die slopende vermoeidheid…

Dit veranderde toen ik meer inzicht in mijzelf en mijn hooggevoeligheid kreeg en ontdekte hoe ik blokkades kon overwinnen. Zo werd bijvoorbeeld mijn vitamine B12-tekort op een gegeven moment juist onderzocht (het bleek dat ik een opnamestoornis heb) en behandeld (met injecties). Ik leerde verder hoe ik mezelf goed kon ‘afschermen’ tegen prikkels. Ik werd energieker en productiever.

In mijn praktijk begeleid ik hooggevoelige vermoeide mensen op een holistische manier. Ik leer ze hoe ze energieker zijn. Mijn grootste instrument is mijn intuïtie, hiermee neem ik snel blokkades waar en wat er nodig is om deze te overwinnen. Zodat ook jij energieker wordt! Ik maak gebruik van ’oude’ (tijdloze) wijsheid en kan als Toegepast Psycholoog gebruik maken van kennis uit de positieve psychologie.

facebook-button

Meer geheugen

Pregnenolone

Pregnenolone is een voorloper van ieder ander hormoon. Het wordt beschouwd als een bouwsteen voor andere steroïde hormonen. Pregnenolone is biochemically the moeder hormoon . ” Pregnenolon is een hormoon precursor gesynthetiseerd uit cholesterol , voornamelijk in de bijnieren , maar ook in de lever , huid , hersenen , testikels , eierstokken en netvlies van de ogen . Het ondersteund het geheugenproces en de hormoonbalans . Het gevonden Pregnenolon is 100 maal effectiever als geheugenverbetering gebleken  in vergelijking met andere steroïden  (in een laboratorium bij muizen). Pregnenolone is gemeld dat mensen niet alleen slimmer , maar gelukkiger te maken en te verbeteren iemands vermogen om te presteren op het werk , terwijl verhoging gevoel van welzijn .

Pregnenolon is ook gemeld om aan hoge stress geïnduceerde vermoeidheid te verminderen . Zoals het geval is met de steroïde hormoon precursor DHEA (*), pregnenolon spiegels afnemen met de leeftijd . Veel artsen en wetenschappers geloven dat herstel van pregnenolone jeugdig niveau is een belangrijke stap in de behandeling van veroudering en verouderingsverschijnselen . Pregnenolone kan één van de belangrijkste hormonen omdat het lijkt een balancerend effect hebben . Het is een voorloper van vele andere hormonen en in staat om de niveaus van andere hormonen omhoog of omlaag brengen nodig .

Pregnenolone werd actief onderzocht tijdens de jaren 1940. In een onderzoek kregen fabrieksarbeiders 50-100 mg van het hormoon per dag. De arbeiders gemeld verbeterde productie- tarieven , minder vermoeidheid en een verbeterd gevoel van geluk en algemeen welzijn. Ook werknemers in meer stressvolle werkomgeving had naar verluidt een betere ervaring tijdens het gebruik van pregnenolon dan werknemers met minder veeleisende banen. Sindsdien is pregnenolone is gedacht om het geheugen te verbeteren , verheffen stemmingen , stress te verminderen en verbeteren van de effecten van reumatoïde artritis.

Slaap en geheugen
Studies met ratten hebben aangetoond dat pregnenolone een sterk stimulerend effect heeft op het geheugen. Bij studies onder gezonde mannen tussen 20 en 30 jaar is gebleken dat een inname van 1 mg per dag, de kwaliteit van de nachtrust verbeterd. Pregnenolone blijkt ook het korte en lange termijn geheugen te stimuleren en motiveert de opname van nieuwe informatie.

Stress
Er wordt gesuggereerd dat dit hormoon een rol speelt bij de reactie van neuro-endocriene op stress. Bij een studie onder piloten die blootgesteld werden aan stress bleek een inname van twee maal daags 25 mg, hun prestaties te verbeteren zonder negatieve bijeffecten.

Depressie
Het is bekend dat hormonen de gemoedstoestand en het gedrag kunnen beïnvloeden. Bij mensen die leiden aan depressie blijkt het gehalte aan pregnenolone in de cerebrospinale vloeistof lager dan bij gezonde mensen.

Heb je problemen hier mee en wil je meer weten, of een afspraak maken? info@natuurpraktijkaurora.nl

* DHEA is het meest voorkomende hormoon in het menselijk bloed. Voldoende DHEA geeft bescherming tegen ouderdomsverschijnselen en houdt het lichaam vitaal. Naarmate de leeftijd stijgt, neemt de lichaamseigen aanmaak van DHEA af.

– Deze informatie wordt U aangeboden door:
Alie Wouda-van der Tuin, Adres: Vreedepeelweg 4 Beringe: , Tel.: 0641979844, Website en Facebook:

Bron

Lezing over alle ziekten komen voort uit de darmen

imageKlachten voortkomend uit het maag-darmkanaal zijn vaak moeilijk te omschrijven. Dat vinden we terug in de benaming. We praten over: spastische, lekkende of prikkelbare darmen. Benamingen die op zich weinig duidelijkheid scheppen. Op de vraag wat een spastische of lekkende darm dan precies is, zal een eensluidend antwoord uitblijven. Het geeft aan dat er onduidelijkheid bestaat over de diversiteit aan oorzaken van de klachten. In deze tekst zal ik ingaan op enkele belangrijke aspecten van de maag-darmproblematiek:

  1. Verstoord evenwicht van de micro-organismen
  2. De zuurgraad in ons maag-darmkanaal
  3. Weerstand, anti-lichamen en de rol van ons maag-darmstelsel
  4. Darmen als onafhankelijk zenuwstelsel: ‘the second brain’ Verstoord evenwicht micro-organismen

We spreken over een microbiële onbalans of dysbiose wanneer het evenwicht van de micro-organismen verstoord is. In deze publicatie betreft het de onbalans in het maag-darmtraject, de mond en de vagina. Onbalans kunnen bepaalde microben ziektes veroorzaken doordat ze onze ingenomen voedingsstoffen ongunstig beïnvloeden en immuunreacties in het lichaam veroorzaken. In onze darmen bevinden zich meer dan 500 verschillende soorten microben. Gezamenlijk ontwikkelen deze meer metabolische activiteit dan enig ander orgaan in ons lichaam.

Microben

De belangrijkste microben die bij een verstoord evenwicht ongewenst de overhand kunnen krijgen zijn:

  1. parasieten
  2. gisten en schimmels (vooral candida albicans)
  3. virussen
  4. bacteriën

Bacteriën kunnen verder worden onderverdeeld in: ˘
Aërobe bacteriën in het lichaam Kunnen overheersen bij een overmaat aan antibiotica en bij acute virale of bacteriële infecties waardoor verschillende goedaardige soorten worden gedood. ˘
Anaërobe bacteriën in het lichaam De aanwezigheid van deze bacteriën in het lichaam is moeilijk vast te stellen. ˘ Bacteriën in voedsel en water Zoals Salmonella, Shigella of E.coli die voedselvergiftiging kunnen veroorzaken. De meest voorkomende bacteriën zijn: Campylobacter jejuni, Clostridium difficile en perfiringens, Bacteroides fragilis, Klebsiella, Proteus, Salmonella, Shigella, Cryptosporidiën.

 

Meer weten kom dan naar de lezing Meld je aan door hierop te klikken